CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidsnota Samen een sterke basis 2021-2025

Raadsvergadering 4 oktober 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Sociale Basis6.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsnota “Samen een sterke basis” 2021-2025 1. Inleiding De mensen is een sociaal wezen. We hebben elkaar nodig om te leven. Goede banden met je omgeving zorgen voor geluksmomenten en de mogelijkheid om jezelf te laten zien. Dat komt tot uiting op ontelbaar diverse manieren. En al die mensen samen creëert een netwerk, een samenleving. Iedereen in Tilburg gelukkig en gezond, dát is het streven waar we gezamenlijk aan werken. Vele Tilburgers kunnen daar zelf en met hun omgeving prima invulling aan geven. De gemeente ondersteunt dit door een groot aantal voorzieningen te creëren en door subsidies te geven aan kleine en grote initiatieven. Zo wordt het netwerk hechter en ontstaat veerkracht wanneer het even tegen zit. Corona heeft ons weer meer bewust van gemaakt hoe belangrijk het is om met elkaar in contact te zijn. Voor een groep Tilburgers was dit ook al vóór Corona niet vanzelfsprekend. Door bijvoorbeeld eenzaamheid, financiële of gezondheidsproblemen konden mensen niet meedoen. voor deze groep investeert de gemeente in de sociale basis, zoals in het sociaal werk en wijkcentra. En die investering in bijvoorbeeld sociaal werk rendeert1. Sociaal werk kan zorg vervangen of rendeert door het vermijden of verminderen van zorggebruik door preventie.

Dit betreft niet slechts preventie van zorggebruik, maar de sociale basis heeft ook een intrinsieke rol bij het voorkomen van ondermijning en radicalisering. Met de sociale basis bedoelen we: Het netwerk van mensen die met en voor elkaar, zonder winstoogmerk, activiteiten organiseren, zoals in het verenigingsleven, vrijwilligerswerk en mantelzorg en hiervoor de benodigde voorzieningen (organisaties, huisvesting, enz.) oprichten en instandhouden. Het zijn ook de mensen die voor een ander zorgen, bijvoorbeeld door mantelzorg of door gewoon een praatje te gaan maken. De sociale basis bestaat daarnaast ook uit de meer formele voorzieningen die de gemeente faciliteert zoals wijkcentra en sociaal werkers. In deze beleidsnota ’Samen een sterke basis’ beschrijven we de visie en inzet van de gemeente, gericht op ondersteuning en versterking van belangrijke elementen in de sociale basis. Hierbij gaat specifiek aandacht uit naar de betekenis van de sociale basis voor Tilburgers in een kwetsbare positie en om mensen, voor wie dat niet vanzelfsprekend is, mee te laten doen in het gewone leven. Dit volgt direct uit de vastgestelde maatschappelijke impact van de Kadernota versterken Sociaal en Veerkrachtig Tilburg: Tilburgers hebben het vermogen hun leven zelf en in samenhang met hun omgeving op een gelukkige en gezonde wijze in te vullen en om te gaan met veranderingen.

Ze hebben hiervoor toegang tot de benodigde hulpbronnen. Om deze impact te bereiken zijn er in relatie met deze beleidsnota Sociale Basis twee grote bewegingen van grote invloed:  Op de eerste plaats de transformatie van het sociaal domein. We willen een beweging waarin meer oplossingen worden gevonden in de sociale basis. Zoals we in het bestuursakkoord 2018-2022 hebben beschreven willen we de preventieve rol van de sociale basis vergroten. De nota Normaliseren stelt hiervoor de gewenste richting die we hieronder verder gaan invullen. 1 Onderzoek van SEOR, zelfstandig onderzoeksbureau en onderdeel van de Erasmus School of Economics maakt dit

aannemelijk. In 14 van de 32 onderzochte business cases gaf de MKBA een rendement van 1,6 (opbrengsten 1,6 maal hoger dan kosten).

1

Op de tweede plaats de ontwikkeling van het wijkgericht werken. In de nota De wijk aan Zet hebben we een aanzet gedaan om de invloed van de wijk te vergroten. Het belang van het schaalniveau van de wijk heeft door het programma wijkgericht werken en de PACT-aanpak verdere invulling gekregen. Met de beleidsnota Sociale basis sluiten we aan op het wijkgericht werken en in het bijzonder de wijk- en dorpsagenda’s. Kennis en data die we verzamelen op stedelijke niveau laten we landen op wijkniveau. Inzichten op wijkniveau verzamelen we en bezien we op stedelijk niveau. In de wisselwerking tussen stedelijk en wijkniveau werken we aan de juiste prioritering van middelen en inzet.

Leeswijzer De beleidsnota sociale basis is als volgt opgebouwd. We kijken om te beginnen naar het beleidskader, wat wordt gevormd door de Kadernota Versterken Sociaal en Veerkrachtig Tilburg, de Nota Normaliseren, wijkgericht werken en inwonersinitiatieven. De kadernota vormt de paraplu voor de beleidsnota’s die van invloed zijn op de sociale basis en introduceert het begrip ‘sociale veerkracht’ op basis waarvan we de werkzame bestanddelen in de sociale basis beschouwen. De Nota Normaliseren vormt een van de belangrijkste ontwikkelingen die van invloed is op de sociale basis. Wijkgericht werken en inwonersinitiatieven beschrijven het belang om de sociale basis wijkgericht en dichtbij mensen te bezien en te versterken. Op basis van deze beleidskaders beschrijven we vervolgens het beleid voor de sociale basis met als titel: Samen een sterke basis. Dit beleid wordt beschreven aan de hand van de volgende onderwerpen: Om te beginnen met de uitwerking van het begrip ‘sociale basisinfrastructuur’ (dat al genoemd is in de Nota Normaliseren) en dat een belangrijke rol gaat spelen in het de vertaling van beleid naar de wijk- en dorpsagenda’s. Vervolgens gaan we in op de 3 thema’s die met name vanuit inwoners ontstaan om de sociale basis te vormen: inwonersinitiatieven, vrijwilligerswerk en mantelzorg. Daarna gaan we in op het sociaal werk.

Vervolgens gaan we in op twee ontwikkelingen op het gebied van ‘ontmoeting’: Ieder clubke z’n eigen plekske en digitalisering. We gaan in op de indicatoren die we gebruiken om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de sociale basis. We eindigen met een werkagenda met daarin de acties op hoofdlijnen waarmee we de komende 4 jaar mee aan de slag gaan om hulpbronnen te versterken en aan te sluiten bij de dynamiek van de sociale basis. Door de verschillende hoofdstukken heen markeren we belangrijke onderwerpen die we expliciet als uitgangspunt vaststellen en daarmee richtinggevend zijn voor de verdere uitwerking. In het raadsvoorstel worden deze uitgangspunten expliciet vastgesteld door de gemeenteraad.

2

2. Beleidskader 2.1 Kadernota Versterken Sociaal en Veerkrachtig Tilburg De Kadernota Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg beschrijft de gewenste richting, doelstellingen en indicatoren voor het gehele veld sociale basis. Aangezien de sociale basis veelomvattend is hebben we meerdere beleidsnota’s2 opgesteld om de beleidsvorming en besluitvorming hanteerbaar te maken. De beleidsnota Sociale Basis in een van deze nota’s. Naast de nota’s die vallen onder deze kadernota zijn er ook nota’s op andere gebieden die een duidelijke link hebben met de sociale basis. Zoals bijvoorbeeld de cultuurnota en evenementenbeleid. Deze twee beleidsnota’s handelen óók over het belang van respectievelijk cultuur en evenementen voor de sociale basis en laten de sociale basis ook een rol spelen in het opgestelde beleid.

In de kadernota beschreven we al de noodzaak om te investeren in de sociale basis. De sociale veerkracht van de stad staat namelijk onder druk en dat is door corona zeker niet minder geworden. De druk op de sociale veerkracht ontstaat, onder meer door: • de toenemende druk op de ‘dragende middengroep’, mantelzorgers en vrijwilligers • de toenemende tweedeling in de samenleving • de relatief slechte gezondheid van de Tilburgers

2 De beleidsnota’s Bestaanszekerheid, Positieve gezondheid, Sport en Bewegen, Integrale jeugdaanpak,

Integrale Ouderenaanpak zijn al vastgesteld. Naast de beleidsnota Sociale Basis is ook de Beleidsnota Inclusie/Diversiteit in voorbereiding. 3

Met sociale veerkracht3 bedoelen we: het vermogen van mensen en gemeenschappen om met veranderingen om te gaan en de toegang tot externe hulpbronnen die ze daarbij hebben. De dragers van sociale veerkracht zijn: 1. Persoonlijke hulpbronnen: de capaciteiten van mensen ofwel de vaardigheden en competenties bepaald door onder meer werk, inkomen, opleiding en gezondheid (zelfredzaamheid). 2. Sociale hulpbronnen: participatie in sociale netwerken (samenredzaamheid). 3. Omgevingshulpbronnen: fysieke en tastbare voorzieningen op het gebied van onderwijs, gezondheid, sport, cultuur en recreatie. De centrale gedachte achter deze indeling is dat de sociale veerkracht van een samenleving is te duiden aan de hand van de sterkte van deze hulpbronnen en de mate van uitwisselbaarheid tussen deze bronnen. Mocht er een hulpbron minder sterk zijn, dan kan dit opgevangen worden door een andere hulpbron. Bijvoorbeeld indien een inwoner bijvoorbeeld niet de mogelijkheid heeft om zelf boodschappen te doen (zelfredzaamheid), dan kan een buurtgenoot hierbij helpen (samenredzaamheid). De onderverdeling van de sociale basis in zelfredzaamheid, samenredzaamheid en fysieke voorzieningen geeft ons de mogelijkheid om gericht te kijken naar de opbouw van de sociale basis en om de accenten van onze inzet te bepalen.

Met de inzet op het versterken van sociale veerkracht worden 5 doelen nagestreefd, waarvan het tweede en vierde doel nadrukkelijk passen bij de beleidsnota Sociale basis: 1. Tilburgers voelen zich fysiek, emotioneel en sociaal gezond 2. Tilburgers voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving 3. Tilburgers ervaren bestaanszekerheid 4. Tilburgers hebben mensen om zich heen waarop ze kunnen steunen 5. Tilburgers zijn in beweging De aanpak om de sociale veerkracht te versterken is beschreven in de diverse beleidsnota’s die onder de paraplu van Sociaal en Veerkrachtig zijn ontwikkeld en die zich richten op bestaanszekerheid, , lichamelijke/psychische gezondheid, leefstijl, sport en bewegen. Daarnaast hebben we twee overkoepelende beleidsnota over jongeren en ouderen die dwars door de pyramide gaan. Zowel voor jeugd als voor ouderen vinden we hun positie kwetsbaar. Vanuit Goede start-gedachte willen we dat iedereen kan opgroeien tot zelfstandige personen. Ouderen worden kwetsbaarder en dit raakt alle facetten van het leven. Met de beleidsnota sociale basis vullen we deze lijst aan door ons te richten op welzijnswerk en initiatieven als sociale hulpbron en op de omgevingshulpbronnen in de vorm van bijvoorbeeld de wijkcentra, inwonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en vrijwillige inzet.

2.2 Normaliseren Op 17 mei 2021 heeft de gemeenteraad de nota “Normaliseren, een ode aan het anders zijn” vastgesteld. Met het thema normaliseren bedoelen we primair dat mensen in staat gesteld worden zichzelf te helpen, niet te snel etiketten opplakken, maar juist in het gewone leven weer ruimte creëren voor wie we zijn, met alle leuke, gekke en soms minder fijne dingen die daar bij horen. Kortom gewone problemen gewoon oplossen. Het gewone leven, ofwel de sociale basis, biedt de mogelijkheid om gewone problemen goed op te lossen. Het gewone leven is niet gericht op preventie, maar biedt dat als het ware vanzelf aan. De sociale basis heeft niet slechts een rol in preventie en probleemoplossing, maar biedt ook een vangnet waarin sociale problematiek beheersbaar blijft. Waar dat niet vanzelfsprekend is investeert 3 Het perspectief van Sociale veerkracht wordt gehanteerd door Het Pon/Telos (het aan de Tilburg University

verbonden onderzoeks- en kenniscentrum). 4

de gemeente in een goede sociale basisinfrastructuur. In een aantal wijken vraagt dat mogelijk om een plus in de vorm van beschikbare middelen en aandacht. Zo kan de sociale basis haar preventieve rol ook waarmaken. De nota Normaliseren beschrijft de volgende uitgangspunten, doelen en uitwerkingslijnen: Uitgangspunten rond het thema ‘normaliseren van zorg- en hulpvragen’: • Het gewone leven van de inwoners staat centraal; het biedt voldoende ruimte om jezelf te zijn en jezelf te ontwikkelen. • We investeren in preventie en vroegsignalering, zodat inwoners voldoende steun kunnen vinden in het gewone leven. • Inclusiviteit staat voorop, verschillen worden niet uitvergroot of gemedicaliseerd maar juist gewaardeerd. • Gewone problemen worden gewoon opgelost, voorop staat het recht op een oplossing, niet het recht op zorg. • We gaan uit van wat iemand kan i.p.v. iemands beperkingen, iedereen kan een waardevolle bijdrage leveren. • Als dat nodig is, bieden we als gemeente een passende oplossing aanvullend op wat mensen zelf al kunnen. • We werken vanuit de praktijk van inwoner/professional, gericht op gedeeld eigenaarschap. Doelen normaliseren: • We lossen gewone problemen meer gewoon op, minder problematiseren en medicaliseren.

• Meer informele steun voor inwoners in het gewone leven • Mensen beter helpen zichzelf en anderen te helpen • Specialistische ondersteuning meer combineren met lichte en informele ondersteuning in de leefwereld van de inwoner, hierdoor nemen duur en intensiteit van de specialistische ondersteuning af. Uitwerking van de nota Normaliseren krijgt vorm en inhoud via de volgende uitvoeringslijnen: • Beeldvorming • Steun in het gewone leven • Mensen helpen zichzelf en anderen te helpen • Doen wat nodig is Bovenstaande uitgangspunten, doelen en uitwerkingslijnen zijn bepalend voor de wijze waarop we onze inzet op de sociale basis richten, met het oogmerk deze te versterken. We leggen hierbij nadrukkelijk het verband met de wijkgerichte aanpak. Dit komt hieronder terug in het hoofdstuk Sociale basisinfrastructuur. Naast een wijkgerichte aanpak willen we ook een actiegericht onderzoek op basis van experimenten starten. Experimenten geven ons inzicht in werkzame bestanddelen in de sociale basis. Bovendien geven ze ook ruimte om partnerschap (bijvoorbeeld tussen Toegang en sociale basis) en (nieuwe) instrumenten te ontwikkelen. De ervaringen van de experimenten maken noodzaak zichtbaar, laten de effecten zien en geeft inzicht over wat we juist wel of juist niet moeten doen. Om die reden gaan we met partners experimenten ontwikkelen.

Uitgangspunt “Experimenten zetten we in om ruimte te geven aan oplossingen die

professionals en inwoners zien. Succesvolle oplossingen worden structureel geborgd.”

5

2.3 Wijkgericht werken Wijkgericht werken heeft een belangrijke plek in het bestuursakkoord 2018-2022. Wijkgericht werken gaat over de manier waarop inwoners, ondernemers, partners en de gemeente met elkaar samenwerken. Deze samenwerking wordt in het bestuursakkoord als randvoorwaarde gesteld voor het waarmaken van onze ambities als Inclusieve stad, Duurzame stad en Vitale stad. Wijkgericht werken gaat niet vanzelf. Het vraagt van de gemeente een andere manier van samenwerken met inwoners en de stad. Op onderstaande punten willen we een beweging zien: • Meer van buiten naar binnen werken. • Vaker binnen naar buiten brengen. • Gerichter inzetten op kansen en problemen. • Die kansen en problemen vaker integraal benaderen. • Bewoners, bedrijven en instellingen zo vroeg mogelijk betrekken. • Meer samen optrekken met bewoners, bedrijven en instellingen. • Vaker werken op de schaalgrootte die ertoe doet. Om het bovenstaande te bereiken zien we de wijk- en dorpsagenda’s als centraal punt. De wijk- en dorpsagenda is een proces van samen met partners en inwoners in de wijk te bespreken wat voor de wijk belangrijk is en vervolgens ook gezamenlijk een afweging te maken.

2.4 Inwonersparticipatie In het najaar van 2019 zijn verschillende documenten4 opgeleverd met daarin aanbevelingen of opdrachten aan het college op het gebied van inwonerparticipatie. Dit heeft er toe geleid dat er is gewerkt aan een actieplan inwonerparticipatie dat samen met de raad tot stand is gekomen. De gemeentelijke organisatie investeert op veel terreinen in de samenwerking met de inwoners: in instrumenten, ondersteunend platform, processen, beleid en afstemming. Het uiteindelijke doel van inwonerparticipatie is te komen tot een samenwerking met en in de stad, waarin duidelijk is welke bijdrage inwoners, partners, ondernemers en de gemeente leveren aan een verbeterde leefomgeving. De sociale basis is bij uitstek een onderwerp waarin initiatieven van inwoners inhoud en betekenis geven aan hoe we samen leven in de wijk. Het op de juiste wijze waarderen van deze initiatieven en een plek geven in de beleids- en uitvoeringskeuzes werken we in deze nota verder uit.

4 Het onderzoeksrapport 'De (Til)burger Centraal' van de Rekenkamer Tilburg, het rapport

'Burgerparticipatie: Op z'n Tilburgs Meej-áánderen!' van de Sociale Raad Tilburg, het Initiatiefvoorstel 'Tilburg van buiten naar binnen' van Lokaal Tilburg 6

3. Samen een sterke basis 3.1 Sociale basisinfrastructuur De nota Normaliseren noemt de term sociale basisinfrastructuur. De sociale basisinfrastructuur bestaat uit sociale hulpbronnen en omgevingshulpbronnen. Het is de mix van informele voorzieningen die in de wijk of buurt aanwezig zijn (bijvoorbeeld mantelzorgers, burenhulp, vrijwilligers, het verenigingsleven, winkelcentra, bibliotheek, horeca) en de formele voorzieningen die de gemeente financiert zoals sociaal werkers en andere professionals en wijkcentra, onderwijs en de openbare ruimte, speelveldjes, sport en cultuur). We kijken hierbij ook naar de behoefte van verschillende groepen, jong en oud. Die mix verschilt per wijk. Daar waar informele voorzieningen en het eigen netwerk sterk genoeg zijn, waar de bewoners van de wijk een hoge mate van zelf- en samenredzaamheid kennen, is er minder behoefte of noodzaak om formele voorzieningen te financieren. We kijken naar wat er nodig is in de wijk in plaats van dat iedere wijk dezelfde voorzieningen moet hebben.

Uitgangspunt: “Elke wijk heeft een basisinfrastructuur die aansluit op de kenmerken van de wijk en waarmee de sociale veerkracht gegarandeerd is.” Daarom gaan we per wijk en samen met de wijk de stand van zaken van de sociale basisinfrastructuur analyseren. Deze stand van zaken krijgt vervolgens een plek in het proces van onderlinge interactie, koersbepaling en besluitvorming rond de wijk- en dorpsagenda. Opbrengst is een gezamenlijk beeld van de gewenste voorzieningen en de gewenste wijze waarop we de voorzieningen inzetten. Dit nemen we tenslotte mee in de prioritering van stedelijke budgetten over de diverse wijken. Daar waar we vanuit de beweging van normalisering een plus nodig achten kan dit leiden tot extra investeringen. Investeringen in de sociale basis vormen het fundament voor de uitvoering van bestuursakkoord Gezond en gelukkig Tilburg. Uitgangspunt: “Extra investeringen in de sociale basis leiden tot maatschappelijke , institutionele en of financiële impact op andere plekken in het sociaal domein”.

Om de basisinfrastructuur in beeld te krijgen onderzoeken kijken we enerzijds naar kenmerken van de wijk/dorp en naar de aanwezige voorzieningen, zoals: • Sociaal economische situatie  Diversiteit van de wijk (homogeniteit / heterogeniteit)  Aanwezige fysieke voorzieningen die ontmoeting ondersteunen zoals wijkcentra, winkelcentra, horeca, kwaliteit en aantal (sport)parken.  De verenigingen/organisaties die al aanwezig zijn. Hoeveel verenigingen zijn er en de diversiteit van de verenigingen. Sluiten deze aan op de diversiteit in de wijk?  Initiatieven in het sociaal domein  Zorgconsumptie WMO en Jeugd  Leeftijdsopbouw Bovenstaande opsomming zal zich gaan ontwikkelen (uitbreiden, concretiseren) op het moment dat we hiermee gaan werken. Deze bottom-up benadering, startend op wijkniveau, brengen we samen op het niveau van Toegangsgebieden en sluit daarmee aan op de aanpak uit de Nota Normaliseren.

7

Vervolgens kunnen we deze informatie weer op stedelijk niveau samenbrengen. We houden daarbij ook rekening dat sommige voorzieningen juist op stedelijk niveau van belang zijn. Voor jeugd is bijvoorbeeld een voorziening buiten de eigen wijk aantrekkelijk. Op stedelijk niveau scherpen we met deze informatie onze beleids- en financiële kaders aan.

3.2 De Sociale Basis, dat zijn wij… De sociale basis geven we als inwoners van Tilburg samen vorm. Door de sportvereniging, carnavalsvereniging of de scouting waar we lid van zijn. Door een bezoek aan het buurtcafé, een evenement of een voorstelling. Dit doen we voor ons plezier, omdat we ons er goed door voelen. Dat geldt ook voor het praatje met de buren, een opruimactie in de buurt of het meedenken over een kunstwerk in de buurt. En zo moet wat ons betreft de sociale basis ook werken: ongedwongen, met respect en nieuwsgierigheid voor elkaar, het positieve staat voorop. De sociale basis (het gewone leven) krijgt vorm door het geheel van initiatieven, mantelzorg en vrijwilligerswerk van de inwoners voor ‘het samen’; de gemeenschapsvorming. Dit betekent dat de sociale basis altijd in beweging is: clubkes komen en gaan. Initiatieven poppen her en der op. De opgave is deze dynamiek en beweging waar nodig aan te jagen en te ondersteunen, zonder deze over te nemen of te smoren. In deze dynamiek zijn we van mening dat iedere inwoner iets kan bijdragen aan de maatschappij. Iets kunnen betekenen voor een ander, geeft je leven extra glans. Wederkerigheid is hierin belangrijk; ook mensen die hulp nodig hebben, kunnen iets betekenen, hoe klein ook.

We willen daarom bewoners die hun talenten en krachten willen inzetten voor de eigen buurt/wijk of stad, die zich willen inzetten voor de gemeenschap ondersteunen. De dynamiek en de inzet van inwoners komt terug in de volgende onderwerpen: a. Initiatieven in sociale basis b. Vrijwilligerswerk c. Mantelzorg

Initiatieven in de sociale basis Uitgangspunt: “We waarderen initiatieven in de sociale basis als onderdeel van de sociale basisinfrastructuur en we verduurzamen de ondersteuning van de initiatieven op maat en schaal passend bij het initiatief.” Initiatieven in de sociale basis5 zien we als een middel om te komen tot een veerkrachtige sociale basis maar zijn tevens ook een uitkomst van die veerkrachtige samenleving. We zien graag dat betrokken initiatiefnemers uit de wijk zelf aan de slag gaan om problemen in de wijk aan te pakken, iets te organiseren of simpelweg iets voor elkaar en voor de wijk doen (burenhulp, omkijken naar kwetsbare buurtgenoten, een helpende hand of het schoonhouden van een stukje groen). Hierdoor worden nieuwe groepen bereikt en vindt er een organische ontwikkeling plaats van de sociale basis. Dergelijke initiatieven en de aan- of afwezigheid van de voedingsbodem waarin die initiatieven ontstaan vormen een onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. We zullen dit dus ook als zodanig meenemen bij de wijkgerichte inventarisatie van de sociale basisinfrastructuur. Als het gaat om het waarderen van initiatieven gaat het ook over de wijze waarop wij deze initiatieven kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld door initiatieven samen te brengen, verbindingen te 5 Zie ook de rapportage naar verduurzaming van initiatieven in de sociale basis: Zo lang ik ervoor leef -

Duurzaamheid & burgerinitiatieven in de sociale basis (26 april 2021). De adviezen uit deze rapportage zijn verwerkt in deze nota Sociale Basis. 8

leggen. In het impact gericht subsidiëren vragen we aanvragers om samen te werken met andere partijen. Dat geldt ook voor de kleine initiatieven. Daarnaast willen we als gemeente een goede afstemming tussen de diverse gemeentelijke procedures en processen waar een initiatiefnemer mee te maken kan krijgen. Tenslotte hebben we ook een financiële rol, met name bij het verstrekken van subsidies. Een goede verhouding tussen gevraagde middelen, subsidie en verantwoording stimuleert dat de initiatiefnemer met datgene bezig is wat we zo belangrijk vinden. Andere mensen helpen en bij elkaar brengen. Verduurzaming van een initiatief gaat verder dan enkel financiën. Het gaat ook om kennis, samenwerkingsmogelijkheden en toegang tot netwerken. Als gemeente stimuleren we het netwerk en samenwerking. Bijvoorbeeld door intermediairs zoals Tussenheid 013 te financieren (via het Tilburg Akkoord). We nemen deze aspecten mee in de evaluatie van dit soort netwerken en zoeken naar mogelijkheden om ze te continueren. Ook dit punt is onderdeel van impact gericht subsidiëren. Nu al vragen we aan partijen om samen te werken om zo gezamenlijk de impact te vergroten. Ook zien we hierin een rol weggelegd voor Contour de Twern, die als ervaren partner kennis kan delen of een infrastructuur kan bieden.

De toegang tot faciliteiten nemen we mee in de rol die de wijkcentra kunnen spelen, ook voor deze initiatieven. Met betrekking tot het financiële aspect van de verduurzaming zal er enerzijds gezocht moeten worden naar flexibele ruimte binnen de begroting om mee te bewegen met de dynamiek van initiatieven. Anderzijds willen we de initiatieven (indien nodig) tijdelijk ondersteunen op weg naar duurzame inbedding. De tijdelijke ondersteuning bezien we over een periode van drie jaar. - In het eerste jaar zien we de kansen die in het initiatief kan bieden en we willen dit waarderen met een subsidie. De toegevoegde waarde of impact koppelen we aan de behoefte die wordt benoemd in de wijkagenda of stedelijke beleidsdoelen. - In het tweede jaar ondersteunen we, indien er voldoende perspectief is op groei en de impact goed strookt met de wijk- en dorpsagenda of stedelijke beleidsdoelen, de initiatiefnemer om het initiatief verder te ontwikkelen door bijvoorbeeld een grotere groep aan te spreken of om verbeteringen door te voeren. - Het derde jaar ondersteunen we het initiatief waarbij de opgave is om duurzaam een plek te vinden in het netwerk tussen en met andere initiatiefnemers, instellingen en organisaties. We onderkennen hierbij dat veel initiatieven altijd een vorm van subsidie nodig hebben.

We streven naar duurzaamheid met een subsidie die ook voor langere tijd beschikbaar is binnen een programma waarbinnen het initiatief past. Jongerenparticipatie Bij initiatieven willen we ook jongereninitiatieven een plek geven. Via het innovatienetwerk Jeugd creëren we samen met jongeren, professionals en beleidsmakers mogelijkheden voor meer inspraak, invloed en initiatief in het jeugd(hulp)beleid. We onderzoeken al de mogelijkheid om een stedelijk, dynamisch jongerenplatform te creëren vanuit Theaters Tilburg en Jongerenwerk R-Newt. Initiatieven vanuit jongeren ontstaan onder andere door de pitch night en MDT Next-Up.

Ondersteunen van vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk is een onmisbare en verbindende factor in de wijk. Vrijwilligerswerk is goud voor de wijk. Vrijwilligerswerk is ook voor de vrijwilligers zelf een belangrijke bron voor zingeving, het zet mensen in hun kracht en draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling. Je betekent iets voor anderen en voor de buurt waarbij je je betrokken voelt en dat geeft een goed gevoel. Vanuit de presentiegerichte benadering zien we dat een van de effecten is dat kwetsbare bewoners iets willen betekenen voor een ander en/of de buurt en zich bijvoorbeeld vrijwillig gaan inzetten. Tegelijkertijd constateren we dat er een bredere verantwoordelijkheid gevoeld moet worden in een

9

buurt, wijk of op stadsniveau om maatschappelijke vraagstukken te kunnen beantwoorden. Ook het (lokale) bedrijfsleven speelt hier een rol in. In het lokale sociale domein wordt een toenemende vraag gesignaleerd naar vrijwillige inzet. De druk op vrijwilligers, vrijwilligersorganisaties en organisaties neemt daarmee toe. Door de uitgangspunten van de nota Normaliseren zal ook meer hulpvragen bij vrijwilligers gaan landen. Dit zijn hulpvragen met een grotere complexiteit. Vrijwillige inzet blijkt ook effectief te zijn. De vrijwilliger staat nog dichter bij de (kwetsbare) inwoner en gaat ook een meer persoonlijke relatie aan. Het voorgaande maakt duidelijk dat begeleiding van vrijwilligers verder gaat dan alleen het faciliteren, verbinden en scholen van vrijwilligers. Een goed samenspel met professionals is essentieel om tot goede interventies te komen. Het vrijwilligerswerk hebben we altijd al gewaardeerd, ondersteund en gestimuleerd. Sinds kort hebben we deze vorm van maatschappelijke participatie opnieuw gewaardeerd binnen ons arbeidsmarktbeleid ‘Tilburg investeert in Perspectief’. Voor mensen met een uitkering is participatie in welke vorm dan ook van waarde bij het zetten van stappen in hun ontwikkeling. Deze stappen kunnen een opmaat zijn naar betaald werk. Is dit geen haalbaar doel, dan zorgt vrijwilligerswerk er voor dat mensen meedoen en is daarmee waardevol.

Voor mensen zelf én voor de maatschappij. We willen deze mogelijkheden voor het stimuleren van en ruimte geven aan vrijwilligerswerk maximaal benutten en verder uitbouwen in de uitvoering van ons participatiebeleid. Vrijwillige inzet en corona Vrijwilligerswerk staat door Corona onder druk. Sommige vrijwilligers (bijvoorbeeld ouderen) maakten zich zorgen om hun eigen gezondheid, waardoor ze stopten. Activiteiten verdwenen, wijkcentra gingen deels dicht en daarmee verdween ook gedeeltelijk het vrijwilligerswerk. In sommige gevallen kwamen daar andere vormen van vrijwillige inzet voor terug (zoals bezoek aan huis, hond uitlaten) en kwamen er ook andere vrijwilligers (zoals studenten) voor terug. Deze vormen van vrijwilligerswerk zijn niet altijd zichtbaar in de cijfers. (Wijk)professionals kennen deze bewoners en ondersteunen hen waar nodig. De inzet zal zijn om de nieuwe groepen actief te houden als vrijwilliger. Daarnaast verwachten we dat de oudere vrijwilligers ook weer actief gaan zijn. Via het impact gericht subsidiëren hebben we de opdracht voor de werving, matching ondersteuning van vrijwilligers belegd bij Contour de Twern. Samen met hen en via andere signalen houden we de ontwikkelingen op het gebied van vrijwilligerswerk in de gaten. Indien nodig nemen we stimulerende maatregelen zoals een wervingscampagne.

Een andere mogelijkheid is om te zorgen voor tijdelijk meer begeleiding zodat men makkelijk hun weg terugvinden als vrijwilliger.

Ondersteunen van mantelzorg In de kadernota Versterken Sociaal en Veerkrachtig constateerden we al de toenemende druk op de ‘dragende middengroep’, mantelzorgers en vrijwilligers. De combinatie van jeugd en ouderen maakt dat de druk op de middengroep (19-65 jaar) die werkt, zorgt en ondersteunt, hoog is en verder gaat toenemen de komende jaren. Tegelijkertijd wordt van deze groep de komende jaren meer gevraagd. Zo wordt arbeid steeds complexer en flexibeler en wordt de verzorgingsstaat in vrij rap tempo afgebouwd. Binnen de integrale kijk op ouderen en het programma GGOUD schenken we specifieke aandacht aan mantelzorgers; hoe kunnen zij worden ondersteund zodat zij de zorg voor hun naasten langer vol kunnen houden. Ook jonge mantelzorgers zijn een doelgroep waar extra aandacht voor moet zijn; hoe vind je deze groep, welke ondersteuningsbehoefte hebben zij zodat deze jongeren naast zorg de eigen toekomst vorm kunnen geven?

10

In onze subsidie aan uitvoerende organisaties vragen we om ondersteuning aan hen die zelf ondersteuning bieden. Zoals mantelzorgers. Ook zij moeten op steun kunnen rekenen als zij dat nodig hebben zodat mantelzorgers met (tijdelijke) ondersteuning hun mantelzorgtaken vol kunnen houden en waar nodig ondersteunt worden. Een goede doorverwijzing naar de Toegang is hierbij ook van belang, alsmede een formeel en informeel ondersteuningsaanbod. Maar ook door informatie en advies te geven, lotgenotencontact te organiseren, ondersteuningstrajecten te bieden aan mantelzorgers en hun familie en mantelzorgers in beeld te brengen. Zeker op langere termijn voorzien wij – als gevolg van de demografische ontwikkelingen – een toenemende druk op een relatief kleiner wordende groep mantelzorgers. In de notitie “Gezond en gelukkig oud in Tilburg, ook in 2030 en 2040”, wordt hierop specifiek ingegaan. Binnen het thema ‘moderne woon- en zorgoplossingen’ wordt voorgesteld ook ten aanzien van innovatieve wijzen van (ondersteuning van) mantelzorg tot een versnelling van co-creatie te komen. De bedoelde notitie hebben we onlangs naar uw raad gestuurd en wij willen hierop in samenspraak met de raad en ook betrokken partijen verdere stappen zetten.

3.3 Sociaal werk en jongerenwerk Uitgangspunt: “Voor het sociaal werk vinden we het van belang dat we samenwerken met een stabiele partner die een netwerk heeft in de wijk. Die in de haarvaten opereert van de samenleving. Van deze partner verwachten we niet alleen uitvoeringskracht met oren en ogen in de wijken, maar – vanuit deze specifieke kennis en ervaring - ook een strategisch partnerschap in de ontwikkeling van instrumenten en in de ontwikkeling van de sociale basisinfrastructuur.” Het sociaal werk vormt de ogen en oren voor de gemeente in de wijk. Sociaal werkers en jongerenwerkers zien door present te zijn en door hun contacten in de wijk de behoeften van mensen en acteren daar ook op door concrete hulp. Bijvoorbeeld in de vorm van bezoek, advies, doorverwijzing in het netwerk en de organisatie van activiteiten. Het gaat niet enkel om een taak, maar het gaat om mensen kennen. Mensen kennen de sociaal (jongeren)werker en dat schept vertrouwen. Hierdoor ontstaat de mogelijk van vroegsignalering en preventie. We organiseren het sociaal werk en het beheer van wijkcentra, door middel van subsidie bij één grote partij. Door met één partij samen te werken ontstaat stabiliteit in de uitvoering. Medewerkers die het netwerk en mensen kennen kunnen hierdoor een stabiele factor zijn in de wijk. Mensen die ondersteuning zoeken weten waar ze moeten zijn.

We verwachten dat onze grootste subsidiepartner als belangrijke uitvoeringspartner ook een strategische partner is en van daar uit een adviserende rol inneemt op drie niveaus: - Op wijkniveau om mede de stand van zaken van de sociale basisinfrastructuur te inventariseren het en om deel te nemen in het proces van de wijk- en dorpsagenda. - Op stedelijk niveau om het gehele beeld en beleid over de sociale basis aan te scherpen en ontwikkelingen te duiden. - Op het niveau van kennis- en instrument ontwikkeling door praktijkervaring en (wetenschappelijke) kennis te koppelen voor de verbetering en doorontwikkeling van de interventies in de sociale basis. De strategische rol is al ingezet via de methode van impact gericht subsidiëren. We schrijven onze subsidiepartner niet voor hoe ze haar werk moet doen. Maar we zetten in op impact en daar bij past dat onze partner haar ervaringen omzet in adviezen en verbeteringsvoorstellen zodat de impact nog groter wordt. Bijvoorbeeld door de relatie met de Toegang en haar rol in de beweging van normaliseren.

11

3.4 Ontmoeting Uitgangspunt: “De gemeente faciliteert ontmoeting door fysieke locaties en digitale ontmoeting mogelijk te maken die aansluiten bij de behoefte van deze tijd.” Ontmoeting tussen mensen is van het grootste belang. Ontmoeting staat aan de basis van de sociale hulpbron. Want alleen door ontmoeting komen we anderen tegen die ons kunnen steunen of helpen. Dit bevordert de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van inwoners. Ontmoeting kan overal plaats vinden. Bijvoorbeeld in de openbare ruimte, in (sport)parken, in de bibliotheek, winkelcentra en wijkcentra, bij cultuur of sportevenementen. We zien twee ontwikkelingen als het gaat om “ontmoeten”. 1. In de wijken hebben ‘clubkes’ meer behoefte aan hun eigen plek, buiten het wijkcentrum. 2. Door corona is ontmoeting ook steeds vaker digitaal geworden. Het digitale zal de fysieke ontmoeting niet kunnen vervangen het zal wel een grotere rol gaan spelen. Bij jongeren zien we dat het digitale een volwaardige leefwereld is en dat we hier als gemeente en als partners meer aandacht voor hebben over hoe we hier op kunnen aansluiten.. Ieder clubke zijn eigen plek? De gemeente krijgt regelmatig de vraag van verenigingen en organisaties voor ondersteuning bij het vinden van een plekje. Waar mogelijk ondersteunen we die vraag. Een van de belangrijkste voorzieningen die de gemeente hier voor heeft is het wijkcentrum.

De gemeente heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in wijkcentra, waaronder als onderdeel van MFA’s, waarin diverse functies samenkomen. Dit versterkt de betaalbaarheid van dergelijke voorzieningen en biedt tevens de mogelijkheden om diverse groepen met elkaar in contact te brengen. Bovendien kan een centrale locatie een herkenbaar punt zijn voor wijkbewoners in de wijk. In de praktijk loopt het gebruik en het beeld van de wijkcentra uit elkaar. Er zijn daarnaast ook wijkcentra (zoals de Back en In de Boomtak) die niet door de gemeente worden gefinancierd. De vraag om een locatie te ondersteunen voor een specifieke doelgroep buiten het wijkcentrum is niet nieuw. Ieder clubke wil het liefst zijn eigen plekske. De vraag is vaak groter dan het aanbod (bijvoorbeeld omdat de bestemming niet passend is, maar ook omdat fysieke voorzieningen kostbaar zijn). Als gemeente kunnen we niet voor iedereen een eigen plek faciliteren. Dit vraagt om goed te kijken naar de mogelijkheden in wijkcentra als centrale voorziening voor ontmoeting. Een andere reden om scherp te blijven op de rol van wijkcentra is de continue ontwikkeling en dynamiek van de wijk, waardoor de behoefte ook verandert. Dit vraagt om een afweging tussen het meewerken aan een verzoek voor een “eigen” locatie en de instandhouding en financiële onderbouwing van bestaande voorzieningen zoals de wijkcentra.

Hoe wegen we dit af? Fysieke voorzieningen vormen een onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In de wijk- en dorpsagenda brengen we signalen bij elkaar en kunnen we een eerste afweging maken of en hoe we dit als gemeente kunnen faciliteren. Bij het maken van die afweging nemen we in ieder geval de volgende criteria mee: 

We kijken in eerste instantie naar: kan het wijkcentrum zich aanpassen aan de nieuwe behoefte zodat zoveel mogelijk groepen en functies een plek kunnen vinden in de wijkcentra.

12

 

 

Aantrekkelijkheid heeft te maken met uitstraling, functionaliteiten en mogelijkheden en de combinatie met andere functies. Óók vanuit het belang van de gemeente bij de bestaande investering in wijkcentra, zien we hier een aparte actie om dit samen met Contour de Twern te onderzoeken. We willen dat locaties bruikbaar zijn voor meerdere groepen (clubkes). Dit is efficiënter in gebruik en bovendien kunnen we dan ook andere functies combineren. Bijvoorbeeld als het gaat om informatieverschaffing. We willen ook voorkomen dat groepen zich van elkaar afzonderen. Het is niet vanzelfsprekend dat de gemeente elke ontmoetingsplek (met financiële middelen) ondersteund. Dit is van een aantal zaken afhankelijk, zoals aansluiting op de doelen van de gemeente, beschikbaarheid van middelen bij de gemeente, financiële aspecten, exploitatie en de onderbouwing waarom het specifieke initiatief niet in een bestaand wijkcentrum kan worden gerealiseerd. De financiële exploitatie van bestaande wijkcentra willen we gezond houden. Mocht een nieuwe ontmoetingsplek niet in een wijkcentrum kunnen huisvesten, dan willen we dat er een model ontstaat waarin een centrale locatie (vaak het bestaande wijkcentrum) samenwerkt met decentrale locaties. Waarbij locaties aanvullend aan elkaar functioneren en concurrentie, c.q.

leegloop van locaties wordt voorkomen, zonder dat er persé meer subsidie voor beschikbaar is. Kan er een model ontstaan waarin een centrale locatie samenwerkt met decentrale locaties. Waarbij locaties aanvullend aan elkaar functioneren en concurrentie, c.q. leegloop van locaties wordt voorkomen, zonder dat er persé meer subsidie voor beschikbaar is. Gaat het om een wijkgericht of stedelijk gericht initiatief o Indien het gaat om een stedelijk initiatief dan is de gehele gemeente potentieel zoekgebied. Mogelijk kan er een locatie worden gevonden die ander doelen en groepen ook kan bedienen. o Als het een wijkgericht initiatief is: hoe is het draagvlak onder de inwoners van de gehele wijk of buurt (ook buiten de initiatiefnemers)? Een aparte locatie kan wenselijk zijn indien de veiligheid van de bezoekers in het geding is. Bijvoorbeeld deelnemers die zich bedreigd voelen. Het instandhouden van wijkcentra is, indien de behoefte in de wijk anders is, geen doel op zich. Maar indien dit tot gevolg heeft dat maatschappelijk vastgoed wordt afgestoten dan vraagt dit om een zorgvuldige afweging tussen de initiatieven. Bij een mogelijke sluiting

van wijkcentra zal de gemeenteraad op voorhand worden geïnformeerd. Wellicht volgen op basis van gesprekken rondom de uitvoering van deze actie meer criteria. Digitale ontmoeting De snelle opkomst van digitale ontmoeting door Corona versterkt een ontwikkeling die al plaatsvond. Zo zijn grote groepen jongeren minder te vinden op straat maar meer in de online leefwereld. De online leefwereld maakt onvermijdelijk deel uit van het dagelijks leven van jongeren. Denk aan ontmoeting, liefde, vriendschap, challenges, educatie, inspiratie en werk om maar wat te noemen. Het is dan ook noodzakelijk om de ondersteuning en support vanuit het sociaal domein ook in die leefwereld in te richten. . Om jongeren te ondersteunen zal de professional ook in de digitale wereld aanwezig moeten zijn. Maar het stopt niet bij enkel aanwezig zijn. We zien daar in Tilburg al

13

verschillende initiatieven in, bijvoorbeeld door R-newt. Ook voor volwassenen en ouderen is de digitale wereld meer en meer aanwezig. Als gemeente moeten we een weg vinden om met onze partners aanwezig te zijn in de digitale wereld ter ondersteuning van inwoners en om participatie mogelijk te maken. Voor iedereen is een veilige toegang tot internet van groot belang.

4. Indicatoren In de Kadernota Versterking Sociaal en Veerkrachtig Tilburg hebben we de indicatoren voor het veld sociale basis vastgesteld. De indicatoren zijn onderverdeeld in de volgende thema’s6: -

Tilburgers voelen zich fysiek, emotioneel en sociaal gezond Tilburgers voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving Tilburgers ervaren bestaanszekerheid Tilburgers hebben mensen om zich heen waarop ze kunnen steunen Tilburgers zijn in beweging

Uitgangspunt: “Indicatoren geven een duidelijk beeld van de stand van zaken van de sociale basis en bieden de mogelijkheid om bij te sturen.” Met de indicatoren uit de kadernota willen we een beeld creëren van de stand van zaken van de sociale basis. Met de komst van wijkgericht werken willen we de cijfers ook vertalen naar het wijkniveau. We vertalen dit in een dashboard. Zo krijgen we meer inzicht per wijk. Ook de beschrijving van de basisinfrastructuur per wijk geeft ons meer inzicht in de stand van zaken per wijk. De cijfers vertellen echter niet het hele verhaal. Om meer gevoel en inhoud te geven aan de cijfers willen we deze ondersteunen met de verhalen van professionals en inwoners. We richten ons op de betekenis die zij geven aan ontwikkelingen, aan hun eigen ervaring en over wat zij nodig vinden aan ontwikkelingen in de sociale basis. Een aanpak die we vaker hebben toegepast. Bijvoorbeeld bij de Agenda Sociaal 013, bij het onderzoek eind 2020 naar de impact van Corona op de sociale basis en bij het opstellen van de Beleidsnota Inclusie begin 2021. De wijkgerichte informatie in combinatie met de verhalen van inwoners en professionals ondersteunen ons bij de prioritering, verdeling en inzet van schaarse middelen.

5. Werkagenda De hiervoor benoemde uitgangspunten vormen de kaders en richting voor uitvoering van de Beleidsnota sociale basis. Op basis van het voorgaande hebben we de acties benoemd waar we in de komende periode tot en met 2025 mee aan de slag gaan. Deze activiteiten zijn extra ten opzichte van onze activiteiten die we al deden en verbonden aan de beweging van normaliseren. Verdere uitwerking in de tijd vind plaats via de diverse jaarplannen in de programmabegrotingscyclus. Voor het daadwerkelijk uitvoeren van de acties is er een relatie met de WMO inkoop in lijn met uitgangspunt 3: “Extra investeringen in de sociale basis leiden tot 6 Deze indicatoren worden jaarlijks opgenomen in de programmabegroting. De indicatoren zijn opgesplitst naar

leeftijdsgroepen. 14

kostenbesparingen op andere plekken in het sociaal domein”. Naarmate we meer beeld en duidelijkheid krijgen over de effectiviteit van experimenten gaan we meer investeren in de sociale basis.

1. Voor alle wijken vind een onderzoek plaats naar de sociale basisinfrastructuur. Dit sluit aan op het onderzoek in de 6 Toegangsgebieden om de beweging van normaliseren verder in te vullen. De wijk- en dorpsagenda’s staan hierin centraal. We houden rekening met verschillen in gebiedsindeling tussen de Toegang en de wijken en dorpen. Ter ondersteuning van dit onderzoek voeren we ook nog de volgende acties uit: a. We ontwikkelen een dashboard waarin de stedelijke indicatoren worden verdeeld naar het wijkniveau. Dit ondersteunt de wijk- en dorpsagenda’s.

b. We monitoren de stand van zaken m.b.t. de druk op mantelzorg en vrijwilligerswerk en nemen passende maatregelen indien nodig.

c. We ontwikkelen en voeren een narratief onderzoek (gebaseerd op de methodiek Agenderen op z’n Tilburgs) uit onder inwoners en professionals in diverse wijken om de stand van zaken van de sociale basis in beeld te brengen.

d. We gaan in gesprek met onze grootste subsidiepartner over de invulling van hun strategische rol en haar betrokkenheid bij de wijk- en dorpsagenda’s

e. Samen met de beheerders van wijkcentra onderzoeken we de wijze waarop wijkcentra hun rol als fysieke ontmoetingsplek invullen en aantrekkelijk blijven of worden voor een diverse doelgroep. f. Samen met koplopers en deskundigen onderzoeken we hoe we kwetsbare groepen kunnen vinden en ondersteunen in de digitale wereld.

2. Ten behoeve van de beweging van normaliseren voeren we samen met partners in de wijk een actiegericht onderzoek uit in de vorm van experimenten. 3. We ontwikkelen een financieel model om initiatieven in de sociale basis te verduurzamen.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10562248/2