260130 Brief overwegingen Referendumcommissie inleidend verzoek Netwerkanalyse 2040 variantenonderzoek Ringbaan West DEF (1)
Tekst van het document
Brief overwegingen Referendumcommissie inleidend verzoek referendum Netwerkanalyse 2040 – Tilburg Van: Aan: Cc: Onderwerp: Datum:
De Referendumcommissie gemeente Tilburg De gemeenteraad gemeente Tilburg College van B&W gemeente Tilburg Overwegingen inleidend verzoek referendum Netwerkanalyse 2040 30 januari 2026
Geachte leden van de gemeenteraad, De Referendumcommissie dankt u voor het in haar gestelde vertrouwen om deze eervolle nevenfunctie voor de komende zes jaar te vervullen. De Referendumcommissie beschouwt het als haar opdracht om bij te dragen aan een zorgvuldige, transparante en democratisch zuivere referendumprocedure, zodat het recht dat inwoners door de raad is toegekend op een betekenisvolle wijze kan worden uitgeoefend. In het kader van het inleidend verzoek tot het houden van een referendum over het raadsbesluit “Netwerkanalyse 2040- variantenonderzoek Ringbaan West” is de Referendumcommissie verzocht de raad te adviseren over de beoordeling van dit verzoek, conform de Referendumverordening gemeente Tilburg. 1.
Zorgvuldige voorbereiding door de Referendumcommissie
De Referendumcommissie hecht eraan te benadrukken dat zij zich, voorafgaand aan het formuleren van deze brief, heeft laten informeren over zowel het juridische, procedurele als inhoudelijke kader van het voorliggende verzoek. Zo heeft de Referendumcommissie: • een toelichting ontvangen op de Referendumverordening, de totstandkoming daarvan en de achterliggende overwegingen die daarbij een rol hebben gespeeld; • zich laten informeren door de ambtenaar die verantwoordelijk is geweest voor het proces van het verzamelen, registreren en controleren van de ondersteuningsverklaringen, inclusief de vraag of dit proces zorgvuldig en conform de verordening is verlopen; • een toelichting gekregen van de ambtenaar die verantwoordelijk is voor de Netwerkanalyse 2040, inclusief een duiding van de relevante raadsstukken en besluiten die door de raad zijn genomen. Daarnaast heeft de Referendumcommissie kennisgenomen van en de beschikking gehad over de relevante stukken die in dit kader zijn opgesteld en aan de raad zijn toegezonden, waaronder: • de raadsbrieven over het inleidend verzoek en het vervolgproces; • het door het college ingewonnen externe juridische advies inzake de referendabiliteit; • de bijbehorende aanbiedingsbrief(en) en stukken zoals deze aan de raad zijn verstrekt.
De Referendumcommissie heeft deze informatie betrokken bij haar afwegingen en is daarmee van oordeel dat zij zich een voldoende compleet beeld heeft gevormd van het proces en de context waarin het inleidend verzoek is ingediend. 2.
Positie van de Referendumcommissie
De Referendumcommissie constateert dat in dit specifieke traject een situatie is ontstaan die haar in een bijzondere en lastige positie brengt. Nog vóórdat de Referendumcommissie haar werkzaamheden kon aanvangen, is door het college een extern juridisch advies ingewonnen en aan de raad verstrekt over datgene waar de raad nu juist de Referendumcommissie voor heeft ingesteld, te weten een advies over de referendabiliteit van het besluit. Hierdoor dreigt de beoordeling van het inleidend verzoek bij voorbaat te worden gepolitiseerd, waarbij college en raad tegenover elkaar kunnen komen te staan en de Referendumcommissie dreigt te verworden tot slecht één van meerdere stemmen. De Referendumcommissie is de onafhankelijke, externe commissie die is ingesteld door de raad om hem gevraagd en ongevraagd te adviseren over de referendumprocedure conform de taken in de 1
Referendumverordening. De uitoefening van deze taken verhoudt zich moeilijk tot een setting waarin parallelle juridische adviezen over de toelaatbaarheid worden ingewonnen. Deze gang van zaken belemmert naar het oordeel van de Referendumcommissie een onafhankelijke advisering. Om te voorkomen dat haar advies polarisering van het debat in de hand werkt, heeft de Referendumcommissie besloten geen formeel advies over de toelaatbaarheid van het referendum in de zin van de Referendumverordening uit te brengen, maar de raad wel een aantal overwegingen mee te geven die hij kan betrekken bij haar besluitvorming. 3.
Overwegingen van de Referendumcommissie
In de Referendumverordening is opgenomen dat de raad dient te besluiten of aan de vereisten van het indienen van een (inleidend) verzoek is voldaan en of over het onderwerp een referendum kan worden gehouden (artikel 6 lid 9). De Referendumcommissie gaat om die reden achtereenvolgens in op: - de ondersteuning van het inleidend verzoek; - de indiener van het inleidend verzoek; - de uitzonderingsgronden conform artikel 3 van de Referendumverordening. a. Ondersteuning inleidend verzoek: aantal ondersteuningsverklaringen De referendumprocedure omvat een inleidend verzoek en een definitief verzoek. De functie van het inleidend verzoek is om na te gaan of er naar verwachting enig draagvlak is binnen de gemeente voor een referendum over het onderwerp en of het onderwerp niet is uitgezonderd op grond van de Referendumverordening. De Referendumcommissie stelt vast dat het inleidend verzoek voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 6, tweede lid, van de Referendumverordening Tilburg 2022. Het vereiste minimumaantal van 1300 ondersteuningsverklaringen is met in totaal 2988 geldige ondersteuningsverklaringen ruimschoots behaald. Dit wijst op maatschappelijke betrokkenheid en mogelijk draagvlak voor het referendum.
De Referendumcommissie is ambtelijk geïnformeerd over het proces van verzamelen, registreren en controleren van de verklaringen en heeft geconstateerd dat dit zorgvuldig en conform de Referendumverordening heeft plaatsgevonden. b. Indiener van het referendumverzoek Met een referendumverordening geeft de gemeenteraad inwoners het recht om spreekwoordelijk aan de noodrem te trekken en de raad zwaarwegend te adviseren over een genomen besluit. De Referendumcommissie wijst erop dat het inleidend referendumverzoek in kwestie is geïnitieerd door een raadslid. Hoewel een raadslid formeel gezien kiesgerechtigd is in de zin van de Referendumverordening, schuurt dit met het karakter en de bedoeling van het referenduminstrument. Als een raadslid het initiatief neemt, verwordt het raadgevend referendum de facto tot een instrument van politici. De rollen van een raadslid als inwoner en als volksvertegenwoordiger raken vermengd. Dit kan spanning oproepen in de rolverdeling tussen raad en inwoners en draagt bij aan politisering van een instrument dat juist is bedoeld voor inwoners om zich uit te spreken over een raadsbesluit. De Referendumcommissie acht de inzet van het referenduminstrument op deze manier onwenselijk en geeft de raad mee met enige urgentie te bezien hoe deze situatie in de toekomst kan worden voorkomen.
Dit kan bijvoorbeeld door verduidelijking of aanscherping van de verordening op het punt van de initiatiefnemer. c. Uitzonderingsgronden: algemene beschouwing De Referendumcommissie benadrukt dat de uitzonderingsgronden in de Referendumverordening restrictief dienen te worden uitgelegd. Met het vaststellen van de Referendumverordening heeft de raad inwoners het recht toegekend om, onder voorwaarden, een referendum te organiseren. Dit recht verliest aan betekenis wanneer uitzonderingsgronden te ruim of te gemakkelijk worden toegepast. Daarnaast merkt de Referendumcommissie op dat de beoordeling van referendabiliteit geen louter juridische exercitie is. Met name bij zogenoemde relatieve uitzonderingsgronden in artikel 3 van de Referendumverordening, zoals de uitzonderingsgrond “dringende redenen”, vraagt de beoordeling om een
2
politiek-bestuurlijke weging, waarin ook de gedachte achter de verordening, het karakter van het referenduminstrument en de verantwoording richting inwoners, een rol spelen. Om die reden is het advies over de referendabiliteit in Tilburg belegd bij de Referendumcommissie, bestaande uit onafhankelijk deskundigen, en niet bij een juridisch orgaan. d. Uitzonderingsgrond artikel 3f: grondslag in eerdere besluitvorming De uitzonderingsgrond die ziet op eerdere besluitvorming over hetzelfde onderwerp (artikel 3f in de Referendumverordening) is niet bedoeld om het referenduminstrument in algemene zin te beperken, maar om repetitief gebruik ervan te voorkomen. De toepassing ervan is naar het oordeel van de Referendumcommissie contextafhankelijk en vraagt om een zorgvuldige beoordeling van de fase, inhoud en concretiseringsgraad van eerdere besluiten. De raad heeft in juni 2025 besloten in het kader van de “Actualisatie Netwerkanalyse 2040 en samenhangende mobiliteitsmaatregelen” dat een herinrichting van de Ringbaan West noodzakelijk was in verband met de woningbouwopgave en de wens om HOV mogelijk te maken. Dat de Ringbaan West heringericht zal worden staat vast; aangezien er geen referendumverzoek is ingediend tegen het raadsbesluit van 30 juni 2025 is deze beslissing niet langer referendabel. Het raadsbesluit van 19 december 2025 betreft een keuze uit concrete varianten.
Het besluit dat in december is genomen betreft dan ook het hóe van deze herinrichting en deze keuze is eerder niet gemaakt. In de afweging van de mate waarin het raadsbesluit van 19 december 2025 zijn grondslag vindt in een eerder besluit, is het feit relevant dat inwoners nu weten welke variant concreet op tafel ligt. De Referendumcommissie merkt bovendien op dat de Referendumverordening de mogelijkheid openlaat om meerdere antwoordcategorieën voor het referendum te formuleren (zie artikel 5, eerste lid onder a, 2°, en artikel 10, eerste lid, van de Referendumverordening Tilburg 2022). Deze overwegingen zijn van belang voor de beoordeling door de raad of sprake is van “hetzelfde besluit” dan wel van een besluit met een eigenstandige inhoud en betekenis. e. Uitzonderingsgrond artikel 3i: dringende redenen De Referendumcommissie merkt op dat “dringende redenen” een relatieve uitzonderingsgrond vormen. In landelijke duiding en praktijk wordt “dringend” doorgaans gezien als spoedeisend. Het enkele bestaan van risico’s, kosten of mogelijke consequenties is op zichzelf onvoldoende om het referenduminstrument terzijde te schuiven.
De Referendumcommissie geeft de raad mee dat inwoners het recht hebben gekregen om een correctief referendum te initiëren Dat brengt voor het gemeentebestuur de verantwoordelijkheid met zich mee om bij besluiten geen onomkeerbare verplichtingen aan te gaan waarmee de referendummogelijkheid teniet wordt gedaan. Hierbij hoort het besef dat een referendum onverwachts kan komen en zelden goed uitkomt in termen van uitvoering. De herinrichting van de Ringbaan West is een complex onderwerp, waar veel partijen bij zijn betrokken en waarbij meerjarige planningen een rol spelen. Zo’n project kent, los van een eventueel referendum, risico’s ten aanzien van de voortgang, financiering en samenhang. Voor de beoordeling van deze grondslag dient de raad zorgvuldig af te wegen of de gevolgen van een eventuele vertraging van de herinrichting van de Ringbaan West zodanig zijn, dat er niet redelijkerwijs kan worden gewacht op de uitkomst van een referendum. Daarbij kan de raad meewegen dat de voorbereidende en flankerende maatregelen al in gang gezet kunnen worden, aangezien deze grotendeels voor elk van de varianten overeenkomen. Tot slot merkt de Referendumcommissie nog op dat zowel het wel als het niet laten doorgaan van een referendum risico’s met zich mee kan brengen.
Naast mogelijke uitvoerings- of financiële risico’s spelen ook risico’s voor het vertrouwen in, en de geloofwaardigheid van, de raad en voor de betrokkenheid van inwoners mee.
3
Tot slot Met deze overwegingen beoogt de Referendumcommissie de raad van dienst te zijn en te ondersteunen bij een zorgvuldige en evenwichtige besluitvorming, recht te doen aan de betrokkenheid van inwoners, het referenduminstrument te beschermen tegen verdere politisering en juridisering en de onafhankelijke positie van de Referendumcommissie te markeren, ook met het oog op de toekomst. De Referendumcommissie is vanzelfsprekend bereid deze overwegingen toe te lichten. Met vriendelijke groet,
Marcel van Dam Voorzitter Referendumcommissie Mede namens de leden, Marië Fabbricotti Charlotte Wagenaar
4