CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Waswordtlijst gedragscode college

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Gedragscode Integriteit Burgemeester en Wethouders Gemeente Tilburg 20232.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

de was / wordt lijst is zoveel mogelijk ingedeeld per thema, omdat de codes tekstueel teveel van elkaar verschillen. NIEUW

OUD

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BURGEMEESTER EN WETHOUDERS GEMEENTE TILBURG 2023

Verordening gedragscode bestuurlijke integriteit gemeente Tilburg 2003

Inleiding

Geen inleiding

1.

Algemene bepalingen

1.1 De gedragscode geldt voor de burgemeester en wethouders, maar richt zich ook tot de bestuursorganen 1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

2.

Voorkomen van belangenverstrengeling

2.1.1 1. De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie met betrekking tot de ambtsgebonden nevenfunctie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, en wat de inkomsten daaruit zijn. De informatie met betrekking tot de niet-ambtsgebonden nevenfunctie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn.

1.

Algemene bepalingen

1.1 Onder bestuurders worden verstaan de burgemeester en de wethouders. 1.2 De gedragscode geldt voor zover niet anders is aangegeven, voor alle bestuurders. 1.3 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college 1.4 De code is openbaar en door derden te raadplegen 1.5 De bestuurders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode. 2.

Belangenverstrengeling en aanbesteding

2.1 De burgemeester en de wethouders doen opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijk betrekkingen onderhoudt, door opneming in het daartoe bestemde register nevenfuncties (artikel 3.2). De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. 2.2 Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 2.3 Een oud-bestuurder die bij zijn aftreden lid van het college van burgemeester en wethouders is, wordt het eerste jaar na beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, behoudens ontheffing door het college nadat het college het presidium hierover gehoord heeft.

3. De gemeentesecretaris zorgt voor een volledig en actueel overzicht. Dit overzicht is openbaar en via internet beschikbaar 2.1.2 1. Wethouders leveren de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie met betrekking tot de ambtsgebonden nevenfunctie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, , of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn. De informatie met betrekking tot de niet-ambtsgebonden nevenfunctie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De gemeentesecretaris zorgt voor een volledig en actueel overzicht. Dit overzicht is openbaar en via internet beschikbaar. 2.2 1. De burgemeester en wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2.

Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester. 3. Een burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning. 2.3 1. Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. 2. Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties zijn betrokken. 3. Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren raad regelmatig over de toepassing in de praktijk. 2.4

2.4 Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 2.5 Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. 3. Andere functies en nevenfuncties 3.1 Een bestuurder die lid is van het college van burgemeester en wethouders vervult geen andere functies of nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. 3.2 Een bestuurder als bedoeld in artikel 3.1 maakt melding van al zijn andere functies of nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functies wel of niet bezoldigd zijn. Hij geeft daarbij het tijdsbeslag aan dat de functies met zich meebrengen. Bij q.q.-functies wordt ook de hoogte van de bezoldiging aangegeven. Deze gegevens worden opgenomen in een daartoe bestemd register en openbaar gemaakt. 3.3 De kosten die een bestuurder maakt in verband met andere functies of nevenfuncties uit hoofde van het ambt (q.q.-functies), worden vergoed door de instantie waar de andere functies of nevenfuncties worden uitgeoefend.

3.4 Een bestuurder die een andere functie of nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, meldt dit bij de voorzitter van het college.

1. Het college van burgemeester en wethouders draagt de burgemeester en een wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording gemeenten.

3.Informatie 3.1 De burgemeester respectievelijk de wethouder zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. 3.2 De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

4. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen

4.1 1. Een burgemeester respectievelijk een wethouder accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. De burgemeester respectievelijk de wethouder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. 3. Geschenken die de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

4.

Informatie.

4.1 Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie aan derden. 4.2 Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4.3 Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 5.

Aannemen van geschenken

6. Bestuurlijke uitgaven 6.1 Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. 6.2 Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgend criteria gehanteerd. -Met de uitgave is het belang van de gemeente gediend en -De uitgave vloeit direct voort uit de functie. 10 Reizen buitenland

4. De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. De burgemeester respectievelijk de wethouder ontvangt geen geschenken op het woon/huisadres. 4.2 1. Een burgemeester respectievelijk een wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2. Bij twijfel legt de burgemeester respectievelijk de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders. 4.3 1. Een burgemeester respectievelijk een wethouder legt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging voor een buitenlandse reis op kosten van een derde voor aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2.

De burgemeester, dan wel de wethouder meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis of buitenlandse reis op kosten van een derde voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.

10.1 Een bestuurder die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig van het college. 10.2 Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten. 10.3 Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 10.4 Van de reis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in het jaarverslag. 10.5 Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het college betrokken. 10.6 Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het college betrokken. 10.7 Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het college.

De extra reis- en verblijfskosten komen volledig voor rekening van de bestuurder. 10.8 in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht.

5.

Gebruik van voorzieningen van de gemeente

5.1 1. Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. De burgemeester en de wethouders verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures. 5.2 Een burgemeester respectievelijk een wethouder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen en buitenlandse reizen op kosten van een derde. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis dan wel buitenlandse reis op kosten van een derde is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. 5.3 Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland. 5.4 Een burgemeester respectievelijk een wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed. 5.5 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.

9. Gebruik van gemeentelijke voorzieningen 9.1 Het gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan. 9.2 De burgemeester en de wethouders kunnen op basis van een overeenkomst terzake van zakelijk gebruik, een fax, mobiele telefoon en computer in bruikleen ter beschikking krijgen. 9.3 Als het belang van de gemeente daarmee is gediend kan het college, besluiten dat bestuurders voor hun dienstreizen gebruik maken van een van gemeentewege beschikbaar gestelde auto met chauffeur. Het gebruik van deze voorziening wordt centraal geregistreerd. Het college kan bepalen dat in bijzondere gevallen van deze vervoerswijze gebruik gemaakt kan worden voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van q.q.-functies. 7. Declaraties 7.1 De bestuurder declareert geen kosten die reeds op een andere wijze worden vergoed 7.2 Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure. 7.3 Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier worden een betalingsbewijs en of originele nota's gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld. 7.4 Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voor zover mogelijk binnen een maand afgerekend.

7.5 De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld door

een daartoe aangewezen ambtenaar. 7.6 In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het college, voorgelegd. In geval van twijfel omtrent een declaratie van de burgemeester, wordt deze voorgelegd aan het college. 8 Creditcard 8.1 De burgemeester en de wethouders komen in aanmerking voor een creditcard. Bij het gebruik worden onderstaande regels in acht genomen. 8.2 Het gebruik van creditcards voor binnenlands gebruik wordt zoveel mogelijk beperkt. 8.3 De gemeentesecretaris draagt zorg voor aanvragen, verstrekken en intrekken van creditcards. Er wordt vastgelegd voor welk soort kosten de creditcard kan worden gebruikt. 8.4 Bij de afhandeling van betalingen verricht met een creditcard wordt een daartoe vastgesteld formulier ingediend. Bij het formulier worden een betalingsbewijs, alsmede originele nota's gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld. 8.5 Het gebruik van de creditcard kan uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die volgens geldende regelingen voor vergoeding in aanmerking komen. 8.6 Ingeval van twijfel over een correct gebruik van de creditcard wordt dit aan de burgemeester gemeld en zonodig ter besluitvorming aan het college voorgelegd.

8.7 Indien met de creditcard kosten zijn betaald die na controle blijken voor rekening van de bestuurder te moeten komen, wordt aan de bestuurder een factuur gezonden ter hoogte van het bedrag dat voor zijn rekening dient te blijven. 6. Uitvoering gedragscode 6.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.

6.2 1. Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad met hem afspraken over de navolgende onderwerpen: a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder; b. de periodieke bespreking van het overzicht van nevenfuncties en neveninkomsten in de raad; c. de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; d. de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van de gemeente. e. In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus. 2. De afspraken als bedoeld onder 1 worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. 11. Slotbepaling Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop deze is vastgesteld en kan worden aangehaald als de Verordening gedragscode bestuurlijke integriteit gemeente Tilburg 2003.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12926783/2