Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029
Tekst van het document
Beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029 Ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Gemeente Tilburg – maart 2025
Inhoud 1. Inleiding 2. Over wie hebben we het? 3. Huidig beleid bestaanszekerheid 4. Evaluatie beleid bestaanszekerheid 5. Geactualiseerde beleid bestaanszekerheid 6. Sporen bestaanszekerheid 7. Financieel kader
Bijlage 1: Bestaanszekerheidsmonitor 2017-2022 en raming 2023 Bijlage 2: Evaluatie onderzoeksbureau BMC (hoofdrapport, monitoring, bijlagen) Bijlage 3: Minima effect rapportage gemeente Tilburg 2025 Bijlage 4: Samenhang beleidsterreinen Bijlage 5: Beleidsplan schuldhulpverlening
1
1.
Inleiding
In Tilburg zetten we ons in voor een brede definitie van bestaanszekerheid. Dit gaat niet alleen om financiële rust en zekerheid, maar ook om andere zekerheden zoals een fatsoenlijk dak boven je hoofd, voldoende te eten, toegang tot goede en betaalbare zorg en onderwijs, en werk of een andere dagbesteding. We willen meer welbevinden en geen sociale uitsluiting voor onze inwoners. In de afgelopen jaren hebben we stevig ingezet op het versterken van de bestaanszekerheid van onze inwoners. Onze medewerkers bestaanszekerheid hebben een cruciale rol gespeeld in het bieden van maatwerk en nabijheid, wat heeft geleid tot meer perspectief op maat, meer financiële rust en een sterker sociaal vangnet voor inwoners. Nieuw beleid heeft soms iets meer tijd nodig om in de haarvaten van de organisatie en samenleving door te dringen. Het risico bestaat dat we te snel willen vernieuwen en veranderen en gaan stapelen op het vele dat er al is. Toch moeten we alert blijven. We moeten steeds een vinger aan de pols houden want er blijven ontwikkelingen spelen waar we rekening mee moeten houden zoals stijgende energieprijzen en hoge inflatie. Er blijven ook uitdagingen zoals het ondersteunen van inwoners die ondanks een baan moeilijk rond kunnen komen en het verbeteren van onze monitoring.
En hoe kunnen we maatwerk blijven leveren en tegelijkertijd leren van onze ervaringen? Hoe zorgen we dat inwoners weet hebben van onze minimaregelingen? Hoe maken we het aanvragen van de regelingen zo eenvoudig mogelijk? We staan voor de taak om onze aanpak voortdurend te verbeteren en te innoveren. Door dichtbij te zijn en samen te werken met de organisaties in de stad, willen we inwoners met zorgen en hun gezin zo vroeg mogelijk in beeld krijgen en ondersteuning bieden. Onze professionals werken samen met professionals en organisaties in de stad. Denk hierbij aan de Toegang, ContourdeTwern, het Tilburgs Ondersteuningsfonds, Stichting Leergeld en de Voedselbank. We vragen ervaringsdeskundigen, inwoners uit de stad en dorpen en maatschappelijke partners met ons te blijven meedenken over de doorontwikkeling van onze aanpak voor bestaanszekerheid.
2
2.
Over wie hebben we het?
De bestaanszekerheidsmonitor 2017-2022 en raming 2023 (zie bijlage 1) biedt belangrijke inzichten in de inkomenssituatie van huishoudens in Tilburg. Vanuit bestaanszekerheid is de doelgroep met een laag inkomen ons startpunt; dit zijn de inwoners die een inkomen hebben tot 120% van het sociaal minimum. In Tilburg zijn dit 14.300 minimahuishoudens waarvan: - 1.800 met inkomen uit arbeid - 800 met inkomen uit eigen onderneming - 100 met een werkloosheidsuitkering - 1.300 met een arbeidsongeschiktheidsuitkering - 4.200 met een bijstandsuitkering1 - 1.100 overige uitkering sociale voorzieningen - 4.900 met inkomen uit pensioen - 100 overig/onbekend Een onderverdeling naar de typen huishouden met een laag inkomen laat zien dat verreweg de meeste huishoudens bestaan uit één persoon: 69,2 % (9.900) éénpersoonshuishoudens; 11,2 % (1.600) paar zonder kinderen; 5,6 % (800) paar met kinderen; 12,6 % (1.800) éénoudergezin; 1,4 % (200) overig/onbekend. Andere belangrijke informatie uit de bestaanszekerheidsmonitor: -
-
Aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum: o In Tilburg zijn dit 16.900 huishoudens. Aantal huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum: o In Tilburg zijn dit 14.300 huishoudens. Werkende armen: o Minimaal 3.400 huishoudens (20%) binnen deze groep behoren tot de categorie werkende armen. Gebruik minimaregelingen: o Gebruik van één of meer minimaregelingen is 60 %. Schuldhulpverlening: o 4.000 adviesvragen o 400 aanmeldingen voor schuldregelingen o 1300 budgetbegeleidingen
Naast onze eigen bestaanszekerheidsmonitor zijn er landelijke inzichten: -
-
Inkomenstekort volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2022 2: o Werkende armen kampen gemiddeld met een inkomenstekort van 23%. o Inwoners met een bijstandsuitkering ervaren een gemiddeld inkomenstekort van 6%. Inkomenstekort volgens Commissie Sociaal Minimum 2023 3: o Een toereikend sociaal minimum is hoger dan het huidige sociaal minimum. Afstand tot de arbeidsmarkt van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 2023 4:
1
In totaal hebben ongeveer 6.500 inwoners een bijstandsuitkering. Zij ontvangen of een volledige bijstandsuitkering of aanvullende bijstand naast bijvoorbeeld inkomen of uitkering. 2 Stress, armoede en schulden van de Sociale Alliantie; EEN GEDRAGSGERICHTE BENADERING VAN ARMOEDE van de Hogeschool van Amsterdam. Een longitudinale studie naar het verband tussen financiële schaarste en gevoelens van maatschappelijke uitsluiting | Kenniscentrum Psychologie en Economisch Gedrag 3 4
rapporten Commissie Sociaal Minimum Arbeidsparticipatie en afstand tot de Arbeidsmarkt, 2023 | CBS 3
o
Uit onderzoek blijkt dat van de minima met een participatiewet uitkering ongeveer een derde gemakkelijk aan werk komt, een derde een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft en dat het voor een derde erg moeilijk is om aan de slag te kunnen.
Uit de gesprekken met de inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties blijkt dat ondersteuning vanuit de overheid nodig is en blijft. Uit de gesprekken kunnen we de volgende rode draden halen: Er ligt vaak een life event aan ten grondslag dat mensen in de problemen komen: een echtscheiding, pensionering, verlies van baan, 18 jaar oud worden. Signalering blijft een belangrijk aandachtspunt, problemen blijven soms te lang onzichtbaar. Minima ervaren nog te vaak druk vanuit uitkeringsinstanties om te gaan werken/solliciteren terwijl ze hier nog niet aan toe zijn. Er is een duidelijke correlatie tussen armoede en gezondheid. Voor deze groep is ontmoeting heel belangrijk voor hun welbevinden, evenals mogelijkheden om mee te doen in de samenleving (gezond en gelukkig). Inwoners zijn in het algemeen tevreden over het maatwerk dat de gemeente biedt. Inwoners hebben behoefte aan duidelijkheid op financieel gebied, bijvoorbeeld over de hoogte van het inkomen en of iets een lening is of een gift. Communicatie en informatie over de verschillende vormen van ondersteuning en inkomensregelingen is heel belangrijk. Een boekje met minimaregelingen en –voorzieningen is heel belangrijk, net als het vermelden van contactpersonen en rechtstreekse telefoonnummers.
Zorg dat de boekjes worden thuisbezorgd en verspreid via maatschappelijke organisaties en overal waar de doelgroep komt. Fysieke punten waar inwoners met hun vragen terecht kunnen zijn belangrijk. Heb aandacht voor vrouwen, zij zijn minder vaak financieel zelfredzaam. De cijfers laten zien dat het belangrijk is om extra in te zetten op werkende armen. Betrek inwoners en maatschappelijke organisaties bij de monitoring over het beleid. Deze rode draden, de informatie uit de bestaanszekerheidsmonitor en landelijke onderzoeken, de evaluatie van onderzoeksbureau BMC en de minima-effect rapportage (MER) uitgevoerd door het Nibud (Nederlands instituut voor budgetvoorlichting) hebben we gebruikt om het huidige beleid te actualiseren.
4
3.
Huidig beleid bestaanszekerheid
In 2019 hebben we ons beleid dat was gericht op het verzachten van armoede, grondig herzien en vastgelegd in de beleidsnota 2020-2023 “Bestaanszekerheid, activeren vanuit nabijheid en maatwerk”. De sporen van het beleid 2020-2023 zijn: A. Inwoners ondersteunen vanuit nabijheid en maatwerk; B. Liever kosten voorkomen dan achteraf compenseren; C. Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen; D. Het tegengaan van intergenerationele armoede; E. Ondersteuning vanuit minimaregelingen en -voorzieningen. In het beleid werd ingezet op ondersteuning op vijf levensdomeinen: inkomen en uitgaven, wonen, participatie/meedoen in de samenleving, gezondheid en onderwijs en opleiding. De kern in het beleid was het bieden van perspectief. Dit was in de nota opgenomen als: ‘perspectief is voor elke inwoner weer anders, dat betekent dus ondersteuning op maat’. We versterkten de aandacht voor preventie in het beleid bestaanszekerheid: ‘naast vangnet, vliegwiel en verbinden wordt voorkomen een belangrijke pijler in het beleid bestaanszekerheid’. Uitgangspunt was ook om mensen niet alleen te compenseren, maar mensen te activeren en in hun kracht te zetten. De afgelopen jaren zijn gekenmerkt door situaties waardoor de bestaanszekerheid van veel mensen onder druk is komen te staan.
Corona, duurdere boodschappen, hogere energiekosten en beperkt beschikbaarheid van betaalbare woningen zijn hier enkele voorbeelden van. Deze gevolgen zijn gedempt door ondersteunende koopkrachtmaatregelen van de overheid zoals financiële steun tijdens de coronacrisis, de eenmalige energietoeslag en het verhogen van reguliere toeslagen én ondersteunende maatregelen in Tilburg zoals het uitbreiden van de mogelijkheden van het Tilburgs Ondersteuningsfonds, het versneld verkorten van de looptijd van minnelijke schuldregelingen en de witgoedregeling.
5
4.
Evaluatie van het beleid bestaanszekerheid
Onderzoeksbureau BMC heeft ons beleid geëvalueerd (zie bijlage 2). Het doel van de evaluatie was om inzicht te geven in de resultaten die voortkomen uit de beleidsnota en het bijbehorende uitvoeringsplan 'Bestaanszekerheid, activeren vanuit nabijheid en vertrouwen’. Centraal in de evaluatie staan de ervaringen van inwoners en maatschappelijke organisaties met het beleid. BMC heeft bij de evaluatie gebruik gemaakt van het rapport van de Rekenkamer van december 2023: Een onzeker bestaan en andere rapporten en zelfevaluaties. Daarnaast wilden we graag weten hoe het gesteld is met de inkomenssituatie van inwoners met een laag inkomen. Kunnen de huishoudens rondkomen of hebben ze te maken met een armoedeval 5? Dit heeft het Nederlands Instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) voor ons onderzocht. Uit de evaluatie van BMC blijkt dat de gekozen richting van het beleid bestaanszekerheid nog steeds passend is: De gemeente Tilburg onderscheidt zich in de manier waarop ze het onderwerp bestaanszekerheid heeft aangevlogen bij het opstellen van het beleid dat nu geëvalueerd wordt. In een tijd waarin het nog niet vanzelfsprekend was dat er naar bestaanszekerheid in brede zin werd gekeken, heeft Tilburg dit al in beleid weten te vatten. Uit deze evaluatie blijkt dat de bedoeling, en daarmee de essentie van het beleid, aansluit bij wat nodig is om bestaanszekerheid te vergroten.
De vijf levensgebieden die van belang zijn, komen erin terug en er wordt gefocust op nabijheid en maatwerk. Kijkend naar de landelijke literatuur zien we dat ook daar de nadruk steeds meer komt te liggen op het kijken naar een breder perspectief op bestaanszekerheid en niet uitsluitend naar de financiële kant ervan. Hierbij hoort ook de rol van een betrouwbare overheid en echte nabijheid bij inwoners. Ook dit laatste is gevat in het beleid van Tilburg. Citaat inwoner: “Ik vind het heel prettig dat ze je een beetje aan de hand houden en ze dichtbij zijn.” BMC adviseert dus door te gaan op de ingeslagen weg. Ze adviseert daarbij om in te blijven zetten op heldere communicatie, gebruik te blijven maken van ervaringskennis en kennis van inwoners, het vereenvoudigen en verbeteren van de toegankelijkheid van regelingen. De sporen/uitgangspunten kosten voorkomen en preventie en vroegsignalering kunnen beter samengevoegd worden. Op onderdelen is een aanscherping van het beleid wenselijk. Het gaat dan om: Continueer de inzet van de medewerkers bestaanszekerheid. Zij worden positief gewaardeerd door de inwoners; Breid de inspanningen op intergenerationele armoede uit en zoek hier de samenwerking met andere beleidsterreinen. Intergenerationele armoede is niet op te lossen vanuit bestaanszekerheid alleen.
Zet in op doelgroepen die nog niet goed in beeld zijn zoals jongeren, ouderen en werkende armen; Onderzoek of het beleid Schuldhulpverlening geïntegreerd kan worden in het beleid bestaanszekerheid vanwege de samenhang tussen deze beleidsterreinen. Verdiep het beleid met het perspectief “rust en stabiliteit” en biedt inwoners langdurige ondersteuning. Houdt rekening met de mogelijkheden en capaciteiten van inwoners; Verbeter de monitoring zodat gemakkelijk nagegaan kan worden wat de trends zijn en of de doelen voor bestaanszekerheid worden bereikt. Ook de kennis en inzichten vanuit maatschappelijke partners met betrekking tot veranderingen of ontwikkelingen van de doelgroep kunnen we mogelijk beter benutten. Zij staan dicht bij inwoners en kunnen waardevolle input leveren voor beleid en uitvoering.
5
Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. 6
Citaat inwoner: “Ik heb begeleiding voor mijn gezondheidsproblemen en zij hebben mij doorverwezen naar een medewerker bestaanszekerheid. Ik heb haar dezelfde dag gebeld en mijn situatie uitgelegd en na een paar dagen kon ze al komen. Dat het zo snel ging, was heel fijn.”
Twee aanbevelingen van BMC nemen we niet over: Het terughoudend zijn met experimenten. Dit is voor ons geen doel op zich. We leren van experimenten van andere gemeenten en zullen blijven experimenteren waar experimenten helpend zijn om ons beleid te verbeteren. Het bieden van duidelijkheid over maatwerk. Voor maatwerk willen we geen kaders geven. Waar we kaders geven, wordt maatwerk beleid en is het geen maatwerk meer. We vertrouwen hierbij op de professionaliteit van onze medewerkers. De resultaten van de evaluatie hebben we besproken met inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties. Citaat inwoner: “Ik heb niet het idee dat er iets is veranderd bij de gemeente. Ik hoor via mijn buurvrouw of ik iets kan aanvragen. Lenen doe ik ook via het eigen netwerk, want extra geld via de gemeente krijg ik toch niet.” Daarnaast wilden we graag weten hoe het gesteld is met de inkomenssituatie van inwoners met een laag inkomen. Kunnen de huishoudens rondkomen of hebben ze te maken met een armoedeval 6? Het Nederlands instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) heeft een minima-effectrapportage (MER) voor de Tilburgse huishoudens gemaakt. De belangrijkste conclusies uit de MER (zie bijlage 3) zijn:
De alleenstaande van 20 jaar kan de maandbegroting niet rond krijgen. Deze inwoner heeft te weinig inkomsten om alle minimale bestedingen te kunnen doen. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat ze geen recht hebben op huurtoeslag. Voor dit huishoudtype geldt wel dat de ouders in principe nog onderhoudsplichtig zijn en tot 21 jaar de kosten van het levensonderhoud en studie moeten betalen 7 . Vooral éénpersoons huishoudens met een zorgvraag zijn kwetsbaar. Mochten er meer zorgkosten zijn dan waar het Nibud rekening mee heeft gehouden, dan kan bij hen een tekort ontstaan. Ook alleenstaanden zonder zorgvraag zijn kwetsbaar. We zien in een paar situaties een armoedeval: een uitstroomval bij de eenoudergezinnen met jonge kinderen als ze gaan werken bij 110 % van het sociaal minimum 8. Bij paren met kinderen zien we een doorstroomval op 130 procent. Bij dat inkomen levert werken minder op dan bij een lager inkomen.
Bij de berekeningen gaat het Nibud ervanuit dat men zeer goed met geld kan omgaan, alle inkomensondersteuning aanvraagt waar men recht op heeft en men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijke onvermijdbare uitgaven zoals bijvoorbeeld een hogere huur. Voor het beleid beveelt het Nibud aan om financieel beheer te stimuleren, het niet-gebruik van regelingen tegen te gaan, inwoners helpen de energiekosten te verlagen, de voordelen van de collectieve zorgverzekering onder de aandacht te brengen, aandacht voor werkenden, vooral paren met oudere kinderen te helpen de inkomenssituatie te verbeteren en aandacht te houden voor de inkomenspositie van alleenstaanden. Deze laatste groep heeft weinig bestedingsruimte per maand. Als zij geen gebruik maken van de minimaregelingen en -voorzieningen, kunnen ze niet rondkomen.
6
Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. 7 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/scheiden/vraag-en-antwoord/onderhoudsplicht 8 Voor alle duidelijkheid: het sociaal minimum is niet hetzelfde als het minimum inkomen - het sociaal minimum ligt lager. Het sociaal minimum is het bedrag dat minimaal nodig is om van te leven. Dat bedrag is niet voor iedereen hetzelfde. Hoe hoog het sociaal minimum is, hangt af van leeftijd en leefsituatie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt het bedrag vast. Een bijstandsuitkering bevindt zich op het sociaal minimum. 7
Citaat inwoner: “Mensen hebben het idee dat de gemeente hen op de hielen zit. Mensen zijn bang voor de gemeente, omdat de gemeente willekeurig dingen kan afpakken. Ook angst dat de gemeente hen in de gaten houdt.”
8
5.
Beleid bestaanszekerheid 2025-2029
Een fatsoenlijk dak boven je hoofd, voldoende te eten, toegang tot goede en betaalbare zorg en onderwijs, rond kunnen komen, en werk of een andere dagbesteding die structuur en zin aan de dag geeft. Deze zekerheden zou iedere Tilburgse inwoner moeten hebben. Ze vormen de basis van iemands bestaan. Als dat fundament ontbreekt, wordt leven 'overleven'. In Tilburg staan we voor een inclusieve stad die niemand aan zijn lot overlaat of uitsluit. We willen gelukkige en gezonde inwoners. Daarom streven we naar het bieden van bovenstaande zekerheden voor al onze inwoners. En dat begint, nog steeds, bij financiële rust. Want er is weinig dat zoveel stress en onzekerheid geeft als armoede. Die stapel onbetaalde rekeningen, het gevoel je gezin niet te kunnen onderhouden; het ontbreken van bestaanszekerheid leidt aantoonbaar tot vele andere problemen. De afgelopen periode hebben we hiervoor al een mooie beweging naar preventie gemaakt met de doelgerichte en outreachende aanpak van het team Schuldhulpverlening, onze medewerkers bestaanszekerheid en de verbindende schakels. We willen dat alle mensen in deze stad meedoen, daarvoor richten we ons op de eigen kracht en het talent van inwoners. Dit willen we bereiken door te kijken en luisteren naar wat wél kan.
Mensen zien en waarderen, het gesprek aangaan: ‘wie ben jij, waar wil je naartoe, waar word je blij van?’ Iedereen heeft een talent, soms is dat nog niet ontdekt of door omstandigheden nog niet tot bloei gekomen. Daar gaan we samen naar op zoek. Ontdekken wat hen motiveert, zodat inwoners voelen dat ze meetellen en ook meedoen. De gesprekken die we voeren worden enorm gewaardeerd door inwoners en deze zetten we dan ook voort. Perspectief, meedoen in de samenleving, is voor elke inwoner weer anders, dat betekent ondersteuning op maat. Voorafgaand aan dat individuele maatwerk is het toch goed om een aantal groepen inwoners te classificeren waarop we kunnen sturen en om de basisbehoeften bij bepaalde groepen in beeld te brengen. Zo kunnen we ons beleid meer naar de voorkant, met meer perspectief en meer afgestemd maken. De verhalen en ervaringen uit gesprekken met partners en inwoners zijn daarin van grote waarde. Met onze aanpak Tilburg investeert in Perspectief werken we vanuit vertrouwen en de menselijke maat. We spreken alle inwoners met een uitkering uit de participatiewet en bieden hen ondersteuning op maat. We zetten erop in dat inwoners naar vermogen meedoen in de maatschappij. We realiseren ons dat meedoen in de maatschappij voor een deel van de inwoners lastig is. Bijvoorbeeld door ziekte, mantelzorg of complexe problemen.
Voor hen is er weinig perspectief op betaald werk. We bieden dan maatwerk waarbij we samen met de inwoners kijken wat wél kan. Kern van het beleid bestaanszekerheid 2025-2029 A. Inwoners ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk; B. Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen, liever voorkomen dan achteraf compenseren; C. Een kansrijke toekomst om intergenerationele armoede tegen te gaan: gelijke ontwikkelingskansen voor het hele gezin; D. Ondersteuning vanuit minimaregelingen en -voorzieningen.
Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de visie 2020-2023 voor de sporen zijn: De voormalige sporen B Preventie en vroegsignalering en C Liever voorkomen dan achteraf compenseren hebben we samengevoegd tot spoor B Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen, liever voorkomen dan achteraf compenseren. Het voormalige spoor D Voorkomen van intergenerationele armoede is opgegaan in het nieuwe spoor C Een kansrijke toekomst om intergenerationele armoede tegen te gaan: gelijke ontwikkelingskansen voor het hele gezin.
9
Qua inhoud zijn de belangrijkste wijzigingen: a. verstevigen van de outreachende aanpak door de tijdelijke extra inzet van 3 medewerkers bestaanszekerheid structureel te maken. De aanpak die in 2019 is ingezet blijkt succesvol en willen we daarom voortzetten en verstevigen. b. integrale aanpak voor het gezin bij bestrijding intergenerationele armoede en ondersteuning van het kind ter voorkoming van sociale uitsluiting. Waar we eerder vooral inzetten op het voorkomen van sociale uitsluiting van kinderen, zetten we nu ook in op de omgeving van het kind. c. verbeteren van bereik van groepen die onze ondersteuning nu onderbenutten zijnde jongeren, ouderen en werkende armen. Uit de evaluatie van BMC blijkt dat we niet alle groepen even goed bereiken. Dit willen we bereiken door sterker verbinding te leggen met jeugdbeleid en het ouderenbeleid (gezonde en gelukkig oud), voor werkende armen voegen we een aanvullende aanpak toe gericht op werkgevers. Voor jongeren en ouderen sluiten we aan bij het huidige beleid, voor werkende armen intensiveren we de aanpak. Uit de MER blijkt de kwetsbaarheid van alleenstaanden, voor hen is het extra belangrijk gebruik te maken van minimaregelingen en -voorzieningen als ze weinig perspectief hebben op betaald werk. d.
verankeren uitgangspunten beleid Schuldhulpverlening, te weten: voorlichting, vroegsignalering, hulp bij geldzorgen, sanering van schulden, in het beleid bestaanszekerheid. Het beleid Schuldhulpverlening gaat onderdeel uit van het beleid Bestaanszekerheid. Zo zorgen we dat het beleid meeloopt in de cyclus van opstellen, evalueren en aanpassen van het beleid en in de financiële verantwoordingscyclus. e. meer rekening houden met het perspectief stabiliteit waar het de ondersteuning en capaciteiten van onze inwoners betreft, zodat zij mee kunnen blijven doen in de samenleving (en waar mogelijk ook stappen zetten in hun ontwikkeling). Zo onderzoeken we of een deel van onze inwoners met een Participatiewet uitkering kunnen worden ‘ondergebracht’ bij medewerkers bestaanszekerheid in plaats van een klantregisseur, zodat het perspectief op stabiliteit in de ondersteuning meer focus en aandacht krijgt. Die stabiliteit is een eerste vereiste om mee te kunnen blijven doen en vervolgens stappen in ontwikkeling te kunnen zetten. f. We onderzoeken of een deel van onze inwoners met een Participatiewet uitkering kunnen worden ‘ondergebracht’ bij medewerkers bestaanszekerheid in plaats van een klantregisseur, met focus op het bieden van stabiliteit (en laagdrempelige vormen van participatie). g.
de monitoring verbeteren door de monitor bestaanszekerheid uit te breiden met informatie over schuldhulpverlening, informatie van maatschappelijke partners en informatie om snel in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen.
Wat betekent de visie concreet voor onze inwoners? Hieronder zien we, vanuit het perspectief van de inwoner, de basiszekerheden die elke Tilburger zou moeten hebben en waar we ons op richten vanuit het beleid bestaanszekerheid. Dit betekent veel minder de smalle focus op armoede en schulden, maar een brede inzet vanuit verschillende maatschappelijke terreinen. Onze medewerkers kijken niet alleen naar inkomsten, uitgaven en schulden maar ook naar de leefdomeinen wonen, participatie/meedoen in de samenleving, gezondheid en onderwijs en opleiding. Deze brede blik passen onze medewerkers bestaanszekerheid, medewerkers schuldhulpverlening, klantregisseurs en rechtmatigheidsconsulenten toe.
10
Bestaanszekerheid staat niet op zichzelf Het beleid bestaanszekerheid heeft verbanden met veel andere beleidsterreinen. Door een slechte gezondheid kan een inwoner minder uren werken en daardoor onvoldoende inkomen krijgen om rond te komen. Een aanvullende uitkering vanuit de gemeente is noodzakelijk. Stress over de geldzorgen is slecht voor de gezondheid. In gezinnen met huiselijk geweld is in bijna 60 % van de gevallen sprake van geldzorgen 9. In ons beleid houden we rekening met wat het hebben van een laag inkomen betekent om mee te kunnen doen. In bijlage 4 hebben we aangegeven wat de samenhang is tussen bestaanszekerheid en andere beleidsterreinen.
9
Smart start pilot geweld in afhankelijkheid, 2024, Centerdata 11
6
Sporen bestaanszekerheid
Op basis van de inzichten vanuit de evaluatie van BMC, de minima-effect rapportage van het Nibud, gesprekken met professionals, raadsleden en ervaringsdeskundigen, lokale data-analyses en wetenschappelijk onderzoek hebben we onze sporen aangepast. In plaats van 5 sporen werken we nu dus met 4 sporen, zoals aangegeven in het vorige hoofdstuk. Per spoor geven we kort aan wat het beleid was en wat de belangrijkste wijzigingen zijn. Daarna geven we aan wat we willen bereiken en hoe we dat willen bereiken A. Iedereen in beeld: perspectief bieden vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Belangrijkste wijzigingen In de naam van het spoor hebben we vertrouwen toegevoegd, omdat dat de grondhouding is van de medewerkers van de afdeling Werk en Inkomen. Daarnaast beseffen we dat meedoen naar vermogen kan betekenen dat een inwoner veel kwetsbaarheden heeft en weinig mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Als groep zijn alleenstaanden met een zorgvraag het meest kwetsbaar. Sommige groepen zoals jongeren, ouderen en werkende armen willen we beter bereiken. Door sterker verbinding te leggen met jeugdbeleid en het ouderenbeleid (gezonde en gelukkig oud), voor werkende armen voegen we een aanvullende aanpak toe gericht op werkgevers. Wat willen we bereiken? We willen minima blijven bereiken via persoonlijk contact en doelgerichte ondersteuning.
a) Vertrouwen: We werken vanuit vertrouwen, we willen onze inwoners ondersteunen en stimuleren. b) Nabijheid: We staan naast onze inwoner en kijken samen naar de mogelijkheden. We bieden ondersteuning waar de inwoner dat prettig vindt, thuis, in een wijkcentrum, een café of op het Stadhuis. We hebben oog voor de mogelijkheden van inwoners zodat zij naar vermogen deel kunnen nemen aan de maatschappij. Waar nodig geven we een zetje. c) Maatwerk: Iedere inwoner bevindt zich in een andere situatie en heeft andere behoeftes. Door steeds te bekijken wat iemand echt nodig heeft in plaats van alleen generieke regelingen aan te bieden, kunnen we meer bereiken in het bieden van perspectief aan inwoners. Iedere inwoner kan rekenen op passende ondersteuning. Heel vaak is die ondersteuning mogelijk vanuit ons generieke aanbod. Het kan nodig zijn om even pas op de plaats te maken zodat een inwoner tot rust kan komen na een periode met veel stress. Vanuit deze stabiliteit kunnen we daarna weer werken aan maatschappelijke participatie. We zorgen voor zoveel mogelijk voorspelbaarheid op financieel gebied. Bijvoorbeeld door van tevoren aan te geven of bijzondere bijstand wordt verstrekt als lening of gift. Op maat bieden we ondersteuning aan groepen die dat nodig hebben zoals jongeren, ouderen en werkende armen.
Medewerkers en andere professionals kunnen budget inzetten om maatwerk mogelijk te maken. Ook is een beroep mogelijk om het Tilburgs Ondersteuningsfonds. d) Integraal: We kijken verder dan alleen naar de financiële situatie, vaak zijn andere problemen een oorzaak of gevolg van de financiële situatie. We blijven inzetten op het verlagen van kosten. Bijvoorbeeld door energiebesparende maatregelen voor iedereen toegankelijk te maken. We zien duidelijk raakvlakken met onder meer wonen, gezondheid, onderwijs en dakloosheid (zie bijlage 4 voor een overzicht van de samenhang tussen bestaanszekerheid en andere beleidsterreinen). e) Meer doelmatige inzet: Voor de ene inwoner is de collectieve ziektekostenverzekering een noodzakelijke minimaregeling om de bestaanszekerheid te versterken (gezondheid). Voor de andere inwoner is een andere zorgverzekering beter passend en financieel ook interessanter. We zetten de minimaregelingen meer doelmatig in op basis van de behoefte van de inwoner. f) Beter bereiken specifieke groepen: We willen het bereik verbeteren door sterker verbinding te leggen met jeugdbeleid en het ouderenbeleid (gezonde en gelukkig oud), voor werkende armen voegen we een aanvullende aanpak toe gericht op werkgevers. Als groep zijn alleenstaanden met een zorgvraag kwetsbaar.
g) Ontwikkeling & begeleiding: Door in te blijven zetten op ontwikkeling en begeleiding naar bijvoorbeeld scholing, werk of actief in de wijk kunnen inwoners zelf steeds meer hun eigen bestaanszekerheid organiseren en hoeven (in sommige gevallen) minder een beroep te doen op onze generieke minimaregelingen.
12
Hoe gaan we dit bereiken? We gaan dit realiseren door maatwerk in te blijven zetten bij begeleiding en ondersteuning. Medewerkers bestaanszekerheid benaderen proactief inwoners met een laag inkomen zonder bijstandsuitkering. Met maatwerk en tijdelijke gerichte interventies zetten we in op wat iemand echt nodig heeft (integraal: wonen, participatie, gezondheid, inkomen en onderwijs) waardoor inwoners meer perspectief krijgen en waar mogelijk structureel onafhankelijk kunnen worden van minimaregelingen en ondersteuning. De inzet van deze ondersteuning kan per persoon heel verschillend zijn. Daar waar de één vooral ondersteuning nodig heeft bij het aanvragen van de juiste toeslagen en regelingen, kunnen we de ander helpen met het bieden van een opleiding (die de kansen op meer of beter betaald werk vergroot), of met ondersteuning om ander of meer uren werk te vinden om het inkomen te verhogen. Weer een ander blijkt door zijn financiële situatie in een sociaal isolement te zitten, en kan door de juiste doorverwijzing en ondersteuning aansluiten bij initiatieven in de eigen wijk, in combinatie met een aanpak van zijn financiële situatie. Iedere inwoner kan rekenen op passende ondersteuning. Bestaanszekerheid is verbonden met veel andere beleidsterreinen (zie ook bijlage 4).
Steeds hebben we aandacht voor de vraag: wat betekent dit voor mensen met een laag inkomen? Zo houden we bijvoorbeeld rekening met betaalbare woningen, betaalbare energiemaatregelen, voldoende woningen, onderwijs in de buurt, een beschikbare huishoud, een gezonde leefomgeving en hebben we aandacht voor gezondheid. In ons beleid voor jongeren, senioren en vrouwen (inclusie) hebben we aandacht voor de bestaanszekerheid van deze groepen. Voor werkende armen ontwikkelen we samen met werkgevers een werkgeversaanpak om via werkgevers werknemers te kunnen ondersteunen. Het is belangrijk om, samen met werkgevers, te onderzoeken hoe zij hun inkomsten kunnen vergroten en via werkgevers de minimaregelingen onder de aandacht te brengen. Omdat niet alle werknemers in loondienst zijn, richten we ons ook op andere manieren om werkenden te bereiken. Bijvoorbeeld door onze minimaregelingen en –voorzieningen breed onder de aandacht te brengen. Verbinding met klantregie re-integratiemodel Tilburg investeert in Perspectief (TiiP) Het re-integratiemodel zet intensief in op (maatwerk)begeleiding en ondersteuning voor alle huishoudens met een Participatiewet-uitkering. Een belangrijk onderdeel van TiiP is dat iedere uitkeringsgerechtigde, ongeacht diens afstand tot de arbeidsmarkt, een klantregisseur heeft.
De kerntaak van de klantregisseur is: ''het contact maken en leren kennen van de klant, als middel om een zo effectief mogelijk activeringsprogramma in te richten naar werk en/of zinvolle activering". Een methodische aanpak helpt de klantregisseurs om op de juiste momenten, de meest passende interventies te doen. Daarom zijn alle klantregisseurs hierin geschoold (zij werken volgens het Integratieve Gedragsmodel (IGM) 10 . Het uitgangspunt is meedoen naar vermogen met oog voor inwoners waarvoor meedoen moeilijk is. Waarbij gewerkt wordt vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk. Dezelfde begeleiding bieden we aan minimahuishoudens zonder Participatiewet-uitkering (niet uitkeringsgerechtigden), ondersteund door een medewerker bestaanszekerheid. De medewerkers bestaanszekerheid zijn gekoppeld aan de Tilburgse wijken en de dorpen. Zij sluiten aan bij plaatsen waar inwoners met een laag inkomen komen, werken samen met de Verbindende Schakels en bellen aan bij inwoners. Met inwoners worden gesprekken gevoerd over bestaanszekerheid van inwoners. Uit alle evaluaties wordt de inzet van de Medewerkers Bestaanszekerheid consequent positief beoordeeld. Met tijdelijke middelen vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) hebben we de inzet van de medewerkers voor 2024 en 2025 bijna verdubbeld. We willen deze inzet op basis van de evaluatie bestendigen en versterken.
B. Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen, liever voorkomen dan achteraf compenseren 10
In de kern stelt het model dat motivatie en gedrag gaat om 2 factoren: willen en kunnen. Met het IGM kun je op een evidence based manier zicht krijgen op de factoren die maken dat een cliënt meer of minder actief aan de slag gaat met werk vinden, om vervolgens, op basis van dit inzicht, gericht interventies en begeleiding in te zetten om dit te veranderen.
13
Belangrijkste wijzigingen De voormalige sporen B Preventie en vroegsignalering en C Liever voorkomen dan achteraf compenseren hebben we samengevoegd tot spoor B Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen, liever voorkomen dan achteraf compenseren. Beide sporen zijn gericht op preventie, vroegsignalering en het voorkomen van kosten. Het beleid schuldhulpverlening hebben we in dit spoor ondergebracht. Zo borgen we dat het beleid Schuldhulpverlening meeloopt in de beleidscyclus en in de verantwoordingscyclus. We houden rekening met verbanden die er zijn tussen het beleid Bestaanszekerheid en andere beleidsvelden. Wat willen we bereiken? Door meer interventies aan de voorkant en actieve inzet op het voorkomen van problemen, zijn mensen beter in staat om zich staande te houden in onze complexe maatschappij. Denk hierbij aan investeren in energiebesparende maatregelen, het stimuleren van participatie, vroegtijdig leren omgaan met financiën, zorgen dat inwoners alle toeslagen ontvangen, en tijdig ingrijpen bij betalingsachterstanden. Dit alles voorkomtcomplexere problematiek; compensatie met minimaregelingen achteraf is daardoor minder nodig, evenals zwaardere ondersteuning zoals schuldsanering. Hoe gaan we dit bereiken? We blijven inzetten op schuldhulpverlening.
Het beleid Schuldhulpverlening valt binnen de kaders van het beleid bestaanszekerheid en heeft dezelfde looptijd. Dit beleid richt zich op het naleven van de verplichtingen uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, waarbij we schuldhulpverlening combineren met maatregelen die armoede voorkomen en kwetsbare groepen ondersteunen. Door vroegsignalering, samenwerking met diverse partners en maatwerk in onze dienstverlening zorgen we ervoor dat iedereen tijdig de juiste hulp krijgt. We zetten in op het bevorderen van zelfredzaamheid en bieden flexibele ondersteuning, waarbij we zowel de directe financiële problemen als de onderliggende oorzaken aanpakken. De wettelijke taken vormen de basis van het beleid: Preventie: het voorkomen van financiële problemen: We bieden inwoners (en zeker ook jongeren) preventief informatie en ondersteuning in nauwe samenwerking met klantregie voor jongeren. Vroegsignalering: het signaleren van schulden in een vroeg stadium als er sprake is van achterstanden in de betaling van vaste lasten. Bemiddelen van schulden: met een betaalplan of een minnelijk/wettelijk traject helpen we inwoners schuldenvrij te worden. Nazorg: we bieden ook na het afronden van een schuldhulpverleningstraject gedurende een periode van tenminste 6 maanden nazorg. In bijlage 5 staat een verdere uitwerking van het beleid Schuldhulpverlening.
De beleidsuitgangspunten leggen we vast in een verordening en beleidsregels. Uitvoering door schuldhulpverlening Uit de evaluatie van BMC en uit het rekenkameronderzoek komt de werkwijze van het team Schuldhulpverlening positief naar voren. Het is een professionele organisatie die goede schuldregelingen tot stand brengt met een hoog resultaat. Verder is er de afgelopen periode meer ingezet op preventieve activiteiten. Positief is tevens dat de schuldhulpverlening gezien wordt als een laagdrempelige organisatie waar inwoners ook terecht kunnen als zij alleen vragen hebben of een financieel advies willen. Het geven van budgetcursussen of voorlichting wordt door zowel professionals als inwoners gewaardeerd. Gezien het grote aantal succesvol afgeronde schuldregelingen en het aantal inwoners – wel of geen klant – dat budgetcursussen volgt, ligt het voor de hand dat de uitvoering van het schuldhulpverleningsbeleid de financiële zelfredzaamheid van burgers verhoogt. Minder financiële problemen zorgen voor een actievere deelname aan de samenleving. Als de wet op de proactieve dienstverlening van kracht wordt, verwachten we inwoners met mogelijke geldzorgen beter te kunnen bereiken en ondersteunen.
We breiden vroegsignalering, waarbij de gemeente bij signalen van beginnende schulden hulp aanbiedt, uit. We krijgen signalen van meer partners. Zo kunnen we meer inwoners helpen als de schulden nog klein(er) zijn. De werkwijze waarbij we eerst een gesprek voeren met inwoner en potentiële bewindvoerder, zetten we voort om de kwaliteit van bewindvoerders te blijven borgen. Met wijkrechtspraak kunnen inwoners eerder en
14
laagdrempeliger geholpen worden met hun schulden. Tijdens de zitting is een medewerker van schuldhulpverlening aanwezig om samen met de inwoner aan de slag te gaan met de schulden. Samenwerking met andere beleidsterreinen In ons beleid houden we rekening met wat het hebben van een laag inkomen betekent om mee te kunnen doen. Bijvoorbeeld of er voldoende betaalbare woningen zijn, of energiemaatregelen mogelijk zijn voor inwoners met een laag inkomen, wat de invloed is van geldzorgen en de stress die dat met zich meebrengt, op huiselijk geweld. Vanuit de sterke correlatie tussen armoede en gezondheid gaan we aan de hand van pilots in de NPLV-wijken bekijken hoe we die vicieuze cirkel tussen beide kunnen doorbreken. C. gezin.
Intergenerationele armoede: een kansrijke toekomst met gelijke ontwikkelingskansen voor het hele
Belangrijkste wijzigingen Naast het ondersteunen van kinderen om sociale uitsluiting te voorkomen, willen we ook inzetten op het hele gezin. We willen de kansengelijkheid voor alle kinderen bereiken. We willen ons meer richten op de bestaanszekerheid van ouders, ons richten op het hele gezin. Als het de ouders goed gaat, groeien automatisch minder kinderen in armoede op. Wat willen we bereiken? Kinderen die opgroeien in bestaansonzekerheid beginnen vaak al met een grote achterstand. Dit betekent dat ze meteen te maken krijgen met een reeks uitdagingen en beperkingen die hen een ongelijke start geven ten opzichte van kinderen die opgroeien in een stabielere omgeving. Deze achterstand heeft invloed op hun sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Daarom willen we kinderen die opgroeien in bestaansonzekerheid zowel op korte als lange termijn perspectief bieden. Op korte termijn betekent dit dat zij kunnen deelnemen aan sport, onderwijs en cultuur, om sociale uitsluiting te voorkomen. Op lange termijn gaat het vooral om de mogelijkheid voor kinderen om zich volledig te ontwikkelen en een kansrijke toekomst tegemoet te treden. Dit vraagt om twee belangrijke pijlers: 1. Directe materiële steun voor gezinnen en kinderen: Het bieden van directe materiële steun is cruciaal voor het welzijn en de kansen van kinderen.
We voorzien in belangrijkste behoeften van kinderen, zodat zij kunnen deelnemen aan sportieve, culturele en educatieve activiteiten. Hiermee voorkomen we sociale uitsluiting en bieden we kinderen de kans om zich te ontwikkelen, ongeacht de uitdagingen waarmee zij te maken hebben 2. Brede ondersteuning voor het hele gezin: Ouders die in bestaansonzekerheid leven ervaren aantoonbaar meer stress, wat invloed heeft op hun opvoeding en welzijn. Daarom zetten we in op een brede aanpak om deze gezinnen te ontlasten en hun veerkracht te versterken. Eén oudergezinnen vormen hierin nadrukkelijk een doelgroep, in je eentje kinderen opvoeden is immers zwaarder dan met zijn tweeën. In de meeste gevallen gaat het om een alleenstaande moeder 11. Onze ondersteuning gaat verder dan alleen financiële hulp. Het draait ook om het versterken van sociale netwerken, talentontwikkeling en een integrale aanpak van de problemen in het gezin. Als gemeente nemen we een sleutelrol op ons: we faciliteren initiatieven en diensten die deze ondersteuning bieden en zorgen ervoor dat deze toegankelijk zijn voor iedereen. Met deze aanpak creëren we een omgeving waarin gezinnen de ruimte krijgen om te groeien. Dit leidt niet alleen tot meer stabiliteit en welzijn op de korte termijn, maar ook tot een kansrijke toekomst voor zowel ouders als kinderen.
Hoe gaan we dit bereiken? We willen samen met gezinnen bouwen aan een toekomst waarin bestaanszekerheid centraal staat. Dit doen we door zowel korte- als langetermijnperspectieven te bieden, waarmee we een omgeving creëren waarin gezinnen kunnen stabiliseren en groeien. Zo leggen we een stevige basis voor kinderen, zodat zij met vertrouwen aan hun toekomst kunnen bouwen. 1. Directe materiële steun voor gezinnen en kinderen: We richten ons op directe en praktische ondersteuning voor kinderen, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan het dagelijks leven. We voorzien in de belangrijkste behoeften zoals schoolspullen, voorleesboeken, brillen, laptops, kleding, fietsen en zwemlessen. Dit realiseren we door intensieve samenwerking met maatschappelijke partners, onderwijsinstellingen, sportverenigingen en culturele 11
Cijfers over gezinnen | Nederlands Jeugdinstituut 15
2.
D.
organisaties. Samen zorgen we ervoor dat kinderen toegang hebben tot de juiste middelen en activiteiten die bijdragen aan hun welzijn en ontwikkeling en voorkomen we sociale uitsluiting. Brede ondersteuning voor het hele gezin: We richten ons op het versterken van het hele gezin om hiermee hun veerkracht te vergroten. Een sterke en toegankelijke infrastructuur in de wijken is daarbij de basis. Door initiatieven zoals ouderkamers, gratis kinderopvang, informele opvoedondersteuning en naschoolse programma's te faciliteren, bieden we gezinnen de kans om steun te vinden en talentontwikkeling te stimuleren. Samenwerking is hierbij van cruciaal belang. Maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en wijkpartners werken gezamenlijk aan het verbinden en versterken van gezinnen. Deze beweging is al ingezet en zullen we verder versterken. Professionals, zoals sociaal werkers, brugfunctionarissen, combinatiefunctionarissen, leerkrachten en medewerkers Bestaanszekerheid, spelen hierin een sleutelrol. Zij bieden niet alleen informatie, maar bouwen ook aan het vertrouwen, versterken sociale netwerken en zorgen ervoor dat gezinnen snel toegang krijgen tot passende hulp en ondersteuning. Zo dragen we samen met de stad bij aan een kansrijke toekomst voor gezinnen en kinderen.
Concrete voorbeelden zijn de projecten die zijn voortgekomen uit het SmartStart onderzoek: eerste 1000 dagen ontwikkelarmoede in Groenewoud en de pilot gezin en geld. Bij gezin en geld onderzoekt de Hogeschool van Amsterdam wat de invloed is van € 150 extra per maand voor gezinnen met kinderen. Deze pilot doen we samen met de gemeenten Zaandam en Amsterdam. Ondersteuning vanuit voorzieningen en minimaregelingen
Belangrijkste wijzigingen Met het verbeterplan verlagen drempels minimaregelingen en -voorzieningen willen we zorgen dat inwoners die onze ondersteuning nodig hebben, daar zo gemakkelijk mogelijk gebruik van kunnen maken. Alleenstaanden zijn de meest kwetsbare groep waarvoor het gebruik van minimaregelingen en -voorzieningen noodzakelijk is om rond te kunnen komen. Wat willen we bereiken? We hebben veel minimaregelingen en -voorzieningen, zoveel dat inwoners door de bomen het bos niet meer zien. We zien het belang van deze regelingen en voorzieningen en willen daarom de drempels voor minimaregelingen en -voorzieningen verlagen. Dit laat onverlet dat we ernaar streven dat inwoners de regelingen niet langer nodig hebben omdat hun inkomenssituatie verbetert (bijvoorbeeld door meer te gaan werken). Hoe gaan we dit bereiken? We blijven minimaregelingen en/of ondersteuning bieden aan inwoners met een laag inkomen die dit nodig hebben. Met het Verbeterplan verlagen we de drempels voor minimaregelingen en -voorzieningen en dragen we bij aan het vereenvoudigen van het systeem. Dit doen we onder andere door het verbeteren van de website, een informatieboekje uit te brengen, zoveel mogelijk automatisch regelingen te verstrekken en zorgen dat inwoners zo weinig mogelijk gegevens hoeven te verstrekken.
We ontwikkelen daarnaast ook een instrument waarmee inwoners kunnen nagaan van welke regelingen ze gebruik kunnen maken en op termijn ook kunnen aanvragen. De communicatie hierover richten we cultuur- en stress-sensitief in. Menselijk contact en telefonische bereikbaarheid vinden we belangrijk. In wijkcentra komen steeds meer brede inloopspreekuren waar inwoners kunnen binnenlopen en met een scala aan vragen geholpen worden. De uitgangspunten voor bijzondere bijstand maken we helder zodat inwoners gemakkelijker kunnen nagaan of ze in aanmerking komen voor bijzondere bijstand en vooraf duidelijkheid krijgen of sprake is van leenbijstand of een gift. Minimaregelingen en voorzieningen zien we niet alleen als vangnet, maar ook als preventief instrument 12. Vanuit de andere uitgangspunten (bieden van perspectief) zetten we erop in om inwoners waar mogelijk structureel onafhankelijk te maken van de regelingen. Maar het tegenovergestelde kan ook gelden: iemand met een inkomen van bijvoorbeeld 130 of 140% van het sociaal minimum zou mogelijk ook tijdelijk extra begeleiding vanuit schuldhulpverlening, een medewerker bestaanszekerheid of financiële ondersteuning 12
Een voorbeeld is het structureel aanbieden van budgetbeheer voor sommige inwoners om zwaardere vormen van ondersteuning (bewindvoering) of problemen (schulden) te voorkomen. 16
kunnen ontvangen. We hanteren bij de minimaregelingen de inkomensgrens tot 120%, met uitzondering van de individuele inkomenstoeslag (blijft op 110%) en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen (blijft op 100%). Met de uitvoering van het verbeterplan zullen inwoners die dat nodig hebben gemakkelijker gebruik kunnen maken van de regelingen en voorzieningen. Om jongeren en ouderen beter te bereiken leggen we een sterkere verbinding met deze beleidsterreinen. Met de subsidieregeling bestaanszekerheid zorgen we dat er extra ondersteuning voor inwoners beschikbaar is. Voorzieningen als de Voedselbank en Stichting Leergeld blijven nodig om lucht te creëren voor minima en om te voorkomen dat ze maandelijks tekortkomen. Daarbij blijft de ondersteuning om inwoners financieel weerbaar maken belangrijk, zoals de inzet van de Thuisadministratie/Formulierenhulp (ContourdeTwern/Humanitas), Schuldenvrijmaatjes, Juridische rechtshulp, budgetbeheer en budget coaching. De stevige basis aan minimaregelingen en voorzieningen vanuit het huidige beleid houden we grotendeels in stand. We weten immers dat een deel van de minima niet in staat is om financieel zelfredzaam te worden (denk bijvoorbeeld ouderen met een klein pensioen).
Uitvoeringsplan Bovenstaande sporen bieden de richting die we beogen met bestaanszekerheid. De volgende stap is het uitwerken van een uitvoeringsplan met concrete maatregelen. Dit vergt afstemming met onder andere de afdelingen Werk en Inkomen, Economie en Arbeidsmarkt en Dienstverlening. In het uitvoeringsplan nemen we ook de concrete ideeën en suggesties mee die uit de gesprekstafels met professionals, inwoners en maatschappelijke organisaties naar voren zijn gekomen. Onderwerpen die in het uitvoeringsplan in ieder geval worden uitgewerkt zijn: 1. Verstevig de inzet van de medewerkers bestaanszekerheid. 2. Een stevigere aanpak voor werkende armen. 3. Pilot eerste 1000 dagen ontwikkelarmoede in Groenewoud. 4. Onderzoek naar ondersteuning voor de groep die moeilijk aan de slag komt. 5. Het vastleggen van het beleid schuldhulpverlening in een verordening en beleidsregels. 6. Bredere ondersteuning voor het hele gezin om bij te dragen aan kansen voor kinderen. 7. Het voortzetten van de pilot gezin en geld. 8. Het uitvoeren van het verbeterplan minimaregelingen en –voorzieningen. 9. Monitoring om na te gaan of we beleidsdoelen verwezenlijken.
17
7
Financieel kader
Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2028 Medewerkers Bestaande formatie bestaanszekerheid structureel 3,8 fte Tijdelijke formatie 3 fte structureel borgen* Subsidies Subsidieregelingen en begrotingssubsidie Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening Preventie en vroegsignalering Minimaregelingen Intergenerationele armoede Projecten Waaronder werkende armen en verbeterplan Overig
2025
2026
2027
2028
330.334
330.334
330.334
330.334
260.790
260.790
4.653.227
4.653.227
4.653.227
4.653.227
7.402.429 33.994
7.401.979 33.994
7.401.979 33.994
7.401.979 33.994
20.011.219 100.467
20.010.919 100.467
20.010.919 100.467
20.010.919 100.467
244.616
214.616
214.616
214.616
674.337 33.711.413
674.337 33.680.663
674.337 33.680.663
674.337 33.680.663
260.790
260.790
*De tijdelijke formatie van de medewerkers bestaanszekerheid dekken we in 2025 nog vanuit de NPLVmiddelen. De structurele borging zal betrokken worden bij de integrale afweging van de programmabegroting 2026. Bij projecten is € 50.000 specifiek gereserveerd voor de aanpak voor werkende armen en € 30.000 voor het verbeterplan verlagen drempels minimaregelingen en voorzieningen.
18