18 Informatieve vragen GroenLinks - Buitengebied Zuidwest
Tekst van het document
Informatieve vragen over een agendapunt Debat- of raadsvergadering Informatieve vragen die betrekking hebben op agendapunten worden altijd gepubliceerd bij de vergaderstukken. Dit geldt ook voor de antwoorden. Fractie
GroenLinks Tilburg
Naam Raadslid/burgerraadslid
Arne Kramer
Telefoonnummer
Bekend
Datum
14-06-2023
Onderwerp
Buitengebied Zuidwest
Datum debat- of raadsvergadering
19-06-2023
Omschrijf hier duidelijk op welke vraag/vragen u een antwoord wilt ontvangen
1. In hoeverre past dit initiatief met een nieuw tuincentrum binnen de kaders van het gemeentelijke detailhandelsbeleid, in ogenschouw nemend de hoeveelheid tuincentra die er al zijn in en om Tilburg? Voorgesteld wordt om voor kamer 1 (voedsel) ruimte te bieden aan maximaal 3500m2 BVO bebouwd. Daarvan is waarvan 1390m2 BVO bestemd voor de functies landwinkel/fietsenverhuur, wooneenheden. 2. Hoeveel van deze voorziene 1390m2 BVO betreft bestaande (woon)bebouwing? Voorgesteld wordt om in een nader te bepalen verdeling over de verschillende kamers ruimte te bieden aan toeristische voorzieningen waaronder maximaal 25 eco-cabins. Deze moeten zorgvuldig landschappelijk worden ingepast, aansluitend op het erf concept. 3. In hoeverre (en zo ja op welke wijze) is toerisme met meerdaags verblijf passend binnen de visie op Stadsbos013? 4. In het principeverzoek Proeflab, als bijlage toegevoegd, staan op de tekening op p. 10 tipi’s ingetekend. Wordt hiermee hetzelfde bedoeld als elders met de eco-cabins?
5. Wat wordt de beoogde oppervlakte van de individuele eco-cabins en/of tipi’s? 6. Hoeveel oppervlakte gaan de eco-cabins en/of tipi’s in totaal innemen binnen de kamers 3-4-5 en is er al een (eerste) beoogde verdeling in aantallen m2 over deze kamers? 7. Wat zijn de inhoudelijke kaders die worden opgelegd aan de eco-cabins? In onderdeel 1.6 van het voorstel staat dat het toevoegen van ca. 500m2 BVO horeca in kamer 1 (voedsel) al is vastgelegd in de afspraken van 2016. 8. Welke afspraken worden hiermee bedoeld en kan de informatie worden gedeeld waarin deze afspraken zijn vastgelegd? We lezen in onderdeel 1.9 van het raadsvoorstel dat het ProefLab al van start kan gaan. Dit terwijl de initiatiefnemer eerder suggereerde dat de realisatie van een tuincentrum randvoorwaardelijk is om de ontwikkelingen financieel rond te krijgen. 9. Hoe verhouden deze twee uitspraken zich tot elkaar? Eén van de voorstellen is om in het vervolgtraject een gebiedsproces te starten. 10. Hoe gaat het gebiedsproces er concreet uitzien? In de kostenparagraaf wordt gerefereerd aan het Investeringsfonds Klein Tilburg. 11. In hoeverre (en zo ja op welke wijze) wordt in de voorgelegde plannen voor de Groene Kamer beroep gedaan op het Investeringsfonds Klein Tilburg? Portefeuillehouder(s) In te vullen door de organisatie
Beantwoording In te vullen door de organisatie
Grashoff
1. Dit initiatief van een nieuw tuincentrum is passend binnen de beleidsnota detailhandelsvisie 2020. Eerder is in de visie opgenomen dat het gaat om een verplaatsing van de bestaande Intratuin als voorwaarde. Verplaatsing is niet meer aan de orde. Zie ook argument 1.5 in het raadsvoorstel. Nu het in het nieuwe voorstel gaat om een aanzienlijk kleiner vloeroppervlak, is een combinatie van de bestaande m2 BVO aan tuincentra in de stad, met daar bij opgeteld dit (afgeschaalde) tuincentrum passend.
2. 550 m2 BVO. 3. De gemeente wil van het Stadsbos013 een aantrekkelijk, herkenbaar en beleefbaar natuur en recreatiegebied maken met een stadsregionale betekenis. Een gebied met een eigen herkenbare identiteit, toegankelijk voor een grote diversiteit aan doelgroepen en uitnodigend vanwege de natuurwaarden en landschappelijke kwaliteiten. Er moet veel te doen en te beleven zijn en de functies in het Stadsbos013 zijn aantrekkelijk en vernieuwend. Het stadsbos moet op flexibele wijze nieuwe functies en initiatieven kunnen adopteren zonder de biodiversiteit, de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het gebied te schaden.. Op basis van deze visie achten wij een zeer beperkt aantal vakantieverblijven, onder nader te stellen inpassingsvoorwaarden, passend. 4. Nee, dat zijn twee verschillende verblijfsobjecten. 5. Dit betreft nadere uitwerking tijdens de ruimtelijke procedure. Wel is in de randvoorwaarden vastgelegd dat het totale oppervlak van de eco-cabins onderdeel uitmaakt van de maximale bebouwing van 17.000 m2 BVO voor de gehele Groene Kamer ontwikkeling. 6. Zie 5. 7. Zie 5. 8. In het collegebesluit van 2016 staat het volgende opgenomen “De toevoeging van zelfstandige horeca van 500 m2 is beperkt en veeleer te beschouwen als (winkel)concept ondersteunende horeca in plaats van een zelfstandige trekker”. 9.
Initiatiefnemers geven aan dat een vorm van zekerheid over de gehele Groene Kamer ontwikkeling nodig is om met vertrouwen te kunnen starten met het proeflab. Door middel van het vastleggen op niveau van een raadsbesluit van de nieuwe kaders en randvoorwaarden voldoen we aan deze wens. Hoe in de tussentijd in de financiering voor het proeflab wordt voorzien, is aan de initiatiefnemers. Wij hebben daarin geen inzicht. 10. De ruimtelijke procedure, waar het gebiedsproces een belangrijk onderdeel van gaat zijn, moet nog nader worden uitgewerkt. 11. Voor de plannen Groene Kamer zélf wordt geen beroep gedaan op deze middelen. Voor het geheel van de ontwikkelingen in Buitengebied ZuidWest, inclusief infrastructuuraanpassingen. Groenaanleg, realisatie EVZ etc. zal zeker een beroep gedaan moeten worden op het investeringsfonds. De hoogte daarvan kan nu
nog niet worden bepaald, deze is afhankelijk van de verdere uitwerking van het gebiedsproces.