CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Toelichting

Raadsvergadering 14 november 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadvoorstel Bestemmingsplan Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)38.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • een stedelijk leven op ooghoogte; actieve en levendige plinten van gebouwen. • een menging en een synergie van functies voor een levendige openbare ruimte. • interactie tussen gebouwen en openbare ruimte, die ontmoeting stimuleert. • oogcontact vanuit bovenliggende verdiepingen op de aangrenzende openbare ruimte. • een maximale openbaarheid van de openbare ruimte en opheffen sociale, fysieke barrières en anonimiteit. • een fijnmazig netwerk van openbare ruimte en doorwaadbaarheid van de stad. • voor iedereen eenvoudig bereikbare van voorzieningen en groen en koelteplekken, in de nabijheid van de woonomgeving; de zogenaamde 15 minutenstad.

•D  e inrichting en het beheer van openbare ruimte sluit aan op het huidig en toekomstig gebruik. Dat wil zeggen: •D  at inrichting en beheer van openbare ruimte door of met bewoners en ondernemers wordt gestimuleerd; •D  at de openbare ruimte klimaatbestendig, groen en duurzaam wordt ingericht en beheerd; •D  at de openbare ruimte een overzichtelijke verzorgde inrichting kent (met weinig obstakels en objecten); •W  e prioriteit geven aan verblijfsfuncties, voetgangers en fietsers en de openbare ruimte uitnodigt tot bewegen en ontmoeting. Duurzaam en toekomstgericht We streven naar een omgeving die klimaatadaptief, klimaatneutraal en gezond is, en sociale ontmoetingen stimuleert. Tijdens een hittegolf is het in de stad zo’n 8 graden warmer dan in het buitengebied. De kans op hittegolven en wateroverlast neemt als gevolg van de klimaatveranderingen alleen maar toe. De stad is nog niet ingericht op deze warmte en koelt onvoldoende af. Het gaat dus om slim ruimte maken voor verkoelen, terwijl er nog veel andere functies eenzelfde plek claimen in de openbare ruimte. Robuuste groenblauwe structuren en plekken in de stad zijn nodig voor verkoeling en voor de biodiversiteit. Mobiliteit is een middel om het klimaatadaptieve doel te kunnen halen. Zo werken we bijvoorbeeld hard aan het autoluwer maken van de binnenstad.

De aanwezigheid van groene koele ruimtes, ook op beperkte loopafstand vanuit de woning zijn bovendien van substantieel belang voor ontmoeting, beweging en ontspanning. In het kader van duurzaam en toekomstgericht zetten we ook in op slimme en een veranderende mobiliteit en stadslogistiek, gericht op de voetganger, fietser en gebruiker van OV en deelmobiliteit. De auto blijven we faciliteren. We bieden de reiziger een keuze aan. Bij nieuwe ontwikkelingen zullen we sturen op duurzame alternatieven waar de bestaande stad op kan meeliften. Op het gebied van infrastructuur is ook de ondergrond van belang. Deze wordt steeds voller en drukker. Daarom zetten we in op stadsbrede intelligente ondergrondse infrastructuur voor bijvoorbeeld de energietransitie, het watersysteem en dataverkeer.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

33

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • een robuust groen-, water- en biodiversnetwerk. • een klimaatadaptieve omgeving en bebouwing. • een schone, sociale en gezonde omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. • we streven naar groen en biodiversiteitvoor iedereen dichtbij door een aaneenschakeling van ‘stepping stones’ van substantieel groen of blauw (water) in de stad met een onderlinge afstand van maximaal 400 meter. Deze groene of blauwe plekken worden niet alleen verbonden door groenstructuren in combinatie met hoogwaardige loop- en fietsroutes, maar ook door bijzonder groen zoals geveltuinen en groene daken9. • alle inwoners hebben binnen 300 meter van hun woning toegang tot een koelteplek of groene of blauwe plek die via een groene of blauwe structuur verbonden is met een natuurgebied in de omgeving10. • er wordt natuurinclusief gebouwd en hanteren om dat te toetsten het ‘puntensysteem natuurinclusief bouwen’11. • een veranderende slimme stedelijke mobiliteit. • verplaatsingen te voet, te fiets (Bicycle Oriënted Development) en Openbaar Vervoer als norm. • een aantoonbare bijdrage aan inclusieve buurten, wijken en stad. • multifunctionele gebouwen en stedelijke blokken. • energieneutraal bouwen is uitgangspunt voor nieuwbouw.

• bij nieuwbouw en herontwikkeling van vastgoed stimuleren we dat zoveel mogelijk hergebruikte of herbruikbare materialen en grondstoffen worden gebruikt. • we faciliteren een stadsbrede intelligente ondergrondse infrastructuur (energietransitie, watersysteem en data). 











Klimaatadaptatieve stad

Klimaatadaptatie, waterberging, verkoeling van de stad zijn belangrijke aspecten binnen de ontwikkeling van een toekomstgerichte stad. We kennen het Spoorpark, een fantastisch groene long in de stad waar veel bezoekers gebruik van maken. Maar maatregelen kunnen ook getroffen worden op gebouwniveau, in de vorm van bijvoorbeeld groene gevels of energiegevels. Ook kan er gebruik gemaakt worden van de zogenaamde 5e gevel. Het dak van een gebouw kan worden ingezet voor vergroening en ontmoeting, maar ook om parkeren mogelijk te maken.

Voortbouwen op het Tilburgse weefsel Het DNA van Tilburg bestaat uit een aantal cultuurhistorische tijdlagen en een variatie van gebieden met een eigen ontstaansgeschiedenis en karakteristiek. Zo is de binnenstad heel anders dan de Reeshof. Dit vraagt om een andere strategie, namelijk een gebiedsgerichte aanpak die we baseren op de gebiedsprofielen voor wonen en de wijkagenda’s. Het voortbouwen op de Tilburgse maat bestaat met name uit een combinatie van met name laag- en middelhoogbouw in een stedelijk blok. We faciliteren graag

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

34

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES





• we stimuleren vroegtijdige betrokkenheid van bewoners, eindgebruikers en ondernemers bij planvorming. • benutten van kansen om in stedelijke blokken ruimte en voorzieningen te delen (mobiliteit, energie, keuken). • we stimuleren het gebruik van een 2e maaiveld voor vergroening, klimaatadaptatie, en verblijven en het toepassen van groene gevels en het opwekken van (zonne)energie op daken. 

initiatieven gericht op vroegtijdige betrokkenheid van de eindgebruiker en/of collectief opdrachtgeverschap. Ook slim ruimtegebruik binnen een stedelijk blok is welkom, zoals het creëren van gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen mogelijk, zoals bijvoorbeeld een gemeenschappelijke keuken of tuin, maar ook het delen van voorzieningen, zoals bijvoorbeeld mobiliteit. Hoogbouw is mogelijk als er sprake is van een waardevolle toevoeging voor de plek én de omgeving. Dit vraagt om maatwerk. Hiervoor hanteren wij de Handreiking hoogbouw 2017.

Maatschappelijk rendement en betrokkenheid We creëren een actief proces van denken en doen met bewoners, marktpartijen, instellingen en andere partners om toegevoegde waarde te realiseren in de stad. Dit wordt uitgewerkt in het actieplan inwonersparticipatie. Participatie vindt plaats op verschillende abstractieniveaus bij het opstellen van beleid, het ontwikkelen van visies tot en met het ontwerpproces in verschillende gradaties van participatie tot co-creatie. De gebruiker staat hierbij centraal. Dat betekent dat de rol helder moet zijn voor alle deelnemers binnen het participatieproces, dat niet alleen hoeft te gaan over ruimtelijke aspecten, maar bijvoorbeeld ook over de sociale meerwaarde van, in dit geval, de verdichting. Daarbij worden vooraf de kaders, het speelveld en de spelregels duidelijk gecommuniceerd.

   







Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • afleesbaarheid van de cultuurhistorische tijdslagen en het DNA van de stad. • onderscheidende wijken: Binnenstad, Oude stad binnen de Ringbanen, na-oorlogse wijken, Reeshof en dorpen, waarbij op een passende wijze en mate verdicht, ingeweven en gemengd wordt. • voortbouwen en verdichten binnen de bestaande Tilburgse laag en karakteristiek van het stedelijk blok. • hoogbouw is mogelijk als er sprake is van een waardevolle en betekenisvolle toevoeging aan de omgeving.

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • participatie van bewoners, ondernemers, instanties als integraal onderdeel van het beleids-, ontwikkel- en ontwerpproces op diverse schaalniveaus zoals stad, wijk, buurt, straat en gebouw. • actief creëren van een proces van draagvlak, meedenken en waar mogelijk het creëren van toegevoegde waarde voor de buurt of wijk. • vooraf heldere kaders voor het speelveld en spelregels van participatie, zodat voor deelnemers duidelijk is welke rol ze hebben. • heldere informatie en terugkoppeling over dilemma’s, afweging en besluitvorming tijdens het proces over ingebrachte bijdragen. 

Zicht op diverse tijdlagen, vanuit de Lange Nieuwstraat met op de achtergrond Westpoint.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

35

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

36

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES 7.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende soorten verdichtingslocaties (paragraaf 7.2) en de gebieden waar wij mogelijkheden zien voor verdichting (paragraaf 7.3). Voor de onderscheiden gebieden zijn de opgaven en kansen beschreven en indicatief zijn de toekomstige woningbouwaantallen benoemd. Bijlage 4 schetst per deelgebied een gedetailleerder overzicht met de belangrijkste ambities, dilemma’s en opgaven en de verwachte planning voor planologische gereedheid.

7.2 Soorten verdichtingslocaties De stad is continu in ontwikkeling, door bevolkingsgroei, door andere (woon)wensen, door verandering in de economische werkgelegenheid, of doordat gebouwen afgeschreven raken. In de bestaande stad zien we daardoor mogelijkheden om, in combinatie met specifieke gebiedsopgaven, een groot deel van de toekomstige woningbouwopgave te realiseren. De mogelijkheden voor woningbouwlocaties kunnen grofweg in de volgende vier categorieën worden ingedeeld:

A. Onbebouwde locaties • Braakliggende terreinen • Groenzones • Sportterreinen/volkstuinen • Parkeerterreinen • Uitbreiding • Overbouwing/dubbelfuncties B. Herstructurering (bestendigen huidige functie) • Sloop herbouw (vernieuwing verouderde woningen) • Mening kantoor- werklocaties met woningbouw C. Herstructurering (oorspronkelijke functie vervalt) • Grootschalige verouderde (werkgebieden) • Hergebruik en toevoegen van nieuwbouw D. Maatwerk (dynamiek van de stad) • Vernieuwing op perceels-, complex en blokniveau • Vervanging nieuwbouw, verplaatsingen Mogelijkheden voor binnenstedelijke verdichting

7.3 Potentiële verdichtingslocaties Op basis van de ontwikkeling van de stad en de dichtheden en kenmerken van wijken (zie bijlage 4), de gebiedsgerichte opgaven en mogelijkheden en kansen binnen wijken, zien wij binnen de bestaande stad mogelijkheden voor verdichting met woningbouw. De potentiële verdichtingslocaties zijn weergegeven in de volgende figuur. In dit stadium is dat nog vrij abstract; het zijn grove inschattingen per wijk of stadsdeel. De inschattingen zijn gemaakt op basis van woningbouwaantallen die nu reeds in de woningprogrammering12 zitten, huidige dichtheidscijfers en mogelijke woningbouwaantallen op basis van referentieprojecten.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

37

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES

Totaal: 31.000, waarvan:

Harde voorraad*: Zachte voorraad*: Nieuw:

4.000 10.000 17.000

*Woningbouwprogrammering 14 juni 2021

ke rol in de leefbaarheid en bereikbaarheid van de wijk. De mogelijkheden voor dit soort locaties worden via een vervolgstudie nader onderzocht. In de netwerkanalyse ten aanzien van mobiliteit is gerekend met een forse mobiliteitstransitie voor dit gebied om de autodruk binnen de perken te houden op de ringbanen, in de binnenstad en in de woongebieden ten westen van de Ringbaan-West. In dit gebied ligt een forse opgave om flexibeler om te gaan met autobezit (zoals autodelen), en meer in te zetten op lopen en fietsen door de aspecten afstand en reistijd anders in te zetten. In dit gebied gaat het om het temperen van de auto bij nieuwe ontwikkelingen. 2. In de na-oorlogse uitbreidingswijken Tilburg-Noord, -West en -Zuid zien we met verdichting en transformatie kansen om de diversiteit aan woningtypen en daarmee aan inwoners te vergroten en tegelijkertijd een impuls te geven aan de kwaliteit van de openbare ruimte.

Geschatte woningcapaciteit In de bestaande stad zien we binnen de eerder aangegeven onderscheiden gebieden op de kaart met dichtheden de volgende mogelijkheden voor verdichting met woningbouw: 1. Het gebied binnen de ringbanen Het gebied binnen de ringbanen wordt ook wel aangemerkt als de ‘oude stad’. Het eeuwenoude patroon van de dynamische linten is zeer prominent en herkenbaar aanwezig en is in alle windrichtingen verbonden met de omliggende stadsdelen en het landschap. Binnen de ringbanen zien we het gebied Binnenstad, Spoorzone, Piushaven, Veemarktkwartier Museumkwartier als het kerngebied voor de woningbouwopgave. Deze locaties liggen in de nabijheid van Station Tilburg en in het meest dynamische deel van Tilburg. Binnen de ringbanen zien we ook mogelijkheden op open terreinen achter de linten, en binnenwijkse parkeerterreinen. Tegelijkertijd spelen dit soort locaties ook een belangrij-

In Tilburg-West ligt de focus voor de woningbouwopgave in de nabijheid van station Universiteit, namelijk het Kenniskwartier. Dit gebied maakt nu samen met de spoorzones in ’s-Hertogenbosch en Breda deel uit van de 14 nationale verdichtingslocaties. Het Ministerie van BZK heeft daarmee prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van dit gebied, waarin naar schatting zo’n 7.500 woningen toegevoegd kunnen worden in hoogstedelijk gemengd milieu. Het Kenniskwartier is integraal onderdeel van de centrale hoogstedelijke zone tussen het Stadsbos 013 en Moerenburg. We hebben daarbij aandacht voor de aansluiting met de Pact-wijk Tilburg-West. In de Pact-Wijk zien we kansen om een bijdrage te leveren aan de sociale opgave door met transformatie meer diversiteit te realiseren in het woningbouwaanbod en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

38

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES bedrijven in Tilburg, met name voor het MKB op het gebied van creatieve bedrijvigheid en de maakindustrie. Het deel ten noorden van Ringbaan-Noord is een kansrijk gebied voor het mengen van functies, maar dan op een andere manier dan in het centraal stedelijk gebied. Hier kan een interessante mix van wonen, werken en recreëren gerealiseerd worden met een rauw randje. De Kanaalzone is echter geen eenvoudig terrein om deels te transformeren. Sommige bedrijven hebben hier de laatste jaren flink geïnvesteerd in hun bedrijf en sommige bedrijven hebben milieucontouren waarbinnen geen woningbouw mogelijk is. De Kanaalzone levert daarbij ook een bijdrage aan de werkgelegenheid in onze stad. Een zorgvuldige afweging en nader onderzoek naar de mogelijkheden en kansen in deze zone is nodig, in combinatie met eventuele alternatieven voor de zittende bedrijven. Inmiddels hebben een aantal eigenaren in de Kanaalzone zich verenigd en wordt een proces om over de ontwikkelmogelijkheden van een deel van de Kanaalzone (het gebied tussen de Maasstraat en de Quirijnstoklaan) te gaan nadenken, opgestart. Hoogstedelijke zone tussen Stadsbos013 en Moerenburg Ook in Tilburg-Noord zien we kansen om door het toevoegen van woningen het woningaanbod diverser te maken. Tilburg-Noord bevat veel openbaar groen met vaak een anoniem karakter.

De maat van de openbare ruimte, in combinatie met de verduurzamingsopgave voor woningen van de corporaties bieden kansen voor verdichting en transformatie. We zien mogelijkheden om in Tilburg-Noord tot 2040 zo’n 5.000 woningen toe voegen. Daarbij is het de opgave de openbare ruimte meer betekenis te geven voor de bewoners in de wijk en de wijk goed en op een groene manier te verbinden met stadsrand-noord (het gebied tussen Tilburg-Noord en de tangent) en de stadsregionale parken. Voor de noordrand van de stad oftewel het gebied tussen Tilburg-Noord en de Burgemeester Letschertweg betekent dit dat we van de achtertuin van Noord een voortuin willen maken. Het doel is om een attractief en samenhangend overgangsgebied te realiseren tussen stad en land. Kleinere woongemeenschappen die dit concept kunnen versterken én verbonden zijn met Tilburg-Noord zijn mogelijk in dit gebied. De Kanaalzone speelt een belangrijke rol in het verbeteren van de verbinding tussen de Oude Stad en Tilburg-Noord. De Kanaalzone is een bedrijventerrein voor middelgrote

De Kanaalzone

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

39

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES In Tilburg-Zuid intensiveren we de woningbouw op Stappegoor. Met ondersteuning vanuit de Woningbouwimpuls voor Groot Stappegoor gaan we hier aan de slag. Met de corporaties, inwoners en andere partners onderzoeken we daarnaast de komende periode vanuit de PACT-aanpak de kansen voor het toevoegen en verbeteren van woningen tezamen met het verbeteren woonomgeving en (onderwijs)voorzieningen in Groenewoud. We willen daarbij de verbinding tussen Stappegoor – Groenewoud – Kempenbaan verder versterken. De vernieuwing van het Ziekenhuis op de Kempenbaan biedt ook kansen voor woningbouw in deze omgeving. In de na-oorlogse wijken gaan we uit van een gematigde mobiliteitstransitie. Het autobezit blijft hier relatief hoog, maar de verbindingen met het gebied binnen de ringbanen moeten duurzamer, zoals de verbinding met de stations, met arbeidsplaatsen en (recreatief)bezoek. Hiervoor zijn fundamentele netwerkaanpassingen voor de fiets en Openbaar Vervoer nodig. 3. Reeshof De Reeshof is een relatief jong stadsdeel; zeker de westkant die deels nog in aanbouw is. Het is een groene wijk, waarbij het groen vooral bestaat uit privégroen. Daardoor zien we minder kansen om grootschalig woningbouw toe te voegen. Een uitzondering daarop is de omgeving rondom het Stationsgebied Reeshof.

Het Stationsgebied Reeshof vraagt om een integrale gebiedsontwikkeling die bijdraagt aan de realisatie van een volwaardig stationsgebied met een passende stedelijk identiteit. Woningbouw in combinatie met voorzieningen, werkplekken, een goede openbare ruimte met verblijfklimaat en een ambitieuze oplossing voor het parkeren rondom het station kan zorgen voor versterking van dit stationsgebied.

Dalem-Noord in de Reeshof 4. Stadsentrees De locaties Kempenbaan, Smarius en ’t Laar zijn prominente locaties als je Tilburg met de auto bezoekt. Het zijn de entrees van onze de stad binnen de ringbanen. In stedenbouwkundig opzicht en qua architectuur dienen ze het visitekaartje van de stad te zijn. Tegelijkertijd vormen deze locaties op het gebied van mobiliteit de trechters van onze stad; alle gebiedsontwikkelingen worden via deze locaties afgewikkeld naar de ring om Tilburg heen. Het zijn locaties waar we naast gastvrij en de ‘juiste’ uitstraling ook moeten sturen op overstapmogelijkheden, zoals transferia. Alleen op deze wijze kunnen we de ringbanen bereikbaar houden voor economisch verkeer. Voor Smarius is planontwikkeling van zo’n 700 woningen in volle gang. De locatie ’t Laar is nog in een pril stadium. Hier wordt gedacht aan een toevoeging van zo’n 500 woningen. Voor de locatie Kempenbaan worden momenteel een aantal scenario’s onderzocht: bedrijvigheid en/of woningbouw.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

40

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES







5. Ook in en rondom de dorpen zien we kansen voor verdichting. Verdichting draagt hier bij aan de kwalitatieve woonopgave. Er zijn kansen voor het toevoegen van grondgebonden wonen, maar er is in de dorpen ook aandacht nodig voor het vasthouden van starters en voor doorstroming van ouderen. Woningbouw draagt bij aan behoud en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Het landschap zien we als een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Daarom werkt Tilburg aan drie stadsregionale parken, waaronder Landschapspark Pauwels in het noordoosten van Tilburg. Landschapspark Pauwels vormt de verbinding tussen de stad, de Loonse en Drunense duinen en Het Groene Woud. Het landschapspark en de natuurgebieden zijn onderdeel van het grotere Van Gogh Nationaal Park. We investeren hier in het landschap van de toekomst. Daarvoor zien in de Verkenning Pauwels-Oost 4 ontwikkellijnen benoemd: • Natuur, landschap en erfgoed zien we als een kans; we behouden en versterken de biodiversiteit, werken aan een koel buitengebied en gaan respectvol om met het landschap en erfgoed. • We schetsen een perspectief voor boeren en voedselproductie door het engagement tussen de boer en de stedeling te versterken. • We ontwikkelen natuur en landschap tot in het hart van de steden en dorpen. • Ontwikkeling van natuurbeleving en duurzaam (cultuur)toerisme.

Dat betekent dat elke ingreep waarde toe moet voegen aan het landschap. Voor de ontwikkeling van de dorpen betekent dit dat we voortborduren op het Brabantse patroon van verstedelijking (Brabant Mozaïekmetropool). De stad en de dorpen groeien daarom niet aan elkaar. En het landschap is de basis voor klimaatadaptatie en verstedelijking.

Het landschap als belangrijke vestigingsvoorwaarde Wij maken ons bij het rijk sterk voor realisatie van een station Berkel-Enschot/Udenhout. Dit station kan een enorme impuls geven aan de verdichtingsopgave: woningbouw sluit dan aan bij doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie en we kunnen verder doorpakken op duurzame mobiliteit. Voor de woningbouwontwikkelingen in de noordoosthoek van Tilburg (‘Oostflank SRBT’) werken we in nauwe samenwerking met de gemeente Oisterwijk aan een gezamenlijk Koersdocument, dat ook wordt opgenomen in ons Verstedelijkingsakkoord Breda-Tilburg en de Regionale Investeringsagenda (RIA). Op basis van de recent uitgevoerde verkenning Pauwels-Oost kunnen we in het Tilburgse deel van dit gebied ongeveer 3.000 nieuwe woningen realiseren.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

41

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES Om de dorpse identiteit te bewaren vinden we het belangrijk dat de dorpen niet aan elkaar vastgroeien tot een stedelijk veld. Juist de ligging in een groene omgeving is een kwaliteit van de dorpen binnen Van Gogh Nationaal Park. Daarom investeren we gelijktijdig in versterking van het landschap en de recreatiemogelijkheden in de tussenliggende gebieden. Vanuit natuurlandschappelijke en geohydrologische overwegingen biedt Zwaluwenbunders grote meerwaarde om onze klimaat- en landschappelijke opgaven te realiseren en is daardoor minder geschikt voor verstedelijking. In de Verkenning Pauwels-Oost is deze conclusie bereikt vanuit een bredere analyse van het gebied. Vanuit landschappelijke/geomorfologische condities, bereikbaarheid en de relatief solitaire ligging van Zwaluwenbunders wordt geadviseerd deze locatie en Rugdijk op te nemen in een scope-uitbreiding van Water- en Klimaatlandschap Pauwels. In de gehele stad blijven kansen bestaan om kleinschalig te verdichten om meer differentiatie op wijkniveau te realiseren. Ook blijft herontwikkeling binnen de bestaande voorraad mogelijk.

Dorpshart Biezenmortel

Dorpshart (Tongerloplein) Udenhout

Koningsoord in Berkel-Enschot

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

42



8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

43

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS 8.1 Inleiding Met woningen alleen bouw je geen stad. Extra inwoners in de stad betekent ook een groter aanbod van arbeidskrachten. Dit brengt een grotere vraag naar arbeidsplaatsen, werklocaties zoals bedrijventerreinen en kantorenlocaties, met zich mee. Datzelfde geldt voor een toenemende (ruimte)vraag vanuit het perspectief van mobiliteit, energieopwek en landschap- en natuurontwikkeling in en rond de stad. Ook kan het tot intensiever gebruik of uitbreiding van (maatschappelijke) voorzieningen leiden. Een leefbare en complete stad vraagt om een divers en hoogwaardig voorzieningenniveau. De uitdaging is dit zo te doen dat deze toegankelijk zijn voor iedereen, uitnodigen tot ontmoeting en verbinding tussen bewoners en tot optimaal gebruik van, in sommige buurten letterlijk, schaarse ruimte. In dit hoofdstuk beschrijven wij hoe andere beleidsvelden zich verhouden tot de woningbouwopgave en welke vervolgstappen nodig zijn om tot verdichting van de stad te komen. Hoewel de focus van deze actualisatie op wonen ligt, is het noodzakelijk om deze opgave in relatie tot de andere opgaves te bezien.

Deze Stedelijke Ontwikkelingsstrategie is een bouwsteen voor de actualisatie van de Omgevingsvisie Tilburg 2040.Voor de andere opgaves geven we aan hoe we daar in relatie tot de woningbouwopgave mee denken om te gaan, of er worden vervolgacties geformuleerd.

8.2 Bedrijvigheid op bedrijventerreinen Zoals opgenomen in het werklocatiebeleid “toekomstbestendige werklocaties” is er sprake van een schaarste aan werklocaties op bedrijventerreinen. Tot 2030 is de prognose dat er een tekort is van 35 hectare bedrijventerrein. Met een groter aanbod van arbeidskrachten wordt ook een toename van werkgelegenheid verwacht, waardoor dit tekort naar verwachting verder op zal lopen. Conform het werklocatiebeleid wordt er ingezet op verdichting en efficiënter ruimtegebruik door middel van herstructurering. Dit biedt slechts ten dele een oplossing. Zo concludeert Stec Groep (2021) dat herstructurering voor grotere ruimtevragers (>3 hectare) slechts 20% van de marktvraag in de regio kan opvangen. Er moet dus ook gekeken worden naar mogelijke nieuwe locaties voor bedrijvigheid of het creëren van meer werklocaties door meer menging van werken met wonen. In de zoektocht naar (reserve-) locaties wordt de samenwerking met regioge-

meenten steeds belangrijker. In het traject Verstedelijkingsakkoord SRBT wordt naar verwachting in september 2021 het economisch perspectief afgerond. Op basis hiervan kan een nieuwe strategie voor bedrijventerreinen in de SRBT worden bepaald.

8.3 (Gedeeltelijke) transformatie van bedrijventerreinen naar wonen Naast een grotere behoefte aan grootschalige bedrijventerreinen zien we dat op steeds meer plekken in Tilburg initiatieven worden ontwikkeld om bedrijventerreinen in Tilburg te transformeren naar een woonfunctie of een menging van wonen en werken. Aan de ene kant lijkt dit een wenselijke beweging, aan de andere komt de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid steeds meer onder druk te staan. Bureau Stedelijke Planning heeft parallel aan het opstellen van de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie in opdracht van de gemeente Tilburg een vitaliteitstoets uitgevoerd voor 17 binnenwijkse bedrijventerreinen. Met de vitaliteitstoets is gekeken waar de optelsom van fysieke, economische en maatschappelijke aspecten het logisch maakt om bedrijvigheid te behouden en te versterken en waar er juist aanleiding is om verkleuring en gedeeltelijke transformatie mogelijk te maken en onder welke voorwaarden. Voor de volgende vier terreinen (totaal ca. 4 hectare) is het transformeren naar woon-werkgebieden een logische strategie Met transformatie verandert de hoofdfunctie van het bedrijventerrein, maar biedt het nog steeds ruimte aan werken: • het Bedrijvencentrum Het Laar; • Quirijnstok; • Componistenlaan; • WLM-terrein Regenboogstraat.

Voor vijf terreinen (totaal 20 hectare) is het versterken van de functiemix het meest logisch, waarbij er met name gekeken wordt naar verkleuring van de terreinen naar meer wijkverzorgende bedrijvigheid en voorzieningen. Hierbij kan aanvullend de combinatie worden gezocht met wonen: • het Voltcomplex; • Reitse Hoevenstraat; • Heikant Oost en West;

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

44

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS • Paletplein; • Dirigentenlaan. Bedrijventerrein Reitse Hoevenstraat maakt onderdeel uit van het Kenniskwartier. Hier beogen we een (geleidelijke) transformatie naar een Metromixmilieu met een mix van passende bedrijvigheid en wonen. Voor de terreinen Beneluxterrein, Broekhoven, Rhijnkant, Bedrijvenpark Willem II en Kapelmeesterlaan geldt dat juist intensivering van de werkfunctie voor de hand ligt. Hier willen we de ruimte voor werken minimaal behouden en waar mogelijk zelfs optimaliseren. Een eventuele combinatie met wonen is in alle gevallen secundair en mag bedrijvigheid niet belemmeren.

8.4 Kantoren Tegen de achtergrond van de kwalitatieve mismatch op de kantorenmarkt, waarbij het aanbod niet aansluit op de vraag, is in het kader van de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen de transformatiepotentie van de structurele leegstand doorgelicht. We concluderen dat substantiële transformatiekansen naar wonen zeer gering zijn. Als deze kansen er al zijn, zijn of worden ze al opgepakt. Met de toename van inwoners en werkgelegenheid wordt ook een toename in de behoefte van kantoormeters verwacht. Die biedt kansen voor de multifunctionele locaties aan de Kennisas, zoals Kenniskwartier, Spoorzone en Binnenstad. In deze gebieden is op dit moment al sprake van krapte. Om die reden ligt sec transformatie niet voor de hand. Renovatie van kantoren al dan niet in combinatie met het toevoegen van wonen in een mixed use concept zijn dan eerder voor de hand liggende oplossingen. De inzet op verdichten en mengen vanuit de Metro Mix-gedachte is ook voor een toekomstbestendige kantorenmarkt enorm van belang. Bij de ontwikkeling van gebieden wordt daarbij naar een goede functiemix gekeken. De impact van corona op kantoren moet zich nog uitwijzen. Daar kunnen op dit moment nog geen uitspraken over worden gedaan. Overigens is Tilburg geen grote kantorenstad. Het effect is daarom waarschijnlijk beperkt.

8.5 Detailhandel en horeca Hoewel meer bewoners en meer inwoners ook een grotere behoefte aan voorzieningen met zich mee brengt, zoals bijvoorbeeld winkelaanbod en horeca, verwachten we niet dat dit een extra grote ruimtevraag met zich mee brengt. Extra inwoners zullen door een nog immer groeiende besteding bij online winkels niet leiden tot extra bestedingen in de detailhandel. Doordat de behoefte aan fysieke winkelmeters harder daalt dan het aantal inwoners groeit, zal ondanks de toename van inwoners er per saldo toch sprake zijn van een afnemende behoefte aan winkelmeters. De extra inwoners zullen dan ook met name bijdragen aan het in stand houden van bestaande winkels. Eventuele toevoeging van ruimte voor winkels is dan ook niet wenselijk. Wanneer er een duidelijke toename van de vraag is en er elders winkeloppervlakte (planologisch) komt te vervallen kan er bij gebiedsontwikkelingen ruimte zijn voor een beperkte toevoeging van winkels. Vanuit horeca is hierin mogelijk meer ruimte, maar in alle gevallen geldt dat dit echt maatwerk moet betreffen en volgend moet zijn aan de ontwikkeling van een gebied. Het ligt niet voor de hand om horeca te realiseren die zelfstandig publiek trekt, maar vooral de behoefte vervult van de nieuwe bewoners van de betreffende stedelijke ontwikkeling.

8.6 Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn plekken die ruimte bieden aan activiteiten die primair een maatschappelijk doel dienen. Ze dragen bij aan een gezonde en aantrekkelijke samenleving met gelijke kansen voor iedereen en oog voor elkaar. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om activiteiten op het gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport en onderwijs. In het kader van de verdichting van de stad streven we naar aantrekkelijke, gezonde en duurzame stadswijken waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Dit vraagt om nieuwe creatieve oplossingen en grote aandacht bij planontwikkeling van publieke en private partijen. Zo is en blijft de mogelijkheid om te spelen, sporten en bewegen in de buitenruimte cruciaal in een verdichtende stad. We weten dat veel mensen op eigen kracht een gezond leven nastreven en dat anderen hiertoe gestimuleerd of uitgedaagd moeten worden. Ook weten we dat lang niet iedereen in staat is om – permanent of tijdelijk – goed voor zichzelf te zorgen. In het kader van de relatie tussen zorg en de soci-

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

45

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS ale basis in wijken en buurten, de preventieve aanpak en de daarmee samenhangende gewenste beweging van normalisering is het belangrijk dat welzijn, gezondheid, zorg en ondersteuning, onderwijs, sport en cultuur dichtbij en op maat georganiseerd worden. Het realiseren van een hoogwaardig maatschappelijk voorzieningenniveau vormt een van de structurele opgaven die centraal staan bij gebiedsontwikkelingen, naast groen, mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid. Deze voorzieningen zijn nodig voor een gezond en gelukkig leven voor iedereen. Het is dan ook van belang om de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven met elkaar te verbinden, om zo te komen tot een integrale en samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en deze zo te waarborgen dat de ruimtelijke ontwikkeling aansluit bij de leefwereld van bewoners. Leren, sporten, recreëren, ontmoeten en zorgen voor elkaar zijn belangrijk in die leefwereld. Voorzieningen maken dit mogelijk. We streven naar een evenwichtige spreiding van maatschappelijke voorzieningen over de stad en in de wijken, buurten en dorpen. De uiteindelijke programmering van maatschappelijke voorzieningen is afhankelijk van de concrete behoefte in de wijken, buurten en dorpen.

We weten dat als gevolg van de dubbele vergrijzing (meer ouderen, ouderen worden ook ouder) de komende 20 jaar meer behoefte ontstaat aan woonvormen waar ouderen langer thuis kunnen blijven wonen en waar zorg goed geleverd kan worden. Deze woonvormen staan bij voorkeur nabij voorzieningen. We voeren in regionaal verband een woon-zorg analyse uit om een beter begrip te krijgen van wat de opgave zal zijn in dit kader. De opgave die uit deze vraag-aanbod analyse volgt (wonen, zorg en welzijn) vormt de basis om wijkgericht het aanbod te verbeteren. Ook ten aanzien van de benodigde intramurale zorgcapaciteit (maatschappelijke voorziening). Het is van belang om ook de woonomgeving nabij deze woonvormen zo in te richten dat (informele) ontmoeting en beweging gestimuleerd wordt. De recent uitgevoerde kuierrondjes zijn hier goede voorbeelden van. Met behulp van deze update stedelijke ontwikkelingsstrategie en de Gebiedsprofielen Wonen kunnen we preciezer ramen waar de bevolkingsgroei naar verwachting in de stad zal landen en wat dat betekent voor de ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen. Deze data kunnen we delen met onze partners.

Ook sportvoorzieningen zullen mogelijk intensiever benut worden. Tegelijkertijd zien we de beweging dat het ongebonden sporten toeneemt ten koste van het sporten in verenigingsverband bij een accommodatie. Dit vraagt dus ook aandacht voor voldoende beweegmogelijkheden in de openbare ruimte.

8.7 Leisure Leisurevoorzieningen, ofwel voorzieningen waar beleving centraal staat binnen entertainment, cultuur, sport, wellness, horeca en natuur, dragen bij aan: • het leefklimaat, • aan de fysieke en mentale conditie van bewoners, • de sociale samenhang in (nieuwe) woongebieden en • aan de economische spin off, omdat leisure vaak gecombineerd wordt met horeca en detailhandel. Woongebieden en steden worden verlevendigd met leisurevoorzieningen. Ze dragen bij aan de multifunctionaliteit van gebieden en aan het totale voorzieningenpakket. Dat heeft een gunstig effect op nieuwe bewoners en bedrijven. Bewoners, met name de creatieve klasse en hoger opgeleiden, nemen de (culturele) leisurevoorzieningen mee bij de keuze van hun woonplaats. Ook bedrijven en werknemers vinden de kwaliteit van hun werkomgeving en de daarbij aanwezige voorzieningen, belangrijk. Leisurevoorzieningen fungeren kortom als trekker voor bewoners, bedrijven en bezoekers, dragen bij aan economische spin off, zorgen voor een sterker imago en worden gezien als visitekaartje voor de stad. Met de verdichting van de stad zal niet alleen het aantal initiatieven toenemen, maar ook de ruimteclaim voor leisure.

8.8 Groen Om een gezonde, aantrekkelijke en klimaatrobuuste stad te zijn, moeten we groen en blauw in en om de stad blijvend versterken. Het koppelen van de groenblauwe opgave in balans met een eigentijdse opgave op het gebied van wonen, klimaat, mobiliteit en energie is nodig en biedt kansen. Groen en blauw dragen bij aan een aantrekkelijke, aangename en klimaatadaptieve openbare ruimte. Daarbij zetten we tegelijkertijd in op het vergroten van de biodiversiteit.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

46

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS De volgende drie onderdelen zijn bepalend voor onze verstedelijkingsambities: 1. Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040 geeft weer welk groen van belang is om een ecologische inrichting te geven voor een goede dooradering waar soorten gebruik van kunnen maken. We volgen hierin het bestaande beleid (Agenda groen in de stad, 2016). Momenteel wordt dit beleid geactualiseerd. We verwachten dat hierover eind 2021 besluitvorming plaatsvindt. 2. Prioritaire groenstructuren De ecologische verbindingen om de stad en groene ‘inprikkers’ in de stad zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en nader beschreven in het Masterplan Van Gogh Nationaal Park. Groene ‘inprikkers’ (groene verbindingen) en aantrekkelijke fietsen wandelroutes zorgen voor een goede verbinding van de stad met de omliggende stadsregionale parken als scharnierpunt tussen de Natura 2000-gebieden en de stad. De ecologische verbindingszones om de stad zijn van cruciaal belang voor het goed functioneren van het ecosysteem. De groene inprikkers vragen om een nadere ruimtelijke uitwerking. 3. Extra opgave nieuwe parken Het toevoegen van woningbouw vraagt ook om extra toevoeging van groen en blauw. Dat kan op basis van het adagium ‘Tilburg; Stad van Parken en Pleinen’.

We pakken door op een welhaast ongemerkte, decennialange Tilburgse traditie van aanleg van parken: van Frankische driehoeken, kloostertuinen, Springerparken, parken uit de jaren ’90 (zoals het Kromhoutpark) tot de meest recente voorbeelden Piushavenpark en Spoorpark. Het zijn de ruimtelijke dragers binnen de herstructurering en ontwikkeling van bestaande wijken. Met het verdichten van de bestaande stad wordt het belang van groen en blauw in de stad groter en urgent. Dit vraagt een gelijkwaardige positie ten opzichte van andere functies in de belangenafweging.

Indicatie van de prioritaire groene verbindingen in en om de stad

8.9 Mobiliteit Om een groeiend Tilburg goed bereikbaar te houden, gaat de gemeente Tilburg de komende jaren anders om met de hoofdwegen in de stad. Op dit moment zijn er geen ernstige stremmingen of capaciteitsproblemen. Om dat zo te houden moet het groeiende verkeer beter worden verdeeld over het wegennetwerk. Daarom sluiten we de tangenten beter op elkaar en op de Midden-Brabantweg (N261) en de A58 aan. Door de tangenten beter te benutten kan de Ringbaan-West wordt ontlast. Het doortrekken van de Taxandriëbaan, als onderdeel van de vergrote binnenring, is nog in onderzoek. In de binnenstad is in 2030 de gehele cityring aangepast, zodat het doorgaand verkeer zich verplaatst en er ruimte ontstaat voor de ontwikkeling van het Stadsforum en Koningsplein met een kwalitatieve en leefbare openbare ruimte. Door het verkeer van ‘binnen naar buiten’ te brengen kunnen we de ruimte die daardoor vrij komt in de stad anders

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

47

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS benutten. De Ringbaan-West belasten we hierdoor bijvoorbeeld minder met doorgaand verkeer. De weg kan op de lange termijn terug van vier rijstroken naar twee rijstroken. Zo ontstaat er meer ruimte voor lopen, fietsen, veilig oversteken en extra groen. En omwonenden hebben minder last van het verkeer. In het kader van mobiliteit vraagt parkeren nu nog veel ruimte. We sturen op duurzame alternatieven, zoals wandelen, fietsen OV en deelmobiliteit. Hierdoor kan de benodigde ruimte voor parkeren op termijn afnemen. Lopen, fiets en Openbaar Vervoer samen leveren meer verplaatsingen op dan de auto. We zien de drukte op fietspaden enorm toenemen. Met z’n allen fietsen we ook vaker en over langere afstanden. De fietsinfrastructuur is daar nog niet goed op toegerust. De mobiliteitstransitie is gaande, maar er ligt nog een flinke opgave met betrekking tot actieve mobiliteit; lopen en fietsen. De gewenste transities zijn echt nodig, omdat automobiliteit de leefbaarheid en veiligheid in de stad verregaand zal belasten. Daarvoor is het nodig dat er goede alternatieven voor handen zijn. Denk aan Openbaar Vervoer, goede fietsverbindingen (snelfietsroutes) en wandelroutes, het faciliteren van deelauto’s en deelscooters en het uitplaatsen van autoverkeer naar de randen van de stad (hubs).

8.10 Energietransitie

Grootschalige opwek van wind en zon word in Tilburg geclusterd in enkele hubs aan de rand van de stad. Voor de bebouwde omgeving werken we aan het versnellen van zonnepanelen op daken. Het gaat niet alleen om daken op particuliere woningen, maar ook daken van bedrijven, overheidsgebouwen en agrarische bedrijven. Nieuwbouw kan bijdragen aan vergroting van de opwek van duurzame energie in de stad, door nog een stap verder te gaan dan het uitgangspunt van energieneutraliteit en aanvullend duurzame energie te produceren voor de bestaande stad. Eind 2021 stelt de gemeenteraad de Transitievisie Warmte vast. Die visie geeft een beeld van de potentiële aardgasvrije infrastructuur per wijk en beschrijft het tempo waarin wijken aardgasvrij worden. We staan voor de opgave om in de periode tot 2045 alle nu nog op aardgas aangesloten gebouwen te voorzien van andere warmtebronnen voor verwarming, warm water en koken. Het is van belang om de koppeling te maken met andere ontwikkelingen om tot een efficiënte en effectieve uitvoering te komen. Grootschalige nieuwbouwontwikkelingen kunnen daar aan bijdragen door de nieuw aan te leggen energie-infrastructuur te koppelen aan het bestaande gebied daar omheen.

In de energieplannen die voor verschillende deelgebieden opgesteld gaan worden zullen de ontwikkelingen van de woningbouwopgave worden meegenomen, zodat zoveel mogelijk werk met werk gemaakt kan worden.

De afgelopen twee jaar is in de Regio Hart van Brabant gewerkt aan een Regionale Energie- en Klimaatstrategie. De energietransitie zal forse impact hebben op de gebouwde omgeving. De REKS schetst onder andere het ruimtelijke ontwikkelscenario voor grootschalige duurzame opwek, de regionale structuur warmte en de aanpak voor klimaatadaptatie. De regionale structuur warmte biedt inzicht in het verduurzamen van de warmtevoorzieningen voor de gebouwde omgeving. Op basis van inzicht in warmtebronnen en warmtevraag zijn verschillende scenario’s ontwikkeld, waarmee een nieuwe warmtestructuur in de regio kan worden ontwikkeld. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het isoleren van de bestaande gebouwen erg belangrijk is. Bij de isolatie moet ook rekening gehouden worden met de koeltebehoefte van woningen, want oververhitting in de zomer moet worden voorkomen. Naast energiebesparing wordt in de REKS ook specifiek aandacht geschonken aan energie-opwek.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

48

9. WERKAGENDA

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

49

9. WERKAGENDA 9.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken is de woningbouwopgave besproken in samenhang met diverse andere ruimtelijke opgaven. In dit hoofdstuk zoomen we in op de woningbouwopgave zelf en wat we als gemeente kunnen doen om deze op peil te houden. Ook zijn in dit hoofdstuk vervolgopgaven geformuleerd om vervolg te geven aan deze Stedelijke Ontwikkelingsstrategie.

9.2 Bouwen, bouwen, bouwen

Ontwikkeling jaarlijkse woningtoevoegingen in Tilburg 2016-2020







Zoals in hoofdstuk 3 reeds is beschreven is de opgave om de komende 20 jaar 25.000 woningen in Tilburg te realiseren, waarvan de komende 10 jaar zo’n 15.000 woningen. Dat betekent een (gedeeltelijke) bijstelling in de programmabegroting naar: • Een jaarlijkse toevoeging van gemiddeld ten minste 1.500 woningen (dat was 950 woningen per jaar) • 5.000 woningen hard in voorbereiding en uitvoering in het woningbouwprogramma (ongewijzigd) • Vanaf 2025 gemiddeld ten minste 17.500 woningen in verkenning en voorbereiding in het woningbouwprogramma. Onderstaande figuur toont aan dat we de afgelopen jaren al fors boven de doelstelling van 950 woningen per jaar hebben gerealiseerd, namelijk zo’n 1.400 woningen per jaar. Ook voor de komende periode zien we graag dat we onze ambitie ruim realiseren en willen we plannen van onze partners blijven faciliteren. Daarom spreken we over gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar.

Inmiddels zien we dat onze plancapaciteit uitbreiding behoeft en de opgave er is om op relatief korte termijn meer bestaande plannen in uitvoering te krijgen. Op 14 juni 2021 bevat de woningbouwprogrammering 14.122 woningen tot 2030. Daarvan vallen 4.392 woningen binnen de harde plancapaciteit. Er zijn 1.724 woningen hard in voorbereiding, dat wil zeggen planologisch gereed om gebouwd te worden, en 2.668 zijn hard in uitvoering. De overige 9.730 woningen behoren tot de zachte plancapaciteit. Deze woningen moeten het juridische proces (omgevingsplanherziening of vergunningverlening) nog doorlopen. De woningprogrammering kent dagkoersen. Telkens als er een initiatief bijkomt of er woningen opgeleverd worden, verandert de woningbouwprogrammering. Voor de hele korte termijn hebben we nog voldoende woningen in de programmering zitten, maar voor de jaren erna zijn er onvoldoende harde plannen. We voldoen op dit moment niet aan de doelstelling ten minste 5.000 woningen als harde plancapaciteit beschikbaar te hebben. Het is dus van belang dat we de zachte voorraad hard weten te maken. Gezien de grote woningbouwopgave en de beperkte (harde) voorraad in de programmering is het belangrijk dat er versnelling komt in de woningbouwproductie in combinatie

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

50

9. WERKAGENDA met het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Dit willen we bereiken door vier verbeteringen van onze bestaande werkwijze: 1. Opgaven meer systematisch te prioriteren. Onze ambtelijke capaciteit richten we met name op grotere integrale gebiedsontwikkelingen, waar we vaker de regierol gaan pakken en sturen op het resultaat. 2. Te beoordelen wat extra nodig is om het tempo hoog te houden. Dit doen we periodiek voor alle ontwikkelingen. Denk hierbij aan planologische, programmatische of financiële maatregelen. 3. Eerder in het proces samen te werken met zowel marktpartijen als corporaties, zodat bouwinitiatieven direct bij de start ‘de juiste richting’ meekrijgen. We geven zo vroeg mogelijk richting initiatiefnemers aan wat we belangrijk vinden en waar we strak op sturen. 4. Meer gebiedsgericht in plaats van projectgericht zaken op te pakken en inwoners en de wijk conform het actieplan inwonersparticipatie centraal te stellen. Voor de (snelheid) van woningbouwontwikkeling zijn we mede afhankelijk van ontwikkelende partijen. De gemeente heeft slechts invloed op een deel van het hele proces, met name op het juridische deel, zoals het omgevingsplan en de vergunningverlening. We zijn voor de snelheid ook afhankelijk van externe factoren. Zo kan een rentestijging of een haperende arbeidsmarkt van negatieve invloed zijn op de woningbouwontwikkeling.

Desalniettemin zal de gemeente zich volop inspannen om de ambities waar te maken. Daartoe zullen bovenstaande genoemde punten concreter worden uitgewerkt.

9.3 Prioritaire gebiedsontwikkelingen, versnellingsen onderzoekslocaties In onze huidige woningbouwprogrammering zit 4.392 harde plancapaciteit. Daarvan zijn 2.668 woningen in uitvoering. Dat betekent dat er nog maar voor 1.724 woningen nog te realiseren harde plancapaciteit is. Uit onze strategie, gebaseerd op de uitgangspunten van de NOVI en Van Gogh Nationaal

Park, volgen een aantal strategische gebiedsontwikkelingen. Ze zijn urgent vanwege de plek in de stad (NOVI, nabij OV-knooppunten en in bestaand stedelijk gebied), of omdat er opgaven in wijken liggen, zoals het bevorderen van de inclusiviteit, het aanpakken van sociaal-maatschappelijke opgaven of het uitvoeren van duurzaamheidsingrepen. We geven prioriteit aan de hoogstedelijke zone Kenniskwartier-Spoorzone-Binnenstad-Piushaven, de gebiedsontwikkeling Stappegoor en de dorpse milieus. 1. Kenniskwartier: Het gebied Kenniskwartier is samen met de Spoorzones van Breda en ’s-Hertogenbosch door het Ministerie van BZK opgenomen in de lijst van 14 prioritaire verdichtingslocaties in Nederland. Deze locatie rond station Universiteit en in noordelijke richting doorlopend naar de Westermarkt biedt kansen om veel woningen toe te voegen en zo bij te dragen aan versterking van dit gebied. 2. Spoorzone/Binnenstad/Piushaven: deze gebieden vormen het visitekaartje van de stad. Het is daarom belangrijk om deze snel af te ronden, met nog een substantieel aantal te realiseren woningen. Het is een gebied dat van toegevoegde waarde is voor het wonen, werken en verblijven in de stad. 3. Stappegoor: hiervoor is een woningbouwimpuls aanvraag toegekend voor 1000 woningen. Dat betekent dat we uiterlijk in 2024 gestart moeten zijn met de bouw. 4.

Dorpse woonmilieus: Voor de dorpen zijn betaalbare woningen belangrijk en nieuwbouw levert hier draagvlak en urgentie voor een toekomstig station tussen Udenhout en Berkel-Enschot. De verkenning Pauwels-Oost is een eerste gebiedsgerichte uitwerking van deze strategie voor de dorpen. Naast bovengenoemde prioritaire gebiedsontwikkelingen is er ook een aantal locaties die we versneld tot uitvoering willen brengen, omdat we verwachten dat we hier snel woningen kunnen realiseren en kwaliteit kunnen bieden die bijdraagt aan de ontwikkeling van onze stad. In totaal gaat het daarbij in de periode tot 2030 om zo’n 2.800 woningen. We geven hiernaast gefaseerd onderzoeksprioriteit aan Tilburg-Noord, -West en -Zuid. In met name Tilburg-Noord liggen, bovenop de bestaande woningbouwprogrammering, veel kansen voor verdichting zo blijkt uit een eerste verkenning. Daarom wordt geadvi-

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

51

9. WERKAGENDA seerd hier de verdichtingsmogelijkheden snel en integraal met andere opgaven op te pakken. Voor West en Zuid voeren we een zelfde onderzoek uit de komende jaren. Voor de Kanaalzone zullen we daarnaast een verkenning uitvoeren, waarbij we kijken welke kansen hier liggen om er woonwerkmilieus van de toekomst te realiseren. Tot slot zijn er ook altijd losse initiatieven die tot ontwikkeling komen. We gaan uit van een stelpost van 200 woningen per jaar. Onderstaande tabel toont onze prioritaire gebiedsontwikkelingen, versnellingslocaties en onderzoekslocaties. De tabel geeft inzicht in hoe we op hoofdlijnen de woningbouwopgave tot 2030 denken te kunnen realiseren, met een doorkijk naar 2040.

Prioritaire gebiedsontwikkelingen Kenniskwartier Binnenstad/Spoorzone/Piushaven Stappegoor Dorpse woonmilieus Versneld verkennen/tot uitvoering brengen Bakertand (gemeente Goirle) ’t Laar Smarius Onderzoeksprioriteit Verdichting Noord, West en Zuid (excl. Stappgoor) Kanaalzone Losse initiatieven 200 woningen per jaar Totaal

Harde 2030 2040 Totaal planca(incl. harde paciteit13 plancapaciteit) 9.800 6.200 16.000 0 2.500 5.000 7.500 1.200 4.300 200 4.500 0 1.000 1.000 1.050 2.000 1.000 3.000 1.900 0 1.900 0 0 0 600 0 1.550 4.400

700 500 700 2.000 2.000

0 0 0 7.000 6.000

700 500 700 9.000 8.000

0 1.000 1.000 2.000 2.000 4.000 2.000 2.000 4.000 15.700 15.200 30.900

Wanneer we bovenstaande weten te realiseren voldoen we aan onze doelstelling van 25.000 woningen tot 2040.

9.4 Vervolgopgaven De Stedelijke Ontwikkelingsstrategie vraagt op diverse terreinen om een aantal vervolgopgaven om uitvoering te kunnen geven aan de woningbouwopgave. Deze zullen de komende jaren gefaseerd worden uitgevoerd. De vervolgopgaven zijn: 1. Ruimtelijke gebiedsperspectieven opstellen voor Tilburg-Noord, Tilburg-West en Tilburg-Zuid. Voor elke PACT-wijk stellen we samen met partners en inwoners een ruimtelijk gebiedsperspectief op, volgens de werkwijze van de PACT-aanpak. Hiermee wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van deze wijken op sociaal en fysiek gebied. De ruimtelijke gebiedsperspectievenzijn een uitwerking van de integrale wijkagenda’s en bouwen voort op de initiatieven die in deze wijken al gestart zijn. De gebiedsperspectieven worden geen blauwdrukken, maar geven richting aan waar en hoe we ruimtelijke ontwikkelingen willen faciliteren en realiseren om bij te dragen aan de opgaven voor de PACT-wijken. Het werken met ruimtelijke gebiedsperspectieven kan op de langere termijn ook een basis zijn voor het opstellen van het omgevingsplan nieuwe stijl. De gebiedsperspectieven en de transitievisie Warmte worden met elkaar afgestemd. In Tilburg-Noord is reeds waardevolle ervaring opgedaan met een studie naar mogelijkheden om woningbouw toe te voegen in de wijk. Hier bouwen we op voort bij het opstellen van de gebiedsperspectieven. 2.

Actualisatie van de structuurvisie linten met het oog op het beter benutten van de ruimte voor woningbouw. De linten in onze stad, zoals de Korvelseweg en Besterdring, zijn kenmerkend voor de ontwikkeling en identiteit van Tilburg. Met name in de gebieden net achter de linten is (verborgen) capaciteit aanwezig voor toekomstige woningbouw, al dan niet in combinatie met andere functies. De linten zijn belangrijke aanlooproutes voor de binnenstad en hebben een eigen sfeer en winkelaanbod, die complementair is aan de binnenstad. Via een verdichtingsstudie kan de potentie van de linten en de gebieden erachter worden onderzocht, met daarbij het besef dat dit soort gebieden ook van belang zijn voor de leefbaarheid en vergroening van de Oude Stad en dat daarin een goede balans opgezocht wordt.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

52

9. WERKAGENDA 3. Analyse van de behoefte aan (maatschappelijke) voorzieningen op basis van een nadere uitwerking van de woningbouwontwikkeling in de wijken. Op basis van de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie, de Gebiedsprofielen Wonen en de projecten uit het woningbouwprogramma wordt een gebiedsgerichte analyse gemaakt van de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in de wijken en dorpen. De vastgelegde beleidskaders binnen de programma’s Inclusieve Stad (onderwijs, positieve gezondheid, sociale basis, sport en bewegen, WMO) en Vitale Stad (cultuur) zijn hierbij richtinggevend. Een aantal trajecten voor het bepalen van de behoefte lopen al. Zo voeren we in regionaal verband een woon-zorg analyse uit om een beter begrip te krijgen van wat de opgave zal zijn in dit kader. En jaarlijks worden er op basis van de actuele bevolkingsprognoses leerlingprognoses gemaakt voor het primair en voortgezet onderwijs. Deze kunnen op basis van de Actualisatie Stedelijke Ontwikkelingsstrategie en de Gebiedsprofielen Wonen beter verbonden worden aan de gebiedsontwikkelingen. 4. Kwalitatieve analyse van Tilburgse bedrijventerreinen en regionale strategie werklocaties. Met een toename aan inwoners neemt ook de vraag naar ruimte voor werken toe.

In het in 2020 vastgestelde werklocatiebeleid “Toekomstbestendige werklocaties” werd al geconstateerd dat er schaarste is aan werklocaties en die wordt hiermee groter. De vraag naar ruimte voor werken landt op verschillende plekken in de stad, zowel binnen de wijken, in concentratiegebieden als op bedrijventerreinen. In het werklocatiebeleid is vastgelegd dat we kritisch zijn in de uitgifte van nieuw terrein. Er ligt daarom een stevige ambitie op het gebied van revitalisering en herstructurering. Voor de binnenwijkse terreinen is dit al in kaart gebracht met de vitaliteitstoets. Hierbij is gekeken op welke plekken er verdichtingskansen op het gebied van werken zijn, maar ook naar mengvormen van functies. Maar voor een goed, integraal beeld van de werklocaties is het noodzakelijk om de volledige doorgroeiketen qua werklocaties in kaart te hebben. Daarom wordt er een kwalitatieve ruimtestudie uitgevoerd voor de overige (grotere) bedrijventerreinen. Zo identificeren we kansen voor herstructurering en verdichting, waarbij ook opgaven zoals energie en klimaatadaptatie in meegenomen worden. Anderzijds brengt dit ook knelpunten in beeld zoals de benodigde schuifruimte. Deze analyse

bepaalt mede welke sturingsmechanismen we kunnen hanteren voor de ontwikkeling van onze economie. In SRBT-verband wordt bekeken of in 2022 een SRBT werklocatie-strategie opgesteld als logisch vervolg op het economisch perspectief (ETUI – European testbeds for Urban Innovation). In dit onderzoek wordt met name de beschikbaarheid van nieuwe ruimte voor verschillende typen bedrijvigheid in de regio Breda-Tilburg in beeld worden gebracht. 5. Nadere studie naar de potentie van de Kanaalzone voor (gecombineerde) woningbouw en bedrijvigheid uitvoeren in samenwerking met eigenaren. Het Wilhelminakanaal ligt als een autonoom element tussen de Oude Stad en Tilburg-Noord. Het Wilhelminakanaal biedt aan beide zijden kansen voor een interessante ontwikkeling voor woningbouw in combinatie met werken. We zullen onderzoeken waar geleidelijke transformatie van delen van de Kanaalzone naar gemengde woon- en werkgebieden kansrijk is, hoe dit kan worden gefaciliteerd in relatie tot de planologische milieuruimte van de aanwezige bedrijven en hoe we zorgen dat er ook voor bedrijven met een hogere milieucategorie voldoende ruimte blijft (in de regio). Een aantal eigenaren in de Kanaalzone hebben zich verenigd en er wordt een proces opgestart om opnieuw over de ontwikkelmogelijkheden van de Kanaalzone te gaan nadenken.

Dit gebeurt in nauwe afstemming met de kwalitatieve ruimtestudie die uitgevoerd wordt voor de bedrijventerreinen. 6. Opstellen van een integraal transformatiekader voor de te transformeren binnenwijkse bedrijventerreinen naar woon-werkgebied. Conform de vaststelling van de vitaliteitsscan binnenwijkse bedrijventerreinen stellen we transformatiekaders op. Deze kaders omvatten uitgangspunten en/of randvoorwaarden waarbinnen transformatie plaats kan vinden. Een aantal uitgangspunten zal voor meerdere of alle terreinen gelden. Hierbij wordt rekening gehouden met de locatie gebonden context van het terrein en de omgeving, waardoor het kader per terrein kan verschillen. Ook de wijze waarop een dergelijk kader – al dan niet samen met eigenaren, gebruikers en ontwikkelende partijen – tot stand komt kan verschillen.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

53

9. WERKAGENDA 7. Zoeken naar alternatieve ruimte voor evenemententerrein Het Laar. De planvorming voor ‘t Laar start dit najaar. ’t Laar biedt kansen voor de realisatie van woningbouw, maar wordt nu gebruikt door onder andere kermisexploitanten ten tijde van de kermis en het circus. Met de toename van inwoners zijn evenementenlocaties juist van belang om ook te kunnen voorzien in ontspanning en beleving. Onderdeel van de planvorming voor Het Laar is de zoektocht naar alternatieve locatie(s) voor de functies die nu gebruik maken van het terrein. Pas als een alternatieve locatie gevonden en gerealiseerd is, kan gestart worden met de bouw van de woningen. 8. Samen met de gemeente Oisterwijk een koersdocument opstellen voor het gebied Oostflank SRBT/Pauwels-Oost. Op basis van de uitgangspunten die benoemd zijn in hoofdstuk 7 voor de dorpen gaan we samen met de gemeente Oisterwijk en andere partners in 2021/22 een Koersdocument uitwerken voor dit gebied. Hierin zullen we ook een aantal locaties identificeren waar woningbouw binnen de uitgangspunten voor ontwikkeling van het hele gebied gerealiseerd kan worden. 9. Opstellen koersdocument groen We staan voor een blijvend goed en gezond leefklimaat voor onze inwoners. Dat vraagt en rechtvaardigt extra toevoeging van groen en blauw in de openbare ruimte.

Hiervoor wordt op basis van de ‘Verkenning Groen tot in het hart van de stad’ door Orbis (2021) een koersdocument opgesteld dat groen in de stad en om de stad als eenheid benadert, vanuit de beleidsvelden groen, water en klimaat. Onder andere worden de groene en blauwe verbindingen vanuit de stadsregionale parken naar het hart van de stad scherper fysiek bepaald en meetbaar gemaakt (punt 2 in paragraaf 8.8) en de aan te pakken brandpunten in de (oude) stad geduid (punt 3 in paragraaf 8.8). Door het aanwijzen en aanleggen van herkenbare nieuwe parken met een substantiële grootte in de bestaande stad, kunnen we de noodzakelijke kwaliteitsimpuls realiseren. Het koersdocument wordt een bouwsteen voor de te actualiseren Omgevingsvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12002040/1