CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Evaluatie Roadmap 2.0

Raadsvergadering 20 oktober 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Routekaart 3.0 naar een duurzame gebouwenexploitatie2.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 bij raadsvoorstel ‘Evaluatie uitvoering Roadmap 2.0 ‘naar een duurzame gebouwenexploitatie’’ Inleiding Op 21 september 2020 heeft uw raad tot de (verdere) verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed besloten door het vaststellen van Roadmap ‘Naar een duurzame gebouwenexploitatie’ 2.0 (verder: Roadmap 2.0). De ambitie was om toe te werken naar gebouwen die klimaatneutraal zijn door nul op de meter (zover haalbaar en betaalbaar), gebouwen die circulair zijn door het verlagen van de milieu-impact, het bouwen met materialen met verantwoorde herkomst en het verminderen van afval door middel van hergebruik en gebouwen die klimaatadaptief zijn door het creëren van prettige en gezonde gebouwen, waarbij overlast als gevolg van klimaatverandering tot een minimum beperkt is. In het besluit zijn de volgende uitvoeringsmaatregelen opgenomen: 1. 15 gebouwen verduurzamen in 5 jaar (2021-2025), uitgangspunt meeste CO₂-besparing per geïnvesteerde euro en 10% van budget energiemaatregelen voor investeringen in circulariteit en klimaatadaptatie 2. Bij de Schouwburg een ambitieuze invulling voor klimaatadaptieve maatregelen en bij De Nieuwe Vorst een ambitieuze invulling op gebied van circulariteit 3. Zonnepanelen op gebouwen waar die nog niet liggen 4. Onderzoek renovatie/nieuwbouw 6 gymzalen en 2 sporthallen 5.

Warmtevisie om te zijner tijd tot gasloze gebouwen te komen Het verwachte investeringsbudget bedroeg circa € 11 miljoen Dekking van de investering bestond uit: split incentive met de huurder (huurder levert 90% van zijn voordeel op de energierekening in als bijdrage), Elena en Dumava subsidies en circa € 250.000 door de raad beschikbaar gestelde onrendabele top. In 2022 hebben we tussentijds de duurzaamheidsaanpak geëvalueerd en de raad tijdens een koffiekamerbijeenkomst geïnformeerd. In 2024 hebben we de aanpak en resultaten geëvalueerd, zoals deze zijn vastgesteld in het besluit van 21 september 2020. De uitkomsten van die evaluatie worden hieronder toegelicht. Ad 1: 15 gebouwen in 5 jaar verduurzamen Na besluitvorming bij de programmabegroting 2021 over het voor de Roadmap 2.0 benodigde budget, is in gestart met aanbesteding van de werkzaamheden. Gekozen is voor het werken met bouwteams, waarin een elektrotechnisch, een werktuigbouwkundig en een bouwkundige aannemer zijn geselecteerd die samen met de adviseurs het team vormen. In 2021 is het bouwteam gestart met de engineering (uitwerking) van de in de Roadmap 2.0 voorgestelde verduurzamingsmaatregelen. Per gebouw is vervolgens een business case gemaakt. Onderdeel van de business case is ook de afspraak met de huurder over de split incentive.

Dat betekent dat de huurder 90% van de berekende jaarlijkse besparing op energiekosten aan de gemeente betaalt ter dekking van de investering, 10% van de besparing komt ten gunste van de huurder. Afspraken worden vastgelegd in een aanvulling op de huurovereenkomst. Gedurende de uitvoering zijn er enkele wijzigingen in de selectie van gebouwen aangebracht: • Het kantoorgebouw van het BAT is afgevallen, in verband met onderzoek naar, en inmiddels goedgekeurde, nieuwbouw van het gebouw • De Ireen Wüst ijsbaan is on hold gezet, in verband met de vraag naar uitbreiding van de ijscapaciteit, datzelfde geldt voor het DOC-T in verband met onderzoek naar de toekomst • Er zijn 3 gebouwen toegevoegd: het IJssportcentrum, sporthal Dongewijkdreef en sporthal & zwembad Reeshof. Deze gebouwen hadden omvangrijk onderhoud nodig, dit was meteen een kans om de verduurzaming te versnellen. Bij de volgende gebouwen zijn de geplande verduurzamingsmaatregelen afgerond: wijkcentrum De Nieuwe Stede, recreatiebad Stappegoor, IJssportcentrum Tilburg en Popcentrum 013. In 2025 worden de volgende gebouwen afgerond: Schouwburg Tilburg, Concertzaal, De Nieuwe Vorst, Natuurmuseum, Reeshof sporthal, horeca en fitness, MFA De Poorten, R-Newt, Sporthal Dongewijk en wijkcentrum De Baselaer. In 2026 worden dan nog afgerond: Factorium, Regionaal archief en zwembad Reeshof

Bij de uitvoering van de Roadmap 2.0 is de focus gelegd op energiemaatregelen. Voor het thema energie zijn 15 maatregelen geformuleerd en zijn per gebouw de relevante maatregelen geselecteerd om de energetische doelstellingen te bereiken. Hierbij is geprioriteerd op basis van zoveel mogelijk CO₂-besparing op gebouwniveau per geïnvesteerde euro. Daarnaast is naar het meerjaren onderhoudsplan gekeken, waardoor vervroegde en hoge afschrijvingen beperkt blijven. Concreet betekent dit dat gasketels waar mogelijk worden vervangen door een warmtepomp. Tegenover de reductie van het gasverbruik door vervanging van gas verwarmingsketels door (hybride) warmtepompen, staat een substantiële stijging van het elektriciteitsverbruik. De lagere elektriciteitsprijs levert per saldo een kostenbesparing op en bij opwek c.q. inkoop van groene stroom wordt ook bijgedragen aan de doelstelling de CO₂ uitstoot te reduceren. Om de energiebesparende maatregelen te meten, monitoren we het energieverbruik met behulp van (slimme) energiemeters. Monitoring op basis van verbruik wordt verbeterd. Een GBS (gebouw beheer systeem) is nog niet voor alle gebouwen beschikbaar en bij panden waar het verbruik verandert (bv extra openstellingsuren, toevoegen van extra apparatuur) is het moeilijk de juiste dingen te meten en te vergelijken.

Het is met het beperkt aantal opgeleverde projecten nog te vroeg om aan te geven of de geprognotiseerde energiereductie en de doelstelling van 2% per jaar wordt gehaald. Verdere bevindingen tijdens het traject: • De gefaseerde aanpak en afstemming op het meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP) werkt goed, maar de gevolgen voor het onderhoud van duurzaamheidskeuzes maken nog onvoldoende onderdeel uit van de business case • Er gaat tijd verloren met actualiseren van gegevens, zoals tekenwerk, energieverbruik e.d. De benodigde gegevens verschillen van kwaliteit, gaan soms ver in de tijd terug of zijn niet meer aanwezig. • De bij aanvang van het ontwerptraject opgestelde business case geeft in vroeg stadium inzicht in kosten, baten, onrendabele deel en terugverdientijd. Indien opdrachtverstrekking voor uitvoering op zich laat wachten, geeft dit met sterk fluctuerende marktprijzen onzekerheid op de verwachte kosten en baten en leidt tot een hogere post onvoorziene kosten. In de periode van Roadmap 2.0 hadden de coronacrisis en de Oekraïnecrisis veel invloed op kosten en baten.

• Een business case gebaseerd op een ontwerptraject leverde eveneens het risico op dat bij de vervolgfase van engineering en verdere uitwerking er andere keuzes gemaakt moeten worden, die invloed hebben op de business case en de te realiseren CO₂-besparing • Huurderswensen/functionele verbeteringen komen gedurende het ontwerpproces pas in beeld. Als we die willen honoreren, vraagt dit om dekking van deze kosten en leidt tot vertraging in tijd. • Het bespreken van de split incentive met de huurder kost veel tijd en vraagt om goed verwachtingenmanagement ten aanzien van het werkelijke resultaat. Er wordt, ongeacht het jaar waarin een gebouw aan de beurt is, gerekend met de energieprijzen van 2022 voor het bepalen van de business case zou. In de toekomst zou ervoor gekozen kunnen worden om per jaar te bepalen met welke energieprijzen worden gerekend. • De Dumava subsidie is cruciaal om een business case rond te krijgen. Het is belangrijk om direct op de openingsdatum van de jaarlijkse subsidietranche onze aanvragen (uitgewerkte business case) te doen, zodat er voldoende budget in de pot zit. Bij een afwijzing voor een gebouw, kan het jaar erna weer dezelfde aanvraag worden gedaan en dit kan voor ons reden zijn om de verduurzaming uit te stellen.

• Kijkend naar de belangrijkste ambities van Roadmap 2.0, te weten CO₂-besparing, bevorderen circulariteit en klimaatadaptatie, zien we dat het moeilijk is om de resultaten goed te kunnen meten. Dit komt enerzijds doordat doelstellingen niet meetbaar zijn geformuleerd en anderzijds door het ontbreken van goed instrumentarium om te kunnen meten. • Bij CO₂-besparing missen we bijv. het instrumentarium om permanent te monitoren op CO₂ mutaties als gevolg van gewijzigd gebruik, aanpassingen in installaties etc. Daarnaast is er nog geen energiemanagementsysteem actief, dat ervoor zorgt dat installaties na verduurzaming optimaal blijven functioneren. Op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie zijn maatregelen getroffen, zoals het aanbrengen van citumen dakbedekking, circulaire/biobased (dak)isolatie, reviseren en hergebruik van bestaande materialen en systemen, aanbrengen van groen (sedum)dak, gevelgroen,

regenwateropvangsysteem, insectenhotels, verblijfplaatsen voor gierzwaluw, huismus en vleermuis. Of dit voldoende bijdraagt aan de doelstelling is lastig te duiden.

Uit de evaluatie nemen we de volgende lessen mee naar Routekaart 3.0: dat we de tijd tussen start van een project en realisatie van de werkzaamheden zo kort mogelijk houden, in verband met het feit dat kansen (bijv. toekenning Dumava subsidies, nieuwe technieken, hogere energieprijzen) en bedreigingen (bijv. netcongestie, prijsstijgingen van arbeid en materialen) op het gebied van verduurzaming erg kunnen fluctueren. Dat we voorafgaand aan het starten van het verduurzamingstraject bij een gebouw binnen Routekaart 3.0, helderheid moeten hebben over huurderswensen/functionele verbeteringen en dekking voor die kosten Dat we projecten eerst uitontwerpen tot een definitief ontwerp/technisch ontwerp en onze business case daarop baseren Dat we de split incentive met de huurder afspreken op basis van dat definitieve ontwerp en de daarbij horende CO₂-/energiebesparingen Dat we doelstellingen onder Routekaart 3.0 zoveel mogelijk meetbaar definiëren en indien dat niet mogelijk is, goed registreren wat we aan maatregelen treffen. Dat een goed monitoringsinstrumentarium en een data-analist cruciaal is om te borgen dat de CO₂/energiebesparing behouden blijft en dat we over onze meetbare doelstellingen kunnen rapporteren.

Ad 2: Ambitieuze projecten bij Schouwburg en De Nieuwe Vorst Het extra budget om circulariteit/klimaat adaptief door te voeren is bij de schouwburg ingezet voor Citumen dakbedekking, circulaire dakisolatie, reviseren van luchtbehandelingskasten in plaats van vernieuwen, hergebruik van luchtkanalen en het aanbrengen van een groen dak op de entree. Bij De Nieuwe Vorst zijn biobased isolatiemateriaal, een groen dak op de nieuwe uitbouw en huismuskasten voorzien. Ad 3: Zonnepanelen Bij diverse P&C producties is reeds aangegeven dat het plaatsen van (extra) zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen vertraging oploopt, doordat er teveel onzekerheid is over de terugleveringsmogelijkheden, we niet boven het gecontracteerde vermogen mogen uitkomen (vanwege de netcongestie) en vanwege de impact van zonnepanelen op het thema circulariteit. Constructief zijn de gebouwen wel alvast getoetst op geschiktheid voor plaatsen van zonnepanelen. Inmiddels is duidelijk dat energie-opwekking met zonnepanelen als een van de opwekmogelijkheden moet worden beschouwd en niet meer als prioritair middel. Het alleen plaatsen van zonnepanelen zonder dat het gebouw ook verduurzaamd wordt, raden wij daarom af.

Ad 4: Onderzoek (ver)nieuwbouw 6 gymzalen en 2 sporthallen In het kader van het Meerjaren Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs is aangegeven welke gymzalen voor renovatie/nieuwbouw in aanmerking komen. Wij volgen voor de gymzalen in gemeentelijk bezit, die keuzes. Nieuwbouw heeft reeds plaatsgevonden voor de gymzaal aan de Sibeliusstraat (nu Belaveld) en is bezig voor de gymzaal aan de Bergeijkstraat. Het onderzoek naar (ver)nieuwbouw van sporthal De Blaak en sporthal ’t Ruiven vindt in 2025 plaats. Ad 5 Warmtevisie We sluiten aan bij de visies die er voor de stad zijn gemaakt, waarbij we in wijken waar we veel bezit hebben participeren in wijkgerichte oplossingen. Kosten en dekking Op 21 september 2020 is de Roadmap “Naar een duurzame gebouwenexploitatie 2.0” vastgesteld waarbij u in eerste instantie een investeringskredietheeft goedgekeurd van € 7,45 miljoen voor het verduurzamen van 15 gebouwen en € 3,15 miljoen voor het leggen van zonnepanelen op de resterende lege daken van het gemeentelijke vastgoed. Het krediet voor de verduurzaming van gebouwen is meerdere malen verhoogd bij verschillende P&Cproducties, te weten Najaarsbijstelling 2022 en 2023 en Tussenrapportage 2024 tot circa € 15,65 miljoen en bij de programmabegroting 2026 zal worden voorgesteld om het met € 6 mln te verhogen tot € 21,65 mln.

Daarnaast kan er naar verwachting nog een bedrag van ruim € 2 mln uit het reeds vastgestelde budget van het meerjarenonderhoudsplan worden overgedragen om te komen tot een totale verduurzamingsinvestering van circa € 24 mln. De reden van deze kredietverhogingen is drieledig: 1. Er zijn slimme combinaties gemaakt tussen planmatig onderhoud en verduurzamen, waardoor regulier onderhoudsbudget kon worden ingezet voor verdere verduurzaming. 2. De energieprijzen tussen begin 2020 en eind 2021 zijn sterk gestegen en kon er dus meer rendabel geïnvesteerd worden. 3. Daarnaast is er tot nu toe voor circa € 3,3 miljoen aan rijkssubsidies ontvangen ten behoeve van de Roadmap-projecten. Bij de programmabegroting 2021 zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor het onrendabele deel van de verduurzamingsinvesteringen onder de Roadmap 2.0, welke oplopen naar structureel € 296.000 per jaar. Bij de programmabegroting 2025 is gebleken dat dit structurele bedrag op dat moment ruimte over had en is er € 150.000 als ruimtescheppende maatregel ingeleverd. Uitvoering Een projectorganisatie met beperkte interne capaciteit en veel externe betrokkenheid (projectleider, bouwteams) is kwetsbaar voor de continuïteit. Een vast intern projectteam is noodzakelijk om de steeds groter wordende duurzaamheidsopgave én de afstemming met brede beleidsdoelen adequaat vorm te kunnen geven.

Het werken met bouwteams heeft voordelen als het gaat om van elkaar kunnen leren, het heeft als nadeel dat het te lang duurt om keuzes te maken, omdat er met veel partijen wordt gewerkt aan de ontwerpopgave. De opdrachtgevende rol/regierol moet vanuit de gemeente sterker worden belegd én projecten moeten tot een Definitief Ontwerp worden uitgewerkt voordat er bestuurlijke besluitvorming over plaatsvindt. Dat vraagt om meer capaciteit in eigen huis, zoals een technisch adviseur en bouwmanager. Het kunnen vinden en behouden van voldoende personeel, zowel intern als extern, blijft een uitdaging. Het vertrek van de externe projectleider, die leiding gaf aan de bouwteams, heeft geleid tot behoorlijke vertraging maar ook tot kennisverlies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15897989/3