13 Bijlage 12a Nota behandeling zienswijzen Wijkevoort
Tekst van het document
Nota behandeling zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 'Werklandschap Wijkevoort 2020', ontwerpexploitatieplan werklandschap Wijkevoort, 1ste fase, 2021, het Milieueffectrapport en de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort
1 Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan verbrede reikwijdte Werklandschap Wijkevoort 2020, het ontwerpexploitatieplan werklandschap Wijkevoort, 1ste fase, 2021, het Milieueffectenrapport en de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort hebben van 5 april 2021 tot en met 17 mei 2021 ter inzage gelegen waarbij de mogelijkheid bestond tot het indienen van zienswijzen. Bij de gemeente zijn gedurende de periode van tervisielegging 502 zienswijzen binnengekomen. Na het toezenden van de ontvangstbevestigingen hebben 6 indieners hun zienswijzen ingetrokken omdat men niet de bedoeling had een zienswijze in te dienen. De meerderheid van de zienswijzen zijn afkomstig van personen en bedrijven in de (verre) omgeving van het plangebied. In deze Nota behandeling zienswijzen komen de volgende onderwerpen aan bod. In het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) wordt een algemene reactie gegeven op een aantal onderwerpen die in veel zienswijzen terugkomen. In hoofdstuk 3 wordt per ingediende zienswijze een meer gedetailleerde reactie gegeven (waar nodig) waarbij ook wordt aangegeven of de zienswijze of reactie aanleiding heeft gegeven om een besluit aan te passen. Ook zijn omissies rechtgezet of hebben gewijzigde omstandigheden aanleiding gegeven voor het op eigen beweging door het bevoegd gezag doorvoeren van een aantal wijzigingen.
Dit zijn de ambtshalve wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbesluiten. Een overzicht van de wijzigingen is weergegeven in hoofdstuk 4 van deze antwoordnota.
1
Hoofdstuk 2 Thematische reactie In totaal zijn 502 zienswijzen ingediend op de ontwerpbesluiten, waarvan 343 voorgedrukte formulieren betreft waarop indieners konden aankruisen welke zienswijze men van toepassing achtte en deze kon aanvullen. Een groot deel van deze zienswijzen heeft betrekking op dezelfde onderwerpen. In dit hoofdstuk worden de meest voorkomende onderwerpen (waaronder de op de voorbedrukte formulieren aangegeven onderwerpen) behandeld. In de reactie per zienswijze, zoals bedoeld in hoofdstuk 3, wordt, daar waar dat aan de orde is, verwezen naar de reactie in dit hoofdstuk. 1.
Onderwerp zienswijze: Het nut en de noodzaak van Werklandschap Wijkevoort is niet aangetoond. Gepleit wordt voor het gebruik van bestaande bedrijventerreinen. Reactie gemeentebestuur Werklandschap Wijkevoort voorziet in de aanhoudende behoefte van de markt aan functioneel grootschalige kavels van 5 ha en groter waarmee het ontwikkel- en groeiperspectief van bestaande en nieuwe bedrijven wordt gefaciliteerd. Het economische profiel van Tilburg en de regio wordt daarmee gestimuleerd. Het totale Werklandschap Wijkevoort bedraagt 80 ha uitgeefbaar bedrijventerrein. Het ontwerpbestemmingsplan Werklandschap Wijkevoort 2020 (hierna: het ontwerpbestemmingsplan) heeft betrekking op de eerste fase, dat bestaat uit 41,9 ha uitgeefbare grond. Daarnaast omvat het bestemmingsplan te behouden onderdelen zoals de Hultenseweg en de weg Wijkevoort en de plas Wijckermeer en daarnaast zal er nieuwe natuur en landschapselementen aangelegd worden. Eind 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Prognose bedrijventerreinen en kantoren NoordBrabant vastgesteld (bijlage 4 bij toelichting bestemmingsplan).
Hierin wordt onder andere op basis van de te toekomstige werkgelegenheid, locatievoorkeur van bedrijven en de hoeveelheid ruimte die elke baan op een bedrijventerrein nodig heeft geconcludeerd dat er nog een ruimtevraag voor bedrijvigheid is van 175-270 ha tot en met 2030 voor heel Midden-Brabant, waaronder een forse vraag in het functioneel grootschalige segment. Op verzoek van de gemeente Tilburg heeft Stec in maart 2020 deze ruimtevraag specifiek voor Tilburg geactualiseerd (bijlage 5). Stec concludeert dat deze ruimtevraag nog steeds bestaat. In de nationale omgevingsvisie (september 2020), waarin het Rijk een langetermijnvisie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland staat dat het rijk inzet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. Tilburg is als bovengemiddeld knooppunt van het programma goederenvervoercorridors één van die knooppunten. In de Bedrijventerreinenafspraken Regio Hart van Brabant 2020-2024 (bijlage 6) is afgesproken dat het functionele grootschalige segment binnen de regio Midden- en West Brabant mag landen in Waalwijk en Tilburg. In bijgaand diagram is schematisch de ruimtevraag in het functioneel grootschalige segment weergegeven.
Uit het diagram hiernaast blijkt dat in het (langjarig) lage economische scenario (het scenario waarin de vraag het laagst is) aantoonbaar behoefte is aan in ieder geval fase 1 van Wijkevoort, zelfs als de gemeente Waalwijk al haar bedrijventerreinen, die conform de regionale bedrijventerreinenafspraken in beeld zijn voor het functionele grootschalige segment, volledig zal uitgeven Wij hebben Stec ook gevraagd om naast de actualisatie van de ruimtevraag ook de leegstand op de bestaande bedrijventerreinen in kaart te brengen. Stec concludeert in maart 2020 dat de leegstand op bestaande bedrijventerreinen in Tilburg onder een gezond frictieniveau ligt. Onder een gezond frictieniveau wordt verstaan dat er net voldoende leegstand is dat bedrijven die willen groeien (of krimpen) relatief snel een nieuwe geschikte locatie kunnen vinden. Met een project als Toekomstbestendig Loven zetten we volop in om samen met rijk, provincie en bedrijfsleven middels herstructurering en vitalisering zoveel als mogelijk de groeivraag van zittende bedrijven op bestaande bedrijventerreinen te realiseren en daar waar mogelijk
2
de komst van nieuwkomers te faciliteren. Maar de potentiële ruimte die daar zit blijft ver onder de te geprognosticeerde ruimtevraag zoals in opdracht van de provincie is berekend. Het is dus niet mogelijk om de te verwachten ruimtevraag op de bestaande bedrijventerreinen te faciliteren. In de prognose die Stec heeft uitgevoerd voor de provincie (eind 2018) constateert Stec dat een campus of thematische locatie meerwaarde kan hebben voor de vestiging van bedrijven ten opzichte van het reguliere aanbod aan bedrijventerreinen. Onder andere omdat op deze plekken samenwerking en innovatie wordt gestimuleerd. Daarmee kan de ontwikkeling een doelgroep aantrekken die anders niet geland zou zijn in de regio of een versnelling/versterking van de regionale economie tot stand te brengen. Werklandschap Wijkevoort draagt bij aan het komen tot een innovatiecampus en het verduurzamen van de maakindustrie en de logistieke keten. Naast de grote kwantitatieve vraag naar ruimte voor functioneel grootschalige kavels is ons ook alles aan gelegen een kwaliteitsslag van het totale economische ecosysteem gewenst. Het is de bedoeling dat Wijkevoort een katalysator wordt voor innovaties in de moderne maakindustrie en logistiek en de daarmee verbonden ondersteunende – slimme digitale - diensten.
Wijkevoort is bestemd voor bedrijven gericht op smart logistics en smart industry, oftwel toekomstbestendige logistiek en productiebedrijven, die enerzijds een koploperpositie kunnen innemen in de beoogde transitie en anderzijds de steeds terugkerende thema’s serieus ter hand kunnen nemen. Hiermee wordt niet alleen invulling gegeven aan de behoefte (belangrijke economische drager) aan grootschalige kavels, belangrijker is dat bedrijven op Werklandschap Wijkevoort uitgedaagd en gefaciliteerd worden om individueel, gezamenlijk en samen met kennisinstellingen te werken aan innovatie in een ‘open innovatie’ omgeving. Zij implementeren een gezamenlijk innovatieprogramma en zoeken daarbij aansluiting bij landelijke en regionale innovatieprogramma’s, zoals van Midpoint Brabant. Een onafhankelijke adviescommissie toetst vooraf of de vestiging van indiener voldoet aan de economische waarden en uitgangspunten die voor de ontwikkeling van Wijkevoort zijn vastgelegd. Bedrijven die op Wijkevoort een plek krijgen moeten de bereidheid en competenties hebben om actief en samen te innoveren en dienen van toegevoegde waarde te zijn op het bestaande en toekomstige economische en logistieke ecosysteem van Tilburg en de regio Midden-Brabant.
Voor de toekomstige welvaart en welzijn in Tilburg en de regio Midden-Brabant is het cruciaal dat de schakels van productie en distributie slimmer, duurzamer en circulair worden gemaakt. De regio Midden-Brabant heeft daarom de missie geformuleerd om koploper te worden in de transitie naar verantwoorde productie en distributie. De regio Midden-Brabant is daarvoor bij uitstek geschikt om dit te realiseren door de unieke geografische ligging in een topregio voor moderne logistiek en maakindustrie met een goede infrastructuur, de ervaring en kennis (MBO, HBO en universitair) en kunde die we hebben opgebouwd. De toelating van bedrijven die bijdragen aan het beoogde concept is geborgd in de bestemmingsplanregels, in de Ontwikkelleidraad en in het exploitatieplan. Zo is in artikel 4.1.1 aanhef en onder a sub 1 sub I bepaald dat voor vestiging vereist is dat de Adviescommissie Wijkevoort, zoals genoemd in de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort, een positief advies heeft gegeven ten aanzien van de betreffende bedrijfsfunctie. Naast deze publiekrechtelijke borging heeft de gemeente uiteindelijk ook zeggenschap over welke bedrijf een grondpositie kan verkrijgen op Wijkevoort, omdat het college beslist over de gronduitgifte van de gemeente. De ontwikkeling van Wijkevoort past bij het economische profiel van Tilburg en de regio.
Productie en distributie zijn een belangrijk onderdeel van het economische DNA van de regio (sterker nog: er is maar één regio in Nederland waar productie én distributie in deze omvang en combinatie bij elkaar komen). De toegevoegde waarde van de logistiek en van de maakindustrie in Tilburg is voor beide segmenten meer dan € 1 miljard. Het bestemmingsplan Werklandschap Wijkevoort 2020 maakt de ontwikkeling van de eerste fase (41,9 ha uitgeefbaar) van het Werklandschap Wijkevoort mogelijk. De eerste fase beslaat het deel grofweg begrensd door de Burg. Letschertweg, de Hultensche Leij en het Wijckermeer. Van de 41,9 ha uitgeefbaar dient 7,3 ha aan te worden gelegd als groenblauw raamwerk op uit te geven gronden. Dit is ook geborgd in artikel 4.1.1 aanhef en onder a sub 1 sub III van het bestemmingsplan. Het gemeentebestuur is van mening dat nut en noodzaak van Wijkevoort is aangetoond en dat conform regionale en landelijke afspraken de locatie passend is. 3
2.
Onderwerp zienswijze: Beweringen in het MER komen niet overeen met het ontwerpbestemmingsplan. Reactie gemeentebestuur Ten behoeve van de ontwikkeling van Wijkevoort is een MER opgesteld. De bedoeling van een MER is om de milieueffecten van een ontwikkeling in beeld te brengen zodat het milieubelang goed meegewogen kan worden bij de besluitvorming. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) (zie bijvoorbeeld AbRvS 27 april 2011, in zaaknr. 201008134/1/M2 en AbRvS 4 januari 2012, zaaknrs. 201104518/1/R4 en 201111577/1/R4) houdt een milieueffectrapport zelf niet een besluit over een bepaald project in. Het MER wordt opgesteld om voldoende milieu-informatie te verzamelen om tot besluitvorming over een project over te gaan. De in die besluitvorming gemaakte keuze (uitmondend in het bestemmingsplan) hoeft niet volledig overeen te stemmen met de in het MER beschreven uitvoeringen van het project; zo'n eis zou betekenen dat het MER zelf reeds een definitieve keuze over het project zou moeten inhouden. Voor de totale ontwikkeling van Wijkevoort wordt uitgegaan van een ontwikkeling van maximaal 80 ha uitgeefbaar bedrijventerrein. Daarvoor zijn 2 alternatieven in het MER ontwikkeld, te weten de varianten “Wijkevoort compact” en “Wijkevoort verspreid”, beiden met 80 ha aan uitgeefbaar terrein.
Binnen ‘Wijkevoort compact’ wordt deze 80 ha in een kleiner gebied ontwikkeld dan in het alternatief ‘Wijkevoort verspreid’, volledig ten zuiden van de beek de Hultensche Leij. Het betreft bij het compacte alternatief dus een bedrijventerrein waarbij de bedrijven meer aaneengesloten bij elkaar zullen liggen. Bij het alternatief ‘Wijkevoort verspreid’ wordt de ontwikkeling van bedrijfskavels meer over het plangebied verdeeld en worden er 2 sprongen gemaakt over de Hultensche Leij. Omdat op grond van regionale afspraken alleen voor de eerste fase (oorspronkelijk 30 ha aan bedrijfskavels) een bestemmingsplan wordt opgesteld en de overige 50 ha pas later vraaggericht kan worden ontwikkeld is in het MER ook een variant in ogenschouw genomen waarbij Wijkevoort beperkt blijft tot een ontwikkeling van in totaal 30 ha aan bedrijfskavels. Dit om een indicatie te krijgen van de effecten bij 30 ha . Ook dit alternatief kent een compacte en verspreide variant. Als resultaat van de omgevingsdialoog en het besluit van de raad (september 2020) is het plangebied voor de eerste fase vergroot naar 37 ha aan bedrijfskavels (het gaat om 44,6 ha uitgeefbare grond incl. retentiegebied). Omdat de extra 7,2 ha valt binnen het al in ogenschouw genomen plangebied uit de MER en de milieueffecten daarvan niet het onderscheid in alternatieven zal doen wijzigen is het MER hier niet op aangepast.
Voor het ontwerpbestemmingsplan zijn vervolgens aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Inmiddels is door het besluit om de weg Wijkevoort te behouden het uitgeefbaar terrein verkleind naar 41,9 ha. Op basis van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. en de zienswijzen is een aanvulling op het MER gemaakt om op een aantal onderwerpen een nadere onderbouwing te geven. In de aanvulling op het MER is op deze aspecten een nadere toelichting gegeven. Aanvullend is in de aanvulling op het MER ingegaan op het doelbereik van het VKA. Welke doelen en ambities zijn gesteld voor Werklandschap Wijkevoort en worden deze doelstellingen en ambities met het VKA behaald? Daarbij wordt ingegaan op landschap, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, energieneutraliteit en mobiliteit. Ook is in de aanvulling nader ingegaan op de effecten op natuur: de effecten op beschermde soorten, Natuurnetwerk Brabant, biodiversiteit en stikstof in relatie tot Natura 2000. Tenslotte geeft de aanvulling ook aan welke maatregelen nodig zijn om effecten te voorkomen, mitigeren en/of compenseren of die nodig zijn om bepaalde doelstelling/ambities te behalen. Van deze maatregelen wordt daarbij aangegeven hoe deze worden geborgd: in het bestemmingsplan of op andere wijze. De commissie M.e.r.
heeft op 31 augustus 2021 het eindadvies uitgebracht dat luidt; “De aanvulling gaat op een gestructureerde wijze in op de tekortkomingen die de Commissie eerder signaleerde en op de aanpassingen aan het VKA die mede op basis van ingediende zienswijzen zijn gedaan. De aanvulling geeft over het algemeen voldoende onderbouwing van de effecten van het plan en laat beter zien welke mogelijkheden de gemeente heeft om de duurzaamheidsambities te behalen. De effecten van stikstofdepositie op beschermde natuur (Natura 2000-gebieden) en de maatregelen die nodig zijn om deze effecten te voorkomen zijn nog niet volledig beschreven. Daarom is nog niet
4
verzekerd dat aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden door het plan voorkomen kunnen worden. De Commissie adviseert om de ontbrekende informatie aan te vullen voordat de gemeenteraad besluit over het bestemmingsplan.” Deze aanvullende berekening is aan de stukken toegevoegd en de conclusie is dat aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden door het plan voorkomen kunnen worden. Ter onderbouwing en motivering van het ontwerpbestemmingsplan dient het MER in samenhang met de aanvullende onderzoeken te worden beoordeeld. Alle onderzoeken worden als bijlagen bij het bestemmingsplan gevoegd. De keuzes die zijn gemaakt in het ontwerpbestemmingsplan zijn rechtstreeks terug te voeren op het MER. In het ontwerpbestemmingsplan zijn naast de milieueffecten zoals onderzocht in het MER ook andere ruimtelijke relevante aspecten meegewogen bij de besluitvorming. 3.
Onderwerp zienswijze: Milieu en gezondheid worden door het plan geschaad. a. De toegelaten zware milieucategorie (4.2) leidt tot onredelijke risico’s voor onze veiligheid, gezondheid en milieu. Reactie gemeentebestuur De rechtstreeks toegestane milieucategorieën zijn categorie 3.1 en 3.2. In het ontwerpbestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor maximaal milieucategorie 4.2 onder stringente voorwaarden dat voldaan wordt aan de afstandscriteria ten opzichte van gevoelige objecten en de milieubelasting voor wat betreft de aspecten geur en geluid van het bedrijf niet meer bedraagt dan van een bedrijf uit de milieucategorie 3.2. Er is derhalve geen sprake van zware milieucategorieën en de belangen van gezondheid, veiligheid en het voorkomen van milieuhinder zijn in dit plan gewaarborgd. Uit de uitgevoerde onderzoeken naar geluidbelasting, geurhinder, externe veiligheid en luchtkwaliteit, (resp. als bijlagen 16, 27, 30, 19, 17, 18 en 19 bij het ontwerp bestemmingsplan gevoegd) blijkt dat de te vestigen bedrijven niet leidt tot onredelijke risico’s. M.b.t. externe veiligheid is in het bestemmingsplan opgenomen dat bedrijven met een extern risico niet zijn toegestaan. Alleen als de risicocontour op eigen terrein blijft dan kunnen dit soort bedrijven onder voorwaarden worden toegestaan. b.
Dit plan leidt tot gevaarlijke luchtvervuiling (stikstof, fijnstof) – die schadelijk is voor mens, dier en natuur.
Reactie gemeentebestuur Voor de ontwikkeling op Wijkevoort is in het kader van het MER-onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit als gevolg van de industriële activiteiten en wegverkeer. Voor de bestemmingsplanprocedure zijn de resultaten van dit onderzoek samengevat in de notitie ‘Bestemmingsplan Wijkevoort luchtkwaliteit’, dat als bijlage 19 bij de toelichting op het bestemmingsplan is gevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de grenswaarden voor zowel NO2 (stikstofdioxide) als PM10 (fijnstof) in de plansituatie niet worden overschreden. Hiermee voldoet het plan aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Naast toetsing aan de wettelijke grenswaarden is ook gekeken hoe de voorgenomen planontwikkeling zich verhoudt tot de (strengere) streefwaarden voor luchtkwaliteit volgens de WHO (World Health Organization). De gemeente Tilburg heeft zich door het ondertekenen van het Schone Lucht Akkoord in 2020 geconformeerd om per 2030 te willen voldoen aan de WHO-streefwaarden, hoewel dit geen wettelijke normen zijn. De WHOstreefwaarde voor NO2 is gelijk aan de norm volgens de Nederlandse wet- en regelgeving (40 mg/m3). Voor PM10 is de WHO-streefwaarde strenger, namelijk 20 mg/m3 in plaats van 40 mg/m3.
Op basis van de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de autonome ontwikkelingen tot2030 ende bijdrage van Wijkevoort tezamen niet leiden tot overschrijding van de WHO-streefwaarden voor zowel NO2 als PM10. Aanvullend op deze onderzoeken is de GGD om advies gevraagd. De GGD concludeert dat hoewel er voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarden er gezien de ambitie van de gemeente een hoger ambitieniveau mag worden nagestreefd. Hiertoe hebben zij voor wat betreft luchtkwaliteit een drietal aanbevelingen opgesteld voor bedrijven die zich willen vestigen op Wijkevoort. Deze aanbeveling zijn overgenomen in de ontwikkelleidraad voor Wijkevoort, waaraan op grond van het bestemmingsplan 5
door de Adviescommissie Wijkevoort wordt getoetst alvorens een bedrijf zich ter plaatse kan vestigen. Concreet betekent dit dat bedrijven bij inschrijving expliciet gevraagd zullen worden naar de emissie van hun bedrijf, de concrete ambities en plannen van het bedrijf om conventionele mobiliteit te beperken. Daarnaast is een groot aantal andere punten uit het GGD-advies overgenomen. Hiervoor verwijzen we naar bijlage 29 bij het bestemmingsplan. 4.
Onderwerp zienswijze: Dit plan leidt tot structurele geluidsoverlast (dag en nacht) - als som van industrie, vrachtverkeer, A58 en vliegverkeer Gilze Rijen. Reactie gemeentebestuur Voor wat betreft geluid van wegverkeer leiden de nieuwe wegen op Wijkevoort niet tot overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op bestaande woningen. Aanvullend is gekeken wat het effect is van de verkeersaantrekkende werking van Wijkevoort op bestaande wegen in de omgeving. Deze aantrekkende werking leidt tot een beperkte toename van wegverkeersgeluid op de omgeving. In het bijzonder is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de toename van de geluidbelasting op de wijk Reeshof/Koolhoven. Hieruit blijkt dat de geluidniveaus op de woningen in de Reeshof/Koolhoven met maximaal 1 dB (afgerond) kan toenemen. Een dergelijke beperkte toename is niet hoorbaar voor het menselijk oor. Het betreft hier woningen gelegen in de directe nabijheid van de Burgemeester Letschertweg. Gezien de grote afstand van de Reeshof (minimaal 1300 meter) tot Wijkevoort zal industrielawaai (gekoppeld aan de maximale milieucategorie 3.2 en de randvoorwaarde dat bedrijven van cat. 4.1 of 4.2 voor wat betreft geluid moeten voldoen aan de maximale emissie van een bedrijf van cat. 3.2) niet leiden tot een relevante geluidemissie in de Reeshof.
In zowel het akoestisch onderzoek bij het MER als bij het onderzoek bij het bestemmingsplan zijn in de cumulatieve geluidbelasting de geluidsemissies van luchtmachtbasis Gilze Rijen meegenomen. De conclusie uit deze rapporten is dat ten aanzien van de aanleg van industrieterrein Wijkevoort gesteld kan worden dat dientengevolge sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Naast toetsing aan de wettelijke grenswaarden is ook gekeken hoe de voorgenomen planontwikkeling zich verhoudt tot de streefwaarden voor geluid volgens de WHO en de GGD. De WHO hanteert een streefwaarde Lden voor wegverkeer van 53 dB, en de GGD een streefwaarde van 50 dB.. Op geluidberekeningen vanwege wegverkeer in het kader van de Wet geluidhinder wordt al geruime tijd een aftrek toegepast. Met behulp van deze aftrek (art. 110g Wet geluidhinder) wordt rekening gehouden met de ontwikkeling dat voertuigen op termijn stiller worden. Het gaat dan om een aftrek op de berekende geluidbelastingen in het kader van de Wet geluidhinder. Voor snelheden lager dan 70 km/uur bedraagt de aftrek 5 dB. Daarnaast hanteren de WHO en de GGD een aanvullende streefwaarde voor geluid voor de specifieke geluidbelasting in de nachtperiode (Lnight). Dit omdat slaapverstoring gezien wordt als een van de risico’s voor de gezondheid.
De streefwaarde voor Lnight is volgens de WHO 45 dB en de GGD hanteert 40 dB als streefwaarde. Conform de Wet Geluidhinder is er geen norm voor Lnight voor wegverkeer. Op basis van de resultaten uit het akoestisch onderzoek blijkt als gevolg van wegverkeer de gemiddelde geluidbelasting Lden ook te voldoen aan de streefwaarden volgens de WHO en de GGD. Er zijn geen woningen waarvoor de geluidbelasting Lden hoger is dan de streefwaarden volgens WHO en/of GGD. Voor de Lnight streefwaarden geldt dat 8 woningen een hogere geluidbelasting hebben dan de streefwaarde volgens de WHO (45 dB), en 9 woningen boven die van de GGD (40 dB). Het betreft woningen aan Nerhoven en Hultenseweg. Dit is echter niet het gevolg van de ontwikkeling van Wijkevoort maar deze zijn al aanwezig als gevolg van bestaande geluidbelasting. Aanvullend op de akoestische onderzoeken is de GGD om advies gevraagd. De GGD concludeert dat hoewel er voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarden er gezien de ambitie van de gemeente een hoger ambitieniveau mag worden nagestreefd. Hiertoe hebben zij voor wat betreft geluid aanbevelingen opgesteld voor de ontwikkeling van Wijkevoort. Deze aanbevelingen zijn overgenomen in de ontwikkelleidraad voor Wijkevoort. Concreet betekent dit dat de te wijzigen en de nieuwe wegen in en rond Wijkevoort zullen worden voorzien van een geluidreducerende deklaag.
Bedrijven die zich melden voor vestiging op Wijkevoort met een relevante geluidemissie zullen zodanig gepositioneerd worden op Wijkevoort dat de geluidemissie op de omgeving geminimaliseerd wordt om zodoende te kunnen voldoen aan het ambitieniveau voor Wijkevoort.
6
5.
Onderwerp zienswijze: Het bedrijventerrein komt op te korte afstand op woonwijken - Gilze, Hulten en Koolhoven liggen aan de overkant. Reactie gemeentebestuur De omliggende woonwijken liggen op afstand van het plangebied. De kortste afstand tussen de eerste woningen van de kern Gilze en het plangebied is 600 meter, de afstand tot de woningen van de kern Hulten is circa 1100 meter en de afstand tot de eerste woningen van Koolhoven is circa 1300 meter. Op Wijkevoort zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegelaten. De indicatieve afstand van deze milieucategorie tot een rustige woonwijk is 100 meter op grond van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Onder voorwaarden is milieucategorie 4.2. toegelaten. De indicatieve afstand van deze bedrijven tot aan een woonwijk is 300 meter. Het werklandschap komt derhalve niet te dicht op bestaande woonwijken.
6.
Onderwerp zienswijze: Het bedrijventerrein vormt een nieuw hitte-eiland - de directe omgeving, maar ook Gilze, Hulten en de Reeshof worden warmer. Reactie gemeentebestuur Wijkevoort wordt zodanig ontwikkeld dat de vorming van een hitte-eiland wordt tegengegaan en daarmee het effect op de omgeving beperkt zal zijn. Dat gebeurt enerzijds door de aanleg van een groenblauw raamwerk (een combinatie van openbare ruimte en bedrijfspercelen). Hiermee wordt water vastgehouden in het gebied, waarmee verdroging wordt tegengegaan en er ruimte is voor waterberging bij extreme neerslag. De groenblauwe linten kunnen in combinatie met de robuust ingerichte beekdalen temperatuurverschillen opvangen. En door middel van de beleidsregels wordt aan bedrijven eisen gesteld om de vorming van hittestress te beperken. Uit landelijk onderzoek blijkt dat in stedelijk gebied door het gebruik van groene daken en gevels de temperatuur met ongeveer 2-4 graden kan dalen. In de Ontwikkelleidraad is opgenomen dat bedrijven aan de hand van een berekening moeten laten zien dat hun ontwikkeling niet leidt tot een grote temperatuurstijging op het bedrijventerrein, waarbij met name gestuurd wordt op voldoende groen ten opzichte van verharding.
In het kader van de vaststelling van de Ontwikkelleidraad is er ook een afweging gemaakt tussen de wens van het tegengaan van hittestress door een groendak en het maximaal laten infiltreren van het regenwater. In de Ontwikkelleidraad is opgenomen dat bedrijven verplicht zijn om zoveel mogelijk groendaken aan te leggen. Indien dit niet mogelijk blijkt dient het bedrijf een dak met witte of lichte kleur toe te passen. Het toepassen van groendaken heeft vele voordelen: zoals voorkomen van hittestress, biodiversiteit, isolatie van het gebouw. Als het hard regent zal ook het groene dak water afvoeren, maar op jaarbasis wordt een groot deel van het regenwater vastgehouden door het groendak waarna het zal verdampen.
7.
Onderwerp zienswijze: Het bedrijventerrein leidt tot onaanvaardbare stikstofdepositie op natuurgebieden. Reactie gemeentebestuur Uit de berekeningen die opgenomen zijn in het onderzoek ‘Stikstofdepositie bestemmingsplan Wijkevoort d.d. 13 september 2021’ (hierna: Onderzoek Stikstofdepositie) en in het rapport ‘Passende beoordeling bestemmingsplan Werklandschap Wijkevoort, Tilburg’ (hierna: Passende beoordeling) blijkt dat zonder maatregelen de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden ‘Regte Heide & Riels Laag’ en de ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ toeneemt. Uit de berekeningen uit het Onderzoek Stikstofdepositie blijkt dat door extern salderen, door de aankoop van twee agrarische bedrijven gevestigd aan de Prinsenhoef 2 en Vosheining 6, geen sprake is van een stikstofdepositiebijdrage in voornoemde Natura 2000-gebieden. Eén agrarisch bedrijf is inmiddels aangekocht. Over het andere bedrijf zijn de onderhandelingen in een vergevorderd stadium. In het ontwerpbestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van het extern salderen. Deze houdt in dat een deel van het bedrijventerrein niet kan worden uitgegeven zolang de aankoop nog niet gerealiseerd is. Op basis van recente jurisprudentie van de Afdeling, de Beleidsregels Natuurbescherming van de Provincie Noord-Brabant versie zoals vastgesteld op 15 juli 2021 en vragen van de commissie m.e.r.
zijn nieuwe berekeningen uitgevoerd voor de stikstofdepositie als gevolg van
7
de ontwikkeling van Wijkevoort. Volgens deze nieuwe berekeningen (waarin de mitigerende maatregelen van extern salderen zijn meegenomen) is er geen sprake van significante effecten van stikstofuitstoot op Natura 2000 gebieden. Het bestemmingsplan voldoet aan de huidige wet en regelgeving m.b.t. stikstof (de planfase). De hoge eisen die gesteld worden in de ontwikkelleidraad aan de bedrijven dragen naar verwachting bij aan lagere emissies van de te vestigen bedrijven (projectfase). Het college neemt de oproep van de GGD, de zienswijzen en de gestelde raadsvragen serieus en wenst vanwege de unieke combinatie tussen de ontwikkeling van Wijkevoort en het Stadsbos013 extra inzet op de opgenomen saldering in het bestemmingsplan. In aanvulling op de verwachte besparing van lagere emissies van bedrijven zal het college actief op zoek gaan naar aanvullende salderingsmogelijkheden in de sfeer van het plangebied/Stadsbos013. 8.
Inhoud zienswijze; Plan tast het landschap aan. a. De enorme afmeting van de gebouwen zullen ons landschap en leefomgeving volledig consumeren. Reactie gemeentebestuur Wijkevoort mag worden ontwikkeld voor functioneel grootschalige bedrijvigheid in de maakindustrie en logistiek , met in beginsel een minimum oppervlakte per kavel van 5 ha en voor een deel voor kleinere percelen De omvang van de uit te geven kavels, is aan een minimum gebonden, tenzij het ondersteunende bedrijvigheid betreft. De ontwikkeling van Wijkevoort heeft invloed op het landschap en het uitzicht. Daarom zijn aan inpassing in het landschap en aan architectonische uitstraling van de gebouwen hoge eisen gesteld. In de Ontwikkelleidraad, die samen met het bestemmingsplan wordt vastgesteld, is een volledig hoofdstuk gewijd aan de eisen waaraan bedrijven op die gebieden moeten voldoen. Een bedrijf zal deze ambities in zijn plannen moeten waarmaken alvorens goedkeuring wordt gegeven aan de verkoop van grond. Daarnaast is het document Groen-blauw raamwerk opgesteld die ervoor zorgt dat er een robuuste groenstructuur om het werklandschap zal ontstaan.
In artikel 4.1.1 aanhef en onder a sub 1 sub III is ook bepaald dat binnen de bestemming “Bedrijventerrein” een functioneel grootschalig bedrijventerrein is toegestaan met een grootte van maximaal 41,9 ha netto uitgeefbare oppervlakte, met daarbinnen 7,3 hectare van het netto uitgeefbare oppervlakte ingericht dient te worden in het kader van het groen blauw raamwerk als bedoeld in bijlage 2 bij de regels van het bestemmingsplan De Hultenseweg, de beekdalen, het Wijckermeer en het Wijckerbos, de weg Wijkevoort en de brede wegprofielen met daarnaast altijd een retentiezone, zorgen dat Wijkevoort niet een groot bedrijvencomplex wordt, maar wordt doorsneden en omringd wordt door groene zones. Daarnaast is in de Ontwikkelleidraad opgenomen dat bij de ontwikkeling van een kavelgrootte groter dan 7 hectare het college een extra besluit neemt wanneer het een optie tot gronduitgifte/ ontwikkeling afgeeft. In het bestemmingsplan is in artikel 4.5.2 onder b een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verplicht tot de aanleg en instandhouding van het groen blauwe raamwerk. Daarnaast wordt geïnvesteerd in biodiversiteit en landschap in het gebied Klein Tilburg. Met de maatregelen wordt de invloed van de bebouwing op het landschap zoveel mogelijk beperkt en verzacht. Deze inrichting is ook opgenomen in de Ontwikkelleidraad.
Naar aanleiding van de zienswijzen wordt een bijlage aan de regels toegevoegd die de eisen voor de inrichting van het groenblauwe raamwerk en de groenblauwe linten daarbinnen bevat en wordt de voorwaardelijke verplichting uitgebreid zodat deze ook geldt voor de landschappelijke inpassing die binnen de bestemming “bedrijventerrein’ moet worden aangelegd. b.
Dit plan leidt tot verlies van Brabants landschap en is in strijd met adviezen om geen greenfields meer te ontwikkelen.
Reactie gemeentebestuur Wijkevoort past in de afspraken die provinciaal en regionaal gemaakt zijn.
8
Het College van Rijkadviseurs heeft een aantal aanbevelingen gedaan, waarmee wij zo goed mogelijk rekening houden. Architectenbureau Rademacher en De Vries stellen in hun ontwerpend onderzoek XL-verdozing (oktober 2019, i.o.v. College van Rijksadviseurs) dat bedrijfshallen grootverbruikers zijn van ons landschap. Dat landschap krijgt een steeds belangrijker rol voor recreatie, natuur, energietransitie en verduurzaming van de landbouw. De ontwikkeling van grote (logistieke) bedrijventerreinen moet daarom minder, compacter, geconcentreerder en multifunctioneler. De onderzoekers onderscheiden 3 ruimtelijke spreidingsvormen: clusters, linten en solitairen. De mate van versnippering en de omvang van het contactvlak met het landschap zijn bij clusters het kleinst en bij solitairen het grootst. Voor Wijkevoort geldt dat het landschap zal veranderen. Echter bestaande landschapsstructuren als de Hultenseweg, het Wijckermeer en het Wijckerbos en de weg Wijkevoort blijven bestaan. Daarnaast wordt er landschappelijke structuren toegevoegd zoals de ecologische verbindingszones ter plaatse van de beekdalen, een natuurgebied tussen Wijkevoort en Burg. Letschertweg en daarnaast wordt op grond van het Groen-blauwe raamwerk brede landschappelijke zones toegevoegd. Aantasting van het landschap wordt op deze wijze zo goed als mogelijk beperkt.
Landschappelijke kwaliteit speelt een steeds belangrijker rol in vestigingskeuzes en geluk van bedrijven, werknemers en bewoners. Bedrijventerreinen hebben echter een negatieve invloed op biodiversiteit, uitzicht, recreatiemogelijkheden en belevingswaarde. Bepaalde soorten en waarden verdwijnen als gevolg van de ontwikkeling, terwijl er juist nieuwe kansen ontstaan voor andere soorten en waarden. In het rapport wordt daarom gepleit voor meer regie om plannen aan (behoud en ontwikkeling van) deze landschappelijke waarden te toetsen. In het rapport wordt o.a. gepleit voor: Selectief omgaan met de vraag, vooral met trends die op korte termijn spelen (zoals XLdozen): Dit gebeurt in de provincie Noord-Brabant en de regio in de vorm van de bedrijventereinenafspraken. Wijkevoort is niet bestemd voor de XL dozen maar voor slimme logistiek en slimme industrie. Ruimtelijke clustering; Wijkevoort is een cluster gelet op de andere reeds aanwezige bedrijventerreinen rondom knooppunt A58- Burg. Letschertweg als ook de clustering van logistiek en industrie en de multimodale ontsluiting in Tilburg als geheel. Het herontwikkelen, opknappen en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen: de gemeente Tilburg zet sterk in op herstructurering van bestaande bedrijventerreinen.
Het aanwijzen van bufferzones die voorkomen dat stedelijke gebieden aan elkaar groeien (zoals Groen-blauwe mantel Noord-Brabant): In de Omgevingsvisie 2040 zijn de 3 stadsregionale parken aangewezen die functioneren als buffer, voor Wijkevoort specifiek is dat Stadsbos013. Met de visie Pauwel – Oost wordt het gebied Zwaluwenbunders niet als werklocatie ontwikkeld maar wordt als onderdeel van één van onze stadsregionale parken landschappelijk doorontwikkeld. Aandacht voor multifunctionaliteit, stapeling, inpassing: Dit is onderdeel van het selectieproces. Nieuw instrumentarium als bestaand instrumentarium niet voldoet voor deze doelen: Er wordt voor Wijkevoort gewerkt met de Ontwikkelleidraad waardoor stringente eisen gesteld kunnen worden die verder gaan dan via een regulier bestemmingsplan. De ontwikkeling van Wijkevoort houdt rekening met deze aanbevelingen. Dit sluit ook aan op de uitgangspunten zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. Het rijk zet daarbij in op clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten. Tilburg is een van de knooppunten langs de goederencorridor. 9.
Inhoud zienswijze: Het plan leidt tot ernstige toename van het vrachtverkeer (24/7) op ontoereikend wegennet, met files, sluipverkeer en extra uitstoot tot gevolg. Reactie gemeentebestuur Het bedrijventerrein gaat, afhankelijk van het daadwerkelijk aantal te realiseren ha, extra verkeer genereren. De maximale verkeersproductie behorend bij 37 ha is ca. 8700 motorvoertuigen per etmaal. Het aandeel vrachtverkeer daarvan is 22 à 23%. Dit verkeer wordt volledig aan de westzijde, via de Burgemeester Letschertweg, afgewikkeld, welke onderdeel is van de hoofdwegenstructuur en
9
bedoeld is om het verkeer te verzamelen en af te wikkelen. Er komen daarvoor twee ontsluitingen op de Burgemeester Letschertweg. Een ter hoogte van de Nerhoven/Hultenseweg en een ter hoogte van de Burgemeester Ballingsweg. Voor de onderbouwing van het MER en voor het bestemmingsplan is een verkeerskundige doorrekening gemaakt van het wegennet en de nieuwe aansluitingen, met als doel te bepalen hoe de nieuwe aansluitingen vormgegeven moeten zijn en om te beoordelen of het wegennet de toename van verkeer, zowel auto- als vrachtautoverkeer, kan verwerken. In het onderzoek is voor het MER een achttal varianten doorgerekend van 30 en van 80 ha bedrijventerrein. Daarnaast is voor het bestemmingsplan ook de variant 37 ha bedrijventerrein met 100% logistiek doorgerekend (er is gekozen voor 100% logistiek als worst-case benadering, dit wil niet zeggen dat het terrein met 100% logistiek worden uitgeven De inzet van Wijkevoort is nadrukkelijk niet om 100% logistiek uit te geven maar een mix van bedrijven te maken volgens de definitie van Smart Industrie, Smart Services en Smart Logistics. De worst case variant levert een verkeersproductie van ca. 8.700 motorvoertuigen per etmaal op. Uit het onderzoek volgt dat er een aantal infrastructurele maatregelen moet worden getroffen. Deze maatregelen bestaan uit het maken van extra opstelvakken bij de verkeerslichten.
Deze verkeerskundige maatregelen gelden als randvoorwaarden bij de realisatie van het bedrijventerrein en borgen de capaciteit van het wegennet. Daarmee worden files, sluipverkeer en onnodige opstoppingen voorkomen. In de regels van het bestemmingsplan wordt een aanvullende voorwaardelijke verplichting opgenomen dat deze aanpassingen binnen 2 jaar na uitgifte van de eerste kavel dient te zijn aangelegd. Om sluipverkeer via de Hultenseweg te voorkomen wordt de aansluiting ervan ter plaatse van Wijkevoort dusdanig vormgegeven dat uitwisseling van verkeer tussen de Hultenseweg en het bedrijventerrein wordt voorkomen. 10. Inhoud zienswijze: Het plan leidt tot verzwaring van het arbeidsmigranten vraagstuk doordat nieuwe werkgelegenheid niet aansluit op Tilburgse beroepsbevolking. Reactie gemeentebestuur Vanuit het profiel Smartvoort sluit de ontwikkeling van Wijkevoort duurzaam aan op de Tilburgse en regionale arbeidsmarkt. De inzet is om voor de lange termijn duurzame werkgelegenheid te genereren en zodoende praktische en theoretische talenten de kans te bieden om zicht te ontwikkelen. Het is nadrukkelijk niet de inzet om met de ontwikkeling van Wijkevoort in te zetten op sectoren die overwegend tijdelijke arbeidskrachten aantrekken en tijdelijke banen scheppen. Het bedrijf geeft mensen, na bewezen geschiktheid, een vast contract.
Indien bedrijven daarentegen tijdelijk of langer aangewezen zijn op arbeidsmigranten, dan borgt de Ontwikkelleidraad de regionale afspraken met betrekking tot een adequate huisvesting en arbeidsvoorwaarden. De ontwikkeling van Wijkevoort leidt tot extra werkgelegenheid voor 2800 tot 4000 personen. De adviescommissie neemt in haar advisering mee hoe potentiële nieuwe bedrijven de regionale beroepsbevolking laat profiteren. Conform regionale afspraken kan een bedrijf zich pas vestigen op het moment dat deze aantoonbaar voorziet in adequate huisvesting van arbeidsmigranten. Daarbij worden voor de huisvesting onze eigen, door de raad vastgestelde, normen voor huisvesting gehanteerd, waarbij minimaal de eisen van de Stichting Normering Flexwonen-norm of gelijkwaardig van toepassing zijn. Het betrokken uitzendbureau of bedrijf dat de exploitatie van de huisvestingslocatie voor haar rekening neemt, dient te beschikken over een keurmerk c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA of te beschikken over een gelijkwaardig keurmerk. Deze keurmerken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels. Daarbij wordt bij voorkeur ingezet op een hogere standaard dan de SNF-norm.
Bijvoorbeeld op het vlak van privacy (1 persoon op een slaapkamer, tenzij de buitenlandse medewerkers aangeven een relatie tot elkaar te hebben en zelf de wens hebben een kamer te delen) en welzijnsvoorzieningen. 11. Het plan leidt tot een onrechtvaardige lastenverdeling, lasten voor burgers en omwonenden, lusten voor investeerders en gemeente. Reactie gemeentebestuur
10
Wij ontwikkelen Wijkevoort voor het bredere economische en maatschappelijke belang van de stad. Vanzelfsprekend zal op Wijkevoort ruimte zijn voor bedrijven om te ondernemen met een winstoogmerk. Daarbij worden 2800 tot 4000 nieuwe banen voorzien met als doel om de Tilburgse en regionale arbeidsmarkt te versterken. Alle die gemaakt zijn en gemaakt worden voor de ontwikkeling van Wijkevoort worden gedekt door de grondopbrengsten en exploitatiebijdragen van grondeigenaren die mogelijk zelf een deel van het plan realiseren. Er ontstaat zodoende geen tekort voor de gemeente. Er ontstaan voor de gemeente na realisatie wel extra inkomsten als gevolg van heffingen van gemeentelijke belastingen. Deze opbrengsten komen ten goede aan andere ontwikkelingen in de stad. Via het amendement 22.2 'Investeringsfonds Klein Tilburg' is op 21 september 2020 door de gemeenteraad besloten dat bij een positief financieel resultaat van Wijkevoort de gemeente 50% van het resultaat ten gunste laat komen aan 'Klein Tilburg' dat buiten het exploitatiegebied Wijkevoort ligt. Dit gebeurt ten behoeve van de uitwerking van de Stadsbos013 ambities in het gebied en de eventuele aanvullende wensen vanuit de omgeving voor landschaps- en biodiversiteitsversterking en aantrekkelijke ontsluiting van het gebied. Het minimumbedrag betreft € 500.000, - en is gemaximaliseerd op € 2.500.000, -. 12.
Inhoud zienswijze: Het plan bedreigt de biodiversiteit door het verlies van biotopen van beschermde plant- en diersoorten. Reactie gemeentebestuur Op dit moment is het plangebied met name agrarisch in gebruik. De bestaande natuurgebieden in het gebied (Wijckerbos en Wijckermeer) blijven bij de ontwikkeling van het werklandschap behouden. Er vindt aanleg van natuur en landschap plaats die wettelijk verplicht is zoals de 50 meter brede ecologische verbindingszones Groote Leij en Hultensche Leij (een totaal oppervlakte van 17 ha), de aanleg van een leefgebied voor uilen van 15 ha en het groenblauwe lint van 12 ha dat nodig is voor landschappelijke inpassing en de verplichte waterretentie. Daarnaast wordt er extra natuur aangelegd, te weten ca 6,5 ha gelegen tussen de Groote Leij en de Burg. Letschertweg, 6 ha extra bij het Wijckermeer als moeraszone. Het Wijckerbos wordt ecologisch interessanter gemaakt door deze te vernatten. Verder worden de bedrijven verplicht om groene erfafscheidingen te realiseren, om groene daken te realiseren en een deel van de gevel te voorzien van groene bekleding. Door de ontwikkeling van het Werklandschap wordt er dus aan het gebied in ieder geval ca 40 ha natuur/landschapselementen toegevoegd. Hiermee wordt nagestreefd om de biodiversiteit in het gebied toe te laten nemen ten opzichte van de huidige situatie.
Via het amendement 22.2 'Investeringsfonds Klein Tilburg' is op 21 september 2020 door de gemeenteraad besloten dat bij een positief financieel resultaat van Wijkevoort de gemeente 50% van het resultaat ten gunste laat komen aan 'Klein Tilburg' dat buiten het exploitatiegebied Wijkevoort ligt. Dit gebeurt ten behoeve van de uitwerking van de Stadsbos013 ambities in het gebied en de eventuele aanvullende wensen vanuit de omgeving voor landschaps- en biodiversiteitsversterking en aantrekkelijke ontsluiting van het gebied. Het minimumbedrag betreft € 500.000, - en is gemaximaliseerd op € 2.500.000, -. Ook heeft de raad besloten dat de groene zones in het plangebied versneld aangelegd dienen te worden, vooruitlopend op een onherroepelijk bestemmingsplan. Het gaat daarbij om de robuuste beekdalen van 50 meter breed (Hultensche Leij en Groote Leij), de zone bij de Burg. Letschertweg, het waterpark Wijckermeer en het compensatiegebied voor steenuil/kerkuil in het kader van de uitvoering van het SoortenManagementPlan. In het gebied zijn momenteel bijzondere soorten aanwezig zoals weide- en akkervogels, natuurwaarden op erven, etc. Agrarische percelen en bebouwing verdwijnen. Het is niet mogelijk en ook niet de bedoeling om specifieke biotopen zoals akkers en weilanden te vervangen.
Biotopen voor deze soorten zullen ter plekke van Wijkevoort verdwijnen; echter komen daar andere biotopen voor terug en er worden zoals beschreven in het SoortenManagementPlan, maatregelen genomen om beschermde en anderszins kritische soorten te behouden in het gebied of de directe omgeving. Verder worden de opstallen ter plaatse van de Hultenseweg 8, Hultenseweg 13 en Hultenseweg 35 en de wegen Hultenseweg en Wijkevoort met de laanbeplantingen behouden. Naast de cultuurhistorische waarde (met name Hultenseweg 8) is dit ook van belang voor de ter plaatse aanwezige natuurwaarden/soorten als verblijfplaats voor o.a. vleermuizen en vogels. Ook wordt het plangebied van Wijkevoort zodanig ontwikkeld dat dit een leefgebied blijft c.q. wordt voor (deels dezelfde en 11
deels andere) soorten. Hiervoor zijn in de Ontwikkelleidraad voorwaarden opgenomen, zoals groene daken en gevels, een ecologische inrichting van het groenblauwe lint rondom de bedrijfskavels en de ontwikkeling van ecologische verbindingszones. 13. Inhoud zienswijze: er is sprake van een onbetrouwbare overheid - die burgers negeert: te late en misleidende informatie en geen dialoog. Reactie gemeentebestuur De locatie voor het bedrijventerrein Wijkevoort wordt al geruime tijd genoemd, zoals in de Structuurvisie Zuidwest uit 2011, de Omgevingsvisie 2040 uit in september 2015, het Masterplan Wijkevoort uit juni 2018 en de Nota Toekomstbestendige werklocaties uit september 2020. De eerste besluitvorming over Wijkevoort dateert al uit 1998 met ‘Ruimte voor bedrijven, Nieuwe bedrijventerreinen in Tilburg tot 2015’.. Wijkevoort draagt bij aan de duurzaamheidsambities en werkgelegenheid te realiseren. De gemeente heeft op een divers aantal momenten gecommuniceerd over de voorgenomen ontwikkeling. Op 18 april 2017 is een inloopavond georganiseerd inzake de conceptnotitie reikwijdte en detailniveau MER-bedrijventerrein Wijkevoort op 18 april 2017. Daarbij konden ook zienswijzen worden ingediend. Ook hiervan is veelvuldig gebruik gemaakt.
Daarnaast is er voorafgaand aan het vaststellen van het Masterplan Wijkevoort (hierna: Masterplan) op 23 november 2017 een informatieavond geweest over de voorgenomen ontwikkeling van Wijkevoort. Nadat een algemene toelichting is gegeven op de voorgenomen ontwikkeling konden aanwezigen vragen stellen aan thematafels over de ontwikkeling. Daarnaast bestond de mogelijkheid om vragen schriftelijk in te dienen en de mogelijkheid om op het gemeentekantoor met ambtenaren de vragen te bespreken. Hier is ook veelvuldig gebruik van gemaakt. Na het vaststellen van het Masterplan is een planteam opgericht. Het planteam brengt advies uit aan het college over de planontwikkeling van Wijkevoort. In het planteam zitten vertegenwoordigers van de wijkraad Reeshof, omwonenden, ondernemers en natuurbelangenvereniging (uilenwerkgroep). Het planteam werkt via haar adviesrecht constructief mee aan de realisatie van het plan, waarbij expliciet aangegeven is dat een deel van de belangenvertegenwoordigers (bewoners- en natuurorganisaties) tegen de komst van het terrein is. De adviezen van het planteam hebben tot aanpassing van het plan geleid, zoals verwoord in bijlage 25 bij het bestemmingsplan. De gemeente biedt zoals bij elke bestemmingsplanprocedure inwoners de mogelijkheid om zich uit te spreken over het plan. Dit begint bij de omgevingsdialoog.
Dit is een voorgeschreven stap in de voorbereiding van een bestemmingsplan. Met de omgevingsdialoog gaat het college van B&W in gesprek met de omgeving over de plannen die de gemeente voor een gebied heeft, in dit geval Werklandschap Wijkevoort. Dit doen we om de omgeving op de hoogte te brengen van het voornemen en hen de mogelijkheid te bieden hun vragen, zorgen en ideeën te benoemen. In 2020 (juni & juli en september) heeft een uitgebreide omgevingsdialoog m.b.t. het bestemmingsplan en de Ontwikkelleidraad plaatsgevonden. De vorm van de omgevingsdialoog is vanwege coronamaatregelen grotendeels digitaal geweest, bestaande uit 2 plenaire sessies, waarbij ook de wethouder aanwezig was, en 3 themasessies. Mede dankzij de daaraan geuite behoefte is besloten ook een fysieke avond te houden met aanwezigheid van de wethouder. Iedereen die zich hiervoor heeft aangemeld heeft deel kunnen nemen aan de bijeenkomsten. Ten tijde van de omgevingsdialoog waren de plannen nog niet definitief. De reacties uit de omgevingsdialoog hebben geleid tot aanpassingen in de plannen die opgenomen zijn in het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen van 5 april 2021 tot en met 17 mei 2021. Het bestemmingsplan wordt in november van dit jaar aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd.
Uit het groot aantal zienswijzen en de uitgebreide inhoud ervan kan afgeleid worden dat bewoners uitgebreid direct en ook indirect geïnformeerd zijn over de plannen. 14. Inhoud zienswijze: De Ontwikkelleidraad kan gemakkelijk aangepast/afgezwakt worden. Reactie gemeentebestuur
12
Het ontwerpbestemmingsplan is een bestemmingsplan verbrede reikwijdte op gerond van de Crisisen herstelwet. Dit biedt de mogelijkheid om naast regels over ‘goede ruimtelijke ordening’, aanvullende regels op te nemen waarin de fysieke leefomgeving centraal staat. Dat is in dit ontwerpbestemmingsplan met name gebeurd in artikel 4.2.1. In dit artikel zijn open normen opgenomen die verder zijn uitgewerkt in de Ontwikkelleidraad. De Ontwikkelleidraad heeft het karakter van een beleidsregel in de zin van artikel 4:81 Awb en artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. De Ontwikkelleidraad is juist bedoeld om te borgen dat de bedrijven die zich in Wijkevoort willen vestigen, voldoen aan de kaders die de raad nodig acht om te borgen dat sprake blijft van een goede fysieke leefomgeving. Gelet daarop is aanpassing of afzwakking van de Ontwikkelleidraad niet aan de orde. Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt via het bestemmingsplan mede getoetst aan de Ontwikkelleidraad. Als een bedrijf na verlening van een omgevingsvergunning niet conform de vergunning bouwt dan kan hierop gehandhaafd worden, wegens bouwen in strijd met de vergunning. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de eisen uit het bestemmingsplan en de Ontwikkelleidraad worden nageleefd. Tegen de Ontwikkelleidraad kan geen zelfstandig beroep worden ingesteld.
Wel is het mogelijk om bezwaar en beroep in te stellen tegen een omgevingsvergunning en in dat kader kunnen ook de beleidsregels uit de Ontwikkelleidraad aan de rechter ter beoordeling worden voorgelegd. In het bestemmingsplan is bepaald dat het wijzigen van de Ontwikkelleidraad een bevoegdheid van de raad is. Indien het voor het waarborgen van een goede fysieke leefomgeving nodig is de Ontwikkelleidraad aan te passen, is de raad daartoe bevoegd. Bij eventuele toekomstige wijzigingen van de Ontwikkelleidraad alsook bij het opstellen van een bestemmingsplan of een ander planologisch besluit voor fase 2 Wijkevoort is in de voorbereidingsprocedure een extra stap toegevoegd: zowel omwonenden als de reeds gevestigde bedrijven op Wijkevoort worden gevraagd om een zienswijze uit te brengen voordat de raad een besluit over deze wijzigingen neemt. Omdat de wijziging van de Ontwikkelleidraad een bevoegdheid is van de raad, hebben burgers een inspraakmogelijkheid bij de raad. Naar aanleiding van gesprekken, zienswijzen en moties is besloten om het Kwaliteitsteam te versterken, meer disciplines toe te voegen en tenminste voor 50% uit onafhankelijk extern deskundigen te laten bestaan. Hiermee is een extra waarborg voor kwalitatief hoogwaardig resultaat ingebouwd.
Wat betreft het Adviesteam, de eerste ‘toegangspoort’ voor bedrijven die zich willen vestigen, is besloten om extra leden toe te voegen voor circulaire economie, inclusieve bedrijfsvoering en duurzaamheid. 15. Inhoud zienswijze: Onzekerheid over de toekomst - met risico dat het gehele buitengebied verloren gaat. Reactie gemeentebestuur De afweging tussen rode (ontwikkeling van woningbouw en bedrijvenlocaties) en groene (ontwikkeling van b.v. de stadsregionale parken) ontwikkelingen is gemaakt in de Omgevingsvisie 2040. Voor dit deelgebied is die afweging gemaakt in het kader van de visie Stadsbos 013. De begrenzing van het werklandschap is in het kader van de ontwikkeling van Wijkevoort bepaald op de Hultensche Leij. 16. De cultuurhistorische waarden worden aangetast. Reactie gemeentebestuur De samenhangende waarde van het open cultuurlandschap kan door de ontwikkeling ter plekke van het Werklandschap Wijkevoort niet worden behouden. Echter één van de grootste cultuurhistorische kwaliteiten in Wijkevoort is de kenmerkende laanbeplanting langs de Hultenseweg en de weg Wijkevoort. Deze wegen en beplanting worden volledig gehandhaafd en ingepast. Ook worden naar aanleiding van de zienswijzen en omdat de opstallen een rol spelen in het kader van het SoortenManagementPlan worden een aantal bestaande gebouwen gehandhaafd.
Het voorliggende bestemmingsplan en exploitatieplan wordt gewijzigd vastgesteld waarbij de volgende opstallen gehandhaafd worden: 1. Hultenseweg 8 (woning en schuur); 2. Hultenseweg 13 (schuur); 3. 13
Hultenseweg 35 (woning en schuur). Het handhaven van een woonbestemming op voornoemde adressen is niet mogelijk aangezien de bestemming 'Wonen' niet mogelijk is in verband met de voorgenomen bestemming 'Bedrijventerrein'. De percelen krijgen een bestemming Bedrijventerrein, hierop kunnen b.v. ondersteunende functies voor Wijkevoort landen. Ook de beekdalen zijn van cultuurhistorische betekenis. Deze worden hersteld naar hun oorspronkelijke maat en functie, zodat ze voor de natuur en het landschap weer een grote rol kunnen gaan spelen. Er worden landschapselementen toegevoegd zoals tussen de Groote Leij en de Burgemeester Letschertweg en tussen Wijkevoort en Stadsbos013. Tevens wordt de (landschappelijke structuur) van de weg Wijkevoort in stand gehouden. 17. Door de ontwikkeling van Wijkevoort vervallen er recreatiemogelijkheden. Reactie gemeentebestuur Ook bij de ontwikkeling van Wijkevoort blijft het gebied open voor recreanten om te fietsen en te wandelen. De gebieden die nu agrarisch in gebruik zijn, zullen in de toekomst in gebruik zijn als bedrijfskavels. In beide situaties zijn deze gebieden niet toegankelijk, wel verandert het aanzicht. Daarnaast zal met de ontwikkeling van Wijkevoort ook het Wijckermeer beter bereikbaar worden voor extensieve vormen van recreatie. In de referentiesituatie blijft het gebied van het Wijckermeer ontoegankelijk (m.u.v. de duikers).
Ook zullen rondom de bedrijfsclusters nieuwe wandel- en fietspaden worden aangelegd. Er wordt geïnvesteerd in recreatiemogelijkheden in Stadsbos013. De ontwikkeling van Wijkevoort hangt ook samen met de keuze om de locatie Zwaluwenbunders niet te ontwikkelen als werklocatie maar als onderdeel van het stadsregionale park Pauwels.
14
3
Antwoord op zienswijzen
In dit hoofdstuk (zie de aparte bijlage Reactie per zienswijzen) worden de binnengekomen zienswijzen individueel en puntsgewijs behandeld. In de eerste kolom is het nummer van de zienswijze aangegeven, in de tweede kolom het subnummer, de zienswijzen zijn opgesplitst naar onderwerp. In de derde kolom is aangegeven op welke besluit de zienswijzen betrekking heeft. Niet altijd is dat duidelijk aangegeven in de zienswijzen en dan zijn we er van uit gegaan dat de zienswijzen/ reactie betrekking heeft op zowel ontwerpbestemmingsplan, MER en Ontwikkelleidraad. Alleen als dat expliciet is aangegeven nemen we aan dat de zienswijze gericht is tegen het exploitatieplan. De nummering van de zienswijzen komt overeen met de nummering van de lijst met indieners van zienswijzen. In de vierde kolom is de (letterlijke) inhoud van de zienswijze weergegeven. Eventuele figuren, tabellen of scans van andere documenten die in de zienswijze zijn opgenomen, zijn niet in deze tekstkolom weergegeven. Ook bevatten enkele zienswijzen bijlagen als achtergrond/toelichting bij de zienswijze. Ook deze bijlagen zijn niet in de tekstkolom weergegeven. In de vijfde derde kolom is een reactie van het gemeentebestuur opgenomen op de ingebrachte zienswijze. Soms wordt verwezen naar de algemene beantwoording in hoofdstuk 2.
Wanneer de zienswijze tot een aanpassing leidt in een van de besluiten, dan is dat in de laatste kolom van de antwoordtabel aangegeven. Daarnaast zijn er gelijkluidende formulieren ingediend, de reactie hierop is terug te vinden onder de thematische beantwoording. Een overzicht van deze zienswijzen staat in “zienswijzen formulieren”.
15
4
Aanpassingen aan besluiten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk staan alle wijzigingen die zijn aangebracht aan de besluiten. Naast de wijzigingen als gevolg van de zienswijzen, betreft het ook ambtshalve wijzigingen. De wijzigingen worden per besluit toegelicht. Zie de aparte bijlage “staat van wijzigingen”.
16