Aanvulling inspreken 12 mei 2025 voorzitter wijkraad Noordhoek
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Hieronder enkele opmerkingen met betrekking tot de informatiebijeenkomst ‘Herstelbesluit bestemmingsplan Noordhoek 2010, 1e herziening (Elzenhof 139)’ gehouden maandagavond 12 mei 2025. 1. Allereerst wil ik de opmerking herhalen die al meerdere keren bij bijeenkomsten is gemaakt: Als buurtbewoners en wijkraad zijn wij niet tegen het tot stand komen van een (Montessori)KindCentrum (MKC). Alleen wordt het geheel zoals dat nu is beoogd te groot. De Montessorischool is in een tiental jaren uitgegroeid van een school van ca. 350 leerlingen tot een school met ruim 600 leerlingen aangevuld met voor- en naschoolse opvang. Het geheel wordt te groot voor dit stukje in de wijk. De kloostertuin, dé buurtuin van de Noordhoek, is nagenoeg volledig door de school in bezit genomen. De gemeente heeft eerst de school vrijwel onbeperkt laten groeien en komt dan tot de conclusie dat 24 kinderen er nog wel bij kunnen. Als de gemeente de juiste procedures voor de ruimtelijke ordening had gevolgd was er nu geen probleem geweest of had er in elk geval eerder aan een oplossing kunnen worden gewerkt1. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat als voor de bestemmingplanprocedure het gehele MKC wordt beschouwd dit niet zo op deze plaats zou kunnen zitten. Althans niet zonder dat er uitgebreide voorzieningen zouden moeten worden getroffen.
Het idee wat tijdens de informatiebijeenkomst uit een vraag naar voren kwam dat er al veel geluid is en dus een bijdrage van 24 kinderen niet toe doet is op zich correct als er naar de equivalente geluidbelastingen wordt gekeken. Maar dit is dus het gevolg van het handelen (of juist niet handelen) van de gemeente. En zoals ik afgelopen maandag ook heb opgemerkt de tijden dat er geluidhinder is worden opgerekt. Alleen van de school zijn er activiteiten tussen ongeveer 8:00 en 16:00. Met het kinderdagverblijf zijn er activiteiten tussen 7:00 en 19:00 (waarschijnlijk zelfs net voor 7:00 tot net na 19:00). Dat er tussen deze tijden voor- en naschoolse opvang is ook nooit in procedure geweest; 2. In de uitspraak van de Raad van State wordt ten aanzien van de piekniveaus letterlijk gesteld: “Maar naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom in dit geval kan worden aangesloten bij 95 dB(A) in plaats van bij het gemiddelde van 102,5 dB(A) of bij het maximum van 110 dB(A). Wijkraad Noordhoek en anderen hebben terecht naar voren gebracht dat het niet zonder meer aannemelijk is dat kinderen stil zullen zijn, omdat er kinderen in buitenbedjes slapen of dat het aannemelijk is dat begeleiding (steeds) onnodig luid schreeuwen kan voorkomen. Zij hebben hierover op de zitting terecht naar voren gebracht dat als kinderen tot stilte worden gemaand, de piek al is geweest.
Daar komt nog bij dat voor het gemiddeld bronvermogen van een kind wel het gemiddelde van de waarden uit de literatuur is genomen, terwijl dit voor het piekgeluid niet is gedaan. Deze verschillen in 1
Voor de voor- en naschoolse opvang en het gebruik van de Kloostertuin zijn geen bestemmingsplanprocedure’s gevolgd. De bestemming van de locatie is ‘Gemengd 1’. De Kloostertuin heeft bestemming ‘Groen’.
de wijze van benadering is niet toegelicht. Gelet hierop heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom in dit geval 95 dB(A) als piekbronvermogen kon worden gehanteerd.” Maandagavond is door de akoestisch adviseur van de gemeente Tilburg, Fons Peeters, naar voren gebracht dat door uit te gaan van de gemiddelde waarde voor de piekgeluidniveaus wordt aangesloten op de berekening van de equivalente geluidbelastingen en dat dit door de Raad van State in hun uitspraak is geaccepteerd. Naar mijn mening wordt nog steeds niet voldaan aan de opmerking van de Raad van State dat onvoldoende is gemotiveerd waarom niet wordt uitgegaan van het maximum van 110 dB(A) voor de piekniveaus. Piekniveaus zijn immers de hoogst optredende geluidniveaus en om vrijwel zeker te weten dat deze geen probleem zijn moet bij berekeningen voor een specifiek geval worden uitgegaan van de maximale waarden uit de literatuur wanneer niet kan worden aangegeven waarom deze in het specifieke geval niet zullen optreden. Er kan niet worden gesteld dat, omdat door de Raad van State is geaccepteerd dat bij de berekening van de equivalente geluidniveaus wordt uitgegaan van de gemiddelde waarden, zonder verdere motivatie bij de berekeningen van de piekgeluidniveaus uit kan worden gegaan van de gemiddelde waarde. Equivalente geluidniveaus zijn hele andere geluidniveaus dan piekgeluidniveaus.
Equivalente geluidniveaus zijn de over een tijd gemiddelde geluidniveaus terwijl de piekgeluidniveaus het hoogste niveau is dat in de tijd optreedt. Er is niet direct een relatie tussen equivalente brongeluidniveaus en piekgeluidniveaus. Er kan dan ook niet worden gesteld dat als voor de equivalente geluidniveaus gerekend mag worden met de gemiddelde waarde die in de literatuur wordt genoemd ook voor de piekniveaus mag worden gerekend met de gemiddelde waarde die in de literatuur wordt genoemd. Bovendien is het zo dat voor de equivalente bronniveaus een waarde van 73 – 77 dB(A) en voor de piekniveaus een waarde van 95 – 110 dB(A) wordt genoemd. Dus berekeningen van de equivalente geluidniveaus zullen uitgaande van het gemiddelde maximaal 2 dB(A) afwijken terwijl berekeningen van de piekniveaus maximaal 7,5 dB(A) af kunnen wijken (voor dit soort akoestische berekeningen geldt een foutmarge van 1 à 2 dB); 3. In het addendum ‘Indirecte hinder als gevolg van verkeersbewegingen Elzenhof 139 te Tilburg wordt door het adviesbureau Valersi terecht verwezen naar de circulaire van 29 februari 1996 “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening w.m.” (de zgn. schrikkelcirculaire).
Alleen wordt niet gehandeld maar hetgeen in de circulaire wordt vermeld: “Onder indirecte hinder wordt hier ingevolge artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer verstaan de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door activiteiten die, hoewel plaatsvindend buiten het terrein van de inrichting, aan de inrichting zijn toe te rekenen.” Specifiek wordt nog parkeerdruk en geluidoverlast genoemd. Duidelijk mag dus zijn dat niet alleen het rijden van het extra verkeer moet worden beschouwd. Ook het parkeren en (geluid)hinder wat hier het gevolg van is zoals bijvoorbeeld het dichtslaan van
deuren en startgeluiden moet worden meegenomen. In de specifieke situatie van een kinderdagverblijf zoals hier zal dan ook rekening moeten worden gehouden met geluid afkomstig van de kinderen die uit en in de auto worden gezet (huilen, roepen). Doordat in het opgestelde addendum alleen gerekend is met 68 personenauto’s die met een snelheid van 20 km/uur langsrijden is geen juist inzicht gegeven in de geluidhinder die wordt veroorzaakt door het brengen en halen van de kinderen. Theo van Breugel Voorzitter wijkraad Noordhoek 14 mei 2025