Antwoorden op technische vragen VVD rdv Theresia Loven Besterd (Stedekestraat 48)
Tekst van het document
Antwoorden op technische vragen (VVD) raadsvoorstel bestemmignsplan Theresia-Loven-Besterd 2016, 11e herziening (Stedekestraat 48) 1.
De structuurvisie Linten streeft naar grondgebonden woningen met respect voor de bestaande ritmering en bebouwingsmassa’s. Kan het college specifieker onderbouwen (aanvullend op 1.4.1. van het raadsvoorstel) op basis van welke juridische of beleidsmatige kaders deze afwijking als ‘acceptabel’ wordt beschouwd?
We vinden de voorliggende ontwikkeling op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Algemene wet bestuursrecht (Awb) ‘acceptabel’ in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op basis van de Wro dient de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen en visies vast te stellen ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad de beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te stellen die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Hierbij kan zij kijken naar de door haar vastgestelde beleidsdoelen en meegegeven ontwerpkaders. De realisatie van grondgebonden woningbouw is opzichzelfstaand geen doel volgend uit de structuurvisie Linten. De doelen met betrekking tot de rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn als volgend in het beleidsdocument geformuleerd: A. Bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten; B. Vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer); C. Introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; D. Behoud en stimulering van de dynamiek van bedrijvige linten; E.
Behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden tot appartementenbouw. Kijkende naar het voorliggende plan en de doeleinden gesteld in structuurvisie linten vinden wij het plan in het kader van een goede ruimtelijke ordening in lijn met de doelen geformuleerd in het beleidskader. Waar het plan afwijkt van de structuurvisie linten is het opgenomen stedenbouwkundig uitvoeringsprogramma linten voor een ontwikkeling aan een rustig lint. Als ontwikkelingsconditie voor een plan aan een rustig lint wordt geduid dat nog kleinschalige ontwikkelingen plaats kunnen vinden, een ontwikkeling met kleine korrelgrote (k1). Dit is qua omvang ongeveer een enkel pand groot geschikt voor één huishouden en met een invulling uitsluitend gericht op grondgebonden woningbouw. Dit geschetste stedenbouwkundige beeld is niet toepasbaar voor herontwikkeling van bestaande voormalige bedrijfslocaties aan de rustige linten. De structuurvisie linten geeft geen ontwikkelingsruimte voor een grotere locatieafhankelijke herontwikkeling aan een rustig lint. In het raadsvoorstel motiveren wij dat ondanks het bepaalde in de structuurvisie linten er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een passende ontwikkeling op deze plek.
2.
In hoeverre voorkomt het college dat deze afwijking een precedent vormt voor toekomstige ontwikkelingen in Tilburg?
Afwijken van een vastgesteld beleidskader kan enkel bij wijze van uitzondering. Indien we het gemeentelijk wenselijk vinden om bij herhaling af te wijken van een vastgesteld beleidskader dienen we eerst het beleidskader aan te passen. Precedentwerking gaat niet op. Onderbouwd is dat het hier gaat om een unieke situatie waarvoor we bij wijze van uitzondering van het beleid afwijken. Er wordt niet afgeweken van de door ons vastgestelde doeleinden. Wel van het vastgestelde uitvoeringsprogramma linten. 3.
In het raadsvoorstel wordt verwezen naar nog te maken afspraken over het plangebied icm informele routes en het beheer van deze ruimte. Dit vanwege de zorgen over de bestaande en verwachte overlast van omwonenden. Welke concrete afspraken worden daarin opgenomen en wat is hierover aan de voorkant al over vastgelegd met o.a. Magis Vastgoed Ontwikkeling BV, TBV wonen en omwonenden? Zijn er op dit moment over de toegankelijkheid in het gebied (o.a. opening en afsluiten plangebied) al afspraken gemaakt tussen de gemeente en met de ontwikkelaar, en zo ja mogen de raadsleden deze afspraken inzien?
In het raadsvoorstel staat geschreven dat “Over het al dan niet openstellen van het plangebied als informele route en het beheer van deze ruimte worden met de toekomstige eigenaren en omwonenden nog nadere afspraken gemaakt. Daarbij zijn veiligheid en privacy criteria om in nader overleg te bespreken.” Met de initiatiefnemer zijn tot nu anterieur afspraken gemaakt over openingstijden van het terrein en het beheer. In de anterieure overeenkomst is het volgende opgenomen:
4.
In juni 2023 heeft de initiatiefnemer een informatiebijeenkomst gehouden met een opkomst van ca 50 personen. Vanuit de gemeente was er één vertegenwoordiger, een gemeentelijke planjurist aanwezig. In het verslag van 22-06-2023 komen diverse onderwerpen en zorgen naar voren welke op dat moment niet allemaal beantwoord konden worden door de initiatiefnemer (en/of planjurist. Waarom is er gekozen om alleen een planjurist namens de gemeente af te vaardigen en niet ook specialisten op gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en/of participatie?
De voorbereiding van dit plan heeft plaatsgevonden aan de hand van de toen geldende, inmiddels oude, richtlijn omgevingsdialoog. Bij de voorbereiding van een plan onder die oude richtlijn omgevingsdialoog verlangden wij van de initiatiefnemer dat zij in een vroeg stadium met betrokkenen en omwonden communiceren over hun initiatief. Hierbij kenden wij onszelf formeel geen rol toe, een goede omgevingsdialoog was een primaire verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Ervaringen die op dit vlak zijn opgedaan zijn o.a. aanleiding geweest om de richtlijn te actualiseren en deze nieuwe richtlijn omgevingsdialoog is door de raad vastgesteld tijdens de looptijd van dit project. De initiatiefnemer heeft middels de oude richtlijn omgevingsdialoog naar eigen inzicht bijeenkomsten georganiseerd en reacties opgehaald. De planjurist die bij de eerste bijeenkomst, van de omgevingsdialoog aanwezig was. De planjurist was aanwezig om waar te nemen of en op welke wijze de initiatiefnemer invulling gaf aan de richtlijn omgevingsdialoog.