11 AANGEPAST SCHOON Bijlage 8 Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort
Tekst van het document
• Monitor gemelde klachten uit het klachtenmeldsysteem van de omgevingsdienst . • Stuur er op dat de meldingen over of gerelateerd aan de ontwikkeling van Wijkevoort zorgvuldig worden vastgelegd en uitgevraagd. • Neem meldingen over geluidsoverlast serieus en volg deze adequaat op. 6.11 Arbeidsmigranten De arbeidsmarkt is flexibel en houdt zich niet aan gemeentegrenzen. De regionale vraag naar arbeidskrachten kan door het jaar heen sterk variëren. Voor de economische ontwikkeling van Hart van Brabant en continuïteit van de regionale bedrijvigheid is de inzet van arbeidsmigranten noodzakelijk. In het geval van inzet van arbeidsmigranten is aantoonbaar voorzien in adequate huisvesting. Dit houdt in dat er binnen de regio voldoende huisvesting beschikbaar is ten opzichte van de behoefte van de bedrijven op Wijkevoort is, zonder dat dit tot een groter tekort leidt voor overige bedrijven in de regio. Daarnaast moet dit minimaal voldoen aan de vastgestelde gemeentelijke en regionale uitgangspunten voor huisvesting van arbeidsmigranten. Daarbij wordt bij voorkeur ingezet op een hogere standaard dan de SNF-norm. Bijvoorbeeld op het vlak van privacy (1 persoon op een slaapkamer, tenzij de buitenlandse medewerkers aangeven een relatie tot elkaar te hebben en zelf de wens hebben een kamer te delen) en welzijnsvoorzieningen.
37
7. BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Groen blauw raamwerk werklandschap Wijkevoort Inspiratieboek: Gebouwen Hultenseweg als bijzonder biotopen Beplantingsconcept groen-blauwe lint Wijkervoort Boomwaardenkaart II
38
Groen-blauw Raamwerk Werklandschap Wijkevoort Gemeente Tilburg
INHOUDSOPGAVE
Inhoudsopgave
1
1. Inleiding
4
2. Context van het groen-blauwe raamwerk
6
3. Ambitie van het groen-blauwe raamwerk
16
3.1. 3.2. 3.3. 3.4 3.5
19 21 21 25 25
Huidige identiteit Betekenisvol raamwerk Lagen in het groen-blauwe raamwerk Voorkomen van afwentelen in plaats en tijd Zuinig en efficiënt ruimtegebruik
Intermezzo: Ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening 4. Groen-Blauw Raamwerk Wijkevoort
26
28
4.1.
Strategie van het casco: De robuuste beekdalen 31 4.1.1. De Hultensche Leij 33 4.1.2. De Groote Leij 33 4.1.3. Strategie van slim ophogen en tegengaan van 35 eutrofiering in de beekdalen 4.2.
Strategie van het casco: Duurzame watersysteem Wijkevoort 4.2.1. Verbeteren van de waterkwaliteit 4.2.2. Tegengaan van verdroging
1
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
37 39 39
Globale ligging van Wijkevoort
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
2
Intermezzo: Ontwerpstrategie in Park Maxima, Vleuten de Meern 4.3.
40
Strategie van het inpassen: Het groen-blauwe lint 4.3.1. Spelregels 4.3.2. Afstroom van water met diverse verhangen (1‰ en 1-2%)
41 43 43
4.4.
47
Strategie van het casco: Hultenseweg en waterpark Wijckermeer 4.4.1. Flexibiliteit in extreme situaties
4.5
Natuurdoeltypen in het Groen-blauwe raamwerk
4.6
Groen-blauw Raamwerk: de ruimtelijke strategieën op de vijf schaalniveaus
49
51 52
5. Flexibiliteit in fasering Groen-Blauw Raamwerk 54 6. Spreidingsmodel en het Groen-Blauwe raamwerk
56
Intermezzo:Bevloeiiingssysteem
58
Colofon
62
3
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
1. IN LE ID IN G
Voor u ligt het rapport over de invulling van het groen-blauwe raamwerk Werklandschap Wijkevoort. Dit groen-blauwe raamwerk Wijkevoort is onder deel van de ambities van het Masterplan Wijkevoort, (2017, gemeente Tilburg, Buck Consultants International en Sweco). ’Wijkevoort zal het toonaangevende boegbeeld zijn van een integrale duurzame gebiedsontwikkeling met innovatieve logistiek, moderne industrie en een duurzaam werklandschap als dominante en kritische succesfactoren.'
Ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening Deze logistieke bedrijfslocatie gelegen aan de A58, burgemeester Letschertweg, het beekdal van de Hultensche Leij en de Gilzerbaan, is gebaseerd op ontwikkelingsgerichte en vraaggerichte ruimtelijke ordening. Werklandschap Wijkevoort wordt afgestemd op de vraag vanuit het bedrijfsleven. Ruimte voor ondernemen en kennisintensieve werkgelegenheid staat centraal.
Leeswijzer Allereerst leggen we de kaders vanuit het masterplan vast, aansluitend geven we een visie op ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening in de groene context. Hierbij gaan we in op het duurzaam watersysteem, de ecologische aspecten en de recreatieve aspecten van dit werkgebied. Maar ook de esthetische aspecten van het groen-blauwe raamwerk, immers met een aantrekkelijk aanzien kan het werklandschap de aantrekkingskracht voor potentiële bedrijfsvestigingen vergroten.
Maar deze gebiedsontwikkeling biedt ook kansen voor natuur, duurzaam water systeem, landschap, klimaatadaptatie en recreatie. Het werkgebied kan volwaardig onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant en het Stadsbos 013.
In hoofdstuk 4 gaan we in op het diverse elementen van het groen-blauwe raamwerk en de spelregels om dit daadwerkelijk te realiseren.
Opgave De opgave is : “Ontwerp een groen-blauw raamwerk binnen de context van het vraaggericht ontwikkelen van het werklandschap Wijkevoort, wat intrinsiek robuust en structurerend is, wat betekenis geeft in de ruimste zin van het woord, en wat toekomstwaarde geeft aan dit werkgebied”.
In hoofdstuk 5 geven we aan wat de flexibiliteit binnen het raamwerk kan zijn en welke fasering mogelijk is. De onderdelen dienen zelfstandig te kunnen functioneren omdat we het geheel niet in een keer realiseren. We wensen u veel leesplezier. Mariëlle Kok en Esther Kruit
Op basis van diverse interviews en twee intensieve workshops is dit groenblauwe raamwerk tot stand gekomen. Hierbij bedanken we een ieder voor zijn tijd, en creativiteit. Impressie van werklandschap Wijkevoort (uit Masterplan Wijkevoort, 2017)
5
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
2. CONTEXT VAN HET GROEN-BLAUWE RAAMWERK
Context Masterplan Wijkevoort Het vertekpunt voor deze studie is het Masterplan Wijkervoort van 2017. Wijkevoort wordt ontwikkeld tot een duurzaam, modern en innovatief werklandschap van 194 hectare voor logistieke dienstverlening en (andere) hieraan gelieerde industriële bedrijvigheid. Het werklandschap is verdeeld in meerdere werkclusters, die omgeven zijn door een brede zone, bestaande met een kabels- en leidingenstrook, langzaam verkeersroute en de ontsluiting van het geheel. De 19e eeuwse Hultenseweg dwars door het werkgebied krijgt de functie van een doorgaande route, onafhankelijk van het werklandschap. De kavelinvulling zal bestaan uit logistieke bedrijven, e-commerce bedrijven, stadsdistributie en aanvullende functies als bijvoorbeeld truckparking en ondersteunde functies als een pompstation, mogelijk een overnachtingsplaats, café en douchegelegenheid, maar ook recreatiemogelijkheden voor de werknemers.
Groen-blauwe contramal Wijkevoort (uit Masterplan Wijkevoort, 2017)
7
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
2 (76)Wijkevoort, 2017) Verbeelding van rand van Wijkevoort (uit Masterplan In de zone wordt ook een netwerk van recreatieve routes voorgesteld aansluitend op het netwerk van het Stadsbos.
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
8
Context Stadsbos013 Het werklandschap Wijkevoort is ook onderdeel van Stadsbos013. Het werklandschap legt de ruimtelijke en recreatieve verbinding tussen Gilze en het Stadsbos, maar vormt ook het zuidelijke decor van dit stadsregionaal groengebied.
lt
Hu
eg
ew
ch ens
Wijckermeer
Hultenseweg
Recreatief programma vanuit Visie Stadsbos013 in Wijkevoort, o.a. de stadsbosdiagonaal en de zandwinplas Wijckermeer als recreatief knooppunt
9
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Visie Stadsbos013 (uit: Ruimtelijk Raamwerk en Stadsbosbeeldtaal Een ontwikkelingsstrategie voor Stadsbos 013, 2019) Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
10
Legenda Ruimtelijk Raamwerk
Zicht vanuit het Stadsbos op Wijkevoort en het beekdal van de Hultensche Leij
11
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Natuurnetwerk (uit: Ruimtelijk Raamwerk en Stadsbosbeeldtaal Een ontwikkelingsstrategie voor Stadsbos 013, 2019) Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
12
Legenda Natuurnetwerk
Context Natuur Netwerk Brabant Wijkevoort dient aan te sluiten op het Natuur Netwerk Brabant en Natuurnetwerk van Stadsbos013. Dit natuurnetwerk geeft als belangrijke onderlegger van de stadsbosvisie de bestaande ecologische kwaliteiten en potenties, en de mogelijke ecoligische verbindingen op diverse schaalniveaus weer. De twee beken de Groote Leij en Hultensche Leij moeten ontwikkeld worden als ecologische verbindingszone (met een gemiddelde breedte van 50m). Werklandschap Wijkevoort kan binnen het netwerk van natuureenheden ook een belangrijke functie vervullen.
EHS en natuurnetwerk
Binnen Wijkevoort kunnen robuuste biotopen en leefgebieden van de doelsoorten als boomkikker, vinpootsalamander, bosrietzanger, roodborsttapuit, wezel en diverse vleermuizen gecreëerd worden.
13
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
1 hectare verhard oppervlak = 600 m3 waterberging
Regenwater en dakwater moeten ergens in het projectgebied geborgen, geïnfiltreerd en vertraagd afgevoerd worden.
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
14
Logistiek bedrijf (minimaal breedte)
oppervlakte voor waterberging (diepte: 1m) + taluds 1:3 0.83 ha - 7.8% van de kavel
40
40
40
Context Duurzaam watersysteem Werklandschap Wijkevoort moet ook “zijn eigen broek ophouden”, dat wil zeggen al het regenwater in het gebied dient geborgen, geïnfiltreerd en/of vertraagd afgevoerd te worden, conform de eisen van het waterschap Brabantse Delta.
Noodzakelijke waterberging (eisen waterschap)
120
40
286
OF
40
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.5m) + taluds 1:3 1.39 ha - 13% van de kavel
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.3-0.5m) + taluds 1:3 1.71 ha - 16% van de kavel
Per 1 hectare verhard oppervlak zowel op privé kavels als in de openbare buitenruimte moet minimaal 600 m3 waterberging gerealiseerd worden.
60.4
380
300
10.6 ha
49
283
OF
totaal oppervlakte kavel
29
282.4
6360 m3 water
40
280 0
10
E-commerce
Noodzakelijke waterberging (eisen waterschap) oppervlakte voor waterberging (diepte: 1m)
20
+ taluds 1:3 100
40 40
50
20
20
40
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.5m) 140
+ taluds 1:3
0.44 ha - 14.3% van de kavel OF
1848 m3 water
19.8
12.9
40
OF
20
30
totaal oppervlakte kavel 75 1.7 ha
222.4
1035 m3 water
156
16.8 115
OF
223
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.3-0.5m) + taluds 1:3 0.52 ha - 16.9% van de kavel
20
Noodzakelijke waterberging (eisen waterschap) 20
0.33 ha - 10.6% van de kavel226 OF
totaal oppervlakte kavel 100 3.08 ha
Stadsdistributie
14.4
153
19.7
20
23.4
oppervlakte voor waterberging (diepte: 1m) + taluds 1:3 0.20 ha - 11.8% van de kavel oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.5m) + taluds 1:3
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.3-0.5m) + taluds 1:3 0.30 ha - 17.7% van de kavel
152.4
150
220 0
10
50
0
10
50
15
0.26 ha - 15.1% van de kavel
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
3. AMBITIE VAN HET GROEN-BLAUWE RAAMWERK
Het groen-blauwe raamwerk van Wijkevoort zal ontwikkelingsgericht gerealiseerd worden. Het gaat hierbij om een strategisch raamwerk van groen- en waterelementen, waarbinnen vele toekomstige ontwikkelingen in het kader van bedrijfsontwikkelingen, van recreatieve en ecologische aspecten, van overige innovatieve richtingen een plaats kunnen krijgen. De eisen aan het duurzaam watersysteem van het bedrijvenpark geeft ons de mogelijkheid om het groen-blauwe raamwerk vorm te geven, zodat dit netwerk het werklandschap Wijkevoort ruimtelijke kwaliteiten geeft. Aanwezigheid van water geeft de mogelijkheid om gradiënten te realiseren en om diverse landschappen te creëren.
17
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
1900: Het kleinschalige landschap in de beekdalen bestaat uit weiden, hooilanden en vloeivelden, op de dekzandrug liggen de grotere akkers, omzoomd met droge heide en bosopstanden.
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
18
Het huidige watersysteem met de afstoom van regenwater van hoog naar laag.
3.1. Huidige Identiteit Kenmerken en identiteit van het huidige gebied zijn leidend om die ruimtelijke kwaliteiten te garanderen. Het projectgebied bestaat uit een opbollende dekzandrug grenzend aan de westzijde aan het oorspronkelijke beekdal van de Groote Leij en aan de noord- en oostzijde aan het beekdal van de Hultensche Leij. Deze beek kent een opbouw in drie specifieke delen, bovenloop (met oorspronkelijk vloeiweiden), een doorbraak door een dekzandkop, en een bredere benedenloop. De Hultensche Leij is herhaaldelijk in de loop der tijd vergraven, zoals veel beken in Brabant. De Groote Leij is daarentegen uniek, deze ligt nog steeds in zijn oorspronkelijke profiel.
30m
Zand voor de A58 is in de jaren’70 gewonnen in dit gebied, met als gevolg een diepe zandwinplas, het Wijckermeer in het hart van het gebied. Karakteristiek van de beken en huidige problematiek
Het noordelijke gedeelte van het Wijkerbos is eveneens eeuwen oud. Het zuidelijke gedeelte is kort na het graven van het Wijkermeer aangelegd. De natuurwaarde van het diepe meer zit in de smalle overgangen land-water.
2m 30m
Dieptekaart Wijckermeer
19
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Gevolgen van klimaatverandering, in het groen-blauwe raamwerk moeten we anticiperen op droogte en wateroverlast. Het raamwerk dient dus klimaatadaptief en toekomstbestendig op alle schaalniveaus, van gebouw tot landschap, te zijn.
De Fordfabrieken in Michigan USA kennen zowel lichte als groen en biodiverse daken (illustratie; internet Ford Riverrouge Center).
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
20
3.2 Betekenisvol raamwerk
3.3. Lagen in het raamwerk
Het begrip ruimtelijk raamwerk in een landschap gelijkt op een ‘boekenkast met de boeken’. De kast biedt de stabiele ruggengraat, de boeken kunnen variëren door de tijd en wisselen van inhoud en kleur zonder de boekenkast te beschadigen.
Klimaatbestendig Het groen-blauwe raamwerk moet klimaatbestendig zijn, dat wil zeggen flexibiliteit in zich hebben in het opvangen van allerlei extremen zoals wateroverschotten en watertekorten. Het raamwerk kent dus een overdimensie of een “way out”, maar ook een buffering voor slechtere tijden.
Het ruimtelijk raamwerk van Wijkevoort is opgebouwd uit deelgebieden, uitgeefbaar aan diverse bedrijven (“de boeken”), en uit een stelsel van verbindende lijnen, doorgaande groen- en waterstructuren en zichtlijnen (“onderdelen van de kast”).
Het groen-blauwe raamwerk moet ook temperatuurverschillen kunnen opvangen door de verkoelende avondwind in het plan te kunnen toelaten door bijvoorbeeld de positionering van gebouwen ten opzichte van de westenwind, door verdamping van water op de juiste plek in te zetten en groene (op zijn minst witte) daken en gevels te introduceren. Dit heeft direct een positief effect op de productiviteit en doelmatigheid.
Dit stelsel moet betekenis en structuur hebben, nu en in de toekomst. Door functies, essentieel voor het functioneren van de bedrijven in deze contramal te laden, geven we dit groen-blauwe raamwerk blijvende en een duurzame betekenis.
Ook het afvangen van fijnstof o.a. van de A58 is mogelijk door op de juiste plekken hogere en dichtere diverse beplanting aan te leggen. Maar het groen-blauwe raamwerk heeft meer aspecten of lagen.
Beplantingselementen kunnen ingezet worden om hittestress te voorkomen, maar ook om fijnstof af te vangen.
21
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
22
Laag van duurzaam watersysteem Het groen-blauwe raamwerk is de basis van het duurzaam watersysteem, waarbij water in zicht als ordenend middel op allerlei manieren in de ruimte gebruikt kan worden.
Ontwerpen met water betekent ook nadenken over opheffen van verdroging in het bovenstroomse deel van de Hultensche Leij en het vernatten van de benedenstroomse delen van de beide Leijen.
Ontwerpen met water betekent nadenken over stromen van verschillende soorten water. We onderscheiden in het werklandschap de volgende typen water: ■ dak- en regenwater, ■ water van de wegen (gebruikt door vrachtverkeer), ■ water vanaf de A58, ■ agrarisch water in de beken et ■ natuurlijke (kwel)water uittredend langs de randen van de dekzandruggen.
Deze unieke hydrologische situatie kunnen we gebruiken voor de ruimtelijke en esthetische, functionele, recreatieve en ecologische lagen van het groenblauwe raamwerk.
Elk type water heeft een bepaalde waterkwaliteit. Het schone kwelwater willen we niet vermengen met het verrijkte agrarische water. Ontwerpen met water betekent ook het voorstellen van ingrepen ter verbetering van de waterkwaliteiten in het gebied tot natuurwater. Voor elk waterstroom willen we in stapjes de waterkwaliteit verbeteren.Dit kan op deze locatie door middel van bodempassage en helofytenfilters.
Ruimtelijke en esthetische laag: Creatie van groene karakteristiek van innovatief werklandschap Wijkevoort heeft vier zichtzijden, naar zuidzijde de snelweg A58, naar de westzijde de N260, en de noord- en oostzijde naar het stadsbos. In het groen-blauwe raamwerk wordt rekening met zichtlijnen en de ruimtelijke karakteristieken van de verschillende randen passend bij het grotere geheel van de infrastructurele lijnen en het raamwerk van het stadsbos. Maar het groen-blauwe raamwerk geeft ook een specifieke identiteit, passend bij een innovatief werklandschap.
Ecologische laag: creatie van diverse robuuste natuurdoeltypen en gradiënten Door middel van groundmodelling kunnen we diverse gradiënten realiseren, van droog naar nat, welke de biodiversiteit vergroten.
Werklandschappen kennen hun eigen dynamiek. Duidelijkheid in wat wel en niet kan moet vanuit een sterk ruimtelijk kader voorgeschreven worden, zonder dwingend te zijn. De bedrijven moeten verleid worden om het groen-blauwe raamwerk te omarmen en de vertegenwoordigers zijn van het blijvende succes van dit raamwerk.
Het scheiden van verschillende waterstromen zorgt ook voor het creëren van diverse robuuste natuurdoeltypen, gebaseerd op de gewenste doelsoorten. We kunnen in het plangebied de biodiversiteit vergroten en ook meer zichtbaar maken onder andere door het creëren van infiltratiezones, drasse weiden, moerassen en het creëren van laken en vloeivelden.
Dat betekent ook dat het groen-blauwe raamwerk efficiënt te beheren is en dat er geen overhoeken ontstaan, maar een duidelijk groen-blauw systeem.
23
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
rondom werklandschap
dekzandrug
overgang hoog - laag
beekdal
in tijd en met divers beheer
Groen en blauw: kansen voor vele verschillende verscheidingsvormen Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
24
Functionele en recreatieve laag Wijkevoort laten aansluiten op de recreatieve laag van het Stadsbos geeft win-win situaties voor beide projecten. Voor de werknemers garandeert een groen-blauw raamwerk door zijn doorlopende opzet en aansluiting op Stadsbos013, een belangrijke waarde in zowel recreatief als natuurlijk opzicht. Voor de werknemers is er altijd bos, landschap of water dichtbij. Daar kunnen zij wandelen, fietsen, sporten, elkaar ontmoeten en van de natuur genieten. Het vergroot de gezondheid en vermindert stress. Routestructuren, voorgesteld in het Stadsbos013 zorgen ook voor aangename woon-werk routes. Het stadsboscentrum aan de Wijckerplas, centraal in het werklandschap, garandeert een gezamenlijke entree en een duidelijke ontmoetingsplek voor beide gebieden.
Wandelnetwerk Stadsbos013: Wijkevoort is onderdeel van een uitgebreid netwerk
3.4 Voorkomen van afwentelen in plaats en tijd
3.5 Zuinig en efficiënt ruimtegebruik
Het groen-blauwe raamwerk zal flexibel en gefaseerd ontwikkeld worden, maar zal in onderdelen ook zelfstandig moeten functioneren.
Flexibel ontwikkelen betekent wel zorgvuldig omgaan met beschikbare ruimte. Het uitgifteproces is daarom zodanig ingericht dat een hoge gebiedskwaliteit te allen tijde wordt geborgd.
We willen voorkomen dat we zaken afwentelen in tijd en in plaats. Het groen-blauwe netwerk dient dus ook op verschillende schaalniveaus te functioneren, op kavelniveau, op bedrijfsclusterniveau en op niveau van het gehele werklandschap Wijkevoort.
De combinatie van meerdere functies geeft groen-blauwe raamwerk betekenis, voor zowel de bedrijven, de werknemers als de recreanten en passanten, en flora en fauna.
Stadsbosruiterroutes: Wijkevoort legt de link tussen de ruiterroutes rondom landgoed de Utrecht, en het buitengebied van Gilze en Goirle
Netwerk recreatieve stadsbosfietspaden: Wijkevoort is een belangrijke entree tot het Stadsbos
25
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
+ ecologische maatregelen
26
Intermezzo: Ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening 3+1 ontwerpprincipes op diverse schaalniveaus Om een raamwerk te creëren wat duurzaam en robuust is zijn er meerdere ontwerpprincipes van verweving tot scheiding inzetbaar, die elk ook een geheel eigen ruimtelijk beeld en natuurwaarden opleveren: ■ Het principe van inpassen ■ Het principe van het groene casco ■ Het principe van de groene compensatie Het principe van inpassen: De locatie van de bedrijfsgebouwen en de infrastructuur wordt bepaald aan de hand van bestaande of te creëren natuurwaarden en landschapswaarden. Een mooi voorbeeld is de occupatie van de binnenduinrandzone of van de stuwwallen. De ontwikkeling van een nieuw werkgebied kunnen de sterke punten van de huidige natuur en landschap verweven worden, waardoor een werklandschap ontstaat wat zijn karakteristiek ontleend aan de oorspronkelijk landschappelijke beelden. Het principe van inpassen in de bestaande of de gecreëerde situatie is zowel toe te passen op niveau van het bedrijfsgebouw, de kavel, op het niveau van het bedrijfscluster als het niveau van het landschap.
Het principe van het groene casco Het principe van het casco introduceren we om de dynamiek van een werkgebied te plaatsen in een vast kader. Dit kader bestaat uit een stabiel en duurzaam casco van beplanting, gekoppeld aan waterelementen als beken, wadi’s maar ook een plas, infrastructuur, en kabels- en leidingenstroken. Verder kan dit casco opgebouwd zijn uit grotere beplantingseenheden. Binnen dit casco is de invulling van vestigings- en gebruiksruimtes zeer flexibel. Het casco zorgt voor een duidelijke verdeling tussen kavel en groen-blauwe functies en kan inspelen op de karakteristieken van de ondergrond en de hydrologische situatie door de koppeling met gebiedseigen vegetatietypen. Dit principe is toe te passen op vooral rondom de kavels, op het niveau van het bedrijvencluster, en werkgebied- en landschapsniveau.
Wel kunnen we anticiperen door op voorhand op de juiste locaties ecologische maatregelen te treffen. Dit noemen we het principe van ecologische maatregelen +. Het principe van ecologische maatregelen + Bij dit inrichtingsprincipe worden op basis van de doelsoorten elementen ten behoeve van deze doelsoorten in het gebied van te voren meegenomen in de aanleg van infrastructuur en waterelementen. Te denken valt aan ecopassages voor kleine zoogdieren, eekhoornbruggen, paddentunnels, in- en uitstapplekken ter compensatie van de barrièrewerking van deze lijnvormige elementen. In de planvorming voor het groenblauwe raamwerk passen we de volgende ontwerpprincipes op de diverse schaalniveau's toe: ■ Het principe van inpassen ■ Het principe van het groene casco
Het principe van de groene compensatie Bij dit inrichtingsprincipe wordt elke bedrijfsvestiging gekoppeld aan behoud of ontwikkeling van grotere eenheden groen of natuur elders. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een percentage regeling. Dit is in Wijkevoort absoluut niet de bedoeling, omdat we de zelf gecreëerde situaties niet willen afwentelen in plaats en tijd elders.
In de tabel op pagina 52 geven we aan waar en op welke manier.
27
4. GROEN-BLAUW RAAMWERK WIJKEVOORT
Het groen-blauwe raamwerk bestaat uit meerdere onderdelen. In dit hoofdstuk leggen we het raamwerk uit aan de hand van hydrologische en ruimtelijke aspecten.
De robuuste beekdalen
Het groen blauwe lint
We geven aan wat de effecten zijn of welke kansen van dit raamwerk geeft voor de ontwikkeling van biodiversiteit, maar ook voor de gebruikers. Hultenseweg
Beekbegeleidend Wijckerbos Moerassen in het beekdal
Waterpark Wijckermeer
De robuuste beekdalen
Het groen-blauwe raamwerk bestaat uit de volgende onderdelen: ■ De robuuste beekdalen De Hultensche Leij De Groote Leij Moerassen in het beekdal ■ Het groen blauwe lint ■ Hultenseweg ■ Waterpark Wijckermeer ■ Beekbegeleidend Wijckerbos Ook beschrijven we de samenhang van deze tussen de diverse onderdelen.
Het groen blauwe lint
29
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
De beekstelsels in 1850, met de daarbijbehorende landschapsbeelden Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
30
4.1 Strategie van het casco: De robuuste beekdalen In het masterplan staat omschreven dat het regenwater geborgen dient te worden op de lagere delen van het plangebied. “De meest geschikte locaties voor regenwaterberging zijn de laaggelegen beekdalen. De verschillende waterbergingen worden getrapt over het terrein aangelegd”. Nader onderzoek en analyse hebben een ander inzicht opgeleverd. De lagere delen in het plangebied hebben de hoogste natuurpotenties, daar willen we het water alleen toelaten als de waterkwaliteit voldoet aan de hoogste standaard. En water wat op een laag punt geborgen is kan bovenstrooms voor niets meer ingezet worden, zonder met pompen te moeten werken. Beter is om het water zo hoog mogelijk te houden en vertraagd via bodempassage of via helofyten in de beekdalen te laten afstromen. In het groen-blauwe raamwerk zijn de beekdalen om die reden ook echt ecologische robuuste leefgebieden en verbindingszones. Bovendien willen we het werkgebied Wijkervoort inzetten als een watermachine die natuurwater aan levert aan deze beken. De beide beekdalen vormen een onderdeel van het casco van Wijkevoort maar ook van Stadsbos013. Twee beken met verschillende karakteristieken
31
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Principe van verwerking van grond in het verleden
Referentiebeeld van een beekbegeleidende bos met een smalle doorstroom.
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
32
4.1.1 De Hultensche Leij De Hultensche Leij bestaat in het plangebied uit drie delen, het flauw glooiende beekdal bovenstrooms van het Wijckerbos, de vernauwde beek door de dekzandrug van het Wijckerbos, en de stroomvlakte ten noorden van het bos, waar de beek in het brede dal van de Groote Leij stroomt. Boeren hebben vanaf de middeleeuwen deze ruimtelijke en waterhuishoudkundige verschillen van de beek onderkend. Zij pasten deze slim in hun bedrijfsvoering, op de lagere nattere delen verwerkten ze het zand van de dekzandruggen, waardoor deze weiden in het beekdal beter toegankelijk werden. Dit had ook tot gevolg dat de zeer droge dekzandkoppen minder hoog en dus ook minder droogtegevoelig werden. Kortom betere akkergronden. De vernauwing in de beek gaf de boeren ook bovenstrooms de gelegenheid om water af te vangen en te bergen. Door middel van een stelsel van gegraven laak en greppels werden de beemden bevloeid. In het beekdal bovenstrooms zijn op de kaart van 1850 ook twee waterlijnen zichtbaar. Bevloeien had tot gevolg dat men de productiecapaciteit van deze hooilanden kon verhogen.
In het groen-blauw raamwerk gaan we uit van de karakteristieken van de Hultensche Leij, en zien we versterking in beeld en biotopen van de drie delen. Bovenstrooms een beek met smalle accolade profiel met een hoge beekbodem stromend door hooilanden en houtwallen. Benedenstrooms aansluitend op de ruimtelijk karakteristiek van het beekdal van de Groote Leij.
4.1.2 De Groote Leij De Groote Leij ligt op zijn onvergraven oorspronkelijke beekloop in een bredere beekdal. Dit gebied heeft een zeer grote natuurpotentie. Dit gebied willen we ontwikkelen tot een nat-dras natuurgebied met afwisselend hogere delen en af en toe poelen. De Burgemeester Letschertweg is vormgegeven als een parkway, langs maisvelden en een dichte bosrand. We stellen voor om in het beekdal van de Groote Leij een dichter bosdeel aan te leggen, die als steppingstone kan fungeren tussen het Wijkerbos, de bosgebieden ten zuiden van vliegbasis Gilze-Rijen en het bosgebied Het Blok. De zichten vanaf de Burgemeester Letschertweg worden hierdoor mooi ingekaderd, waardoor de beleving van rijden over een parkway vergroot wordt.
De doorbraak door de dekzandrug ter hoogte van het Wijckerbos willen we versterken door de vernauwing nog nauwer te maken, en een moerassituatie voor de doorbraak te creëren (zie hoofdstuk 4.2.2). Het bos zelf zal zich meer tot een beekbegeleidend bos ontwikkelen, zoals het aan de zuidzijde van de beek spontaan ontstane wilgenbos. Doordat het bovenstroomse deel van de Hultensche Leij door de boeren meerdere malen vergraven is, is het gerechtvaardigd om de beekloop hier zodanig aan te passen aan nieuwe hydrologische omstandigheden en ruimtelijke mogelijkheden.
Rijdens over de parkway Burgemeester Letschertweg heeft men diverse zichten op het natuurlijke beekdal van de Groote Leij en het nieuwe bosdeel.
33
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Advies percentage afgraven
Referentiebeeld van Dotterbloemenweides in het beekdal van de Groote Leij
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
34
4.1.3 Strategie van slim ophogen en tegengaan van eutrofiëring De boeren hebben vanaf de middeleeuwen voortdurend gewekt aan het optimaliseren van hun agrarische bedrijfsvoering. Dit heeft voor de natuurontwikkeling nu consequenties. Door de aanvoer van het zand liggen de beekdalen vaak hoger dan oorspronkelijk en is de veenachtige ondergrond ook meer met zand en leem gemengd. Door de voortdurende bemesting van de toplaag van de weides is de huidige toplaag van 30 cm zeer eutroof en daarmee ongeschikt voor natuurontwikkeling. Het verschralen van deze toplaag zal meer dan een eeuw duren zonder ingrepen.
Het telen van klaver of maïs, deze maaien en afvoeren put de bodem in ongeveer 30 jaar uit naar het niveau van gewenste verschraling. Alles afgraven is ook zeer kostbaar.
En we creëren ongeveer 20 % poelen, die de ecologische verbinding leggen met de poelen ten noorden van de golfbaan richting het bos aan de Oude Leij.
We stellen de volgende strategie van slim ophogen en tegengaan van eutrofiering in de beekdalen:
De voedselrijke toplaag wordt dan verwerkt in de houtwallen in het beekdal bovenstrooms of in de houtwallen rondom het hekwerk van de bedrijfskavels (zie 4.3).
In de benedenlopen met de dunste eutrofe toplaag en de meeste natuurpotentie graven we 80% af. Hiermee creëren we zeer soortenrijke schrale vochtige hooilanden en bossen. We maken 20% poelen en laagtes als moerassen.
Het meer zandigere deel van de grond kan verwerkt worden in partieel ophogen van de kavels t.b.v. de bouwpeilen. Immers de bedrijfsgebouwen dienen een vlakke vloer te krijgen, echter de dekzandkop ligt redelijk bol. Ook kan de grond gebruikt worden om de afwatering van regen- en dakwater zo hoog mogelijk te houden (bijvoorbeeld aan de zijde van de westzijde van het projectgebied).
In de bovenloop van de Hultensche Leij graven we 30 % niet af, dit ontwikkelt zich tot een soortenarme drogere natuur. 50% wordt afgegraven tot matige voedselrijke situatie.
Met deze strategie kunnen we dus de natuurwaarden in de robuuste beekdalen verbeteren en versterken en daarmee ook het werklandschap Wijkevoort ontwikkelen.
Strategie van slim ophogen in de bedrijfsclusters en tegengaan van eutrofiëring in de beekdalen
35
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
9.5
10.8 9.3 9.9
9.5
11.5 9.8 10.4 16.7
10
11
10.6
11.1
11.8
12
11.3
12.3 17 11.6 14
12.7
Globale hoogtematen
11.7
Huidige watersysteem en afvoer vanaf de hogere gronden
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
36
4.2 Strategie van het casco: Duurzame watersysteem Wijkevoort Het groen-blauwe raamwerk dient als een geheel hydrologisch te functioneren, maar ook vanwege de ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening dienen de diverse onderdelen op zichzelf te kunnen staan. Naast de technische opgave van het Waterschap willen we ook meer met dit groen-blauwe raamwerk bereiken, namelijk het stapsgewijs verbeteren van de waterkwaliteit binnen de waterketens. Ook verdroging elders kan door het groen-blauwe raamwerk tegen gegaan worden. En de natuurgebieden en ecologische verbindingszones kunnen gevoed worden met water met een natuurkwaliteit.
Principe van het duurzaam watersysteem
37
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
38
4.2.1. Verbeteren van de waterkwaliteit
4.2.2. Tegengaan van verdroging
Het duurzaam watersysteem binnen Wijkevoort moet een grote hoeveelheid regenwater bergen, infiltreren en eventueel vertraagd afvoeren. Dit water heeft niet altijd de gewenste waterkwaliteit. Vooral water van verhard oppervlak waar veelvuldig met (vracht) auto’s wordt gereden (dus het water van de A58 en van de infrastructuur in Wijkevoort) voldoet niet aan de kwaliteit van natuurwater. Dakwater is van een betere kwaliteit.
In de bovenloop van de Hultensche Leij stellen we twee moerassen voor, het moeras t.b.v. het A58 water in de kom tussen A58 en beekdal, en het moeras ontstaan door de vernauwing in de beek bij de doorbraak in de dekzandrug.
Het water van het verhard oppervlak van Wijkevoort voeren we altijd af via groenvoorzieningen en infiltratielaagtes. Het water van de verschillende bedrijfsclusters komt samen in het hart van Wijkevoort, bij de Wijckerplas. Rondom de plas stellen we helofyten voor, die het water kunnen bergen en zuiveren, voordat het water afgevoerd wordt in de beeksystemen. In hoofdstuk 3.5 gaan we hier uitgebreid op in. Het A58 water vloeit over de brede bermen van de snelweg af in een geïsoleerde greppel, die uitmondt in een helofytenfilter, waar de laatste zaken door planten en bodemorganismen verwijderd worden.
Op basis van hydrologische en zuiveringstechnieken passen we hier een nieuw biotoop in het robuuste beeksysteem. Het Wijckermeer krijgt een belangrijke rol in het duurzaam watersysteem als extra buffer en als berging van water bij zeer extreme situaties. Toekomstige klimaatveranderingen als extreme verdroging en vernatting worden hiermee opgevangen. In hoofdstuk 4.3. geven we aan hoe dat functioneert en welke kansen dit oplevert.
De locatie van beide moerassen hebben tot gevolg dat er tegendruk ontstaat in de ondiepe grondwaterstromen naar het beekdal toe. Hierdoor kunnen we tegenwicht geven aan de verdroging van de hogere delen in het Stadsbos013. Moerassen bovenstrooms waren er van oudsher in de beeksystemen op de zandgronden. Elke keer als een beek zich door een dekzandrug heen perst ontstaat opstuwing van water. De vloed bij Goirle is een mooi voorbeeld in de nieuwe Leij, maar ook het moeras ten zuiden van de watermolen in Spoordonk in de Beerze. De Brabander gebruikte dit natuurlijk gegeven direct om bijvoorbeeld watermolens te laten draaien. De watermolens bevinden zich dus ook vaak op vernauwingen in de beek, bijvoorbeeld de vroegere watermolens bij Middelbeers en Oostelbeers.
Verbeeld idee van de twee moerassen en het beekbegeleidend bos
39
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Intermezzo: Ontwerpstrategie in Park Maxima, Vleuten de Meern Park Maxima in Vleuten de Meern is vraaggericht en ontwikkelingsgericht ontworpen.
West 8 won de prijsvraag voor het ontwerp van dit park met de ontwerpstrategie van “het Lint”.
De spelregels van het lint bepaalde de uiteindelijke ligging en de structuur van het gehele park.
Vele gronden waren in particulier bezit. Er lagen ook meerdere claims op de groengebieden, maar men had van het begin de ambitie om een groot park in het hart van deze nieuwe wijk te realiseren zonder dat de precieze contouren en programma vast stonden.
Dit lint rijgt alle gebieden aan elkaar en is een doorlopend element in het gehele park.
Het lint kon zich aanpassen aan nieuwe situaties en nieuwe ruimte claims, door de eis van een altijd doorgaande structuur.
De ligging van het lint lag niet vast maar de ingrediënten waaruit het opgebouwd zou moeten zijn en de ruimtelijke karakteristiek van het lint waren bepaald en leidend in de ruimtelijke afwegingen.
Inspiratie: het Lint in Park Maxima, ontwerp West 8
Het gerealiseerde lint heeft nu als effect dat het park eindeloos lijkt, dat het park vanuit alle hoeken heel goed toegankelijk is en dat de verschillende onderdelen van het park samenhang vertonen.
Het Lint in Park Maxima als doorgaande route door het gehele park
40
4.3 Strategie van het inpassen: Het groen-blauwe lint Het groen-blauwe lint is geïnspireerd op de ontwerpmethodiek van het lint in Park Maxima. Wij realiseren hier een doorgaande groen-blauwe structuur waarin de buffering van het regenwater in de verhouding 1 hectare verhard: 600 m3 bergend vermogen in verwerkt is. Deze groen-blauwe zone rondom de kavels sluit direct aan op het openbaar gebied en vormt gezamenlijk een robuust groenblauw lint. Een duurzame rand rondom het werkgebied Wijkevoort, waar alle functies als infrastructuur voor logistiek, langzaam verkeer, recreatieve routes en plekken, de kabels- en leidingenstrook, de waterbuffering en de eventuele hekwerken rondom de bedrijven in een zone gecombineerd zijn. Dit groen-blauwe lint krijgt dus een duidelijke betekenis in het functioneren van het werkgebied. De bedrijfkavels kunnen hierdoor zakelijk en efficiënt ingericht worden. Het lint heeft ook duidelijke ecologische betekenis. De zone is robuust genoeg om een leefgebied of doorgangsgebied te kunnen zijn. Het groen-blauwe lint sluit aan bij de ecologische verbindingszone langs de beken en versterkt deze in samenhang.
41
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
openbaar toegankelijk, maar eigendom bedrijf
openbaar gebied
Groen-blauw lint
Verbeeld idee van het groen-blauwe lint, met een doorgaande waterstructuur en een wandelroute met recreatieplekken. Aan de zijde van het verhard terrein ligt een houtwal, waarin het eventuele hekwerk verwerkt is. Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
42
EVZ: beekdal
beslaat gemiddeld 25-30 % van de totale kavel. Een aantal voorbeelden zijn in de illustraties aangegeven. ■ Vormgeving van het lint De invulling van het groen-blauwe lint is gebaseerd op het noodzakelijk bergend vermogen, flauwe taluds, en altijd een doorgaande wandel- en beheerroute in het deel tegen de bedrijfskavels aan. In het openbare deel is de rondweg en een doorgaande fietsroute opgenomen. De beplanting is inheems en in een parkachtige setting. ■ Een beheer en een indentiteit Deze gehele zone kan in een hand beheerd worden zodat de bedrijven zelf hier ontzorgd worden, maar zodat ook één ruimtelijk en ecologische beeld gaat ontstaan.
In ruimtelijke zin ontstaat een robuuste groen-blauwe buffer aan de randen van het werkgebied, die een groendecor is voor het Stadsbos013. Recreatief wordt het werkgebied versterkt door een doorgaande wandelstructuur in dit groengebied, wat aansluit op de routes van het Stadsbos013. Werknemers kunnen vlakbij in een vrije groene ruimte recreëren en elkaar ontmoeten. Het lint is groot genoeg om allerlei fitnessactiviteiten te kunnen herbergen.
4.3.1 Spelregels Principe van afstroom rondom de bedrijfsclusters 1 ‰ in de lengte (dwz 0,25 m over 25 m)
Het lint kent een vraaggerichte en ontwikkelingsgerichte aanpak. Er dienen een aantal cruciale spelregels in acht te worden genomen.
4.3.2 Afstroom van water met diverse verhangen (1‰ en 1-2 %)
■ Harde en flexibele zijden Het lint kent twee verschillende zijden: aan de kant van het openbaar gebied is de rondweg met de buitenberm de harde grens. Aan de zijde van het bedrijfsgebied wordt de ligging van de grens flexibel bepaald, afhankelijk van de vorm van het verhard terrein. De overgang van het lint naar dit terrein is altijd een hekwerk, verwerkt in een bredere houtwal. ■ Breedte en lengte De breedte en de lengte van de zone van het groen-blauwe lint is afhankelijk van de grootte van het verhard terrein, maar
In de lengte richting naar de Wijckermeer toe is het verhang van de zone in de waterlijn 1‰. Op de verharde kavels zelf dient het verhang voor het water 1-2% te zijn. Belangrijk is om het dakwater zo hoog mogelijk te houden en dat aan de rand van het groen-blauwe lint af te voeren.
Dakwater: water hoog houden of geringe lengte afstroom i.v.m. handhaven van waterkwaliteit
43
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Logistiek bedrijf (minimaal breedte)
Noodzakelijke waterberging (eisen waterschap) oppervlakte voor waterberging (diepte: 1m) + taluds 1:3 0.83 ha - 7.8% van de kavel
40
40
40
120
40
286
OF
40
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.5m) + taluds 1:3 1.39 ha - 13% van de kavel
49
283
OF
totaal oppervlakte kavel 10.6 ha
29
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.3-0.5m) + taluds 1:3 1.71 ha - 16% van de kavel
60.4
380
300
282.4
6360 m3 water Groen blauw lint (privé eigendom maar openbaar toegankelijk) Ingrediënten Waterberging: diepte 0.3-0.5m, oppervlakte 15900 m2 + taluds: gemiddeld 1:3 Toegangen kavel: ingang + uitgang 2x12m (gebaseerd op draaicirkels vrachtverkeer) Recreatieve route rondom werkcluster: 3m doorgaande waterlijn + 4m beheerpad + 5m beplanting met hekwerk 80
12
96
12
80
40 65.1 280 0
10
50
12 280
totaal 77.1x280m = 2.2 ha
20.4% van de kavel
Rekensessie van noodzakelijke oppervlakte te creëren door de bedrijven ten behoeve van het groen-blauwe lint. We zijn uitgegaan van standaardmaten voor gebouw, loadingdocks en verkeersruimte rondom, aangegeven tijdens interview met beleggers in de logistieke sector. In Werkgebied Wijkevoort gaat men uit van drie typen bedrijven die elk een eigen maatsysteem hebben. In de berekening voor het ruimte beslag ten behoeve van het groen-blauwe lint is naast het bergend vermogen met redelijke oevers, ook houtwal met eventueel het hekwerk, een altijd drooggelegen doorgaande route en droge recreatieplekken opgenomen. Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
44
E-commerce
Noodzakelijke waterberging (eisen waterschap) oppervlakte voor waterberging (diepte: 1m) + taluds 1:3 0.33 ha - 10.6% van de kavel226
20 100
40 40
20
20
14.4
OF
totaal oppervlakte kavel 100 3.08 ha
140
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.5m) + taluds 1:3 0.44 ha - 14.3% van de kavel OF
1848 m3 water
19.8
223
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.3-0.5m) + taluds 1:3 0.52 ha - 16.9% van de kavel
20
23.4
222.4
220 0
10
50
Groen blauw lint (privé eigendom maar openbaar toegankelijk) Ingrediënten Waterberging: diepte 0.3-0.5m, oppervlakte 4620 m2 + taluds: gemiddeld 1:3 Toegangen kavel: ingang + uitgang 2x12m (gebaseerd op draaicirkels vrachtverkeer) Recreatieve route rondom werkcluster: 3m doorgaande waterlijn + 4m beheerpad + 5m beplanting met hekwerk 80
12
76
12
40
25.7 12
Stadsdistributie
Noodzakelijke waterberging (eisen waterschap) 20
40
40
220
totaal oppervlakte kavel 75 1.7 ha 1035 m3 water
oppervlakte voor waterberging (diepte: 1m) + taluds 1:3 0.20 ha - 11.8% van de kavel
16.8
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.5m) + taluds 1:3 0.26 ha - 15.1% van de kavel
19.7
oppervlakte voor waterberging (diepte: 0.3-0.5m) + taluds 1:3 0.30 ha - 17.7% van de kavel
156
OF
20
30
12.9
115
153
OF
20
totaal 37.7x220m = 0.83 ha
26.9% van de kavel
152.4
150
Groen blauw lint (privé eigendom maar openbaar toegankelijk) 0
10
50
Ingrediënten Waterberging: diepte 0.3-0.5m, oppervlakte 3002 m2 + taluds: gemiddeld 1:3 Toegangen kavel: ingang + uitgang 2x12m (gebaseerd op draaicirkels vrachtverkeer) Recreatieve route rondom werkcluster: 3m doorgaande waterlijn + 4m beheerpad + 5m beplanting met hekwerk 40
12
66
12
20
26.5 12
150
totaal 38.5x150m = 0.58 ha
34% van de kavel
45
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Groen-blauw lint met rondweg
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
46
Hultenseweg in een moerasgebied
Waterpark Wijckermeer met stadsboscentrum
4.4. Strategie van het casco: Hultenseweg en waterpark Wijckermeer De Hultenseweg is onderdeel van de stadsbosdiagonaal en een belangrijke schoolroute. De 19e eeuwse laan zal mogelijk ook nog voor lokaal verkeer gebruikt gaan worden, maar vormt geen onderdeel van de infrastructuur van het Werkgebied. De weg legt de verbinding tussen het groen-blauwe lint van het noordelijke werkcluster en het waterpark rondom de Wijckermeer. De ruime bocht van de laan loopt in het groen-blauwe raamwerk door een breed biodivers helofytenmoeras, waar regenwater geborgen en gezuiverd wordt. Het waterpark rondom het Wijckermeer verzamelt het water uit de groen-blauwe linten en laat deze vertraagd afvoeren en infiltreren in het Wijkerbos of in de robuuste beekdalen. In dit waterpark kan men goed toeven. De oevers worden verflauwd, de eilanden meer parkachtig ingericht. Er ontstaan twee rondwandelingen, die met bruggen op stuwen met elkaar verbonden zijn. Aan de zuidoever van het Wijckermeer bij het Stadsboscentrum stellen we een strandje voor. Dit wordt een recreatieve trekker voor zowel het Stadsbos013 als voor Wijkevoort. Referentiebeeld van Waterpark Wijckermeer
47
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Verbeeld idee van het Waterpark Wijckermeer en de Hultenseweg
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
48
4.4.1. Flexibiliteit in extreme situaties De eilanden in het Wijckermeer zijn met elkaar verbonden door middel van een brug met vlotterstuw. Hierdoor kan het oppervlak van het Wijckermeer meedoen in het opvangen van extreme situaties, als droogte en heftige buien. De extra buffering van water in extreme situaties op het Wijckermeer levert bij een berging van 10 cm extra berging l 16.000 m3 bergend vermogen. Dat is gelijk aan 26,6 ha extra afgekoppeld verhard oppervlak. Bij extreme droge periodes kan het grondwater gevoede Wijckermeer als inlaat dienen t.b.v. moerasvegetaties in het waterpark en de groen-blauwe linten.
Referentie van een vlotterstuw (illustratie Natuurmonumenten)
49
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Bergend vermogen van een bos
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Referentie van de moerassen in het beekdal: veenpluiskussens
50
4.5 Natuurdoeltypen in het Groen-blauwe raamwerk
Moerassen in robuuste beekdalen Natuurdoeltypen: (riet)moeras
Het groen-blauwe raamwerk bestaat uit verschillende natuurdoeltypen.
Doelsoorten: blauwborst, kleine karekiet, metaalglanslibel, watervleermuis
Het robuuste beekdal de Hultensche Leij Benedenloop en bovenloop Hultensche Leij: Natuurdoeltypen: droog tot vochtig kruiden- en faunarijk grasland met verspreide landschapselementen. Mogelijk lokaal nog potentie voor schralere of vochtigere vegetaties (meer bodemonderzoek nodig). Deze potenties bevinden zich naar verwachting vooral in de benedenloop. Doelsoorten: boomkikker, vinpootsalamander, bosrietzanger, roodborsttapuit, wezel, oranjetipje. Het robuuste beekdal de Groote Leij Dal Groote Leij: Natuurdoeltypen: schrale, natte hooilanden ("blauwgrasland"/"dotterbloemhooiland") en laagveenbos (elzen- en berkenbroekbos). Doelsoorten: dotterbloem, bosbies, wateraardbei, bont dikkopje, nachtegaal, boomkikker
Wijckerbos als Beekbegeleidend bos Hultense Bos (bosgebied Hoogschoor): Natuurdoeltypen: beekbegeleidend bos (vogelkers-essenbos en/of broekbos) op nattere delen, eiken-berkenbos op drogere delen.
Het groen-blauwe lint Natuurdoeltypen: Waar mogelijk schraallandvegetaties met verspreide brem-, braam- en wilgenstruwelen en poelen. Deels ook (riet)moeras. E.e.a. ruimtelijk te bepalen op basis van nader bodemonderzoek.
Doelsoorten: boomkikker, groene specht, bosanemoon, dalkruid.
Doelsoorten: bruin blauwtje, hondsviooltje, kneu, moerashertshooi, vlottende bies, bosrietzanger, vinpootsalamander, boomkikker (kan misschien meeliften). Waterpark Hultenseweg Doelsoorten voor het lint incl. bebouwing: gewone dwergvleermuis, huismus, ringmus Waterpark Wijckermeer (en watersysteem Hultenseweg): Natuurdoeltypen: (riet)moeras Doelsoorten: blauwborst, kleine karekiet, metaalglanslibel, watervleermuis
Boomkikker (foto: Waterschap Brabantse Delta)
51
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
4.6
Groen-blauw Raamwerk: de ruimtelijke strategieën op de vijf schaalniveaus
Bedrijfsgebouw
daken, of een betere keuze: inpassen Lichte groene daken Afwatering dakwater naar voren, water zo hoog mogelijk houden
Kavel
Bedrijvencluster
Werkgebied
Landschap
Verhoogde banden geeft extra berging en vertraagde afvoer Waterdoorlatende bestrating
Grijs water en Bedrijfswater hergebruiken
Parkeren op daken (dubbel ruimtegebruik, minder verhard oppervlak)
Groene wanden
Boombeplanting met schaduwwerking op gebouw, tegengaan hittestress
Eco passages
Eco passages
Omvormen van bestaande bosdelen naar natuurbos
Omvormen van bestaande bosdelen naar natuurbos
Moerasbossen en moerassen
A58 water zuiveren in helofytenfilter
casco
Hekwerken in houtwallen rondom
Groen blauw lint
Oppervlakkig afvoer van verhard oppervlak via begreppeling
Wijckermeer als watermotor
Beekdalen als robuuste natuurgebieden Beekdalen als ecologische verbindingszone
Recreatielint rondom, multifunctioneel met diverse recreatieobjecten, groene buitenkamers
Recreatienetwerk
Recreatienetwerk gekoppeld aan Stadsbos013
Natuur je buur, bijen en vlinder tuinen
Dynamische en tijdelijke natuur op kabels- en leidingenstrook
Natuurbeleving in beekdalen
Beheer door parkmanagement, bijvoorbeeld door een kudde
Groen blauw raamwerk: ruimtelijke strategieen op vijf schaalniveau’s
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
52
Groen-blauw raamwerk in zijn geheel
53
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
5. FLEXIBILITEIT IN FASERING GROEN-BLAUW RAAMWERK
Het groen-blauwe raamwerk wordt flexibel en gefaseerd ontwikkeld, immers de onderdelen van het raamwerk dienen ook zelfstandig te functioneren om niet de effecten in plaats en tijd af te wentelen. Het groen-blauwe netwerk functioneert op kavelniveau, op bedrijfsclusterniveau en op niveau van het gehele werkgebied Wijkevoort. In de illustratie geven we een mogelijk fasering aan.
Fase 1
Fase 1 en 2
Voorbereiden voor Fase 3
Fase 3
55
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
6. SPREIDINGSMODEL EN HET GROEN-BLAUWE RAAMWERK
De duurzaamheid van het groenblauwe raamwerk wordt gewaarborgd door een helder concept en duidelijke begrenzingen van de diverse onderdelen. In het Masterplan Wijkevoort is ook sprake van een spreidingsmodel. De omvang van het oostelijke deel van het werklandschap ten noorden van de Hultensche Leij is te klein om een robuuste groenstructuur in combinatie met een duurzaam watersysteem te creëren. De beek werkt hier als waterscheiding binnen het werklandschap. Voor dit oostelijke deel van het spreidingsmodel aan de Hultensche Leij introduceren we een nieuw element in het groen-blauwe raamwerk, het vloeiweidensysteem.
Referentiebeeld van vloeiweide Het Lankheet
Bij de bovenloop van de Hultensche Leij is de mogelijkheid om een vloeiweide te maken, mits de waterkwaliteit redelijk goed is. Dit stelt nadere eisen aan de invulling van de kavels. In het intermezzo worden de achtergronden van het functioneren van een vloeiweide aangegeven.
Principe van bevloeiing op het Plateaux, Valkenswaard
Belangrijk is het verzamelen van het regen- en dakwater van een goede kwaliteit, die vloeit over de beemden in het beekdal en eventueel vastgehouden kan worden in een houtwallen structuur.
Referentiebeeld: Mini aquaduct om watertypen te scheiden, het Plateaux, Valkenswaard
57
Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
Principe van verlaging in de houtwal om bevloeiing vanuit de laak of kwelzone mogelijk te maken
58
Intermezzo: Bevloeiingssysteem Vanaf de 14e eeuw werden de beekdalen in de wintermaanden op een groot aantal locaties bewust overstroomd, ter verbetering van de opbrengst van de hooilanden.
Het schaalniveau van het bevloeiingsstelsel verschilt van klein naar heel groot, van puntbronnen naar gehele gebieden die bevloeid werden, bijvoorbeeld de Mortelen.
In Brabant zijn beemden op twee manieren bevloeid: • met beekwater, bovenstrooms afgetapt, • met kwelwater, aangesneden langs de randen van het beekdal.
Het beekdal van de Hultensche Leij is zowel met kwelwater als met beekwater bevloeid (zie toppgrafische kaarten van 1850 en 1915).
Het warmere kalkrijke kwelwater werd via allerlei typen gegraven dalflanksloten over de beemden gevloeid, vaak op een constante wijze, waardoor de vorstgevoelige veenbodem in de winter niet bevroor en waardoor mineralisatie van de veenrijke bodem ontstond. Het water bemestte als het ware de hooilanden. Door opleiding van het beekwater bovenstrooms in een gegraven laak, een stelsel van greppeltjes, stuwwetjes en uitlaten werden de beemden met het beekwater bevloeid. Dit kon dezelfde effecten geven als met kwelwater, maar was voornamelijk voor de slibafzetting op de beemden. Na een paar dagen werden dan de sluisjes geopend waardoor de hooilanden droogvielen.
Deze bevloeiingssystemen functioneren niet meer maar onderdelen zijn in het landschap terug te vinden. De bevloeiingstechniek wordt nu vaak ingezet om regenwater te bufferen en door middel van bodempassage te reinigen.
In Brabant zien we twee ruimtelijke vormen van vloeivelden terug. • De vloeigebieden gekoppeld aan de grote moerascomplexen, ontstaan door opstuwing van water tegen de dekzandruggen, bijvoorbeeld het vloeiveldencomplex van de Logt. De ruimtelijke vormgeving van de laken is in deze gebieden recht. • De vloeiweiden in de smalle beekdalen, die nauw begrensd zijn met hogere dekzandkoppen, bijv. langs de Dommel bij Sint Oedenrode en de Hultensche Leij. Dit systeem is zeer fijnmazig en kleinschalig van karakter. De laken op de zandgronden waren kronkeliger van vorm.
Referentiebeeld van een Laak met opgevoerd water, Het Lankheet
59
Principe van bevloeiing in het beekdal van de Hultensche Leij in 1850: Kwelzone aan de oostkant in aangesneden en via een greppels worden de beemden bevloeid. Groen-blauw raamwerk Wijkevoort
60
1910: Het watersysteem van de twee parallelle stromen is aangepast, waarschijnlijk wordt de noordelijke tak nu ook gevoed met water uit de beek en moerassen bovenstrooms.