Addendum Lokale Paragraaf Woonzorgvisie
Tekst van het document
Addendum bij Lokale Paragraaf Woonzorgvisie Tilburg Oktober 2025
1. Aanleiding en doel Addendum We vinden het belangrijk dat er voor iedereen een passende woning is, in een zorgzame buurt en dat mensen zelfredzaam kunnen zijn. Ouderen moeten langer thuis kunnen blijven wonen en ook mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag moeten, zo nodig met begeleiding, zelfstandig kunnen wonen. Het terrein van wonen, zorg en welzijn is echter complex en de opgaven zijn groot. De zorgkosten stijgen gestaag, de woningmarkt zit vast, er komt een grote vergrijzingsgolf aan en het aantal mensen met een kwetsbaarheid en/of een chronische aandoening neemt toe. Ook wordt er een steeds groter beroep gedaan op het sociale netwerk van mensen. Hoe we omgaan met de huidige ontwikkelingen en uitdagingen vraagt om een heldere integrale visie op het gebied van wonen, welzijn en zorg. De woonzorgopgaven vereisen directe actie én een bestendige aanpak voor de lange(re) termijn. In de regio Hart van Brabant hebben de 11 gemeenten geconcludeerd dat de opgaven dusdanig groot zijn dat ze het lokale niveau overstijgen en regionaal optrekken essentieel is. Daarom is een regionale Woonzorgvisie Hart van Brabant (vanaf nu regionale Woonzorgvisie) opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad in Tilburg op 23 september 2024.
Gelijktijdig is ook de Lokale Paragraaf Woonzorgvisie Tilburg (vanaf nu Lokale Paragraaf) vastgesteld waarin de lokale visie op wonen, welzijn en zorg staat geformuleerd. De Lokale Paragraaf geeft richting op hoofdlijnen en wordt in 2024/2025 in nauwe samenwerking met onze partners uitgewerkt en geborgd in een lokale Uitvoeringsagenda. Tijdens de raadsvergadering is motie 24-101 ‘Gepaste keuzes voor passend wonen’ aangenomen. Met deze motie draagt de gemeenteraad het college op een Addendum bij de Lokale Paragraaf op te stellen met daarin inzicht in de huisvestingsopgaven voor aandachtsgroepen; voortgang van de realisatie; een concretisering van de prioritering; en inzicht in de in te zetten instrumenten om te sturen op de Uitvoeringsagenda. Het Addendum wordt vooruitlopend op vaststelling door het college van de lokale Uitvoeringsagenda voorgelegd aan de raad en na besluitvorming toegevoegd als bijlage aan de Lokale Paragraaf. In navolging van de betreffende motie, richt dit Addendum zich op de uitbreidingsopgaven huisvesting aandachtsgroepen. Hoe we werken aan de overige opgaven uit de Lokale Paragraaf, zoals het versterken van de sociale basis en de samenwerking tussen betrokken partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg, wordt nader uitgewerkt in de lokale Uitvoeringsagenda.
Dit Addendum bestaat uit de volgende onderdelen: Paragraaf 2: Inzicht in en concretisering van de uitbreidingsopgaven huisvesting aandachtsgroepen Paragraaf 3: Uitwerking van de evenwichtige verdeling van de uitbreidingsopgaven huisvesting aandachtsgroepen Paragraaf 4: Werken aan de uitbreidingsopgaven huisvesting aandachtsgroepen en werkwijze prioriteren Paragraaf 5: Sturingsinstrumenten, stuurgroep en monitoring
2. De uitbreidingsopgave huisvesting aandachtsgroepen: inzicht en concretisering In de komende jaren verwachten we regionaal en lokaal een toename van inwoners met een kwetsbaarheid die huisvesting, zorg en/of ondersteuning nodig hebben, de zogenoemde ‘aandachtsgroepen 1’. De Lokale Paragraaf Woonzorgvisie Tilburg, inclusief dit Addendum, richt zich op: ouderen, mensen die uitstromen uit een intramurale voorziening; en sociaal en/of medisch urgenten. Hieronder wordt nader inzicht gegeven in de stedelijke uitbreidingsopgave van aandachtsgroepen. We maken een onderscheid tussen de uitbreidings- en verdelingsopgaven voor ouderen (2.1) en de overige aandachtsgroepen (2.2). Daarbij merken we op dat er voor de doelgroep ouderen aanzienlijk meer cijfermateriaal beschikbaar is dan voor de overige aandachtsgroepen. Dit komt onder andere door de mogelijkheid om hiervoor landelijke demografische prognoses te gebruiken en bestaande woonzorganalyses. 1
Het Rijk heeft in het programma ‘Een thuis voor iedereen’ benoemd welke aandachtsgroepen er zijn. Zie Bijlage 2 uit de Lokale Paragraaf voor het overzicht.
1
Het is tot nu toe lastig om exacte aantallen te geven met betrekking tot de uitbreidingsopgave voor de huisvesting van de overige aandachtsgroepen doordat deze opgave onderdeel is van de totale woningbouwopgave voor sociale huur, inclusief nieuwbouw en aanpassing van de bestaande voorraad woningen. Hierin wordt de huisvesting van de overige aandachtsgroepen nog niet apart geregistreerd. Dit is één van de onderwerpen die we in de opbouw van de monitor willen opnemen (zie 5.7). 2.1 Uitbreidingsopgave huisvesting ouderen Er is er een tekort aan woningen voor inwoners die niet (volledig) zelfstandig kunnen wonen, maar voor wie een intramurale woonvoorziening niet passend is. Dit gaat met name over ouderen, maar geldt ook voor een beperkt aantal gezinnen met (een) kind(eren) met (een) beperking(en). Daarom nemen we zowel ouderen als deze gezinnen mee in het inzicht in de uitbreidingsopgave huisvesting voor nultreden, geclusterd en zorggeschikte woningen. In de huidige SRBT Woondeal (2022-2030) hebben we afgesproken dat er tot 2030 in totaal 2300 zorggeschikte woningen, 4400 woningen in geclusterde woonvormen en 7100 nul-tredenwoningen voor ouderen gerealiseerd moeten worden. Voor Tilburg betekent dit naar verwachting dat we voor 2030 in totaal 530 zorggeschikte woningen, 670 woningen in geclusterde woonvormen en 1050 nul-tredenwoningen moeten realiseren.
Bovenstaande cijfers zijn een inschatting en geven aan waar we onze aandacht en acties op moeten richten 2. Het is belangrijk om regelmatig te monitoren en bij te sturen. Landelijk zijn er diverse (bevolkings)prognoses beschikbaar. Wij hanteren primair de prognose van de Provincie Noord-Brabant. 2.1.1 Realisatie uitbreidingsopgave huisvesting ouderen De gestelde kwantitatieve uitbreidingsopgave geldt vanaf 2022. In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de geschikte woningen die sindsdien zijn gerealiseerd en geprogrammeerd tot 2030. Wanneer deze afgezet worden tegen de afspraken uit de Woondeal 2022-2030 geeft dit inzicht in de voortgang. Belangrijke kanttekening hierbij is dat het overzicht niet limitatief is. In het verleden heeft namelijk geen specifieke registratie plaatsgevonden. 2.2 Uitbreidingsopgave huisvesting overige aandachtsgroepen In de regio is onderzoek gedaan naar de huisvestingsbehoefte voor een brede groep mensen die speciale woon-, zorg- en/of ondersteuningsbehoeften hebben. Bijlage 2 bevat een overzicht van deze aandachtsgroepen, aangevuld met details over de woon- en zorgvormen waarop de specifieke aandachtsgroep doorgaans een beroep doen. Het grootste deel van de aandachtsgroepen is aangewezen op reguliere, betaalbare sociale huurwoningen.
Met uitzondering van de ouderen met een intensievere zorgbehoefte en de woningzoekende met Wmo verhuisurgentie vanwege een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of een psychische kwetsbaarheid, zijn er geen specifieke eisen waaraan de woning (extra) moet voldoen. Voor een kleine groep is behoefte aan andere woonvormen, bijvoorbeeld in een beschuttere, prikkelarme of beveiligde omgeving. In Bijlage 1 is ook per specifieke groep aangegeven hoeveel mensen jaarlijks een beroep doen op bemiddeling naar een sociale huurwoning. We zien regionaal dat deze opgave knelt. Het aantal vrijkomende woningen daalt 2
De inschatting van de uitbreidingsopgave huisvesting ouderen is gebaseerd op bestaand beleid. Binnen de zorg is er ook sprake van transformatie (bv. zorgbehoefte vooral opvangen in zorggeschikte woningen i.p.v. intramurale woonvoorzieningen ouderen) en innovatie welk invloed zal hebben op de uiteindelijke opgave. Derhalve blijven we elk jaar monitoren.
2
en het aantal aandachtsgroepen dat een beroep doet op een sociale huurwoning stijgt. Daardoor lopen de wachttijden voor bemiddeling op. Regionaal werken we voorstellen uit om hier verbetering in aan te brengen. Regionaal is afgesproken dat we aandachtsgroepen evenwichtiger verdelen over de gemeenten in de regio (zie Bijlage 3 voor een overzicht van de aandachtsgroepen waarvoor de fair share afspraken worden gemaakt). Voor Tilburg betekent een meer evenredige verdeling van de opgave binnen de regio een verlichting voor de opgave voor onze stad. Tegelijkertijd worden er in het wetsvoorstel Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting ook nieuwe aandachtsgroepen toegevoegd waar we tot nu toe nog geen afspraken over hadden, maar die wel meegenomen worden in de regionale fair share afspraken. Wat dit onderaan de streep doet met de opgave voor Tilburg is nu nog niet te voorspellen.
3. Evenwichtige verdeling van de uitbreidingsopgave huisvesting aandachtsgroepen over de gebieden De toename van het aantal kwetsbare inwoners die huisvesting, zorg en/of ondersteuning nodig hebben, heeft gevolgen voor de woningmarkt, leefbaarheid, zorg, ondersteuning en veiligheid. Tegelijkertijd staat de leefbaarheid van een aantal gebieden in Tilburg al onder (grote) druk. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging voor het evenwichtig verdelen van de uitbreidingsopgave voor huisvesting van aandachtsgroepen. We vinden het belangrijk dat in al onze wijken, buurten en dorpen voldoende en passende woningen en (maatschappelijke) voorzieningen beschikbaar zijn. We streven naar een evenwichtige verdeling van sociale huurwoningen, woonvormen en (zorg)voorzieningen over de verschillende gebieden in de gemeente. Dit betekent niet automatisch een gelijke verdeling over de gebieden op grond van woningvoorraad of bevolkingsaantallen. We kiezen voor een evenwichtige verdeling op basis van de samenstelling en kenmerken van de huidige inwoners van de gebieden. 3.1 Verdeling uitbreidingsopgave huisvesting ouderen over de gebieden in Tilburg Ouderen wonen in alle gebieden, wijken en buurten van onze stad en dorpen. In de gebieden waar de uitbreidingsopgave wordt gerealiseerd zijn in meer of mindere mate al woningen aanwezig die geschikt zijn voor ouderen.
De opgave wordt toegevoegd aan de huidige situatie. Hoe de huidige situatie er exact uitziet is moeilijk te zeggen. Tot nu toe heeft er geen specifieke registratie plaatsgevonden van woningen die geschikt zijn voor ouderen of zorgbehoevenden. Ook ontbreekt er een overzicht van bestaande woningen die door aanpassingen of verbeteringen in het voorzieningenaanbod geschikt worden gemaakt. Het aandeel van de bestaande woningvoorraad dat geschikt is, wordt het best benaderd in de Woonzorganalyse Hart van Brabant. Met de kanttekening dat dit geen compleet en actueel beeld geeft en dat er destijds andere definities gehanteerd zijn voor geschikte woningen voor ouderen. Zorggeschikte woningen en geclusterde woonvormen werden toen niet gehanteerd. Hoe we de stedelijke uitbreidingsopgave voor huisvesting van ouderen verdelen naar gebieden kan op basis van verschillende grondslagen. We hanteren een gewogen verdeling, waarbij zowel de totale zorgvraag als de zorgvraag minus het bestaande intramurale aanbod in het gebied worden meegewogen. Met deze verdeling bieden we ouderen de mogelijkheid om in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen én wordt gestuurd op een toekomstbestendige en inclusieve woonstructuur in de stad. Samengevat is de verdeling gebaseerd op de volgende elementen: De behoefte aan verpleegzorg per wijk, als indicatie voor de toekomstige zorgvraag.
Het bestaande intramurale aanbod, om rekening te houden met wijken waar al veel zorgvoorzieningen aanwezig zijn.
3
In Figuur 1 is de uitbreidingsopgave huisvesting ouderen op zowel stedelijk- als gebiedsniveau weergegeven 3. De opgave per gebied wordt gehanteerd als startpunt- en ijkpunt in het goede gesprek over wat waar daadwerkelijk nodig en mogelijk is. Dit gesprek wordt onder andere gevoerd bij het opstellen van de diverse gebiedsvisies- en agenda's. We zien deze aantallen als minimum en gebruiken deze als houvast in de op te stellen gebiedsvisies- en agenda's. In de gebiedsvisies maken we de verdere afweging over waar welk woningtype in het gebied een plaats moeten krijgen en ook de bijpassende voorzieningen.
Figuur 1 Uitbreidingsopgave huisvesting ouderen
3
De onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de referentiewaarden uit de Bouwsteen Ruimte voor Maatschappelijke Voorzieningen, die onlangs zijn vastgesteld. De betreffende gegevens uit de Bouwsteen Ruimte voor Maatschappelijke Voorzieningen zijn afkomstig uit de regionale Woonzorganalyse van maart 2022, uitgevoerd door In.Fact Research. Die analyse geeft inzicht in de huidige intramurale capaciteit en de verwachte vraag naar verpleegzorg in 2040. Deze informatie vormt een belangrijke basis voor het ruimtelijk en beleidsmatig sturen op ouderenhuisvesting. De verhouding tussen de twee elementen is bepaald op basis van gegevens uit de Regiomonitor van het zorgkantoor Midden-Brabant. Uit een nadere analyse blijkt dat er voldoende aanbod aan verpleeghuisplekken in Tilburg is. We kunnen het bestaande beleid (scheiden wonen en zorg) dus voortzetten. Het is voor daarbij wel van belang dat we voldoende zorggeschikte woningen toevoegen aan de woningvoorraad.
4
Er is een aantal gebieden waar een behoorlijke opgave aan ouderenhuisvesting is, maar op voorhand minder bouwpotentieel is (zie bijlage 1, figuur 4). In de Reeshof is het huidige bouwpotentieel zelfs kleiner dan de uitbreidingsopgave zorggeschikt, geclusterd en nultreden. Het ligt daarom voor de hand om in die gebieden samen met partners te onderzoeken wat de oplossingen hiervoor kunnen zijn. Daarbij zullen onderstaande richtingen met prioriteit worden verkend: de mogelijkheden van transformatie van bestaande complexen; de mogelijkheden voor toevoegen en herprogrammeren van nieuwbouw; of een herverdeling wenselijk/acceptabel is, zodat een deel van de opgave opgevangen wordt in een ander (nabijgelegen) gebied. Om te komen tot een evenwichtige verdeling van geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen is sturing nodig die met name via een goede (her)programmering plaats zal vinden. Voor de nultredenwoningen geldt, dat deze grotendeels verspreid zijn over de gemeente. De voorzichtige inschatting van het aantal geprogrammeerde nultredenwoningen laat zien dat in de Reeshof, en in bepaalde mate in de dorpen, wel extra sturing nodig is (zie paragraaf 4). Dit geldt met name voor de Reeshof waar minder bouwpotentieel is dan de behoefte aan woningen die geschikt zijn voor ouderen. Let op: de uitbreidingsopgave huisvesting aandachtsgroepen is aan verandering onderhevig.
In dit Addendum wordt een verdeelsleutel toegepast op de nu bekende opgave zoals vastgelegd in de SRBT Woondeal. Als de opgave wijzigt, wordt de verdeelsleutel toegepast op de nieuwe cijfers. 3.2 Verdeling uitbreidingsopgave huisvesting overige aandachtsgroepen Uitgangspunt uit het Woonbeleid 2025-20304 is dat elke wijk een gedifferentieerde samenstelling kent en dat concentratie van goedkope of dure woningen wordt verminderd. Inwoners kunnen daardoor doorstromen naar woningen in een hoger of lager prijssegment, wanneer gewenst in de eigen wijk. Dit betekent dat de betaalbaarheidseisen zullen verschillen per project. Dit wordt gebieds- en projectspecifiek beoordeeld binnen de keten Stedelijke Ontwikkeling op basis van de beschikbare data van de gebieden (waaronder de gebiedsprofielen wonen). Deze beoordeling wordt gemotiveerd. In aanvulling hierop, wordt met het proces van de gebiedsvisies die in voorbereiding zijn, de gebiedsgerichte opgaven nader gedefinieerd en uitgewerkt. Zie als voorbeeld het gebiedsperspectief Noord dat voor en samen met inwoners en partners in de wijk is opgesteld. Daarin wordt ook duidelijk dat ook in gebieden met een groot aandeel betaalbaar in de bestaande voorraad, toevoegen van betaalbare huur en koop wenselijk kan zijn. Juist om daarmee te komen tot meer differentiatie en beter passend aanbod.
We zien een stedelijke behoefte aan specifieke (geclusterde) woonvormen. Voorbeelden hiervan zijn geclusterde woonvormen die door het Regionaal Autisme Centrum of vanuit Jeugdzorg worden gerealiseerd. Deze opgave is beperkt en de randvoorwaarden die aan deze woonvoorzieningen worden gesteld zijn vaak erg specifiek. Over het algemeen worden initiatieven hiertoe ingediend door de zorgpartij. We constateren dat hier behoefte is aan maatwerk en het niet de voorkeur heeft om voor deze opgave een verdeling over de stad te kiezen. We faciliteren deze behoefte en beoordelen deze initiatieven vanuit een positieve grondhouding, waarbij de aandacht hebben voor het woon-en leefklimaat in wijk en buurt en de aanwezige voorzieningen. 3.2.1 Verhouding toewijzing woonruimte aan aandachtsgroepen en regulier woningzoekenden Er zijn afspraken gemaakt met wooncorporaties over de verhouding in het de toewijzen van woningen aan aandachtsgroepen ten opzichte van het bedienen van reguliere woningzoekenden. Hierdoor behouden reguliere woningzoekenden (zonder voorrangsrechten) voldoende slaagkansen aan de veerkracht van wijken en buurten. Corporaties hanteren voor verhuringen aan voorrangsgroepen via directe bemiddeling (spoed) een signaalwaarde van 25% van alle vrijkomende huurwoningen onder de eerste aftoppingsgrens.
Als deze waarde in zicht komt, overleggen partijen over de samenstelling/opbouw van de 25% en bepalen gezamenlijk of dit aanleiding geeft tot (tijdelijke) maatregelen of aanpassingen in de woningtoewijzing.
4
Woonbeleid 2025-2030 Tilburg.
5
4. Werken aan de uitbreidingsopgaven huisvesting aandachtsgroepen en werkwijze prioriteren De uitbreidingsopgaven voor huisvesting van ouderen en overige aandachtsgroepen, vereisen directe actie én een bestendige aanpak voor de lange(re) termijn. De opgaven zijn groot en complex en daarom is ook een heldere werkwijze met betrekking tot het prioriteren belangrijk. Met het geboden overzicht (Bijlage 1) is de opgave inzichtelijk. Hieronder wordt beschreven hoe we hierop inzetten. 4.1 Werken aan de uitbreidingsopgaven huisvesting aandachtsgroepen 4.1.1 Toevoegen en behouden reguliere sociale huurwoningen Het grootste deel van de aandachtsgroepen is aangewezen op reguliere, betaalbare sociale huurwoningen. Om in die opgave te voldoen is het noodzakelijk dat we voldoende, betaalbare sociale huurwoningen toevoegen in de nieuwbouw. Hier wordt vanuit het Woonbeleid 2025-2030 op gestuurd:
We bouwen in alle marktsegmenten en gaan onze ambitie concretiseren voor een breder betaalbaar aanbod. We houden het aandeel sociale huur stabiel en zetten in op een betere spreiding en diversiteit van dit aanbod over de stad en dorpen. Ook moet er voldoende in het middensegment worden gebouwd.
We hanteren bij nieuwbouw voor zowel de gemeente als geheel als op gebiedsniveau het uitgangspunt 30/40/30. Dit betekent concreet:
30% sociale huur, te realiseren door of in samenwerking met een Tilburgse woningcorporatie. 40% betaalbare koop en huur, waarbij we als definitie de landelijke betaalbaarheidsgrens aanhouden voor dit middensegment (€ 405.000, prijspeil 2025, 186 punten WWS). Uitgangspunt hierbij is 10% middenhuur als onderdeel van het totale woningbouwprogramma met enige ruimte voor uitwisseling om flexibiliteit te houden. 30% met een niet voorgeschreven prijsniveau.
4.1.2 Herprogrammeren nieuwbouw Bij nieuwbouw sturen we bij nieuwe ontwikkelingen en initiatieven kwantitatief én kwalitatief op de opgaven en ambities uit de Woonzorgvisie. Bij lopende ontwikkelingen, waar reeds gemaakte afspraken niet in lijn zijn met de Woonzorgvisie sturen we waar mogelijk bij. Onderstaand kwadrant uit de Handreiking kwalitatief (her)programmeren van de provincie Noord-Brabant 5 hanteren we om af te wegen wat onze strategie moet zijn. Er wordt gekeken naar de planstatus (hard of zacht) en de kwaliteit van de plannen. Voor plannen met kwaliteit is de strategie (door)bouwen of het opharden van de plannen (prioriteit bij de vergunningaanvraag). Voor plannen met weinig kwaliteit (bijvoorbeeld het ontbreken van nultreden woningen) is herprogrammering de sturingsstrategie. De manier waarop dit gedaan wordt hangt af van de afspraken die al vastliggen. Voor het rode kwadrant geldt nadrukkelijk dat we ook het belang van tempo meewegen in ons besluit.
5
Handreiking kwalitatief (her)programmeren van de provincie Noord-Brabant.
6
4.1.3 Aanpassen bestaande woonvoorraad Voor ouderen en mensen met een fysieke beperking, realiseren we appartementen met als uitgangspunt dat deze ‘nultreden’ zijn. Het realiseren van de benodigde nultreden-, geclusterde- en zorggeschikte woningen doen we niet enkel door het toevoegen van nieuwbouw, maar zoeken we ook in het aanpassen/geschikt maken van de bestaande woningvoorraad. 4.1.4 Regionale transitietafel De regionale transitietafel stuurt op de gewenste veranderingen in het regionale zorglandschap. Eén van de belangrijkste onderdelen hiervan is de begeleiding van de beweging van gecentraliseerde intramurale zorg complexen naar passende woon-en zorgvormen in de wijken. Door de transformatie van het zorgvastgoed kan dit ook breder geschikt gemaakt worden en zodanig gebruikt worden voor de inlossing van de uitbreidingsopgave huisvesting aandachtsgroepen. 4.1.5 Doorbraakproject gemengd wonen Om een impuls te geven in kwantitatieve én kwalitatieve zin aan de uitbreidingsopgave voor overige aandachtsgroepen, hebben we in de prestatieafspraken Bij het Convenant Wonen 2025 t/m 2029 de ambitie opgenomen om binnen 3 jaar, 3 nieuwe locaties voor gemengd wonen te vinden in veerkrachtige gebieden in de stad. Daarnaast willen we aanvullend een gemengd wonen concept invoeren in 4 bestaande complexen.
4.1.6 Wooncomplexgebonden aanpak en gemengd wonen Onder de noemer ‘wooncomplexgebonden aanpak’ en ‘gemengd wonen’ experimenteren we onder andere met nieuwe woon-welzijn-zorgconcepten die een (sterker) beroep doen op zelfredzaamheid en samenredzaamheid (i.e. gemeenschap, mantelzorg, buurt). Deze willen we realiseren in bestaande (met name de wooncomplexgebonden aanpak via de methode Lang Leven Thuis Tilburg) en nieuwe wooncomplexen. 4.2 Werkwijze prioriteren 4.2.1 Op basis van landelijke en regionale afspraken Voor een deel van de prioritering zijn we afhankelijk van de vastgestelde prioritering in het regionale Uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie, landelijke afspraken en ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving. Zo zijn er landelijk afspraken gemaakt over specifieke aandachtsgroepen waar we als gemeente invulling aan moeten geven. De Lokale Paragraaf Woonzorgvisie Tilburg volgt de regionale Woonzorgvisie. Dit geldt ook voor het regionale Uitvoeringsprogramma en de planning die daarbij hoort. Een deel van de prioritering in Tilburg is dus een afgeleide van de afspraken en keuzes die hierover gezamenlijk in regionaal verband zijn gemaakt. In het regionale uitvoeringsplan krijgt de uitwerking van de fair share afspraken hoge prioriteit. Voor de lokale uitwerking zijn we hiervan afhankelijk. Voor de andere acties geldt dat deze parallel kunnen worden opgepakt.
4.2.2 Gebiedsgericht uitwerken In het algemeen geldt dat we niet vanuit de aandachtsgroepen, maar vanuit de gebieden prioriteren. Dit betekent dat we in de gebieden kijken hoe we invulling kunnen geven aan de opgaven en ambities uit de Lokale Paragraaf. De uitwerking hangt onder andere af van de kenmerken van een gebied in combinatie met de behoeften van de specifieke aandachtsgroep(en). De lokale uitwerking van de fair share afspraken is het uitgangspunt van de evenwichtige verdeling over de gebieden. We sluiten wat betreft de prioritering aan bij de volgorde waarin de gebiedsvisies en gebiedsagenda’s worden gemaakt. De opgaven en ambities uit de lokale paragraaf maken we dus onderdeel van de gebiedsvisies en gebiedsagenda’s die we, samen met onze partners en inwoners, (gaan) opstellen. Hiermee worden de opgaven en ambities uit de Lokale Paragraaf onderdeel van de integrale afweging in het gebied. De gebiedsvisies vormen na vaststelling het kader voor concrete opgaven in gebiedsagenda's van waaruit sturing plaatsvindt op ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven.
In 2025 – 2026 en 2027 werken de partners, inwoners en de gemeente samen verder aan integrale 7
gebiedsvisies. In 2025 ligt de focus op de gebiedsvisie West en de gebiedsagenda’s (uitvoeringsagenda’s) van Noord en Zuid. Daarna wordt de gebiedsvisie van Oud-Noord opgepakt, gevolgd door Oud-Zuid, Reeshof en de Dorpen. 4.2.3 Aansluiten bij ruimtelijke ontwikkelingen We benutten kansen daar waar er ruimtelijke initiatieven of projecten geïnitieerd worden. Dit kan wat betreft omvang variëren van losse kleinschalige initiatieven tot grote gebiedsontwikkelingen. Met name in de grote gebiedsontwikkelingen geven we prioriteit aan het sturen op de programmering, zodat deze bijdragen aan de integrale opgaven op wonen, welzijn en zorg. De uitgangspunten van de Woonzorgvisie zijn onderdeel van de randvoorwaarden en wensen voor de integrale afweging binnen deze ontwikkelingen. We kijken daarbij zowel naar de betaalbaarheid als naar de geschiktheid van de woningen, de doelgroep waarop wordt ingezet en de beschikbare en benodigde voorzieningen in de omgeving. In de afweging houden we naast onze Stedelijke Ontwikkelstrategie, het Woonbeleid en de Gebiedsprofielen wonen 6, ook rekening met de 5 maal A voorzieningen7 zoals vastgesteld in de Lokale Paragraaf Woonzorgvisie. Er zijn ook plekken in de gemeente waar weinig of geen voorzieningen zijn.
Dat we onze inzet zoveel mogelijk koppelen aan gebiedsvisies en -agenda’s en ruimtelijke ontwikkelingen, betekent niet dat we in de andere gebieden niets doen. Ook voor wat voorzieningen betreft benutten we kansen waar initiatieven of projecten geïnitieerd worden. Dit kunnen bijvoorbeeld ingediende initiatieven, vrijkomende gronden/panden of een herinrichting van de openbare ruimte zijn. Ook kan het voorkomen dat een voorziening/plek onder onze aandacht komt, bijvoorbeeld doordat een bestaande voorziening stopt en wegvalt. We wegen op dat moment af of hier prioriteit aan wordt gegeven en hanteren hierbij de referentiewaarden uit de Bouwsteen Ruimte voor Maatschappelijke Voorzieningen.
6
In de Gebiedsprofielen wonen is het profiel per woningmarktgebied in kaart gebracht en zijn hier conclusies uit getrokken met betrekking tot sterktes, zwaktes, kansen en uitdagingen. Er wordt onder andere in gegaan op de bevolkingssamenstelling en het aanbod nultreden-woningen. 7 AH/Aldi (supermarkt), Arts, Apotheek, Activiteiten en Amigo's (ontmoeten).
8
5. Sturingsinstrumenten, stuurgroep en monitoring De realisatie van onze opgaven hangt af van diverse factoren, zoals samenwerking met andere partijen, cofinanciering door medeoverheden, (nieuwe) wet- en regelgeving, en maatschappelijke en economische ontwikkelingen. De samenkomst van deze factoren beïnvloedt voor een belangrijk deel de realisatie van de opgaven. Hieronder worden de belangrijkste instrumenten en maatregelen toegelicht waarmee we sturen op de uitvoering. 5.1 Regionale afspraken fair share De lokale uitwerking van regionale fair share afspraken vormt het uitgangspunt voor een evenwichtige verdeling van huisvesting over gebieden. In gebiedsvisies en -agenda’s geven we hier invulling aan op wijk -en buurtniveau en concretiseren we onder andere: De huisvestingsopgave (evenwichtige verdeling). Maatschappelijke voorzieningen op gebiedsniveau. 5.2 Convenant Wonen 2025-2029 Een deel van de woonzorgopgave is geborgd in het Convenant Wonen 2025-2029. Dit convenant richt zich op: Huisvestingsopgaven. Bevordering van doorstroom onder ouderen. Versterking van gemeenschappen en invulling van de grondhouding een ‘goede buur’. Integrale aanpak (voorkomen) overlast in de wijk. 5.3 Volkshuisvestingprogramma De woonzorgopgaven maken deel uit van het nog op te stellen Volkshuisvestingprogramma, waarin concrete acties worden uitgewerkt.
5.4 Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma Waar mogelijk borgen we woonzorgopgaven in: De Omgevingsvisie. Omgevingsprogramma’s. Het Omgevingsplan. 5.5 Andere belangrijke beleidskaders en plannen (niet limitatief) De woonzorgopgaven worden geïntegreerd in verschillende beleidsdocumenten: Woonbeleid 2025-2030: Hierin worden strategische keuzes gemaakt voor de woningmarkt. Huisvestingsverordening: Deze regelt de verdeling van woonruimte. 5.6 Gezamenlijke opgaven vragen om sturing op samenhang en afstemming We zetten in op genoeg betaalbare woningen en voorzieningen voor ouderen, mensen met een lichamelijke en psychische kwetsbaarheid en andere aandachtsgroepen. We streven hierbij naar een evenwichtige verdeling over de gemeenten in de regio en binnen onze eigen gemeente. Daarbij is het belangrijk dat onze inwoners de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding krijgen. Niemand kan de opgaven die gelden op het gebied van wonen, welzijn en zorg alleen realiseren. Samenwerking is essentieel voor succes. Daarom werken we samen met zorg-, welzijns-, en woonorganisaties, ontwikkelaars, initiatiefnemers en inwoners. Hierbij schakelen we tussen lokale samenwerking en onderwerpen die we beter op regionale schaal moeten afstemmen en afspreken. De betrokken partijen onderschrijven de regionale Woonzorgvisie en de specifieke uitwerking hiervan naar onze gemeente in de Lokale Paragraaf.
We zullen ook gezamenlijk een Uitvoeringsagenda opstellen, waarin we onze inzet in maatregelen en projecten benoemen die de beschreven doelen binnen de Lokale Paragraaf mogelijk maken. Voor de sturing op deze Uitvoeringsagenda richten we een stuurgroep in (werktitel Stuurgroep Wonen, Welzijn, Zorg), waarin de betrokken partijen op bestuurlijk niveau met beslissingsmandaat zitting hebben. Voor de inrichting van de stuurgroep zoeken we aansluiting op de bestaande stuurgroep Convenant Wonen. Ook beogen we met de instelling van deze stuurgroep bestaande bestuurlijke overlegvormen (met vaak dezelfde partijen), 9
die handelen over specifieke thema's rond wonen, welzijn en zorg, samen te brengen. De inrichting van de governance zullen we met de betrokken partijen verder uitwerken. Als onderwerp wordt dit ook opgenomen in de Uitvoeringsagenda. 5.7 Monitoring Ten behoeve van het volgen van de ontwikkelingen gerelateerd aan de Uitvoeringsagenda en de gemeentelijke inzet hierop ontwikkelen we een dashboard, waarin we de relevante indicatoren op de verschillende velden samenbrengen. Jaarlijks brengen we over de ontwikkelingen een rapportage uit die we in de Stuurgroep Wonen, Welzijn, Zorg bespreken. Naast de ontwikkelingen op de Uitvoeringsagenda zullen we ook jaarlijks in de monitor de uitbreidingsopgave huisvesting aandachtsgroepen en realisatie opnieuw bepalen, rekening houdend met voortschrijdend inzicht en de gevolgen van beleidswijzigingen. 5.7.1 Betrokkenheid gemeenteraad Voor ons geldt dat we deze rapportage ook gebruiken voor de informatievoorziening naar de raad. Met de griffie bespreken we de mogelijkheid om de informatiebijeenkomsten wonen met de betreffende woordvoerders van de raad 2 maal per jaar kan worden uitgebreid gericht op wonen, welzijn en zorg. Ook bezien we of ten behoeve van de rapportage op de voortgang van onze belangrijkste doelstellingen de hierop betrekking hebbende indicatoren in de integrale rapportage binnen de P&C cyclus opgenomen kunnen worden.
10
Bijlage 1 Inzicht in realisatie uitbreidingsopgave huisvesting ouderen – stand van zaken 2025 Nultreden woningen Nultredenwoningen zijn zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat woonkamer, keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Deze woningen zijn toegankelijk bij oplevering van nieuwbouw of verbouw en behoeven geen grotere aanpassing meer. Bijvoorbeeld, een reguliere eengezinswoning die wordt aangepast met een traplift is geen nultredenwoning. Bij een appartement is er altijd een lift aanwezig. Op dit moment houden we bij of woningen die in ontwikkeling worden genomen nultreden woningen kennen. Voor ontwikkelingen die al gaande zijn voor vaststelling van het Addendum doen we een inschatting op basis van het aandeel gestapelde woningen. Tilburg kiest als gemeente voor inbreiding van de woningbouw, de consequentie van deze keuze is dat we de komende jaren veel gestapelde woningen bouwen. Onze voorzichtige inschatting van het aandeel in ontwikkeling genomen woningen is dat 50% nultreden geschikt is.
Figuur 1: Overzicht van de realisatie, ontwikkeling en programmering nultredenwoningen. Het gerealiseerde aandeel is niet 0, maar onbekend doordat dit niet is geregistreerd.
11
Gerealiseerd (inschatting) Van 2022 tot en met 2024 zijn er in Tilburg 1692 meergezinswoningen toegevoegd (CBS). Deze zijn gerealiseerd in verschillende gebieden van de stad en in de dorpen. We gaan ervan uit dat dit nagenoeg allemaal appartementen zijn. Omdat hier ook kleinschalige nieuwbouw (zonder lift) onder valt doen we een afslag van 10%. Van de 1500 woningen is een veilige aanname dat minstens de helft nultreden is. We schatten daarmee in dat er ten minste 750 nultredenwoningen zijn toegevoegd in Tilburg sinds 2022. Het CBS heeft dit niet geregistreerd op wijk-/gebiedsniveau. Om die reden kan de realisatie niet uitgesplitst worden op gebiedsniveau. In ontwikkeling/Geprogrammeerd Op dit moment zijn 7849 gestapelde woningen opgenomen in de programmering tot en met 2029. De verwachting is dat een aanzienlijk deel hiervan zal voldoen aan de definitie van een nultredenwoning. Om een aannemelijke inschatting te maken van het aantal gestapelde woningen dat voldoet aan de definitie nultreden kijken we alleen naar de projecten die bestaan uit meer dan 50 woningen. In deze woningen is hoogstwaarschijnlijk een lift aanwezig. We komen dan uit op ca. 5967 woningen waarvan we verwachten dat minstens de helft (3000 woningen) aan de definitie van nultreden voldoet.
Conclusie Er zijn naar verwachting ten minste 750 nultredenwoningen gerealiseerd en ten minste 3000 in ontwikkeling tot en met 2029. Daarmee kunnen we ervanuit gaan dat de opgave om 1050 nultredenwoningen toe te voegen tot en met 2029 gehaald gaat worden met de koers die we hebben ingezet (Update stedelijke ontwikkelingsstrategie Wonen). Geclusterde woonvormen Geclusterde (ouderen)woningen zijn woningen die voldoen aan de definitie voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm. Geclusterd betekent dat deze woonvormen ingericht zijn op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet daarom een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand voor ouderen (bv. ca. 100 m). Die ruimte moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners en op een open en transparante basis te gebruiken zijn. We gaan hierbij uit van een schaal van minimaal 12 woningen. Het verdient aanbeveling dat de woningen dementievriendelijk ingericht worden. Voorbeelden van geclusterde woonvormen kunnen onder andere hofjeswoningen, serviceflats, aanleunwoningen en seniorenflats zijn. Ook in dit type woning kan (Wlz) zorg geleverd worden. Er is tot nu toe niet geregistreerd welke woningen in geclusterde woonvorm zijn gerealiseerd. Hieronder wordt een indicatie gegeven.
Om tot dit inzicht te komen, is op basis van de kennis van de woonadviseurs van de verschillende gebieden zo goed mogelijk geïnventariseerd welke geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen in de afgelopen jaren zijn gerealiseerd. Het geboden inzicht is dus mogelijk niet volledig.
12
Figuur 2: Overzicht van de realisatie, ontwikkeling en programmering van geclusterde woonvormen Gerealiseerd Complex KwilT (Fase 3)
Aantal woningen 81
Totaal
81
Opmerking Fase 3 (Quilt) is opgeleverd in 2022. De rest eerder en tellen daarom niet mee.
In ontwikkeling/Geprogrammeerd Complex C-punt (Bergeijkstraat)
Aantal woningen 42
Reeshofdijk (Reeshofdijk 41) Koningswei TBV
65 231
Totaal
338
Opmerking 13 van de 55 appartementen gaan waarschijnlijk naar Amarant. Discussie loopt nog. 1 ontmoetingsruimte, maar in de definitie is dit wel allemaal geclusterd
13
Conclusie Er zijn naar verwachting ten minste 81 geclusterde woonvormen gerealiseerd. Op dit moment schatten we in dat er ten minste 338 in ontwikkeling tot en met 2029. In totaal zijn dit 419 woningen in een geclusterde woonvorm. Dit betekent dat we nog een resterende opgave van 251 hebben om de ambitie van 670 zorggeschikte woningen tot 2030 te halen. In paragraaf 4 is opgenomen welke actie wordt ondernomen en welke werkwijze wordt gehanteerd om hierin te prioriteren. Zorggeschikte woningen Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm (zie definitie nultredenwoningen en geclusterde woningen). Om alle vormen van zorg te kunnen leveren dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om zorg te verlenen. De woningen zijn dementievriendelijk ingericht. Woningen die vallen onder de categorie Bouw Advies Toegankelijkheid (BAT) 3 of 4 en Woonkeur 6 vallen binnen deze definitie.
Figuur 3: Overzicht van de realisatie, ontwikkeling en programmering 14
Gerealiseerd Complex
Aantal woningen/woonplekken
Uitbreiding ‘t Laar
68
Dagelijks leven Stappegoor (Willem II Kazerne) Totaal
40 108
In ontwikkeling/Geprogrammeerd Complex
Aantal woningen/woonplekken
SuidSaam (TBV Ringbaan-Zuid)
128
Totaal
128
Conclusie Er zijn sinds 2022 108 zorggeschikte woningen gerealiseerd. Daarnaast zijn er nog 128 in ontwikkeling. In totaal zijn dit 236 zorggeschikte woningen. Dit betekent dat we nog een resterende opgave van 294 hebben om de ambitie van 530 zorggeschikte woningen tot 2030 te halen. In paragraaf 4 is opgenomen welke actie wordt ondernomen en welke werkwijze wordt gehanteerd om hierin te prioriteren. Bouwpotentieel In figuur 4 is in een grafiek de restopgave tot en met 2030 afgezet tegen het bouwpotentieel. Hierbinnen is aangegeven welk deel hiervan al geprogrammeerd/in ontwikkeling is als geschikte woning voor ouderen. In de meeste gebieden waar sprake is van een aanzienlijke uitbreidingsopgave ouderenhuisvesting, geldt ook een verdichtingsopgave (het toevoegen van woningen in de bestaande stad): de dorpen, Noord en West. In deze gebieden sturen we op het toevoegen van woningen voor ouderen in de programmering (zie paragraaf 4).
15
Figuur 4: De restopgave (de opgave 2022-2030 minus de realisatie tot nu toe) afgezet tegen het bouwpotentieel (inclusief wat al in ontwikkeling/geprogrammeerd is).
16
Bijlage 2 Overzicht aandachtgroepen Wetsvoorstel Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting: type woning en ondersteuning Deze tabel benoemt de aandachtsgroepen die zijn opgenomen in het wetsvoorstel Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting, en geeft per aandachtsgroep weer op welke woon- en zorgvormen deze groepen doorgaans een beroep doen. Het grootste deel van deze mensen is aangewezen op reguliere, betaalbare sociale huurwoningen. Inschatting van het aantal dat jaarlijks een beroep doet op bemiddeling naar een reguliere sociale huurwoning
Aandachtsgroep
Type woning
Type ondersteuning
Afspraken via
Uitstroom Weer Thuis (Beschermd wonen, Jeugdzorg, Maatschappelijke opvang)
Sociale huur - Betaalbaar (onder kwaliteitskorting grens tot de laagste aftoppingsgrens) - 1-2 kamer woning
Inkoop Wmo, Wlz
Weer Thuis
138
Dreigend dakloze mensen
Sociale huur
Inkoop Wmo of lichte ondersteuning Toegang
Wonen Eerst (start juni 2025)
48
ZVW, Wmo
Fair Share afspraken (2026)
marginaal
Inkoop IFZO
Fair Share afspraken (2026)
71
Decentralisatie uitkering Uitstapprogramma Prostituees
Fair Share afspraken (2026)
7
Subsidie Vangnet
Weer Thuis en urgentieregeling
69
Inkoop Wmo en Programma Welkom in Tilburg
Prestatieafspraken Woonconvenant
454
Inkoop Zvw, Wmo, Wlz
Fair Share afspraken (2026)
137
Sociale huur Uitstroom klinische GGZ Uitstroom detentie/forensische zorg Stoppende sekswerkers
Uitstroom vrouwenhandel/ mensenhandel
Vergunninghouders Wmo verhuisurgentie inwoners met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke beperking en inwoners met een psychische kwetsbaarheid
Gaat om kleine groep Vaak geclusterde woonvorm Sociale huur, bij familie/vrienden, zorginstelling Sociale huur Eisen afhankelijk van urgentie en samenstelling huishouden Sociale huur Studio’s, kleine appartementen, gezinswoningen gewenst Sociale huur Wettelijke taakstelling Huisvestingswet Sociale huur, particulier verhuur, koop Voorrang op nultredenwoning Nabij voorzieningen Omgeving behoeft maatwerk
17
Bijlage 3 Aandachtsgroepen waarover in de regio ‘fair share’ afspraken worden gemaakt In regio Hart van Brabant hebben we afgesproken over welke aandachtsgroepen we ‘Fair Share’ afspreken gaan maken. Dit is weergegeven in de volgende tabel:
18