CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Aangepast Raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-2029 met wijzigingen

Raadsvergadering 2 februari 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-20292.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel Verbetering monitoring bestaanszekerheid Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

16 december 2025, nr. 4 Wethouder Kostermans Sociaal J. Zijlstra

Samenvatting Voor de beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029 (vastgesteld op 19 mei 2025, link) hebben we een aantal nieuwe doelen en indicatoren opgesteld omdat deze nog ontbraken in de onlangs vastgestelde beleidsnota. De set nieuwe doelen en indicatoren ligt nu ter vaststelling voor aan uw raad. Het is de bedoeling om de doelen en indicatoren niet alleen toe te voegen aan het beleid Bestaanszekerheid maar ook aan de al bestaande bestaanszekerheidsmonitor. De doelen geven inzicht in de voortgang van het beleid met indicatoren en streefwaarden. Hiermee kunnen we nagaan of wat we met ons beleid beogen ook wordt bereikt en waar het nodig is om bij te sturen. De nieuwe set doelen en indicatoren is opgesteld op basis van input van raadsleden, maatschappelijke partners, evaluaties en best practices van andere gemeenten. De monitoring aan de hand van deze nieuwe doelen en indicatoren richt zich expliciet op aspecten van bestaanszekerheid binnen de invloedssfeer van de gemeente, zoals participatie, schuldhulpverlening en gebruik van minimaregelingen. Dat was een uitdrukkelijke wens van de raad. Doelen en Indicatoren zijn gekoppeld aan vier sporen van Bestaanszekerheid: ondersteuning vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk, voorkomen en oplossen van schulden, gelijke ontwikkelingskansen voor gezinnen en gebruik van minimaregelingen en –voorzieningen.

Voor deze indicatoren zijn streefwaarden opgesteld, gebaseerd op huidige waarden of nulmetingen. De jaarlijkse rapportage zal zorgen voor transparantie en een cyclus waar in beleid continu kan worden verbeterd.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor om: 1. ter verbetering van de beleidsmonitoring op het gebied Bestaanszekerheid de bijgevoegde doelen en indicatoren verdeeld over de vier sporen van beleid in bijlage 1 vast te stellen. 2. de nieuwe set doelen en indicatoren als bijlage (6) toe te voegen aan de Beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029, met de bedoeling zo meer zicht te krijgen op de impact van het beleid en de mogelijkheid tot bijsturing te hebben.

Aangepast Raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-2029 met wijzigingen

1

Raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid Aanleiding In de nota Kaderstelling 2022-2026 is opgenomen dat alle beleidsnota’s voorzien moeten zijn van indicatoren en streefwaarden. Die ontbreken nu nog in de beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029. De raad heeft gevraagd om een voorstel dat aansluit bij de vier sporen/beleidsdoelen en de gemeentelijke invloedssfeer. Hiertoe is een set doelen en indicatoren opgesteld (zie bijlage 1) die ter vaststelling aan de raad voorligt. Deze doelen en indicatoren zijn tot stand gekomen op basis van input van raadsleden, maatschappelijke partners, evaluaties (bureau BMC) en best practices van andere gemeenten.

Beoogd effect Met deze doelen en indicatoren kunnen we nagaan of de beleidsdoelen op het gebied van bestaanszekerheid gerealiseerd worden en kunnen we de beleidsuitvoering zo nodig bijsturen. De doelen en indicatoren sluiten aan bij bredere monitoring voor kadernota’s en de Programmabegroting, zodat consistentie ontstaat in rapportages. Door te werken met streefwaarden en een DIN (Doelstellingen-Inspanningen-Netwerk) wordt inzichtelijk hoe activiteiten bijdragen aan de impactclaim: Inwoners kunnen beter rondkomen en doen naar vermogen mee in de maatschappij.

Voorstel 1. 2.

ter verbetering van de beleidsmonitoring op het gebied Bestaanszekerheid de bijgevoegde doelen en indicatoren verdeeld over de vier sporen van beleid in bijlage 1 vaststellen. de nieuwe set doelen en indicatoren als bijlage (6) toevoegen aan de Beleidsnota Bestaanszekerheid 20252029, met de bedoeling zo meer zicht te krijgen op de impact van het beleid en de mogelijkheid tot bijsturing te hebben.

Argumenten 1.1 Monitoring aan de hand van deze nieuwe doelen en indicatoren maakt het mogelijk om de voortgang van het beleid transparant en gestructureerd te volgen De huidige Bestaanszekerheidsmonitor laat ontwikkelingen en trends zien bij huishoudens met een laag inkomen (120% sociaal minimum1) en van het gebruik van de minimaregelingen. Bijvoorbeeld hoeveel werkende armen behoren tot de groep inwoners met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum. We kunnen met de huidige monitor niet nagaan of we onze doelen op het gebied van bestaanszekerheid bereiken. Door de uitbreiding van de huidige monitor kunnen we de impact van onze beleidsdoelen op het gebied van bestaanszekerheid beter inzichtelijk maken. Door jaarlijks te rapporteren kan beleid continu verbeterd worden en is de voortgang van de realisatie van ons beleid transparant voor inwoners en maatschappelijke partners. De monitor is opgebouwd volgens de beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029 waarin we werken met de volgende sporen: A Ondersteunen inwoners vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk B Ondersteunen inwoners bij het voorkomen en oplossen van financiële problemen en schulden C Gelijke ontwikkelingskansen voor het hele gezin D Ondersteunen inwoners met minimaregelingen en voorzieningen Aan de sporen zijn doelen gekoppeld. Met indicatoren gaan we na in hoeverre de doelen bereikt worden.

1 Het sociaal minimum is het minimale bedrag dat u nodig heeft om in uw levensonderhoud te kunnen voorzien.

Aangepast Raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-2029 met wijzigingen

2

1.2 De nieuwe set doelen en indicatoren bevat alleen informatie over bestaanszekerheid die binnen de invloedssfeer ligt van de gemeente of die nodig is om het behalen van de beleidsdoelen te duiden De Participatiewet biedt gemeenten beleidsvrijheid om mensen die moeite hebben om mee te doen in de samenleving te ondersteunen. Dat kan via bijzondere bijstand in geld (uitkering), voorzieningen in natura (laptops, sportkleding) en geldbedragen voor participatie (meedoenregeling), zolang het wordt ingezet om deelname aan de maatschappij mogelijk te maken en/of te bevorderen en niet is bedoeld als structurele inkomensaanvulling. We leveren maatwerk aan inwoners op basis van individuele omstandigheden. Vanuit de Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening zorgen we voor integrale en toegankelijke schuldhulpverlening en zetten we in op vroegsignalering van schulden. Binnen bestaanszekerheid gaan we uit van de brede definitie van bestaanszekerheid. Het gaat dus niet alleen om voldoende inkomen en meedoen in de maatschappij, maar ook om huisvesting en toegang tot zorg en onderwijs. Naast inkomsten, uitgaven en schulden zijn ook de leefdomeinen wonen, participatie/meedoen in de samenleving, gezondheid en onderwijs en opleiding van belang, voor zover die van invloed zijn op bestaanszekerheid.

Daarnaast zijn er raakvlakken met andere beleidsterreinen (zie overzicht verbanden bestaanszekerheid met andere beleidsterreinen, onderdeel van het beleid Bestaanszekerheid 2025-2029). Voor de monitoring beperken we ons tot de gemeentelijke invloed op bestaanszekerheid. We monitoren op dakloosheid, gezondheid en onderwijs binnen deze beleidsterreinen. In de tweede helft van 2026 zullen we uw raad voorstellen om te komen tot een samenhangende monitoring (project ‘Monitoren en sturen in het sociaal domein’). 1.3 Indicatoren en streefwaarden zijn nodig om na te gaan of we de doelen bereiken Indicatoren zijn gekoppeld aan onze beleidsdoelen en geven inzicht in de mate waarin de doelen worden bereikt. Een indicator fungeert als maatstaf om vast te stellen of de doelen bereikt worden. In het gesprek met uw raad hebben we gekozen voor indicatoren die voldoen aan de volgende voorwaarden: • Een beperkt aantal indicatoren per doel. Zo kan gemakkelijk overzicht bewaard worden. We geven aan waarom voor deze indicatoren is gekozen; • Indicatoren meten resultaten die we (direct of indirect) kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld wel ‘meer inwoners bereiken met minimarelingen en –voorzieningen’, niet ‘alle inwoners hebben een inkomen boven 120 % van het sociaal minimum’; • Indicatoren zijn realistisch en toetsbaar.

Met de indicatoren kunnen we nagaan in hoeverre het doel bereikt wordt; • Indicatoren bevatten zoveel mogelijk een aantal en een percentage. Een percentage is de beste indicator, bijvoorbeeld het percentage personen dat succesvol uitstroomt na een schuldhulpverleningstraject. Het is echter een verschil of het dan om 20 of 2000 inwoners gaat, bij grotere aantallen is de impact groter; • De indicatoren zijn uitvoerbaar. Bij het verkrijgen van informatie sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande gegevensbronnen zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en klanttevredenheidsonderzoeken; • We kiezen voor indicatoren die we voor een langere periode kunnen volgen. Zo zijn trends zichtbaar in de tijd; • We hebben geen invloed op de hoogte van minimumlonen en –uitkeringen die worden vastgesteld door het Rijk. We volgen wel hoe groot de groep is met een laag inkomen, omdat zij extra ondersteuning vanuit de gemeente nodig hebben en kunnen krijgen. Deze informatie nemen we op in de monitor. Voor de indicatoren hebben we streefwaarden opgesteld. De streefwaarden zijn gebaseerd op de huidige waarden. Niet voor alle indicatoren zijn streefwaarden zinvol, bijvoorbeeld bij maatwerk. Ons doel is niet om zoveel mogelijk maatwerk in te zetten, maar daar waar dat nodig is. Soms is er nog geen streefwaarde omdat een indicator niet eerder gebruikt is.

Dan wordt eerst een nulmeting uitgevoerd (als het betreffende onderzoek weer gedaan wordt) waarop we de streefwaarde baseren.

Aangepast Raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-2029 met wijzigingen

3

2.1 Met het toevoegen van doelen en indicatoren aan de beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029 voldoen we aan de vereisten van de nota Kaderstelling 2022-2026 In de nota Kaderstelling 2022-2026 is opgenomen dat alle beleidsnota’s voorzien moeten zijn van indicatoren en streefwaarden. Door het toevoegen van doelen en indicatoren aan de beleidsnota Bestaanszekerheid 20252029 wordt voldaan aan de vereisten van de nota Kaderstelling 2022-2026. 2.2 Met de doelen en indicatoren voldoen we aan de wens van de raad voor meer sturing binnen de gemeentelijke invloedssfeer De raad heeft gevraagd om een voorstel dat aansluit bij de vier sporen/beleidsdoelen en de gemeentelijke invloedssfeer. Hiertoe is een set doelen en indicatoren opgesteld (zie bijlage 1) die ter vaststelling aan uw raad voorligt. Deze doelen en indicatoren zijn tot stand gekomen op basis van input van raadsleden, maatschappelijke partners, evaluaties (bureau BMC) en best practices van andere gemeenten. Het is de bedoeling om de doelen en indicatoren niet alleen toe te voegen aan het beleid Bestaanszekerheid maar ook aan de reeds bestaande bestaanszekerheidsmonitor. Hiermee verbeteren we de huidige monitor waarin geen doelen, indicatoren en streefwaarden zijn opgenomen en die daarmee niet goed geschikt is als stuurinstrument. De doelen geven inzicht in de voortgang van het beleid met indicatoren en streefwaarden.

Hiermee kunnen we nagaan of wat we met ons beleid beogen ook wordt bereikt en waar het nodig is om bij te sturen. Voor de indicatoren zijn streefwaarden opgesteld, gebaseerd op huidige waarden of nulmetingen. De jaarlijkse rapportage zal zorgen voor transparantie en een cyclus waar in beleid continu kan worden verbeterd.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven Monitoring is veelal gebaseerd op het verleden. Zo moet bijvoorbeeld het belastingjaar zijn afgesloten voordat we weten hoeveel inwoners een inkomen hadden tot 120 % van het sociaal minimum. Dat betekent dat we in 2025 werken met informatie uit 2023. Veel onderzoeken zoals klanttevredenheidsonderzoeken worden eenmaal per twee of drie jaar gehouden. Om snel te kunnen handelen, is andere informatie nodig. Hiervoor maken we gebruik van inflatiecijfers, energieprijzen, gegevens van de Voedselbank en andere maatschappelijke partners, van andere overheden en van nieuwsbronnen. Voor het kiezen van indicatoren zijn de mogelijkheden legio. Onze selectie is geënt op de wensen van de raad voor een beperkte set indicatoren die vallen binnen de gemeentelijke reikwijdte. Voor informatie van inkomens van huishoudens zijn we afhankelijk van het CBS. Zij houden niet bij hoeveel instroom of uitstroom er in een bepaalde groep is. Deze informatie kunnen we dus ook niet opnemen in de monitor.

Niet beïnvloedbare risico’s Wij voorzien geen niet beïnvloedbare risico’s.

Kosten en dekking Het ontwikkelen van een interactieve monitor bestaanszekerheid kost circa € 15.000. De kosten worden gedekt uit het werkbudget bestaanszekerheid 2026. Het restantbudget bedraagt hierna € 58.432 (prijspeil 2025). De structurele kosten voor monitoring blijven ongewijzigd.

Uitvoering De nieuwe doelen en indicatoren krijgen straks een plaats in een interactieve monitor die wij op het gebied van bestaanszekerheid gaan bouwen. Hier wordt ook de huidige monitor met inzicht in aantal en type huishouden met een laag inkomen en gebruik regelingen toegevoegd. Daarnaast zorgen we dat de informatie die nodig is om te monitoren, beschikbaar is. Ieder jaar stellen we de monitor bestaanszekerheid op die we

Aangepast Raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-2029 met wijzigingen

4

voor de zomervakantie aanbieden aan uw raad. Voor het uitvoeren van nulmetingen sluiten we aan bij bestaande onderzoeken. Zo voeren we in 2026 of 2027 klanttevredenheidsonderzoeken uit waar we de nulmeting op baseren. In het uitvoeringsplan werken we uit welke inspanningen we verrichten om de doelen te bereiken en welke middelen daarvoor nodig zijn. In het DIN (zie bijlage 2) zijn al voorbeelden van deze inspanningen opgenomen, zoals het verstevigen van de inzet van de medewerkers bestaanszekerheid, een aanpak voor werkende armen en het uitvoeren van het verbeterplan minimaregelingen en –voorzieningen en de werkzaamheden van Schuldhulpverlening. In het uitvoeringsplan geven we aan hoe maatschappelijke partners en de activiteiten in de NPLV-gebieden bijdragen aan onze doelen en sluiten we aan bij actuele ontwikkelingen zoals de wijkzorgteams. Dit maakt het mogelijk om gerichter te sturen op effectiviteit en samenwerking.

Participatie Bij het opstellen van de nieuwe doelen en indicatoren is rekening gehouden met de input van uw raad. Tevens hebben maatschappelijke partners input gegeven tijdens een overleg over bestaanszekerheid op 16 december 2024.

Communicatie Voor het beleid Bestaanszekerheid hebben we een DIN opgesteld (zie bijlage 2). De DIN brengt de samenhang in kaart tussen de maatschappelijke impact, concrete beleidsdoelen, benodigde inspanningen en de inzet van middelen. Vanuit het streven naar impact (maatschappelijk effect) wordt uitgewerkt wat we willen bereiken (doelen). Daarvoor dienen we iets te doen (inspanning) en zijn er geld, mensen en andere resources nodig (middelen). In de DIN wordt de samenhang tussen deze elementen gevisualiseerd. De DIN is uitgewerkt tot het niveau van doelen en inspanningen. De inspanningen/activiteiten zijn nog niet definitief. Die werken we uit in het nog op te stellen uitvoeringsplan bestaanszekerheid. In het uitvoeringsplan geven we ook aan welke middelen nodig zijn voor het uitvoeren van de inspanningen/activiteiten. Dit doen we voor zowel de inspanningen van de gemeente, van maatschappelijke partners en in de NPLV-gebieden. De aangevulde bestaanszekerheidsmonitor is openbaar en zullen we ieder jaar rond mei/juni publiceren op de gemeentelijke website. Maatschappelijke partners informeren we tijdens het Platform Sociale Zekerheid 2. Het Platform komt driemaal per jaar samen. Tijdens accountgesprekken met maatschappelijke partners bespreken we hoe zij bijdragen aan de bestaanszekerheidsdoelen.

Evaluatie We gaan ieder jaar na of de vernieuwde monitor geschikt is om na te gaan of we onze beleidsdoelen bereiken. Bij nieuwe activiteiten passen we het uitvoeringsplan en de DIN aan.

Bijlagen 1. Doelen, indicatoren en streefwaarden 2. Doelstellingen-Inspanningen-Netwerk (DIN) 3. Beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029

Ter inzage gelegde stukken Geen. Tilburg, 16 december 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester, 2 zie voor meer informatie over het PSZ: Lopend onderzoek - De Vonk, onderdeel platform sociale zekerheid

Aangepast Raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-2029 met wijzigingen

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1. 2.

ter verbetering van de beleidsmonitoring op het gebied Bestaanszekerheid de bijgevoegde doelen en indicatoren verdeeld over de vier sporen van beleid in bijlage 1 vast te stellen de nieuwe set doelen en indicatoren als bijlage (6) toe te voegen aan de Beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029, met de bedoeling zo meer zicht te krijgen op de impact van het beleid en de mogelijkheid tot bijsturing te hebben.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de griffier,

In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16423686/1