CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Concept NRD De Baars

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel wensen en bedenkingen NRD Energiehub De Baars11.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Risicovolle installaties

Voor risicorelevante bedrijfsactiviteiten en risicovolle installaties zijn de werpafstanden van de wiek in het geval van bladbreuk van belang. Bladbreuk kan optreden op het moment dat de windturbine nominaal draait (onder normale omstandigheden), maar ook als de windturbine op overtoeren draait. Dit laatste gebeurt echter bijna nooit meer, vanwege de structurele veiligheidsmaatregelen die bij moderne windturbines worden toegepast. De werpafstand bij overtoeren is het grootste gebied waarbinnen een windturbine in theorie invloed kan hebben heeft op de externe veiligheid. Binnen dit gebied zullen de alternatieven beoordeeld worden op aanwezige risicovolle installaties. 3.4.2.4

IJsafworp en ijsafval

Als gevolg van ijsafzetting op delen van de windturbine kan ijsafworp plaatsvinden, als het ijs van de draaiende rotor loskomt. Daarnaast kan ijsafval plaatsvinden, als het ijs loskomt van een stilstaande rotor of overige stilstaande delen van de windturbine. Het gebied waarbinnen ijsafworp veiligheidsrisico’s tot gevolg heeft is groot, terwijl ijsafval voornamelijk risico’s vormt voor het gebied onder de rotor van de windturbine.

3.4.3

Landschap Windparken hebben impact op de beleving van het landschap. Windturbines kunnen nieuwe kwaliteiten toevoegen, maar bestaande kwaliteiten kunnen ook worden aangetast. Visualisaties van de alternatieven kunnen dienen als ondersteunend middel om de beoordeling uit te voeren.

41

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

3.4.3.1

Landschappelijke waarden

Effecten op de landschappelijke waarden worden beoordeeld aan de hand van de locatie van de windturbines en het landschapstype waarin deze is geprojecteerd. Elk landschapstype kent zijn eigen kenmerken en kwaliteiten, daarom is het van belang om dit specifiek per landschapstype te beoordelen. Voorbeelden van deze waarden zijn de openheid en mate van stedelijkheid. Bij de beschrijving van de landschappelijke waarden wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beschikbaar provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.4.3.2

Effect op landschappelijke structuren

Effecten op landschappelijke structuren worden beoordeeld aan de hand van de locatie van de windturbines ten opzichte van aanwezige grootschalige landschappelijke structuren. Beoordeeld wordt of het windpark aansluit bij (parallel loopt aan) de landschappelijke structuren op macroniveau. Aanname is dat windturbines alleen op macroniveau een relatie aangaan met het landschap. In het geval van De Baars zijn de A65 en de hoogspanningsleiding waar een windpark in lijnopstellingen een koppeling mee kan maken. De visualisaties geven de mogelijke koppeling weer. 3.4.3.3

Visuele interferentie met bestaande windturbines en/of hoogspanningstracés

Voor elk alternatief wordt beoordeeld in hoeverre sprake is van interferentie met bestaande windparken en hoogspanningsverbindingen. De ondersteunende visualisaties worden vanuit herkenbare locaties zoals recreatieroutes, snelwegen en randen van dorpen geplaatst zodat zichtbaar wordt hoe hinderlijk de visuele interferentie in de werkelijkheid kan zijn.

3.4.4

Cultuurhistorie & Archeologie

3.4.4.1

Ligging ten opzichte van cultuurhistorische gebieden en objecten

De Cultuurhistorische waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant bevat de waardevolle cultuurhistorische gebieden. In de provincie Noord-Brabant zijn cultuurhistorische gebieden te vinden die een bepaalde bescherming genieten. Zo ligt er rondom de Baars bijvoorbeeld Industriële complexen, kloosters, landgoederen en militaire complexen zijn kenmerkend voor Brabant. De alternatieven worden op de ligging ten opzichte van deze cultuurhistorische elementen.

3.4.5

Ecologie De realisatie van een windpark kan effecten op beschermde natuurgebieden, soorten en aanwezige natuurwaarden hebben. Voor het aspect ecologie wordt onderscheid gemaakt tussen effecten op gebieden (onderdeel gebiedsbescherming) en effecten op beschermde soorten (onderdeel soortenbescherming).

42

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

3.4.5.1

Gebiedsbescherming

Natura 2000-gebieden Het onderdeel gebiedsbescherming geeft invulling aan de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en in stand houden van bijzondere gebieden in Nederland. Deze gebieden worden gezamenlijk aangeduid als Natura 2000-gebieden. Op basis van artikel 5.1 lid 1 sub e Ow is het verboden zonder vergunning (van Gedeputeerde Staten) een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante effecten kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Een project kan verstoring veroorzaken door o.a. werkzaamheden, maar ook de mate van stikstofdepositie tijdens de aanlegfase valt onder deze effecten. Het neerslaan van stikstof in stikstofgevoelige gebieden (per definitie Natura-2000 gebieden) kan gevolgen hebben voor de natuurlijke waarden van het gebied. Zie Figuur 15 voor de Natura 2000-gebieden nabij De Baars. In het kader van het OER wordt geen passende beoordeling uitgevoerd. Daarvoor zijn de activiteiten in het OER onvoldoende concreet. De alternatieven dienen namelijk primair voor de onderlinge vergelijking van alternatieven.

Ten tijde van de voorbereiding van besluitvorming over een concreet project moet worden beoordeeld of met een zogeheten voortoets kan worden volstaan of dat een passende beoordeling nodig is. Figuur 16

Begrenzing NNN gebieden en Natura2000-gebieden

43

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

3.4.5.2

Soortenbescherming

Behalve naar het onderdeel gebiedsbescherming wordt ook gekeken naar het onderdeel soortenbescherming. Windturbines kunnen namelijk effecten op beschermde dier- en plantensoorten hebben. In dit OER worden voor dit onderdeel uitsluitend effecten in de gebruiksfase beoordeeld. Beschermde soorten kunnen effecten van windturbines ondervinden door o.a. verlies van leefgebied, afname van de kwaliteit van het leefgebied (verstoring), barrièrewerking, vermijding of door sterfte als gevolg van aanvaringen met de rotorbladen. Windturbines kunnen leiden tot aanvaringsslachtoffers of barotrauma bij met name vogels en vleermuizen. In het Bal is vastgelegd dat het opzettelijk doden of verstoren van beschermde soorten en het vernielen of beschadigen van voortplantingsen rustplaatsen niet is toegestaan (art. 11.37, art. 11.46 en art. 11.54) Hierbij dient te worden opgemerkt dat volgens de Europese en nationale jurisprudentie onder ‘opzet’ ook voorwaardelijke opzet moet worden verstaan. Dit betekent dat het niet alleen gaat om het moedwillig doden van dieren (dit zal nooit de bedoeling zijn van een exploitant van een windturbinepark), maar dat het verbod ook wordt overtreden als redelijkerwijs voorzien kan worden dat er dieren worden gedood.

Gelet op het feit dat alle van nature in het wild voorkomende soorten vogels en vleermuizen beschermd zijn en deze soortgroepen vrijwel overal voorkomen kan er, redelijkerwijs, van worden uitgegaan dat er bij elk windturbinepark sprake zal zijn van het opzettelijk doden in de zin van het Bal en dat er altijd een vergunning noodzakelijk is. Voor welke soorten dieren dit het geval is moet met gericht ecologisch onderzoek worden vastgesteld. In het kader van de vergunningsaanvraag wordt onderzocht onder welke soorten slachtoffers voorzienbaar zijn, om welke aantallen het gaat en of de gunstige staat van instandhouding (SvI) van de soort in het geding is. Toetsing aan de SvI past niet bij het detailniveau van een OER maar maakt wel deel uit van ecologisch onderzoek in het kader van besluitvorming over concrete projecten.

3.4.6

Energie Wanneer windturbines elektriciteit produceren, wordt op dat moment de behoefte aan ‘grijze’ stroom door kolen- en (vooral) gascentrales gereduceerd. Hierdoor wordt de uitstoot van CO 2, fijnstof en emissies van overige luchtverontreinigende stoffen verminderd. De vervanging van fossiele brandstoffen en beperking van vervuiling is de reden waarom voor het beoordelingscriterium energieproductie (beperkt) positieve beoordelingen worden gehanteerd. Een grotere windturbine heeft een grotere energieopbrengst, omdat het vermogen groter is, en omdat grotere en hogere windturbines meer- en hardere wind opvangen. Ieder alternatief bestaat uit een bepaald aantal windturbines van het grote of het kleine type. Voor deze alternatieven wordt een berekening gemaakt van de energieopbrengst aan de hand van langjarige meteogegevens en de powercurve van de referentieturbines. Een powercurve beschrijft de elektriciteitsproductie per windsnelheid.

44

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

3.4.7

Defensielocaties In de buurt van luchthavens en radarposten voor defensie, evenals bij locaties met communicatie- en navigatieapparatuur, gelden vlakken waarin een hoogtebeperking van kracht is. Binnen het plangebied en de directe omgeving is sprake van de aanwezigheid van beperkingengebieden rond vliegbasis Gilze-Rijen. Na beoordeling door het bevoegde gezag kan soms een uitzondering op deze bouwhoogtebeperkingen worden gemaakt. De mogelijkheid om van deze beperkingen af te wijken varieert afhankelijk van het specifieke gebied. De alternatieven worden geëvalueerd op basis van hun ligging ten opzichte van de toetsings- en beperkingsvlakken. Gezien de herontwikkeling van het gebied zijn er gesprekken gaande met defensie. Defensie onderzoekt zelf ook mogelijkheden voor haar activiteiten in het kader van het Programma Ruimte voor Defensie. Het is mogelijk dat in de toekomst veranderingen plaatsvinden. Daarom onderzoeken we ook de ligging van de alternatieven ten opzichte van bekende en mogelijke toekomstige ontwikkelingen.

3.5

Verbredingsthema’s De verbredingsthema’s zijn aanvullend onderwerpen die buiten de directe hoofdopgave valt, maar relevant zijn om mee te nemen in het plan vanwege de bijdrage aan bredere doelstellingen. Deze thema’s worden betrokken bij de beoordeling van de integrale alternatieven.

3.5.1

Klimaat

3.5.1.1

Klimaatbestendigheid en klimaatadaptatie

In het OER wordt beoordeeld in hoeverre de alternatieven bijdragen aan klimaatbestendigheid van het gebied en in hoeverre de alternatieven ook klimaat adaptief zijn. In dat kader worden bedreigingen beschreven en worden per alternatief kansen voor klimaatadaptatie geïnventariseerd en beoordeeld. 3.5.1.2

Hittestress

Dit criterium beoordeelt in hoeverre de geplande ontwikkeling invloed heeft op het ontstaan of verergeren van hittestress in de omgeving. Hittestress treedt op bij hoge temperaturen en beperkte mogelijkheden tot afkoeling, wat negatieve gevolgen kan hebben voor gezondheid en leefbaarheid. De beoordeling kijkt de mate waarin er wordt bijgedragen aan verkoeling of juist warmte vasthouden.

3.5.2

Natuur

3.5.2.1

Versterking bestaande natuur en biodiversiteit

Bestaande natuur staat onder druk als gevolg van verdroging en stikstofdepositie. De opwek van duurzame energie en de ontwikkeling van waterberging kan worden 45

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

gecombineerd met natuurontwikkeling. Verdienmodellen uit de duurzame energiesector kunnen daarvoor mogelijk worden ingezet. Beoordeeld wordt welke kansen het integrale alternatief biedt voor ecologische kwaliteitsverbetering en versterking van biodiversiteit.

3.5.3

Recreatie

3.5.3.1

Recreatieve capaciteit en koppelkans met recreatie

De Beekse Bergen vormt een bijzonder element in het gebied De Baars. Het betreft een leisure onderneming met zowel dagrecreatie als verblijfsrecreatie met (boven)regionale uitstraling. Het betreft hier zowel dagrecreatie als verblijfsrecreatie. De ontwikkeling van windenergie en de invulling van de wateropgave kunnen effect hebben op de recreatieve voorzieningen in het gebied. Het OER beoordeelt in hoeverre sprake is van negatieve effecten op de recreatieve functies maar ook welke koppelkansen er liggen voor versterking van een duurzame toekomst voor de Beekse Bergen en uitbreiding van (andere) recreatieve functies (in verschillende vormen) en/of verbindingen.

3.5.4

Landbouw

3.5.4.1

Mogelijkheden en effecten landbouw

Tegen de achtergrond van de transitie naar een circulaire en biologische landbouw met minder impact op mens en milieu, die is gericht het sluiten van kringlopen en op regionale afzetmarkten, moet worden verkend op welke wijze koppeling met energie en kansen biedt voor de landbouwtransitie en daarmee kan bijdragen een het creëren van economische, ecologische en maatschappelijke meerwaarde in het landelijk gebied.

3.5.5

Verkeer en infrastructuur

3.5.5.1

Effecten op huidige infrastructuur en reserveringsruimte toekomstige uitbreiding infrastructuur

Bij de inrichting van het gebied moet rekening worden gehouden met reserveringsruimte voor infrastructuur zoals wegen en hoogspanningsverbindingen. Ook als turbineposities buiten beheergebied en reserveringsgebied van wegbeheerders zoals Rijkswaterstaat zijn gelegen, kunnen effecten optreden in relatie tot verkeersveiligheid. Voor alle alternatieven worden beoordeeld in hoeverre een risico bestaat dat effecten op weggebruikers leiden tot een negatief advies van de wegbeheerder in verband met verkeersveiligheid. Voor deze beoordeling wordt gebruik gemaakt van expert judgement. De beoordeling wordt voor advies voorgelegd aan deskundige van Rijkswaterstaat. Daarnaast wordt beoordeeld in hoeverre sprake is van effecten op toekomstige bovengrondse en ondergrondse hoogspanningsverbindingen.

46

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

3.5.6

Economie

3.5.6.1

Economische effecten voor bedrijven en recreatie

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre het plan of de ontwikkeling bijdraagt aan het creëren of behouden van ruimte voor bedrijfsactiviteiten en recreatie. Hierbij wordt gekeken naar aspecten zoals bereikbaarheid, vestigingsmogelijkheden, synergie met bestaande bedrijvigheid, toekomstbestendigheid en recreatie van het economische profiel van het gebied.

3.6

Leemten in kennis Het OER bevat een hoofdstuk waarin leemten in kennis worden beschreven. Het gaat daarbij ook om zaken die wel bekend zijn voor windturbines, maar die niet passen bij het detailniveau van een OER, omdat ze niet relevant zijn voor de locatiekeuze en beleidsontwikkeling. Veel van deze aspecten komen aan bod bij nader onderzoek in het geval van besluitvorming over concrete projecten.

3.7

Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die genomen kunnen worden om effecten te beperken (verminderen) dan wel geheel te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is de inzet van een transpondersysteem waarmee vliegtuigen en andere luchtvaartuigen kunnen worden gedetecteerd zodat verlichting op de windturbines niet permanent hoeft te branden. Ook kan techniek worden ingezet om vogels en vleermuizen te detecteren, in combinatie met een stilstandregeling. Een ander voorbeeld van een maatregel bestaat uit het kiezen van een stiller windturbinetype. Veel maatregelen zijn generiek en daarmee voor alle alternatieven gelijk. Mitigerende maatregelen in de zin van een projectMER, waarbij ook de economische uitvoerbaarheid wordt beoordeeld, vallen buiten het detailniveau van dit OER en kunnen worden meegenomen bij onderzoek in geval van besluitvorming over concrete windenergieprojecten. Waar mogelijk wordt wel op hoofdlijnen aangegeven of milieueffecten nog verder terug te dringen zijn met mitigerende maatregelen, zodat dit kan worden meegenomen bij eventuele toekomstige besluitvorming over windprojecten.

47

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Hoofdstuk 4 Participatie en proces 4.1

Hoe past de NRD in het totale proces? Parallel aan het NRD- en OER-traject wordt er een gebiedsvisie voor De Baars opgesteld. De eerste stap is al doorlopen. Dit was het onderscheiden van mogelijke perspectieven voor wind en water in dit gebied. Aan de hand hiervan is de NRD, oftewel de onderzoeksagenda voor het OER, opgesteld. Deze NRD (met zowel de varianten, de integrale alternatieven als de wijze van beoordelen) wordt in deze stappen vastgesteld: - Juni 2025: de colleges geven de (concept-)NRD vrij voor inzage. - Juni - juli 2025: Tijdens de weken van de terinzagelegging kan iedereen op de (concept-)NRD reageren. In deze periode worden ook stakeholdergesprekken en bewonersavonden georganiseerd. De (concept-)NRD vormt zo dus input voor het participatietraject. - Augustus - september 2025: Na de terinzagelegging worden de reacties op de NRD verwerkt en wordt er een nota van antwoord opgesteld. - September – december 2025: In Q4 van 2025 wordt de (concept-)NRD, met de nota van antwoord en de verwerkingsvoorstellen, voor wensen en bedenkingen met de gemeenteraden gedeeld. - Daarna stellen de colleges van B en W de aangescherpte NRD vast. Op basis van de NRD, worden in het OER de effecten van de verschillende alternatieven onderzocht. Dit onderzoek helpt om inzicht te krijgen in een brede range van potentiële milieu- en omgevingseffecten.

Dat inzicht vormt informatie die kan worden meegenomen in het maken van een afweging. Hier komt dan uiteindelijk een ‘voorkeursalternatief’ uit: de basis voor de uiteindelijke gebiedsvisie De Baars. Het vervolgproces van OER en gebiedsvisie wordt qua planning nog uitgelijnd.

Figuur 17

Stappen NRD

4.2

Hoe kunnen betrokkenen meedenken over de NRD? Op dit moment is de NRD uitgewerkt. De onderzoeksopgave en de alternatieven die in de NRD beschreven staan, worden voorgelegd aan de bestuurders en besproken

48

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

met de samenleving in twee participatieronden. We vinden het belangrijk goed duidelijk te hebben of alle onderwerpen die moeten worden onderzocht in beeld zijn. Vervolgens zullen er nog twee bewonersavonden worden georganiseerd, maar deze zullen over de uitgewerkte gebiedsvisie gaan. Hoe eerder belanghebbenden deelnemen, hoe meer invloed er mogelijk is.

4.3

Waarom is het belangrijk om mee te denken over de NRD? In deze NRD staat wat er allemaal onderzocht wordt in het OER. Het is belangrijk voor diverse belanghebbenden om op tijd in het proces op de inhoud hiervan te reageren zodat er mee kan worden gedacht over wat er wel en niet tijdens het onderzoek zal worden meegenomen. Daarom wordt er prioriteit gegeven aan een tijdig voortzetting van het participatieproces.

49

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Hoofdstuk 5 Bijlagen

50

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Bijlage A Varianten en Alternatieven

51

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 18

Ruimtelijke variant Leij erbij, situatie droge zomer

52

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 19

Ruimtelijke variant Leij erbij, situatie natte zomer

53

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 20

Ruimtelijke variant Leij erbij, situatie natte winter

54

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 21

Ruimtelijke variant Leij erbij, situatie droge winter

55

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 22

Ruimtelijke variant Natuurlijk beekdal, situatie droge zomer

56

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 23

Ruimtelijke variant Natuurlijk beekdal, situatie natte zomer

57

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 24

Ruimtelijke variant Natuurlijk beekdal, situatie droge winter

58

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 25

Ruimtelijke variant Natuurlijk beekdal, situatie natte winter

59

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 26

Ruimtelijke variant Delta van de Baars, situatie droge zomer

60

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 27

Ruimtelijke variant Delta van de Baars, situatie natte zomer

61

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 28

Ruimtelijke variant Delta van de Baars, situatie droge winter

62

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 29

Ruimtelijke variant Delta van de Baars, situatie natte winter

63

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 30

Alternatief 1: Leij erbij x Natuur

64

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 31

Alternatief 2: Natuurlijk beekdal x Leefomgeving

65

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

Figuur 32

Alternatief 3: Delta van de Baars x Maximale energiehub

66

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept) OER Windenergie De Baars

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16130982/2