CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport motivering ETFAL

Raadsvergadering 8 juni 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend adviesrecht raad BOPA Bosscheweg 11, Berkel-Enschot (hotel De Druiventros)16.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4 alinea's met “bijeenkomst”: 479 519 968 973

4.9.2

Resultaten

De voorgenomen ontwikkeling betreft een tijdelijke ontwikkeling waarbij geen grondroerende activiteiten plaatsvinden. De benodigde kwaliteitsklasse van de bodem voor de huidige functie wijkt niet af van de kwaliteitsklasse die nodig is voor de tijdelijke opvanglocatie. Bij het huidige gebruik hebben geen activiteiten plaatsgevonden waarvan het aannemelijk is dat die de bodemkwaliteit aantasten. Aangezien er geen sprake is van grondroerende activiteiten vormen ontplofbare oorlogsresten (OO) ook geen risico.

1

De methode Miedema is een hulpmiddel om een geobjectiveerd oordeel te geven over de kwaliteit van het woon- en leefklimaat voor het aspect geluidhinder.

29 | 35

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Definitief 03

4.9.3

Conclusie

De beoogde ontwikkeling voorziet in bodemactiviteiten of grondroerende werkzaamheden. Het aspect bodem en ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de beoogde tijdelijke opvanglocatie.

4.10

Omgevingsveiligheid

4.10.1 Toetsingskader Kwetsbare gebouwen en locaties In het omgevingsplan houdt de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening met het belang van een veilige leefomgeving. De gemeente moet onder andere regels opnemen om kwetsbare gebouwen en locaties te beschermen. In artikel 5.3 juncto bijlage VI Bkl worden gebouwen en locaties ingedeeld in drie categorieën: 1 zeer kwetsbaar (alleen gebouwen). Een gebouw is ‘zeer kwetsbaar’ als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een basisschool, ziekenhuis, kinderopvang of gevangenis; 2 kwetsbaar (gebouwen en locaties). Kwetsbare gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn (dat wil zeggen meer dan 50 personen gedurende 8 uur per dag). Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan een gebouw met een kantoorfunctie, sportfunctie of bijeenkomstfunctie; 3 beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties); De overige gebouwen en locaties die zijn aangewezen in bijlage VI onder A Bkl zijn beperkt kwetsbaar. Risicobronnen Activiteiten met risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid worden risicobronnen genoemd.

De gemeente moet in het omgevingsplan regels opnemen over omgevingsveiligheid als nieuwe risicobronnen worden toegestaan. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is: ‘de kans op overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit’ (artikel 5.6 Bkl). De grenswaarde voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties is 1 op de 1.000.000 per jaar: PR10-6 (artikel 5.7 Bkl). Deze grenswaarde wordt ruimtelijk vertaald in afstanden tot gebouwen en locaties. (Zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen niet binnen de PR 10-6 contour van een activiteit komen (artikel 5.8 Bkl). In het Bkl staan voorwaarden waaronder een gemeente bij kwetsbare gebouwen en locaties tijdelijk kan afwijken van de grenswaarden, voor een periode van maximaal 3 jaar (artikel 5.10 Bkl). Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt dat een gemeente rekening moet houden met de PR 10-6 -contour. De gemeente kan hierbij, binnen de voorwaarden van de instructieregel, een eigen afweging maken (artikel 5.11 Bkl).

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het bepalen van het GR worden aandachtsgebieden aangewezen. Het Bevoegd Gezag weegt binnen deze aandachtsgebieden af of extra maatregelen nodig zijn ter bescherming tegen de gevolgen van een ongeval.

30 | 35

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Definitief 03

Voor (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen wordt in het omgevingsplan rekening gehouden met de volgende aandachtsgebieden: - brandaandachtsgebied; - explosieaandachtsgebied; - gifwolkaandachtsgebied. Artikel 5.15 Bkl is niet van toepassing als voorgenoemde kwetsbare gebouwen en locaties op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al rechtmatig op een locatie zijn toegestaan (artikel 5.15a Bkl).

4.10.2 Resultaten De tijdelijke ontwikkeling leidt niet tot de realisatie van een nieuwe risicobron. Daarom leidt de opvanglocatie vanuit het aspect omgevingsveiligheid niet tot een eventueel knelpunt voor omliggende zeer kwetsbare objecten en/of (beperkte) kwetsbare objecten en locaties. Risicobronnen binnen en buiten de projectlocatie kunnen tevens gevolgen hebben voor de ontwikkeling. Risicobronnen buiten de projectlocatie kunnen namelijk een risicocontour hebben die over de projectlocatie heen valt. Om dit inzichtelijk te maken is de kaart externe veiligheid van Atlasleefomgeving geraadpleegd (d.d. 26 augustus 2025). Een uitsnede hiervan is in afbeelding 4.6 weergegeven. Hierin is zichtbaar dat de gehele projectlocatie in een gifwolkaandachts- en explosiegebied ligt, en een gedeelte van de projectlocatie binnen een brandaandachtsgebied.

Afbeelding 4.6 Uitsnede kaart omgevingsveiligheid rondom projectlocatie (bron: Atlasleefomgeving, d.d. 26 augustus 2025)

Brandaandachtsgebied Het brandaandachtsgebied is afkomstig van wegvervoer van de autoweg A65/N65. Voor calamiteiten op het gebied van omgevingsveiligheid is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende zijn.

31 | 35

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Definitief 03

De autoweg A65/N65 loopt van noordoostelijke naar zuidwestelijke richting. In geval van een ongewoon voorval is de opvanglocatie via de weg nog steeds bereikbaar in diverse richtingen. Zo blijft de ongevalslocatie goed bereikbaar vanuit tegengestelde windrichtingen in geval van calamiteiten. Nood- en hulpdiensten kunnen dus op een veilige manier snel de ongevalslocatie bereiken. Door een gedeelte van het hotel te gebruiken als opvanglocatie van het COA, vindt er geen verandering in de personendichtheid plaats. De opvanglocatie voegt geen personen toe ten opzichte van de planologisch toegestane situatie. Daarmee vindt er ook geen verandering plaats in het kader van het aanwezige groepsrisico. Het groepsrisico blijft hetzelfde als voor de planologische toegestane functie, zijnde een hotel, waar tevens personen dag en nacht mogen verblijven. Het groepsrisico blijft onveranderd ten opzichte van het planologisch toegestane hotel. Daarmee heeft het groepsrisico geen effect op de voorgenomen tijdelijke opvanglocatie. Explosieaandachtsgebied Het explosieaandachtsgebied is afkomstig van wegvervoer van de autoweg A65/N65. Voor de externe veiligheid is daarbij vooral van belang dat de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de aanwezigheid van bluswatervoorzieningen voldoende zijn. De A65/N65 loopt in noordoost-zuidwestelijke richting.

Bij een incident blijft de opvanglocatie vanuit meerdere richtingen bereikbaar, ook vanuit de tegengestelde windrichting. Dit waarborgt dat nood- en hulpdiensten de locatie snel en veilig kunnen bereiken. Net als bij het brandaandachtsgebied leidt het gebruik van een deel van het hotel als opvanglocatie niet tot een toename van de personendichtheid. Het aantal personen blijft gelijk aan de planologisch toegestane situatie. Het groepsrisico blijft daarmee ongewijzigd en heeft geen effect op de voorgenomen tijdelijke opvanglocatie. Gifwolkaandachtsgebied Het gifwolkaandachtsgebied is afkomstig van wegvervoer van de autoweg A65/N65. Bij een gifwolk is bescherming gericht op het beperken van de dosis giftige stof die mensen binnen krijgen. Eventueel aanwezige bescherming faalt als de concentratie van de giftige stof te hoog wordt of als mensen te lang aan de gifwolk worden blootgesteld. Het verschilt per type giftige stof welke concentratie en blootstellingsduur gevaarlijk is. In artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is geen mogelijkheid opgenomen om aanvullende bouweisen te verplichten in een gifwolkaandachtsgebied. De generieke bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bieden al mogelijkheden om bescherming tegen een gifwolk te realiseren. Het Bbl biedt de mogelijkheid om maatwerk toe te passen bij het kiezen van een ventilatiesysteem.

Bij het bestaande gebouw kunnen alle ramen van de gebouwen dicht. Dit is noodzakelijk in het geval van een gifwolk. Daarnaast bevinden de personen die worden opgevangen zich voornamelijk binnen in het gebouw en zijn daarmee meestal beschermd in het geval van een gifwolk. Het pand voldoet aan alle eisen die gesteld worden aan een gebouw binnen een gifwolkaandachtsgebied. Omdat er niets wordt veranderd aan de buitenkant van het gebouw, vormt het gifwolkaandachtsgebied geen belemmering voor het voornemen.

4.10.3 Conclusie Met het realiseren van een tijdelijke opvanglocatie wordt geen nieuwe risicobron gerealiseerd. Wel bevindt de gehele projectlocatie zich in drie aandachtsgebieden. Deze zijn afkomstig van de nabijgelegen autoweg A65/N65. Er worden verschillende maatregelen genomen om in het geval van brand, een explosie of gifwolk te kunnen handelen. Hiermee worden de risico’s voor het thema omgevingsveiligheid aanvaardbaar geacht en vormt dit onderdeel geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

32 | 35

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Definitief 03

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

4.11.1 Toetsingskader Voorafgaand aan het vaststellen van een omgevingsvergunning BOPA dient inzicht te zijn verkregen in bekend en te verwachten archeologische en cultuurhistorische waarden op de projectlocatie en in de omgeving, en wat de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het project rekening dient te worden gehouden. In de Omgevingswet staan regels ter bescherming van de archeologische en cultuurhistorische waarden benoemd in artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

4.11.2 Resultaten Op de beoogde projectlocatie geldt geen dubbelbestemming archeologie vanuit het omgevingsplan. In de randvoorwaarden is echter opgenomen dat bij grondroerende werkzaamheden de archeologische waarden in de grond niet mogen worden geschaad. Het planvoornemen voorziet niet in grondroerende werkzaamheden of andere activiteiten die de archeologische waarden kunnen aantasten. Bovendien is het pand niet bestemd als gemeentelijk-, provinciaal- of Rijksmonument. Aangezien er geen externe veranderingen aan het pand plaatsvinden, heeft de ontwikkeling ook geen effect op het landschap.

4.11.3 Conclusie Het planvoornemen omvat geen activiteiten die de archeologische waarden kunnen schaden en het pand is niet als monument bestemd. Aangezien het uiterlijk van het pand niet veranderd, wordt het landschap niet beïnvloed. Er zijn geen belemmeringen op het gebied van archeologie en cultuurhistorie.

4.12

Activiteiten en milieuzonering

4.12.1 Toetsingskader Het doel van milieuzonering is het waarborgen en bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Milieuzonering houdt in dat een adequate ruimtelijke scheiding wordt aangebracht tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies zoals wonen en zorg anderzijds. Deze ruimtelijke scheiding wordt doorgaans gerealiseerd door een afstand aan te houden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Sinds oktober 2024 is een nieuwe handreiking voor milieuzonering vastgesteld. Het toetsingskader van de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024 bevat kernprincipes en richtlijnen voor het beoordelen van de toelaatbaarheid van milieuhinderlijke activiteiten in relatie tot milieugevoelige functies. Dit kader is ontwikkeld om aan de Omgevingswet te voldoen en is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarmee zowel een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als een effectief ruimtegebruik worden gegarandeerd. De handreiking gaat hoofdzakelijk in op de omgevingsaspecten geluid en geur.

Hiervoor worden drie mogelijkheden beschreven om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur of geschikt is voor functiemenging: 1 een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur; 2 een indicatie aan de hand van de getransponeerde tabel van Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009); 3 door het uitvoeren van gericht onderzoek. Ook andere milieuaspecten dan geluid en geur, zoals omgevingsveiligheid, trillingen en stofhinder kunnen in specifieke gevallen relevant of zelfs maatgevend zijn. Deze aspecten lenen zich, anders dan geluid en geur, niet goed om de inpasbaarheid van activiteiten indicatief te bepalen.

33 | 35

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Definitief 03

4.12.2 Resultaten Een opvanglocatie wordt niet genoemd in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Nabij de projectlocatie zijn de enkelbestemming ‘Verkeer-Nationaal’, ‘Groen’, ‘Wonen’ (bestemmingsplan Enschot 2008) en ‘agrarisch’ (bestemmingsplan Buitengebied) toegestaan. Deze functies kennen geen zonering op grond van de VGN-publicatie. Gezien de projectlocatie zich ook al leent als hotel, kunnen de functies rondom de projectlocatie zonder belemmeringen activiteiten voorzetten en worden daarmee niet in hun recht geschaad.

4.12.3 Conclusie Het onderdeel activiteiten en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen tijdelijke opvanglocatie.

4.13

Sociale veiligheid

4.13.1 Toetsingskader Naast een aantrekkelijke en aanpasbare fysieke leefomgeving moet een leefomgeving vooral ook (sociaal) veilig in het gebruik zijn. Het gaat erom dat mensen zich veilig voelen en dat zoveel mogelijk daadwerkelijk zijn. Factoren die kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid zijn onder andere: - informeel toezicht op de openbare ruimte; - persoonlijke controle over de ('eigen') omgeving; - het imago van het (totale) gebied.

4.13.2 Resultaten Maatregelen die het COA neemt voor beheer in en rond de opvang zijn onder andere: 24/7 beveiliging en toegangsbeheer op de locatie, 7 dagen per week aanwezigheid van COA-medewerkers op de locatie, 24/7 BHV aanwezig op de locatie, huisregels hanteren en toezien op naleving, eventuele signalen over spanningen tussen bewoners oppakken, dagbesteding verzorgen, informeren over gedragsregels in Nederland, wanneer nodig opschalen naar of assistentie vragen aan politie, deelname aan structureel omwonendenoverleg en structureel veiligheidsoverleg met gemeente, politie en indien nodig andere betrokkenen en 24/7 bereikbaarheid voor omwonenden. Samen met de gemeente en politie is het COA verantwoordelijk voor de leefbaarheid buiten de opvanglocatie. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het monitoren van de effecten van de opvang in de omgeving en zo nodig in overleg met het COA en de politie (aanvullende) maatregelen te treffen. De politie is verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, onder gezag van de burgemeester en de opsporing bij eventueel gepleegde strafbare feiten onder gezag van het Openbaar Ministerie.

4.13.3 Conclusie Op basis van het toetsingskader en de resultaten kan worden geconcludeerd dat de beoogde tijdelijke opvanglocatie voldoet aan de vereisten voor sociaal veilige leefomgeving. De genomen maatregelen zorgen ervoor dat zowel bewoners als omwonenden zich veilig en ondersteund voelen, wat bijdraagt aan de sociale veiligheid.

34 | 35

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Definitief 03

5 UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid, het participatieproces, economische uitvoerbaarheid en handhaving.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid en participatie

Een project dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Bij het aanvragen van een BOPA dient de initiatiefnemer aan te geven of er aan participatie is gedaan, in welke vorm en wat de resultaten hiervan zijn. Op 15 april 2025 organiseerde het COA een participatiebijeenkomst. Directe belanghebbenden (omwonenden) en vertegenwoordigers van de gemeente Tilburg woonden de bijeenkomst bij. Tijdens de bijeenkomst lichtten het COA en de gemeente Tilburg het project toe aan de omgeving. De omwonenden kregen informatie over de veranderingen die per 1 juli 2025 ingaan, de datum waarop het pand door het COA in gebruik wordt genomen. Daarbij liet het COA weten dat zij een positieve sfeer ervaren in de omgang met de opvanglocatie in Hotel de Druiventros, deelt het COA de duur van de tijdelijke opvang mee en pakt het COA de door omwonenden aangedragen suggesties op. Afgesproken is dat COA en omwonenden elkaar blijven opzoeken in het belang van een goede verstandhouding. Het volledige participatieplan is opgenomen in bijlage III van deze rapportage.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Financiering Het COA is verantwoordelijk voor de financiering van de uitvoering tijdens exploitatieduur. Het COA voert een maatschappelijke taak uit in opdracht van het Rijk en wordt ook als zodanig gefinancierd voor het realiseren van de opvang. Beheer en onderhoud Het COA verzorgt het beheer en onderhoud van het gebouw en het terrein gedurende het gebruik ten behoeve van de tijdelijke opvanglocatie. Dit betekent dat de kosten voor de verbouwing en het beheer van de locatie volledig voor rekening van het COA zijn.

5.3

Handhaving

De omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Tilburg vormt de basis voor de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van handhaving vindt er afstemming plaats met de gemeente en de politie.

35 | 35

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Definitief 03

Bijlagen

I BIJLAGE: ONTWERPTEKENINGEN

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Bijlage I | Definitief 03

Voorzieningen en diensten: ontvangst / beveiliging kantoren

spreekkamers

activiteiten sanitair personeel

sanitair bewoners

INGANG SPORTSCHOOL

Niet in gebruik door COA

INGANG COA

doorgang dicht

doorgang dicht

Niet in gebruik door COA

Infobalie 33 m2

doorgang dicht

rga

toiletten alleen toegankelijk voor COA

doorgang dicht

Vergaderen/kantoor 85 m2

ng

dic

ht

doorgang alleen te gebruiken als nooduitgang

doo

Beveiliging/ Spreekkamer(s) receptie 41 m2 32 m2

INGANG RESTAURANT/ CBR

doorgang dicht

trappenhuis naar boven liggende verdiepingen

doorgang dicht

Activiteiten/ Recreatie 205 m2

LET OP: DEZE METING IS NIET MAATVAST EN GELDT UITSLUITEND TER INDICATIE. Deze meting is gebaseerd op PDF-archieftekeningen, met behulp van een PDF-bewerker. Of de schaal daadwerkelijk klopt is niet te garanderen.

Alleen te gebruiken bij vluchten en als nooduitgang

Niet in gebruik door COA

Onbijt/ Lunch/ Diner 90 m2 doorgang dicht

INGANG CASINO

Berkel-Enschot, Bosscheweg 11, VOORSTEL 1 INDELING Conform COA-PvE NOODOPVANG Doelgroep: Regulier Opgesteld door PeoplePower, AE, i.o.v. COA, CJ -30-06-2025 | Gew. A 19-8-25

Begane grond

LEGENDA: Wonen: slaapkamer (# bedden) woonkamer sanitair

opslag werkkast

wasruimte

4P

4P

Slaapkamer 18 m2

Slaapkamer 18 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Slaapkamer 18 m2

4P

4P

4P Slaapkamer 18 m2 Badkamer 4 m2

Opslag 4 m2

4P

Slaapkamer 18 m2

Slaapkamer 18 m2

4P

4P Slaapkamer 18 m2

Slaapkamer 18 m2

4P Slaapkamer 18 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Kantoorruimte 43 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Badkamer 4 m2

Slaapkamer 18 m2

Slaapkamer 18 m2

4P

4P

Slaapkamer 18 m2

4P

Slaapkamer 18 m2

4P

Slaapkamer 18 m2

4P

Wasruimte 26 m2 6x was-droogcombinatie (1:20)

WK

Badkamer 9 m2 Toilet 1 m2

WK

4P Slaapkamer 20 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

Slaapkamer 15 m2

Slaapkamer 15 m2

3P

Slaapkamer 16 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

LET OP: DEZE METING IS NIET MAATVAST EN GELDT UITSLUITEND TER INDICATIE. Deze meting is gebaseerd op PDF-archieftekeningen, met behulp van een PDF-bewerker. Of de schaal daadwerkelijk klopt is niet te garanderen.

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

3P

Slaapkamer 16 m2

Berkel-Enschot, Bosscheweg 11, VOORSTEL 1 INDELING Conform COA-PvE NOODOPVANG Doelgroep: Regulier Opgesteld door PeoplePower, AE, i.o.v. COA, CJ -30-06-2025 | Gew. A 19-8-25

Eerste verdieping

LEGENDA: Wonen: slaapkamer (# bedden) woonkamer sanitair

opslag werkkast

wasruimte

NIET IN GEBRUIK DOOR COA

Badkamer 9 m2 Toilet 1 m2

WK

4P Slaapkamer 20 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Slaapkamer 15 m2

Slaapkamer 15 m2

Slaapkamer 15 m2

3P

Slaapkamer 16 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

LET OP: DEZE METING IS NIET MAATVAST EN GELDT UITSLUITEND TER INDICATIE. Deze meting is gebaseerd op PDF-archieftekeningen, met behulp van een PDF-bewerker. Of de schaal daadwerkelijk klopt is niet te garanderen.

2P

Slaapkamer 15 m2

3P

Slaapkamer 16 m2

Berkel-Enschot, Bosscheweg 11, VOORSTEL 1 INDELING Conform COA-PvE NOODOPVANG Doelgroep: Regulier Opgesteld door PeoplePower, AE, i.o.v. COA, CJ -30-06-2025 | Gew. A 19-8-25

Tweede verdieping

LET OP: DEZE METING IS NIET MAATVAST EN GELDT UITSLUITEND TER INDICATIE. Deze meting is gebaseerd op PDF-archieftekeningen, met behulp van een PDF-bewerker. Of de schaal daadwerkelijk klopt is niet te garanderen.

LEGENDA: Wonen: slaapkamer (# bedden) woonkamer sanitair

opslag werkkast

wasruimte

Badkamer 9 m2 Toilet 1 m2

WK

4P Slaapkamer 20 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

2P

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Badkamer 5 m2

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

Slaapkamer 15 m2

Slaapkamer 15 m2

3P

Slaapkamer 16 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

2P

Slaapkamer 15 m2

3P

Slaapkamer 16 m2

Berkel-Enschot, Bosscheweg 11, VOORSTEL 1 INDELING Conform COA-PvE NOODOPVANG Doelgroep: Regulier Opgesteld door PeoplePower, AE, i.o.v. COA, CJ -30-06-2025 | Gew. A 19-8-25

Derde verdieping

LET OP: DEZE METING IS NIET MAATVAST EN GELDT UITSLUITEND TER INDICATIE. Deze meting is gebaseerd op PDF-archieftekeningen, met behulp van een PDF-bewerker. Of de schaal daadwerkelijk klopt is niet te garanderen.

LEGENDA: Wonen: slaapkamer (# bedden) woonkamer sanitair

opslag werkkast

wasruimte

Opslag 212,6 m2

Berkel-Enschot, Bosscheweg 11, VOORSTEL 1 INDELING Conform COA-PvE NOODOPVANG Doelgroep: Regulier Opgesteld door PeoplePower, AE, i.o.v. COA, CJ -30-06-2025 | Gew. A 19-8-25

Vierde verdieping

II BIJLAGE: STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING (REFERENTIE 148874/26-002.069 D.D. 11 FEBRUARI 2026)

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Bijlage II | Definitief 03

NOTITIE

Referentie

Stikstofdepositie onderzoek tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot Tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot - Perceel 5 Centraal Orgaan opvang asielzoekers 148874 Definitief 04 11 februari 2026 148874/26-002.068

Bijlage(n)

I

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum

1

AERIUS - aanleg- en gebruiksfase

INLEIDING

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is voornemens om aan de Bosscheweg 11 te Berkel-Enschot een tijdelijke opvanglocatie te realiseren voor maximaal 150 personen voor een periode van maximaal 2,5 jaar. De personen worden opgevangen in een bestaand pand. Gedurende de aanleg- en gebruiksfase van de tijdelijke opvang is er sprake van stikstofemissies (NOx en NH3), die kunnen leiden tot stikstofdepositie toename op omliggende Natura 2000-gebieden. Witteveen+Bos heeft, in opdracht van het COA, een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd naar de aanleg- en gebruiksfase van de opvang. In onderhavige notitie zijn de uitgangspunten en de resultaten van dit onderzoek opgenomen. In afbeelding 1.1 is de globale ligging van de projectlocatie weergegeven en in afbeelding 1.2 is een luchtfoto van de bestaande situatie opgenomen met de begrenzing van de projectlocatie.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

Afbeelding 1.1 Globale ligging projectlocatie Berkel-Enschot

Afbeelding 1.2 Luchtfoto bestaande situatie projectlocatie Berkel-Enschot

2|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

2

WETGEVING MET BETREKKING TOT STIKSTOF

Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder e van de Omgevingswet is een vergunning vereist voor een project waar op voorhand significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Specifiek voor het aspect stikstof geldt dat sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 1 de ecologische gevolgen van iedere berekende depositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar beoordeeld moet worden. Deze voorwaarde geldt voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase van een plan of activiteit. De berekening moet uitgevoerd worden met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Kader vergunningverlening stikstof Momenteel geldt het volgende kader voor de vergunningverlening in het kader van de gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden: - er is een vergunning vereist voor projecten die een significant gevolg kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied2. Dit is dus niet het geval indien significante gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten.

Dit is voor stikstof bijvoorbeeld het geval indien er volgens de stikstofberekeningen geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt naar aanleiding van het te realiseren plan/activiteit; of indien significante gevolgen kunnen worden uitgesloten in de voortoets; - indien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat mogelijke significante gevolgen optreden, dient een Passende Beoordeling te worden opgesteld om in beeld te brengen of er daadwerkelijk significante gevolgen aan de orde zijn. In een Passende Beoordeling mogen ook mitigerende maatregelen (zoals interne- en externe saldering) betrokken worden. Sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 18 december 20243 geldt dat intern salderen niet meer betrokken mag worden in de voortoets, maar mag intern salderen met de referentiesituatie als mitigerende maatregel betrokken worden in de passende beoordeling van de gevolgen van het project, behorende bij de vergunning.

De vergunning kan worden verleend indien (eventueel met toepassing van deze mitigerende maatregelen) de voorgenomen activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten4; - als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan een vergunning enkel worden verleend indien de ADC-toets succesvol wordt doorlopen: · A: er zijn geen alternatieve oplossingen; · D: het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang; · C: door middel van compenserende maatregelen wordt gewaarborgd dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft5. Besluit bouwwerken leefomgeving (stikstofemissiereductie) Bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden dient een initiatiefnemer adequate maatregelen te treffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken, zo volgt uit artikel 7.19a Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De wetgever dwingt initiatiefnemers hiertoe om de emissie van stikstof te voorkomen, ook als significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten.

Het betreft activiteiten voor de bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een melding als bedoeld in artikel 2.18, lid 1 Bbl nodig is en op het slopen van een bouwwerk waarvoor een melding als bedoeld in artikel 7.10, lid 1 Bbl is vereist omdat de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 bedraagt. Bij 'adequaat' gaat het om maatregelen die doeltreffend, doelmatig en proportioneel zijn. De verplichting geldt voor de bouwfase op de bouwplaats en niet voor vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats of voor de gebruiksfase. Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift een invulling geven van de regel over het nemen van stikstofbeperkende maatregelen (artikel 7.5, lid 4 Bbl). 1

ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL: RVS:2019:1603.

2

Artikel 5.1 Omgevingswet.

3

ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923.

4

Artikel 16.53c lid 1 Omgevingswet. Artikel 8.74b Besluit kwaliteit leefomgeving.

5

Artikel 10.24 Besluit kwaliteit leefomgeving.

3|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

Wettelijke kader stikstof Vlaanderen Op 24 februari 2024 is het Vlaamse decreet voor de programmatische aanpak stikstof in werking getreden. In hoofdstuk 3 van het Stikstofdecreet zijn beoordelingskaders opgenomen voor vergunningverlening betreffende stikstof via de lucht. Deze kaders zijn van toepassing op omgevingsvergunningaanvragen ingediend tot en met 31 december 2030 en op ontwerpen van projectbesluit die tot en met 31 december 2030 worden vastgesteld en waarvoor het definitief vastgestelde projectbesluit zal gelden als een omgevingsvergunning, betreffende (exploitatie van) een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (hierna IIOA). Beoordelingskader stikstof Vlaanderen IIOA’s zijn voor het aspect stikstof onderverdeeld in drie categorieën: Stationaire bronnen, Mobiliteit en Veehouderij en mestverwerkingsinstallaties als bedoeld in hoofdstuk 3, respectievelijk afdeling 2, 3 en 4 van het Stikstofdecreet. Voor de categorieën stationaire bronnen en mobiliteit is respectievelijk artikel 28 en 31 van het Stikstofdecreet van toepassing.

Hierin wordt gesteld dat bij een omgevingsvergunningaanvraag of een ontwerp van projectbesluit voor de exploitatie van een IIOA, geen Passende Beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van een habitatrichtlijngebied (hierna SBZ-H) moet worden opgemaakt wanneer de impactscore voor vermesting en verzuring kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde van 1 %. Voor de categorie Veehouderij en mestverwerkingsinstallaties geldt volgens artikel 36 van het Stikstofdecreet dat een Passende Beoordeling niet nodig is als de impactscore voor vermesting en verzuring kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde van 0,025 %. Impactscore De impactscore van een project is de hoogste procentuele verhouding van de totale vermestende en verzurende depositie van een project ten opzichte van de kritische depositiewaarde (KDW) van de mogelijk aanwezige Europees te beschermen stikstofgevoelige SBZ-H’s1. Voor het berekenen van de impactscore stelt de Vlaamse Overheid conform artikel 3 van het Stikstofdecreet de online impactscoretool 2 ter beschikking.

Indien er stikstofdepositie toename wordt berekend op een Belgisch Natura 2000-gebied, dient getoetst te worden of de toename in mol/ha/jaar kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde (0,025 % of 1 %, afhankelijk van de IIOA-categorie) van het habitattype binnen het desbetreffende Natura 2000-gebied met de laagste kritische depositiewaarde (KDW). Rekenmodel Vlaanderen De projectlocatie ligt binnen een straal van 25 km afstand van enkele Belgische Natura 2000-gebieden. Om stikstofdepositie toename op deze gebieden te berekenen, dient de online impactscoretool gebruikt te worden - het wettelijke rekeninstrument van de Vlaamse overheid. Op moment van schrijven is de online impactscoretool echter enkel inzetbaar door personen met een Belgisch identiteitsdocument of een elektronische vreemdelingenkaart. In dit onderzoek wordt daarom AERIUS Calculator ingezet. AERIUS Calculator berekent stikstofdepositie toename alleen op hexagonen in Nederlandse Natura 2000-gebieden binnen de rekengrens van 25 km. Om eventuele depositie toename op Belgische Natura 2000-gebieden in kaart te brengen, zijn rekenpunten op de grenzen hiervan in kaart gebracht. Deze punten zijn in AERIUS Calculator toegevoegd door middel van de tool ‘Automatisch bepalen - Buitenlandse natuurgebieden’. De toegevoegde rekenpunten en eventueel berekende depositie toename zijn opgenomen in bijlage I.

3

UITGANGSPUNTEN

Voor de aanleg- en gebruiksfase zijn stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd. In onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten van deze berekeningen uiteengezet. De input voor de berekeningen is gebaseerd op vergelijkbare opvanglocaties en afgestemd met de opdrachtgever (COA). De bouwwerkzaamheden vinden volgens planning plaats in 2026 en direct daarna wordt de tijdelijke opvanglocatie in gebruik genomen. Daarom zijn de aanleg- en gebruiksfase samen in één berekening doorgerekend. 1

Artikel 3, lid 1 Stikstofdecreet.

2

https://impactscore.omgeving.vlaanderen.be/

4|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

3.1

Aanlegfase

Bij de aanlegfase komen stikstofemissies vrij door het bouwverkeer. De werkzaamheden bestaan slechts uit inpandige werkzaamheden, waarmee dus geen stikstofemissies worden voorzien door de inzet van mobiele werktuigen.

3.1.1

Wegverkeer

Rekenmethodiek en modellering De wegverkeersbewegingen van het bouwverkeer worden in AERIUS Calculator gemodelleerd als lijnbron 1 ‘Wegverkeer - Binnen de bebouwde kom (doorstromend)’. Op basis van de afstand, de intensiteiten en het type voertuigen berekent AERIUS de bijbehorende emissies. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd tot aan de rotonde van de Bosscheweg, het punt waar deze opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit is het punt waarop het bouwverkeer zich door zijn snelheid én intensiteit verhoudingsgewijs niet meer onderscheidt van het reeds aanwezige verkeer op de weg1. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het verkeer van het planvoornemen in de aanlegfase is afgezet tegenover de aantallen weergegeven op de kaart van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. De totale aantallen van het planvoornemen zijn lager dan enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer, hierom kan het verkeer gemodelleerd worden tot aan de Bosscheweg. Berekening Het aantal voertuigen die de projectlocatie aandoen zijn gebaseerd op vergelijkbare opvanglocaties en afgestemd met de opdrachtgever (COA). De bewegingen zijn ingetekend als enkele lijn, waarbij elk voertuig 2 bewegingen maakt (heen en weer).

Er worden uitsluitend voor de inpandige werkzaamheden aannemersbusjes ingezet, waardoor er geen middelzwaar- en/of zwaar vrachtverkeer wordt ingezet voor de werkzaamheden. Veiligheidshalve is nog een percentage van 2,5% toegevoegd voor middelzwaar vrachtverkeer aan de voertuigen. Zie voor de aantallen vervoersbewegingen onderstaande tabel 3.1.

Tabel 3.1 Vervoersbewegingen bij de bouwwerkzaamheden tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot Categorie

Aantal voertuigen/jaar

Aantal vervoersbewegingen/jaar

licht verkeer

600

1.200

middelzwaar vrachtverkeer

15

30

zwaar vrachtverkeer

-

-

Emissie NOx (kg/jaar)

Emissie NH3 (kg/jaar)

0,06

0,00

totale emissie

Stationair draaien Bij de aan- en afvoer van materialen en materieel is bij de vrachtwagens sprake van stationair draaien. Hierbij wordt aangenomen dat iedere vrachtwagen gedurende de laad- en/of lostijd 15 minuten stationair draait. Deze emissie is vervolgens berekend door de totale tijdsduur te vermenigvuldigen met de NOx-/NH3- emissiefactoren voor middelzwaar vrachtverkeer, type stad stagnerend, niet-snelweg voor het jaar 20262. Door aan te sluiten bij de emissiefactoren NOx en NH3 uit bijlage 1 van de Instructie Gegevensinvoer AERIUS3 resulteert dit in de totale emissie aangegeven in tabel 3.2. De berekening is opgenomen in onderstaande tabel.

1

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, d.d. oktober 2025, versie 1, paragraaf 2.5.2, bladzijde 15.

2

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, d.d. oktober 2025, versie 1, bijlage 1, bladzijde 71.

3

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, d.d. oktober 2025, versie 1.

5|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

In AERIUS Calculator is de berekende emissie aan lijnbron 7 ‘Anders’ van de berekening toegekend. Hierbij is een temporele variatie ‘continue emissie’, een uittreedhoogte van 0 m en een warmte-inhoud van 0 MW meegegeven.

Tabel 3.2 Emissies laden/lossen stationair draaien van vrachtwagens bij de aanlegfase tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot Categorie

Totaal aantal vrachtwagens (jaar)

Totaal aantal uur stationair draaien (uur/jaar)

Emissiefactor NOx (g/uur)

Emissiefactor NH3 (g/uur)

Emissie NOx (kg/jaar)

Emissie NH3 (kg/jaar)

15

3,75

58,5348

0,7272

0,2

0,00

middelzwaar vrachtverkeer

Koude start Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief veel meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor (rijdend verkeer emissie). Om hiervan de emissies te berekenen is conservatief aangenomen dat bij ieder voertuig uit de categorie ‘licht verkeer’ sprake is van een koude start. De lichte voertuigen arriveren op de locatie en staan hier langer dan 2 uur stil. In het geval van het (bouw)personeel betekent dit bijvoorbeeld een werkdag van 8 uur. Bij het vertrek is de motor afgekoeld, wat leidt tot een hogere emissie bij de start van de motor. De categorie ‘middelzwaar vrachtverkeer’ is niet meegenomen in de berekening van de koude start, aangezien deze voertuigen niet langer dan 2 uur aanwezig zijn op de projectlocatie en de emissies hiervan reeds meegenomen zijn onder stationair draaien. De koude start wordt in AERIUS Calculator gemodelleerd onder vlakbron 2 ‘Verkeer Koude start: overig’. De berekening is opgenomen in tabel 3.3.

Tabel 3.3 Koude starts bij aanlegfase tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot Categorie

Aantal koude starts/jaar

licht verkeer

Emissie NH3 (kg/jaar)

0,2

0,03

600

totale emissie

3.2

Emissie NOx (kg/jaar)

Gebruiksfase

In de beoogde gebruiksfase komen er stikstofemissies vrij van verkeer en stookinstallaties. Het pand van de tijdelijke opvanglocatie wordt verwarmd door middel van een CV-installatie.

3.2.1

Wegverkeer

Tijdens de beoogde situatie vinden stikstofemissies plaats door verkeersbewegingen van en naar de tijdelijke opvang. In tabel 3.4 is het aantal vervoerbewegingen (per jaar) weergegeven. De vervoersbewegingen zijn gebaseerd op gegevens van soortgelijke opvanglocaties en afgestemd met het COA. De bewoners beschikken niet over een auto. De vervoersbewegingen bestaan onder andere uit de bewegingen van personeel, bezoekers, leveranciers, onderhoud en de vuilophaaldienst. De onderstaande tabel geeft per voertuigcategorie het aantal vervoersbewegingen (heen en weer) en de stikstofemissie voor de beoogde situatie weer. De volgende voertuigaantallen zijn daarbij gehanteerd; - licht verkeer (personeel, bezoekers, ondersteunde diensten): maximaal 22 voertuigen per dag; - middelzwaar vrachtverkeer (vuilnis, leveranciers): maximaal 4 voertuigen per week; - zwaar vrachtverkeer (leveranciers): maximaal 1 voertuig per week.

6|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

De verkeersbewegingen zijn in de AERIUS Calculator gemodelleerd als lijnbron 3 ‘Wegverkeer - Binnen de bebouwde kom (doorstromend)’. Om de emissies te berekenen van de vervoersbewegingen in de gebruiksfase zijn dezelfde rekenmethodiek en modellering gehanteerd als in de aanlegfase (zie paragraaf 3.1.1).

Tabel 3.4 Vervoersbewegingen - gebruik tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot Categorie

Aantal voertuigen/jaar

Aantal vervoersbewegingen/jaar

licht verkeer

8.030

16.060

middelzwaar vrachtverkeer

208

416

zwaar vrachtverkeer

52

104

Emissie NOx (kg/jaar)

Emissie NH3 (kg/jaar)

0,9

0,03

totale emissie

Stationair draaien Bij de bezoekende vrachtwagens is sprake van stationair draaien. Om deze emissie te berekenen, is aangenomen dat iedere vrachtwagen gedurende de laad- en/of lostijd 10 minuten stationair draait met een NOx-/NH3- emissiefactor voor middelzwaar- en zwaar vrachtverkeer, type stad stagnerend voor het jaar 20261. Door aan te sluiten bij de emissiefactoren NOx en NH3 uit bijlage 1 van de Instructie Gegevensinvoer AERIUS2 resulteert dit de totale emissies weergegeven in tabel 3.5. De berekening is opgenomen in onderstaande tabel. In AERIUS Calculator is de berekende emissie aan vlakbron 4 ‘Anders’ van de berekening toegekend. Hierbij is een temporele variatie ‘continue emissie’, een uittreedhoogte van 0 m en een warmte-inhoud van 0 MW meegegeven.

Tabel 3.5 Emissies laden/lossen stationair draaien van vrachtwagens beoogde gebruiksfase tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot Categorie

Totaal aantal vrachtwagens (jaar)

Totaal aantal uur stationair draaien (uur/jaar)

Emissiefactor NOx (g/uur)

Emissiefactor NH3 (g/uur)

Emissie NOx (kg/jaar)

Emissie NH3 (kg/jaar)

middelzwaar vrachtverkeer

208

35

58,5348

0,7272

2,0

0,03

zwaar vrachtverkeer

52

9

74,06088

0,99312

0,6

0,01

2,7*

0,03*

totale emissie * Door afronding van de emissies ontstaan er mogelijk kleine afwijkingen in het totaal.

Koude start Om de emissies te berekenen van de koude start in de gebruiksfase zijn dezelfde uitgangspunten en modelering gehanteerd als in de aanlegfase (zie paragraaf 3.1.1). De koude start is in AERIUS Calculator gemodelleerd onder vlakbron 5 ‘Verkeer - koude start: overig’. De berekening is opgenomen in tabel 3.6.

1

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025.1, d.d. oktober 2025, versie 1, bijlage 1, bladzijde 71.

2

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025.1, d.d. oktober 2025, versie 1.

7|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

De categorieën ‘middelzwaar vrachtverkeer’ en ‘zwaar vrachtverkeer’ zijn niet meegenomen in de berekening van de koude start, aangezien deze voertuigen niet langer dan 2 uur aanwezig zijn op de projectlocatie en de emissies hiervan reeds meegenomen zijn onder stationair draaien.

Tabel 3.6 Koude starts beoogde gebruiksfase tijdelijke opvanglocatie Berkel-Enschot Categorie

Aantal koude starts/ jaar

licht verkeer

Emissie NOx (kg/jaar)

Emissie NH3 (kg/jaar)

2,1

0,3

8.030

totale emissie

3.2.2

Stookinstallaties

Tijdens de beoogde situatie is een CV-installatie in bedrijf op de tijdelijke opvanglocatie. Het gaat hierbij om één reeds aanwezige CV-ketel op de projectlocatie met een vermogen van 100 kW. Het gebruik en dus verbruik van de ketel is aangegeven en aangeleverd door de opdrachtgever. Het jaarlijkse gasverbruik bedraagt 42.546 m3. Bij het verbruiken van aardgas komt stikstof (NOx) vrij. Volgens de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator1 geeft 1 m3 aardgas een rookgasvolume van 9 Nm3. Daarbij is al gecorrigeerd voor een zuurstof overmaat van 3 %. De concentratie NOx bedraagt 70 mg/Nm3 (droog rookgas bij 3 % zuurstof). Met deze gegevens kan de jaaremissie NOx van de ketel worden berekend: - gasverbruik (in m3) * 9 * 70/1.000.000 = emissie NOx kg/jaar. Bij een jaarlijks gasverbruik van 60.000 m3 wordt onderstaande emissie berekend: - 58.038 * 9 * 70/1.000.000 = 36,6 NOx kg/jaar. De emissie van de stookinstallatie is gemodelleerd als puntbron 6 ‘Wonen en werken - Woningen’ met een uittreedhoogte van 8 meter en een warmte-inhoud van 0,01 MW. In tabel 3.7 is het overzicht van de ketel weergegeven.

Tabel 3.7 Emissie CV-installatie - beoogde situatie tijdelijke opvang Berkel-Enschot Bronnummer AERIUS

Type CV-ketel (locatie)

6

ElcoThision L Plus

3.2.3

Stuks

Vermogen (kW)

NOx-vracht (NO2 kg/jaar) per ketel

Totale NOx-vracht (NO2 kg/jaar)

1

100

36,6

36,6

Gebouwinvloed

Vanwege de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ zou sprake kunnen zijn van gebouwinvloed dit wordt in het volgende hoofdstuk geanalyseerd. Er is sprake van gebouwinvloeden als aan alle volgende criteria wordt voldaan: 1 de bron wordt gemodelleerd als een stationaire puntbron; 2 de puntbron staat op een dominant gebouw, of dichtbij een of meerdere dominante gebouwen. Een dominant gebouw is een gebouw dat een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving; 3 de hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw;

1

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, d.d. oktober 2025, versie 1.

8|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

4 5

het emissie punt ligt op minder dan 3 km van een Natura 2000-gebied; de afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 km.

De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuurgebied is minder dan 3 km (criteria 4 en 5). De puntbron (stookinstallatie) staat op een dominant gebouw (criteria 1 en 2). De hoogte van het gebouw kan niet bepaald middels het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) hierom is voor het gebouw 16 meter aangehouden. Voor de contouren is het hoofdgebouw aangehouden.

3.3

Rekenmodel

De stikstofdepositieberekeningen zijn met het wettelijke rekeninstrument AERIUS Calculator versie 2025.2 uitgevoerd. De rekenmethode is in beheer van het RIVM. AERIUS berekent de bijdrage aan de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) op alle stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden en geeft weer waar deze bijdragen meer dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Bij het beoordelen van een stikstofdepositie onderzoek gaat het bevoegd gezag uit van de meest recente versie van AERIUS, zoals beschikbaar op www.aerius.nl. AERIUS versie 2025.2 is op het moment van schrijven van dit rapport de meest actuele versie.

4

RESULTATEN EN CONCLUSIE

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is voornemens om aan de Bosscheweg 11 te Berkel-Enschot een tijdelijke opvanglocatie met maximaal 150 opvangplekken te realiseren voor een periode van maximaal 2,5 jaar. Witteveen+Bos heeft in dit kader, in opdracht van het COA, een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd naar de aanlegfase en gebruiksfase van de tijdelijke opvang. Op grond van de in hoofdstuk 3 beschreven uitgangspunten is er met AERIUS Calculator een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase (bijlage I). Hieruit blijkt geen projecteffect (stikstofdepositie toename) van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden. Daarnaast blijkt er ook geen projecteffect op de omliggende Belgische Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km van de projectlocatie. Op grond van bovenstaande resultaten zijn significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden tijdens de aanlegfase en gebruiksfase op voorhand uit te sluiten. Hiermee wordt geconcludeerd dat voor de beoogde aanleg en het beoogde gebruik van de gebouwen geen vergunningplicht geldt voor de bescherming van Natura 2000 in het kader van de Omgevingswet.

9|9

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Definitief 04

I BIJLAGE: AERIUS - AANLEG- EN GEBRUIKSFASE

Witteveen+Bos | 148874/26-002.068 | Bijlage I | Definitief 04

III BIJLAGE: PARTICIPATIEVERSLAG

Witteveen+Bos | 148874/26-002.069 | Bijlage III | Definitief 03

Verslag Participatiebijeenkomst Omgevingsvergunning Omwonendenoverleg en Participatiebijeenkomst Hotel de Druiventros 15-04-2025 / 19.00 tot 20.30 uur Hotel de Druiventros, Bosscheweg 11 te Berkel-Enschot Omwonenden hotel Vastgoedregisseur bestuurlijk COA Vastgoedregisseur ontwikkeling (nood) COA Projectleider capaciteit opvang & begeleiding COA -

Aanleiding voor participatiebijeenkomst en -verslag Het COA en de gemeente Tilburg hebben afspraken gemaakt over de periode na 30 juni 2025 in Hotel de Druiventros. De gemeente Tilburg en het COA zullen het gebruik van het hotel voortzetten voor het gebruik voor de opvang van vluchtelingen. De 150 plekken die het hotel beschikbaar stelt voor het COA zullen, met de nodige aanpassingen, worden gebruikt tot 1-1-2028. Om gebruik te maken van de locatie door het COA zal het COA een vergunning aanvragen en worden de omwonenden geïnformeerd. Hierdoor is er een bijeenkomst op locatie georganiseerd. Welke vergunning(en) gaat het COA aanvragen? Het gaat om een Tijdelijke Omgevingsvergunning voor het voortzetten van het gebruik van de bestaande locatie. Genodigden & aanwezigen Direct belanghebbenden zijn aangeschreven en uitgenodigd voor de bijeenkomst, naast vertegenwoordigers van de gemeente Tilburg. De direct belanghebbenden kwamen naar de bijeenkomst. Aanwezigen namens COA: vastgoedregisseurs capaciteit opvang en begeleiding

en

, en projectleider

.

Reacties van aanwezigen en antwoorden COA De omgevingsdialoog is gepland als een inloopbijeenkomst. De inloopbijeenkomst verliep gemoedelijk. Reacties omwonenden 1. Bewoners hebben hun tevredenheid geuit over de opvanglocatie in het hotel en dat het allemaal erg goed verloopt. 2. Bewoners hebben vragen gesteld over wat de verandering zal zijn na 1-7-2025. 3. Een enkele bewoner heeft haar zorgen geuit over het speelveldje aan de achterzijde van het pand, achter de parkeerplaatsen. Ze vindt dit onveilig. Antwoorden COA De vastgoedregisseurs van het COA noemt de belangrijkste aandachtspunten: 1. Het COA ervaart een goede sfeer in de omgang met de opvanglocatie in Hotel de Druiventros. Wij zijn de omwonenden erg dankbaar voor hun betrokkenheid bij de locatie.

2. Het COA zal een omgevingsvergunning aanvragen voor de periode na 1-7-2025, voor een periode tot maximaal 1-1-2028. 3. Het COA zal aanpassingen verrichten voor de veiligheid, zoals ook het speelveldje voor de kinderen op de parkeerplaats. Er wordt gezocht naar een passende oplossing hiervoor. Afspraken 1. Het COA zal het speelveldje verplaatsen naar een andere plek op locatie, waar de kinderen veilig kunnen spelen en de parkeerplaatsen veilig bereikbaar blijven. 2. We spreken af dat COA en omwonenden elkaar blijven opzoeken in het belang van een goede verstandhouding. COA neemt contact op met de gemeente naar aanleiding van de opmerkingen over de gemeente door omwonenden. Algemene terugblik op de bijeenkomst door COA De bijeenkomst is in goede orde verlopen. Er was een kleine groep mensen aanwezig, voornamelijk om hun tevredenheid te uiten over de huidige opvanglocatie. Uit de gesprekken bleek dat de omwonenden sterk betrokken zijn bij de locatie en oprechte interesse tonen in de toekomstige ontwikkelingen. Tijdens de bijeenkomst werden er met name vragen gesteld over de veranderingen die na 1 juli 2025 zullen plaatsvinden. Enkele aanwezigen gaven aan dat zij meer informatie hierover hadden verwacht. Desondanks werd de huidige gang van zaken met betrekking tot de opvanglocatie over het algemeen als positief ervaren.

Daarnaast werd er door een bewoner een waardevolle suggestie gedaan met betrekking tot het speelveld aan de achterzijde van het pand. Deze observatie is ook door het COA opgemerkt. Er wordt momenteel gewerkt aan een passende oplossing om deze kwestie op een zorgvuldige wijze aan te pakken. Opmerking: in openbare verslagen nemen wij geen namen op.

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16911409/1