08 vragen over nieuwe gemeenschappelijke regeling HvB
Tekst van het document
Vrijthof 10
gemeente Hilvarenbeek
5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 5080 AA Hilvarenbeek T: (013) sOs 83 00 F: (013) sOs 43 80 E: gemeente@ hilvarenbeek.nl IBAN NL85BNGH0285OO3933
Regio Hart van Brabant Postbus 788 5OOO AT TILBURG
Per e-mail verzonden aa n : info@ regio-ha rtvan bra ba nt.nl
YERZONDEN IIAKT,In?t datum
11 oktober 2021
ons kenmerk
uw brief van behandeld
Maarten Janus
uw kenmerk
betreft
Wijziging gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant
telefoonnr.
7235L (013) sos 83 20
Geachte heer/mevrouw,
Op woensdag 6 oktober 2O2L zijn de gemeenteraden tijdens de radenavond geïnformeerd over een aantal voorgestelde wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant. Kort gezegd betreffen die voorgestelde wijzigingen het volgende: - Ten aanzien van de governance: o Andere samenstelling van het algemeen bestuur; o De instelling van een regionale adviescommissie. - Toetreding van de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau tot de gemeenschappelijke regeling; - Juridische verankering van de verstrekking van subsidies voor de jeugdzorg. Naar aanleiding van bovenstaande heb vandaag kort telefonisch contact gehad met de heer Smits
die samen met de heer Boonekamp tijdens de radenavond een presentatie gaf over de voorgestelde wijzigingen. Omdat hij mij doorverwees naar de regio Hart van Brabant stuur ik u deze brief met daarin enkele vragen over die voorgestelde wijzigingen. Reden om de regeling te wijzigen ten aanzien van de subsidies voor de jeugdzorg. De laatstgenoemde wijziging is kennelijk nodig omdat de verstrekking van de subsidies voor de jeugdzorg nu juridisch niet juist is geregeld. Zoals ik tijdens de radenavond heb begrepen is de
situatie als volgt: Op dit moment verstrekt de regio subsidies op het gebied van de jeugdzorg. Om deze subsidies op een juridisch juiste wijze te kunnen verlenen is een regionale verordening nodig. Zo'n verordening ontbreekt nu. De regio kan zelf geen verordening vaststellen omdat alleen de raden verordeningen mogen vaststellen en er thans sprake is van een collegeregeling. Nu wordt voorgesteld om de gemeenschappelijke regeling op dit punt aan
ons kenmerk: 72351
te passen door het mede een radenregeling te maken waarin de gemeenteraden een deel van hun verordende bevoegdheid overdragen aan de regio. Hierdoor kan de regio wel zelf een verordening vaststellen waardoor de subsídieverstrekking juridisch juist is vastgelegd. Aan de bestaande werkwijze verandert na de wijziging van de gemeenschappelijke regeling op dit punt niets. Vraaq 7: ls de bovenstaonde omschrijving van de situatie juist en volledig? lndien dot niet het geval is, kunt u
don nader omschrijven wot de situatie wel is?
Overdracht verordende bevoegdheid van de raden aan de regio. De bevoegdheid om een verordening ten aanzien van de subsidie voor de jeugdzorg vast te stellen wordt in de nieuwe regeling vastgelegd in artikel 5, lid 2. Daarmee lijkt een afdoende basis te zijn gelegd om de verstrekking van deze subsidies op een juiste wijze juridisch te verankeren. Echter, in de nieuwe regeling komt het huidige artikel L2:"Heïalgemeen bestuur is bevoegd verordeningen vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de realisering van de in artikel 2 aangehaalde doelstellingen en de uitvoering van de in artikel 4 genoemde taken." onverkort terug als artikel 1-3.
ln de huidige regeling heeft artikel 12 geen waarde omdat de regeling een collegeregeling is en de regio daardoor zelf geen verordeningen kan vaststellen. ln de nieuwe regeling is dat anders omdat de nieuwe regeling een gecombÍneerde college- en radenregeling is. Via artikel 13 van de nieuwe regeling dragen de raden hun verordende bevoegdheid (deels) over aan de regio. Dat is voor zover het gaat om de genoemde subsidieverordening inderdaad de bedoeling. Maar dat is overbodig omdat de bevoegdheden, inclusief het vaststellen van een subsidieverordening, van de regio al worden geregeld in artikel 5 van de nieuwe regeling. ln de toelichting op dit artikel 13 wordt onder andere verwezen naar artikel 5. ln het artikel zelf wordt daar niet naar verwezen maar alleen naar de artikel 2 en 4. Naar mijn idee sluit de bedoeling van artikel 1"3, zoals verwoord in deze toelichting, niet aan op de tekst van dat artikel. De tekst van artikel 13 biedt een bredere basis voor het vaststellen van verordeningen door de regio dan alleen het vaststellen van een subsidieverordening zoals genoemd in artikel5 lid 2 van de nieuwe regeling. Vrooo 2: Is ortikel 73 in de nieuwe verordening inderdood overbodig om het vaststellen von een
subsidieverordening door de regio mogelijk te moken? lndien dat het gevol is, woqrom stoot dit artikel don in de nieuwe verordening? lndien dan niet het gevol is, is het don wenselijk om dit ortikel (en de toelichting daarop) in deze vorm in de nieuwe regeling op te nemen of ligt een andere formulering in de rede? Vroaq 3: Leidt artikel 73, of enig onder artikel, von de nieuwe regeling tot een ruimere overdrocht von de verordende bevoegdheid von de roden oon de regio don enkel de bevoegdheid tot het vqststellen von een subsidieverordening door de regio?
Gezien de (voorbereiding van de) besluitvorming over de nieuwe gemeenschappelijke regeling door de gemeenteraad van Hilvarenbeek zie ik de antwoorden op bovenstaande vragen graag voor
Ons kenmerk: 72351
donderdag 21 oktober 2021 tegemoet. Mocht u voor deze datum geen inhoudelijke reactie kunnen geven, dan verneem ik graag voor die datum wanneer een inhoudelijke reactie kan worden verwacht.
Mocht u naar aanleiding van deze brief vragen hebben dan beantwoord ik die graag. lk ben bereikbaar via m.janus@hilvarenbeek.nl en 06 - 11 76 56 51.
Met vriendelijke groet,
Maart
er
Jan