CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Regels met bijlagen

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling Buitengebied De Zandleij 2012, 16 herz. (Recreatiepark Duinhoeve)14.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve) Regels met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020017-b001

19 juli 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

3 12

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

13

Artikel 3 Recreatie Artikel 4 Waterstaat - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant (dubbelbestemming) Artikel 5 Agrarisch met Waarden Artikel 6 Verkeer Artikel 7 Verkeer - Verblijf Artikel 8 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) Artikel 9 Waarde - spuitvrije zone

14 18 19 22 24 26 28

Hoofdstuk 3 Algemene regels

29

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Artikel 11 Algemene bouwregels Artikel 12 Algemene gebruiksregels Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Artikel 15 Algemene wijzigingsregels Artikel 16 Algemene procedureregels Artikel 17 Overige regels

30 31 33 34 35 37 38 39

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

41

Artikel 18 Overgangsrecht Artikel 19 Slotregel

42 43

Regels

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

2

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlage(n).

1.2 plan: Het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve) met identificatienummer NL.IMRO.0855.BSP2020017-b001 van de gemeente Tilburg.

1.3 aan huis verbonden beroep Die beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw, die kunnen worden beschouwd als 'aan-huis-verbonden', waarbij: a. degene die de activiteit uitvoert, tevens de bewoner is van de woning; b. geen sprake is van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige beroepsvestigingen, conform artikel 77.4van de regels van dit plan; c. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; d. de beroepsuitoefening naar omvang ondergeschikt is aan het wonen, d.w.z. niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning (inclusief aan-, uit en/of bijgebouw) en totaal niet meer dan 80m² in beslag neemt; e. de beroepsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving; f. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen; g. op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt.

1.4 aanbouw Een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.5 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.6 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 afhankelijke woonruimte Een aanbouw of bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

1.8 agrarisch bedrijf Een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds) teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf.

1.9 attentiegebied Natuur Netwerk Brabant Gebied gelegen rondom en binnen het Natuur Netwerk Brabant, waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding.

1.10 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.11 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.12 bed & breakfast

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

3

Een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting, al dan niet met de mogelijkheid van ontbijt, kortstondig met een maximum van twee weken. Hieronder wordt niet verstaan huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan arbeidsmigranten, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van zorgwonen.

1.13 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

1.14 bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op onder andere consumentverzorging, welke geheel of overwegend door middel van handwerk plaatsvinden.

1.15 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) De totale oppervlakte van de ruimten binnen de bebouwing die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep of bedrijf, c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.

1.16 bedrijfswoning Een woning behorend bij en onlosmakelijk verbonden met een op hetzelfde bouwperceel gelegen bedrijf, bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die verantwoordelijk is voor de bedrijfsmatige activiteiten in dat bedrijf, dan wel die activiteiten uitvoert.

1.17 beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied.

1.18 beschermwaardige boom Boom, die ingevolge het Tilburgse bomenbeleid is aangewezen als monumentale boom, boom met een ecowaarde of boom met een hoofdwaarde en die is weergegeven op de bij dit plan gevoegde Bijlage 1 Boomwaardekaart.

1.19 bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.

1.20 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

1.21 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.22 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.23 bouwblok Door openbare ruimte omsloten geheel van percelen (al dan niet -reeds- bebouwd), dat te beschouwen is als een stedenbouwkundige eenheid.

1.24 bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.25 bouwgrens De grens van een bouwvlak.

1.26 bouwlaag

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

4

Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouwof zolder.

1.27 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.28 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.

1.29 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.30 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.31 bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

1.32 bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) De som van de buitenwerks en horizontaal gemeten oppervlakten van de inpandige vloeren - horizontale vlakken ter plaatse van trappen, hellingen en vides met een oppervlakte tot en met 4m² daaronder begrepen voorzover de ruimten waarbinnen de vloeren zich bevinden een grotere inwendige hoogte hebben dan 1,5m.

1.33 calamiteit Gehele of gedeeltelijke vernieling van een bouwwerk door overmacht: brand, overstroming, terroristische en/of oorlogshandelingen, aardbeving e.d.

1.34 dagrecreatie Een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag (zonder overnachting, niet gericht op nachtverblijf), dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld kamperen e.d. waarbij men zich voor meerdere dagen van huis begeeft.

1.35 dagrecreatieve voorzieningen Voorzieningen ten behoeve van dagrecreatief (zie dagrecreatie) (mede)gebruik van gronden, zoals (niet limitatief) wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie, zulks in de vorm van (niet limitatief) aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden, banken e.d.

1.36 dienstverlening Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van detailhandel en seksinrichtingen.

1.37 dove gevel a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33dB onderscheidenlijk 35dB, alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

1.38 erf Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.39 erker Transparante, ondiepe uitbouw van een gebouw vóór de voorgevel, niet zijnde een entree.

1.40 evenement Een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet (deels) tijdelijke onderkomens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

5

1.41 extensief (dag)recreatief medegebruik Extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen, die plaatsvinden in gebieden waar de hoofdbestemming meestal natuur of bos betreft.

1.42 functionele eenheid Hieronder wordt verstaan: a. een samenstel van activiteiten dat, gelet op de aard en de organisatie van die activiteiten alsmede op de plaats waar die activiteiten worden verricht, als een eenheid moet worden beschouwd; b. het complex van bebouwde en onbebouwde gronden waarop de hiervoor bedoelde activiteiten worden verricht.

1.43 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.44 geluidgevoelige objecten Gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.45 geluidsscherm Geluidwerende voorziening in de vorm van een scherm, bestaande uit een geheel gesloten structuur (geen struiken, bomen etc.) met een massa van ten minste 10 kg/m².

1.46 geluidswal Geluidwerende voorziening van aarde.

1.47 geurgevoelig object Een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en dat daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.

1.48 groenblauwe mantel Gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water, die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en/of ecologische verbindingszone(s) of die deze verbinden.

1.49 groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.

1.50 grondgebonden woning Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.

1.51 hogere grenswaarde Een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.52 Hoofdentree Belangrijkste entree van het recreatiepark waar o.a. de receptie en het centrale parkeerterrein gesitueerd zijn en waar gemotoriseerd verkeer het recreatiepark kan betreden of verlaten.

1.53 hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.54 horeca

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

6

Onder horeca wordt verstaan het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken.

1.55 houtopstand Houtachtige overblijvende gewassen zoals struiken, heggen en bomen.

1.56 huishouden Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: De huisvesting van maximaal 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur).

1.57 kampeerterrein Terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele recreatieverblijven ten behoeve van recreatief gebruik door personen die elders hun hoofdverblijf hebben met bijbehorende voorzieningen zoals sanitaire voorzieningen, kookvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

1.58 kortstondig Aansluitende tijdsperiode van maximaal 12 uur.

1.59 landschappelijke waarde van een gebied De aan een gebied toegekende waarde, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur.

1.60 landschapselementen Ecologisch en/of landschappelijk waardevolle elementen, zoals bosjes, bomen, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2ha.

1.61 langzaam verkeer Voetgangers- en (snor/brom)fietsverkeer.

1.62 logies Het gedurende een relatief kort tijdsbestek verstrekken van verblijf aan personen, die hun hoofdverblijf elders hebben.

1.63 logiesgebouw Een verblijfsgebouw waarbij het bieden van tijdelijk onderdak aan mensen centraal staat, niet zijnde een maatschappelijke voorziening.

1.64 maatvoeringsvlak Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.

1.65 mantelzorg Mantelzorg is langdurige, intensieve niet georganiseerde zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een zorgvrager door een of meer leden uit diens omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.

1.66 mobiel recreatieverblijf Een verblijf voor recreatieve overnachting voor personen die elders hun hoofdverblijf hebben, dat: <0000> dient of kan dienen tot logies-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen, en; <0000> op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto, dan wel in de auto of ander voertuig meegenomen kan worden, en; <0000> door zijn beperkte afmetingen, constructie en wijze van plaatsen relatief makkelijk opneembaar of (als een geheel) verplaatsbaar is, en; <0000> door de recreant zelf wordt meegebracht, en; <0000> niet aanwezig is wanneer de standplaats niet is verhuurd. Voorbeelden zijn: een tent, een vouwwagen, een camper, een caravan, een huifkar of enig ander hiermee vergelijkbaar voertuig of onderkomen voor recreatief nachtverblijf. Alle met de daarbij behorende (sanitaire) voorzieningen.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

7

1.67 monumentale boom Een boom die is opgenomen in de gemeentelijke lijst van monumentale bomen, zoals die geldt op het moment van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

1.68 Natuur Netwerk Brabant Samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden.

1.69 Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone Vaak langgerekt gebied, waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden.

1.70 natuurwaarde van een gebied De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang.

1.71 netto vloeroppervlak (n.v.o.) De som van de binnenwerks gemeten oppervlakten van de voor publiek toegankelijke verblijfsruimten binnen een horeca-inrichting van de categorie 1, 2 of 3, zoals café- en barruimte (inclusief bar), eetzaal, foyer, dansvloer / podium, entree e.d, met uitzondering van oppervlakten t.b.v. keuken, toiletgroepen, garderobe, opslag, dienstruimten e.d.

1.72 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties t.b.v. gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

1.73 onbebouwd erf Dat deel van het perceel, dat geen bouwvlak of erf betreft.

1.74 onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant is gelegen tussen peil en maximaal 1,20m boven peil.

1.75 ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings-/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.

1.76 onderkomen Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en andere soortgelijke verblijfsmiddelen.

1.77 openlucht- en sportieve recreatie Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. dag-, verblijfs- en sportieve recreatie, die geheel of grotendeels in de openlucht plaatsvindt, zoals een trim-/fitnessparcours, een jongerenhangplek e.d.

1.78 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.79 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.

1.80 pand

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

8

De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.81 peil (straatpeil) Hieronder wordt verstaan: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.82 perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.

1.83 permanent recreatieverblijf Een verblijf voor recreatieve overnachting voor personen die elders hun hoofdverblijf hebben, dat dient of kan dienen tot logies-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen, in de vorm van een permanent bouwwerk, zoals een recreatiewoning.

1.84 plangrens Een weergegeven lijn die de grens van het plan: aanduidt.

1.85 recreatief medegebruik en evenementen Hieronder wordt verstaan: a. incidenteel, kortstondig gebruik (enkele dagen) van complexen / voorzieningen t.b.v. evenement zoals rommelmarkten, antiek-, huishoud-, en computerbeurzen, tentoonstellingen, bedrijvencontactdagen e.d., mits men in het bezit is van een evenementenvergunning; b. incidenteel -jaarlijks- gebruik gedurende een aantal dagen van stadsparken t.b.v. zomeractiviteiten, -spelen, theater, festival e.d.

1.86 rijstrook Gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden.

1.87 ruimtelijke ontwikkelingen Bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist.

1.88 semipermanent recreatieverblijf Een verblijf voor recreatieve overnachting voor personen die elders hun hoofdverblijf hebben, dat: <0000> dient of kan dienen tot logies-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen, en; <0000> door zijn afmetingen, constructie en/of wijze van plaatsen niet gemakkelijk opneembaar of verplaatsbaar is; en; <0000> al dan niet in delen demontabel, opneembaar of verplaatsbaar is en daarmee niet als permanent recreatieverblijf aan te merken is. Voorbeelden zijn: een stacaravan, een trekkershut, een pipowagen, een safarihut, een blokhut, een boomhut, of enig ander hiermee vergelijkbaar onderkomen voor recreatief nachtverblijf, onder welke benaming ook aangeduid. Alle met de daarbij behorende (sanitaire) voorzieningen.

1.89 speelvoorzieningen Voorzieningen ten dienste van sport en spel.

1.90 sport Het geheel van voorzieningen t.b.v. sportbeoefening, zoals: ijsbaan/-hal, (openlucht)zwembad, sportvelden, atletiekbaan, basketbalveld, handbalveld, jeu de boulesbaan, tennisbaan/-complex, sporthal, alsmede bijbehorende bebouwing zoals kleedruimten, clubhuis / verenigingsgebouw, opslagruimten, technische ruimten e.d.

1.91 standplaats (voor een recreatieverblijf) Een afgescheiden, gemarkeerde of anderszins aangegeven plaats op een kampeerterrein voor het plaatsen of geplaatst houden van een recreatieverblijf waarbij bijzettentjes niet als afzonderlijk recreatieverblijf worden aangemerkt.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

9

1.92 standplaatsvoorziening Een kleinschalige gebouwde voorziening met sanitair, nutsvoorzieningen en/of berging ten behoeve van een standplaats.

1.93 statische goederen Goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans.

1.94 straatpeil Zie: peil (straatpeil).

1.95 uitbouw Een gebouw, dat als vergroting van een bestaande ruimte is/wordt gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.96 verblijfsrecreatie Een vorm van recreatief verblijf, waarbij sprake is van overnachtingen door personen, die elders hun hoofdwoonverblijf hebben, in semipermanente of mobiele verblijven met bijbehorende voorzieningen zoals sanitaire voorzieningen, kookvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

1.97 verblijfsvoorzieningen Besloten ruimten, bestemd voor het verblijven van mensen.

1.98 verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer Hieronder wordt verstaan het (openbaar) wegverkeers- en wegvervoersgebied waarbij de nadruk ligt op de gebiedsontsluitingsfunctie voor gemotoriseerd en langzaam verkeer met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier hoofdverzamelwegen, verzamelwegen en wijkstraten.

1.99 verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf Hieronder wordt verstaan het openbaar wegverkeers- en verblijfsgebied waarbij de nadruk ligt op de erftoegangsfunctie (geleider van het bestemmingsverkeer) voor gemotoriseerd en langzaam verkeer en/of de verblijfsfunctie voor voetgangers met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier buurtstraten, woonstraten, woonerven, winkelerven en voetgangersgebied inclusief bijbehorende kunstwerken.

1.100 voorgevelrooilijn De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. openbaar gebied.

1.101 voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie Een functie waar geregeld en gedurende langere perioden mensen (kunnen) verblijven.

1.102 water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn t.b.v. een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten e.d.

1.103 waterstaat/waterstaatkundige doeleinden Het openbaar waterverkeers-, watervervoers- en verblijfsgebied t.b.v. goederenvervoer, pleziervaart en oeveractiviteiten zoals vissen / hengelsport, wandelen en fietsen.

1.104 weg Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.105 wet geluidhinder De wet van 16 februari 1979, Staatsblad 99 (1979), houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

10

1.106 wet milieubeheer De wet zoals geplaatst in Staatsblad 551 (1992). Deze wet is in werking getreden op 1 maart 1993.

1.107 wonen Hieronder wordt verstaan: a. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. waarbij de nadruk ligt op (nagenoeg) zelfstandige bewoning. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; b. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); c. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.

1.108 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

11

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

12

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

13

Artikel 3 Recreatie 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Functie De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal 350 standplaatsen voor semipermanente recreatieverblijven of mobiele recreatieverblijven, met dien verstande dat maximaal 270 standplaatsen mogen worden gebruikt voor semipermanente recreatieverblijven; b. bijbehorende en ondergeschikte gemeenschappelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, beheergebouwen, parkeerplaatsen, speelvelden en standplaatsvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. bouwwerken van algemeen nut. 3.1.2 Aanduidingen Ter plaatse van: a. de functieaanduiding 'bedrijfswoning' [bw] zijn de voor 'Recreatie' aangewezen gronden mede bestemd voor een bedrijfswoning (één bedrijfswoning per functie-aanduidingsvlak). b. de functieaanduiding 'parkeerterrein' [p] zijn de voor 'Recreatie' aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor een parkeerterrein ten behoeve van de camping. c. de functieaanduiding 'kampeerterrein' [kt] zijn op de voor 'Recreatie' aangewezen gronden geen standplaatsen voor semipermanente recreatieverblijven toegelaten. d. de functieaanduiding 'landschapswaarden' [lw] zijn de voor 'Recreatie' aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor landschappelijke inpassing en de instandhouding hiervan overeenkomstig het inrichtingsplan 'Landschappelijk inpassingsplan Recreatiepark Duinhoeve' d.d.

20 december 2017, laatst gewijzigd 21 oktober 2020 (Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan). De beplantingsstrook mag onderbroken worden ten behoeve van enkele toegangen voor fietsers en wandelaars. e. de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - bijbehorende voorzieningen' [sr-bbv] zijn de voor 'Recreatie' aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor bijbehorende voorzieningen zoals genoemd onder 3.1.3. f. de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen' [sr-cv] zijn de voor 'Recreatie' aangewezen gronden mede bestemd voor bijbehorende en ondergeschikte centrale voorzieningen, zoals campingwinkel, wasserette(s), binnenspeeltuin, (overdekte) zwembaden en bijbehorende en ondergeschikte horeca met terras (kantine/restaurant). g. de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - calamiteitenpoort' [sr-cp] zijn de voor 'Recreatie' aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor een calamiteitenpoort. 3.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. bijbehorende en ondergeschikte tuinen en erven; b. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden en wegen; c. bijbehorende en ondergeschikte parkeervoorzieningen; d. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; e. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; f.

bijbehorende en ondergeschikte objecten voor beeldende kunst; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bouwwerken van algemeen nut. voor zover deze behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 3.1.1 en 3.1.2 genoemde functies.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 3.2.2 Gebouwen algemeen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende algemene regels:

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

14

a. gebouwen dienen binnen het bestemmingsvlak te worden gebouwd. Indien tussen bestemmingsvlakken de figuuraanduiding 'relatie' is aangegeven, worden deze bestemmingsvlakken aangemerkt als één bestemmingsvlak; b. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 4.000 m². Semipermanente recreatieverblijven inclusief eventuele bijbehorende veranda’s, luifels en overkappingen e.d. en bedrijfswoningen inclusief eventuele bijgebouwen worden niet meegerekend bij het bepalen van de maximale oppervlakte van gebouwen; c. de maximale bouwhoogte bedraagt 5m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is weergegeven. 3.2.3 Bedrijfswoningen Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' mag één bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat: a. een bedrijfswoning mag worden gebouwd op een afstand van ten minste 5m van de bestemmingsgrens; b. de inhoud van een bedrijfswoning niet meer bedraagt dan 750m³; c. de goothoogte van een bedrijfswoning niet meer bedraagt dan 3,5m; d. per bedrijfswoning maximaal 75m² aan bijgebouwen is toegestaan, waarbij geldt dat de goothoogte van een bijgebouw niet meer dan 3m en de bouwhoogte van een bijgebouw meer dan 4,5m mag bedragen. 3.2.4 Horeca De bijbehorende en ondergeschikte horeca als bedoeld in 3.1.2 onder f heeft een maximale netto vloeroppervlakte (n.v.o.) van 200m² en bijbehorend terras van maximaal 200m².

3.2.5 Standplaatsen en recreatieverblijven Voor standplaatsen en het bouwen van semipermanente recreatieverblijven gelden de volgende regels: a. een standplaats ten behoeve van een semipermanent recreatieverblijf heeft een minimale oppervlakte van 150m²; a. er is geen minimale oppervlakte verbonden aan een standplaats ten behoeve van een mobiel recreatieverblijf; b. de oppervlakte van een semipermanent recreatieverblijf inclusief eventuele bijbehorende veranda’s, luifels en overkappingen e.d. bedraagt maximaal 70m²; c. de bouwhoogte van een semipermanent recreatieverblijf bedraagt maximaal 5m. 3.2.6 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 3.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2m; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5m; c. in afwijking van het gestelde onder b.

mag de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen' [sr-cv] niet meer bedragen dan 9m. 3.2.8 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Het bouwen van vergunningplichtige bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50m² op de voor 'Recreatie' aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. 3.2.9 Voorwaardelijke verplichting geluidwerende voorzieningen Het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming 'Recreatie' is uitsluitend toegestaan indien: a. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'geluidwerende voorziening' nabij de functieaanduiding 'parkeerterrein' voorzien wordt in een geluidwerende voorziening met een minimale hoogte van 3m en een minimale lengte van 21m, absorberend aan de buitenzijde.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

15

b. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'geluidwerende voorziening' aan de overzijde van de Oude Bosschebaan 2 voorzien wordt in een geluidwerende voorziening met een minimale hoogte van 3m en een minimale lengte van 25m, absorberend aan de buitenzijde.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.6 sub a voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 3.2.7 sub b voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 10m. 3.4.2 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; b. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; c. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Hoofdentree en calamiteitenpoort a. De bestaande hoofdentree van het recreatiepark dient in stand te worden gehouden waar deze ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van het voorliggende bestemmingsplan feitelijk is gesitueerd. b. Andere toegangen tot het recreatiepark, zowel nieuw als bestaand ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van het voorliggende bestemmingsplan, mogen uitsluitend dienen als calamiteitenpoort en/of als toegang ten behoeve van voetgangers en fietsers. c. De bestaande calamiteitenpoort, zoals aangeduid op de verbeelding door middel van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - calamiteitenpoort', mag incidenteel gebruikt worden ten behoeve van onderhoud en beheer van de voor 'Recreatie' aangewezen gronden. 3.5.2 Horeca Met betrekking tot de bijbehorende en ondergeschikte horeca met een maximaal netto vloeroppervlak (n.v.o) van 200 m² en bijbehorend terras van maximaal 200 m² gelden de volgende regels: a. het gebruik van de horeca is bijbehorend en ondergeschikt aan de verblijfsrecreatieve bestemming; b. het gebruik van de horeca is ondersteunend aan de verblijfsrecreatieve bestemming en is primair gericht op campinggasten; c. er mag geen zelfstandige horecagelegenheid ontstaan; d. ondergeschikt gebruik van de horeca ten behoeve van niet-campinggasten is toegestaan, onder voorwaarden dat: 1.

geen reclame-uitingen worden geplaatst om niet-campinggasten naar de horeca te trekken (fysiek noch digitaal); 2. geen feesten en partijen worden georganiseerd ten behoeve van niet-campinggasten. 3.5.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

16

a. Het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming 'Recreatie' is uitsluitend toegestaan indien de vereiste landschappelijke inpassing is gerealiseerd en in overeenstemming is met de bij deze regels behorende Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan, dan wel een, ter beoordeling en goedkeuring door het bevoegd gezag, gelijkwaardige landschappelijke inpassing; b. De landschappelijke inpassing zoals bedoeld onder a. dient binnen twee jaar (24 maanden) na onherroepelijk worden van het voorliggende bestemmingsplan volledig te worden gerealiseerd, blijvend te worden onderhouden en in stand te worden gehouden. 3.5.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. de uitoefening van enige tak van handel, nijverheid of dienstverlening daaronder begrepen een ambachtelijk of industrieel bedrijf; b. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; e.

het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bewoning en niet-recreatief gebruik, anders dan toegestaan op grond van 3.1; f. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming 'Recreatie' indien de geluidwerende voorziening zoals bedoeld in 3.2.9 onder a niet gerealiseerd is en/of niet (volledig) in stand wordt gehouden; g. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming 'Recreatie' indien de geluidwerende voorziening zoals bedoeld in 3.2.9 onder b niet gerealiseerd is en/of niet (volledig) in stand wordt gehouden; h. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming 'Recreatie' indien de hoofdentree zoals bestaand ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van het voorliggende bestemmingsplan niet in stand wordt gehouden zoals bedoeld in 3.5.1; i. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming 'Recreatie' indien de vereiste landschappelijke inpassing zoals bedoeld in 3.1.2 onder d en 3.5.3 niet zo spoedig mogelijk na realisatie, doch uiterlijk twee jaar (24 maanden) na onherroepelijk worden van het voorliggende bestemmingsplan, volledig is gerealiseerd en blijvend onderhouden en zowel kwalitatief als kwantitatief in stand gehouden wordt. 3.5.5 Toegestaan afwijkend gebruik Incidenteel van de bestemming 'Recreatie' afwijkend gebruik t.b.v. zomeractiviteiten, spelen, theater, festival e.d.

is toegestaan.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

17

Artikel 4 Waterstaat - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant (dubbelbestemming) 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor het behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van hydrologische waarden.

4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.2.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten van grond van meer dan 100m³ of op een diepte van meer dan 60cm beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist in het kader van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het buiten een bouwvlak aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100m², anders dan een bouwwerk. 4.2.2 Uitzonderingen Het in lid 4.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

4.2.3 Toelaatbaarheid De in lid 4.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de hydrologische waarden. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij het betrokken waterschapsbestuur.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

18

Artikel 5 Agrarisch met Waarden 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Functie De voor 'Agrarisch met Waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden, landschappelijke en hydrologische waarden in het algemeen; c. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. extensief recreatief medegebruik; f. bouwwerken van algemeen nut.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 5.2.2 Gebouwen Op de gronden binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op de gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 5.1.1 toegelaten functies, en met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven, en; 2.

tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen, kuilvoerplaten en sleufsilo's niet zijn toegestaan; 5.2.4 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 5.2.2 en 5.2.3 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het in de provinciale Verordening ruimte als zodanig aangeduide Natuur Netwerk Brabant, mits die noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering van een volwaardig agrarisch bedrijf, zulks tot een bouwhoogte van maximaal 5m en met dien verstande dat: a. de totale oppervlakte aan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen niet meer mag bedragen dan 1,5ha per bedrijf en; b. de in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden niet in onevenredige mate mogen worden aangetast.

5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

19

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100m2 per perceel of met meer dan 0,40m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; g. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100m2 per perceel; h. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur.

5.5.2 Uitzonderingen Het in 5.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. Met betrekking tot het verwijderen van opgaand houtgewas wordt hier in elk geval onder verstaan het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of de kwaliteit van de overblijvende houtopstand (dunning), het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantenziektenwet en het verwijderen van opgaand houtgewas, ten aanzien waarvan ingevolge de Boswet een melding moet worden verzonden en/of vergunningplicht bestaat ingevolge de gemeentelijke Bomenverordening; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.5.3 Toelaatbaarheid De in 5.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in 5.1.1 genoemde waarden en/of functies.

Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij het waterschap, voor zover de afweging mede betrekking heeft op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden-hydrologisch waardevol gebied', en bij het gemeentelijke team Stedelijke Ontwikkeling, voor zover de afweging mede betrekking heeft op cultuurhistorisch waardevol gebied.

5.6 Wijzigingsbevoegdheid 5.6.1 Wijziging naar bestemming 'Natuur' of 'Bos' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemmingen 'Natuur' en/of 'Bos' ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van natuur en/of bos, met dien verstande dat de wijziging uitsluitend plaats kan vinden ten behoeve van de realisatie van vastgesteld natuur- en landschapsbeleid, zoals het beleid voor het Natuur Netwerk Brabant, een ecologische verbindingszone, het landschappelijk raamwerk en natuur- en/of landschapscompensatie.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

20

5.6.2 Wijziging naar bestemming 'Water' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Water' ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van water, met dien verstande dat de wijziging uitsluitend plaats kan vinden ten behoeve van de realisatie van vastgesteld natuur- en landschapsbeleid, zoals het beleid voor het Natuur Netwerk Brabant, een ecologische verbindingszone, het landschappelijk raamwerk, natuur- en/of landschapscompensatie, beekherstel, waterberging, waterzuivering en/of een ander waterbelang.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

21

Artikel 6 Verkeer 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Functies De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer, waarbij het aantal rijkstroken twee of meer bedraagt; b. groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. bouwwerken van algemeen nut. 6.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; b. terrassen behorende bij horecagelegenheden en voor zover deze het gebruik van de gronden als verkeeren verblijfsfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren; c. sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals, stadspromotionele activiteiten (bv. Tilburg culinair, winterpark / kerstmarkt) e.d.; d. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; e. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; f. faunapassages e.d.; g.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 6.1.1 genoemde functies.

6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. b. Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking; c. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 6.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut. 6.2.3 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 6.1 toegelaten functies; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag echter niet meer dan 2m bedragen.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

22

6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: b. een samenhangende straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid; f. de milieusituatie; g. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. h. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 6.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 6.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m. 6.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijding van het bouwvlak vanuit aangrenzende bestemmingsvlakken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn van een bouwvlak in een aangrenzend bestemmingsvlak voor: a. ondergeschikte delen van een bouwwerk; b. bouwwerken welke binnen het aangrenzende bestemmingsvlak middels omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg; 2. niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de weg en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt; 3.

sub 1 en 2 niet geldt voor gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling). 6.4.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.

6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

Buitengebied De Zandleij, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)

23

Artikel 7 Verkeer - Verblijf 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Functies De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt, met dien verstande dat de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'langzaam verkeer' [lav] uitsluitend bestemd zijn voor verkeersvoorzieningen voor langzaam verkeer. b. groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. bouwwerken van algemeen nut. 7.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; a. terrassen behorende bij horecagelegenheden en voor zover deze het gebruik van de gronden als verkeeren verblijfsfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren; b. sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals, stadspromotionele activiteiten (bv. Tilburg culinair, winterpark / kerstmarkt) e.d.; c. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d.

met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; d. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; e. faunapassages e.d.; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 7.1.1 genoemde functies.

7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking; c. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 7.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut. 7.2.3 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12926330/1