CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Aangepast raadsvoorstel Instellen van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

Raadsvergadering 9 maart 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Aangepast raadsvoorstel Instellen van de bestedingsinrichting deelmobiliteit5.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel Instellen van de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

20 januari 2026, nr. 4 Rik Grashoff Ruimte M. Vos

Samenvatting Met de vaststelling van het 4-sporenbeleid Parkeren (december 2021) en de Nota Parkeernormen 2023 (juli 2023) is besloten een ‘Mobiliteitsfonds’ in te stellen (hierna te noemen Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’). Dit raadsvoorstel betreft de instelling van deze Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ als onderdeel van de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ en de uitwerking van de specifieke bestedingsdoelen hiervan.

Collegebesluit Het college: A 1. legt op bijlage 1 “Toelichting op financiële risico’s in 5 scenario’s” van dit raadsvoorstel geheimhouding op, op grond van het belang genoemd in artikel 5.1 lid 2 sub b Woo, vanwege de economische en financiële belangen van de gemeente. B 2.

stelt de raad voor om: 1. een aparte Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ binnen de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ in te stellen, met een drietal bestedingsdoelen ter realisatie van een hoogwaardig en betaalbaar aanbod van deelmobiliteit: a. het organiseren van een vraagvolgend aanbod deelauto’s ten behoeve van bewoners van ruimtelijke projecten. b. het faciliteren van publieke deelauto’s in gebiedsgerichte parkeerhubs en in de openbare ruimte als onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak deelmobiliteit. c. het organiseren van een stadsbreed aanbod deeltweewielers in de openbare ruimte. 2. vanuit de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ een bedrag van € 500.000 beschikbaar te stellen en toe te voegen aan de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ ter dekking van initiële aanloopkosten. 3. voor 2026 een budget “deelmobiliteit” beschikbaar te stellen van € 1.500.000, deze middelen enerzijds te dekken via de bestedingsrichting deelmobiliteit (€ 500.000; zie vorig beslispunt) en anderzijds via de bijdragen die wij verwachten van ontwikkelende partijen (€ 1.000.000) en de begroting 2026 hierop aan te passen.

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

1

Raadsvoorstel Instellen van de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ Aanleiding De gemeente Tilburg heeft als doel een leefbare en bereikbare stad te zijn en te blijven. We zorgen voor ruimte voor groen, spelen en water, maar waarbij de stad ook voor haar inwoners, bezoekers en werknemers bereikbaar is. De woningbouwprogrammering van ruim 30.000 woningen in 2040 en het feit dat de openbare ruimte schaars is maken dit tot een ingewikkelde opgave. Een groot deel van de schaarse openbare ruimte wordt nu gebruikt door de (eigen) auto van de huidige bewoners. Er is te weinig ruimte in de stad om voor alle nieuwe bewoners parkeerplaatsen aan te leggen. Bovendien zou de weginfrastructuur al die extra auto’s lastig kunnen verwerken, met name op piekmomenten. Vandaar dat in de grote binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen in West, Noord en Zuid bewoners van de nieuwe wooncomplexen vooral zullen parkeren in gebiedsgerichte parkeergarages. Om woningen te kunnen bouwen en tegelijkertijd de toekomstige stad leefbaar en bereikbaar te houden, zetten we tevens in op het faciliteren van alternatieve vormen van vervoer. Dat alternatief is te vinden in een combinatie van vervoersmiddelen, zoals beter OV, goede fietsbereikbaarheid en de inzet van deelmobiliteit, zoals deelauto’s.

Wanneer meerdere mensen een auto delen, dan zijn er minder auto’s in de stad nodig en blijft er meer ruimte beschikbaar voor woningbouw, vergroening en verduurzaming. Bij ieder nieuw ruimtelijk project wordt een parkeernorm (per functie) toegepast. Daarmee wordt de maximale parkeerbehoefte over de week bepaald, zijnde de parkeereis. De parkeereis is het uiteindelijke aantal parkeerplaatsen dat de ontwikkelaar dient te realiseren. Bij nieuwe ruimtelijke projecten bieden we ontwikkelaars de mogelijkheid een reductie te krijgen op de parkeereis middels de inzet van deelmobiliteit (Nota Parkeernormen 2023). Zo’n reductie is met name gewenst in die gevallen waar onvoldoende ruimte is, fysiek en/of financieel, om binnen het ruimtelijke project te voldoen aan de parkeereis. Ontwikkelaars kunnen er voor kiezen zelf deelmobiliteit te organiseren of financieel bij te dragen aan ‘Deelmobiliteit’. In het laatste geval komt de verantwoordelijkheid voor een passend aanbod deelmobiliteit dan primair bij de gemeente te liggen. De ontwikkelaars van de ruimtelijke projecten Koningswei, De Residentie en Fabriekskwartier (samen goed voor ca. 1.100 woningen) hebben er al voor gekozen om gebruik te maken van deze afkoopmogelijkheid en krijgen dus ieder een korting op de parkeereis. Dit betekent voor de komende jaren een financiële bijdrage van ca.

€1,1 miljoen, waarmee we als gemeente een passend aanbod deelmobiliteit voor deze ruimtelijke projecten gaan organiseren. Dat vereist tevens een organisatie om dat allemaal mogelijk te maken en in de loop der jaren het aanbod te verfijnen tot een vraagvolgend aanbod deelmobiliteit. De vorm die we daarvoor hebben gekozen is die van een dienstenconcessie voor deelauto’s voor het gebied waarin deze ruimtelijke projecten liggen (omgeving Piushaven en Koningsplein). Op termijn willen we voor meerdere deelgebieden in de stad deelautoconcessies gaan verlenen, zoals bijvoorbeeld ook in de Spoorzone. Om risico’s te spreiden gaat daarbij initieel de voorkeur uit naar een aantal verschillende aanbieders. In de Nota Parkeernormen 2023 schrijft het college “De verdere uitwerking van het Mobiliteitsfonds volgt in een apart raadsvoorstel. Hierin leggen we vast aan welke doelen de bijdrage wordt besteed en hoe hierover verantwoording wordt afgelegd.” Dit raadsvoorstel is die verdere uitwerking.

Beoogd effect De Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ is nodig om uitvoering te kunnen geven aan het organiseren van deelmobiliteit in de stad. De primaire focus ligt daarbij op deelmobiliteit voor de inwoners, in het bijzonder in de grote gebiedsontwikkelingen. Met het inrichten van de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ beogen we, via een reductie op de parkeereis, een versnelling op de bouw van nieuwe woningen in de stad te realiseren en tegelijkertijd een hoogwaardig en betaalbaar aanbod deelmobiliteit aan te kunnen bieden.

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

2

Voorstel 1.

Een aparte Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ binnen de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ instellen, met een drietal bestedingsdoelen ter realisatie van een hoogwaardig en betaalbaar aanbod van deelmobiliteit: a. het organiseren van een vraagvolgend aanbod deelauto’s ten behoeve van bewoners van ruimtelijke projecten. b. het faciliteren van publieke deelauto’s in gebiedsgerichte parkeerhubs en in de openbare ruimte als onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak deelmobiliteit. c. het organiseren van een stadsbreed aanbod deeltweewielers in de openbare ruimte.

2.

vanuit de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ een bedrag van € 500.000,- beschikbaar stellen en toe te voegen aan de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ ter dekking van initiële aanloopkosten.

3.

voor 2026 een budget “deelmobiliteit” beschikbaar stellen van € 1.500.000,-, deze middelen enerzijds te dekken via de bestedingsrichting deelmobiliteit (€ 500.000,-; zie vorig beslispunt) en anderzijds via de bijdragen die wij verwachten van ontwikkelende partijen (€ 1.000.000,-) en de begroting 2026 hierop aan te passen.

Argumenten 1.1 Een aparte Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ binnen de bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ is nodig om binnen onze financiële administratie op de juiste wijze de inkomsten en uitgaven met betrekking tot deelmobiliteit te kunnen verantwoorden, waarbij de genoemde specifieke bestedingsdoelen richting geven aan de uitgaven. Het uitgangspunt van de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ is dat de bijdragen van ontwikkelaars voldoende zijn om de uitgaven, binnen de bestedingsdoelen, te kunnen dekken. Alle inkomsten en uitgaven worden verwerkt in een rapportage, waarmee periodiek verantwoording wordt afgelegd via de reguliere P&C cyclus. Indien er op basis van de prognose toch een tekort verwacht wordt, dan zal een voorstel aan de raad of het college worden voorgelegd om dit op te lossen. Incidentele tekorten zouden bijvoorbeeld kunnen worden aangevuld vanuit de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’. In geval van structurele tekorten is mogelijk een verhoging van de financiële bijdrage vanuit ontwikkelaars nodig om op langere termijn de business case van een hoogwaardig aanbod deelmobiliteit weer gezond te krijgen. Met het organiseren van deelauto’s ten behoeve van bewoners zijn verschillende soorten kosten gemoeid.

Hieronder vallen onder andere kosten voor het contracteren van geschikte partners, het bieden van een zekere aanloopbijdrage aan gecontracteerde aanbieders voor het compenseren van aanloopverliezen, het aanbieden van een ‘korting en/of probeertegoed aan gebruikers van deelauto’s, externe communicatie van en rondom het aanbod van deelmobiliteit en het eventueel mede-ontwikkelen van ICT-gerelateerde producten en diensten, zoals een website of App om het gebruik van deelmobiliteit laagdrempeliger te maken Een aanbod van publieke deelauto’s in gebiedsgerichte parkeerhubs en in de openbare ruimte is een goede aanvulling op het aanbod van deelauto’s dat exclusief voor bewoners van een ruimtelijk project is. Het faciliteren van dergelijke publieke deelauto’s in de openbare ruimte zien wij daarom als onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak deelmobiliteit. Met het organiseren van een stadsbreed aanbod deeltweewielers in de openbare ruimte zijn verschillende soorten kosten gemoeid. Hieronder vallen onder andere kosten voor het contracteren van geschikte partners voor het aanbieden van deeltweewielers (inkooptraject) en het maken van meerjarige afspraken, het financieel ondersteunen van het aanbod deeltweewielers indien de marktomstandigheden dit vereisen en het inrichten

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

3

van de openbare ruimte, zoals hubs op maaiveld, om overlast van gestalde voertuigen zoveel mogelijk te voorkomen. 1.2 De contractering van geschikte deelmobiliteitspartners (bijvoorbeeld middels het verlenen van een gebiedsspecifieke concessie) is maatwerk en dus voor de gemeente meer dan een eenmalige activiteit die binnen de ambtelijke organisatie structurele kosten met zich meebrengen. Elke gebiedsontwikkeling heeft zijn eigen karakteristieken, die bepalend kunnen zijn voor de (commerciële) kansen van een aanbod van deelauto’s. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van een intercity-station. Daarnaast is monitoring en evaluatie van het gebruik een vast onderdeel van de werkzaamheden, omdat de verwachting is dat vraag en aanbod de komende jaren nog volop in beweging zullen zijn. Daarnaast zullen we verschillende aanbieders gaan contracteren (risicospreiding), omdat de markt van deelmobiliteit nog volop in ontwikkeling is. Met de verschillende aanbieders zal de samenwerking periodiek worden geëvalueerd. Contract- en relatiemanagement zijn derhalve een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden. 1.3 Het aanbod aan deelauto’s is primair gericht op bewoners van de ruimtelijke projecten die bijdragen aan de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’.

Met de middelen uit de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ is de eerste taak ervoor te zorgen dat de bewoners van de nieuwe ruimtelijke projecten, waarbij een reductie op de parkeereis heeft plaatsgevonden, de beschikking krijgen over een volwaardig aanbod van deelauto’s. Ter stimulering van het gebruik zal initieel aan die bewoners een korting gegeven worden op het gebruik. Om oneerlijke concurrentie met bestaand publiek aanbod van deelauto’s in de openbare ruimte te voorkomen zullen de deelauto’s bij de ruimtelijke projecten in eerste instantie alleen beschikbaar zijn voor die bewoners (‘closed communities’). 1.4 Een financiële aanloopbijdrage richting aanbieders van deelauto’s is nodig om vanaf dag 1 van de oplevering het passend aanbod van deelauto’s voor nieuwe bewoners te kunnen organiseren Deelauto-aanbieders zijn bijzonder terughoudend in het voor eigen rekening en risico aanbieden van deelauto’s binnen een nog redelijk onbekende ‘closed community’. Met verschillende aanbieders van deelauto’s zijn de mogelijkheden voor een specifiek deelmobiliteitsaanbod bij ruimtelijke projecten verkend. Vanwege de onzekerheid over de toekomstige vraag hebben deelauto-aanbieders twijfels over de haalbaarheid van een kostendekkende exploitatie en dan met name in de eerste jaren.

Door een tijdelijke aanloopbijdrage van maximaal twee jaar aan te bieden verlagen we voor de aanbieder het financiële risico en wordt het voor hen aantrekkelijker om deelauto’s weg te zetten. Na deze aanloop- en gewenningsperiode is er meer duidelijkheid over wat een passend aanbod is (bijvoorbeeld in aantal deelauto’s) en verwachten we dat aanbieders wel bereid zijn deelauto’s beschikbaar te stellen zonder een financieel vangnet vanuit de gemeente. 1.5 Het initieel aanbieden van een korting op het tarief of een probeertegoed zal het gebruik van de deelauto’s stimuleren. Bewoners die geen (tweede) auto hebben willen we een goed alternatief aanbieden, onder andere in de vorm van een hoogwaardig en betaalbaar aanbod aan deelauto’s. In aanvulling op de financiële aanloopbijdrage willen ook het gebruik van die deelauto’s stimuleren. Een hoger gebruik van de deelauto’s levert bovendien een positieve bijdrage aan de business case van de aanbieder en verhoogt daarmee de kans op een langdurend aanbod. Daarnaast geldt dat extra omzet zal leiden tot een lagere financiële aanloopbijdrage. Een korting op het tarief of een probeertegoed kan in bepaalde situaties ook worden ingezet voor bestaande bewoners, bijvoorbeeld in gebieden met een hoge parkeerdruk, al dan niet in aanvulling op extra parkeerplekken in gemeentelijke parkeervoorzieningen.

1.6 De gelden van ontwikkelaars dienen stadsbreed inzetbaar te zijn voor deelmobiliteit We gaan ervan uit dat het gebruik van deelmobiliteit bij het ene ruimtelijke project eerder op niveau is dan bij het andere. Dit betekent dat bij het ene ruimtelijke project meer financiële steun nodig is dan bij het andere. Hierover hoeft geen verantwoording te worden afgelegd aan de ontwikkelaar. Er zal dan ook nooit sprake zijn van een volledige of gedeeltelijke teruggave van gelden aan ontwikkelaars. Ook in een gebiedsgerichte aanpak is het wenselijk om het aanbod, zeker in het eerste en het tweede jaar, op peil te kunnen houden zonder rekening te moeten houden met het bewonersgebruik per ruimtelijk project.

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

4

1.7 Bewoners zijn vaak nog wat minder bekend met deelmobiliteit Wij willen dat nieuwe bewoners tijdig weten wat het aanbod van deelmobiliteit is en wat dit voor hen betekent. We willen hen dus in afstemming met de ontwikkelaars informeren over het aanbod, zoals type auto’s, tarieven, beschikbaarheid en reservering. Dit kan bijvoorbeeld met digitale middelen, een informatiebrief of informatiebijeenkomsten voor bewoners. En we zorgen ervoor dat bij oplevering van de woningen het aanbod van deelauto’s er ook daadwerkelijk is. 1.8 Indien de ICT-gerelateerde middelen en diensten van aanbieders van deelmobiliteit onvoldoende aansluiten op de eisen die wij stellen aan het aanbod willen wij de afweging kunnen maken om dit (mede) te ontwikkelen De marktpartijen die wij de afgelopen 1 à 2 jaar hebben gesproken beschikken allemaal over voldoende digitale middelen zoals een App, facturatie- en klantregistratiesystemen. Dit behoort immers tot hun kernproces. Indien wij als gemeente echter elementen willen toevoegen die nu niet te realiseren zijn binnen de bestaande ICT-structuur dan is het (gezamenlijk) laten ontwikkelen daarvan een optie.

1.9 Een publiek aanbod van deelauto’s is een goede aanvulling op het aanbod van deelauto’s dat exclusief voor bewoners van een ruimtelijk project is De Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ wordt indirect ‘gevuld’ met middelen die vanuit ontwikkelaars verkregen zijn. Derhalve is het logisch dat het merendeel van de middelen ook ingezet worden voor het creëren van aanbod voor de nieuwe bewoners. Maar publiek aanbod in de openbare ruimte of in een parkeergarage kan met name op piekmomenten voor deze groep gebruikers ook van meerwaarde zijn. Daarom willen we deze deelauto’s faciliteren in de vorm van een parkeerplek en eventuele bebording en/of belijning. En tegelijkertijd bieden we daarmee ook een oplossing voor de bewoners in de bestaande stad. Iedere extra deelauto in Tilburg kan op deze manier bijdragen aan het creëren van meer ruimte in de stad. Het verschil met de onder argument 1.4 en 1.5 genoemde kosten is dat de deelauto’s die hier bedoeld toegankelijk zullen zijn voor een bredere groep gebruikers dan de ‘closed community’. Om juridische redenen (voorkoming van staatssteun) dragen we niet financieel bij aan een eventueel tekort op de exploitatie van deze voertuigen.

1.10 Het organiseren van een aanbod van deeltweewielers is in de Nota Parkeernormen benoemd als middel om een reductie toe te kunnen passen op de parkeereis Deeltweewielers dragen bij aan de beschikbaarheid van alternatieven voor de eigen auto. Door een kwalitatief en kwantitatief hoogwaardig aanbod deeltweewielers te organiseren is het voor bewoners minder noodzakelijk om een (eigen) auto te gebruiken, zeker in aanvulling op het aanbod van deelauto’s. In de Nota Parkeernormen 2023 wordt immers ook deelmobiliteit (dus deelauto’s en deeltweewielers) genoemd als middel om het eigen autobezit terug te dringen en dus de legitimatie om een korting te geven op de parkeereis. Het organiseren en continueren van deeltweewielers impliceert meerdere activiteiten en dus kosten binnen de ambtelijke organisatie. Contract- en relatiemanagement zijn geen onderdeel van dit bestedingsdoel. 1.11 De markt van deeltweewielers is een relatief instabiele markt die zich op meerdere vlakken nog aan het ontwikkelen is We hebben het aanbod van deeltweewielers nu georganiseerd met schaarse vergunningen waarbij we momenteel een mooi aanbod hebben met elektrische deelfietsen van Lime en elektrische deelscooters van Check. Dit aanbod is op basis van de huidige vergunning echter niet afdwingbaar, wat betekent dat aanbieders zelf kunnen besluiten om met hun voertuigen weer te vertrekken uit Tilburg.

Recent hebben we dat ondervonden met Felyx en eerder al met Go Sharing. We willen als stad doorgroeien naar een stadsbreed en structureel betrouwbaar aanbod van deeltweewielers. We denken dat dit kan met een concessiemodel. Binnen een concessie kunnen we bijvoorbeeld hogere beschikbaarheidseisen stellen en een groter servicegebied vaststellen. Het ligt in de lijn der verwachting dat daar een zekere mate van financiële dekking tegenover zal moeten staan. In de toekomst zouden we ook graag bakfietsen toevoegen aan het aanbod van deeltweewielers. Op basis van de huidige marktsituatie lukt dat nog niet, omdat marktpartijen geen kansen zien dit kostendekkend te organiseren. In een concessiemodel kunnen we als gemeente een deel van de kosten gaan dragen, maar

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

5

tegelijkertijd meer eisen stellen aan het aanbod. Daar krijgen we dus naar verwachting een robuuster en hoogwaardiger aanbod van deelbakfietsen voor terug. 1.12 Met hubs voor deeltweewielers beperken we de overlast in de stad Hoewel een aanbod van deeltweewielers een extra impuls geeft aan de bereikbaarheid van de stad en bijdraagt aan een lager autogebruik kan het ook overlast geven. Het aantal meldingen is momenteel beperkt, maar verkeerd geparkeerde of omgegooide voertuigen kunnen nog steeds zorgen voor ergernis en overlast. Op dit moment worden fietsparkeerplekken in de stad ook gebruikt voor deeltweewielers. We willen de komende jaren in de openbare ruimte meer hubs realiseren die specifiek zijn ingericht voor deeltweewielers. In zo’n hub zijn deeltweewielers goed zichtbaar en vooral beschikbaar voor bewoners. Tegelijkertijd zullen hubs bijdragen aan een verdere verlaging van de overlast. 2.1 De kosten gaan voor de baten uit Het concept van deelmobiliteit bij gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke projecten is relatief nieuw waardoor we veel zaken nog moeten gaan ervaren of uitvinden. Dat betekent dat we de komende jaren nog willen leren door het organiseren van pilots, het (laten) uitvoeren van aanvullend onderzoek en het uitwerken van het concept van dynamische beprijzing voor deelauto’s.

De opgedane kennis kunnen we vervolgens inzetten om deelmobiliteit nog effectiever en (kosten)efficiënter te organiseren. Bij een aantal ruimtelijke projecten die op korte termijn worden opgeleverd, zoals in de Spoorzone (bijv. ‘Highlane’) en de omgeving Piushaven (bijv. fase 1 van ‘Fabriekskwartier’), hebben we behoefte om meteen het concept van deelmobiliteit voor bewoners toe te kunnen passen zoals hierboven beschreven (binnen de spelregels van de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’). Het is immers van belang dat we samen met de aanbieders van deelvoertuigen de ervaring op gaan doen die we nodig hebben als we straks deze diensten gaan organiseren bij grotere gebiedsontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld Koningswei. Vandaar dat in samenspraak met TBV Wonen en met een subsidie van het Rijk (SPUK-regeling Inclusieve Deelmobiliteit) we in 2026 een ‘proof of concept’ gaan uitvoeren bij het wooncomplex HighLane met als ultieme uitdaging: hoe kunnen we in de context van een ‘sociale huur’-omgeving een betaalbaar aanbod deelmobiliteit organiseren dat na twee jaar kostendekkend is. Een van de zaken die we daarbij willen onderzoeken is de werking van het dynamisch beprijzen van deelauto’s. Dynamische beprijzing betekent dat op momenten dat er weinig vraag is naar deelauto’s de prijzen lager zullen zijn en op momenten dat de vraag hoog is de prijzen hoger zullen liggen.

Op die manier denken we te kunnen gaan sturen op de bezettingsgraad van de deelauto’s. De twee belangrijkste financiële voordelen hiervan zijn dat 1) het gebruik op de pieken afneemt en we mogelijk eerder de capaciteit kunnen afschalen en 2) de bezettingsgraad van de auto’s toeneemt. Het verwachte effect is dat we hierdoor een lager bedrag aan aanloopbijdrage hoeven uit te keren aan de aanbieders. Voor de technische uitvoering hiervan zullen we deels afhankelijk zijn van de aanbieders. We constateren verder dat we aan de voorkant veel energie moeten steken in het bedenken en inrichten van structuren waarbinnen we onze gemeentelijke regierol straks kunnen uitvoeren. Dat geldt zowel voor interne structuren als voor het meedenken over landelijke structuren en platformen. Om de hiervoor genoemde onderzoeken en pilots verder uit te kunnen voeren, vragen wij uw raad om € 500.000,- beschikbaar te stellen vanuit de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’. 3.1 De uitvoering van ‘Deelmobiliteit’ vraagt om uitvoeringsbudget dat tot op heden nog niet binnen onze begroting is opgenomen De jaarlijkse lasten en baten van ‘Deelmobiliteit’ verlopen via onze reguliere exploitatie. Eventuele overschotten en tekorten worden op het einde van het jaar geëgaliseerd met de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ binnen de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’.

De daadwerkelijke lasten en baten laten zich vooralsnog lastig ramen. Dat komt enerzijds door het feit dat niet exact is in te schatten wanneer ontwikkelaars daadwerkelijk van het aanbod gebruik gaan maken. Vanuit de aanbodkant is nog niet duidelijk welke ontwikkelingen daadwerkelijk van deelauto’s worden voorzien en wat dit bijvoorbeeld betekent voor mogelijke aanloopbijdragen. Wij gaan voor 2026 uit van een budgetraming van € 1.500.000,- waarvan € 500.000,- ter dekking van aanloopkosten en € 1.000.000,- voor de kosten van aanbod van deelmobiliteit. De € 500.000,- dekken we vanuit bestaande middelen binnen de reserve betaald parkeren. De overige € 1 miljoen wordt gedekt uit bijdragen van ontwikkelende partijen. Wij gaan het verloop van de lasten en baten gedurende het jaar monitoren. Aanpassing van de ramingen worden op gebruikelijke wijze via de P&C-cyclus

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

6

aan uw raad voorgelegd (via Tussenrapportage en Najaarsbijstelling). Uiteindelijke egalisatie richting de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ vindt plaats bij de jaarrekening 2026. De structurele ramingen voeren wij op bij de begroting 2027.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven Dat er een Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ moet komen is reeds aangekondigd met het besluit over het 4sporenbeleid Parkeren (december 2021) en de Nota Parkeernormen 2023 (juli 2023), destijds benoemd als ‘Mobiliteitsfonds’. Dit voorstel betreft de uitwerking van de specifieke bestedingsdoelen van de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ en hoe daarover verantwoording wordt afgelegd. Om die reden zijn geen kanttekeningen en gewogen alternatieven opgenomen in dit voorstel.

Niet beïnvloedbare risico’s Het concept van een aanbod van deelmobiliteit onder gemeentelijke regie, specifiek gericht op ‘closed communities’, is nieuw voor de gemeente Tilburg. Ook de insteek die we daarbij kiezen, namelijk het bieden van een korting op de parkeereis in ruil voor een bijdrage aan ‘Deelmobiliteit’, is een relatief nieuw concept. De risico’s die we als gemeente lopen hebben betrekking op de organisatie van deelmobiliteit door de gemeente. Bij de uitvoering lopen we het risico dat we geen geschikte aanbieder van deelauto’s kunnen vinden of dat een aanbieder lopende de overeenkomst haar verplichtingen niet kan of wil nakomen. In dat geval zullen we moeten improviseren om het aanbod van deelauto’s alsnog te organiseren of in stand te houden. Het meest voor de hand ligt dan het zoeken van een andere aanbieder. Dit risico mitigeren we door bij voorkeur meerdere aanbieders te contracteren voor de verschillende gebieden. Ook kunnen marktontwikkelingen ervoor zorgen dat we op zoek moeten naar een nieuwe vergunninghouder of een uitbreiding van het aanbod deeltweewielers. Omdat we gaan werken met marktpartijen die het aanbod van deelmobiliteit zullen verzorgen zijn we afhankelijk van de kwaliteit van hun dienstverlening. Ondanks dat we bij de contractering afspraken hierover zullen maken kan het altijd voorkomen dat het afgesproken kwaliteitsniveau niet gehaald wordt.

Door periodiek te evalueren over zaken als de samenwerking, de klanttevredenheid en het gebruik van de deelauto’s en desgewenst bij te sturen beperken we dit risico. Een ander belangrijk risico is dat het gebruik van deelauto’s sterk achterblijft bij de verwachtingen. Dit risico wordt gemitigeerd met een tweetal maatregelen waarmee we het initiële aantal deelauto’s (bij een achterblijvend gebruik) en dus ook onze verplichtingen in de vorm van financiële aanloopbijdragen kunnen reduceren: • We maken met aanbieders afspraken over op- en afschaling van het aantal deelauto’s. De ‘spelregels’ van op- en afschalen zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2026 die wij voornemens zijn vast te stellen in januari 2026. Met het toepassen van deze spelregels zorgen we ervoor dat de capaciteit in balans wordt gebracht met de vraag naar deelauto’s. Dat is belangrijk omdat een tekort aan deelauto’s ervoor zorgt dat bewoners te vaak ‘misgrijpen’, maar dat bij een langdurig overschot aan deelauto’s de uit te keren aanloopbijdragen te hoog oplopen. De kans dat de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ zichzelf niet kan bedruipen neemt in dat geval toe. De mogelijkheid om af te kunnen schalen is dus belangrijk om dit financiële risico te verkleinen. • Veel gebiedsontwikkelingen vinden plaats op korte (loop)afstand van elkaar.

Door slimme combinaties te maken van meerdere gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke projecten (gebiedsgerichte aanpak) kunnen we vraag en aanbod nog beter op elkaar afstemmen en het aanbod zowel in aantal als kwaliteit optimaliseren. Hiermee verlagen we de mogelijke uitkering van aanloopbijdragen.

Kosten en dekking Het uitgangspunt van de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ is dat deze zichzelf financieel bedruipt. De inkomstenkant kent bijdragen van ontwikkelaars. Deze bedragen zijn reeds vastgelegd in de vigerende nota Parkeernormen maar zullen op onderdelen worden aangepast in de nieuwe nota Parkeernormen die binnenkort wordt vastgesteld door het college. De afgelopen twee jaar hebben we marktverkenningen gedaan

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

7

en gesprekken gevoerd met aanbieders. Inmiddels hebben we dan ook een betere indicatie gekregen van de maximale aanloopbijdragen die we bij een laag gebruik van de deelauto’s zouden moeten uitkeren en dus bij een belangrijk deel van de bestedingen vanuit de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’. Dit stelde ons in staat een risicoanalyse/businesscase op te stellen, waarin we een aantal scenario’s hebben uitgewerkt. De hoogte van de inkomsten hangt samen met het aantal woningen waarvoor projectontwikkelaars een vergoeding betalen om de gewenste reductie op de parkeereis te krijgen. Ook de uitgavenkant hangt hier sterk mee samen (meer woningen – meer inkomsten – meer uitgaven). De hoogte van de uit te keren aanloopbijdragen laat zich lastig ramen, terwijl het hier naar verwachting zal gaan om de grootste kostenpost. Deze hangt immers af van de mate waarin bewoners van deze nieuwe ruimtelijke projecten gebruik zullen maken van de deelauto’s. De relatie tussen inkomsten/omzet en aanloopbijdrage hebben wij in een vijftal scenario’s bij verschillende bestedingsniveaus uitgewerkt. Wij hebben deze als geheime informatie (bijlage 1) bijgevoegd. Een belangrijk inzicht dat we hieruit hebben verkregen is dat we bij een lage bezetting van de deelauto in kleine ruimtelijke projecten mogelijk meer aanloopbijdrage moeten uitkeren dan de bijdrage van de ontwikkelaar.

Dit wordt echter meer dan gecompenseerd door de grotere ruimtelijke projecten waarin we nooit meer uitkeren dan er binnen is gekomen. De meeste ruimtelijke projecten zijn immers groter dan 100 woningen en drukken dus een veel steviger stempel op het totaal. Ook wanneer de deelauto’s zeer weinig worden gebruikt blijft voldoende geld achter in de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ voor de andere bestedingsdoelen, zoals genoemd onder beslispunt B1 van dit voorstel. Op basis van de doorrekeningen van verschillende scenario’s hebben we dus als college het vertrouwen gekregen dat de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ een kostendekkend verloop zal hebben. De budgetramingen 2026 en volgende jaren en de wijze waarop daar gedurende het jaar op wordt gemonitord en bijgestuurd zijn toegelicht onder argument 3.1.

Uitvoering Wij zullen de inkomsten en uitgaven gaan monitoren, waarbij de ervaringen van de eerst opgeleverde ruimtelijke projecten ons als college belangrijke inzichten zullen geven. Ruimtelijke projecten worden gefaseerd opgeleverd in de komende jaren dus er is tussentijds voldoende gelegenheid om eventueel bij te sturen. Om de inkomsten en uitgaven structureel met elkaar in evenwicht te brengen kunnen we indien gewenst nog aan een tweetal spreekwoordelijke knoppen draaien: • Het college kan met een wijziging in de Nota Parkeernormen de bijdrage van ontwikkelaars voor deelname aan ‘Deelmobiliteit’ naar boven bijstellen om zo meer geld te laten instromen. Bij een overschot kan de bijdrage in principe ook naar beneden worden bijgesteld. • Verder kan het college besluiten om de norm van het aantal woningen waarvoor een deelauto wordt ingezet bij te stellen. Vooralsnog willen we de huidige norm (1 deelauto op 25 woningen) handhaven om te zorgen voor een goede beschikbaarheid van deelauto’s in de gewenningsperiode.

Participatie Niet van toepassing.

Communicatie In samenspraak met aanbieder en ontwikkelaar zullen de nieuwe bewoners worden geïnformeerd over het aanbod van deelmobiliteit. De precieze invulling hiervan valt buiten de scope van dit voorstel.

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

8

Evaluatie Er zal tussentijds worden geëvalueerd met aanbieders van deelmobiliteit. Met de aanbieders zal de samenwerking (op operationeel en strategisch niveau) periodiek (minimaal eens per kwartaal) worden geëvalueerd. Ook zullen het gebruik van de auto’s, eventuele op- en afschaling van het aantal deelauto’s en de beprijzing onderwerp van gesprek en dus onderdeel van de evaluatie zijn.

Bijlagen Toelichting op financiële risico’s in 5 scenario’s (GEHEIM)

Ter inzage gelegde stukken Geen

Tilburg, 20 januari 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

260122 Raadsvoorstel -Instelling van de Bestedingsrichting 'Deelmobiliteit'

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1.

Een aparte Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ binnen de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ in te stellen, met een drietal bestedingsdoelen ter realisatie van een hoogwaardig en betaalbaar aanbod van deelmobiliteit: a. het organiseren van een vraagvolgend aanbod deelauto’s ten behoeve van bewoners van ruimtelijke projecten. b. het faciliteren van publieke deelauto’s in gebiedsgerichte parkeerhubs en in de openbare ruimte als onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak deelmobiliteit. c. het organiseren van een stadsbreed aanbod deeltweewielers in de openbare ruimte.

2.

Vanuit de Bestemmingsreserve ‘Betaald Parkeren’ een bedrag van € 500.000,- beschikbaar te stellen en toe te voegen aan de Bestedingsrichting ‘Deelmobiliteit’ ter dekking van initiële aanloopkosten.

3.

Voor 2026 een budget “deelmobiliteit” beschikbaar te stellen van € 1.500.000,-, deze middelen enerzijds te dekken via de bestedingsrichting deelmobiliteit (€ 500.000,-; zie vorig beslispunt) en anderzijds via de bijdragen die wij verwachten van ontwikkelende partijen (€ 1.000.000,-) en de begroting 2026 hierop aan te passen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de griffier,

In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16492418/12