CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

11 01 Technische vragen VVD Tilburg Koersdocument Oostflank incl antwoorden

Raadsvergadering 11 maart 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Koersdocument Oostflank1.498 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen VVD Tilburg: Koersdocument Oostflank (informatiebijeenkomst februari 2024) De Rauwbraken 1. Wat wordt binnen het Koersdocument precies verstaan onder “de versterking van de Rauwbraken als recreatieve voorziening”? Wat gaat dat voor De Rauwbraken en zijn omgeving betekenen? Het volgende is hierover opgenomen op pagina 64 van het koersdocument: Versterking van de Rauwbraken als recreatieve voorziening: Buitenplas de Rauwbraken in BerkelEnschot wordt deels geëxploiteerd als strandbad en horecavoorziening Arbies Beachhouse. Slechts een deel van de plas en het omliggende gebied wordt daadwerkelijk benut. Aan de westzijde liggen tennisvelden. Ook in dit gebied ligt onderbenut potentieel. Aan de andere kant van het spoor komt verdere woningbouw: de Nieuwe Warande. Dat biedt extra draagvlak voor de recreatieve functie van het gebied. 2. Welke gesprekken zijn hierover gevoerd en wat is hier uitgekomen? De exploitant van Rauwbraken is enkele jaren in gesprek met gemeente Tilburg over onderhoudsaspecten en de gewenste ontwikkelrichting van Rauwbraken, bezien vanuit de toekomstige exploitatievisie voor Arbie’s. Diverse gesprekken zijn gevoerd in 2021 en 2022. Hierbij zijn inzichten uitgewisseld inzake de recreatieve functie van locatie Rauwbraken. Eind 2022 heeft de exploitant een aantal ontwikkeling ideeën in een presentatie verwerkt.

In 2023 is een breed comité (RUV, VGB, E&A, Handhaving) ter plaatse geweest om te reflecteren op de ideeën en wensen van de ontwikkeling van Arbie’s. September 2023 is de exploitant geadviseerd om een adviesverzoek in te dienen zodat Arbie’s tegen betaling van een beperkt legestarief een inhoudelijke reactie op het visiestuk / ontwikkelingsplan verkrijgt. Het indienen van een adviesverzoek is een laagdrempelige aanvraag welke vlot inzicht en richting geeft aan initiatiefnemers op het ingediende plan. Tevens is aangegeven dat Koersdocument Oostflank SRBT wordt opgewerkt tot een stuk wat voor besluitvorming staat gepland eind 2023 / begin 2024. Tijdens de behandeling van het koersdocument Oostflank in de raad van 26 februari jl. is door wethouder van der Pol (na afstemming hierover met wethouder van Asten) toegezegd dat de exploitant door wethouders wordt uitgenodigd voor een bestuurlijk gesprek.

Landbouw en boomteelt 1. Wat zijn de economische effecten van het Koersdocument voor de landbouw en de boomteeltsector in het bijzonder? Het koersdocument is geen formeel ruimtelijke ordeningsdocument, er zijn daarom geen directe economische effecten van het koersdocument voor de landbouw en de boomteeltsector. We hebben in het koersdocument nadrukkelijk opgenomen dat we uitgaan van een overall gelijkblijvend areaal voor de boomteelt, geen vermindering en ook geen uitbreiding. Het bijgevoegde kaartbeeld is bewust op hoog abstractieniveau. Er kunnen daaruit in het landbouwareaal geen functiewijzigingen op locaties of op niveau van grondkavels worden afgelezen. Hierover is in de eveneens bijgevoegde brief aan ZLTO nog een nadere verduidelijking gegeven. De visie uit het koersdocument betreft een proces van de komende 15-20 jaar in het gebied. Daarbij zal een geleidelijk proces van verandering binnen het gebied en binnen de sector ontstaan. We zijn

daarbij doordrongen van het belang van de boomteeltsector en de landbouw. Door het verplaatsen van functies of door te zoeken naar combinaties van functies, is het streven om invulling te geven aan nieuwe economie in het buitengebied. De uitwerking van de koers vindt plaats in de verschillende deelgebiedsprocessen en is verder omschreven in het hoofdstuk “stap naar uitvoering”. Indien bij uitwerking in een deelgebied een daadwerkelijke verandering van het omgevingsplan wordt ingezet, kan alsdan, in specifieke gevallen, een economisch effect optreden. Deze deeluitwerkingen zullen echter altijd in een participatieproces worden vormgegeven, waarbij een weging van belangen plaats vindt. Daarbij zijn er dan ook de gebruikelijke mogelijkheden van zienswijzen, bezwaar en beroep. In geval van waardevermindering van eigendommen is daarvoor altijd het planschade instrument beschikbaar voor compensatie. 2. Wat gaat de uitvoering van het Koersdocument bij benadering kosten (uitwerking, implementatie en realisatie); en hoe wordt dat gefinancierd? Dat is afhankelijk van de precieze uitwerking in gebiedsprocessen, ofwel van het exacte project. Dit zal in de verschillende deelgebieden en/of projecten nader geïnventariseerd en uitgewerkt worden. Er kunnen grote bandbreedtes bestaan in scenario’s waarin de koers kwalitatief wordt vertaald in concrete ontwikkelingen.

Visies in deze mate van abstractie worden in de regel niet doorgerekend. Denk aan de bovenliggende Stedelijke Ontwikkelingsstrategie, Gebiedsvisie Kenniskwartier of Gebiedsperspectief Groenewoud. Tijdens de informatieve raadsvergadering over het koersdocument Oostflank van 26 februari jl. is toegezegd dat dit op hoofdlijnen in beeld wordt gebracht voor de gehele raad. Dit wordt dus separaat in beeld gebracht en met u en de rest van de raadsleden gedeeld. 3. Zijn de belangen van de landbouw en de boomteelt in het bijzonder duidelijk in beeld gebracht met behulp van deze partijen; zo ja welke zijn deze; en in op welke wijze zijn deze in het koersdocument opgenomen en meegewogen? Het koersdocument Oostflank betreft een integrale visie, waarin opgaven en belangen van diverse partijen integraal zijn afgewogen. Partijen op de gebieden van landbouw en boomteelt zijn in het proces de afgelopen jaren op diverse momenten betrokken. Wij hebben wel vastgesteld dat in het proces contact momenten met de agrarische partijen niet altijd (voldoende) zijn benut. In de nu voorliggende aangepaste versie van het koersdocument is op basis van gesprekken en de schriftelijke reacties vanuit de landbouwsector (Treeport en ZLTO) en de inbreng vanuit de dorpscoöperatie Biezenmortel, de landbouwparagraaf geheel herschreven (zie pag 66-71). Naar ons inzicht hebben wij daarmee recht gedaan aan hun inbreng.

Dat neemt niet weg dat op een aantal onderwerpen nadere gesprekken nodig lijken om tot een gedragen uitwerking te komen. Dit staat het vaststellen van het koersdocument nu niet in de weg. In de eveneens bijgevoegde brief aan ZLTO wordt dit geduid, en wordt een aanbod voor vervolgoverleg gedaan. 4. In hoeverre worden de landbouwgronden die de gemeente Tilburg in de Oostflank in bezit heeft bestemd voor natuurontwikkeling; hoeveel hectare betreft dit? De landbouwgronden die de gemeente Tilburg in bezit heeft worden net als andere landbouwgronden meegenomen in de uitwerking van de koers en worden niet op een andere manier behandeld. Waar mogelijk en nodig zetten we deze ook juist om de koers te verwezenlijken. Overigens heeft de gemeente in het gebied van de Oostflank niet veel hectare agrarische grond in bezit. Dit is ca. 62 ha.

5. Op welke wijze zijn de nieuw aan te leggen buisleidingen (waterstof, CO2, ammoniak en 3 x gelijkstroom) straks in het gebied meegenomen in het Koersdocument? Kortom, is hier voldoende rekening mee gehouden? Het gaat in dit geval om het tracé van de Delta Rhine Corridor. De buisleidingen komen ergens binnen het gereserveerde tracé voor dit soort leidingen (SVB-strook). Dit is de ruimte die de Rijksoverheid heeft gereserveerd voor buisleidingen (in de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035). Dit gereserveerde tracé ten behoeve van de Delta Rhine Corridor is opgenomen op de algemene visiekaart en past binnen het koersdocument. Bij een zorgvuldige inpassing hoeft de ondergrondse buisleiding slechts kleine impact te hebben op natuur, ecologie en landbouw. 6. Wat zijn concreet de mogelijkheden om de genoemde bossenstrategie en de boomteelt te combineren? Dit willen we samen met de sector nader uitwerken. Op dit moment denken wij onder andere aan voedselbossen, kweekbossen, Argroforrestry, maar misschien zijn er nog wel meer manieren en daar staan we zeker voor open. Wij zullen het gesprek hierover met de sector aangaan. 7.

Hoe sluit het proces van het Koersdocument concreet aan op de beide lopende GGA’s (Loonse en Drunense Duinen en Campina) van de provincie; verwacht het college eventuele conflicten tussen deze gebieden? Zie laatste hoofdstuk van het koersdocument en dan met name pagina 102 en 103. Specifiek voor enkele deelgebieden zal de nadere samenwerking met de GGA’s gezocht worden. Wij maken zelf ook deel uit van de GGA’s. Op bestuurlijk en ambtelijk niveau vindt afstemming plaats. 8. In het plan is 1.200 ha bestemd als landbouw in overgangsgebied. Welke beperkingen gelden voor de landbouw en de boomteeltsector in het bijzonder in deze gebieden en wat zijn de concrete gevolgen daarvan voor de landbouwsector? Zie pagina 70 & 71 in het koersdocument, zone B. In deze gebieden willen we de komende 15-20 jaar toewerken naar o.a. meer extensieve, duurzame en natuurinclusieve landbouw en boomteelt. Het is overigens zo dat wij zien dat dit op veel plekken in het gebied al het geval is en dat er al natuurinclusieve en duurzame landbouw plaatsvindt. Wij zijn ook blij met de uitspraken van de boomtelers op dit gebied. Zij stellen immers zelf dat zij verregaand biologisch en duurzaam (willen) werken en geven aan dat zij ook in de overgangsgebieden goed kunnen opereren. Dit biedt een goede basis voor verdere samenwerking en concretisering.

Wij willen graag met elkaar in gesprek hoe we dit op de plekken waar dit nog niet het geval is, met name binnen het daarvoor aangewezen zoekgebied, alsnog kunnen bereiken. Dit willen we samen bespreken met de grondeigenaren, maar ook met de ZLTO, Treeport, Natuurmonumenten, Provincie, Brabants Landschap, Waterschap etc. Wij hebben in het koersdocument hierover dus ook opgenomen dat de exacte invulling van het begrip natuurinclusief de komende tijd in nauwe samenwerking met de betrokken ondernemers, agrariërs en boomtelers in het buitengebied wordt ingevuld in de verschillende deelgebiedsprocessen (zie hoofdstuk uitvoering).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13873634/1