CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2362646 verslag hoorzitting commissie voor de bezwaarschriften Zwartgemaakt

Raadsvergadering 25 augustus 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Beslissing op bezwaar besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht op gronden aan de Bredaseweg/Watertorenstraat te Tilburg2.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

COMMISSIE VOOR DE BEZWAARSCHRIFTEN – hoorzitting van 21-5-25 om 10:00. Bezwaar tegen besluit van 18 november 2024 van de raad van de gemeente Tilburg tot het vestigen van een voorkeursrecht op negen percelen aan de Bredaseweg/Watertorenstraat te Tilburg. Aanwezig Commissie voor de Bezwaarschriften Voorzitter dhr. J. van Overdijk Secretaris dhr. J. Willemse Extern lid dhr. R. Engelen Afdeling Vastgoedbedrijf dhr. dhr. Namens bezwaarmaker […] […] Opening zitting Voorzitter stelt iedereen voor, geeft een korte samenvatting van de voorgeschiedenis en legt het verdere verloop van de zitting uit. Toelichting bezwaren Bezwaarmaker leest onderstaand document uit bijlage 1 voor. De vakafdeling mag hierop reageren. Reactie vanuit de vakafdeling op de bezwaren De heer geeft aan dat een voorkeursrecht kan worden gevestigd op de gronden, ook wanneer de gemeente één van de aandeelhouders is van de gronden, waarvan de betreffende partij eigenaar is. Het door Bezwaarmaker nu voor het eerst aangevoerde argument met betrekking tot artikel 16.82a, eerste lid van de Omgevingswet is nieuw voor hem en hij wil hier later op kunnen reageren. Voorzitter geeft aan dat de Commissie zelf daar een oordeel over kan geven. Eventueel komt er een mogelijkheid om er op te reageren. De heer geeft aan dat hij de voorgeschiedenis en het terrein goed kent, hij kan begrijpen dat Bezwaarmaker ontstemd is.

Over de locatie Watertorenterrein liepen namelijk nogal wat zaken, ook op bestuurlijk niveau. Er is door Bezwaarmaker met betrekking tot het Watertorenterrein altijd terughoudend gereageerd om door te pakken. De gemeente staat open voor een gezamenlijke ontwikkeling en een visie/perspectief gesprek. Ook de percelen eromheen zijn onderdeel van het voorkeursrecht, het betreft meerdere partijen waar een voorkeursrecht voor is gevestigd. Het is niet bedoeld om enkel Bezwaarmaker te dwingen. In zijn optiek is de deur altijd open geweest om naar een stukje ontwikkeling te kijken. Vragen vanuit de commissie De heer Engelen leest in de collegenota met betrekking tot het vestigen van het voorkeursrecht dat Bezwaarmaker de locatie niet aan de gemeente zou willen verkopen. Hij vraagt of Bezwaarmaker ook de intentie heeft om het aan derde partij te verkopen, dat blijkt namelijk uit de collegenota. Bezwaarmaker geeft aan dat in de context van het gesprek is gezegd dat ze een marktconforme prijs wil ontvangen, er werd toen gezegd dat ze niks konden zonder de gemeente. De gemeente gaf aan dat zij de bestemming zomaar konden wijzigen en dan kon Bezwaarmaker geen kant meer op,

volgens bezwaarmaker. Toen hebben ze gezegd dat ze ook verder gaan kijken naar een alternatief, maar het is niet expliciet zo gezegd dat ze niet met de gemeente willen werken. De heer Engelen geeft aan dat de Omgevingswet ook opties biedt voor het bepalen van een marktconforme prijs, er zijn heel vaak nog mogelijkheden. De vrees over de lage prijs, hoeft dan ook niet groot te zijn. Hij wijst daarbij op artikel 9.16 van de Omgevingswet. Bezwaarmaker geeft aan dat het initiatief tot het ontwikkelen van de gronden niet hun kerntaak is, het is erg bewerkelijk om een nieuw terrein te ontwikkelen en daar gaan zij hun tijd niet aan besteden. Als zij de stap naar de markt zouden zetten, dan zouden ze het ook aan de gemeente laten weten. Ze hadden een afspraak waar ze geen toelichting op kregen. Daardoor waren ze verder gegaan en worden er uitspraken uit de context gehaald. De heer Engelen vraagt of het ter plaatse een waterwingebied is. Bezwaarmaker geeft aan dat het Watertorrenterrein geen waterwingebied is. De elders gelegen […], waar de bestuurlijke afspraken over een ruil lagen, is wel waterwingebied en daar ligt het belang van Bezwaarmaker om die te kunnen beschermen. Voor de gemeente lagen er belangen op het terrein van Bezwaarmaker voor stadsontwikkeling en woningbouw. Die twee belangen leken bij elkaar te komen en dat was de intentie.

Daar is van afgeweken volgens bezwaarmaker. De heer Engelen vraagt nader naar artikel 16:82 a, eerste lid van de Omgevingswet. Het collegebesluit is op 15 oktober j.l. genomen en het is op 21 oktober j.l. verzonden. Hij vraagt of Bezwaarmaker al eerder kennis had van het besluit. Bezwaarmaker geeft aan dat ze daar geen kennis van had, het kwam redelijkerwijs uit de lucht vallen. Zij werden verrast en ze hadden de brief nog niet gezien. De heer sluit hier bij aan en geeft aan dat ze verbaasd overkwamen aan de telefoon. Bezwaarmaker geeft aan dat een telefoontje fijn was geweest, de brief was wel verzonden, maar die hebben ze pas na het gesprek met de wethouder bekeken. De heer Engelen vraagt of het zo is dat dat de onderhandelingen toch wel door kunnen gaan, hij vraagt zich af ze op dezelfde voet door kunnen gaan met de gemeente? Bezwaarmaker wil graag een oordeel over het juridische aspect. Bezwaarmaker geeft aan dat zij erg veel taken op hun bordje hebben en zij hebben dagelijks te maken met de waterzaken. Het is hun prioriteit om ervoor te zorgen dat heel Tilburg over water kan beschikken, voor nu en in de toekomst. Voorzitter vraagt in hoeverre de commissie betekenis kan toekennen aan het gestelde gebrek aan communicatie. De heer geeft aan dat het puur gaat om een voorkeurspositie en een voorrangspositie voor de gemeente bij een verkoop.

De gesprekken worden niet belemmerd en hij snapt dat ze het graag aangekondigd hadden willen horen. Artikel 4:11 sub c van de Algemene wet bestuursrecht kent een grond die ervoor zorgt dat je niet verplicht bent om van te voren de betrokkenen te horen. In een uitspraak van de Raad van State (vindplaats: ECLI:RVS:2010:BO73740) komt dit ook naar voren. De heer wil terugkomen op het juridische argument, het raadsbesluit is bekendgemaakt op 14 januari 2025 en ingeschreven op 14 januari 2025. De heer geeft aan dat de raad ook een rechtstreeks voorkeursrecht kan vestigen, zonder dat eerst het college een voorkeursrecht heeft gevestigd. De heer Willemse heeft een vraag voor bezwaarmaker. Hij vraagt wat ze precies van de commissie wil vernemen. Bezwaarmaker geeft aan dat het gaat om het gevoel dat meegenomen wordt in de argumentatie van de besluitvorming van de gemeente. Zij denken dat ze op een onjuiste manier zijn weggezet en zij vinden dat vervelend. Zij denken dat het college, kijkend naar de voorgeschiedenis, deze stap niet hoefde te nemen. Het voelt voor hen als een zwaar instrument volgens bezwaarmaker. Dit doe je onderling nomaliter niet zo, inclusief de weergave is het onjuist volgens bezwaarmaker. Ze willen graag een oordeel over de weergave die in de onderbouwing ligt en volgens hen selectief en niet juist is.

Voorzitter legt kort uit wat het wettelijk kader is en dat het lastig is om daar voldoende aan toe te komen in de heroverweging. Bezwaarmaker geeft aan dat het gaat om de manier hoe het besproken wordt. Bezwaarmaker geeft aan dat het ook in het openbaar komt en de juridische beoordeling is volgens hem aan de commissie. Voor de commissie is het nu duidelijk wat het bezwaar is en nogmaals, is het de vraag hoe ze het in het besluit juridisch terug kunnen laten komen, geeft de voorzitter aan. Afronding hoorzitting De heer vind het zelf noodzakelijk dat ze op bestuurlijk niveau graag een gesprek willen hebben buiten de zitting om. Bezwaarmaker geeft aan dat ze het vorige gesprek ook prima vond. De heer biedt die mogelijkheid in ieder geval. De voorzitter vraagt of er nog vragen zijn. Iedereen krijgt een laatste woord. Bezwaarmaker geeft aan dat ze een publieke partij zijn, waar het belangrijk is dat het imago goed en stevig overeind staat. Zij strijden voor het imago van Bezwaarmaker. Ze worden fout geframed en dat is ook de reden dat Bezwaarmaker zo fel is. Zij willen graag dat het hersteld kan worden, dat is hun doel van vandaag. De heer weet niet of er sprake is van een negatief imago. Er zijn andere redenen genoemd om tot voorkeursrecht over te gaan. De voorzitter legt het verdere verloop van de procedure uit en bedankt de aanwezigen voor hun aanwezigheid. SLUITING ZITTING

Bijlage 1: Verhaallijn voor tijdens de hoorzitting in Tilburg over het WTT-terrein, dd 21-05-2025 

Dank voor de gelegenheid om ons bezwaar tegen het vestigen van voorkeursrecht op het Watertorenterrein aan de Bredaseweg toe te lichten.

We maken bezwaar tegen het vestigen van voorkeursrecht op dit terrein om een viertal redenen, die ik hier graag kort wil toelichten en daarna nog van wat context wil voorzien.

1.

Ten eerste: Het past niet bij de onderlinge verhoudingen als maatschappelijk partners waarin we samenwerken en waarin de gemeente Tilburg ook aandeelhouder van Bezwaarmaker is. Het is zeer ongebruikelijk dat een gemeente het nodig vindt om WVG als instrument in te zetten bij een partij waarvan ze zelf aandeelhouder van. Hoe vaak is dat voorgekomen? Daar zijn nauwelijks voorbeelden van te vinden, en wij vinden dit dan ook zeer ongepast.

2.

Ten tweede: Het past niet bij eerdere afspraken die mondeling bestuurlijk gemaakt waren, en waarvan de gemeente ambtelijk eenzijdig is afgeweken zonder dat bestuurlijk toe te lichten. Toen wij dachten dat dat eindelijk wel ging gebeuren, kregen we bij de start van het gesprek te horen dat er net WVG gevestigd was en stonden we relatief snel weer buiten.

3.

Ten derde: De gebruikte argumentatie waarom dit nodig was vinden we eenzijdig en we vinden dat daar ook een onterecht beeld wordt neergezet van Bezwaarmaker als partij die niet meewerkt of alleen een eigen belang nastreeft.

4.

Ten vierde: Er is niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van het voorkeursrecht.

Om dit te onderbouwen schets ik eerst de historie: o

In 2022 is er gesproken door , algemeen directeur van Bezwaarmaker, in twee losse gesprekken met wethouders en over de belangen die de gemeente Tilburg heeft bij het WTT en die Bezwaarmaker heeft bij de [...] gronden vanwege haar waterwingebied. Het terrein aan de Bredaseweg is in bezit van Bezwaarmaker en is van belang voor de gemeente in het kader van stadsontwikkeling en woningbouw. De [...] gronden zijn indirect in het bezit van de gemeente, en daar heeft Bezwaarmaker een groot belang vanwege het willen beschermen van haar waterwingebieden. In die gesprekken waren beide partijen het eens over het idee om een uitruil van deze twee terreinen uit te werken. Hiermee is ook daadwerkelijk een werkgroepje van medewerkers van Bezwaarmaker en gemeentemedewerkers aan de slag gegaan.

o

Door een onduidelijke ambtelijke interventie is hier later eenzijdig van afgeweken door de gemeente Tilburg. Bestuurlijk is de gemeente nooit teruggekomen op het waarom van deze wijziging. Dit is weliswaar ambtelijk geduid, maar niet met argumenten die ook maar enigszins rekening hielden met de belangen van Bezwaarmaker. En net toen wij dachten in het gesprek op 30 oktober 24 met mevrouw vanuit het college eindelijk een toelichting hierop te krijgen was er ineens al voorkeursrecht gevestigd.

o

In dat gesprek werd aangegeven net als ook in de bij de brief van 21 oktober gevoegde besluitvoorbereiding, dat een afspraak over het WTT terrein niet tot stand is gekomen doordat Bezwaarmaker deze koppeling legt. Maar waar de gemeente volledig aan voorbij gaat, is dat die koppeling door haar eigen wethouders zo met Bezwaarmaker is afgesproken.

o

Ondanks ons bezwaar zijn we bewust in gesprek gebleven met de gemeente Tilburg. Ook in

het gesprek met wethouder in maart jl., kwam dit argument terug, alsof BW de koppeling zelf en eenzijdig bedacht heeft. Hij gaf letterlijk aan de logica van de koppeling niet te zien, en hij gaf aan dat zijn beeld was dat wij de onderhandelingen over het watertorenterrein zouden ‘gijzelen’ daardoor. Daar hebben wij tegenover gesteld dat deze uitruil eerder nog een gezamenlijk intentie was die tussen Tilburgse wethouders en de algemeen directeur van Bezwaarmaker was besproken. Toen er aan het waarheidsgehalte van mijn uitspraak getwijfeld werd, heb ik de daar aanwezige ambtenaar gevraagd om te bevestigen dat dat het geval was en dat heeft hij ook gedaan. Hij bevestigde dat het uitwerken van de uitruil de oorspronkelijke afspraak was, waar een werkgroep ook daadwerkelijk mee aan de slag is geweest totdat deze op ambtelijk niveau door de gemeenteambtenaren zelf is stopgezet. Dit was op dat moment voor overduidelijk een nieuw inzicht. Ik kon én kan daaruit niet anders dan interpreteren dat het college bij de besluitvorming de historie van dit dossier en haar eigen aandeel daarin niet of in elk geval onvoldoende in beeld had.

Het in de onderbouwing bij het collegebesluit gebruikte argument bij het kopje ‘kanttekeningen en gewogen alternatieven’ dat - en ik quote: ‘een eerste recht van koop tussen de gemeente en BW niet tot stand is gekomen vanwege de koppeling met andere lopende dossiers’ is derhalve een veel te selectieve weergave van de werkelijkheid omdat hiermee gesuggereerd wordt dat BW een niet bestaande koppeling maakt. Uit bovenstaande blijkt echter dat die koppeling er eerder wel degelijk was, ook vanuit de gemeente. o In de reactie van de afdeling vastgoedbedrijf van de gemeente Tilburg op het bezwaarschrift die we voorafgaand aan deze hoorzitting hebben ontvangen staat dat het vestigen van WVG geen invloed heeft op de minnelijke verwerving omdat gesprekken daarover nog steeds tot de mogelijkheden behoren. Hoewel dat strikt genomen klopt ervaren wij dit besluit van de gemeente als een zet die de verhoudingen verstoort en totaal niet past bij de bestuurlijke verhoudingen. Nogmaals: hoe vaak is het voorgekomen dat een gemeente het nodig vindt om WVG te vestigen op een terrein van een bedrijf waar ze zelf aandeelhouder van is? Wij vinden ook bijzonder dat er voorkeursrecht gevestigd is op een terrein waarvan pas in 2019 de financiële afhandeling heeft plaatsgevonden van de overdracht van deze gronden vanuit [...] naar Bezwaarmaker, waarbij de gemeente eigenaar was van [...].

De tijdspanne om dan binnen 5 jaar na afronding van dat proces vinden we heel kort. De redenen waarom de gemeente zeggenschap wil over het terrein waren in het verleden immers net zo relevant als nu.

Het argument dat (zie 1.2) de gemeente wil voorkomen dat er op de locatie gespeculeerd wordt in de aanloop naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en dat BW winstmaximalisatie als uitgangspunt heeft voor deze locatie is niet terecht en past niet bij onze rol. Wel hebben we aangegeven dat we niet alleen het belang van Tilburg maar ook dat van andere aandeelhouders moeten dienen met tenminste een marktconforme prijs. De ambtelijke reactie geeft aan dat u niet stelt dat BW naar winstmaximalisatie streeft, maar de eerste zin ‘Het is in dit geval bekend dat een van de huidige eigenaren de maximale opbrengst uit de locatie wil halen’ kunnen we toch echt niet anders lezen. Hiermee ‘framet’ u BW in onze ogen bij de onderbouwing van het besluit bewust als een partij die niet wil meewerken en alleen op eigenbelang uit is, en dat vinden wij onacceptabel. Wij vinden dat u Bezwaarmaker daarmee bewust in een verkeerd daglicht stelt. Kortom: Wij vinden dat het vestigen van WVG niet past bij onderlinge verhoudingen en gebaseerd is op een selectieve en onjuiste weergave van de historie en de opstelling van Bezwaarmaker, en daar willen we graag van de commissie een oordeel over. In onze beleving was vestiging voorkeursrecht prematuur en onnodig.

Tot slot merken wij het volgende op als het gaat om de inwerkingtreding van het voorkeursrecht: Op 15 oktober 2024 heeft het college van Tilburg besloten een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op grond van artikel 9.1 lid 2 van de Omgevingswet. Dit besluit is met verzending van een brief aan de eigenaren op 21 oktober 2024 bekend gemaakt. Op grond van artikel 16.82a lid 2 Ow treedt een voorkeursrecht in werking op het tijdstip dat de voorkeursrechtbeschikking wordt ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Op grond van artikel 16.82a lid 1 Ow moet deze inschrijving plaatsvinden binnen vier dagen na bekendmaking. Wordt de voorkeursrechtbeschikking niet binnen die vier dagen ingeschreven dan moet het voorkeursrecht op grond van artikel 9.5 lid 1 Ow worden ingetrokken. Bekendmaking van het voorkeursrecht gebeurt op grond van artikel 3:41 van de Awb door toezending van de beschikking aan de eigenaren van de percelen. Uit de eigendomsinformatie van het Kadaster blijkt dat het voorlopig voorkeursrecht is ingeschreven op 18 oktober 2024. De gemeente heeft het voorlopig voorkeursrechtbesluit van 15 oktober 2024 echter pas op 21 oktober 2024 toegezonden aan de eigenaren en daarmee ook op 21 oktober 2024 bekendgemaakt. De gemeente heeft dus eerst het voorkeursrecht ingeschreven en daarna pas bekend gemaakt. Dat is in strijd met artikel 16.82a van de Omgevingswet.

Bezwaarmaker verneemt graag het oordeel van de bezwarencommissie over de door de gemeente gevolgde procedure.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15793043/1