Beantwoording nav toezeggingen duurzaamheidsbeleid nieuwbouw
Tekst van het document
Onderstaand vinden jullie de beantwoording vanuit de organisatie naar aanleiding van een drietal toezeggingen gedaan door wethouder Çelik in de bijeenkomst d.d. 8 mei jl.: De wethouder zegt toe te raad de bron toe te zenden waaruit blijkt wat het gemiddeld energieverbruik in KWh van een bestaande woning en een nieuwbouwwoning in Nederland is.
Evert Vrins Energieadvies is de bron van de berekening van het energieverbruik van een nieuwbouwwoning. Basis hiervoor zijn de standaarden die de rijksoverheid aanhoudt in de BENG- berekeningssystematiek. De gemiddelde grondgebonden nieuwbouwwoning heeft een oppervlak van 130 m2 en een appartement 110 m2. In de BENG norm wordt voor het huishoudelijk elektriciteitsgebruik (voor apparaten) een standaard van 26 kWh/m2 aangehouden, met een maximum van 2600 kWh. Dit maximum is in het beleidsvoorstel ook aangehouden, maar is dus laag (gelijk aan het standaardgebruik van een woning met een oppervlak van slechts 100 m2). Om het gebouwgebonden energieverbruik (voor verwarming en tapwater) te berekenen heeft Evert Vrins Energieadvies een BENG-berekening gemaakt voor een gemiddelde grondgebonden woning van 130 m2 en een appartement van 110 m2 voorzien van luchtwarmtepompen. De energievraag van deze woningen is respectievelijk 2854 kWh en 2644 kWh (oftewel gemiddeld 2750 kWh). Om aan de BENG norm te voldoen moeten hier nog 2 zonnepanelen opgelegd worden, die totaal ca. 750 kWh opwekken, waarna er de ca. 2000 kWh aan energiegebruik per saldo overblijft, die nog niet gedekt wordt door zonnepanelen.
(De 750 kWh, die in een BENG woning met zonnepanelen wordt opgewekt lijkt niet de voorgeschreven 40% duurzame opwek van de totale energievraag te zijn, maar in de BENG berekening wordt het benutten van de warmte van de buitenlucht gezien als benutten van een duurzame energiebron, die meetelt in de verplichte 40% duurzame opwek). De wethouder zegt toe om uit te zoeken of het mogelijk is dat, op het moment dat de omgevingswet in werking treedt, de lessen die tot die tijd geleerd zijn in het proces meteen te implementeren en het antwoord hierop schriftelijk toe te zenden aan de raad.
Theoretisch is het mogelijk om de lessen die geleerd zijn bij de implementatie van het nieuwe duurzaamheidsbeleid na de inwerkingtreding van de Omgevingswet meteen verplichtend op te gaan leggen. Praktisch is dit echter niet haalbaar. Eerst zullen alle huidige regels overgaan en pas daarna beleid dat nog niet in regels vastligt. Daarnaast is het verstandig om een jaar ervaring op te doen met het nieuwe beleid voordat het verplichtend wordt vastgelegd. De doorlooptijd van nieuwbouwprojecten is dusdanig lang, dat het risico bestaat dat per 1 januari 2024 op basis van slechts enkele projecten conclusies worden getrokken en omgezet in algemene verplichtingen. Geadviseerd wordt om zoals voorgesteld een jaar ervaring op te doen met het nieuwe duurzaamheidsbeleid een evaluatie uit te voeren en daarna de mogelijkheden van de Omgevingswet te gaan benutten om het beleid verplichtend op te leggen. De wethouder zegt toe om, daar waar mogelijk is, de raad schriftelijk na de gedane evaluatie te informeren of en welke negatieve effecten er zijn van het voorliggend beleid op de onderlinge verdeling tussen woningtypes (lage huur, middeldure huur, koopwoningen etc), zowel in absolute aantallen als onderlinge verhouding.
De evaluatie zal na een jaar worden uitgevoerd en de raad zal schriftelijk worden geïnformeerd.