3. Was-wordt-tabel Reglement Informatie- en Debatbijeenkomsten 2024 - eindvoorstel
Tekst van het document
Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert cursief gezet. Woorden of zinsneden die verdwijnen uit de huidige tekst zijn onderstreept. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Reglement Informatie- en Debatbijeenkomsten Tilburg 2024 – Wijzigingen gemarkeerd
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Nieuw artikel
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a.
b.
c. d.
e.
f. g. h.
i. j.
agendacommissie: commissie van de gemeenteraad met als hoofdtaak het vaststellen van het vergaderschema van de gemeenteraad. burgerraadslid: een op grond van artikel 82 van de Gemeentewet door de raad als zodanig benoemde persoon, die namens een fractie deelneemt aan informatie- en debatbijeenkomsten. commissie: commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. commissie van de geloofsbrieven: commissie ingesteld door de raad die de geloofsbrieven van nieuw benoemde raadsleden, kandidaat-burgerraadsleden en kandidaat-wethouders onderzoeken en de raad adviseert over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad en de benoeming van burgerraadsleden en wethouders. fractie: groep van een of meerdere raadsleden, behorende tot dezelfde politieke groepering. fractievoorzitter: voorzitter van een groep zoals beschreven in lid e. griffier: griffier van de gemeenteraad of diens plaatsvervanger. hem/zijn: respectievelijk persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord. Daar waar hem of zijn staat kunnen ook andere persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden gelezen worden. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel. initiatief tot raadsuitspraak: een initiatief tot een verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken.
1
Toelichting toevoeging nieuw artikel 1: Met de toevoeging van dit artikel wordt de omissie van een begripsbepaling, zoals het reglement van orde van de gemeenteraad ook heeft, gecorrigeerd.
Artikel 1. Algemeen De bepalingen over in de Gemeentewet ten aanzien van commissies, in het bijzonder die over geheimhouding, zijn van overeenkomstige toepassing op de informatie- en debatbijeenkomsten.
Artikel 2. Toepassing Gemeentewet op vergadermodel De bepalingen in de Gemeentewet ten aanzien van commissies in de zin van artikel 82 van deze wet, in het bijzonder die over geheimhouding, zijn van overeenkomstige toepassing op de informatie- en debatbijeenkomsten.
Toelichting wijziging artikel 2 (voorheen artikel 1): Vergaderingen in de vorm van informatie en debatbijeenkomsten (het BOB-vergadermodel) moeten worden gezien als commissievergadering in de zin van artikel 82 van de Gemeentewet. De zijn namelijk bedoeld om besluitvorming van de raad te kunnen voorbereiden en met het college of de burgemeester kunnen overleggen, zoals artikel 82 stelt. Er zijn ook commissies mogelijk die gestoeld op andere artikelen van de Gemeentewet (bijv. agendacommissie, presidium, vertrouwenscommissie etc.). Deze zijn hier echter niet van toepassing, waardoor het noodzakelijk is te verhelderen dat het hier gaat om vergaderingen in de zin van artikel 82 van de Gemeentewet. Artikel 3. Burgerraadsleden 1. 2.
3.
4.
5.
Een fractievoorzitter kan maximaal twee burgerraadsleden voordragen. Fractievoorzitters van fracties die een voorzitter leveren voor de informatie- en debatbijeenkomsten mogen een extra burgerraadslid voordragen. De benoeming geschiedt door de gemeenteraad voor de zittingsperiode van de raad. Het betreffende burgerraadslid kan tussentijds door de raad worden ontslagen op eigen verzoek of op voorstel van de fractievoorzitter. Ten aanzien van burgerraadsleden, zijn de artikelen 10 lid twee en drie , 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Een burgerraadslid is tenminste 16 jaar bij aanvang van de werkzaamheden.
Artikel 4. Burgerraadsleden 1.
2. 3.
4.
5.
6.
Burgerraadsleden hebben het recht om volwaardig deel te nemen aan informatieen debatbijeenkomsten van de raad. Een fractievoorzitter kan maximaal twee burgerraadsleden voordragen. Fractievoorzitters van fracties die één of meerdere voorzitters leveren voor de informatie- en debatbijeenkomsten mogen één extra burgerraadslid voordragen. De benoeming geschiedt door de gemeenteraad voor de zittingsperiode van de raad. Aan het burgerraadlidmaatschap zijn vergelijkbare vereisten verbonden als aan het raadslidmaatschap met uitzondering van de minimaal vereiste leeftijd, zoals beschreven in artikel 10 van de Gemeentewet met dien verstande dat voor “lidmaatschap van de raad” en “toelating als lid tot de gemeenteraad” “burgerraadslidmaatschap” gelezen wordt, dat voor “achttien jaar” “zestien jaar” gelezen wordt en dat “lid van de raad” “burgerraadslid” gelezen wordt. De bepalingen voor raadsleden ten aanzien van nevenfuncties, onverenigbare betrekkingen, het afleggen van de eed en belofte, en verboden handelingen gelden ook voor burgerraadsleden, zoals beschreven in artikel 11 t/m 15 lid 1 van de 2
Gemeentewet met dien verstande dat voor “lidmaatschap van de raad” en “toelating als lid tot de gemeenteraad” “burgerraadslidmaatschap” gelezen wordt en dat voor “raadslid”, “lid van de raad” en “leden van de raad” respectievelijk “burgerraadslid”, “burgerraadslid” en ”burgerraadsleden” gelezen wordt. 7. De raad kan een burgerraadslid ontheffing geven van het aangaan van bepaalde rechtstreekse of middellijke overeenkomsten met de gemeente, zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van de Gemeentewet met dien verstande dat voor “kunnen gedeputeerde staten” “kan de gemeenteraad” gelezen wordt. 8. Een burgerraadslid kan tussentijds door de raad worden ontslagen op eigen verzoek of op voorstel van de fractievoorzitter. 9. Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een burgerraadslid een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult houdt hij op lid te zijn. 10. Een burgerraadslid dat een verboden handeling pleegt kan door de raad op voorstel van de voorzitter worden ontslagen, niet nadat het burgerraadslid in de gelegenheid is gesteld zich mondeling of schriftelijk te verdedigen. 11. Een kandidaat-burgerraadslid dient voor zijn benoeming een verklaring omtrent het gedrag te overleggen aan de commissie van de geloofsbrieven.
Toelichting wijziging artikel 4 (voorheen artikel 3): Hoewel artikel 2 al verkapt stelde dat burgerraadsleden hun fractie kunnen vertegenwoordigen in informatie- en debatbijeenkomsten, is dit via een nieuw lid 1 geëxpliciteerd en verhelderd dat zij volwaardig deelnemer zijn aan deze bijeenkomsten. In lid 3 is verhelderd dat er maar maximaal één extra burgerraadslid beschikbaar is voor fracties indien zijn één over meerdere voorzitters leveren. Lid 4 van dit artikel was juridisch niet juist omdat artikelen in de Gemeentewet onverkort van toepassing werden verklaard, zonder te verhelderen dat hier gaat om burgerraadsleden en het lidmaatschap hiervan. Dit is aangepast via lid 5, 6 en 7. Tevens is de regeling inzake ontslag uitgebreid. Burgerraadsleden worden nu aan dezelfde vereisten onderworpen als raadsleden, namelijk niet meer voldoen aan o.a. het ingezetenschap, uitsluiting van het Kiesrecht of onverenigbare betrekkingen heeft als gevolg dat het lidmaatschap van een burgerraadslid per direct vervalt. Daarnaast zijn verboden handelingen, net als bij raadsleden grond voor de raad het lidmaatschap in te trekken. Net als bij raadsleden is hier een besluit van de raad echter noodzakelijk. Wel is de procedure iets beknopter, omdat de Kieswet niet onverkort van toepassing kan worden verklaard, omdat burgerraadsleden geen gekozen volksvertegenwoordigers zijn.
Hoewel de Kieswet niet toestaat dat raadsleden een VOG dienen te overleggen, is dit niet het geval voor burgerraadsleden, omdat zij vallen onder artikel 82 van de Gemeentewet en niet de Kieswet. Met het oog op 3
het feit dat burgerraadsleden onder andere toegang krijgen tot geheime informatie en besloten vergaderingen is het overleggen van een VOG voor kandidaat-burgerraadsleden wenselijk.
Artikel 5. Voorzitter 1.
2.
Artikel 6. Voorzitter
Informatie- en debatbijeenkomsten worden voorgezeten door één van de door de raad Benoemde voorzitters. Indien niemand het voorzitterschap op zich neemt, zal de bijeenkomst geen doorgang vinden. Informatiebijeenkomsten die plaatsvinden op initiatief van het college, worden voorgezeten door één van de door de raad benoemde voorzitters. De agendacommissie kan hiervan afwijken.
1.
2.
Informatie- en debatbijeenkomsten worden voorgezeten door één van de door de raad benoemde voorzitters. Indien bij verhindering van alle voorzitters ook geen raadslid, niet zijnde een voorzitter, het voorzitterschap op zich neemt zal de bijeenkomst geen doorgang vinden.
Toelichting wijziging artikel 6 (voorheen artikel 5): Lid 2 is verwijderd omdat de laatste zin in strijd is met artikel 82 lid 4 van de Gemeentewet: een voorzitter van een raadscommissie, hier met toepassing van artikel 2 van dit reglement van orde toegepast op informatie- en debatbijeenkomsten, moet een lid zijn van de raad. Met de verwijdering van de laatste zin wordt het resterende deel van lid 2 overbodig en waardoor lid 2 dus in zijn geheel verwijderd. Van de laatste zin van lid 1 is een nieuw lid 2 gemaakt, omdat dit twee losstaande zaken zijn. In dit lid wordt verhelderd dat in het geval dat geen van de door de raad aangewezen voorzitters het voorzitterschap op zich kan nemen van een bijeenkomst, er gekeken wordt of een ander raadslid die geen voorzitter is het voorzitterschap bij uitzondering op zich kan nemen. Indien dit niet het geval is zal de bijeenkomst geen doorgang vinden, omdat zoals hierboven aangegeven staat het wettelijk verreist is dat een raadslid een informatie- en debatbijeenkomst voorzit. Voorzitterschap door bijvoorbeeld een medewerker van de griffie of een burgerraadslid is niet mogelijk. Artikel 6. Deelname aan de vergaderingen 3.
De griffier of een door hem aan te wijzen vertegenwoordiger is secretaris van de informatie- en debatbijeenkomsten, met uitzondering van bijeenkomsten, die vanuit het college plaatsvinden.
Artikel 7. Deelname aan de vergaderingen 1.
De griffier of een door hem aan te wijzen vertegenwoordiger is secretaris van de informatie- en debatbijeenkomsten.
(…)
(…) Toelichting wijziging artikel 7 (voorheen artikel 6): De laatste zinsnede is verwijderd om het artikel in lijn te brengen met staande praktijk. Tevens is de foute nummering gecorrigeerd.
Artikel 7. Voorbereiding bijeenkomsten
Artikel 8. Voorbereiding bijeenkomsten
1.
1.
Raadsleden en burgerraadsleden kunnen tot uiterlijk vier dagen voor de bijeenkomst (tot 12.00 uur), door tussenkomst van de griffie, informatieve vragen stellen aan het college.
Raadsleden en burgerraadsleden kunnen tot uiterlijk vier dagen voor de bijeenkomst (tot 12.00 uur), door tussenkomst van de griffie, informatieve vragen stellen aan het college of de burgemeester. 4
2. 3.
De antwoorden op de vragen worden gepubliceerd bij de vergaderstukken. Tijdens de debatbijeenkomsten kunnen geen informatieve vragen worden gesteld.
2.
3. 4.
Deze vragen worden voor de bijeenkomst beantwoord, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De vragen en de beantwoording hierop worden gepubliceerd bij de vergaderstukken. Raadsleden en burgerraadsleden dienen vóór 12:00 uur op de woensdag tenminste vijf dagen voorafgaande aan de debatbijeenkomst, door tussenkomst van de griffie, hun debatvragen kenbaar te maken indien zij deze wensen te behandelen in deze debatbijeenkomst. De voorzitter van de bijeenkomst kan hier gemotiveerd van afwijken tot een uiterlijke termijn van 24 uur voor aanvang van de bijeenkomst.
Toelichting wijziging artikel 8 (voorheen artikel 7): In lid 1 is toegevoegd dat ook vragen aan de burgemeester als bestuursorgaan kunnen worden gesteld. Een nieuw lid 2 is toegevoegd waarin een termijn voor beantwoording van vragen is opgenomen. De formulering hiervan is gelijk aan artikel 42 lid 1 van het Reglement van Orde Gemeenteraad. De bepaling in het oude lid 3 valt niet onder voorbereiding van bijeenkomsten. Daarnaast wordt hetzelfde gesteld in het aangepaste artikel 11 lid 4d. In lid 3 (voorheen lid 2) is aangepast dat ook de vragen worden gepubliceerd, conform regulier gebruik. Met de toevoeging van lid 4 wordt de huidige praktijk gecodificeerd. De zinsnede “tenminste vijf dagen” dient ervoor dat de vragen niet één dag voor een debatbijeenkomst kenbaar worden gemaakt, in het geval dat de debatbijeenkomst bij uitzondering op een donderdag plaatsvindt. Er is de mogelijkheid toegevoegd voor de voorzitter om gemotiveerd af te wijken van het bepaalde in lid 4. Eén afwijkingsgrond kan in ieder geval zijn de situatie waarin een (burger)raadslid op grond van lid 1 van dit artikel informatieve vragen heeft gesteld of deze tijdens een informatiebijeenkomst heeft gesteld en deze niet voorafgaande of tijdens de informatiebijeenkomst beantwoord kon worden én het betreffend (burger)raadslid aangeeft dat de beantwoording van invloed is op zijn op te stellen debatvraag. Artikel 9.
Vragenhalfuur 1.
De agendacommissie stelt in het vergaderschema tweewekelijks om 18.00 uur een vragenhalfuur vast voor: a. het stellen van vragen door (burger)raadsleden aan het college. De volgende vragen kunnen niet aan de orde komen in het vragenhalfuur: - technische / informatieve vragen; - vragen over onderwerpen die voor de korte termijn op termijnagenda staan of het laatste half jaar op de politieke agenda hebben gestaan (informerend, debat of besluit);
Artikel 10. Vragenhalfuur 7.
De agendacommissie stelt in het vergaderschema tweewekelijks om 18.00 uur een vragenhalfuur vast voor: 1. het stellen van vragen door (burger)raadsleden aan het college. De volgende vragen kunnen niet aan de orde komen in het vragenhalfuur: - technische / informatieve vragen; - vragen over onderwerpen die voor de korte termijn op termijnagenda staan; - vragen over onderwerpen die het laatste half jaar op de agenda van de raad hebben gestaan 5
b. c.
- vragen over een onderwerp waarover al schriftelijke vragen zijn gesteld; - vragen over een onderwerp dat onder de rechter is; - vragen over niet openbare informatie. het doen van mededelingen door het college. het van toepassing verklaren van de bepalingen onder lid 1a is ter beoordeling van de voorzitter.
(...)
2.
(informerend, debat of besluit), tenzij er sprake is van het feit dat er nieuwe en/of aanvullende informatie bekend is geworden ten opzichte van de eerder verstrekte informatie door het college c.q. de burgemeester; - vragen over een onderwerp waarover al schriftelijke vragen zijn gesteld, tenzij de beantwoording naar gemotiveerd oordeel van de indiener van de mondelinge vragen niet voldoende is of de steller van de mondelinge vragen een aanvullende vraag op de reeds beantwoorde schriftelijke vragen wilt stellen. - vragen over zaken die onderwerp zijn in een juridische procedure waarbij de gemeente als één van de partijen betrokken is. - vragen over informatie dat op grond van artikel 5.1 lid 1 en 2 van de Wet open overheid niet openbaar is. het van toepassing verklaren van de bepalingen onder lid 1a is ter beoordeling van de voorzitter.
(...) Toelichting wijziging artikel 10 lid 1a (voorheen artikel 9 lid 1a): De bepaling dat een vraag voor het vragenhalfuur niet het laatste half jaar op de politieke agenda mag hebben gestaan sloot het vragenrecht van (burger)raadsleden in de vorm van het vragenhalfuurtje over deze onderwerpen in zijn geheel uit. Dit gold ook als er sprake was van het feit dat er nieuw en/of aanvullende informatie bekend was geworden ten opzichte van de eerder verstrekte informatie door het college c.q. de burgemeester. Dit kan echter wel als een gegronde reden worden gezien, aangezien de later bekend geworden informatie gevolgen kan hebben voor politieke overwegingen. Wegens deze reden is er een toevoeging gedaan aan lid 1a dat het vragen stellen over onderwerpen in dit soort gevallen wél mogelijk maakt. Daarnaast zijn er uitzonderingen toegevoegd voor vragen over een onderwerp waarover al schriftelijke vragen zijn gesteld en beantwoord, waardoor het onder bepaalde gevallen wel mogelijk wordt om mondelinge vragen te stellen over zo’n onderwerp. Deze vragen kunnen hierdoor sneller worden afgedaan, aangezien het enige alternatief schriftelijke vragen was (art. 40/41 vragen). Het doel van verheldering staan hierbij voorop.
De formulering van "vragen over een onderwerp dat onder de rechter is” is verder gespecificeerd, opdat het in lijn is met de geest van het lid: dat vragen niet gesteld kunnen worden wanneer het betrekking heeft op zaken die onderwerp zijn in een juridische procedure waarbij de gemeente één van de partijen is, omdat dit mogelijk het belang van de gemeente in deze procedure kan schaden. Er is verhelderd dat de grond waarop mondelinge informatie niet is toegestaan als deze informatie niet openbaar is op grond van artikel 5.1 lid 1 en 2 van de Wet open overheid is. De mogelijkheid van het college om mededelingen te doen tijdens het vragenhalfuur, zoals geschreven in (voorheen) lid 1b, is verwijderd aangezien hier geen gebruik van wordt gemaakt en mededelingen beter kunnen worden gedaan tijdens raadsvergaderingen, aangezien de raad dan in zijn geheel (m.u.v. raadsleden die verhinderd zijn) aanwezig is. 6
Artikel 10. Algemene taak informatie- en debatbijeenkomsten
Artikel 11. Algemene taak informatie- en debatbijeenkomsten
(…)
(…)
4.
Debatbijeenkomsten zijn bedoeld voor onderling debat ter voorbereiding van de besluitvorming, alsmede voor het voeren van overleg met het college en de burgemeester over: a. voorstellen, die het college, de burgemeester, een commissie, de Rekenkamer, het presidium of een raadslid aan de raad voorlegt; b. initiatiefvoorstellen en moties vreemd aan de orde van de dag, die aan de raad zijn aangeboden; c. wensen en bedenkingen over ontwerpbesluiten van het college, als bedoeld in de artikelen 160, lid 2, 165 en 169, lid 4 van de Gemeentewet; d. ongevraagd advies uitbrengen en voorstellen doen, alsmede het vragen van informatie en inlichtingen aan het college en de burgemeester.
(…)
4) Debatbijeenkomsten zijn bedoeld voor onderling debat ter voorbereiding van de besluitvorming, alsmede voor het voeren van overleg met het college en de burgemeester over: a) voorstellen, die het college, de burgemeester, een commissie, de Rekenkamer, het presidium of een raadslid aan de raad voorlegt; b) initiatiefvoorstellen en initiatieven tot raadsuitspraken, die aan de raad zijn aangeboden; c) wensen en bedenkingen over ontwerpbesluiten van het college, als bedoeld in de artikelen 160, lid 2, 165 en 169, lid 4 van de wet; d) ongevraagd advies uitbrengen en voorstellen doen, alsmede het vragen van informatie en inlichtingen aan het college en de burgemeester, voor zover deze niet een informatief karakter hebben. (…)
Toelichting wijziging artikel 11 lid 4 en 5 (voorheen artikel 10 lid 4 en 5): Lid 4b is aangepast om te verwijzen naar het correcte instrument dat met een vorige wijziging van het reglement van orde is geïntroduceerd. Lid 4d is aangepast om te verhelderen dat er geen informatieve vragen gesteld mogen worden in debatbijeenkomsten. Artikel 11. Agendaverzoeken 1.
2.
Een raadslid of een burgerraadslid kan de agendacommissie gemotiveerd verzoeken een onderwerp op de agenda van een informatie- of debatbijeenkomst te plaatsen. De agendacommissie kan besluiten om een onderwerp niet te agenderen, indien: a. het onderwerp al op de agenda staat tijdens de komende of lopende vergadercyclus of het laatste half jaar op de politieke agenda heeft gestaan; b. over de aangelegenheid bezwaar of beroep open staat of heeft open gestaan of op een andere wijze onder de rechter is; c. het een gedraging betreft waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
Artikel 12. Agendaverzoeken 1.
2.
Een raadslid of een burgerraadslid, het presidium, de auditcommissie, het college, de burgemeester, de rekenkamer, of de raadsgriffie (namens derden) kan de agendacommissie gemotiveerd verzoeken een onderwerp op de agenda van een informatie- of debatbijeenkomst te plaatsen. De agendacommissie kan besluiten om een onderwerp niet te agenderen, indien: a. het onderwerp al op de agenda staat tijdens de komende of lopende vergadercyclus of het laatste half jaar op de politieke agenda heeft gestaan; b. over de aangelegenheid bezwaar of beroep open staat of heeft open gestaan of op een andere wijze onder de rechter is; 7
d.
e. f.
bestuursrecht kan of kon worden ingediend; de aangelegenheid geen betrekking heeft op de huishouding van de gemeente; de aangelegenheid een privébelang betreft; het agenderingsverzoek onvolledig of onduidelijk is.
c.
d.
e. f. g.
het een gedraging betreft waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; de aangelegenheid geen betrekking heeft op de huishouding van de gemeente; de aangelegenheid een privébelang betreft; het agenderingsverzoek onvolledig of onduidelijk is; de verzochte informatie van beperkte omvang is, met als gevolg dat het verzoek schriftelijk kan worden afgedaan.
Toelichting wijziging artikel 12 lid 1 en 2 (voorheen artikel 11 lid 1 en 2): Lid 1 is aangepast aan de huidige praktijk dat ook de andere voorgestelde organen een agendaverzoek kan indienen bij de agendacommissie om een onderwerp te bespreken in een informatie- of debatbijeenkomst. Sublid 2g is toegevoegd om de agendacommissie de mogelijkheid te geven agenderingsverzoeken, waarin om informatie van beperkte omvang gevraagd wordt, niet te agenderen, maar in plaats daarvan schriftelijk af te laten doen. Wat valt onder “beperkt” is naar oordeel van de agendacommissie. De agendacommissie zal hierin moeten afwegen of de naar verwachting op te leveren informatie in verhouding staat tot het beslag op de agenda van betrokken woordvoerders, griffiemedewerker, portefeuillehouder en ambtenaren dat een in te plannen bijeenkomst zal hebben. Artikel 13. Vergaderorde 1.
2.
De voorzitter is belast met de handhaving van de orde van de vergadering of bijeenkomst. De voorzitter kan een spreektijdregeling vaststellen of afwijken van de door de agendacommissie vastgestelde spreektijdregeling, indien dit voor een ordentelijk verloop van de vergadering gewenst is.
Artikel 14. Vergaderorde 1.
2.
3.
4.
5.
De voorzitter is belast met de handhaving van de orde van de vergadering of bijeenkomst. De voorzitter kan een spreektijdregeling vaststellen of afwijken van de door de agendacommissie vastgestelde spreektijdregeling, indien dit voor een ordentelijk verloop van de vergadering gewenst is. Een spreker mag niet in zijn betoog worden gestoord. Interrupties zijn toegestaan, tenzij de voorzitter beslist dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal voortzetten. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, zich niet houdt aan de aanwijzingen van de voorzitter, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de beraadslaging over dat onderwerp het woord ontnemen.
8
6.
De voorzitter kan, ter handhaving van de orde, de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen.
Toelichting wijziging artikel 14 (voorheen artikel 13): Interrupties waren nog niet geregeld in het Reglement van informatie- en debatbijeenkomsten. Met toevoeging van lid 3, één op één hetzelfde als in het Reglement van Orde, wordt dit geregeld. Vergeleken met de voorzitter van de raadsvergadering had een voorzitter van een informatie- en debatbijeenkomst minder mogelijkheden om in te grijpen bij verstoring van orde. Dit is nu grotendeels gelijkgetrokken, met uitzondering van het feit dat een voorzitter van een informatie- en debatbijeenkomst niet het recht heeft om een vergadering te sluiten (wel te schorsen) en tevens ook niet het recht heeft om voor te stellen een (burger)raadslid, dat zich schuldig maakt aan herhaalde verstoring van orde, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Dit laatste middel is overigens niet opgenomen in het reglement van orde van de gemeenteraad, maar is geregeld in artikel 26 lid 3 van de Gemeentewet. Artikel 14. Adviezen aan de raad 1.
In de adviezen aan de raad over aan de orde zijnde onderwerpen, de uitgebrachte wensen en bedenkingen over voorgenomen collegebesluiten, de standpunten over initiatiefvoorstellenen motiesvreemd aan de orde van de dag, en of een voorstel op de ontwerp-raadsagenda wordt geagendeerd als A-stuk (agendapunten zonder discussie), als B-stuk (agendapunten met moties en amendementen) of als Cstuk (agendapunten met discussie) komen de visies van de in de debatbijeenkomst aanwezige fracties tot uitdrukking. 2. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. 3. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter
Artikel 15. Adviezen aan de raad 1. Aan het eind van een informatiebijeenkomst wordt, indien de aanwezige (burger)raadsleden geen debat over het aan het orde zijnde onderwerp willen voeren, een advies aan de raad uitgebracht over de wijze waarop het voor de raadsvergadering geagendeerde voorstel dient te worden behandeld. Indien er wel een debatbijeenkomst plaatsvindt wordt het advies aan het eind van deze debatbijeenkomst uitgebracht.
Toelichting wijziging artikel 15 (voorheen artikel 14): Lid 1 is gewijzigd om het in lijn te brengen met de huidige praktijk dat er enkel een advies aan de raad wordt uitgebracht over de behandeling van het op de raadsvergadering te agenderen onderwerp en niet over de visies van de fracties die aan de debatbijeenkomst hebben deelgenomen. Lid 2 en 3 zijn verwijderd en geplaatst onder het nieuwe artikel 16, aangezien beide leden geen betrekking hadden op adviezen aan de raad. Nieuw artikel
Artikel 16. Stemmingen 1. In een informatie- of debatbijeenkomst vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding, beslotenheid van vergaderingen en met betrekking tot de orde. 2. Elke aan een informatie- of debatbijeenkomst deelnemende fractie 9
3.
heeft één stem, uitgebracht door zijn woordvoerder zoals bedoeld in artikel 3 lid 1. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.
Toelichting toevoeging nieuw artikel 16: Zie toelichting wijziging artikel 15 (voorheen artikel 14). In aanvulling is toegevoegd dat er wel stemmingen over beslotenheid van vergaderingen plaats kunnen vinden, wat overigens ook wettelijk bepaald is via artikel 82 lid 5 van de Gemeentewet. Daarnaast is met een nieuw lid 2 de stemverhouding bij informatie- en debatbijeenkomsten gecodificeerd. Dit is van belang met name in het geval van stemmingen over beslotenheid. Uit de Gemeentewet volgt namelijk dat als er in beslotenheid wordt vergaderd er van rechtswege geheimhouding ligt op de mondeling gedeelde informatie. De procedure bij een dergelijke stemming dient zorgvuldig te verlopen omdat er een besluit wordt genomen met een rechtsgevolg: het gebonden zijn aan geheimhoudingsplicht. Hetzelfde geldt voor stemmingen over het opleggen of opheffen van geheimhouding, al komen deze in de praktijk zelden voor in informatie- en debatbijeenkomsten. Verder ontstaat er met het vastleggen van dit lid duidelijkheid over welke stemverhouding dient worden toegepast. Het gebrek aan vastlegging hiervan in het reglement leidde er in het verleden toe dat er verschillende stemverhoudingen zijn toegepast.
Zo werd het principe van ‘one man, one vote’ (elk (burger)raadslid dat als woordvoerder op betreffend woordvoerderschap is aangemeld bij de griffie heeft één stem tijdens de vergadering, met meestal meerdere stemmen per fractie tot gevolg, afhankelijk van de hoeveelheid aangemelde en aanwezige woordvoerders), maar ook ‘één stem per fractie.’ Er is ervoor gekozen om het laatste model toe te passen. Reden hiervoor is onder andere het onevenredig effect dat het principe van ‘one man, one vote’ als gevolg heeft bij verschillende woordvoerderschappen. Bij een aantal woordvoerderschappen zou dit principe namelijk als effect hebben dat een aantal fracties met meer raadsleden relatief minder stemgewicht zou krijgen omdat een aantal fracties met minder raadsleden wel meer woordvoerders (zowel raadsleden als burgerraadsleden) aangemeld hebben op dit woordvoerderschap. Zonder besluit op hoeveel woordvoerders elke fractie mag benoemen zou er van dit model ook een perverse prikkel kunnen uitgaan, namelijk zoveel mogelijk woordvoerders bij elk woordvoerderschap enkel om meer stemgewicht te krijgen. Als oplossing hiervoor en de in sommige gevallen onevenredige stemverhouding zou er een maximumaantal woordvoerders op elk woordvoerderschap per fractie kunnen worden vastgelegd.
Dit zou echter voor een aantal fracties als gevolg hebben dat enkele woordvoerders gestript worden van hun woordvoerderschap, omdat deze fracties het maximum zouden overschrijden, met gevolg voor de werkverdeling in deze fracties. Daarnaast zou dit model ook benoeming per raadsbesluit van elk (burger)raadslid tot de verschillende woordvoerderschappen vereisen. Met de regelmatige wijzigingen die zich in de woordvoerderschappen voordoen levert dit tevens een administratieve last op, aangezien ook deze wijziging per raadsbesluiten besloten moeten worden. Bij het model van ‘één stem per fractie’ is hiervan geen sprake. Artikel 15. Insprekers en petities 1.
Inwoners en organisaties kunnen de agendacommissie verzoeken om in te spreken in een informatiebijeenkomst bij een onderwerp dat op de agenda staat, dan wel over een onderwerp dat niet is geagendeerd. De agendacommissie bepaalt of, en zo ja op welke wijze, de mogelijkheid wordt geboden om in te spreken. Spreekgerechtigd zijn inwoners van de gemeente Tilburg en woordvoerders van organisaties. Ten aanzien van
Artikel 17. Insprekers en petities 1.
Inwoners en organisaties kunnen de agendacommissie verzoeken om in te spreken in een informatiebijeenkomst bij een onderwerp dat op de agenda staat, dan wel over een onderwerp dat niet is geagendeerd. De agendacommissie bepaalt of, en zo ja op welke wijze, de mogelijkheid wordt geboden om in te spreken. Spreekgerechtigd zijn inwoners van de gemeente Tilburg en woordvoerders van organisaties. Ten aanzien van 10
2.
bestemmingsplannen kunnen insprekers slechts inspreken, als zij vooraf bij het college een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend. Met betrekking tot onderwerpen die niet zijn geagendeerd geldt dat niet het woord kan worden gevoerd over:
2.
(…)
(…)
h. onderwerpen die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet openbaar zijn. 3.
4.
h. onderwerpen die op grond van artikel 5.1 lid 1 en 2 van de Wet open overheid niet openbaar zijn.
De personen die van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik wensen te maken, kunnen hiertoe, door tussenkomst van de raadsgriffie, vóór donderdag 12.00 uur, voorafgaande aan de informatiebijeenkomst, een aanvraag doen bij de voorzitter van de agendacommissie, onder opgave van hun naam en adres en van het agendapunt of de agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. De insprekers moeten de door de voorzitter van de informatiebijeenkomst in het belang van de ordegegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het woord ontnemen.
3.
(…) 6.
bestemmingsplannen en omgevingsplannen kunnen insprekers slechts inspreken, als zij vooraf bij het college een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan of ontwerpomgevingsplan hebben ingediend. Met betrekking tot onderwerpen die niet zijn geagendeerd geldt dat niet het woord kan worden gevoerd over:
Via de agendacommissie kunnen petities, vergezeld met een korte toelichting, worden aangeboden tijdens een informatiebijeenkomst. Raadsleden en burgerraadsleden krijgen de gelegenheid om toelichtende vragen te stellen aan of in gesprek te gaan met de aanbieder. Op verzoek van de agendacommissie kunnen ook anderen dan de indiener deelnemen aan deze informatiebijeenkomst. Tijdens of de informatiebijeenkomst wordt besloten over het vervolgproces.
4.
5.
De personen die van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik wensen te maken, kunnen hiertoe, door tussenkomst van de raadsgriffie, vóór donderdag 12.00 uur, voorafgaande aan de informatiebijeenkomst, een aanvraag doen bij de voorzitter van de agendacommissie, onder opgave van hun naam en adres en van het agendapunt of de agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. Voor het inspreken bij de behandeling van bestemmingsplannen of omgevingsplannen geldt een andere termijn voor aanmelden, namelijk zeven dagen na verzending van de schriftelijke uitnodiging tot inspreken. De insprekers krijgen 5 minuten spreektijd. De voorzitter kan hier gemotiveerd van afwijken. Insprekers worden niet in hun inspraakreactie onderbroken, tenzij de voorzitter dit nodig acht in het belang van de orde van de vergadering. De insprekers moeten de door de voorzitter van de informatiebijeenkomst in het belang van de orde gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het woord ontnemen.
(…) 7.
Er kunnen petities worden aangeboden bij de gemeenteraad. Deze petities worden binnen 14 dagen op voorstel van de griffie door de betreffende voorzitter in ontvangst genomen tijdens een raadsvergadering, een informatie- of debatbijeenkomst, of het vragenhalfuur. Indien er twijfel bij de griffie bestaat of de uitsluitingscriteria zoals beschreven in lid 11 van dit artikel van toepassing zijn op de aangeboden petitie zal de petitie allereerst ter toetsing worden voorgelegd aan de 11
agendacommissie voordat de petitie in ontvangst wordt genomen. 8. Raadsleden en burgerraadsleden kunnen tijdens de bijeenkomst waarin de petitie in ontvangst wordt genomen informatieve vragen stellen aan de aanbieder(s) van de petitie, met uitzondering van burgerraadleden in het geval dat de petitie wordt aangeboden tijdens een raadsvergadering. 9. De agendacommissie besluit vervolgens in haar eerstvolgende al dan niet schriftelijke vergadering of de in ontvangst genomen petitie nadere bespreking in de vorm van een informatiebijeenkomst verreist, in handen wordt gesteld van het college of dat er geen opvolging zal plaatsvinden. De aanbieder van de petitie wordt door de griffie in kennis van het besluit gesteld. 10. Indien de agendacommissie besluit een informatiebijeenkomst in te plannen over de in ontvangst genomen petitie, ontvangt de aanbieder van de petitie binnen drie weken na het plaatsvinden van deze informatiebijeenkomst van de griffie de standpunten van de verschillende fracties over de te nemen vervolgstap voor de petitie, welke onder andere kan zijn het voeren van een debat, het in handen van het college stellen van de petitie of geen directe opvolging geven aan de petitie. 11. Petities die betrekking hebben op één of meerdere van de volgende criteria worden niet in ontvangst genomen: a.
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep open staat of heeft open gestaan of op andere wijze onderwerp is in een juridische procedure waarbij de gemeente als één van de partijen betrokken is. b. benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. onderwerpen die louter een privé belang betreffen; e. onderwerpen die geen relatie hebben met de huishouding van de gemeente; f. onderwerpen waarover men al heeft kunnen inspreken; 12
g.
onderwerpen waarover al een gemeentelijke inspraakprocedure is geweest of nog komt; h. onderwerpen die op grond van artikel 5.1 lid 1 en 2 van de Wet open overheid niet openbaar zijn. Toelichting wijziging artikel 17 (voorheen artikel 15): Met aanpassing van lid wordt rekening gehouden met de ingang van de omgevingswet per 1 januari 2024. Lid 2 sublid h wordt aangepast in verband met de vervanging van de Wet openbaarheid van bestuur door de Wet open overheid. Bij lid 3 is verhelderd dat voor het aanmelden voor inspreken bij de behandeling van bestemmingsplannen een andere termijn geldt. Deze termijn is zeven dagen na verzending van de brief waarin indieners van een zienswijze in kennis worden gesteld van het besluit van het college en waarin een uitnodiging staat tot inspreken bij de raad. De reden dat in het geval van bestemmingsplannen een andere termijn wordt toegepast is omdat aanmeldingen tot inspreken een beslissende factor kunnen zijn in het inplannen van een informatiebijeenkomst over een bestemmingsplan. Tenzij het een grote of politiek gevoelige ontwikkeling betreft vinden er in de regel geen informatiebijeenkomsten plaatsen over bestemmingsplannen indien er geen insprekers zich hebben gemeld.
Het niet toepassen van deze speciale termijn en uitgaan van de reguliere termijn kan daarom tot gevolg hebben dat er pas kort van te voren, namelijk vier dagen, helderheid is of een informatiebijeenkomst over een bestemmingsplan wel of geen doorgang vindt. Met de toevoeging van het nieuwe lid 4 wordt de huidige praktijk gecodificeerd. Hierdoor wordt er meer duidelijkheid verschaft in het reglement voor (mogelijke) betrokken partijen. In december 2023 is het presidium akkoord gegaan met een aangepaste werkwijze voor het in ontvangst nemen en afhandelen van petities. Deze werkwijze is verwerkt in de bovenstaande leden 7 t/m 11. Doel van de vernieuwde werkwijze is om de aanbieder van een petitie, wanneer deze voldoet aan de gestelde voorwaarden, op korte termijn de gelegenheid te bieden zijn petitie aan te bieden aan de raad. Daarnaast is deze werkwijze er ook op gericht om de aanbieder van een petitie, in het geval dat de raad de petitie in behandeling neemt via een informatiebijeenkomst, op korte termijn na deze informatiebijeenkomst in kennis te stellen van de verdere opvolging door de raad of haar fracties. Hiermee wordt voorkomen dat een petitie wordt aangeboden aan de raad en ook wordt besproken in een bijeenkomst van de raad, maar dat de aanbieder van de petitie vervolgens niks meer hoort van de raad of zijn leden. Artikel 17. Toehoorders en pers 1.
2.
De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen de openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 19. Toehoorders en pers 1.
2.
3.
De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen de openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Bij verstoring van orde door toehoorders kan de voorzitter de vergadering schorsen en, indien nodig om de orde te herstellen, ook toehoorders uit de zaal laten verwijderen.
13
Toelichting wijziging artikel 19 (voorheen artikel 17): De mogelijkheid voor de voorzitter van een raadsvergadering om toehoorders bij verstoring van orde uit de zaal te laten verwijderen is geregeld in artikel 26 van de Gemeentewet. Dit artikel is echter niet van toepassing op informatie- en debatbijeenkomsten. Om de voorzitter wel deze mogelijkheid te geven is het opgenomen in dit reglement van orde.
14