15 Verkorte versie IBOR 2022
Tekst van het document
Verkorte versie Juli 2022
2
1
INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
2
WAT HOUDT INTEGRAAL BEHEERPLAN OPENBARE RUIMTE (IBOR) IN? ................................................... 4
3
UITLEG HUIDIGE AANPAK VOOR ONDERHOUD OPENBARE RUIMTE ........................................................ 5
4
KNELPUNTEN BEHEER OPENBARE RUIMTE VANUIT DE GEMEENTE .......................................................... 6
5
BELEVING INWONERS RONDOM BEHEER OPENBARE RUIMTE ................................................................. 8
6
VOORSTELLEN INZET EXTRA MIDDELEN ................................................................................................. 11
7
INWONERPARTICIPATIE ......................................................................................................................... 13
8
OVERIGE VOORSTELLEN: VERBETEREN PROCESSEN EN SPELREGELS ...................................................... 14 SAMENWERKEN ..................................................................................................................................................... 15 BEHEERSYSTEMATIEK OPENBARE RUIMTE ................................................................................................................... 15
9
WERK VOOR DE TOEKOMST: ONTWIKKELAGENDA ................................................................................ 16
3
Viaducten, bruggen, wegen, openbare verlichting, riolering, openbaar groen, speeltoestellen, camera’s en weg- en straatmeubilair; het zijn allemaal voorbeelden van onderdelen in de openbare ruimte die onder het beheer vallen van de gemeente Tilburg, de zogenoemde assets. Ook het schoonhouden van de openbare ruimte hoort daarbij. Jaarlijks gaat er circa 65 tot 72 miljoen euro om in het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte. Bepaalde budgetten staan onder druk. Dat heeft onder meer te maken met uitbreiding van assets in het gebied, aanpassingen vanwege de klimaatverandering en het verouderen van materialen. Tot nu toe werd het beheer van de openbare ruimte uitgevoerd op basis van afzonderlijke beheerplannen per onderdeel (Beheerplan Wegen, Beheerplan Groen, Beheerplan Civiele kunstwerken enzovoort). Nu hebben wij voor het eerst een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte gemaakt over alle onderdelen. Daarmee ontstaat meer samenhang en een betere afweging tussen de verschillende onderdelen. Bijvoorbeeld door binnen de financiële kaders en beperkingen, toch de kwaliteit te waarborgen door in te zetten op specifieke onderdelen. Bewonerswensen en knelpunten vormen hierin de rode draad.
4
In het IBOR staan de uitgangspunten beschreven voor het totale beheer en onderhoud van assets in de gehele ruimte voor de komende jaren. Het gaat daarbij om het kwaliteitsniveau, de financiën en een toelichting op het waarom van keuzes. Met het IBOR willen we de verschillende onderdelen niet langer los van elkaar benaderen, maar juist integrale keuzes maken over alle onderdelen in de openbare ruimte. Uitgangspunten die als rode draad gelden voor alle assets, in plaats van losse beheerplannen per asset. Zo ontstaat meer samenhang en een betere afweging tussen de verschillende onderdelen.
5
Het onderhoud van de openbare ruimte gebeurt op verschillende niveaus. Voor bijna heel de stad betekent dat op niveau C. Alleen het centrum, winkelgebieden en stedelijk groen gebeurt op niveau A. Het verschil in niveaus heeft te maken met de mate van onderhoud. Niveau A is daarin het hoogste niveau: alles dient er redelijk spic en span uit te zien. Hieronder volgen voorbeelden van een aantal regels die gelden per onderhoudsniveau. Zwerfafval: Er ligt weinig, fijn zwerfafval (< 3 stuks per m2) Grof zwerfafval grof: Er ligt weinig grof zwerfafval (3 stuks per 100 m2) Overgroei randen: De rand van de verharding of het gras is goed zichtbaar (lengte overgroei <30 cm) Onkruid in beplanting: Er is weinig onkruid (bedekking 20% per m2)
Zwerfafval: Er ligt in beperkte mate fijn zwerfafval (<10 stuks per m2) Grof zwerfafval: Er ligt in beperkte mate grof zwerfafval (10 stuks per 100 m2) Overgroei randen: De rand van de verharding of het gras is redelijk zichtbaar (lengte overgroei >45 cm)Onkruid in beplanting: Er is onkruid in beperkte mate (30% per m2)
Zwerfafval: Er ligt redelijk veel fijn zwerfafval (<25 stuks per m2) Grof zwerfafval: Er ligt redelijk veel grof zwerfafval (25 stuks per 100 m2) Overgroei randen: De rand van de verharding of het gras is nauwelijks zichtbaar (lengte overgroei <75 cm) Onkruid in beplanting: Er is redelijk veel onkruid (40% per m2)
6
Om goede keuzes te kunnen maken in beheer en onderhoud, hebben we eerst een inventarisatie gemaakt van knelpunten waar beheerders en andere, intern betrokkenen zoals omgevingsmanagers tegenaan lopen. De belangrijkste knelpunten zijn: •
Gegevensbeheer niet op orde: onvoldoende inzicht in het te beheren gebied en hiermee het moment van benodigd onderhoud en vervanging;
•
Onduidelijkheid onderhoudsplicht: werken en objecten die wel eigendom zijn van de gemeente, maar niet structureel in beheer zijn opgenomen;
•
Afwijken van de standaard: ontwerpen waarbij is afgeweken van de standaard materialen en standaard inrichting;
•
Boomwortelopdruk: voortijdige vervanging van straten wanneer boomkap geen optie is;
7
•
Toegankelijke stad: extra (onderhoud)kosten door kleine wijzigingen t.b.v. minder validen, zoals aanpassen trottoirbreedte, verlaagde trottoirbanden, aanbrengen gidslijnen en veilige oversteekplaatsen;
•
Duurzaam materiaalgebruik: mogelijk hogere kosten door toepassen van meer duurzame (circulaire) materialen, wat leidt tot minder uitstoot van CO2;
•
Eisen van derde partijen: zoals aanpassingen aan de verharding en onderliggende constructie in verband met gasdoorlatendheid (eis Enexis);
•
Bodemverontreinigingen: met name de grotere verontreinigingen werken sterk kostenverhogend;
•
Energietransitie: versnelde achteruitgang van de wegen (verhardingen) als gevolg van een toename van opbreken van wegen;
•
Areaaluitbreiding: nieuw gebied als gevolg van uitbreidingen zonder bijbehorende onderhoudsbudgetten;
•
Omvorming: Stenen worden vervangen door groen met het oog op klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving, zonder rekening te houden met eventueel bijbehorende beheerkosten;
•
Functionele aanpassingen o.b.v. (bewoners)wensen: ingrepen in de openbare ruimte (zoals speeltuinen) waarbij de maatschappelijke levensduur korter is dan de technische levensduur en zonder rekening te houden met eventueel bijbehorende beheerkosten;
•
Herplantplicht: niet kunnen voldoen aan de noodzakelijke plicht om binnen 3 jaar na het kappen nieuwe bomen te planten;
•
Innovatieve alternatieven: vernieuwende alternatieven sluiten soms beter aan bij de behoefte en het (toekomstige) gebruik van de openbare ruimte. De aanschaf- en onderhoudskosten kunnen hoger uitvallen.
8
Naast de technische kant van beheer en onderhoud, speelt ook de beleving van de inwoners als gebruikers een belangrijke rol. Om daar een goed beeld van te krijgen, zijn de meldingen via Fixi als uitgangspunt genomen. Er is een analyse gemaakt van de circa 60.000 meldingen uit 2021 m.b.t. alle onderdelen in de openbare ruimte. Zo is te zien hoe inwoners de openbare ruimte ervaren en welk onderdeel volgens hen de meeste aandacht nodig heeft. Meldingen per onderdeel Circa 86% van het totaal aantal meldingen spitst zich toe op Schoon (25%), Wegen (20%), Groen (20%) en Straatmeubilair en Speeltoestellen (16%). Het ligt voor de hand om te focussen op deze onderdelen, als het gaat om het verbeteren van de beleving van de openbare ruimte. Voor Straatmeubilair en Speeltoestellen zijn er al plannen gereed om het kwaliteitsniveau te verhogen, deze zijn daarom vooralsnog buiten beschouwing gelaten in dit IBOR. 1% 3% 3%
8%
20%
3%
16%
Trottoirs & Straten & Wegen & Fietspaden Bouwen, slopen & graafwerkzaamheden Groen EPR
20%
Schoon
1%
25%
Meldingen Wegen (verhardingen) De verhardingen dragen bij aan een positieve beleving van de openbare ruimte. De meeste meldingen gaan over de trottoirs (61%), die bestemd zijn voor de meest kwetsbare doelgroep, de voetganger. Bij de rijbanen ligt dat percentage op 33%. De overige 6% gaat over fietspaden. 6% 33% Rijbanen Trottoirs Fietspaden 61%
9
Meldingen trottoirs Het grootste gedeelte van de meldingen (70%) gaat over oneffenheden of schade en boomwortelopdruk. Deze kunnen leiden tot vervelende struikelpartijen en zijn dan ook in het kader van veiligheid een belangrijk aandachtspunt. De overige meldingen hebben veelal betrekking op overlast als gevolg van andere werkzaamheden of het resultaat van werkzaamheden (verzakkingen ondergrond). 4%
4% 2%
Wortelopdruk
5% 39% 15%
Oneffenheden, schade etc. Verkeerd geboekt Verzakking ondergrond Werkzaamheden Leico Werkzaamheden Project
31%
Meldingen Groen De meeste meldingen (72%) bij Groen gaan over het onderhoud van de beplanting (38%) en bomen (34%). Het krappe budget voor groenonderhoud heeft hier mogelijk mee te maken. Dit budget is te laag om het beleid rondom biodiversiteit en klimaatadaptatie goed in te vullen. Dit heeft zijn weerslag op andere aspecten van het groenonderhoud. Er is ook geconstateerd dat het gefaseerd vervangen van bomen bij einde levensduur financieel niet is geregeld. 8%
1%1%0%7%
7%
34%
Aanvraag kapvergunning Bladafval en bladkorven Bomen (incl. stormschade) Gevelbakken en geveltuinen Herinrichting groen
38% 0% 4%
Onderhoud beplanting
10
Meldingen Schoon Bij de meldingen over Schoon springt er één aspect uit. Circa 56% van de meldingen gaat over de illegale stort van afval in de openbare ruimte. Gebruikers ervaren afval in de openbare ruimte als zeer hinderlijk en onprettig en maken daar volop melding van. Dit is daarom een belangrijk focuspunt. De andere meldingen zijn specifiek geclassificeerd en mogen we uiteraard ook niet uit het oog verliezen. 0% 4% 1%1%3%
12% 3% 0% 0% 2% 1% 1% 1% 0%
0% 0% 1% 8% 0% 3% 2% 1%
56%
Afvalbakken Blad Calamiteiten Container Drugs Fastfood Fiets Gele zakken Geluid / lucht Glas Graffiti / sticker Groen Illegale stort Kerstbomen n.v.t. Poep Vegen Vuilniszakken Vuurwerk
11
We willen substantieel investeren in de openbare ruimte op onderdelen die betrekking hebben op de ergernissen van bewoners. Om keuzes te maken over de beheerambities in de openbare ruimte zijn meerdere scenario’s uitgewerkt. Uiteindelijk is de volgende afweging gemaakt: • • •
De aanpak moet allereerst gericht zijn op de zaken waar inwoners zich het meest aan storen. Deze staan beschreven in paragraaf 6 en vormen de hoofdmoot van de voorstellen in het IBOR; Aanvullend moet er voor enkele meer ‘technische’ knelpunten een oplossing komen. Bijvoorbeeld het ontbreken van een structureel budget voor boomvervanging en het vervallen van de subsidie voor vrijwilligers die zwerfvuil in hun eigen wijk opruimen; Er zijn nog twee zaken toegevoegd, op aangeven van de raad tijdens een informatiebijeenkomst over het IBOR: het verwijderen van graffiti buiten het centrum en het verhogen van de kwaliteit van verharding rondom maatschappelijke voorzieningen.
In totaal investeert de gemeente ruim drie miljoen euro per jaar extra in beheer en onderhoud van de openbare ruimte.
12
De extra inzet heeft betrekking op de volgende onderdelen:
Wegen
Schoon
Groen
Aanpak wortelopdruk trottoirs
€ 0,7 mln
Verhogen kwaliteit bij voorzieningen
€ 0,2 mln
Aanpak illegale stort - eenmalig
€ 0,2 mln
Aanpak illegale stort - structureel
€ 0,2 mln
Bijplaatsingen bij containers
€ 0,4 mln
Participatie, educatie & verhogen beleving (i.v.m. wegvallen Nedvang gelden)
€ 0,2 mln
Nat reinigen van Chinees graniet, aanpak van graffiti, data gestuurd onderhouden (metingen, meningen en meldingen) en onderhoud van half verhardingen
€ 0,6 mln
Onderhoud vaste planten en heesters naar niveau B
€ 0,5 mln
Communicatie bewoners (o.a. over ecologisch beheer)
€ 0,1 mln
Planmatig beheer bomen
Algemeen
€ 0,8 mln
€ 1,2 mln
Onderhoud bossen en bosplantsoen
€ 0,4 mln
Extra fte ten behoeve van beheer
€ 0,2 mln
13
Als gemeente willen we faciliterend zijn aan initiatieven uit de samenleving. We willen stakeholders meer en intensief betrekken bij planvorming en het proces. Zo krijgen inwoners meer invloed op de leefomgeving. De gewenste mate van invloed is afhankelijk van de impact van het thema of initiatief. De gemeente informeert betrokkenen als het gaat om serviceonderhoud en regulier onderhoud. Wanneer groot onderhoud leidt tot een grootschalige aanpak van het openbaar gebied, willen we stakeholders meer betrekken door ze een raadgevende of adviserende rol te geven. Dit betekent wel dat we daarvoor voldoende capaciteit moeten vrijmaken. Daarnaast leert de ervaring dat er bij bewonersparticipatie regelmatig wensen naar boven komen die goed te begrijpen zijn, maar niet binnen de normale beheerbudgetten zijn op te lossen. Het huidige budget van € 800.000 voor deze wensen is, gezien de toenemende nadruk op participatie en gebiedsgericht werken, onvoldoende om de wensen van inwoners (voldoende) te kunnen realiseren. Daarmee ontstaan lastige financiële afwegingen. Wij zullen de komende periode monitoren welke kosten dit met zich meebrengt en dit waar nodig bestuurlijk voorleggen.
14
Naast inhoudelijke ambities hebben we ook onderzocht waar we interne processen kunnen verbeteren om (nieuwe) beheerproblemen in de toekomst te voorkomen. Beheerparagraaf Gemeentelijke herindeling (bijvoorbeeld Biezenmortel), (her)ontwikkelingen en nieuwe assets zoals watertappunten en groene gevels zorgen voor een uitbreiding van het te beheren gebied. Bij nieuwe projecten moet een beheerparagraaf worden opgesteld, die de beheerder inzicht geeft in de beheerkosten van het nieuwe gebied en/of extra wensen. Zijn deze hoger dan verwacht, dan is extra budget nodig en moet de gemeenteraad hierover een besluit nemen. Omvorming gebied Bij ontoereikende onderhoudsbudgetten is het mogelijk om dure assets om te vormen naar een goedkopere variant. Relatief dure beplanting vervangen door gazon bijvoorbeeld of verharding vervangen door groen (vergroening van het areaal). Maar ook goedkopere materialen en uitvoeringen voor afvalbakken en ander straatmeubilair. Vanuit de gemeentelijke klimaatambities is er een grote wens om verharding waar mogelijk om te zetten naar groen. Zo is opvang van extra water mogelijk en is beter in te spelen op
15
het bestrijden van hitte en droogte. Mogelijkheden voor de omzetting van grijs naar groen worden tegenwoordig standaard bekeken bij grotere beheerprojecten. Handhaven (of verbeteren) van de gewenste beeldkwaliteit blijft het uitgangspunt. Samenwerken De afdeling Ruimtelijke Uitvoering is primair verantwoordelijk voor het uitvoeren van onderhoud in de openbare ruimte. In het beheer van de openbare ruimte werken diverse afdelingen met elkaar samen. Met een betere samenwerking tussen de afdelingen Ruimte en Ruimtelijke Uitvoering kunnen de beheerders effectiever aansluiten op de IBOR-doelen. Met het totaal aan beschikbare middelen en capaciteit zijn de beheerders beter in staat het beleid ook daadwerkelijk handen en voeten te geven en tot uitvoer te brengen.
Beheersystematiek Openbare Ruimte De gemeente wil het IBOR de komende periode zoveel mogelijk laten aansluiten op de landelijke Beheersystematiek Openbare Ruimte van CROW en het bijbehorende platform iAMPro. Naast het technisch beheren van de assets in de openbare ruimte is er oog voor aspecten als participatie, beleving en waardering van de openbare ruimte.
16
Het IBOR schetst een beeld van de huidige situatie en biedt handvatten hoe om te gaan met ontwikkelingen, wijzigingen en/of nieuwe bestuurlijke wensen. Daarnaast beschrijft het de activiteiten, die bijdragen aan het realiseren van de bestuurlijke doelen. Met het IBOR maken we een belangrijke stap vooruit bij de aanpak van knelpunten die bewoners het meest belangrijk vinden. Dat betekent niet dat alle knelpunten rondom het beheer van de openbare ruimte nu zijn opgelost. Daarom zijn ook de ontwikkelpunten voor de beheerorganisatie voor de komende jaren in kaart gebracht. Onderstaande tabel geeft een overzicht van (een deel van) de ontwikkelpunten. De ontwikkelpunten vormen input voor de jaarplanning van de afdeling Ruimtelijke Uitvoering.
1
Toekennen van een weging aan de belangen van de stakeholders (na evaluatie bedrijfswaardenmatrix).
2
Borgen jaarlijkse evaluatie en bijstelling van de bedrijfswaardenmatrix en IBOR doelen en KPI.
3
Opstellen Beheerplan Ondergrondse infra (nu, behalve riolering, buiten scope van IBOR) met alle stakeholders.
4
Opzetten kostenkentallen per asset.
5
Nader uitwerken van vervangingsvisie bomen.
6
Nader uitwerken noodzakelijk onderhoudsbudget voor oppervlaktewater inclusief baggerwerkzaamheden.
7
Onderzoeken van de haalbaarheid van het ontschotten van de beheerbudgetten en bijbehorend percentage. Hierin ook meenemen dat per areaal een ander percentage gehanteerd kan worden.
Daarnaast zijn veel trends en ontwikkelingen verbonden met het beheer en gebruik van de openbare ruimte. Daarom is het belangrijk om ook hiermee rekening te houden. Dan gaat het om: duurzaam gebruik van materialen, stadsontwikkeling, participatie, klimaatverandering, energietransitie, ondergrondse infrastructuur, digitalisering. Het raakt steeds meer met elkaar verweven.
17
Een aantal trends waarmee we te maken hebben: De openbare ruimte wordt meer en meer gebruikt voor (ongeorganiseerde) urban sports en bewegen (zeker in de laatste twee jaar toen sportscholen als gevolg van Covid-19 noodgedwongen gesloten waren) en de buitenruimte is een plek om elkaar te ontmoeten. Gebruikers van de openbare buitenruimte wensen voorzieningen, zoals sportelementen, banken en picknicktafels en afvalbakken, maar ook mogelijkheden voor kunst en cultuur. De Omgevingsvisie. Mensen willen zich thuis voelen in wijken die aansluiten bij hun levensstijl en een herkenbare identiteit hebben. Bewoners willen betrokken zijn bij hun eigen woonomgeving die ze zelf mee vormgeven. Om hieraan te kunnen voldoen moeten we onze beheer- en onderhoudsniveaus (kunnen) differentiëren. Dit kan o.a. leiden tot een versnelde afschrijving van objecten of een verandering. Als gevolg van klimaatverandering moeten we steeds meer rekening houden met het optreden van extremen. Dit betekent meer robuust ontwerpen, maar ook flexibiliteit inbouwen. Ook de diversiteit aan voorzieningen zal toenemen, denk aan water(speelvoorzieningen), meer klimaatbestendig groen (dubbele functionaliteit) en ruimte voor groeiplaatsen voor bomen. Vanuit de energietransitie moeten we rekening houden met een overgang op volledig duurzame energie en het duurzaam opwekken van elektriciteit.
Overgaan op energiezuinige pompen en warmte en energie terugwinnen. Om bij te kunnen dragen aan een circulaire economie, zullen ook alternatieve materialen en technieken een kans moeten krijgen om zich te bewijzen, bijvoorbeeld in de vorm van pilots. Door vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt moeten we kennis en data tijdig vastleggen in de systemen en taken mogelijk automatiseren. De samenleving digitaliseert, waardoor de relatie tussen overheid en burger verandert. We staan voor de uitdaging om maatschappelijke vraagstukken te digitaliseren. Ook wetgeving, die onderhevig is aan constante verandering, moet worden geïmplementeerd. Slimme oplossingen, data gestuurd werken, de burger centraal, wat betekent dat? Beheer heeft ook directe raakvlakken met burgerparticipatie ( de (her)inrichting van een wijk), performance management (hoe meet je de prestaties van een object, zoals o.a. rioolgemalen en lichtmasten,) en aansturing (Verkeersregelsystemen, lichtmasten, rioolgemalen). Een gedegen en betrouwbaar beheersysteem is hiervoor een goede basis. Nader onderzoek is nodig op punten waar de impact of invulling van bovenstaande ontwikkelingen nog niet duidelijk is.