08 Toelichting deel 2
Tekst van het document
plaats in de jaren tot 2030. In de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Het plan tot de bouw van 49 huurappartementen past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord‐Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis‐ en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.
<0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
7
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. 2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd.
Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Plan in relatie tot de Interim omgevingsverordening Het plangebied bevindt zich binnen bestaand Stedelijk gebied. De Interim omgevingsverordneing stelt geen specifieke nadere eisen aan de herontwikkeling van deze locatie.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon‐ en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
8
Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.
De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
9
Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers‐ en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Project in relatie tot de Omgevingsvisie Het plangebied ligt niet binnen een gebied met een bovenlokale of regionale betekenis. De Brabant‐ en regiostrategie zijn niet van toepassing. Het plangebied maakt onderdeel uit van het stedelijk gebied. De beoogde woningen dragen bij aan de differentiatie in woonmilieus, zoals volgt uit de stadsstrategie. Daarnaast biedt de
bedrijfsruimte mogelijkheden voor 'werken in de wijk' wat bijdraagt aan een vitale wijkeconomie. Dit volgt tevens uit de stadsstrategie.
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
10
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Archeologie Op het voormalige industrieterrein Bosscheweg 236‐240 zullen woningen worden gebouwd. Bedrijventerrei nLoven 2016, 2e herziening. ‐In 2021 is een bureauonderzoek en booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Bosscheweg 236‐240 te Tilburg: M. van Riel en G. Sophie, Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen, Bosscheweg 236/240, Tilburg, Antea Group Archeologie 2023/21 (BIJLAGE 1) ‐Het plangebied ligt in een gebied waar dekzanden voorkomen die bedekt zijn met oude bouwlandgronden. Deze landbouwgronden zijn een gevolg van het landgebruik vanaf de IJzertijd. Tijdens de Middeleeuwen is dit land uitgeput geraakt door intensief gebruik, om de groeiende bevolking van voedsel te voorzien. De bodems werden daarom via potstalbemesting bemest. Hierdoor ontstond de huidige enkeerdbodem. In de jaren ’20‐‘30 van de twintigste eeuw is het gebied omgebouwd tot een industriegebied. Op het moment is het gebied een mengeling van woongebied en industrieterrein. ‐In de omgeving van het plangebied zijn bewoningssporen uit de late bronstijd/vroege IJzertijd aangetroffen. Ook zijn er vondsten gedaan welke in de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd dateren. ‐Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Behalve voor de delen van het plangebied die door recente activiteiten (saneringen en bestaande kelders) verstoord zijn geraakt. ‐Om de intactheid van de bodem te toetsen is een booronderzoek uitgevoerd.
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
11
‐Het verkennend archeologisch booronderzoek heeft nergens een intacte bodemopbouw opgeleverd. Het hele gebied bleek verstoord te zijn. Archeologisch vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht en voor het hele plangebied is de verwachting voor alle perioden bijgesteld naar laag. ‐ Gecombineerd met de in het bureauonderzoek verzamelde gegevens over de bebouwing leidt dit tot het advies om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren.
3.4 Volkshuisvesting Woonvisie, Woonagenda, Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek en Update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020‐2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Woonadvies specifiek voor plangebied De locatie valt binnen het industrieterrein Loven. In deze wijk staan voornamelijk bedrijven. De woningen die er staan vallen voornamelijk in het koopsegment (83%). De rest valt binnen de particuliere huur (17%). Er is geen corporatiebezit in het gebied. Het plan voorziet in middelgrote (70‐75 m2 GBO) tot grote (180 m2 GBO) appartementen. Op 30% van de appartementen is de Verordening Middenhuur van toepassing, de rest (70%) valt in de vrije sector. Bij deze afweging is maatwerk geleverd en is een grotere inzet op middenhuur bij deze ontwikkeling passend gevonden. Dit maakt de locatie geschikt voor passende huisvesting voor starters en senioren wat de doorstroming bevordert. Hierbij adviseren we de appartementen levensloopbestendig en nultreden uit te voeren.
Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast en dat certificering plaatsvindt, zowel op woningniveau als op het niveau van de woonomgeving. In paragraaf 2.1.3. (Ladder voor) Duurzame verstedelijking hebben we omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit.
3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Ook zijn ze van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden, is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Bomenbeleid: <0000> beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2021 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
12
door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een normaal en hoog beschermingsregime. Ook de compensatieverplichting maakt onderdeel uit van deze verordening. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ‐kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een klimaat‐ , eco‐,hoofd‐, neven of basiswaarde en daarnaast is er de buiten‐zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.amet betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting.
Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord‐Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten‐zone (van de BWZ‐kaart). Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van deBomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ‐kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw‐, herontwikkelings‐ of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan is de BWZ‐kaart verwerkt in de Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een klimaat‐, eco‐ en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart.
De juridisch‐planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Bomen binnen invloedsfeer van het plan Voor dit plan is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd en verwerkt in het rapport Bomen Effect Analyse (Versie 5), Bosscheweg 236 Tilburg, kenmerk: 03P2305221, 20 september 2023. (BIJLAGE 17) Binnen de invloedsfeer van het plan zijn 23 bomen aanwezig waarvan 2 bomen niet behouden kunnen blijven. Het betreft 2 bomen met een matige conditie en een levensverwachting van minder dan 10 jaar. De 2 bomen zijn gesitueerd in een voortuin van de Bosscheweg en hebben de beleidstatus Ecowaarde. De bomen komen in aanmerking tot ontheffing op het kapverbod omdat ze een beperkte levensverwachting hebben maar, echter kan een ontheffing enkel verleend worden indien naast herplant van vier bomen op eigen terrein ook twee bomen aangrenzend aan het plangebied langs de Bosscheweg aangeplant worden. Indien de aanplant van 2 bomen langs de Bosscheweg niet veilig en duurzaam plaats kan vinden dan kan één boom op deze locatie, in combinatie met ten minste 2 bomen in de zone parallel aan het kanaal volstaan. Voor dit plan is een definitieve terreininrichting uitgewerkt. Hier zijn ook alle groenvoorzieningen in opgenomen.
Zie hiervoor Bijlage 18.
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
13
Figuur 6 : impressie van de collectieve binnentuin 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon‐ en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek‐, recreatief‐ en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteitneemt wereldwijd af.
Het doel van de nota, vastgesteld door de raad op 19 juli 2010, is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter tebeschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide‐ en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
14
1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19‐07‐2016). 3.5.4 Agenda groen in de stad De agenda groen in de stad (vastgesteld door het college op 19 juli 2016) gaat samen met beheerbeleidsplan Groen op Niveau, en de nota’s groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad. De agenda groen geeft de kaders om de impuls voor groen in de stad goed in te zetten.
Het geeft duidelijk richting aan de groene koers voor de in de omgevingsvisie 2040 omschreven netwerken, gebieden en structuren en omvat een integrale visie op het groen voor de (middel)lange termijn gebaseerd op de drie pijlers klimaatbestendige stad, beleefbaar groen en het verhogen van biodiversiteit. Voor het halen van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit is de Stadsnatuurkaart 2040 opgesteld (gekoppeld aan agenda groen in de stad). Inmiddels is deze op 10 maart 2022 geactualiseerd (vastgesteld door de raad). 3.5.5 Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 maart 2022, is de actualisatie van de eerder vastgestelde Stadsnatuurkaart die samen met de agenda groen in de stad in 2016 is vastgesteld. Biodiversiteit en natuur zijn belangrijk voor al onze inwoners en de aantrekkelijkheid van de stad. Samen met de Bomenverordening, bijbehorend bomenbeleid en bestemmingsplannen vormt de Stadsnatuurkaart 2040 de beleidsmatige randvoorwaarden en instrumenten die ervoor moeten zorgen dat biodiversiteit in het stedelijk gebied behouden blijft en waar het kan, wordt versterkt. De stadsnatuurkaart 2040 geldt voor de gehele gemeente inclusief het buitengebied en de dorpen. Op de stadsnatuurkaart zijn een aantal verschillende ecologische structuren opgenomen, verdeeld over drie verschillende ordes.
Voor het plangebied geldt dat er ecologische structuren van de eerste en derde orde aanwezig zijn. Daarnaast ligt langs het Wilhelminakanaal de provinciaal vastgestelde ecologische verbindingszone. Voor de ecologische structuur, gelegen langs het spoor, geldt dat er voldoende ruimte beschikbaar is en blijft om de ecologische zone te kunnen laten blijven functioneren. De ecologische structuur aan de Bosscheweg en langs de Hoevensekanaaldijk bestaat voornamelijk uit de laanbomenstructuur die van belang is voor vleermuizen. Om deze structuren te versterken worden er bomen aangeplant, zodat de laanbomenstructuur versterkt wordt als verbinding naar het Wilhelminakanaal. De zone langs het Wilhelminakanaal is echter ook van belang voor kleine zoogdieren en insecten. Voor de kleine zoogdieren geldt dat met name de kade en de groenstructuur langs het kanaal van belang is. Voor insecten kan op een breder niveau ingezet worden door in te zetten op kruidenrijke graslanden, inheemse klimplanten langs het toekomstige pand en een dak met een zeer geschikt kruidenmengsel voor insecten. Op die manier ontstaat er in potentie een geschikt lint voor insecten.
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
15
Figuur 7 3.5.6 Uitvoeringsagenda Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Ieder initiatief of ontwikkeling moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld. De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2020‐2023 (zie paragraaf 5.1).
De beleidsregels worden juridisch verankerd in onder andere bestemmingsplanregels en Handboek Openbare Ruimte.
3.6 Bedrijvigheid 3.6.1 Nota Toekomstbestendige Werklocaties 2021-2025 21 september 2020 heeft de gemeenteraad van Tilburg de nota Toekomstbestendige Werklocaties 2021‐2025 vastgesteld. Met deze nota wordt een meer kwalitatieve visie op de Tilburgse werklocaties gegeven. Enerzijds omdat de beschikbare ruimte veel beperkter is en meer onder druk staat. Anderzijds omdat de vestigingscriteria aan het veranderen zijn onder invloed van de verduurzamingsopgaven, de transitie naar een circulaire economie, verslimming door digitalisering en robotisering en de ontwikkeling van nieuwe sectoren zoals smart industries, smart logistics en smart services (Next Economy). In de beleidsnota 'Toekomstbestendige werklocaties 2020‐2025' worden de volgende ambities benoemd: <0000>
Onze werklocaties voorbereiden op de toekomst, door te zorgen dat de basis op orde is, werklocaties goed bereikbaar zijn en ze voldoen aan de eisen die de Next Economy stelt. Hierbij houden we rekening met ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, klimaat, energietransitie en circulaire economie.
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
16
<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
Onze beschikbare ruimte voor bedrijven behouden, versterken en slim benutten met als belangrijkste doelstellingen en acties: De bedrijventerreinen voor moderne industrie en logistiek behouden ter versterking van ons logistieke profiel: koesteren van de bestaande logistieke bedrijven en daaraan gelieerde maakindustrie en hun locaties. We kijken kritisch naar nieuwe uitgifte en wegen dit af aan de hand van de maatschappelijke en economische toegevoegde waarde voor Tilburg. Ruimte houden voor het lokale midden‐ en kleinbedrijf (MKB) om zich te vestigen en door te groeien en waar nodig en kansrijk daarvoor ruimte creëren, met aandacht voor bedrijvigheid met een specifiek profiel (zoals smart logistics en smart services, starters en bedrijven met hogere milieucategorieën). Langs havens en Wilhelminakanaal watergebonden bedrijvigheid stimuleren. Ruimte die binnenwijkse terreinen bieden voor bedrijvigheid, per saldo behouden. Behoud van onze sterke kantoorlocaties, op andere plekken juist transformatie naar andere functies zoals mkb‐werkplaatsen en/of wonen faciliteren. Inspelen op veranderende behoeften van bedrijven en talenten door het op kansrijke locaties faciliteren van nieuwe, moderne, gemixte werkgebieden.
Daarbij faciliteren we zzp'ers in de wijken optimaal, faciliteren we vraaggericht kleinschalige bedrijfsruimten en stimuleren we fysieke condities om innovatieve broedplaatsen te verbinden met andere werklocaties in de stad.
Met ‘Toekomstbestendige werklocaties 2020 ‐ 2025’ zetten we in op het aan laten sluiten van onze werklocaties op de wensen en eisen van moderne bedrijvigheid. We zetten daarbij in op smart industry, smart logistics en smart services, ter versterking van de huidige mix aan bedrijven in de maakindustrie en logistieke sector die al aanwezig is in de regio en stad. Bovendien sorteren we hiermee voor op kansrijke bedrijvigheid in de toekomst. Om Tilburg ook in de toekomst zich economisch te kunnen laten ontwikkelen en de (regionale) arbeidsmarkt op peil te houden, is het noodzakelijk om onze werklocaties voor te bereiden op de Next Economy. Bedrijven die meegaan in deze verandering hebben immers andere vestigingseisen dan voorheen. We zijn daarbij kritisch op aan welke bedrijven we ruimte bieden; zij moeten wel van maatschappelijke en economische toegevoegde waarde zijn voor de stad en haar economisch ecosysteem. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in het aantal banen, maar ook in de wijze waarop een bedrijf een versterkend effect kan hebben voor al in Tilburg of de regio aanwezige bedrijven. Naast inzet op algehele versterking van het (regionale) economische ecosysteem, zetten we ook in op versterking van de verschillende typen werklocaties zelf. Zo is het in sommige gevallen wenselijk om ondersteunende faciliteiten op bedrijventerreinen toe te staan.
Hierbij kan worden gedacht aan functies zoals opleidingsvoorzieningen en truckparkings, maar ook aan ondersteunende zaken zoals wandelpaden en fietsroutes. Er moet dan wel blijken uit overleg met de vitaalverenigingen (de parkmanagementverenigingen op de Tilburgse bedrijventerreinen) dat hier een collectieve behoefte voor is. Voor de binnenwijkse terreinen kijken we allereerst naar de vitaliteit van het terrein en formuleren we vervolgens een aanpak. Dit kan het faciliteren van transformatie naar andere functies betekenen, maar ook het sturen op behoud en versterking van de terreinen. Bij transformatie streven we ernaar om per saldo de bedrijfsruimte te behouden, door uitplaatsing van bedrijven naar geschiktere locaties te faciliteren of door wonen met werken te mengen. Bij het versterken en behouden van de binnenwijkse terreinen kijken we nadrukkelijk naar kansen om verbinding te leggen met de wijk. Ook voor wat betreft de kantoorlocaties faciliteren we ontwikkeling van kansrijke locaties zoals de Spoorzone, kennis‐as en binnenstad, terwijl we locaties die minder goed presteren faciliteren om te transformeren. Tot slot hechten we belang aan nieuwe ontwikkelingen zoals proeftuinen en experimenteerruimte waar onderwijs en ondernemers samenkomen, om de onderlinge interactie te versterken.
Doorwerking binnen het bestemmingsplan Met dit bestemmingsplan wordt circa 560 m2 aan bedrijfsruimte mogelijk gemaakt op de begane grond van het complex. Een bedrijfsfunctie was op deze locatie reeds mogelijk en blijft ook in de toekomst mogelijk tot en met milieucategorie 2. Met de ontwikkeling blijft kleinschalige bedrijfsruimte behouden, wat in lijn ligt met de Nota Toekomstbestendige Werklocaties 2020‐2025. De locatie maakt weliswaar geen onderdeel uit van een bedrijventerrein, maar biedt wel mogelijkheden voor ‘werken in de wijk’. Conform het beleid zijn zelfstandige kantoorfuncties niet toegestaan op deze locatie. Ondergeschikte kantoorruimte (maximaal 20% van het bedrijfsvloeroppervlakte) behoort wel tot de mogelijkheden. Zakelijke dienstverlening is een voorbeeld van een ‘lichte’ bedrijfsfunctie, waaronder verhuurbedrijven, reparatiebedrijven, ICT en uitzendbureaus.
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
17
3.7 Detailhandel 3.7.1 Visie detailhandel Uitgangspunten Met de Detailhandelsvisie 2020 is een helder beleidskader vastgesteld met een onderbouwd en afgestemd toekomstbeeld voor de gewenste Tilburgse detailhandelsstructuur en welke inspanningen nodig zijn om deze gewenste structuur te realiseren. Dit beleid is op te vatten als een thematisch ‘programma’ binnen de omgevingswet, dat zoveel mogelijk gebiedsgericht is opgezet.
Figuur 8 : Hoofdstructuur detailhandel gemeente Tilburg In de detailhandelsvisie wordt de bestaande structuur van winkelgebieden centraal gesteld, winkels dienen zich binnen deze gebieden te vestigen, tenzij er nadrukkelijk redenen zijn om daarvan af te wijken. Daartoe in het beleid omschreven voorwaarden voor maatwerk opgenomen. Winkelen en boodschappen doen
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
18
Traditioneel kennen we verschillende lagen in de detailhandelsstructuur. Deze gelaagdheid is zowel voor de concept structuurvisie 2040 van Tilburg als deze detailhandelsvisie het uitgangspunt. De Binnenstad is het belangrijkste winkelgebied van de stad, naast een boodschappenfunctie staat recreatief winkelen centraal, het is ook primair het gebied waar winkelbezoek gecombineerd wordt met andere bezoekdoelen zoals, theaterbezoek, evenementen en dergelijke. Bij de wijk, buurt en dorpscentra is de winkelfunctie de basis, maar wordt de ontmoetingsfunctie steeds belangrijker. Voor de linten is de nadruk gelegd op boodschappen doen in combinatie met bezoek aan speciaalzaken. Bij alle gebieden geldt dat – mede als gevolg van de teruglopende behoefte aan winkels – dat een verdere menging van functies mogelijk en wenselijk is. Naast detailhandel zijn dat andere op consumentengerichte functies als kapsalons en adviseurs, maar ook zorgverleners. Grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen Naast winkels met het accent op dagelijkse boodschappen of meer recreatief en vergelijkend winkelen zijn er ook verschillende, verspreid gelegen, locaties voor grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen die meer doelgericht worden bezocht. Deze bieden ruimte aan winkels die vanwege hun omvang of branche veelal niet passend zijn in andere winkelgebieden.
Het gaat hierbij onder andere om bouwmarkten, autobedrijven en woonwinkels. Winkels op perifere detailhandelslocatie moeten voldoen aan een aantal eisen om zich daar te kunnen vestigen, hiermee willen we voorkomen dat trekkers die voor winkelgebieden als de Binnenstad belangrijk zijn voor het functioneren zoals grote sportzaken of electronicawinkels zich overal kunnen vestigen. Daarom staan we winkels in bepaalde branches niet overal toe en worden er (voor een aantal branches) eisen gesteld aan de minimale oppervlakte van winkels op een perifere detailhandelsconcentratie. Voor alle binnen de bestemming perifere detailhandel toegestane branches geldt een minimale maat van 1.000 m2 wvo voor zover de winkel niet gelegen is binnen een van de perifere concentraties zoals is weergeven in fig. x.x.. Voor winkels wel gevestigd op perifere concentraties blijft de minimale 1.000 m2 gehandhaafd voor de branches Sport‐ en Speelgoed en Wit‐ en Bruingoed/electronica. Voor Woninginrichting geldt daar een minimale omvang van 500 m2 wvo. Voor de branches, keukens, sanitair, doe‐het‐zelf/bouwmarkten wordt geen minimale eis gesteld aan de omvang.
Voor de in het beleid opgenomen perifere concentraties gelden de volgende toegestane branches: AaBe Fabriek: Doe‐het‐zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair, Tuincentra, Woninginrichting, Fietsen, Sport en Speelgoed, Wit‐ en Bruingoed/Electronica Vossenberg Oost: Doe‐het‐zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra; Leijendaal: Doe‐het‐zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra, Woninginrichting; Bosscheweg: Doe‐het‐zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra, Woninginrichting; Kraaiven: Auto’s, Boten, Caravans, Fietsen (en motoren) De Groene Kamer: Tuincentra, Sport (cf. collegebesluit 2016) Rugdijk/Stokhasselt: Tuincentra, Doe‐het‐zelf/Bouwmarkten Nieuwe ontwikkelingen Trends, ontwikkelingen, consumentengedrag en de behoefte van retailers krijgen een prominente plek in de Tilburgse detailhandelsstructuur. Met dat in het achterhoofd stimuleren we het behoud en versterking van de bestaande winkelgebieden. Als we de huidige markt willen volgen zullen we incidenteel zeker ook ruimte moeten kunnen bieden aan ontwikkelingen buiten de bestaande locaties. Onze doelstelling is daarmee de kwaliteit en vitaliteit van de bestaande structuur te versterken en te voldoen aan de wens van de consument.
Op trafficlocaties (zoals stations, bedrijventerreinen, ziekenhuizen of andere drukbezochte locaties waar veel mensen om andere redenen dan winkelen komen) blijft een beperkte mogelijkheid voor detailhandel aanwezig. In bijzondere gevallen kan de gemeente detailhandel buiten winkelcentra toestaan, denk aan (zeer) stedelijke gebiedsontwikkelingen waar een menging van functies stellen wenselijk is. Ruimtelijke vertaling Conform de Detailhandelvisie zijn geen zelfstandige detailhandelsfuncties toegestaan op deze locatie
3.8 Verkeer en parkeren 3.8.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
19
De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers‐ en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 3.8.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren.
Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.
De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW‐richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS‐gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.8.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.
Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group een verkeersonderzoek (BIJLAGE 2) uitgevoerd: 'Verkeersonderzoek herontwikkeling Bosscheweg 240 te Tilburg, projectnummer: 0473989.100, 17 november 2023'. Hier is naast onderzoek naar de verkeersgeneratie‐ en afwikkeling ook gekeken naar de parkeerbehoefte van de nieuwbouwontwikkeling. Verkeersgeneratie en -afwikkeling Met behulp van CROW kencijfers is voor de huidige en toekomstige situatie de verkeersgeneratie berekend. In
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
20
tabel 3.1 is de netto toename van de verkeersgeneratie weergegeven. De netto toename van de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen is berekend op 188 (gemiddelde weekdag) tot 200 (gemiddelde werkdag) motorvoertuigen. In het verkeersrapport zijn de uitgangspunten voor de berekening nader weergegeven.
Om de verkeerseffecten van de planontwikkeling te toetsen is gekeken naar de verkeersafwikkeling van kruispunten die dichtbij het plangebied liggen. Binnenstedelijk zijn kruispunten maatgevend voor de doorstroming van een netwerk, omdat deze vaak de grootste knelpunten vormen. Gekeken is naar twee kruispunten die maatgevend zijn voor de verkeersafwikkeling in van het plan. Het gaat daarbij om de kruispunten Bosscheweg –Lovense Kanaaldijk –Hoevense Kanaaldijk (4 takken) en Bosscheweg –Jules Verneweg (3 takken). Beide kruispunten zijn geregeld met verkeerslichten (VRI). Op andere kruispunten is de verkeersafwikkeling niet getoetst omdat het verkeer van het plan is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Als basis voor de verkeersafwikkeling zijn de verkeerscijfers uit het verkeersmodel BBMA Midden‐Brabant voor het prognosejaar 2040 gehanteerd. Voor VRI’s wordt getoetst op cyclustijd in seconden. De grenswaarde 90 seconden wordt gehanteerd voor de Jules Verneweg en 120 seconde voor de Kanaaldijk. In tabel 3.2 is de cyclustijden voor de referentie en de plansituatie weergegeven.
Tabel 2 : Verkeersafwikkeling kruispunten Bosscheweg (cyclustijden in seconden) Uit de kruispuntberekeningen komt naar voren dat zowel in de referentiesituatie als de plansituatie de verkeersafwikkeling op beide kruispunten ruim voldoende is. Voor beide kruispunten in zowel de ochtend‐ als de avondspits liggen de cyclustijden ruim onder de gestelde grenswaarde van 90 respectievelijk 120 seconden. De bijdrage van het plan in de spitsen is zelfs te klein om tot een zichtbaar verkeerseffect te komen, voor beide situaties blijven de cyclustijden gelijk. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling van de Bosscheweg niet leidt tot doorstromingsknelpunten. Parkeren De 49 appartementen en 555 m2 bvo aan bedrijfsruimte leiden tot een normatieve parkeerbehoefte van 76 parkeerplaatsen. Rekening houdend met aanwezigheidspercentages bedraagt de maximale parkeerbehoefte op het drukste moment (werkdag avond) 58 parkeerplaatsen. Hiervan zijn 49 plaatsen bestemd voor bewoners van de woningen, 1 voor personeel van de bedrijfsruimte en 8 voor bezoekers (zowel van bewoners als bedrijfsruimte). De ontwikkeling voorziet in een parkeerterrein op eigen terrein van 58 parkeerplaatsen welke via de Lovense Kanaaldijk ontsloten wordt. Hiervan zijn 50 parkeerplaatsen afgesloten met een hek en alleen toegankelijk voor bewoners en personeel van de bedrijfsruimte.
Daarnaast zijn 8 parkeerplaatsen gesitueerd voor het hek en openbaar toegankelijk voor bezoek en komen 7 parkeerplaatsen beschikbaar langs de Bosscheweg door de sloop van de huidige woningen. De in totaal 15 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen bieden ruim voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers. Door de verschillende functies is dubbelgebruik van de parkeerplaatsen mogelijk. Op de drukste momenten (werkdagnacht) zijn 55 parkeerplaatsen vereist. Daarmee is er een tekort van 4 parkeerplaatsen voor het afgesloten deel van het parkeerterrein in de nacht. Op alle andere momenten is er geen tekort. Indien de parkeerplaats vol is kunnen bewoners/personeel in het openbare gedeelte buiten het hek parkeren. Rekening houdend met de openbaar toegankelijke parkeerplaatsen is er genoeg ruimte om de parkeervraag
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
21
van de gehele ontwikkeling op te vangen en wordt geen parkeeroverlast voor de omgeving verwacht. Daarmee volstaat de parkeercapaciteit van de gehele ontwikkeling. Parkeren - fietsen Voor de ontwikkeling zijn volgens de normen in totaal 168 fiets parkeerplaatsen benodigd voor de bewoners. De ontwikkeling voorziet in een inpandige fietsenstalling welke toegankelijk is voor de bewoners. Deze biedt plek aan 176 fietsen. De ontwikkeling voorziet daarmee in de behoefte. De fietsparkeerbehoefte voor het bezoek van de woningen en commerciële ruimten (personeel + bezoek) is 23 fietsparkeerplaatsen. Net als bij parkeerplaatsen voor auto’s kunnen de stallingsplaatsen voor fietsen ook dubbel gebruikt worden, omdat gebruikers van verschillende functies op andere momenten aanwezig zijn. Op het drukste moment (zaterdagmiddag) zijn in totaal 19 stallingsplaatsen vereist. De ontwikkeling voorziet hier in ruime mate in. De ontwikkeling voorziet daarmee in de behoefte.
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
22
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.
4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.‐(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer‐plichtig zijn (de C‐lijst) en welke activiteiten mer‐beoordelingsplichtig zijn (de D‐lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen (zie o.a. uitspraak RvS ECLI:NL:RVS:2019:1879). Gelet hierop wordt de bouw van 49 appartementen en een bedrijfsruimte van circa 555 m2 niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de toevoeging van de appartementen en de bedrijfsruimte, maar het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is te beperkt om aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. ad b. Het plangebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebied betreft Kampina en Oisterwijkse Vennen op 2,6 kilometer afstand van het plangebied Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000‐gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling. 4.2.2 Aanleiding vormvrije m.e.r beoordeling Voor dit plan is een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan is beoordeeld of het noodzakelijk is een m.e.r. op te stellen: 'Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bosscheweg 236-240 Tilburg, projectnummer 0473989, 31 oktober 2023 (Bijlage 3). De aanmeldnotitie is getoetst aan de hand van de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.‐richtlijn.
Naar aanleiding van deze toetsing is geoordeeld dat ten gevolge van de voorgenomen activiteit, gezien diens aard, omvang en locatie, geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura 2000 gebieden zijn te verwachten Op [DATUM] heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besloten dat voor het initiatief Crossroads gelegen aan de Bosscheweg 236‐240 te Tilburg geen milieueffectrapportage (m.e.r.) behoeft te worden opgesteld.
4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (de binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG‐brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG‐uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze
Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)
23
richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Alle bedrijven binnen het plangebied en daarnaast die bedrijven erbuiten, waarvan de indicatieve milieucontouren over het plangebied liggen, zijn geïnventariseerd. Deze inventarisatie verschaft inzicht in de milieucategorie waartoe het bedrijf behoort en is gebruikt om de bestaande, binnen het plangebied gelegen, bedrijven in het bestemmingsplan vast te leggen en eventuele knelpunten te signaleren. Omdat het bestemmingsplan een beheersmatig karakter heeft, zijn deze bedrijven uit de inventarisatie allen in het bestemmingsplan opgenomen. Er is vanuit gegaan dat de bestaande bedrijven voldoen aan de milieuvoorschriften volgend uit de Wet milieubeheer en zodoende geen overlast veroorzaken voor de omgeving. Een aantal bedrijven is op basis van hun activiteiten en de daarmee samenhangende milieucategorie niet wenselijk op het desbetreffende adres. Een dergelijk bedrijf mag haar bestaande activiteiten voortzetten en eventueel uitbreiden, voor zover de regels dat toelaten. Zodra zo´n bedrijf zijn activiteiten beëindigt, moet worden voldaan aan de milieucategorie die bij de omgeving hoort.
Wel mag op de desbetreffende locatie een soortgelijke activiteit plaatsvinden, mits de nieuwe activiteit niet in een hogere milieucategorie valt dan de oude. De milieucategorie van de bedrijven binnen het plangebied is weergegeven op de verbeelding en/of genoemd in de bestemmingsregels. Volgens de VNG‐brochure behoren gebieden met een matige tot sterke functiemenging tot het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Gelet op de (directe) omgeving rondom het plangebied is er met de nabijheid van industrie, detailhandel, supermarkt, bedrijven en sport sprake van een combinatie van verschillende functies op korte afstand van elkaar. Daarmee is er sprake van omgevingstype ‘gemengd gebied’ volgens de VNG‐brochure. De richtafstanden uit de VNG brochure mogen hiermee met één stap verkleind worden. In een aanvullend onderzoek Bedrijven en Milieuzonering (‘Externe Veiligheid en Milieuzonering, plangebied Bosscheweg 236-240 te Tilburg’, 0473989.100, Anteagroup, d.d. 25 januari 2023) (BIJLAGE 4) is in beeld gebracht welke bedrijven en activiteiten zich in de omgeving van het plangebied bevinden. Geconcludeerd kan worden dat voor alle bedrijven en activiteiten (ruimschoots) wordt voldaan de richtafstanden, geldend voor ‘gemengd gebied’. Lichthinder Aanvullend op het onderzoek BMZ is een lichthinderonderzoek uitgevoerd.
De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage ‘Lichtmetingen FC Tilburg t.b.v. herontwikkeling Bosscheweg 240-242’, rapportnr. 2006007268-20222281, AV Consulting BV, d.d. 13 januari 2023 (BIJLAGE 5) Uit de resultaten en conclusies van dit onderzoek blijkt dat er geen lichthinder op zal treden bij de geprojecteerde woningen aan de Bosscheweg 240‐242 te Tilburg en dat wordt voldaan aan de normering t.a.v. lichthinder op basis van de richtlijn Lichthinder van de NSVV (NSVV‐2020). Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM‐onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden‐ aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a.