214865-01 Raadsvoorstel Referendum Wijkevoort
Tekst van het document
raad 2021_1102 definitief
1
Raadsvoorstel Advies Commissie voor de bezwaarschriften inzake de Awb bezwaarschriften, gericht tegen het raadsbesluit van 26 oktober 2020, inhoudende geen referendum te houden. Aanleiding Op 21 september 2020 heeft de raad een besluit genomen over de Beleidsnota Toekomstbestendige werklocaties 2020-2025 (verder te noemen de Beleidsnota). Op 25 september 2020 hebben de heren en aan de gemeente Tilburg gevraagd of de gemeente wil starten met de procedure voor een raadgevend referendum. Het juridisch kader voor een raadgevend referendum is de Referendumverordening Tilburg 2017 (verder te noemen de Referendumverordening). De raad heeft op 26 oktober 2020 het volgende besluit genomen: 1. vast te stellen dat aan de formele eisen voor het indienen van een inleidend verzoek is voldaan; 2. geen referendum te houden, omdat de weigeringsgronden in artikel 3 onder f. en i. van de Referendumverordening in acht moeten worden genomen. Tegen dit besluit van de raad van 26 oktober 2020 (verder te noemen het bestreden besluit) zijn 27 bezwaarschriften ingediend, waarop de raad een beslissing op bezwaar dient te nemen. Daartoe dienen wij thans dit raadsvoorstel in. Het wettelijk kader is aansluitend aan het raadsvoorstel ingevoegd.
Voorstel Wij stellen voor de bezwaren van de navolgende 3 bezwaarmakers niet-ontvankelijk te verklaren: • mevrouw , wonende aan het te Tilburg; • de heer wonende aan de te Tilburg; • de heer , wonende aan de te Tilburg. Voorts stellen wij voor de bezwaren van de overige 24 bezwaarmakers ongegrond te verklaren. Dat betekent dat, na heroverweging het raadsbesluit van 26 oktober 2020 in stand wordt gelaten, onder aanvulling van de in dit besluit gegeven motivering. Overzicht bezwaarmakers Wij hebben de bezwaarschriften van de volgende personen, verder bezwaarmakers te noemen, op de volgende data ontvangen: - de heer wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 4 december 2020; - de , vertegenwoordigd door de heer , wonende aan de , bezwaarschrift ontvangen op 28 november 2020; - de heer en mevrouw , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 30 november 2020; - mevrouw , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 30 november 2020; - de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 30 november 2020; - mevrouw , wonende aan het te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 29 november 2020;
raad 2021_1102 definitief
-
2
de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 29 november 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 27 november 2020; mevrouw H.W.J.M. de , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 27 november 2020; de heer en mevrouw , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 28 november 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 29 november 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 29 november 2020; mevrouw , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 29 november 2020; mevrouw , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 29 november 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 30 november 2020; de heer wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 30 november 2020; de heer , wonende aan te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 30 november 2020; mevrouw , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 29 november 2020; mevrouw en de heer, mevrouw , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 30 november 2020; de heer , wonende aan de 2 te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 5 december 2020; de , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 6 december 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 6 december 2020; de heer en de heer, mevrouw , wonende
aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 2 december 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 2 december 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 6 december 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 7 december 2020; de heer , wonende aan de te Tilburg, bezwaarschrift ontvangen op 7 december 2020.
Alle bezwaren zijn tijdig ingediend. Hoorzitting Aan bezwaarmakers is in de schriftelijke ontvangstbevestiging van hun bezwaarschriften vermeld dat ze hun bezwaren mondeling kunnen toelichten tijdens een hoorzitting. Verzocht is om schriftelijk of per email te laten weten of men dat wilde, tenzij men dit al had aangegeven in het bezwaarschrift. In iedere ontvangstbevestiging is een reactietermijn opgenomen. Daarbij is gesteld dat, als wij vóór de reactiedatum van bezwaarmaker geen reactie hebben ontvangen, wij ervan uit gaan dat bezwaarmaker geen prijs stelt op een hoorzitting.
raad 2021_1102 definitief
3
Voorts is in de ontvangstbevestiging vermeld dat bezwaarmaker er rekening mee moe t houden dat een bezwaar niet altijd tot een hoorzitting leidt en dat we als gemeente Tilburg we de richtlijnen volgen vanuit het RIVM met betrekking tot de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Hierdoor kunnen hoorzittingen in een andere vorm plaatsvinden, zo is vermeld in de ontvangstbevestiging. Van de 27 bezwaarmakers hebben er 2 aangegeven geen behoefte te hebben aan een hoorzitting, 14 hebben aangegeven wel een hoorzitting te willen en de overige hebben niet gereageerd. De 14 bezwaarmakers die aan hebben gegeven gebruik te willen maken van de mogelijkheid te worden gehoord, hebben we - omdat vanwege de COVID-19 pandemie niet fysiek kan worden gehoord - verdeeld over 3 digitale hoorzittingen op 27 januari 2021 uitgenodigd om te worden gehoord. Aan hoorzittingen namen deel: - de - de heer ; - mevrouw ; - de heer ; - mevrouw ; - de heer ; - mevrouw ; - de heer - mevrouw ; - de heer ; - de heer - de heer ; - De heer .
, vertegenwoordigd door de heer
Hoewel daartoe uitgenodigd heeft de heer
;
niet deelgenomen aan de hoorzittingen.
Tijdens de hoorzittingen namen voorts deel: - mevrouw van de Afdeling Griffie; - de heer van de Afdeling Strategie en Control; - de heer mr. van de afdeling Juridische Zaken. De bezwaren Kort en zakelijk weergegeven worden de volgende punten naar voren gebracht. A. B.
C.
D. E.
Met betrekking tot de behandeling van de bezwaren wordt gesteld dat de Commissie voor de bezwaarschriften niet juist is samengesteld en dat deze niet onafhankelijk is. Het raadsbesluit van 5 februari 2018 (vaststelling Masterplan Wijkevoort) is niet reglementair genomen, omdat de raad zich niet heeft gehouden aan zijn eigen spelregels (Richtlijn omgevingsdialoog ruimtelijke plannen) en de door de wet (Gemeentewet) opgelegde spelregels. Het raadsbesluit van 5 februari 2018 biedt geen grondslag voor weigering van het onderhavige referendumverzoek. Het raadsbesluit over de nota Toekomstbestendige Werklocatie van 21 september 2020 was wel degelijk hét moment om een referendum aan te vragen. Het verzoek tot het houden van een referendum was tegen het juiste raadsbesluit gericht en kon niet tegen een ander raadsbesluit worden gericht. Zowel het college als de raad had bij de besluitvorming over het referendumverzoek kunnen kiezen om in de geest van de referendumregels te handelen in plaats van deze regels strikt toe te passen. Er is weliswaar een weigeringsgrond aanwezig, maar de raad heeft
raad 2021_1102 definitief
4
beoordelingsruimte waardoor er ruimte was om het referendum wél toe te staan, ook indien er sprake is van eerdere besluitvorming. F. Gelet op voornoemde bezwaren heeft de raad de morele plicht om een adviserend referendum nu alsnog toe te staan, vooral ook omdat veel burgers van Tilburg daarom vragen. G. De gemeenteraad heeft het vertrouwensbeginsel geschonden door geen of onjuiste informatie te geven en onjuiste verwachtingen te wekken in het proces betreffende de ontwikkeling van de plannen voor Wijkevoort. H. Het is in strijd met het gelijkheidsbeginsel dat thans het referendumverzoek wordt afgewezen, terwijl een referendumverzoek over een ander onderwerp in 2015 (dat ook niet voldeed aan de voorschriften) destijds wel werd gehonoreerd. I. Realisering van Bedrijventerrein Wijkevoort gaat leiden tot aantasting van de leefbaarheid voor de omwonenden en zal leiden tot aantasting van de biodiversiteit van het gebied. Ontvankelijkheid Alvorens overgegaan wordt tot de inhoudelijke beoordeling van de bezwaren, wordt eerst nagegaan of sprake is van ontvankelijkheid van de bezwaren. In dit verband wordt eerst beoordeeld of bezwaarmaker als belanghebbende is aan te merken. In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (verder te noemen de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. In artikel 4, tweede lid, van de Referendumverordening is bepaald dat het inleidend verzoek moet worden gedaan door 1300 kiesgerechtigden van de gemeente Tilburg. Vierentwintig van de zevenentwintig bezwaarmakers hebben dit inleidend verzoek gedaan. De volgende drie hebben dit niet gedaan, hetgeen impliceert dat zij niet ontvankelijk zijn in hun bezwaren: o mevrouw , wonende aan het te Tilburg; o de heer , wonende aan de te Tilburg; o de heer , wonende aan de te Tilburg; We stellen dus vast dat de overige 24 bezwaarmakers wel als belanghebbende zijn aan te merken. Zij zijn daarom ontvankelijk in hun bezwaren. Beoordeling/heroverweging Inleidende overwegingen Voordat de bezwaargronden (hierboven omschreven onder A tot en met I) worden beoordeeld, volgen eerst enkele algemene overwegingen. Op grond van de Referendumverordening Tilburg 2017 kunnen kiesgerechtigden een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een besluit van de raad. Dit inleidend verzoek moet worden gedaan door 1.300 kiesgerechtigden van de gemeente Tilburg.
Gebleken is dat ruimschoots aan dit vereiste is voldaan bij het inleidend verzoek dat betrekking heeft op het raadsbesluit van 21 september 2020 betreffende de “Beleidsnota Toekomstbestendige werklocaties 2020-2025”. In artikel 3 van de Referendumverordening zijn de weigeringsgronden opgenomen. Het verzoek tot het houden van een referendum kan onder meer worden geweigerd indien:
raad 2021_1102 definitief
-
-
5
sprake is van een besluit dat naar het oordeel van de raad zijn grondslag vindt in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden (artikel 3 onder f); de raad van mening is dat andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden. Dit besluit tot afwijzing van een verzoek tot het houden van een referendum moet altijd goed gemotiveerd worden (artikel 3 onder i).
In het raadsbesluit van 26 oktober 2020 is vastgesteld dat aan de formele eisen voor het indienen van een inleidend verzoek is voldaan en is besloten geen referendum te houden, omdat de weigeringsgronden in artikel 3 onder f. en i. van de Referendumverordening in acht moeten worden genomen. Ter zake van de weigeringsgrond in artikel 3 onder f is verwezen naar de volgende raadsbesluiten: - 21 september 2015: Vaststelling Omgevingsvisie 2040; - 17 oktober 2016: Voorbereidingskrediet voor het opstellen van een integraal Masterplan Modern Werklandschap Wijkevoort; - 5 februari 2018: Vaststelling definitief Masterplan Wijkevoort en openen van de grondexploitatie. In het raadsbesluit van 5 februari 2018 is het Masterplan Wijkevoort vastgesteld en de grondexploitatie voor Wijkevoort geopend. Dit Masterplan is de leidraad voor de ontwikkeling van het Werklandschap Wijkevoort en vormt de basis voor het op te stellen bestemmingsplan. In de periode juni tot en met september 2020 is de omgevingsdialoog als eerste stap van de bestemmingsplanprocedure gevoerd. In het raadsbesluit van 21 september 2020 heeft de raad met name besloten prioriteit toe te kennen aan de ontwikkeling van Wijkevoort tot industrieel en logistiek Werklandschap.
Voorts bevat dit raadsbesluit van 21 september 2020 drie punten die nadere uitwerkingen zijn ten opzichte van het Masterplan Wijkevoort en die deels voortkomen uit de gevoerde omgevingsdialoog, in de periode van juni tot en met september 2020. Het betreft: - het stopzetten van de ontwikkeling Zwaluwenbunders en het volledig inzetten op en prioriteit geven aan Wijkevoort; - het verkleinen van het gebied Wijkevoort, waarbij de ontwikkeling van bepaalde gebiedsdelen is geschrapt en waarbij de begrenzing aan de noordkant van het gebied is verduidelijkt; - het vrijmaken van financiën voor meer groen en voor Stadsbos 013. In het kader van de heroverweging staat ter beoordeling of de weigering van de raad om geen referendum te houden, in stand kan blijven. Thans komen we toe aan de beoordeling van de bovengenoemd onder A tot en met I omschreven bezwaren. Bezwaar A Bezwaarmakers wijzen er met name op dat het afdelingshoofd Juridische Zaken betrokken was bij het thans bestreden besluit en dat juist hij degene is die twee leden van de Commissie voor de bezwaarschriften (namelijk de voorzitter en de secretaris) heeft aangewezen. Voorts is erop gewezen dat een Commissie voor de bezwaarschriften, uitsluitend bestaande uit juristen, niet wenselijk is.
Op 1 oktober 2018 heeft de raad de “Procesregeling voor de behandeling van bezwaarschriften tegen raadsbesluiten” (verder te noemen de Procesregeling) vastgesteld. In artikel 8 van de
raad 2021_1102 definitief
6
Procesregeling is bepaald dat de commissie bestaat uit twee door het afdelingshoofd Juridis che Zaken aan te wijzen ambtenaren, tevens voorzitter en secretaris, en een extern lid, die als zodanig door de burgemeester en het college is benoemd. Aan dit vereiste is voldaan. Verder stellen we vast dat het horen is geschied door meer dan een persoon van wie de meerderheid, onder wie degene die het horen leidt, niet bij de voorbereiding van het besluit betrokken is geweest. Hiermee is voldaan aan het vereiste van artikel 7:5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. Óf en in hoeverre het afdelingshoofd Juridische Zaken betrokken is geweest bij de totstandkoming van het bestreden besluit is niet van belang, nu vastgesteld kan worden dat zowel aan de vereisten uit de Procesregeling als uit de Awb is voldaan. De samenstelling van de Commissie voor de bezwaarschriften voldoet dus aan de daartoe gestelde vereisten. Bezwaar B De “Richtlijn omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (verder te noemen de Richtlijn) is een samenvatting en uitwerking van de Handreiking Burgerparticipatie, zoals is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 maart 2009. De richtlijn ziet, zoals de naam aangeeft, op de vaststelling van ruimtelijke plannen. Het Masterplan Wijkevoort behoort niet tot de ruimtelijke plannen waarvoor de richtlijn is opgesteld.
Voorts is niet gemotiveerd gesteld waarom de totstandkoming van het Masterplan Wijkevoort in strijd zou zijn met de Gemeentewet. In dat kader is evenmin gemotiveerd gesteld dat vereiste publicaties niet hebben plaatsgevonden. Nu het Masterplan Wijkevoort geen ruimtelijk plan is, gelden daarvoor ook niet de publicatievereisten die op grond van de Wet ruimtelijke ordening gelden voor ruimtelijke plannen. Ter zake van de betrokkenheid van omwonenden bij de totstandkoming van het Masterplan Wijkevoort wijzen we nog op de beantwoording van de raadsvragen van Lokaal Tilburg van 18 oktober 2020. Deze luidt als volgt: “Op 23 november 2017 is een informatieavond gehouden over het concept Masterplan Wijkevoort. Er waren in totaal tussen de 50-60 bewoners uit het gebied en andere belangstellenden aanwezig. De bewonersbrief en de presentatie met betrekking tot de informatieavond zijn bijgevoegd als bijlage. De bewonersbrief is naar 104 bewoonde adressen gestuurd in het Buitengebied Zuidwest, naar perceeleigenaren in het gebied en naar bewoners van de Vlagtweddestraat en Vlodropstraat in de wijk Koolhoven. Daarnaast zijn belangenorganisaties zoals de wijkraad Reeshof voor de informatieavond uitgenodigd. Er zijn op het conceptmasterplan diverse reacties binnen gekomen. Naar aanleiding daarvan zijn gesprekken georganiseerd met omwonenden en organisaties.
Het omgevingsproces rondom het conceptmasterplan is samengevat in een notitie en is destijds gedeeld tijdens de raadsbehandeling van het Masterplan (…). Er is verder geen sprake geweest van een stadsbrede inwonerparticipatie door middel van een burgerpanel. (….) Het conceptmasterplan is overigens niet het eerste moment waarop participatie heeft plaatsgevonden over Wijkevoort. Eerder al is er op 18 april 2017 een inloopavond georganiseerd over de notitie reikwijdte detailhandelniveau en de ter inzagelegging hiervan. Hiervoor is hetzelfde verspreidingsgebied gehanteerd als voor het conceptmasterplan. Op deze inloopavond waren 50-60 personen aanwezig en zijn er 38 zienswijzen ingediend.“ We stellen vast dat sprake is van een relatief klein aantal direct omwonenden, maar dat deze wel allemaal zijn uitgenodigd. Voorts is een aantal belangenorganisaties, zoals de Wijkraad Reeshof, uitgenodigd. Bezwaarmakers stellen dat het gaat om een grote ontwikkeling en dat daarom veel ruchtbaarheid aan het Masterplan gegeven had moeten worden. Echter niet de grootte van de ontwikkeling bepaalt wie uitgenodigd moeten worden voor een dialoog met de omgeving, maar de
raad 2021_1102 definitief
7
vraag of men in voldoende mate belanghebbende is. Het antwoord op deze vraag wordt met name bepaald door de afstand tot en het zicht op het betreffende gebied, in relatie tot de ruimtelijke uitstraling van de beoogde ontwikkeling. Niet gebleken is dat de totstandkoming van dit raadsbesluit gebreken vertoont met betrekking tot de betrokkenheid van direct belanghebbenden. Bezwaren C en D We stellen vast dat over het raadsbesluit van 5 februari 2018 aangaande het Masterplan Wijkevoort een referendum kon worden gehouden. Dit Masterplan Wijkevoort is de leidraad voor de ontwikkeling van het Werklandschap Wijkevoort en vormt de basis voor het op te stellen bestemmingsplan. Met het vaststellen van het Masterplan Wijkevoort is besloten over de omvang van de locatie en de financiële dekking in de vorm van het beschikbaar stellen van een krediet. Met het Masterplan Wijkevoort is de grondexploitatie voor Wijkevoort geopend. Het raadsbesluit van 21 september 2020 betreffende de “Beleidsnota Toekomstbestendige werklocaties 2020-2025” wijkt niet wezenlijk af van het raadsbesluit van 5 februari 2018 en verlaat de uitgangspunten van het raadsbesluit van 5 februari 2018 niet. In hoofdzaak wordt in het raadsbesluit van 21 september 2020 prioriteit geven aan Wijkevoort en worden enkele punten overgenomen uit de gevoerde omgevingsdialoog, in de periode van juni tot en met september 2020.
Wij zijn daarom van oordeel dat de raad kon oordelen dat het raadsbesluit van 21 september 2020 zijn grondslag vindt in het raadsbesluit tot vaststelling van het Masterplan Wijkevoort en dat zich daarom de weigeringsgrond van artikel 3 onder f van de Referendumverordening voordoet. Omdat de weigeringsgrond uit artikel 3 onder i van de Referendumverordening is aan te merken als een restcategorie, waar aan getoetst moet worden als geen van de weigeringsgronden als genoemd in artikel 3, onder a. tot en met h. van de Referendumverordening zich voor doet, komen we daar niet meer aan toe. Immers, zoals hierboven is uiteengezet, is de weigeringsgrond ex artikel 3, onder f, van de Referendumverordening hier al aan de orde. Bezwaren E en F Bezwaarmakers doen hier een beroep op het evenredigheidsbeginsel, waarin is be paald dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Dit beroep op het evenredigheidsbeginsel kan hier niet op gaan. Het toetsingskader van het v erzoek om een referendum is een algemeen verbindend voorschrift. Het evenredigheidsbeginsel kan geen algemeen verbindend voorschrift opzij zetten.
Wij begrijpen dat het besluit om geen referendum te houden hard is aangekomen bij bezwaarmakers, nu weliswaar wordt voldaan aan de formele eisen voor het indienen van een inleidend verzoek, maar zich een formele weigeringsgrond voordoet. In dat verband wijzen wij erop dat het niet houden van een referendum over Wijkevoort niet wil zeggen dat de inwoners van Tilburg geen mogelijkheid hebben om hun zienswijze te geven over de ontwikkeling van Wijkevoort. Immers, voordat door de gemeenteraad een bestemmingsplan kan worden vastgesteld waarmee deze ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient het college een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen, waarover een ieder een zienswijze kan indienen. Een zienswijze kan ook worden ingediend door rechtspersonen die algemene of collectieve belangen behartigen. De gemeenteraad dient de zienswijzen die zijn ingediend, te betrekken bij zijn besluit om het bestemmingsplan al dan niet vast te stellen. Tegen het besluit van de gemeenteraad staat voor belanghebbenden beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor degenen die een zienswijze hebben ingediend en voor degenen die redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend.
raad 2021_1102 definitief
8
Bezwaar G Bezwaarmakers stellen dat de gemeenteraad het vertrouwensbeginsel heeft geschonden door geen of onjuiste informatie te geven en onjuiste verwachtingen te wekken in het proces betreffende de ontwikkeling van de plannen voor Wijkevoort. Op grond van hetgeen we hierboven reeds hebben overwogen, hebben bezwaarmakers onvoldoende aangevoerd, waarom deze stelling er toe zou moeten leiden dat de weigeringsgrond met betrekking tot het referendumverzoek niet gevolgd zou moeten worden. Uit de stelling van bezwaarmakers is namelijk niet gebleken dat bij hen het gerechtvaardigd vertrouwen zou zijn gewekt dat een referendum zou worden gehouden aangaande het raadsbesluit van 21 september 2020. Bezwaar H Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt vanwege de navolgende overwegingen niet. We stellen vast dat in 2015 een inleidend verzoek is ingediend voor een raadgevend referendum met betrekking tot een raadsbesluit over de gebied ontwikkeling van het Stadhuisplein. Destijds is een deel van de voorafgaande besluiten beoordeeld als besluiten ter voorbereiding op een definitief besluit met het beschikbaar stellen van krediet. Een verzoek tot een referendum over die besluiten zou te vroeg zijn. Voor een ander deel van de voorafgaande besluiten is geoordeeld dat deze een defin itief karakter hadden. Die besluiten zijn toen ook benoemd als uitzondering.
Het betrof de raadsbesluiten over de renovatie van Stadskantoor 1 en de plannen met de huidige Primark locatie. Indien het referendum in 2015 doorgang had gevonden, dan had het niet kunnen gaan over deze raadsbesluiten. Ten aanzien van Wijkevoort wijkt de fase van besluitvorming af van de besluitvorming met betrekking tot voornoemde kwestie uit 2015. De voorafgaande besluitvorming met betrekking tot Wijkevoort heeft geen voorlopig karakter. Dit geldt met name voor wat betreft het Masterplan Wijkevoort, omdat daarin besloten is over de omvang van de locatie en de financiële dekking in de vorm van het beschikbaar stellen van een krediet. Net als in 2015 ten aanzien van de twee raadsbesluiten, die als uitzondering golden, moet dit ten aanzien van het onderhavige referendumverzoek ook tot een uitzondering leiden en dient het referendumverzoek afgewezen te worden. In het kader van het gelijkheidsbeginsel werd ook nog verwezen naar een recent raadsbesluit ten aanzien van het verkeer in de binnenstad, waar de raad volgens bezwaarmakers kennelijk heeft besloten om de Referendumverordening te allen tijde van toepassing te verklaren. Gebleken is dat het hier gaat om een op 1 februari 2021 genomen raadsbesluit, dat overigens niet direct ziet op verkeer in de binnenstad.
In dit raadsbesluit is met name op een basis van een netwerkanalyse een aantal richtlijnen vastgesteld voor de verdere concretisering. Daarbij heeft de raad het volgende besloten: “Naar het oordeel van de raad dit besluit niet gekenmerkt kan worden als een besluit waar een referendum over gehouden kan worden en dientengevolge valt dit besluit bij toekomstige referendumverzoeken niet onder de weigerings-/uitzonderingsgronden van artikel 3 Referendumverordening 2017.“ Het voorgaande leidt niet tot de conclusie dat het raadsbesluit van 5 februari 2018 aangaande het Masterplan Wijkevoort niet gekenmerkt kan worden als een besluit waar een referendum over gehouden kan worden en dat dientengevolge dit raadsbesluit van 5 februari 2018 bij toekomstige referendumverzoeken niet onder de weigerings-/uitzonderingsgronden van artikel 3 Referendumverordening 2017 valt. Ook op dit punt slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel dus niet.
raad 2021_1102 definitief
9
Bezwaar I Het betreft hier een aantal bezwaren dat direct gericht is tegen de beoogde transformatie van het onderhavige gebied tot bedrijventerrein. Hoewel dit van cruciaal belang is voor het grootste deel van de bezwaarmakers, zien deze bezwaren niet direct op het raadsbesluit op het referendumverzoek. In het kader van de beoordeling van de bezwaren tegen dat raadsbesluit, zal een beoordeling van de bezwaren op dit onderdeel dan ook niet plaatsvinden. De grieven tegen een beoogde transformatie van het onderhavige gebied tot bedrijventerrein dienen wel voluit aan bod te komen in een eventueel daartoe nog te volgen bestemmingsplanprocedure. Slotoverweging Wij stellen vast dat bezwaarmakers de transformatie van het onderhavige gebied tot bedrijfsterrein willen voorkomen. Dat kan naar ons oordeel niet worden bereikt met een referendum, gericht tegen het raadsbesluit van 21 september 2020, omdat dit in hoofdzaak ziet op het geven van prioriteit aan Wijkevoort. Hieruit blijkt eens te meer dat het raadsbesluit van 21 september 2020 een vervolg is op het raadsbesluit van 5 februari 2018 en dat het in laatstgenoemd raadsbesluit zijn grondslag vindt. Conclusie Wij zijn in heroverweging derhalve van mening dat na heroverweging het raadsbesluit van 26 oktober 2020 in stand kan worden gelaten, onder aanvulling van de in dit besluit gegeven motivering.
Wij stellen voor de bezwaren van de navolgende 3 bezwaarmakers niet-ontvankelijk te verklaren: • mevrouw , wonende aan het te Tilburg; • de heer , wonende aan de te Tilburg; • de heer , wonende aan de te Tilburg. Voorts stellen wij voor de bezwaren van de overige 24 bezwaarmakers ongegrond te verklaren. Vervolg Tegen het raadsbesluit waarbij een beslissing op bezwaar wordt genomen kunnen belanghebbenden in beroep gaan bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Dit moet gebeuren binnen zes weken na verzending van dit besluit. Het instellen van beroep schorst de werking van de beslissing op bezwaar niet. Indien een belanghebbende een voorlopige voorziening wilt bewerkstelligen, kan daartoe bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek worden ingediend. Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het beroepschrift is ingediend. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien onverwijlde spoed dat, gelet op de betrokken belangen, vereist.
Tilburg, 12 februari 2021 De Commissie voor de bezwaarschriften,
De voorzitter, mr.
de secretaris, mr.
Bijlage: verslagen van de 3 hoorzittingen van 27 januari 2021.
raad 2021_1102 definitief
10
Wettelijk kader Referendumverordening Tilburg 2017 Artikel 1. Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. Referendum: een volksstemming waarbij kiesgerechtigden zich uitspreken over een genomen raadsbesluit. b. Besluit: een op schrift gestelde beslissing van de raad. Artikel 2. Toepasselijkheid 1. Deze verordening is vastgesteld ter uitwerking van de autonome bevoegdheid van de raad van de gemeente Tilburg om referenda mogelijk te maken over gemeentelijke aangelegenheden. 2. Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente Tilburg of een gedeelte daarvan. Artikel 3. Uitzonderingen a. besluit over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen en rechtspositionele regelingen aangaande de griffier of griffiemedewerkers. b. besluit over de vaststelling van de gemeentelijke belastingen, de gemeentelijke begroting en de gemeenterekening; c. besluit over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; d. besluit in het kader van deze verordening; e. besluit om toe te treden tot, tot wijziging van, of om uit te treden uit een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. besluit dat naar het oordeel van de raad zijn grondslag vindt in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; g.
besluit ter uitvoering van een besluit van het rijk of de provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft; h. besluit waarbij het belang van het referendum naar het oordeel van de raad niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving i. indien de raad van mening is dat andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden. Dit besluit tot afwijzing van een verzoek tot het houden van een referendum moet altijd goed gemotiveerd worden. Artikel 4. Inleidend verzoek 1. Kiesgerechtigden kunnen een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een besluit van de raad. 2. Het inleidend verzoek moet worden gedaan door 1300 kiesgerechtigden van de gemeente Tilburg. 3. Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van het verzoek op grond van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Tilburg. 4. In het verzoek wordt aangegeven om welk raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 5.
De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op een daartoe van gemeentewege verstrekt formulier dat ter ondertekening op het gemeentehuis en/of andere door het college aan te wijzen plaatsen ligt. Bij het plaatsen van een handtekening dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. Daarnaast stelt het college de mogelijkheid open om met gebruikmaking van DigiD online de ondersteuningsverklaring te ondertekenen.
raad 2021_1102 definitief
11
6. Het verzoek moet binnen drie weken nadat het desbetreffende raadsbesluit is bekend gemaakt bij het college worden ingediend. De bekendmaking vindt plaats door middel van publicatie van de besluitenlijst van de raad op de internetsite van de gemeente Tilburg. 7. Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van een referendum. 8. Uiterlijk een dag voor de eerstvolgende raadsvergadering na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn maakt het college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek. 9. De raad beslist in de in het vorige lid genoemde raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek is voldaan en of over het besluit, met inachtneming van de weigeringsgronden uit de artikelen 3, een referendum kan worde n gehouden. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering. Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 1:2, eerste lid, Awb Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Artikel 3:4, tweede lid, Awb De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Artikel 7:5, eerste lid, Awb Tenzij het horen geschiedt door of mede door het bestuursorgaan zelf dan wel de voorzitter of een lid ervan, geschiedt het horen door: a. een persoon die niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest, of b. meer dan een persoon van wie de meerderheid, onder wie degene die het horen leidt, niet bij de voorbereiding van het besluit betrokken is geweest.
raad 2021_1102 definitief
12
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg: beschikkende op de 27 bezwaarschriften, gericht tegen het raadsbesluit van 26 oktober 2020, inhoudende geen referendum te houden; gezien het voorstel van de Commissie voor de bezwaarschriften; gelet op de Referendumverordening Tilburg 2017; gelet op de Algemene wet bestuursrecht; gelet op artikel 7, lid 3, van de Procesregeling behandeling bezwaarschriften tegen raadsbesluiten 2018; Besluit -
-
de bezwaren van de navolgende 3 bezwaarmakers - gericht tegen het raadsbesluit van 26 oktober 2020, inhoudende geen referendum te houden, omdat de weigeringsgronden in artikel 3, onder f. en i. van de Referendumverordening in acht moeten worden genomen niet-ontvankelijk te verklaren: o mevrouw , wonende aan het te Tilburg; o de heer , wonende aan de te Tilburg; o de heer , wonende aan te Tilburg; de bezwaren van de overige 24 bezwaarmakers ongegrond te verklaren. Dat betekent dat wij, na heroverweging ons besluit van 26 oktober 2020 in stand laten, onder aanvulling van de in het raadsvoorstel gegeven motivering.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 maart 2021.
de griffier,
plaatsvervangend voorzitter,