CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bijlagen Toelichting 2

Raadsvergadering 13 maart 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)19.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Quickscan windhinder Quickscan windhinder

Bijlage 2 Notitie bezonningsstudie Notitie bezonningsstudie

Bijlage 3 Bezonningsstudie Bezonningsstudie

Bijlage 4 Archeologisch bureauonderzoek Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 5 Archeologisch booronderzoek Archeologisch booronderzoek

Bijlage 6 Parkeren en verkeer Parkeren en verkeer

Bijlage 7 Parkeertelling Parkeertelling

Bijlage 8 Resultaten afwikkelingsberekeningen 2030 RBW Resultaten afwikkelingsberekeningen 2030 RBW

Bijlage 9 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 10 Beoordeling externe veiligheid Beoordeling externe veiligheid

Bijlage 11 Beoordeling EV LPG-tankstation Beoordeling EV LPG-tankstation

Bijlage 12 Akoestisch onderzoek Akoestisch onderzoek

Bijlage 13 Rapportage verkennend bodemonderzoek en asbest onderzoek Rapportage verkennend bodemonderzoek en asbest onderzoek

Bijlage 14 Quickscan natuurbescherming en Boominventarisatie Quickscan natuurbescherming en Boominventarisatie

Bijlage 15 Vervolgonderzoek soort ecologie Vervolgonderzoek soort ecologie

Bijlage 16 Notitie stikstofdepositie Notitie stikstofdepositie

Bijlage 17 AERIUS bouwfase AERIUS bouwfase

Bijlage 18 AERIUS gebruiksfase AERIUS gebruiksfase

Bijlage 19 Ecologisch werkprotocol Ecologisch werkprotocol

Bijlage 20 Toestemming gebiedsontheffing Toestemming gebiedsontheffing

Bijlage 21 rapport watertoets rapport watertoets

Bijlage 22 Verslag omgevingsdialoog Verslag omgevingsdialoog

Bijlage 23 Verslag overleg wijkraad Verslag overleg wijkraad

Bijlage 5 Archeologisch booronderzoek Archeologisch booronderzoek

Archeologisch verkennend booronderzoek Van Limburg Stirumlaan 2-6, Tilburg

J. van der Leije

627

Colofon Archol Rapport 627 Archeologisch verkennend booronderzoek Van Limburg Stirumlaan 2-6, Tilburg

Projectleiding: drs. I.M. van Wijk Auteur: J. van der Leije MA Tekstredactie: drs. I.M. van Wijk Beeldmateriaal: Archol bv Autorisatie Sr archeoloog: drs. I.M. van Wijk

ISSN 1569-2396 © Archol, Leiden 2022 Einsteinweg 2 2333 CC Leiden info@archol.nl Tel. 085 2006492

Inhoud Colofon .............................................................................................................................................................................. 1 Inhoud ............................................................................................................................................................................... 2 Samenvatting .................................................................................................................................................................... 3 1 Inleiding.................................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doelstelling ................................................................................................................................ 4 1.2 Plangebied, huidig en toekomstig gebruik ....................................................................................................... 4 1.3 Onderzoeksopzet en organisatie ..................................................................................................................... 4 2 Gespecificeerde verwachting ....................................................................................................................................

8 3 Verkennend booronderzoek ..................................................................................................................................... 9 3.1 Doel en vraagstellingen ................................................................................................................................... 9 3.2 Methodiek ..................................................................................................................................................... 10 3.3 Resultaten ..................................................................................................................................................... 10 4 Conclusie ................................................................................................................................................................ 12 4.1 Conclusie ....................................................................................................................................................... 12 4.2 Selectieadvies ............................................................................................................................................... 12 Literatuur.........................................................................................................................................................................

13 Figurenlijst ....................................................................................................................................................................... 14 Tabellenlijst ..................................................................................................................................................................... 14 Bijlage 1 Boorprofielen ..................................................................................................................................................... 15

2

Samenvatting In opdracht van De Essentie heeft Archol bv een archeologisch verkennend booronderzoek (IVO-o) uitgevoerd in het plangebied aan de Van Limburg Stirumlaan 2-6 te Tilburg. Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het realiseren van 250 nieuwbouwappartementen. Doel van het verkennend booronderzoek is vast te stellen of de voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het eerder uitgevoerde bureauonderzoek was erop gericht een specifiek verwachtingsmodel op te stellen met de bekende en verwachte archeologische waarden. Met het onderhavig booronderzoek wordt deze verwachting in het veld getoetst. Er wordt daarbij gelet op de paleogeografische en bodemkundige kenmerken van de te onderscheiden landschappelijke eenheden en op de mate van intactheid van deze eenheden. Op basis hiervan volgt een advies over de noodzaak van vervolgonderzoek. Er zijn 11 boringen geplaatst. Op basis van het verkennend booronderzoek kan de verwachting van de landschappelijke situering op basis van het bureauonderzoek worden bevestigd. In de ondergrond bevinden zich dekzand-/fluvioperiglaciale afzettingen. In vijf boringen is een (deels) intacte podzolbodem aangetroffen. In de overige zes boringen was de ondergrond tot in de C-horizont verstoord.

De verstoring door de bestaande bebouwing kon niet worden vastgesteld, omdat deze bebouwing nog niet gesloopt is. Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor de toekomstige ontwikkelingen op grond van de volgende argumenten: Alleen de meest westelijke strook (ca. 2 m breed) van het plangebied valt binnen de zone waarvoor een Dubbelbestemming archeologie van toepassing is. Deze strook wordt niet bebouwd en blijft in de voorlopige plannen in gebruik als groenstrook; Een oppervlak van ca. 6230 m2 (ca. 40% van het plangebied) is nu bebouwd. De kans is klein dat archeologische resten onder de bebouwing bewaard gebleven zijn. Immers, naast de huidige bebouwing is al sprake van verstoring waarbij op geïsoleerde locaties de bodemopbouw intact is gebleven; Ca. 4700 m2 van het terrein (ca. 30% van het plangebied) is al verstoord vanwege de ligging van kabels en leidingen in de bodem. Deze worden voor de toekomstige ontwikkelingen deels verwijderd, maar de verstoring door de aanleg en het verwijderen van de kabels en leidingen blijft; In vijf boringen is verspreid binnen het plangebied een deels intacte bodem aangetroffen. Dit laat zien dat ook in de terreindelen die niet bebouwd zijn en/of waar geen kabels en leidingen liggen, verstoringen van de oorspronkelijke bodem aanwezig zijn.

Opmerkelijk is dat aan de randen van het plangebied, waar naar verwachting de minste bodemverstoring zou zijn opgetreden als gevolg van eerdere bouwwerkzaamheden, toch veel bodemverstoring heeft plaatsgevonden. In totaal lijkt ca. 70 % van het plangebied al van oudsher verstoord te zijn door bebouwing danwel kabels- en leidingen. Het resterende deel van het plangebied is deels intact maar vermoedelijk grotendeels ook verstoord of anders gefragmenteerd bewaard gebleven. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek neemt de gemeente Tilburg een formeel besluit. Met betrekking tot deze aanbevelingen dient dan ook contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag.

3

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

In opdracht van De Essentie heeft Archol bv een archeologisch verkennend booronderzoek (IVO-o) uitgevoerd in het plangebied aan de Van Limburg Stirumlaan 2-6 te Tilburg (Figuur 1.1). Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het realiseren van 250 nieuwbouwappartementen. In het vigerend bestemmingsplan Zorgvlied 2008 (bestemming kantoren)1 is voor een klein gedeelte aan de noordwestzijde van het plangebied de dubbelbestemming Verwachtingsgebied archeologische waarde opgenomen. Voor deze categorie geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 0,5 m en groter dan 30 m2 een rapport moet worden overlegd, waarin de archeologische waarden van het gebied beschreven staan. Aangezien de voorgenomen planontwikkeling deze grenzen overschrijden is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Doel van het verkennend booronderzoek is vast te stellen of de voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het eerder uitgevoerde bureauonderzoek 2 was erop gericht een specifiek verwachtingsmodel op te stellen met de bekende en verwachte archeologische waarden. Met het onderhavig booronderzoek wordt deze verwachting in het veld getoetst. Er wordt daarbij gelet op de paleogeografische en bodemkundige kenmerken van de te onderscheiden landschappelijke eenheden en op de mate van intactheid van deze eenheden.

Op basis hiervan volgt een advies over de noodzaak van vervolgonderzoek.

1.2

Plangebied, huidig en toekomstig gebruik

Het plangebied bevindt zich in de wijk Zorgvlied in het zuiden van Tilburg. Het terrein ligt tussen de Van Limburg Stirumlaan in het noorden, de Baroniebaan in het zuiden, de Ringbaan West in het oosten en een groenstrook in het westen. Binnen het plangebied, van ca. 16.000 m2, staan momenteel drie kantoorgebouwen en liggen twee parkeerplaatsen (Figuur 1.2). Tijdens de bouw van de kantoren en bijbehorende ondergrondse infrastructuren is de bodem mogelijk tot onbekende diepte verstoord. De maaiveldhoogte bedraagt ca. 13,9 tot 14,2 +NAP. De kantoorgebouwen en bestrating zullen worden gesloopt en plaatsmaken voor 250 nieuwe appartementen (Figuur 1.3). Het is nog niet bekend tot op welke diepte de bodemingrepen gaan plaatsvinden.

1.3

Onderzoeksopzet en organisatie

Al sinds 1961 kent Nederland een monumentenwet. In 1988 werd deze wet vervangen door de Monumentenwet 1988, die op zijn beurt per 1 juli 2016 is komen te vervallen en deels is opgegaan in de Erfgoedwet. Een ander gedeelte zal per 1 januari 2022 opgaan in de Omgevingswet. Deze wet regelt de omgang met het archeologisch erfgoed in de fysieke leefomgeving. Iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem wordt verstoord kan door de overheid verplicht worden een rapport te overleggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist: het archeologisch vooronderzoek. Dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of in het plangebied waardevolle vindplaatsen voorkomen. Het vooronderzoek is opgebouwd uit twee onderdelen: het bureauonderzoek (BO) en een eventueel inventariserend veldonderzoek (IVO), elk met bijbehorende standaardrapportages. Dit rapport betreft een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-o). Het IVO-o bestaat uit een verkennend booronderzoek. Het verkennend veldonderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap en de gespecificeerde archeologische verwachting nader aan te scherpen of controleren. Op basis van de resultaten kan het bevoegd gezag een beslissing nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek.

1 Om de bouw van de 250 appartementen mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan gerealiseerd. 2 Beck 2021.

4

Figuur 1.1 Ligging onderzoeksgebied, in rood (bron: OpenTopo).

5

Figuur 1.2 Huidige bebouwing in het onderzoeksgebied, in rood (bron: PDOK).

Figuur 1.3 Ontwerp appartementencomplex. 6

Soort onderzoek: Projectnaam: Archolprojectcode: Archis-zaaknummer: Planologische aanleiding:

Verkennend booronderzoek (IVO-0) Van Limburg Stirumlaan 2-6 2160 5152834100 Nieuwbouw appartementen

Opdrachtgever: Bevoegd gezag:

De Essentie, N. van der Heijden Gemeente Tilburg, G. van den Eynde

Uitvoerder: Periode van uitvoering veldwerk: Rapport gereed: Versie: Status: Goedkeuring bevoegd gezag:

Archeologisch Onderzoek Leiden bv 20-01-2022 26-01-2022 1.0 Definitief Ja (31-01-2022)

Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Coördinaten gebied:

Noord-Brabant Tilburg Tilburg Van Limburg Stirumlaan 2-6 x: 131.930/ y: 395.606 x: 131.992/ y: 395.661 x: 132.114/ y: 395.538 x: 132.055/ y: 395.460 ca. 16.000 m2 Bebouwing, beschoeiing

Oppervlakte plan- of onderzoeksgebied: Huidig grondgebruik: Beheer en plaats van documentatie en vondsten: Tabel 1.1 Administratieve gegevens.

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Provincie Noord-Brabant

7

2 Gespecificeerde verwachting In 2021 is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.3 Volgens dit onderzoek is het plangebied gelegen op een dekzandwelving of dalflank (Figuur 2.1). In de omgeving komen hoge zwarte enkeerdgronden voor. Uit het plangebied zijn vooralsnog geen archeologische resten/vindplaatsen bekend. Op basis van de landschappelijke ligging en waarnemingen en onderzoeken uit de omgeving van het plangebied geldt voor het terrein een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de periode paleolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Hierbij kan het gaan om nederzettingen, akkers en of grafvelden. Voor de periode late middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. Dit betreft voornamelijk complextypen als wegen, verkavelingsgreppels en agrarisch gebied. Het archeologisch niveau kan zicht direct onder de bouwvoor tot 2 m -mv bevinden.

Figuur 2.1 Uitsnede van de paleogeografische kaart van de regio Tilburg (bron: Heunks adviesdocument 2012-4). Het plangebied ligt op de welving of dalflank (lichtgeel). Ten westen ligt een vlakte (lichtgroen) en in het oosten wordt het plangebied omsloten door een dekzandrug (oranje).

3 Beck 2021.

8

3 Verkennend booronderzoek 3.1

Doel en vraagstellingen

Doel van het booronderzoek is de gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen en aan te scherpen, door het (1) in kaart brengen van bodemopbouw, (2) het vaststellen van eventuele bodemverstoringen en de invloed hiervan op de archeologische verwachtingswaarde. Specifieke vraagstellingen die met het booronderzoek beantwoord moeten worden zijn: − Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? − Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? − Op welke diepte zouden de eventuele archeologisch interessante lagen zich kunnen bevinden? − Zijn er bodemverstoringen in het gebied aanwezig en wat betekent dit voor de archeologische verwachting?

Figuur 3.1 Boorpuntenkaart. In groen de kabels en leidingen in het gebied, in grijs de huidige bebouwing.

9

3.2

Methodiek

Het onderzoek betreft een booronderzoek verkennende fase van het IVO-Overig. Het onderzoek is uitgevoerd conform Protocol 4003: Specificatie Inventariserend Veldonderzoek VS03 van de KNA 4.1. Er zijn in totaal 11 boringen gezet in het onderzoeksgebied. De locatie van de boringen is vastgelegd met behulp van het Differential Global Positioning System (DGPS). De boringen zijn gezet tot een diepte van 1,2-1,65 m -mv, uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn in het veld beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) welke voldoet aan de NEN5104 norm. Alle grond is door het snijden en verkruimelen van de boorkern met het blote oog onderzocht op archeologische indicatoren. De boorprofielen zijn als bijlage 1 opgenomen achter in het rapport. Een groot deel van het terrein was ten tijde van het onderzoek nog bebouwd, dan wel bestraat. Ook waren er een groot aantal kabels en leidingen aanwezig (Figuur 3.1). De boringen zijn daarom niet in een vast grid geplaatst. Gepoogd is en tussenafstand van ca. 25 m aan te houden. Bovengenoemde methodiek is geschikt voor het vaststellen van de bodemopbouw, de verstoringsgraad en het opsporen van vondstrijke vindplaatsen (vnl. nederzettingen). De methode is niet geschikt voor het opsporen van kleine of vondstarme vindplaatsen. Lokale resten, zoals graven, greppels, deposities etc.

zijn eveneens niet op te sporen. Het veldwerk is uitgevoerd door J. van der Leije en M. Steenbakker.

3.3

Resultaten

Het onderzoeksgebied maakt deel uit van een fluvioperiglaciaal dekzandlandschap (Formatie van Boxtel), waarvan delen zijn overstoven met een dun eolisch dek (Laagpakket van Wierden). Het uitgangsmateriaal bestaat uit zeer fijne tot matig fijne, zwak tot matig silthoudende zanden (Zs1/Zs2), afgewisseld met sterk zandige leemlagen. In de top van de fluvioperiglaciale- of dekzandafzettingen heeft zich een moderpodzolbodem ontwikkeld. De conservering hiervan is wisselend (Figuur 3.2). In drie boringen (1, 2 en 8) is een oorspronkelijke A-horizont aangetroffen, waarvan de top zich rond 0,9-1,1 m -mv/13,0-13,3 m +NAP bevindt. Deze begraven A-horizont bestaat uit matig- tot zeer fijn, zwak siltig, matig- tot sterk humeus zand en heeft een dikte van 15-20 cm. Hieronder bevindt zich een 15-30 cm dikke, (donker)bruine B-horizont, die naar beneden toe geleidelijk overgaat in de lichtgeelbeige C-horizont met enkele roestvlekken. In de boringen 4, 5, 6, 9, 10 en 11 is geen bodemvorming aangetroffen. Hier wordt de C-horizont direct door het ophogingspakket (zie onder) afgedekt. In de boringen 9, 10 en 11 is de bovengrond tot op een dieper niveau verstoord. Het ophoog-/ of verstoringspakket is hier 120-135 cm dik en gaat naar beneden toe direct over in de C-horizont. Het terrein is opgehoogd met een 70-90 cm dik pakket zwak siltig, matig fijn zand waarin spikkels bouwpuin zijn aangetroffen.

Bij het aanbrengen van dit pakket is de top van het onderliggende natuurlijke zand deels vergraven, wat blijkt uit het ontbreken van (een deel van de) bodemvorming in veel van de boringen en de aanwezigheid van een ca. 10 cm dikke menglaag waarin brokken ophoogzand vermengd zijn met brokken van de oorspronkelijke bodem. Het maaiveld bevindt zich rond 14.0-14.3 m +NAP. Vermoedelijk is de genoemde verstoring ontstaan als gevolg van eerdere werkzaamheden binnen het plangebied toen de huidige bebouwing werd opgericht.

10

Figuur 3.2 Resultaten booronderzoek.

11

4 Conclusie 4.1

Conclusie

Op basis van het verkennend booronderzoek kan de verwachting van de landschappelijke situering op basis van het bureauonderzoek worden bevestigd. In de ondergrond bevinden zich dekzand-/fluvioperiglaciale afzettingen. In vijf boringen is een (deels) intacte podzolbodem aangetroffen. In de overige zes boringen was de ondergrond tot in de Chorizont verstoord. De verstoring door de bestaande bebouwing kon niet worden vastgesteld, omdat deze bebouwing nog niet gesloopt is. Verwacht wordt echter dat de bodem onder deze gebouwen niet meer intact is, zoals ook in grote delen van het plangebied de bodem aangetast lijkt te zijn door eerdere bouwwerkzaamheden.

4.2

Selectieadvies

Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor de toekomstige ontwikkelingen op grond van de volgende argumenten: Alleen de meest westelijke strook (ca. 2 m breed) van het plangebied valt binnen de zone waarvoor een Dubbelbestemming archeologie van toepassing is. Deze strook wordt volgens Figuur 1.3 niet bebouwd en blijft in de voorlopige plannen in gebruik als groenstrook; Een oppervlak van ca. 6230 m2 (ca. 40% van het plangebied) is nu bebouwd. De kans is klein dat archeologische resten onder de bebouwing bewaard gebleven zijn. Immers, naast de huidige bebouwing is al sprake van verstoring waarbij op geïsoleerde locaties de bodemopbouw intact is gebleven; Ca. 4700 m2 van het terrein (ca. 30% van het plangebied) is al verstoord vanwege de ligging van kabels en leidingen in de bodem. Deze worden voor de toekomstige ontwikkelingen deels verwijderd, maar de verstoring door de aanleg en het verwijderen van de kabels en leidingen blijft; In vijf boringen is, verspreid binnen het plangebied, een deels intacte bodem aangetroffen. Dit laat zien dat ook in de terreindelen die niet bebouwd zijn en/of waar geen kabels en leidingen liggen, verstoringen van de oorspronkelijke bodem aanwezig zijn.

Opmerkelijk is dat aan de randen van het plangebied, waar naar verwachting de minste bodemverstoring zou zijn opgetreden als gevolg van eerdere bouwwerkzaamheden, toch veel bodemverstoring heeft plaatsgevonden. In totaal lijkt ca. 70 % van het plangebied al van oudsher verstoord te zijn door bebouwing danwel kabels- en leidingen. Het resterende deel van het plangebied is deels intact maar vermoedelijk grotendeels ook verstoord of anders gefragmenteerd bewaard gebleven. Ondanks dat het bureauonderzoek met alle zorgvuldigheid is opgesteld, is niet uit te sluiten dat in adviesgebieden zonder vervolgonderzoek, toch archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Indien er bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet melding gedaan te worden bij het bevoegd gezag. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek neemt de gemeente Tilburg een formeel besluit. Met betrekking tot deze aanbevelingen dient dan ook contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag.

12

Literatuur Beck, T.S. 2021, Archeologisch bureauonderzoek – locatie Van Limburg Stirumlaan 2-6, te Tilburg, Archol Rapport 616, Leiden. Heunks, E. 2012, De paleogeografische kaart van de regio Tilburg, schaal 1:25.000. Toelichting met twee kaartbijlagen, Utrecht (Heunks adviesdocument 2012-4).

13

Figurenlijst Figuur 1.1 Ligging onderzoeksgebied, in rood (bron: OpenTopo). Figuur 1.2 Huidige bebouwing in het onderzoeksgebied, in rood (bron: PDOK). Figuur 1.3 Ontwerp appartementencomplex. Figuur 2.1 Uitsnede van de paleogeografische kaart van de regio Tilburg (bron: Heunks adviesdocument 2012-4). Het plangebied ligt op de welving of dalflank (lichtgeel). Ten westen ligt een vlakte (lichtgroen) en in het oosten wordt het plangebied omsloten door een dekzandrug (oranje). Figuur 3.1 Boorpuntenkaart. In groen de kabels en leidingen in het gebied. Figuur 3.2 Resultaten booronderzoek.

Tabellenlijst Tabel 1.1 Administratieve gegevens.

14

Bijlage 1 Boorprofielen

15

16

17

18

Bijlage 6 Parkeren en verkeer Parkeren en verkeer

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’

Parkeren & Verkeer

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

1

Parkeren & Verkeer

Opdrachtgever

Magis Vastgoed

Kenmerk

009583.20210719.R1.03

Projectleider Goudappel

Sander Velmers

Status

Definitief

Titel rapport

Datum publicatie

Projectteam Goudappel

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’

10 september 2021

Sander Velmers, Danique Gommers, Theo Dijkshoorn

© Copyright Goudappel BV 10-9-21

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding

5

Aanleiding

5

2. Parkeerbehoefte volgens gemeentelijke normering

6

Aanpak en uitgangspunten

6

Parkeerbehoefte volgens gemeentelijke normering

7

Conclusie

9

3. Gedifferentieerde parkeernormen

10

Gebiedsindeling

10

Effect doelgroep

11

Conclusie

13

4. Parkeerbehoefte volgens gedifferentieerde parkeernormen

14

Aanpak en uitgangspunten

14

Bepalen parkeerbehoefte volgens gedifferentieerde parkeernormen 15 Conclusie

17

5. Deelmobiliteit

18

Beleid omtrent deelmobiliteit in andere steden

18

Effect deelmobiliteit Van Limburg Stirumlaan

19

Referentieprojecten

20

Conclusie

20

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

3

6. Verkeer

21

Verkeersgeneratie huidige situatie

21

Verkeersgeneratie toekomstige situatie

22

Verkeersgeneratie volgens kencijfers CROW

23

Effect op verkeersregeling

24

Conclusie

25

7. Conclusie en advies

26

Bijlagen

28

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

4

1. Inleiding Aanleiding Magis Vastgoed is voornemens om een woonlocatie te realiseren aan de Van Limburg Stirumlaan in Tilburg. Op hoofdlijnen bestaat het programma uit 250 wooneenheden,

waarvan 15% sociale wooneenheden en 15% middel dure wooneenheden zijn met een

oppervlakte van maximaal 70 m2. De overige wooneenheden (70%) hebben een grootte van

50 m2. Verder is er ruimte voor (semi-) maatschappelijke functies, daghoreca en

gezamenlijke ruimtes voor bijvoorbeeld sport/spel/samenkomst. Qua doelgroep richt men zich op alleenstaanden, young professionals en expats en senioren van 50+. Momenteel bevinden zich drie kantoorpanden op de locatie.

De locatie is gelegen nabij de kruising van de Ringbaan West met de Baroniebaan.

Treinstations Tilburg Centraal en Tilburg Universiteit liggen op respectievelijk 10 en 7

minuten fietsafstand. Ook het centrum van Tilburg is circa 10 minuten fietsen vanaf de Van Limburg Stirumlaan.

Figuur 1.1.1: Locatie ontwikkeling Van Limburg Stirumlaan

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

5

2. Parkeerbehoefte volgens gemeentelijke normering Hoofdstuk 2 gaat in op de parkeerbehoefte volgens de gemeentelijke normering, zonder dat daarbij gekeken wordt naar het effect van doelgroepen of deelmobiliteit.

Aanpak en uitgangspunten 2.1.1

Aanpak

Voor het berekenen van de theoretische parkeervraag bij een bepaalde functie wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van gemeentelijke parkeernormen, of, wanneer deze niet beschikbaar zijn, van de landelijke CROW parkeerkencijfers uit publicatie 381

‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Om de

parkeerbehoefte te bepalen volgens de gemeentelijke normering wordt in dit onderzoek

gebruik gemaakt van de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’.

2.1.2

Uitgangspunten

FUNCTIEPROGRAMMA

Het programma bestaat uit 250 appartementen, waarvan 15% sociale huurappartementen en 15% middel dure appartementen zijn. De middel dure- en sociale huurappartementen

hebben een bruto vloeroppervlak van maximaal 70 m2 en de overige appartementen (70%) een bruto vloeroppervlak van 50 m2. Voorzieningen vallen buiten de scope van dit

onderzoek.

D E TE HANTEREN PARKEERKENCIJFERS

De parkeerkencijfers uit de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’ zijn gebaseerd op een zone-

indeling (A tot en met D). De ontwikkeling is gelegen in zone C, zie figuur 2.1.1.

Figuur 2.1.1: Gebiedsindeling parkeernormen

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

6

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is uitgegaan van functies uit de categorie

‘Hoofdgroep Wonen’ uit de gemeentelijke parkeernormen, zie tabel 2.1.1. De parkeernorm

voor een grondgebonden woning of appartement met een maximaal bruto vloeroppervlak van 70 m2 bedraagt 1,4 parkeerplaats per woning met een bezoekersaandeel van 0,3

parkeerplaats per woning. Voor sociale woningbouw bedraagt de parkeernorm 0,8 parkeerplaats per woning, met eveneens een bezoekersaandeel van 0,3. Zone A

Zone B

Zone C

Zone D

Eenheid

Bezoekersaandeel

Grondgebonden woning of appartement

0,9

1,1

1,4

1,5

Per

0,3

Sociale woningbouw

0,8

0,8

0,8

0,8

Per

0,3

(goedkoop) max. 70 m2 BVO

(appartementen sociale huur)

woning woning

Tabel 2.1.1: Gehanteerde parkeernormen voor berekening parkeerbehoefte volgens gemeentelijke normering

Parkeerbehoefte volgens gemeentelijke normering De gegevens uit tabel 2.2.1 zijn gebruikt om de parkeerbehoefte van de ontwikkeling

volgens de gemeentelijke normering te bepalen. Functie

%

aantal

eenheid

woningen BVO 50 m2

70%

175

stuks

woningen max. BVO 70 m2

15%

37,5

stuks

sociale woningbouw (appartement)

15%

37,5

stuks

Totaal aantal woningen

100%

250

stuks

Tabel 2.2.1: Invoergegevens parkeerbehoefte

Tabel 2.2.2 laat de berekende parkeerbehoefte zien op basis van de in paragraaf 2.1.2

beschreven parkeernormen. In de berekening is het benodigd aantal parkeerplaatsen voor

bewoners en bezoekers apart berekend en in het totaal bij elkaar opgeteld. Voor woningen met een BVO van 50 m2 en maximaal 70 m2 geldt dezelfde parkeernorm.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

7

Functie

aantal

eenheid

grondgebonden woningen max. 70 m2

37,5

stuks

grondgebonden woningen 50 m2

sociale woningbouw (appartement)

175

37.5

norm

bewoners

bezoekers

stuks

1,1

0,3

stuks

0,5

0,3

1,1

aantal pp

eenheid

0,3

bewoners

bezoekers

woning

192,5

52,5

woning

18,75

11,25

woning

41,25

Totaal (pp) Totaal (pp)

253

11,25 75

328

Tabel 2.2.2: Bepaling normatieve parkeerbehoefte

Voor deze ontwikkeling bedraagt de normatieve parkeerbehoefte volgens de gemeentelijke normering, inclusief bezoekersparkeren, 328 parkeerplaatsen.

Voor bewoners en bezoekers gelden verschillende aanwezigheidspercentages. Deze worden weergegeven in tabel 2.2.3. Voor bewoners geldt de nacht op een werkdag als maatgevend moment, voor bezoekers geldt de zaterdagavond als maatgevend moment. Werkdag Bewoners

Bezoekers

ochtend

middag

avond

koopavond

nacht

10%

20%

80%

70%

0%

50%

50%

90%

80%

100%

Zaterdag middag

avond

60%

100%

60%

80%

Tabel 2.2.3: Aanwezigheidspercentages woonfunctie, Nota Parkeernormen Tilburg 2017

Zondag middag 70% 70%

Op basis van de normatieve parkeerbehoefte en de aanwezigheidspercentages is de

parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt per moment van de week/dag. Het resultaat wordt weergegeven in tabel 2.2.4. Werkdag Bewoners

Bezoekers Totaal

ochtend

middag

avond

koopavond nacht

8

15

60

53

127

135

127

142

228

288

202

253

255

253

0

Tabel 2.2.4: Parkeerbehoefte per moment van de week/dag

Zaterdag middag

Avond

45

75

152

197

202

277

Zondag middag 177 53

230

Op de maatgevende momenten zijn er 253 parkeerplaatsen voor bewoners nodig (werkdag

nacht) en 75 parkeerplaatsen voor bezoekers (zaterdagavond). Als gezamenlijk maatgevend

moment geldt een werkdagavond, dan zijn er 288 parkeerplaatsen nodig.

Indien het bezoekersparkeren wordt opgevangen in de openbare ruimte, bedraagt het uiteindelijk benodigde aantal parkeerplaatsen (voor bewoners) 253 parkeerplaatsen.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

8

Conclusie In dit hoofdstuk zijn de parkeernormen van de gemeente Tilburg als uitgangspunt genomen. Volgens deze nota is de ontwikkeling Van Limburg Stirumlaan gelegen in een zone C. Voor

de functiebepaling van de wooneenheden is gebruik gemaakt van een drietal functies uit de hoofdgroep “Wonen”.

De normatieve parkeerbehoefte volgens de bijbehorende parkeernormen bedraagt 328 parkeerplaatsen inclusief bezoekersparkeren. Rekening houdende met

aanwezigheidspercentages zijn er op het maatgevende moment (werkdagavond) in totaal 288 parkeerplaatsen nodig.

Indien echter het bezoekersparkeren kan worden opgevangen in de openbare ruimte, bedraagt het benodigde aantal parkeerplaatsen 253 parkeerplaatsen.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

9

Hoofdstuk 3 beschrijft de effecten van gebiedsindeling, doelgroepen en mobiliteit op de gemeentelijke parkeernormen. Middels de resultaten van deze effecten worden de parkeernormen gedifferentieerd, zodat deze meer passend zijn bij de voorgenomen ontwikkeling.

Gebiedsindeling De gebiedsindeling in de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’ is bepalend voor de hoogte van de hanteren parkeernormen. Onderzocht is of vigerende beleidsstukken of de

omgevingsadressendichtheid aanleiding geven om af te wijken van de huidige gebiedsindeling.

ZONERING BINNEN HET BELEID

Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is de locatie gelegen in een C-zone. Omdat de locatie op circa 100 meter van de B-zone ligt, zijn de mogelijkheden verkend of de ontwikkellocatie

eveneens tot de B-zone gerekend kan worden. Zo lijkt het ‘hoogstedelijke’ karakter van de

ontwikkeling eerder passend bij de B-zone en valt de locatie binnen het B-gebied in de door

de gemeenteraad vastgestelde Netwerkanalyse 2040. Echter heeft de gemeente te kennen gegeven, dat in de nieuwe nota parkeernormen de grens op dezelfde plek ligt. Hiermee

wordt de locatie juridisch verankerd binnen het C-gebied en vormen de eerder genoemde argumenten waarschijnlijk geen/onvoldoende aanleiding hiervan af te wijken.

Figuur 3.1.1: Gebiedsindeling ontwikkellocatie

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

10

OMGEVINGSADRESSENDICHTHEID

De ontwikkellocatie is gelegen in de wijk Zorgvliet en meer specifiek in de buurt

Staatsliedenbuurt West. Omdat de wijk Zorgvliet en de naastgelegen wijk Korvel buurten omvatten die van elkaar verschillen qua woontype, is ervoor gekozen om de

omgevingsadressendichtheid op buurtniveau te vergelijken. Het betreft de buurten Staatsliedenbuurt Oost en Staatsliedenbuurt West.

Staatsliedenbuurt Oost

Staatsliedenbuurt West

2.719 per km2

2.593 per km2

Omgevingsadressendichtheid huidig

Verschil -126 per km2

Tabel 3.1.1: Omgevingsadressendichtheid op buurtniveau De huidige omgevingsadressendichtheid in de Staatsliedenbuurt West is vergelijkbaar met andere buurten in de B-zone.

Effect doelgroep Qua doelgroep wil de ontwikkeling zich richten op een mix van alleenstaanden tussen de 2550 jaar en senioren van 50+. Deze groepen hebben een afwijkende mate van autobezit, wat aanleiding geeft om de parkeernorm(en) te herzien. AUTOBEZIT BIJ ALLEENSTAANDEN

De cijfers van het CBS laten zien dat de huishoudenssamenstelling van grote invloed is op het gemiddelde autobezit. In 2015 is vastgesteld dat gemiddeld 45,1% van de eenpersoonshuishoudens minimaal één auto bezit.

Figuur 3.2.1: Autobezit naar type huishouden

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

11

AUTOBEZIT BIJ SENIOREN 50+

De cijfers van het CBS laten zien dat ook leeftijd van invloed is op het

gemiddelde autobezit. Voor 2020 geldt dat 53,8% van de 50-plussers minimaal één auto

bezit. Aangezien dit over personen gaat en niet over huishoudens, dient er een verrekening plaats te vinden met het gemiddelde autobezit per huishouden. Voor zowel Tilburg als Nederland geldt dat een huishouden gemiddeld 1,1 auto bezit. Kortom, voor een huishouden met 50-plussers geldt een autobezit van 59,2%

Figuur 3.2.2: Personen in het bezit van één of meerdere auto’s (%) AUTOBEZIT OP BUURTNIVEAU

De wijken Korvel en Zorgvliet omvatten verschillende buurten die van elkaar verschillen qua woontype. Daarom is ervoor gekozen om het autobezit per huishouden op buurtniveau te vergelijken, zie tabel 3.3.1. Het betreft de buurten Staatsliedenbuurt Oost en Staatsliedenbuurt West.

Staatsliedenbuurt

Staatsliedenbuurt

Verschil

0,7

0,8

+0,1

Oost Autobezit per huishouden huidig

West

Tabel 3.2.1: Autobezit op buurtniveau

EFFECT DOELGROEP EN AUTOBEZIT

Uitgaande van een evenredig verdeelde mix van alleenstaanden (25-50 jaar) en senioren van 50+, bedraagt het gemiddelde autobezit onder deze totale doelgroep 52,2%, zie tabel 2.3.2. Het huidige autobezit in de Staadsliedenbuurt West bedraagt circa 0,8 per huishouden. Dit

pleit ervoor om uit te gaan van een gedifferentieerde parkeernorm van 0,8 voor bewoners in plaats van 1,1 (de huidige norm). Met een parkeernorm voor bezoekers van 0,3 komt de

gedifferentieerde parkeernorm voor appartementen van/kleiner dan70 m2 BVO daarmee

neer op 1,1 parkeerplaatsen per woning.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

12

Doelgroep

Aandeel

Autobezit

Gewogen

Alleenstaanden (25-50

50%

45,1%

22,6%

Senioren (50+)

50%

59,2%

29,6%

jaar)

Gemiddeld

52,2%

Tabel 3.2.2: Gemiddelde autobezit onder senioren en alleenstaanden Voor de sociale huurwoningen blijft de parkeernorm uit de nota ‘Parkeernormen Tilburg

2017’ gehanteerd. Dit komt neer op een parkeernorm van 0,5 voor bewoners en 0,3 voor

bezoekers. De parkeernorm voor een sociale huur woning bedraagt daarmee in totaal 0,8 parkeerplaatsen per woning.

Conclusie Door het toepassen van de doelgroepensystematiek blijkt dat de parkeerbehoefte van de

ontwikkeling Van Limburg Stirumlaan lager is dan de gemeentelijke normen. Hieruit blijkt dat bij de middel dure appartementen met een BVO van 70 m2 en de overige

wooneenheden met een BVO van 50 m2 een parkeernorm van 1,1 (incl. een

bezoekersaandeel van 0,3) voldoende is voor de beoogde doelgroepen. De parkeernorm

voor sociale woningbouw blijft gehandhaafd, dit betekent een parkeernorm van 0,8 met een bezoekersaandeel van eveneens 0,3.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

13

Hoofdstuk 4 brengt de parkeerbehoefte volgens de gedifferentieerde parkeernormen in beeld.

Aanpak en uitgangspunten 4.1.1

Aanpak

Zoals reeds beschreven wordt voor het berekenen van de theoretische parkeervraag van een ontwikkeling bij voorkeur gebruik gemaakt van gemeentelijke parkeernormen, of, wanneer deze niet beschikbaar zijn, van de landelijke CROW parkeerkencijfers uit publicatie 381

‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’.

Voor iedere specifieke situatie is het van belang om te bekijken of de algemene

parkeerkencijfers passend zijn. In hoofdstuk 3 is dit nader onderzocht. Voor de ontwikkeling

Van Limburg Stirumlaan zijn de parkeerkencijfers, op basis van de resultaten uit hoofdstuk 3, gedifferentieerd. De cijfers zijn hierdoor meer passend bij de situatie.

4.1.2

Uitgangspunten

In de vorige hoofstukken zijn een aantal uitgangspunten vastgesteld, waarmee rekening gehouden wordt in de voorlopige berekening van de parkeervraag van de ontwikkeling: • •

Qua ligging van de ontwikkeling wordt uitgegaan van zone C (zie hst. 3)

Het programma bestaat uit 250 woningen, waarvan: -

15% sociale huurappartementen (37,5 stuks).

• -

blijft gehandhaafd.

15% middel dure appartementen met een BVO van 70 m2 (37,5 stuks). •

-

De gemeentelijke parkeernorm bedraagt 0,8 parkeerplaats per woning. Deze

Hier is een gedifferentieerde parkeernorm voor bepaald, deze bedraagt 1,1 parkeerplaats per woning (zie hst. 3) incl. bezoekers parkeren (aandeel 0,3)

70% appartementen met een BVO <70 m2 (175 stuks). •

Hier is eveneens een gedifferentieerde parkeernorm voor bepaald, deze

bedraagt 1,1 parkeerplaats per woning (zie hst. 3) incl. bezoekersparkeren (aandeel 0,3)

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

14

•

Voorzieningen worden buiten beschouwing gelaten. Voor eventuele normeringen zie

•

Op dit moment is nog geen standpunt ingenomen over het aantal deelauto’s. De

bijlage B2 “Parkeernormen voorzieningen”.

bijbehorende mobiliteitscorrectie is in dit onderzoek niet meegenomen. -

Bij het toepassen van deelmobiliteit wordt er van uitgegaan dat 1 deelauto 5 reguliere auto’s vervangt, wat een reductie oplevert van 4 parkeerplaatsen Zone C

Eenheid

Bezoekersaandeel

Grondgebonden woning of appartement

1,1

Per

0,3

Sociale woningbouw

0,8

Per

0,3

(goedkoop) max. BVO 70 m2

(appartementen sociale huur)

woning woning

Tabel 4.1.1: Gedifferentieerde parkeernormen op basis van output hoofdstuk 3

Bepalen parkeerbehoefte volgens gedifferentieerde parkeernormen

De gegevens uit tabel 4.2.1 zijn gebruikt om de parkeerbehoefte van de ontwikkeling

volgens de gedifferentieerde normering te bepalen. Functie

%

aantal

eenheid

woningen BVO 50 m2

70%

175

stuks

woningen max. BVO 70 m2

15%

37,5

stuks

sociale woningbouw (appartement)

15%

37,5

stuks

Totaal aantal woningen

100%

250

stuks

Tabel 4.2.1: Invoergegevens parkeerbehoefte Tabel 4.2.2 laat de berekende parkeerbehoefte zien op basis van de in paragraaf 4.1.2

beschreven parkeernormen. In de berekening is het benodigd aantal parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers apart berekend en in het totaal bij elkaar opgeteld.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

15

norm

aantal pp

Functie

aantal

eenheid

bewoners

bezoekers

eenheid

bewoners

bezoekers

grondgebonden woningen < BVO 70 m2

175

stuks

0,8

0,3

woning

140

52,5

grondgebonden woningen 70 – 130 m2

37,5

stuks

0,8

0,3

woning

30

11,25

sociale woningbouw (appartement)

37.5

stuks

0,5

0,3

woning

18,75

11,25

Totaal (pp)

188,75

75

Totaal (pp) afgerond

189

75

Totaal (pp) afgerond

Tabel 4.2.2: Bepaling gedifferentieerde parkeerbehoefte

264

Voor deze ontwikkeling is de normatieve parkeerbehoefte 264 parkeerplaatsen. Bewoners en bezoekers kennen echter verschillende aanwezigheidspercentages per moment in de week en op de dag (zie Hst. 2, tabel 2.2.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen per moment wordt in tabel 4.2.3 weergegeven. Werkdag Bewoners

Bezoekers Totaal

ochtend

middag

avond

koopavond nacht

8

15

60

53

95

103

95

110

170

230

151

189

204

189

0

Zaterdag middag

Avond

45

75

114

159

151

226

Tabel 4.2.2: Gedifferentieerde parkeerbehoefte op basis van aanwezigheidspercentages

Zondag middag 133 53

186

Op de maatgevende momenten zijn er 189 parkeerplaatsen voor bewoners nodig (werkdag

nacht) en 75 parkeerplaatsen voor bezoekers (zaterdagavond). Als gezamenlijk maatgevend moment geldt een werkdagavond, dan zijn er 230 parkeerplaatsen nodig.

Indien het bezoekersparkeren wordt opgevangen in de openbare ruimte, bedraagt het uiteindelijk benodigde aantal parkeerplaatsen (voor bewoners) 189 parkeerplaatsen.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

16

Conclusie Tabel 4.3.1 geeft stapsgewijs de totstandkoming van het aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein weer. Achtereenvolgens komen de gemeentelijke normatieve

parkeerbehoefte, gedifferentieerde normatieve parkeerbehoefte en benodigd aantal parkeerplaatsen op eigen terrein aan bod.

Stappen

Beschrijving

Stap 0

Gemeentelijke normatieve parkeerbehoefte

Effect (pp)

Parkeerbalans

Rekening houdende met aanwezigheidspercentages, incl. bezoekersaandeel

288 pp

Excl. Bezoekersaandeel

253 pp 230 pp

Stap 1

Gedifferentieerde normatieve parkeerbehoefte

Rekening houdende met aanwezigheidspercentages, incl. bezoekersaandeel

Stap 2

Benodigd aantal parkeerplaatsen op eigen terrein

Bezoekersparkeren opvangen in de omgeving (excl. Bezoekersaandeel)

-75 pp

Benodigd aantal parkeerplaatsen op eigen terrein

189 pp

189 pp

Tabel 4.3.1: Samenvattend overzicht bepaling parkeerbehoefte Bij de ontwikkeling Van Limburg Stirumlaan wordt het bezoekersparkeren volledig opgevangen in de openbare ruimte. Dit betekent dat het aantal te realiseren

parkeerplaatsen, uitgaande van de gedifferentieerde parkeernormen, op eigen terrein 189 parkeerplaatsen bedraagt.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

17

5. Deelmobiliteit In hoofdstuk 5 komt het effect van deelmobiliteit op de parkeerbehoefte aan bod. Als eerste beschrijft dit hoofdstuk het beleid omtrent deelmobiliteit in andere steden. Vervolgens is met behulp van een bandbreedte aangegeven wat het effect van deelmobiliteit kan zijn voor de ontwikkeling Van Limburg Stirumlaan. Tot slot gaat dit hoofdstuk in op een aantal referentieprojecten.

Beleid omtrent deelmobiliteit in andere steden De ontwikkelaar is voornemens om deelauto’s ter beschikking te stellen voor de bewoners

van woningen. De gemeente Tilburg kent (nog) geen specifiek beleid voor deelmobiliteit in relatie tot parkeren. Daarom heeft er een studie naar het beleid in andere grote steden

plaatsgevonden, namelijk Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam (zie bijlage B1).

Uit deze studie komt naar voren dat op vergelijkbare locaties (schil, B-zone) gemiddeld 1 deelauto, 5 reguliere personenauto’s vervangt. In 4 van de 5 steden wordt hierbij een maximale reductie van 20-30% van de reguliere parkeervraag toegestaan. Gebiedsindeling

Toegestane maximale reductie

Centrum (A)

Schil (B)

Restgebied (C)

Eindhoven

1/10

1/7

1/4

-

‘s-Hertogenbosch

1/5

1/5

1/5

30%

Utrecht

1/4

1/4

-

20%

Rotterdam

-

1/5

-

20%*

Amsterdam

-

1/4

-

20%

*alleen van toepassing binnen betaald parkeergebied

Figuur 5.1.1: Effect deelmobiliteit op parkeerbehoefte Voorbeeld: in het centrum van Eindhoven vervangt 1 deelauto 10 reguliere parkeerplaatsen. De deelauto neemt zelf 1 parkeerplek in beslag, dus een reductie van 9 parkeerplaatsen.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

18

Effect deelmobiliteit Van Limburg Stirumlaan Het toepassen van deelauto’s wordt door de planontwikkelaar nader onderzocht. Hierbij vindt afstemming tussen de planontwikkelaar en de gemeente plaats en wordt tevens gekeken naar het realiseren van deelauto’s als openbare voorziening.

Aangezien de reductie van het aantal parkeerplaatsen afhankelijk is van het aantal deelauto’s dat voorzien wordt bij de ontwikkeling, is in deze studie een bandbreedte bepaald aan de

hand van 3 opties: geen deelauto’s, 1 deelauto per 30 woningen en 1 deelauto per 20 woningen.

Optie 1: geen deelauto’s realiseren Functie

aantal

eenheid

Reductie per deelauto

4

pp

Deelauto’s

0

Totale reductie 0 Tabel 4.1.3: Reductie deelauto’s

stuks pp

Het voorzien van 0 deelauto’s bij de ontwikkeling betekent een reductie van 0 parkeerplaatsen. Optie 2: 1 deelauto per 30 woningen (gangbaar) Functie

Aantal

eenheid

Reductie per deelauto

4

pp

Deelauto’s

9

Totale reductie 36 Tabel 4.1.4: Reductie deelauto’s

stuks pp

Het voorzien van 9 deelauto’s bij de ontwikkeling betekent een reductie van 36 parkeerplaatsen. Optie 3: 1 deelauto per 20 woningen realiseren Functie

aantal

eenheid

Reductie per deelauto

4

pp

Deelauto’s

13

Totale reductie 52 Tabel 4.1.5: Reductie deelauto’s

stuks pp

Het voorzien van 13 deelauto’s bij de ontwikkeling betekent een reductie van 52 parkeerplaatsen. De bandbreedte voor de reductie van het aantal parkeerplaatsen ligt tussen de 0 en 52 parkeerplaatsen.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

19

Referentieprojecten De doelgroepensystematiek is succesvol toegepast in Haarlem en Nieuwegein. Zo zijn in

Nieuwegein bij de ontwikkeling “Fultonbaan 70” 126 appartementen gerealiseerd met 114 parkeerplaatsen, waarvan 4 voor deelauto’s. De doelgroepen-

systematiek vormde een succesvolle onderbouwing bij het verstrekken

van de omgevingsvergunning. In Haarlem zijn bij de ontwikkeling

“STACK” 98 appartementen met 130 parkeerplaatsen, waarvan 3 voor deelauto’s, gerealiseerd. Ook bij deze ontwikkeling vormde de

systematiek een succesvolle onderbouwing, waarbij Goudappel tevens door de rechtbank in het gelijk is gesteld.

Het Victoriapark en The Wall in Eindhoven is zijn voorbeeldprojecten voor het gebruik van

deelmobiliteit door bezoekers en bewoners. Het Victoriapark is echter gelegen in een

betaald parkeren zone. De ontwikkeling in Tilburg daarentegen niet. Het betaald parkeren kan een stimulans zijn voor het gebruik van deelauto’s, doordat het prijstechnisch interessanter wordt voor

bijvoorbeeld bewoners om een deelauto te gebruiken in plaats van de

aanschaf van een eigen auto. Bij The Wall (gelegen aan de Beukenlaan,

dicht bij een directe verbinding naar de Rijksweg N2/A2) is geen sprake van betaald parkeren en dat maakt dit project tot een geschikter

voorbeeld. Eigen ervaring leert dat bij beide locaties de deelauto’s goed gebruikt worden, echter is hier (vooralsnog) geen data over

beschikbaar. Het advies is om dit na te gaan bij de aanbieders zelf (in dit geval Amber).

Conclusie In haar huidige Nota Parkeernormen heeft de gemeente Tilburg nog geen specifiek beleid

opgenomen omtrent deelmobiliteit. Daarom is gekeken naar het beleid in een aantal andere (grote) Nederlandse steden. Hieruit blijkt dat het gangbaar is dat één deelauto 5 reguliere personenauto’s vervangt, oftewel een reductie van 4 parkeerplaatsen.

Bij de ontwikkeling Van Limburg Stirumlaan is op dit moment nog geen standpunt

ingenomen over deelmobiliteit. In deze studie is daarom met een bandbreedte gerekend: geen deelauto’s realiseren tot maximaal deelauto’s realiseren. Als gevolg van deze berekening ligt de reductie van het aantal parkeerplaatsen tussen de 0 en 52.

In deze studie zijn de parkeernormen, passend bij de ontwikkeling, gedifferentieerd middels doelgroepensystematiek. Ook in andere projecten, Haarlem en Nieuwegein, is deze

systematiek succesvol toegepast. Naast referenties voor de doelgroepensystematiek, is ook gekeken naar een aantal referenties met betrekking tot deelmobiliteit. In Eindhoven wordt

bij het Victoriapark en The Wall deelmobiliteit ingezet voor bewoners en bezoekers. Amber

is bij deze locaties de aanbieder van deelmobiliteit. Het advies is om ervaringen aangaande

het gebruik van deelmobiliteit op deze locaties contact op te nemen met Amber (de aanbieder zelf).

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

20

6. Verkeer Hoofdstuk 5 beschrijft de huidige verkeersgeneratie en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van de ontwikkeling. Tot slot komt het effect van de toekomstige verkeersgeneratie op (de verkeersregeling op) het kruispunt Ringbaan West – Van Limburg Stirumlaan aan bod.

Verkeersgeneratie huidige situatie In de huidige situatie betreft het pand aan de Van Limburg Stirumlaan een kantoorfunctie met een bruto vloeroppervlakte van 4.845 m2 (bron: kadastralekaart.com).

De kencijfers voor de verkeersgeneratie van een kantoorfunctie zijn weergegeven in tabel 6.1.1.

kantoor (zonder baliefunctie)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Eenheid

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

2,1

3,8

3,0

4,7

3,2

4,9

7,9

9,6

Per 100 m2 BVO

Tabel 6.1.1: Kencijfers verkeersgeneratie kantoor (zonder baliefunctie) De verkeersgeneratie van een kantoorfunctie met een bruto vloeroppervlakte van 4.845 m2 is

volgens de kencijfers van het CROW minimaal 156 en maximaal 238 verkeersbewegingen per etmaal. Dit betekent dat in de ochtend- en avondspits 15 tot 25 als gevolg van de functie 15

tot 25 verkeersbewegingen ontstaan. Functie

CROWcategorie

Aantal

Eenheid

Kengetallen

Gemiddeld

Hoog

156

197

238

totale verkeersgeneratie (per weekdag)

156

197

238

totale verkeersgeneratie (ochtendspits)

16

20

24

totale verkeersgeneratie (avondspits)

15

18

22

kantoor (zonder baliefunctie)

4.845

m2

max.

3,2

4,9

Verkeersgeneratie Laag

kantoor

min.

Eenheid

per 100 m2 BVO

Tabel 6.1.2: Verkeersgeneratie kantoor Van Limburg Stirumlaan *Voor kantoorfuncties wordt het meeste verkeer gegenereerd tijdens een werkdagochtend of -avondspits. Om het

drukste ochtendspitsuur uit te rekenen is uitgegaan van 10% van het werkdag etmaal (conform CROW publicatie 256). Voor het drukste avondspitsuur wordt uitgegaan van 9% van het werkdag etmaal (conform CROW publicatie 256).

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

21

Verkeersgeneratie toekomstige situatie 6.2.1

Aanpak

Voor het berekenen van de verkeersgeneratie bij een bepaalde functie wordt gebruik gemaakt van de landelijke CROW kencijfers voor verkeersgeneratie uit publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’.

6.2.2

Uitgangspunten

FUNCTIEPROGRAMMA

Het programma bestaat uit 250 appartementen, waarvan 15% sociale huurappartementen en 15% middel dure appartementen zijn. De middel dure- en sociale huurappartementen

hebben een bruto vloeroppervlak van 70 m2 en de overige appartementen (70%) een bruto vloeroppervlak van 50 m2. Voorzieningen vallen buiten de scope van dit onderzoek.

GEBIEDSINDELING

De ontwikkeling is gelegen in zone C, dit is passend bij de categorie ‘rest bebouwde kom’ uit publicatie 381 van het CROW. Daarnaast is de ontwikkellocatie is gelegen in zeer sterk

stedelijk gebied. De omgevingsadressendichtheid is namelijk groter dan 2.500 per km2. TE HANTEREN KENCIJFERS VOOR VERKEERSGENERATIE

Tabel 6.2.1 beschrijft de normen voor de verkeersgeneratie van grondgebonden woningen

en sociale woningbouw. Voor sociale huurappartementen geldt een lagere norm dan voor een particulier appartement met een bruto vloeroppervlak van/kleiner dan 70 m2. Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Eenheid

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Grondgebonden woning of appartement (goedkoop) <70 m2 BVO

1,2

2,0

2,8

3,6

3,9

4,7

5,2

6,0

Per woning

Grondgebonden woning of appartement (midden) 70 – 130 m2 BVO

2,9

3,7

3,7

4,5

4,7

5,5

5,6

6,4

Per woning

Sociale woningbouw (appartementen sociale huur)

0,8

1,6

1,8

2,6

2,8

3,6

3,7

4,5

Per woning

Tabel 6.2.1: Kencijfers verkeersgeneratie wonen

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

22

Verkeersgeneratie volgens kencijfers CROW Bij de berekening van de verkeersgeneratie is onderscheid gemaakt tussen een laag (min.),

gemiddeld en hoog (max.) scenario. In het scenario laag bedraagt de verkeersgeneratie op

een weekdag 867 motorvoertuigen per etmaal en op een werkdag 957 motorvoertuigen per etmaal, zie tabel 6.2.2. In lijn met de gedifferentieerde parkeerbehoefte is de verwachte

verkeersgeneratie lager dan gemiddeld. Er mag dan ook verondersteld worden dat de te

verwachten verkeersgeneratie van de ontwikkeling het best aansluit bij het scenario “laag”. Functie

CROW-categorie

Aantal

Eenheid

Kengetallen min.

max.

Eenheid

Verkeersgeneratie Laag

Gemiddeld

Hoog

woningen < 70 m2 BVO

koop, appartement, goedkoop

150 (70%)

woningen

3,9

4,7

per woning

585

645

705

woningen 70 m2 BVO

koop, appartement, midden

37,5 (15%)

woningen

4,7

5,5

per woning

177

192

207

woningen sociale huur

huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

37,5 (15%)

woningen

2,8

3,6

per woning

105

120

135

totale verkeersgeneratie (per weekdag)

867

957

1.047

totale verkeersgeneratie (per werkdag)

954

1.053

1.152

totale verkeersgeneratie (ochtendspits)*

77

85

93

totale verkeersgeneratie (avondspits)*

86

95

104

*Voor woonfuncties wordt het meeste verkeer gegenereerd tijdens een werkdagochtend of avondspits. Om het drukste ochtendspitsuur uit te rekenen is uitgegaan van 8% van het werkdag etmaal (conform CROW publicatie 256). Voor het drukste avondspitsuur wordt uitgegaan van 9% van het werkdag etmaal (conform CROW publicatie 256). Tabel 6.3.1: Verkeersgeneratie wonen Van Limburg Stirumlaan Naast de verkeersgeneratie per dag is ook de verkeersgeneratie in de ochtend- en avondspits in beeld gebracht. Hierbij is onderscheid gemaakt in aankomende en

vertrekkende ritten. Om de aankomsten en vertrekken in beeld te brengen, is gebruik gemaakt van gegevens uit de CROW publicatie 256. Ochtendspits

Avondspits

Aankomst

Vertrek

Aankomst

Vertrek

Woningen

11%

89%

80%

20%

Werken

89%

11%

20%

80%

Tabel 6.3.2: Aankomsten en vertrekken in ochtend- en avondspits, CROW publicatie 256

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

23

Tabel 6.3.3 geeft de totale, aankomende en vertrekkende ritten weer in de ochtend- en

avondspits. Dit is voor zowel de huidige als de toekomstige situatie en het verschil

daartussen in kaart gebracht. Ook hierbij ligt de focus op het scenario “laag”. De tabel laat

zien dat in de ochtendspits de intensiteiten met 61 verkeersbewegingen toenemen en in de

avondspits met 71. Daarnaast draaien de verkeersstromen om. In de huidige situatie zijn de meeste aankomsten in de ochtendspits en vertrekken in de avondspits. Door het realiseren van woningen op de Van Limburg Stirumlaan zijn juist de meeste vertrekken in de ochtendspits en aankomsten in de avondspits. Huidige situatie (werken)

Toekomstige situatie (woningen)

Verschil (toe of afname)

Laag

Gem.

Hoog

Laag

Gem.

Hoog

Laag

Gem.

Hoog

Ochtendspits

16

20

24

77

85

93

61

65

69

Aankomst

14

18

21

9

10

11

-5

-8

-10

Vertrek

2

2

3

69

76

83

67

74

80

Avondspits

15

18

22

86

95

104

71

77

82

Aankomst

3

4

5

69

76

84

66

72

80

Vertrek

12

15

18

18

19

21

6

5

3

Tabel 6.3.3: Aankomsten en vertrekken in ochtend- en avondspits Van Limburg Stirumlaan

Effect op verkeersregeling 6.4.1

Aanpak

Via de rekentool COCON is het effect op de verkeersregeling op het kruispunt Ringbaan

West – Van Limburg Stirumlaan in beeld gebracht. De bestaande COCON-database van dit

kruispunt is bijgewerkt met de instellingen van de verkeerslichten zoals deze nu op straat

staan. Vervolgens zijn de intensiteiten van dinsdag 15 juni 2021 uit MobiMaestro STATS gehaald. Dit zijn getelde intensiteiten vanuit de verkeersregelinstallatie. Hiermee is het

drukste uur voor de ochtend- en avondspits bepaald en deze zijn in COCON ingevoerd.

Daarna is een variant gemaakt, waarbij de verkeersgeneratie zoals bepaald in paragraaf 5.2 is opgeteld bij de huidige verkeersstromen. Concreet betekent dit: •

Richting 08 is in de ochtendspits opgehoogd met 94

•

Richting 02, 06 en 10 zijn in de avondspits verhoogd

personenauto equivalent (pae).

met in totaal 93 pae per uur. Deze zijn verdeeld over richting 02 (+58), richting 06 (+31) en richting 10 (+4).

Figuur 6.4.1: Richtingen kruispunt

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

24

6.4.2

Resultaten

De rekenresultaten zijn als volgt: •

Ochtendspits zonder ontwikkeling: cyclustijd 64 seconden (maatgevende conflictgroep

•

Ochtendspits met ontwikkeling: cyclustijd 71 seconden (maatgevende conflictgroep

•

Avondspits zonder ontwikkeling: cyclustijd 84 seconden (maatgevende conflictgroep

•

Avondspits met ontwikkeling: cyclustijd 84 seconden (maatgevende conflictgroep

richting 05 – 08 – 12) richting 05 – 08 – 12) richting 02 – 06 – 11) richting 02 – 06 – 11)

6.4.3

Conclusie

De cyclustijd neemt als gevolg van de ontwikkeling in de ochtendspits met 7 seconden toe. In de avondspits is er geen effect op de cyclustijd, omdat richting 02, 06 en 11 nog steeds aan hun minimum groentijd voldoende hebben.

Momenteel maakt dit kruispunt onderdeel uit van een groene golf op de Ringbaan West.

Deze groene golf kent in de ochtendspits een cyclustijd van 80 seconden en in de

avondspits van 90 seconden. De berekende cyclustijden inclusief planontwikkeling blijven

passen binnen de huidige cyclustijden.

Er is een klein effect op de groene golf waarneembaar als gevolg van de ontwikkeling. In

ochtendspits heeft richting 08 (vanaf van Limburg Stirumlaan) langer groen nodig. Dit heeft tot gevolg dat richting 05 3 seconden later naar groen kan. Richting 05 is een volgrichting

voor de groene golf, wat dus kan betekenen dat het begin van het peloton in de groene golf

wat moet inhouden hierdoor. De groentijd van richting 05 blijft wel voldoende om al het verkeer vervolgens te kunnen verwerken.

Aandachtspunt is dat er nu gerekend is met de huidige intensiteiten van 2021 en niet met

toekomstige intensiteiten. Verder is de wens van de gemeente Tilburg om de Ringbaan West in de toekomst af te waarderen en daarmee anders in te richten. Dit zal hoogstwaarschijnlijk gevolgen hebben voor de inrichting van het betreffende kruispunt.

Conclusie Als gevolg van de ontwikkeling op de Van Limburg Stirumlaan neemt de verkeersgeneratie toe. Ook draaien de aankomsten en vertrekken in ochtend- en avondspits om: bij een

kantoorfunctie zijn de meeste aankomsten in de ochtendspits, terwijl bij woningen in de

ochtendspits de meeste vertrekken zijn. Omdat de aankomsten en vertrekken omdraaien, is gekeken met behulp van de rekentool COCON wat voor effect dit heeft op de

verkeersregeling op het kruispunt Van Limburg Stirumlaan met de Ringbaan West. Uit deze

berekening is gebleken dat het kruispunt zowel in de ochtend- als avondspits voldoende

capaciteit heeft in de regeling om het extra verkeer te verwerken. Wel is er een klein effect

waarneembaar op de groene golf: verkeer aan het begin van het peloton moet mogelijk de snelheid iets inhouden bij het begin van de groene golf.

Ontwikkeling ‘Van Limburg Stirumlaan’ - 10 september 2021

25

Op de Van Limburg Stirumlaan is Magis Vastgoed voornemens woningen te realiseren. Het plan bestaat uit 250 woningen, waarvan 15% sociale huurwoningen en 15% middel dure woningen. Voor deze ontwikkeling is in kaart gebracht wat de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie is.

Parkeerbehoefte volgens gemeentelijke normering

Gebaseerd op de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen van de gemeente Tilburg

bedraagt de parkeerbehoefte voor de ontwikkeling 288 parkeerplaatsen (rekening houdende

met verschillende aanwezigheidspercentages voor bewoners en bezoekers). Indien het

bezoekersparkeren in de omgeving wordt opgevangen, dienen 253 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Gedifferentieerde parkeernormen

Gezien de aard en beoogde doelgroep van de ontwikkeling (senioren en alleenstaanden), is een zogenaamde doelgroepensystematiek toegepast. Hierbij is het autobezit bij senioren

van 50+ en alleenstaanden in beeld gebracht. Ook is gekeken naar de gebiedsindeling en

zijn twee wijken, Staatsliedenbuurt Oost en Staatsliedenbuurt West, met elkaar vergeleken. Door het toepassen van de doelgroepensystematiek blijkt dat de parkeerbehoefte van de

ontwikkeling Van Limburg Stirumlaan lager is dan de gemeentelijke normen. Het blijkt dat

een parkeernorm van 1,1 (incl. een bezoekersaandeel van 0,3) voldoende is voor de beoogde doelgroepen. De parkeernorm voor sociale woningbouw blijft gehandhaafd.

Bij gebruik van de gedifferentieerde parkeernormen bedraagt het aantal te realiseren parkeerplaatsen (voor bewoners) op eigen parkeerterrein 189 parkeerplaatsen. Verkeersgeneratie

Als gevolg van de ontwikkeling, wonen, neemt de verkeersgeneratie ten opzichte van de huidige situatie, kantoorpand, toe. Hierdoor draait ook het aankomend en vertrekkend verkeer om. Bij de functie wonen zijn in de ochtendspits de meeste vertrekkende ritten zichtbaar, terwijl bij een kantoorfunctie dan de meeste ritten aankomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12470855/1