CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PvdD - Risico’s uitvoeringsprogramma economische strategie 2026 - 2028

Raadsvergadering 2 februari 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel wensen en bedenkingen Ontwerp-Uitvoeringsprogramma Economische Strategie 2026-2028 op hoofdlijnen2.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Risico’s uitvoeringsprogramma economische strategie 2026 - 2028 Ingezonden door Partij voor de Dieren 1.

Risico’s voor uitvoerbaarheid van de strategie a. Welke wet- en regelgeving hanteert de gemeente momenteel als het gaat om gebruik van ZZS en PFAS in productieprocessen van bedrijven binnen onze gemeente? Bedrijven die milieubelastende activiteiten uitvoeren, zoals het werken met Zeer Zorgwekkende Stoffen, zijn wettelijk verplicht om alle maatregelen te nemen om schade aan mens en milieu te voorkomen. Als volledig voorkomen niet mogelijk is, moeten zij de schadelijke effecten zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken. Deze verplichting volgt uit de specifieke zorgplicht in het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor bedrijven die een vergunning nodig hebben en waarbij ZZS vrijkomen, geldt daarnaast dat zij eens per vijf jaar moeten rapporteren aan het bevoegd gezag. In deze rapportage geven zij inzicht in de hoeveelheid ZZS die wordt uitgestoten naar lucht en water en beschrijven zij welke maatregelen zij nemen om deze emissies te verminderen. Dit gebeurt via een zogenoemd vermijdings- en reductieprogramma. Sinds 14 november 2024 zijn alle PFAS-stoffen aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stoffen. Op Europees niveau wordt gewerkt aan aanvullende regelgeving om het gebruik van PFAS en vergelijkbare stoffen in bepaalde toepassingen verder te beperken of uit te sluiten. b.

Hoe wordt hierop actief gestuurd binnen het economische beleid? Het economisch beleid van de gemeente wordt uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving en binnen de instrumenten van de Omgevingswet. Voor de uitvoering en handhaving van deze regels werkt de gemeente samen met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Deze omgevingsdienst voert namens de gemeente en de provincie de taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. c. In hoeverre wordt bij bedrijven die ZZS of PFAS gebruiken, ervoor gezorgd dat productieprocessen daadwerkelijk gesloten zijn? Zoals al in de raadsinformatiebijeenkomst is aangegeven werkt de gemeente aan een ketengerichte aanpak binnen de circulaire economie, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar materiaalgebruik en zo veel mogelijk gesloten stoffenstromen. Materialen waarin PFAS voorkomen krijgen daarbij extra aandacht. De wet schrijft voor dat bedrijven alle redelijke maatregelen moeten nemen om milieuschade te voorkomen. De voorkeur gaat uit naar het volledig vermijden van risico’s voor mens en leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door ZZS te vervangen door minder gevaarlijke stoffen. Als vervanging niet mogelijk is, kunnen emissies worden verminderd door aanpassingen in het productieproces, zoals het terugwinnen en hergebruiken van stoffen binnen het proces.

Wanneer emissies niet volledig te voorkomen zijn, moeten bedrijven deze tot een minimum beperken. Dit wordt vastgelegd en gevolgd via het vermijdings- en reductieprogramma. Dit is een doorlopend proces met een vaste cyclus van vijf jaar. d.

Op welke wijze wordt gecontroleerd dat gescheiden afvalstromen met ZZS of PFAS zodanig worden verwerkt dat emissie naar bodem, water en lucht structureel wordt voorkomen? De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant heeft in de periode 2022 tot en met 2024 bij bedrijven onderzocht of en waar ZZS worden gebruikt. Als ZZS zijn aangetroffen, is bedrijven

gevraagd deze stoffen te vervangen. Wanneer vervanging niet mogelijk was, moesten zij een vermijdings- en reductieprogramma opstellen.

e.

f.

In de raadsinformatiebijeenkomst is toegelicht dat er daarnaast landelijk en internationaal onderzoek wordt gedaan naar alternatieven voor PFAS en andere ZZS. Ook bedrijven zelf zijn hiermee bezig, vaak samen met hun ketenpartners. Bij sommige bedrijven is zorgvuldig omgaan met deze stoffen al onderdeel van het bedrijfsbeleid, bijvoorbeeld door strikt gescheiden afvalstromen. Het ontwikkelen van alternatieven is een transitie die nog volop in beweging is. Welke partijen naast de OMWB werken samen met de gemeente rondom de ZZS of PFAS? De gemeente werkt samen met de provincie, de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en het waterschap. In het kader van de Kaderrichtlijn Water is in 2025 gezamenlijk onderzoek gedaan naar de aanwezigheid en lozing van stoffen in het riool, waaronder ZZS en PFAS. Deze samenwerking en het onderzoek worden in 2026 verder uitgebreid. Welke opdracht is gegeven aan de OMWB m.b.t. de VTH-taken rondom de ZZS of PFAS? Voor 2026 is aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant opdracht gegeven om toezicht te houden in het kader van de Kaderrichtlijn Water. Het bijbehorende plan van aanpak wordt in het eerste kwartaal van dit jaar opgesteld. Vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot ZZS maken daarnaast onderdeel uit van de reguliere procedures en controles die de omgevingsdienst uitvoert.

g.

Is in beeld welke bedrijven gebruik maken van ZZS of PFAS? Dit is alleen volledig in beeld bij vergunningplichtige bedrijven. Bij meldingsplichtige bedrijven zijn de juridische mogelijkheden beperkt en is er vooral sprake van een algemene zorgplicht. In sommige gevallen is er aanvullende informatie beschikbaar vanuit toezicht en inspecties. Toezichthouders van de omgevingsdienst zijn getraind om ZZS te herkennen tijdens bedrijfsbezoeken. Voor provinciale bedrijven met een verplicht vermijdings- en reductieprogramma is dit in kaart gebracht en beoordeeld. In 2026 start de tweede cyclus van deze verplichting. Voor gemeentelijke bedrijven met een VRP-plicht begint de eerste cyclus in 2026.

h.

De gemeente heeft doelen op het gebied van circulariteit. Van PFAS is bijvoorbeeld bekend dat deze niet recyclebaar/kapot te krijgen zijn. Wat is de plek van PFAS in het circulaire beleid? PFAS heeft brede aandacht van overheden, wetenschap en bedrijven. Het beleid is erop gericht het gebruik van PFAS zoveel mogelijk te voorkomen en deze stoffen te weren uit circulaire ketens. PFAS heeft geen aparte plek binnen het programma Tilburg Circulair, maar de gemeente volgt de ontwikkelingen nauwgezet in samenwerking met de omgevingsdienst en de waterschappen. Waar zich veilige en verantwoorde circulaire kansen voordoen, zal de gemeente deze stimuleren. De problematiek rond PFAS is groot. In Nederland zijn momenteel geen mogelijkheden om PFAS te vernietigen via thermische technieken zoals verbranding. Het reinigen van met PFAS verontreinigde grond of water vindt daarom plaats in het buitenland. Dit maakt sanering kostbaar. In sommige gevallen wordt gekozen voor storting in speciaal daarvoor bestemde stortplaatsen.

i.

Zijn er risico’s m.b.t. het gebruik van ZZS, PFAS of andere toxische stoffen om volledig circulair te worden? Het circulair hergebruik van afvalstoffen brengt risico’s met zich mee wanneer deze stoffen ZZS of andere giftige stoffen bevatten. De omvang van deze risico’s is op dit moment niet goed te kwantificeren. Daarom ligt de nadruk vooral op het voorkomen dat deze stoffen in het milieu terechtkomen. Er bestaat bovendien het risico dat giftige stoffen zich ophopen in afvalproducten of elkaar versterken. Hierdoor kan een afvalstroom ongeschikt worden voor hergebruik en blijven verbranding of storting als enige opties over. Dit geldt niet alleen voor ZZS zoals PFAS en zware metalen, maar ook voor bijvoorbeeld medicijnresten. Deze stoffen kunnen elkaar versterken, waardoor zelfs lage concentraties schadelijke effecten kunnen hebben voor mens en milieu. In sommige gevallen is extra zuivering nodig voordat afvalstoffen opnieuw als grondstof kunnen worden gebruikt. Het is ook mogelijk dat bepaalde afvalstromen helemaal niet geschikt blijken voor hergebruik. De ecologische effecten verschillen sterk per stof en per ecosysteem en zijn daarom niet eenvoudig in algemene zin te beschrijven. Het ligt wel voor de hand dat deze effecten aanzienlijk kunnen zijn, maar de exacte omvang is moeilijk vast te stellen.

2.

Indicatoren Tijdens de informatiesessie werden indicatoren zoals circulariteit, biodiversiteit, transparante ketens en echte prijzen genoemd. a. Kunt u aangeven hoe deze indicatoren meetbaar, toetsbaar en sturend worden uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma, en op welke termijn dit van start gaat? Zoals tijdens de raadsinformatiebijeenkomst is toegelicht, maken we gebruik van bestaande indicatoren, zoals uit de NEx-T-score. (zie bijlage) Deze benchmark geeft inzicht in de mate waarin bedrijven bijdragen aan de transitie naar een nieuwe economie, onder andere op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Midden-Brabant scoort hier in 2025 het beste op van alle regio’s in Nederland. Bedrijven kunnen zich onderscheiden door op deze benchmark goed te presteren.

b.

c.

d.

Daarnaast wordt regionaal gewerkt aan een gezamenlijke aanpak voor de industrie op het thema duurzaam produceren. Deze aanpak richt zich onder meer op duurzaam materiaalgebruik en kennisdeling tussen bedrijven. De uitwerking hiervan loopt parallel aan het uitvoeringsprogramma. Hoe ziet een indicator voor circulariteit er bijvoorbeeld uit? Binnen het programma Tilburg Circulair werken wij in 2026 aan het ontwikkelen van een set indicatoren voor circulariteit, inclusief de inrichting van monitoring. Dit moet inzicht geven in de voortgang en effecten van het circulaire beleid. In het vierde kwartaal van 2026 wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Voor de indicator circulariteit is hiertoe overigens al eerder toe besloten bij de vaststelling van Tilburg Circulair in 2025. Is dat één indicator of hangen er meerdere onder? De indicator circulariteit wordt in 2026 uitgewerkt. Het uitgangspunt is dat circulariteit niet met één enkele indicator kan worden gevangen, maar bestaat uit meerdere samenhangende indicatoren. De raad wordt hierover in het vierde kwartaal van 2026 geïnformeerd. Op welke wijze wordt biodiversiteitsverlies als gevolg van economische activiteiten en groei meegenomen in de monitoring van brede welvaart?

Voor de monitoring van Brede Welvaart stellen wij periodiek een nieuwe foto van de stad op, zoals we die ook bij de toekomstvisie hebben opgesteld. Daar maakt ook biodiversiteit onderdeel van uit. Vanuit de verschillende beleidsvelden maken we beter inzichtelijk wat de effecten (zowel positief als negatief) zijn op de verschillende thema’s van brede welvaart. Dus ook voor de biodiversiteit. Daarnaast geldt dat economische activiteiten van een zekere omvang milieueffectrapportage-plichtig zijn. In een MER worden de effecten op biodiversiteit expliciet onderzocht en meegewogen. e.

Biodiversiteit is niet terug te vinden als kernelement in het uitvoeringsprogramma? Wat is hier de reden van? Het uitvoeringsprogramma is een nadere concretisering van de door de raad vastgestelde meerjarenstrategie “Economische route naar Brede Welvaart 2050”, die op 15 september 2025 is vastgesteld. In deze economische strategie is biodiversiteit niet benoemd als afzonderlijk kernelement. In Tilburg 2050, zijn drie kapitalen (economie, ecologie en sociaal) van Brede Welvaart uitgewerkt. Daarin is het ecologische kapitaal een van de belangrijke elementen. Voor het bereiken van Brede Welvaart gaat het om het balanceren van kapitalen. Geen enkele kapitaal is prioritair. Er zijn overigens ook ecologische routes naar Brede Welvaart waarin biodiversiteit wel degelijk prioritair is. Dat gaat bijvoorbeeld over de Stadsnatuurkaart 2040, Programma 013 Parken, Stadsregionale Parken en de Beleidsnota biodiversiteit 2024.

De samenhang tussen economie en biodiversiteit is ook opgenomen in de Omgevingsvisie, deel A. Deze visie wordt integraal vastgesteld in uw raad op 2 februari, waarbij economische ontwikkeling en biodiversiteit in samenhang worden bezien. f. Hoe wordt binnen de economische strategie gestuurd op transparantie in materiaal- en grondstofketens, met name bij stoffen met hoge risico's voor het milieu of gezondheid? Binnen het programma Tilburg Circulair, waar de economische strategie naar verwijst, wordt gewerkt aan het verkrijgen van beter inzicht in materiaal- en stoffenstromen. Voor risicovolle stoffen vindt monitoring plaats door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Deze informatie wordt benut om risico’s in ketens beter te kunnen signaleren en beperken. Dit is ook onderdeel van Regiodeal en de daarin lopende projecten. Het vraagt echter een lange adem om toe te werken naar het sluiten van grondstofketens. g. In hoeverre worden de reële maatschappelijke kosten van vervuiling door ZZS en PFAS (zoals saneringskosten, gezondheidseffecten en verstoring van ecosystemen) meegenomen binnen dit uitvoeringsprogramma? Het meenemen van deze maatschappelijke kosten maakt geen onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma. Bij initiatieven die milieueffectrapportage-plichtig zijn, worden deze effecten wel in beeld gebracht en meegewogen in de besluitvorming.

3.

Lokale en Europese verantwoordelijkheid Ondernemers gaven tijdens de sessie aan dat regulering van PFAS vooral Europees plaatsvindt. De impact op bodem en afvalstromen is iets wat lokaal speelt. Hoe wordt hiermee omgegaan in het kader van de uitvoeringsagenda? De uitvoeringsagenda gaat uit van de geldende Europese en nationale wet- en regelgeving. De

gemeente heeft hierin geen eigen regelgevende bevoegdheid, maar is wel verantwoordelijk voor de lokale uitvoering en handhaving binnen deze kaders. Daarom werkt de gemeente samen met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, de provincie en het Rijk aan het beheersen en beperken van de risico’s van PFAS. Op lokaal niveau richt deze samenwerking zich met name op toezicht, monitoring en het zorgvuldig omgaan met bodem, afvalen stoffenstromen, binnen de ruimte die de bestaande regelgeving biedt.

Bijlage NEx-T-score, enquête vragen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16553128/1