11a Beheerplan Civiele kunstwerken - definitief
Tekst van het document
Beheerplan Civiele kunstwerken 2023-2026 Gemeente Tilburg 10 juni 2022
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Inhoudsopgave Factsheet
5
1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Doelstelling
6
1.3
Scope
6
1.4
Leeswijzer
6
Kaders en beleid
7
2.1
Wet- en regelgeving
7
2.2
Gemeentelijk beleid
8
2.3
Raakvlakken andere disciplines en stakeholders
9
2
3
4
5
Kwantiteit en Kwaliteit
11
3.1
Kwantiteit
11
3.2
Kwaliteit
13
3.3
Prestatie-indicatoren
15
Beheertactiek
17
4.1
Beheerproces
17
4.1
Activiteiten IBOR
18
Financiën
22
5.1
Uitgangspunten
22
5.2
Exploitatiebudget
24
5.3
Investeringsbudget
24
6
Risico’s
26
7
Ontwikkelagenda (verbeteren en vernieuwen)
27
Bijlagen
Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
3
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Bijlage A Interventieniveaus (minimale kwaliteit) kunstwerken: steenachtig, staal en hout
30
Bijlage B Risico-klassen
33
Bijlage C Meerjarenonderhoudsprogramma
61
Bijlage D Vervangingen op korte termijn
62
Colofon
63
Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
4
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Factsheet Apart bijlagenblad in pdf.
Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
5
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Voorliggend document betreft het beheerplan Civiele Kunstwerken. Dit beheerplan maakt onderdeel uit van het project IBOR dat samen met de gemeente is uitgevoerd. Het overkoepelende IBOR plan daarin dient als integraal kader. In de onderliggende beheerplannen is het bestaand beleid door- vertaald naar beheer op tactisch niveau. Het zet uiteen hoe het beheer van de betreffende asset bijdraagt aan de doelstellingen van de organisatie en de belangen van de stakeholders. In het Besluit, Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) is vastgelegd, dat voor het beheer van de kapitaalgoederen meerjarenprogramma’s beschikbaar moeten zijn. Het beheerplan versie 1.0 is een groeidocument, dat de hoofdlijnen van de huidige situatie weergeeft en in de loop van de tijd aangevuld wordt.
1.2
Doelstelling
De doelstelling is het opstellen van een beheerplan, dat antwoord geeft op de volgende W-vragen: • • • • • • • •
Wat heeft de gemeente in beheer (omvang en type assets)? Wat is de kwaliteit ervan (actuele kwaliteit en eventueel achterstallig onderhoud)? Wat is het ambitieniveau? Welke werkzaamheden zijn nodig om te kunnen voldoen aan deze ambitie? Welk budget is daarvoor nodig de komende jaren? Hoe verhoudt het benodigd budget zich tot het beschikbaar budget? Welke risico’s zijn er? Welke potentiële verbeteringen en vernieuwingen zijn de komende periode voorzien?
Voor de civiele kunstwerken is in april 2020 een beheerplan opgesteld en vastgesteld. Het doel van het project IBOR is echter om alle beheerplannen zoveel als mogelijk in één lijn te brengen voor wat betreft de indeling van het rapport en de invulling daarvan. Voorliggend beheerplan komt grotendeels overeen met het vastgestelde beheerplan, waarbij de tekstpassages zijn overgenomen en ondergebracht bij de paragrafen uit de nieuwe indeling. Daarnaast is het beheerplan uitgebreid met een ontwikkelagenda.
1.3
Scope
Dit beheerplan heeft betrekking op alle bij de gemeente Tilburg in beheer zijnde civiele kunstwerken, gelegen binnen de openbare ruimte. Dit betreffen de objecten opgenomen in Het beheersysteem, maar daarbuiten ook de (bestaande) objecten die in de komende jaren nog toegevoegd worden.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt (heel) kort stilgestaan bij de relevante kaders en het relevante beleid. Deze zijn reeds besproken in het IBOR en hier wordt het verband gelegd met de relevantie daarvan. Tevens wordt aandacht geschonken aan de relevante raakvlakken met andere beheerdisciplines alsmede relevante stakeholders. Hoofdstuk 3 gaat in op het areaal. Wat is er in beheer (kwantiteit) en wat is daarvan de kwaliteit? Tevens komen hier ook de (relevante) KPI(’s) aan bod. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de beheertactiek waarbij het beheerproces, maar ook de wijze van onderhoud aan bod komen. Hoofdstuk 4 gaat in op het noodzakelijke onderhoud voor de komende jaren gevolgd door het financiële aspect in hoofdstuk 5. Hierbij wordt aangesloten bij de in de BBV gebruikte terminologie. Hoofdstuk 6 geeft de mogelijke risico’s weer behorende bij het beheer en onderhoud van de assets. Hoofdstuk 7 sluit af met een opsomming van potentiële verbeteringen en vernieuwingen, de zogenaamde ontwikkelagenda. Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
6
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
2
Kaders en beleid
In dit hoofdstuk is ingegaan op de kaders die wettelijk of beleidsmatig zijn vastgesteld voor het beheer van kunstwerken in de gemeente Tilburg.
2.1
Wet- en regelgeving
In deze paragraaf staat een korte opsomming van de belangrijkste wet- en regelgeving rondom het beheer en onderhoud van civiele kunstwerken in de gemeente Tilburg. • • • • • • • • •
Burgerlijk wetboek Gemeentewet BBV Wegenwet Waterwet Wet milieubeheer Flora- en faunawet Bouwbesluit in combinatie met EN en NEN Machinerichtlijn
Burgerlijk Wetboek Artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek regelt de risicoaansprakelijkheid, namelijk de schade als gevolg van een gebrek aan het object (gebouw, kunstwerk, openbare weg, etc.). De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan het areaal of object. De eigenaar/beheerder heeft de plicht zorg te dragen voor een aantoonbaar veilige situatie rond zijn areaal. Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 174: 1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. 4. Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, alsmede de weguitrusting.
Gemeentewet De Gemeentewet is een Nederlandse wet uit 1851 die het bestuur van de gemeenten regelt. Het gemeentebestuur neemt besluiten over de opgedragen taken. Het beleid van een werkveld schetst de keuzes die mogelijk zijn en stelt de beste keuze voor. Het beheerplan werkt de keuzes uit voor de opgedragen taak.
BBV Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) definieert het begroten en onderverdelen van beheer aan kapitaalgoederen. Het toezicht op de gemeentes door de rijksoverheid en de provincie wordt op deze wijze doelmatig uitgevoerd. Het BBV maakt onderscheid tussen drie kapitaalstromen: klein onderhoud, groot onderhoud en investering (vervanging en nieuwbouw). De lasten voor klein onderhoud en groot onderhoud aan kunstwerken (instandhouding) zijn in de exploitatie opgenomen. Kapitaallasten voor maatschappelijk nut komen ten laste van de begroting.
Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
7
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Wegenwet Het wettelijk kader voor het beheer van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet van 1930. Deze wet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar volgens artikel 1, lid 2 punt II ook voor bruggen. De Wegenwet verplicht de gemeente alle binnen haar grenzen vallende openbare wegen te onderhouden, tenzij een andere overheid dit doet. De onderhoudsplicht omvat ook de zorgplicht en het ‘in een goede staat’ houden van het de civiele kunstwerken. De gemeente heeft de vrijheid invulling te geven aan het kwaliteitsniveau van het onderhoud. Duikers zijn niet expliciet in deze wet benoemd, maar dienen wel in de geest daarvan te worden behandeld.
Waterwet De Waterwet stelt eisen ter bescherming van het waterlichaam. Bij werkzaamheden aan bruggen en kademuren zijn maatregelen nodig om vervuiling van het water te voorkomen. De initiatiefnemer moet aantonen dat er voldoende moeite is genomen om het water niet te vervuilen.
Wet milieubeheer In de Wet milieubeheer wordt aangegeven welke stoffen als afvalstoffen zijn aangemerkt. Bij de aanleg van en onderhoud aan kunstwerken worden deze niet in het milieu gebracht en wordt een ontheffing aangevraagd.
Flora- en faunawet De doelstelling van de Flora- en faunawet is het beschermen van inheemse planten en diersoorten. Voor werkzaamheden die schadelijk zijn voor deze soorten wordt een ontheffing aangevraagd.
Bouwbesluit in combinatie met EN en NEN Conform het bouwbesluit moet een civiel kunstwerk bestand zijn tegen de daarop werkende krachten. Indien dit niet op een andere wijze vastgesteld kan worden, kan de mate waarin een brug een last kan dragen, bepaald worden conform de normen vastgelegd in Eurocode 1 - EN 1991-2 Deel 2. Dit houdt in dat bruggen moeten voldoen aan een belasting van 60 ton, verdeeld over twee assen van elk 30 ton. Voor kleinere bruggen is hierop een correctiefactor van toepassing, meestal van 0,8. Voor bestaande bruggen kan deze norm te hoog zijn. Bij een herberekening van bestaande bruggen zijn dan ook aanvullende normen van toepassing: de NEN 8700 en 8701. De Handreiking constructieve veiligheid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is de richtlijn die gebruikt kan worden om het proces voor het constructief toetsen van een bestaande brug. Nieuwe elektronische installaties worden aangelegd volgens de richtlijnen van NEN 1010. Dit geldt zowel voor nieuwe installaties in bestaande kunstwerken als bij nieuw te bouwen kunstwerken.
Machinerichtlijn kunstwerken Civiele constructies met bewegende onderdelen dienen te voldoen aan de machinerichtlijn. De machinerichtlijn geeft de veiligheids- en gezondheidsvoorschriften aan machines, hijs- en hefgereedschappen, kabels, etc. Deze richtlijn is nodig om CE-markering toe te passen op dergelijke apparaten en bestaat uit een aantal onderdelen. Welke van toepassing zijn kan per kunstwerk verschillen. De eisen zijn dus niet vrijblijvend, maar wettelijk vastgelegd.
2.2
Gemeentelijk beleid
Het kunstwerkenbeheer dient naast de wettelijke kaders ook aan te sluiten bij de gemeentelijke visie en het gemeentelijke beleid. De belangrijkste beleidsdocumenten die kaderstellend zijn voor het kunstwerkenbeheer staan hieronder benoemd.
Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
8
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Omgevingsvisie Tilburg 2040 Een speerpunt uit de Omgevingsvisie Tilburg 2040 is dat de basis voor civiele kunstwerken op orde moet zijn. In de Omgevingsvisie zijn daarnaast verschillende onderwerpen nader uitgewerkt die raakvlakken hebben met kunstwerkenbeheer.
Algemene beheervisie Op basis van het beheerplan ‘Tilburg op weg’ zijn de kwaliteitsambities voor civiele kunstwerken door de gemeenteraad bepaald conform scenario ‘Veilig en Duurzaam’.
Bestuursakkoord In het Bestuursakkoord ‘Gezond en gelukkig in Tilburg’ 2018 – 2022 is opgenomen dat Tilburg in 2045 klimaatneutraal wil zijn. Dit betekent dat alle energie die op het grondgebied van de gemeente Tilburg wordt gebruikt, op een hernieuwbare manier wordt opgewekt en (vastgoed)ontwikkelingen duurzaam en levenscyclusgericht worden ingericht. Onderwerpen uit het bestuursakkoord die belangrijk zijn voor het kunstwerkenbeheer zijn: •
•
•
Circulariteit: Er wordt daarbij gekeken naar maximaal hergebruik, het verwerkingsprocedé van de af te voeren materialen en innovaties door onder andere het opzetten van een materialenpaspoort gekoppeld aan het beheersysteem Ook wordt gekeken naar het ondertekenen van het betonconvenant voor het zo hoogwaardig mogelijk hergebruik van oude betonproducten in nieuwe beton producten en het voorschrijven van betonproducten met hergebruik van beton. CO2-uitstoot: Voor het onderhoud aan civiele kunstwerken kan hierbij gekeken worden naar circulair inkopen om CO2-uitstoot te verminderen en het gebruik van natuurlijke producten en hoogwaardig hergebruik van bestaande materialen te bevorderen. Hierover kan bij aanbesteding al nagedacht worden door in de gunning bij nieuw werk een factor voor beperken van de CO2-uitstoot mee te laten wegen. Bedrijven die materiaal kunnen produceren en aanbrengen met een lagere CO 2-uitstoot dan het voorgeschreven mengsel scoren extra punten in een aanbesteding. Klimaatbestendig: Volgen van innovaties en innovatieve producten voor klimaatadaptatie en bij herinrichting zoveel mogelijk rekening houden met het voorkomen van het opwarmen van de openbare ruimte (hittestress).
FSC-certificering Er is gekozen om de geheel houten bruggen bij vervanging weer geheel in hout uit te voeren, in verband met de lage MKI-waarde (milieukostenindex) van hout. Het toegepaste (hard)hout is FSC gecertificeerd. Het FSCsysteem zorgt ervoor dat de bossen op onze wereld door middel van verantwoord bosbeheer behouden kunnen blijven. Met verantwoord bosbeheer doelen wij op bescherming van het leefgebied van planten en dieren en respect voor de rechten van de lokale bevolking en bosarbeiders. Maar ook op hout oogsten en geld verdienen mét behoud van het bos. Een goed beheerd bos loopt minder risico om gekapt te worden voor andere doeleinden, zoals het aanleggen van palmolie- of sojaplantages en mijnbouw.
2.3
Raakvlakken andere disciplines en stakeholders
Vanuit andere disciplines worden ook beleidsuitgangspunten gesteld die raakvlakken hebben met kunstwerkenbeheer. Met name wegen, groen en riolering stellen kaders voor kunstwerkenbeheer.
Wegen Bijna alle civiele kunstwerken vormen een onderdeel van de wegenstructuur. Ze maken de kruising met andere wegen of met water mogelijk. De functie en aanpak rond deze kunstwerken moeten dan ook in zijn geheel aansluiten op het beheerplan Wegen. Bij het uitvoeren van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de kaders van wegbeheer.
Openbare Verlichting Op een deel van de kunstwerken is openbare verlichting aanwezig. De civiele kunstwerken dienen hierbij als ondersteuning van lichtmasten en geleiding van bekabeling voor de openbare verlichting. Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
9
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Groen De gemeentelijke groenvoorzieningen hebben invloed op de instandhouding van civiele kunstwerken. Voor de gemeente Tilburg is het Handboek Bomen 2014 van toepassing verklaard. Voor kunstwerken is vooral de wortelgroei van belang. Dit kan schade veroorzaken aan civiele kunstwerken, in het bijzonder aan grondkeringen en landhoofden. Ter bescherming van bomen worden boomwortels niet zomaar verwijderd. Voor het overige groen geldt dat begroeiing minimaal 0,5 meter van houten bruggen af moet liggen. Begroeiing te dicht bij houten bruggen kan schimmels en algengroei veroorzaken.
Riolering Het beleid omtrent riolering is vastgelegd in het Programma Water en Riolering 2020-2023. Het beheer van doorstroming van riolering en oppervlaktewater raakt direct het beheer van duikers en beschoeiingen.
Water Ten aanzien van het beheerplan water zijn de civiele kunstwerken in sommige gevallen verzorgend in de doorstroming, bijvoorbeeld duikers of bruggen, of beperkend in het geval van kades.
Stedelijke ontwikkeling Er zijn belangrijke relaties met de stedelijke ontwikkeling in Tilburg en de (her)inrichting van woongebieden en bedrijventerreinen. Met name kostbare ingrepen zoals het uitvoeren van grote renovaties of vervangingen van kunstwerken zijn beschouwd in relatie tot de voorgestelde ontwikkelingen in het gebied. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat grote ingrepen naar voren geschoven of juist getemporiseerd zijn (voor zover mogelijk gezien de onderhoudstoestand).
Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
10
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
3
Kwantiteit en Kwaliteit
3.1
Kwantiteit
De beheergrens geeft aan welke onderdelen tot het civiele kunstwerk behoren en welke niet. Bij bruggen en viaducten is de beheergrens het kunstwerk, inclusief de elementenverhardingen op het kunstwerk en de twee meter aan weerszijden van het kunstwerk van de taluds. Dus inclusief de dilatatievoegen en uitkragende leuningen, maar uitgezonderd asfaltverharding op het brugdek. De asfaltverharding valt onder de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder. Bij andere soorten civiele kunstwerken (duikers, steigers, geluidsschermen, e.d.) behoren alle onderdelen die constructief van aard zijn tot het kunstwerk.
Omvang De gemeente Tilburg beheert in totaal 933 civiele kunstwerken. Met de overdracht van Biezenmortel aan gemeente Tilburg werd het areaal in 2021 uitgebreid met 6 betonnen verkeersbruggetjes. De totale vervangingswaarde van alle kunstwerken is geschat op circa € 250 miljoen. Het grootste deel van dit areaal bestaat uit duikers (Figuur 1). Dit zijn momenteel slechts de duikers die in de database van Het beheersysteem staan. Buiten het beheersysteem zijn in totaal circa 3.000 duikers in beeld gebracht, waarvan de eigendomssituatie en beheersituatie nog niet duidelijk is. Momenteel wordt hier onderzoek naar gedaan. 400 350 300 250 200 150 100 50 0
Figuur 1: Grafische weergave van de verdeling naar de soorten civiele kunstwerken
Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
11
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Materiaalsoort De kunstwerkobjecten zijn opgedeeld naar de materialen waaruit ze hoofdzakelijk bestaan (Figuur 2). Bij bruggen en viaducten gaat het om het materiaal van de hoofddraagconstructie. De houten kunstwerken zijn een aandachtspunt omdat ze bestaan uit een materiaalsoort met een relatief korte levensduur. Er zijn in totaal 50 volledig houten bruggen en 35 volledig houten steigers, daarnaast zijn diverse geluidschermen, vlonders, stuwen en beschoeiing. 700 600 500 400 300 200 100 0 Beton
Hout
Staal
Metselwerk
Overige materialen
Figuur 2: Grafische weergave van de verdeling van het aantal civiele kunstwerken naar materiaal
Leeftijd De objecten in het Tilburgse areaal zijn gemiddeld 25 jaar oud (Figuur 3). Landelijk gezien is dit jong. De oudste kunstwerken zijn muren in de Kloostertuin en kademuren aan de Piushaven (1920). De oudste brug is vermoedelijk de brug van de Ringbaan-Oost over de Piushaven, de tekeningen stammen uit 1938.
Figuur 3: Grafische weergave van de bouwperiode van de kunstwerken
12 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
3.2
Kwaliteit
Een manier om de kwaliteit van het areaal te achterhalen is het uitvoeren van inspecties. De afgelopen jaren zijn diverse inspecties uitgevoerd en is een redelijk beeld ontstaan van de kwaliteit van het areaal en daarmee de toestand van het onderhoud. • •
In 2010 voerde IV-infra inspecties uit op 108 (grotere) kunstwerken. In 2011 toetste Batec 180 civiele kunstwerken aan het criterium ‘heel en veilig’. Dit betrof het startareaal van het ontzorgingscontract dat de gemeente met Batec afsloot. • Per 1 mei 2013 zijn de civiele kunstwerken binnen het contract op toestandsniveau Basis gebracht. • Naar aanleiding hiervan inspecteerde Nebest in 2015 uit het areaal 464 kunstwerken. • In 2017 zijn hiervan 121 stuks houten kunstwerken nogmaals geïnspecteerd door Sweco. • Per 1 mei 2019 is het ontzorgingscontract opnieuw aan Batec gegund. Het aantal kunstwerken dat door Batec geschouwd wordt en op niveau wordt gehouden, is daarbij opgehoogd tot circa 540 stuks. • In 2020 zijn door Nebest 130 stuks de kunstwerken in de hoogste risicoklasse geïnspecteerd. • In 2021 zijn door Sweco 140 stuks houten bruggen en steigers geïnspecteerd. Op basis van bovenstaande kan gesteld worden dat het areaal in een goede staat verkeert. Het areaal is veilig voor gebruikers en er zijn geen structurele grote achterstanden. Door een goede grondslag vertoont het areaal geen verzakkingen. De beeldkwaliteit is regelmatig voldoende, veroudering is wel zichtbaar.
Constructieve veiligheid Vanaf 2012 tot 2019 zijn 29 stuks kunstwerken voor de zwaar-transportroutes doorgerekend op constructieve veiligheid en geclassificeerd.
Kwaliteit houten bruggen De houten objecten en onderdelen verdienen bijzondere aandacht vanwege de kwetsbaarheid en onvoorspelbaarheid van het materiaal. Uit diverse inspecties blijkt dat ze over het algemeen in goede staat verkeren. Omdat nu niet alle houten bruggen direct aan renovatie toe zijn, worden 46 bruggen successievelijk gerenoveerd, waarbij jaarlijks wordt bekeken welke bruggen dat jaar in aanmerking komen. De gemeente Tilburg kiest uit duurzaamheidsoverwegingen voor groot onderhoud en niet voor gehele vervanging van bruggen.
Meldingen In 2021 zijn ca. 40 meldingen bij de gemeente Tilburg binnengekomen over civiele kunstwerken. Dit zijn meldingen van inwoners die via de telefoon, website of Fixi zijn gemeld. Het zijn diverse meldingen, van storingen tot klein onderhoudsmeldingen. De meldingen zijn afgehandeld door de onderhoudsaannemer. Er is afgelopen jaren een aantal schadeclaims geweest met betrekking tot kunstwerken, maar die hadden geen relatie met schades of de onderhoudsstaat van het kunstwerk.
Regierol gemeente De gemeente Tilburg heeft een regierol als het gaat om kunstwerkenbeheer. Belangrijk bij regievoerende functies is de sturing op prestaties, risico’s en kosten. Kunstwerkenbeheer is het creëren van balans tussen deze parameters (Figuur 4)
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Figuur 4: Balans prestaties, risico’s en kosten
De prestatie is in Tilburg kernachtig verwoord met ‘Veilig en Duurzaam’. Dit is een uitgangspunt, opgedragen door het bestuur. De prestatie is vertaald naar een kwaliteitsniveau, namelijk kwaliteit B-Basis (paragraaf 5.3). Dit plan maakt inzichtelijk welk budget nodig is om aan de prestatie te voldoen en welke risico’s hierbij aanvaard worden.
Risico’s en kosten De gemeente Tilburg beheert haar areaal risico gestuurd. Bij risico-gestuurd beheer en onderhoud zijn geen cyclische maatregelen gepland. Onderhoud vindt plaats op basis van actuele toestand én op basis van storingen. Het areaal van de gemeente Tilburg is behoorlijk van omvang. Met 933 civiele objecten (excl. 3.000 duikers, zie paragraaf 3.3) in haar beheer valt de gemeente onder de grotere gemeenten in Nederland. De aard van de objecten is niet van elk object gelijk. De vaste verkeersbruggen aan de Burgemeester Bechtweg vereisen een andere aanpak dan de lage beschoeiing in een doorsnee woonwijk. Om deze aanpak te bepalen is het areaal in verschillende risico-klassen onderverdeeld. Deze risicoklassen zijn nog niet gebaseerd op de verdeling in het IBOR, zie bijlage Bijlage B, maar zullen onderverdeeld worden op onderstaande wijze.
Risico-klassen Om te bepalen welke risico een kunstwerk met zich meebrengt is het areaal verdeeld naar vijf risicoklassen. Bij het bepalen van de risico-klasse wordt gebruikt gemaakt van vijf kanscategorieën en vijf effectcategorieën. De definitie van de categorieën is opgenomen in bijlage C van het IBOR-plan. Door middel van het toekennen van punten voor elk van de kans- en effectcombinaties wordt een risicoklasse bepaald. De klassen die toegekend kunnen worden zijn: • • • • •
Verwaarloosbaar Laag Medium Hoog Ontoelaatbaar
De tot nu toe gebruikte risico-klassen wijken af van de risicomatrix/bedrijfswaardenmatrix die integraal voor de gemeente is opgezet, omdat de risicoklassen eerder zijn opgesteld. Deze klassen komen voor een groot gedeelte overeen met de klassen R1 tot en met R4, zoals deze tot nu toe gebruikt worden, waarbij R1 gelijk gesteld kan worden aan Hoog en R4 aan Verwaarloosbaar. Hierbij is uitgegaan dat het areaal een dusdanige kwaliteit heeft dat geen sprake is van ontoelaatbare risico’s en dat de risicoklasse weliswaar op verschillende methoden is bepaald, maar tot eenzelfde klasse leidt. Het kan dus wel voorkomen dat voor grensgevallen de risico-klasse af zal wijken (een hoger of lager). Door de beheerder wordt een evaluatie gedaan van alle risicobeoordelingen om deze afwijken te herstellen. De classificatie van de risicoklasse zoals deze op dit moment in het webbased beheerprogramma is opgenomen, is als volgt: • •
R1: Hoog Risico (132 stuks) – wordt Hoog R2: Gemiddeld Risico (351 stuks) - wordt Medium
14 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
•
R3: Laag Risico (264 stuks) – wordt Laag
• R4: Zeer laag Risico (195 stuks) – wordt Verwaarloosbaar
Kosten Door het areaal te verdelen in risicoklassen is een prioritering vastgesteld die de balans in prestatie, risico en kosten onderbouwd. Alle kunstwerken worden jaarlijks geschouwd als onderdeel van het ontzorgingscontract. Uitzondering hierop zijn de circa 3.000 duikers die nog in kaart worden gebracht. Alle kunstwerken die in risicoklasse R1 vallen worden eveneens om de vijf jaar geïnspecteerd door een gespecialiseerd bureau. De inspecties- en schouwresultaten vormen de basis voor het toestandsafhankelijk onderhoud (paragraaf 5.3). Niet altijd is voor niet-kritieke assets storingsafhankelijk onderhoud de beste onderhoudsstrategie. Als de faalkosten hoger zijn dan de kosten van verzorgend onderhoud, dan ligt toestandsafhankelijk onderhoud voor de hand. Er wordt constant een financiële- en risicoafweging gemaakt welke onderhoudsstrategie het best passend is. De gemeente gaat daarom onderzoeken of duikers groter dan een meter storingsafhankelijk- of toestandsafhankelijk zullen worden onderhouden. Deze worden vooralsnog toestandsafhankelijk onderhouden. De strategie voor het in stand houden van de civieltechnische kunstwerken in Tilburg is daarmee een preventieve, planmatige en toestandsafhankelijke aanpak met een acceptabel risico voor veiligheid en financiën.
Aansprakelijkheid De praktijk leert dat de gemeente steeds vaker aansprakelijk gesteld wordt voor (letsel)schade, veroorzaakt door (onvolkomenheden aan) haar eigendommen. Het blijkt daarbij vaak moeilijk om schuld van de gedupeerde aan te tonen, waardoor de gemeente in de meeste gevallen toch opdraait voor de geleden schade. De gemeente heeft, om mogelijke schadeclaims af te dekken, een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Bijkomend risico heeft betrekking op het wel of niet overdragen van kunstwerken aan de gemeente vanuit private partijen (bijvoorbeeld in het kader van stadsontwikkeling). Voor de overdracht wordt daarom een inspectie uitgevoerd en dient de datum van overdracht zorgvuldig vastgelegd te worden.
3.3
Prestatie-indicatoren
De prestatie is in Tilburg kernachtig verwoord met ‘Veilig en Duurzaam’. Deze kernwoorden zijn vertaald naar een visie op het beheer van civiele kunstwerken (beheervisie). De beheervisie maakt concreet hoe bijgedragen wordt aan de prestatie ‘Veilig en Duurzaam’. De beheervisie stelt een kader dat leidend is voor het uitwerken van uitvoeren van het beheer en onderhoud aan de kunstwerken. De beheervisie is te omschrijven in vier uitgangspunten; in afnemende rangorde: 1. het borgen van de veiligheid; 2. het borgen van het functioneren (maatschappelijk belang), beschikbaarheid; 3. het voldoen aan wet- en regelgeving; 4. het voldoen aan het gemeentelijke beleid rondom duurzaamheid. De civiele kunstwerken moeten dus in eerste instantie veilig zijn. Maar de beschikbaarheid is de enige prestatie waarvoor een indicator aanwezig is. Met name kunstwerken met een belangrijke infrastructurele functie zoals bruggen en onderdoorgangen zijn onmisbaar voor een goede verkeersafwikkeling in de stad. De civiele kunstwerken worden daarom ook functioneel in stand gehouden vanuit het maatschappelijk belang om de infrastructurele functie te behouden. Tenslotte is het van belang dat voldaan wordt aan de landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving en het gemeentelijk beleid rondom duurzaamheid. Deze uitgangspunten vormen de kernwaarde van de beheervisie civiele kunstwerken.
Gewenste kwaliteit De kwaliteit en de onderhoudstoestand van een object bepalen in welke mate voldaan wordt aan de gestelde prestatie. De beheervisie stelt een boven- en ondergrens aan de kwaliteit van civiele kunstwerken. Dit is om een
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
optimale verhouding tussen kosten en kwaliteit te krijgen. De kwaliteit van de civiele kunstwerken is uitgedrukt in drie kwaliteitsniveaus: •
Kwaliteit A-Top (bovengrens): het kunstwerk is veilig, functioneert goed, is heel en schoon, heeft een goede uitstraling en veroudering is niet of nauwelijks zichtbaar. Kwaliteit B-Basis: het kunstwerk is veilig, functioneert goed, is heel en voldoende schoon, heeft een voldoende uitstraling en veroudering is zichtbaar. Kwaliteit C-Sober (ondergrens): het kunstwerk is veilig, functioneert, heeft een lage uitstraling, veroudering is zichtbaar en bij een langdurige situatie daarvan ontstaat waardeverlies door verval.
• •
In alle gevallen is de bedrijfszekerheid voldoende en is er beperkte sprake van verminderde veiligheid. Alleen bij het in stand houden op kwaliteitsniveau ’C-Sober’ veroudert het civiele kunstwerk te snel en moet eerder groot onderhoud worden uitgevoerd. Voor de Tilburgse situatie blijft de keuze kwaliteit B-Basis voor alle kunstwerken. Dit niveau komt overeen met beeldkwaliteitsniveau B-Voldoende van de CROW kwaliteitscatalogus, publicatie 380 én met conditiescore 3-Redelijk van NEN 2767. Dit niveau sluit goed aan bij de doelmatige uitstraling die de gemeente nastreeft. Deze kwaliteit voor kunstwerken is waar te maken, waarbij tevens waardeverval wordt voorkomen. Kortom een economisch optimum waarbij kapitaalvernietiging voorkomen wordt tegen relatief lage kosten.
Interventieniveaus De prestatie is uitgedrukt in een kwaliteitscijfer (B-Basis). Om te voorkomen dat de kwaliteit beneden dit niveau zakt is het nodig om tijdig onderhoud te plegen (Figuur 5). Om het moment van onderhoud te bepalen zijn interventieniveaus opgesteld. De kwaliteit wordt vastgesteld tijdens de in inspecties en schouwrondes, waarnaar de kunstwerkbeheerder het onderhoudsprogramma vaststelt op basis van de vastgelegde interventieniveaus (bijlage A). Interventie vindt plaats op het economisch meest optimale moment, namelijk niet te vroeg en niet te laat (voordat het interventieniveau wordt bereikt en in de juiste mate. In bijlage A zijn de interventieniveaus voor hout, steenachtige materialen en staal vastgelegd.
Figuur 5: Principe van toestandsafhankelijk onderhoud en de functie van interventieniveaus
16 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
4
Beheertactiek
4.1
Beheerproces
Voor het beheer van civiele kunstwerken heeft de beheerorganisatie een regievoerende functie. Het klein en groot onderhoud wordt functioneel ingekocht. Met de onderhoudsaannemer heeft de gemeente een ontzorgingscontract afgesloten voor het klein onderhoud van circa 540 kunstwerken. Binnen het contract worden reparaties van kleine schades zelfstandig uitgevoerd. Ook de meldingen worden binnen een meldsysteem van de gemeente zelfstandig door deze partij geregistreerd en afgehandeld. De schades worden in overleg met de gemeente afgehandeld. Deze externe partij voert verder zelf jaarlijks een visuele schouw uit. Tekortkomingen welke hierbij geconstateerd worden, worden ook zelfstandig verholpen. Het inspectieprogramma wordt eveneens door externe partijen uitgevoerd. Om een optimale balans tussen prestaties, risico’s en kosten te krijgen loopt de beheerder de beheercirkel door (figuur 5). Hiermee wordt inzicht verkregen in de stappen en documenten die nodig zijn om het beheer op de juiste wijze uit te voeren. In de evaluatie kijkt hij of de beoogde prestatie gehaald is en worden eventuele afwijkingen onderbouwd. Met het doorlopen van de beheercirkel draagt de kunstwerkenbeheerder bij aan de doelstellingen voor professioneel en bedrijfsmatig werken.
Figuur 6: Beheercirkel met beheerniveau ’s en producten
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Beheerprincipes Voor de praktische aanpak van het beheer en onderhoud gelden de volgende beheerprincipes. Deze sluiten aan bij de beheervisie en zijn bedoeld om richting te geven in de uitvoering. • • • • • • • • • •
Er moet altijd inzicht bestaan in de toestand en het functioneren van de kunstwerken (actueel gegevensbestand en regelmatige monitoring). Er moet inzicht bestaan over de gebruiksbelasting van civiele kunstwerken voor kritieke - in leeftijd of maatschappelijk/economisch belang - kunstwerken door inschatting van de verkeersintensiteiten door lokale metingen. Kunstwerken op zwaar-transportroutes dienen geclassificeerd te zijn. De aanpak van onderhoudswerken dient integraal, multidisciplinair en projectmatig te zijn. Er wordt een conditieafhankelijke strategie gevoerd, wat inhoudt dat (preventieve) maatregelen genomen worden voor het overschrijden van de interventieniveaus (voordat niet meer voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria). Civiele kunstwerken van steen worden vervangen door steen. Houten kunstwerken worden vervangen door gecertificeerd FSC hout. Daar waar mogelijk kunstmatige beschoeiingen laten vervallen en natuurlijke oevers toepassen. Conserveringswerkzaamheden worden alleen uitgevoerd als de bescherming van het basismateriaal in het geding is. Renovatie dient met onderhoudsarme en/of duurzame materialen te worden uitgevoerd. In het geval van een geïntegreerd contract adviseert de marktpartij over de materialisatie.
Aanlegprincipes Ook voor de aanleg van nieuwe kunstwerken wordt een aantal voorwaarden gesteld zodat de beheerfase zo optimaal mogelijk verloopt. De belangrijkste aanlegprincipes zijn: • • • •
Nieuwbouw dient met onderhoudsarme en/of duurzame materialen te worden uitgevoerd. In het geval van een geïntegreerd contract adviseert de marktpartij over de materialisatie. Bruggen, tunnels en keerwanden naast een weg worden berekend conform het Bouwbesluit. Verkeersbruggen worden ontworpen op basis van NEN-EN 1991-2. Alle belastingmodellen worden beschouwd. Voor belastingmodel 3 (LM3) wordt voor bruggen in de exceptioneel transportroutes 1200/150 aangehouden. Bij grotere overspanningen 1800/150. Fietsbruggen worden ontworpen op basis van NEN-EN 1991-2 met qfk= 5,0 kN/m2, qfvd= 7 kN en een enkel dienstvoertuig (Qserv conform de norm).
4.1
Activiteiten IBOR
Binnen IBOR staan we voor de uitdaging om met de beschikbare middelen minimaal te voldoen aan de wettelijke bepalingen en bovendien overeenkomstig de beleidskaders bij te dragen aan bestuurlijke ambities. Voor een optimale balans tussen prestaties, risico’s en kosten stellen we maatregelen op voor wegen en voeren we onderhoud uit. Dit doen we aan de hand van een aantal activiteiten.
Areaal op orde Om te kunnen bijdragen aan de bestuurlijke doelen is het van belang om actuele, betrouwbare en complete gegevens van de wegen te hebben. Hiervoor is het beheerareaal zowel administratief als geometrisch opgenomen in het beheersysteem (Obsurv), dat we continu bijhouden. Revisiegegevens en areaaluitbreidingen voeren we continu door. Het beheersysteem1 geeft ons inzicht in de kwaliteit en kwantiteit van het te beheren areaal, maar ook in de uit te voeren onderhoudsmaatregelen op basis van de uitgevoerde onderzoeken.
1 Het beheersysteem is voor 95% actueel. Sinds eind maart 2022 zijn de functiegebieden als kenmerk opgenomen
waardoor het voor de beheerder mogelijk is om gebiedsgerichte informatie uit het beheersysteem te verkrijgen. 18 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
Onderzoek Zoals eerder genoemd in dit plan, waarborgt het inspectieregime mede de veiligheid, het functioneren en de instandhouding van de civiele kunstwerken. Aan de hand van de inspectieresultaten worden de onderhoudsmaatregelen opgesteld voorzien van specificatie, planning en kostenraming. Hieronder wordt een nadere omschrijving gegeven van de uit te voeren onderzoeken.
Schouw Een schouw bepaalt de veiligheid van een kunstwerk. Het is een eenvoudige inspectie waarbij alleen naar de veiligheid van gebruikers gekeken wordt, bijvoorbeeld losse gebroken planken, losse leuning, glad brugdek, losse delen boven de rijweg, etc. Jaarlijks schouwt de aannemer van het ontzorgingscontract voor civiele kunstwerken het areaal op veiligheid en functioneren.
Instandhoudingsinspectie Een instandhoudingsinspectie bepaalt de meerjarenplanning- en begroting. Tijdens een instandhoudingsinspectie zijn alle noodzakelijke onderhoudsmaatregelen bepaald met de bijbehorende startjaren en hoeveelheden. Voor de instandhoudingsinspectie wordt een risicogestuurd selectieproces toegepast op basis van de vastgestelde en toegekende risicoklassen (paragraaf 5.4). Daarbij hebben kunstwerken met een risicoklasse 1 een hoog risico en kunstwerken met een risicoklasse 4 een laag risico. Op basis van de risicoklasse is de instandhoudingsinspectie samengesteld. De instandhoudingsinspecties worden om de vijf jaar uitgevoerd, voor houten bruggen in verband met de kortere levensduur van de bruggen iedere drie jaar. De inspecties zijn uitbesteed aan gespecialiseerde bureaus. De inspecties van beweegbare bruggen wordt, door de specifieke problematiek, apart belicht. Deze inspecties zullen ook door gespecialiseerde bedrijven worden uitgevoerd. Voor de brug Den Ophef aan de Piushaven is voor de periode 2020-2022 een apart onderhoudscontract afgesloten waarin de inspectie (op basis van NEN 6787 en conditiemeting volgens NEN 2767), preventief onderhoud en correctief onderhoud van de complete brug wordt verzorgd.
Technische inspectie Een technische inspectie (of nader onderzoek) wordt aangewend voor kritieke objecten waarvan de conditie onvoldoende is vast te stellen bij een reguliere inspectie. Vaak is dit specialistisch onderzoek naar houtrot, betonschade, corrosie en/of het opnieuw bepalen van de draagkracht/sterkte van het object. Een technische inspectie is ter onderbouwing van een advies en is een inspectie waarbij bereikbaarheidsmiddelen (hoogwerker, duikploeg, steiger, verkeersmaatregelen) ingezet worden om alle onderdelen binnen handbereik te kunnen inspecteren. De uit te voeren technische inspecties worden bepaald tijdens de instandhoudingsinspecties.
Gerichte inspectie Ook deze dient ter onderbouwing van een advies. Het is een technische inspectie, maar dan voor een bepaald onderdeel.
Materiaalmetingen Materiaalmetingen worden uitgevoerd om de aangetroffen schades te vergelijken met de meetresultaten. Inspectietekeningen worden gebruikt om schade- en meetlocaties vast te leggen.
Controleberekening In het Bouwbesluit 2012 is vastgelegd dat bestaande constructies getoetst moeten worden door middel van een constructieve berekening of controleberekening. Conform NEN norm 8700 zijn controleberekeningen uitgevoerd als sprake is van: •
een schade waardoor de veiligheid in het geding is;
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
• • • • •
een verandering, vergroting of renovatie van het object; een verandering van het gebruik of belastingen; het einde van de ontwerplevensduur; het vermoeden dat de constructie onvoldoende sterk is op basis van de huidige regelgeving; routinematige beoordeling (uitgangspunt eens in de 25 jaar).
De controleberekening voor 29 bruggen, die onderdeel uitmaken van de hoofdinfrastructuur, is inmiddels uitgevoerd. Voor verdere controleberekeningen is geen vaste planning. Deze zijn uitgevoerd aan de hand van de resultaten van de instandhoudingsinspecties.
Classificatie Ten behoeve van vergunningverlening voor zwaar transport dienen kunstwerken geclassificeerd te zijn. Volgens de classificatie NEN 1991-2 is bepaald in hoeverre kunstwerken capaciteit hebben om de voertuigbelasting te dragen.
Keuring watertappunten en fonteinen Watertappunten (fonteinen) zijn ondergebracht bij civiele kunstwerken en worden jaarlijks onderhouden en geïnspecteerd op technische staat en bacteriologische verontreiniging.
Onderhoud ten laste van exploitatie Onderhoud is het operationele deel van het beheer. De onderhoudsstrategie geeft verdere invulling aan de beheervisie. De onderhoudsstrategie voor civiele kunstwerken van de gemeente Tilburg bestaat uit twee onderhoudstypen: toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) en storingsafhankelijk onderhoud (SAO) met daarnaast klein onderhoud. Hieronder staat een verdere duiding van hetgeen eerder in dit plan genoemd is.
Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) Bij toestandsafhankelijk onderhoud wordt onderhoud uitgevoerd op basis van de actuele toestand van het object. Met andere woorden; onderhoud wordt bepaald op basis van de actuele kwaliteit van het kunstwerk. Toestandsafhankelijk onderhoud wordt in Tilburg toegepast op alle civiele kunstwerken (540 stuks) met uitzondering van de duikers in Het beheersysteem en de overige duikers (circa 3.000 stuks). Om de toestand (kwaliteit) te bepalen worden vijfjaarlijks inspecties en jaarlijks schouwen uitgevoerd. Door regelmatig de objecten te inspecteren wordt de toestand van het object gecontroleerd en gemonitord.
Storingsafhankelijk onderhoud (SAO) Bij storingsafhankelijk onderhoud wordt pas ingegrepen wanneer er een storing wordt gemeld. Er wordt dus niet actief en preventief geïnspecteerd. Storingsafhankelijk onderhoud wordt in Tilburg toegepast op de duikers. De gemeente onderzoekt momenteel de eigendomssituatie van circa 3.000 duikers en wat de beste onderhoudsstrategie hiervoor is. De onderhoudsmaatregelen kunnen naast een preventief of correctief karakter ook een indeling krijgen naar omvang en doel. In Tilburg wordt onderscheid gemaakt in groot onderhoud en klein onderhoud. Een derde categorie is vervanging. Bij vervanging spreken we echter niet meer van onderhoud, maar van het aanleggen van een volledig nieuw object.
Klein onderhoud Met klein onderhoud wordt het object weer in goede staat gebracht met betrekkelijk eenvoudige en goedkope handelingen. Het zijn eenvoudige en handmatige herstelmaatregelen die regelmatig moeten gebeuren. Voorbeelden van klein onderhoud zijn reiniging, vastzetten losse onderdelen, vervangen onderdelen en kleine betonherstelwerkzaamheden.
Onderhoud ten laste van investeringen Naast het onderhouden van de assets voeren we ook vervangingen, herinrichtingen of reconstructies uit in de openbare ruimte. Investeringen vinden vaak plaats omdat de levensduur van de betreffende asset is verstreken of als
20 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
de functie van de bestaande asset niet meer voldoet aan de gestelde eisen van deze tijd of omdat er vanuit een andere invalshoek een herinrichting nodig is.
Groot onderhoud Groot onderhoud is gericht op het herstel van het functioneren van het civiele kunstwerk. Met betrekking tot de ernst en de omvang van de defecten wordt bij groot onderhoud afgewogen of herstel nog rendabel is of dat vervanging van de onderdelen doelmatiger is. Groot onderhoud is erop gericht de ontwerplevensduur van het civiele kunstwerk te bereiken of te verlengen, wanneer de technisch levensduur behaald is. Tilburg geeft invulling aan het preventief (groot) onderhoud via de onderhoudsstrategie Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO). Realisatie van groot onderhoud geschiedt zoveel mogelijk integraal met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.
Vervanging en nieuwbouw Vervanging en nieuwbouw wordt uitgevoerd op civiele kunstwerken die door groot onderhoud niet meer in de gewenste conditie te brengen zijn. Vervangingen hebben dan ook geen betrekking op losse onderdelen (oplegging of verharding) maar op complete functionele delen, bijvoorbeeld het dek of het gehele kunstwerk. Er zijn de komende periode geen vervangingen van complete civiele kunstwerken voorzien.
Innovatie / Pilots We beheren de openbare ruimte op een slimme manier en spelen daarbij in op toekomstige trends en ontwikkelingen. Door het uitvoeren van pilots verkleinen we de risico’s bij een nieuwe toepassing en krijgen we inzicht in deze nieuwe producten en/of methodieken. Dat maakt de kans op succes bij een toepassing op grotere schaal groter.
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
5
Financiën
5.1
Uitgangspunten
Deze paragraaf behandelt het financiële aspect van het kunstwerkenbeheer, waaronder de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). In dit programma zitten naast klein onderhoud en groot onderhoud de volgende activiteiten: schadereparatie, reiniging, graffiti en verbetering. De kosten voor het maatregelenprogramma is opgenomen in bijlage C. In het programma is geprobeerd zoveel mogelijk inzicht te geven in de kosten voor bepaalde soorten activiteiten: • • • • • • •
Het groot onderhoud wordt door een deskundige derde partij uitgevoerd, door de eigen dienst voorbereidt of door een deskundige derde. Het totaalbedrag groot onderhoud varieert over de komende 5 jaren. Het klein onderhoud voor circa 540 kunstwerken wordt verzorgd binnen het ontzorgingscontract civiele kunstwerken. Voor schades wordt een bedrag gereserveerd op basis van historie. Jaarlijks worden houten bruggen en steigers gereinigd. Hiervoor is een bedrag gereserveerd. Het kunstwerk van de Burgemeester Letchertweg en het naastliggende ecoduct over het Wilhelminakanaal worden volgens contract onderhouden door de bouwer. Het onderhoud en inspectie van de beweegbare bruggen zijn ondergebracht bij een gespecialiseerde aannemer. Voor het onderhoud van de beweegbare brug ‘Den Ophef’ wordt jaarlijks € 28.800 gereserveerd. Na renovatie van de draaibrug Prinsenhoeve wordt deze meegenomen in het onderhoud, waarmee het kostentotaal van onderhoud beweegbare bruggen op € 45.000 per jaar komt.
BBV Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt wettelijke eisen aan de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening. De lasten voor klein onderhoud en groot onderhoud aan kunstwerken (instandhouding) zijn in de exploitatie opgenomen. Een overschot wordt in de voorziening gebracht voor toekomstige lasten. Investeringen voor maatschappelijk nut dienen primair ten laste te komen van de begroting. Secundair wordt de investering geactiveerd over maximaal 15 kalenderjaren. Voor een adequaat beheer van de civiele kunstwerken kan een voorziening worden gevormd.
Programma’s Op hoofdlijnen zijn de budgetten verdeeld naar een inspectieprogramma en een maatregelenprogramma. In het maatregelenprogramma zijn verreweg de meeste kosten gemaakt voor het beheer van de kunstwerken in Tilburg. Een overzicht van de budgetten van beide programma’s staat in bijlage C. De financiële planning bestaat uit standaardmaatregelen met vaste onderhouds- en vervangingsintervallen en uit eenheidsprijzen. De eenheidsprijzen in het systeem zijn marktconform, waarbij wel enige omvang van een werk vereist is. De uitgangspunten behorende bij de MJOP zijn: • • • •
Projectmatige uitvoering van de maatregelen met een redelijke projectomvang. Inclusief directe en indirecte aannemerskosten met uitzondering van specifieke verkeersvoorzieningen en bijzondere bereikbaarheidsvoorzieningen. Prijspeil 2021. Exclusief btw.
Daarnaast is doorgerekend wat de gemiddelde jaarkosten zijn voor de ambitieniveaus A, B en C (tabel 1). Het betreft een theoretische doorrekening op basis van de theoretische levensduur van een kunstwerk en betreft niet de actuele exploitatie. De actuele kwaliteit van de kunstwerken is hierin niet meegenomen, van achterstallig onderhoud is geen sprake. De gemiddelde jaarkosten geeft inzicht in de benodigde financiële middelen om het areaal op dit niveau te onderhouden.
22 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
Tabel 1: Theoretische jaarlijkse onderhoudskosten (incl. VAT-kosten)
Code
Kunstwerktype
BV1
Voetgangersbrug, hout <25 m2 Fiets/voetgangersbrug, hout >25 m2 Brug, stalen liggers + leuning met houten dek Brug, beton <100 m2 Brug/viaduct, beton >100 m2 en <500 m2 Brug/viaduct, beton >500 m2 Beweegbare brug, met aanbrug >100 m Onderdoorgang, beton Fietstunnel, beton Duiker, beton <25 m2 Duiker, beton >25m2 Steiger Keerwand, hout Keerwand, staal Keerwand, beton Keerwand, metselwerk Meerpalen Geluidscherm, hout Geluidscherm, beton Geluidscherm, staal/kunststof Totaal
BV2 BV0
BV4 BV5 BV6 BB1 T1 T2 D1 D2 S1 K1 K2 K3 K4 MP1 G1 G2 G3
Aantal
Gem. jaarkosten x ambitie
Kapitaalwaarde
10
A € 9.162
B € 5.090
C € 2.036
€ 209.097
Gem. Kapitaalwaarde per object € 20.910
41
€ 121.040
€ 70.955
€ 45.912
€ 5.821.535
€ 141.989
40
€ 411.272
€ 317.616
€ 199.528
€ 23.200.933
€ 580.024
108 19
€ 285.854 € 181.815
€ 186.905 € 123.789
€ 109.944 € 71.565
€ 10.209.420 € 15.106.916
€ 94.531 € 795.101
27
€ 656.915
€ 459.016
€ 305.095
€ 94.658.425
€ 3.505.868
2
€ 84.494
€ 61.080
€ 33.390
€ 7.732.321
€ 3.866.160
8 8 228 158 46 7 11 74 72 25 10 4 35
€ 159.622 € 46.421 € 23.210 € 48.253 € 42.145 € 2.850 € 136.616 € 120.531 € 51.307 € 10.180 € 4.072 € 2.443 € 35.630
€ 114.016 € 31.762 €0 € 32.169 € 23.414 € 1.425 € 95.183 € 82.865 € 29.318 € 5.090 € 1.018 € 1.222 € 17.815
€ 92.842 € 23.618 €0 €0 € 9.366 € 1.425 € 51.511 € 60.266 € 7.330 € 5.090 € 1.018 € 407 € 3.563
€ 55.197.487 € 17.763.896 € 5.389.801 € 8.832.066 € 721.355 € 5.803 € 2.139.327 € 1.402.600 € 906.733 € 27.181 € 15.779 € 1.702.096 € 1.773.458
€ 6.899.686 € 2.220.487 € 23.639 € 55.899 € 15.681 € 829 € 194.484 € 18.954 € 12.594 € 1.087 € 1.578 € 425.524 € 50.670
933
k€ 2.434
k€ 1.660
k€ 1.024
k€ 252.816
Klein onderhoud Klein onderhoud wordt uitgevoerd door de onderhoudsaannemer: • Het klein onderhoud voor circa 540 kunstwerken wordt verzorgd binnen het ontzorgingscontract civiele kunstwerken door de onderhoudsaannemer. • Voor schades is een bedrag gereserveerd op basis van historie.
Groot onderhoud Het groot onderhoud wordt door een deskundige derde partij uitgevoerd. Dit onderhoud wordt door de eigen dienst voorbereid of door een deskundige derde. Het totaalbedrag groot onderhoud varieert over de komende 5 jaren.
Verzorgend onderhoud Jaarlijks worden houten bruggen en steigers gereinigd. Hiervoor is een bedrag gereserveerd.
Vervanging Binnen het areaal vindt geen vervanging van kunstwerken plaats, enkel groot onderhoud. De kunstwerken worden meerdere keren per jaar geïnspecteerd, er wordt dus goed gemonitord. Op basis van bovenstaand wordt er momenteel weinig vervangen. Om deze reden wordt verwezen naar paragraaf 0.
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
5.2
Exploitatiebudget
Het inspectieprogramma bestaat hoofdzakelijk uit schouwen, instandhoudingsinspecties, technische inspecties en controleberekeningen verkeersbruggen. Hier is een gemiddeld budget per planjaar voor vastgelegd. In tabel 2 en bijlage C is het benodigde programma gepresenteerd. In het programma is geprobeerd zoveel mogelijk inzicht te geven in de kosten voor bepaalde soorten activiteiten: •
Voor een aantal objecten is een analyse uitgevoerd voor de classificatie zwaar transport. De komende jaren worden de gegevens actueel gehouden. Voor controleberekeningen verkeersbruggen wordt jaarlijks een bedrag gereserveerd.
•
Tabel 2: Jaarlijkse exploitatie voor de planjaren 2023 - 2026
Omschrijving Areaal op orde2 Onderzoek2 Service onderhoud Regulier onderhoud / MJP Benodigd voor niveau B
2023 € 28.371 € 58.315 €0 € 1.556.537 € 1.643.223
2024 € 28.371 € 58.315 €0 € 1.556.537 € 1.643.223
2025 € 28.371 € 58.315 €0 € 1.556.537 € 1.643.223
2026 € 28.371 € 58.315 €0 € 1.556.537 € 1.643.223
Beschikbaar Saldo
€ 1.696.845 € 53.622
€ 1.707.844 € 64.611
€ 1.720.074 € 76.851
€ 1.720.074 € 76.851
5.3
Investeringsbudget
Kunstwerken worden structureel onderhouden om de kans op ongewenst functieverlies te minimaliseren en de levensduur te verlengen. De uiteindelijke vervanging of renovatie is echter onvermijdelijk. Er is inzichtelijk gemaakt welke kunstwerken op korte termijn vervangen moeten worden (bijlage D). De totale vervangingswaarde voor alle kunstwerken die nu zijn meegenomen in dit beheerplan is ca. € 250 miljoen. Verder zijn voor de komende twintig jaar geen vervangingen van grote kunstwerken gepland. De noodzaak tot vervanging en groot onderhoud is bepaald uit de inspecties uit 2016 van Nebest. Tabel 3: Jaarlijkse voorzieningen groot onderhoud voor de planjaren 2022 - 2024
Jaar van uitvoering
2022
2023
2024
€ 244.900
€ 690.420
€ 479.975
€ 244.900
€ 690.420
€ 395.800 € 875.775
Eindtotaal begin 2025 €0 € 1.415.295 €0 €0 € 395.800 € 1.811.095
€ 4.504.141 € 4.259.241
€ 40.000 - € 650.420
- € 875.775
€ 4.544.141 € 2.733.046
Aanleginrichtingen Bruggen (vast) Onderdoorgangen Waterreguleringswerken Wegen Eindtotaal Beschikbaar3 Saldo
De gemeente Tilburg heeft gekozen om geen voorzieningen te treffen voor het vervangen van kunstwerken. Het betreft namelijk over het algemeen grote investeringen terwijl het moment van vervanging niet nauwkeurig te plannen
2 Dit betreffen indirecte kosten en zijn in aanvulling op de bedragen genoemd in het IBOR 3 In 2022 is een post gereserveerd voor investeringen, waaruit ook (delen van) de geplande investeringen in 2023,
2024 en verder genomen worden. 24 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
valt. Wijzigingen van grote investeringen zouden grote impact hebben op de begroting en dat is niet wenselijk. Daarom heeft de gemeente Tilburg ervoor gekozen om pas geld vrij te maken wanneer vervanging daadwerkelijk aan de orde is. Houten bruggen worden niet vervangen, maar gerenoveerd. Al het nog bruikbare hout wordt zoveel mogelijk hergebruikt, de overige houten delen worden vervangen. De inschatting is dat de jaarlijkse kosten per brug op deze manier maximaal gelijk zijn aan de kosten van gehele vervanging. De gewijzigde detaillering van houtverbindingen moet verder zorgen voor minder snelle rotting van het hout. Daarmee wordt een duurzame oplossing gekozen.
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
6
Risico’s
Voor het beheer van de civiele kunstwerken worden de volgende risico’s voorzien (zie tabel 4). Tabel 4: Risico’s met beheersmaatregelen m.b.t. Civiele Kunstwerken
Risico De middelen voor het beheer en onderhoud staan onder druk. Er komen nieuwe kunstwerken bij, terwijl het budget ongewijzigd blijft. Daarnaast wordt een inventarisatie uitgevoerd waarbij het aantal duikers opnieuw is bepaald.
Beheersmaatregel Financiële consequenties van de beheeropgave naar aanleiding van de inventarisatie in beeld brengen
Stijgende onderhoudsprijzen door gebrek aan personeel en materiaal. Invasieve soorten zoals Japanse Duizendknoop kunnen schade aan kunstwerken veroorzaken. Op dit moment nog niet actueel, maar groot risico voor de toekomst.
Bij afsluiten van een nieuw ontzorgingscontract, deze in concurrentie afsluiten. Als onderdeel van ontwikkelagenda in overleg met ontwikkelingen groen direct ingrijpen als problematische soorten gevonden worden,
Nieuwe objecten uit ontwikkelprojecten worden bij beheer ingevoegd. Hiervoor zijn niet altijd voldoende middelen gereserveerd om de extra beheerkosten op te vangen.
Bij start ontwikkeling direct afspraken maken over aansprakelijkheid en (financiële) middelen bij overdracht van het kunstwerk.
26 Onze referentie: D10052233:38 - Datum: 10 juni 2022
7
Ontwikkelagenda (verbeteren en vernieuwen)
Dit hoofdstuk geeft de ontwikkelagenda weer. In het kader van verbeteren en vernieuwen worden onderwerpen benoemd die verder kunnen worden ontwikkeld doordat bijvoorbeeld beleid ontbreekt, kwaliteit niet inzichtelijk is, onderzoeken nodig zijn of metingen moeten worden gedaan. Tevens geeft de ontwikkelagenda ruimte voor het benoemen van ambities en/of droombeelden. Deze activiteiten zullen gedurende de periode van voorliggend beheerplan versie 1.0 worden opgepakt en als input dienen voor het beheerplan versie 2.0. In grote lijnen zal de beheerorganisatie civiele kunstwerken, zoals die beschreven, is worden voortgezet. De organisatie is ingericht op de beheerproblematiek die van toepassing is voor het kunstwerkenareaal van de gemeente. In tabel 5 zijn de ontwikkelpunten kort opgesomd, waarna deze ontwikkelpunten verder wordt toegelicht. Tabel 5: Ontwikkelpunten met betrekking tot het beheer van de Civiele kunstwerken
Nr. 1.
Ontwikkelpunten Opstellen proces met betrekking tot privaat gebruik van publieke grond
2.
Basis op orde: • • •
3.
2022
Uitbreiden opgenomen areaal in webbased beheerprogramma Consistenter maken van het inspectieprogramma Omzetten risico-klassen naar nieuwe methodiek
Opdrachtgeverschap: • • •
Planjaar 2022
2022
Competenties voor langere termijn Samenwerking met stadsontwikkeling bij beheeropgave Stakeholdermanagement
4.
Vervanging en Renovatie
2031
5.
Uitgangspunten voor inzet van inspectie- en monitoringstechnieken
2023
6.
Aansprakelijkheid rondom nieuwe objecten en bij meervoudig gebruik van objecten vaststellen
2023
7.
Maatregelen voor ongewenst groen en invasieve soorten opstellen (i.c.m. plan groen)
2023
8.
Onderzoeken scenario’s voor klimaatverandering:
2024
• •
Riolering en hevigere regenval Uitzetten van constructies door hogere temperaturen
Privaat gebruik van publieke grond (illegaal grondgebruik) Rondom kunstwerken komt het voor dat door private partijen (denk aan omwonenden) grond wordt gebruikt die publiek eigendom is. Dit leidt voor onderhoud en inspectie van de civiele kunstwerken tot problemen doordat het kunstwerk niet bereikt kan worden of dat bomen en planten schade toebrengen. Om dit tegen te gaan kan zowel privaatrechtelijk (via eigendomsrecht) als publiekrechtelijk (via een publiekrechtelijke regeling als een APV, Keur of bestemmingsplan). Omdat zowel sprake is van een privaat als publiek belang, lijkt een publiekrechtelijke route de voorkeur te hebben. Hiervoor zijn een aantal elementen noodzakelijk: • • • •
Een publiekrechtelijke regeling waarnaar verwezen kan worden met een duidelijke (brede) omschrijving van de functie van de publieke grond (bijvoorbeeld uitbreiding APV artikel 18) Handhaving van de regeling door het maken van constateringen, deze melden aan de betrokken private partijen en dossiervorming. Zekerheid hebben dat geen sprake is van toestemming die de situatie legaliseert en het niet door de gemeente zelf kunnen optreden (bijv. bij losse objecten of verwijderen van beplanting). Een vaste, heldere, zorgvuldige en consequent toegepaste procedure om bovenstaande uit te voeren.
Bovenstaande zal in gang gezet moeten worden en voldoende ondersteund moeten worden in tijd en middelen. Naast het vrijmaken van de civiele kunstwerken voor beheer en onderhoud, wordt daarmee ook voorkomen dat discussies ontstaan en het mogelijk bezitsverlies voor de gemeente als gevolg heeft.
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN
Basis op orde Voor het inzicht in het beheer maakt de gemeente Tilburg gebruik van een webbased beheerprogramma. Voor houten kunstwerken is reeds het klein- en groot onderhoud en vervanging geschat en ingevoerd wat leidt tot een maatregelenbeheerprogramma waarin de instandhoudingsmaatregelen in de tijd zijn uitgezet. De basisinformatie van het areaal is naar schatting voor 80% op orde. Het beheerprogramma dient nog verder te worden uitgebouwd en ook daarna blijven mutaties en ontwikkelingen een aandachtspunt voor de organisatie. Ook de uitvoering van het inspectieregime moet een consistenter karakter krijgen en het beheerprogramma zal daarin een centralere rol gaan spelen. De komende vier jaren wordt het beheersysteem verder uitgebouwd en onderhouden en op termijn vormt dit de basis voor het jaarbudget op lange termijn, de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) en programmering van groot onderhoud (en vervanging). Daarnaast is voor het bepalen van de risico-klassen voor elk object een andere methode gebruikt dan later binnen de gemeente voor alle assets is ingevoerd. Als tussenmaatregel zijn de klassen een-op-een over te zetten, met een controle van de beheerder op deze nieuwe indeling.
Professioneel opdrachtgeverschap Het professionaliseren van de organisatie en sturing geven aan het planmatig onderhoud is een concrete werkwijze die smart uit te voeren en te monitoren is aan de hand van het vereiste kwaliteitsniveau. De mate van uitbesteding van activiteiten heeft grote invloed op de inrichting van de beheerorganisatie. De beheerorganisatie moet in staat zijn regie te voeren over de contracten, processen en werkzaamheden en dient de uitbestede werkzaamheden te kunnen toetsen. Dit betekent dat de juiste competenties en de juiste kennis binnen de gemeente Tilburg beschikbaar moeten zijn. Daarnaast wordt gekeken op welke wijze meer samengewerkt kan worden met stadsontwikkeling. Hierbij wordt op tactisch niveau gekeken naar kansen om van het onderhoud van de civiele kunstwerken bij te dragen aan de uitstraling van de omgeving en aan de andere kant bij stadsontwikkelingsprojecten om direct ook het onderhoud van de kunstwerken voor langere tijd goed geregeld te hebben. Aanvullend is goed stakeholdersmanagement van belang. Stakeholders zoals nutsbedrijven en publieke vervoersbedrijven dienen afhankelijk van hun invloed betrokken en geïnformeerd te worden. Nutsbedrijven voor kabels en leidingen die door of langs kunstwerken heen gaan en vervoersbedrijven die gebruik maken van de wegen die over de kunstwerken heen gaan.
Vervanging en Renovatie Op basis van bouwjaar van de verschillende kunstwerken is op dit moment nog geen noodzaak voor grootschalige vervanging en renovatie van de kunstwerken. Uitzondering hierop zijn de houten bruggen, die al geprogrammeerd zijn voor renovatie en vervanging van kunstwerk CKW 126 in 2028 waarvoor de kosten van € 7 miljoen nog niet zijn opgenomen in de vervangingen (Bijlage D). Voor eventuele vervanging en renovatie wordt een tijdshorizon van 10 jaar ingevuld, waarbij per casus wordt bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn voor het behouden van een veilig kunstwerk.