08 Toelichting De Kuil 1G
Tekst van het document
pagina 10 van 16
Bereikbaarheid De kern van de beleidsregels wordt voor het aspect bereikbaarheid gevormd door een drietal doelvoorschriften: 1. Stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen bieden te allen tijde een onbelemmerde doorgang aan hulpdiensten. 2. Ieder object is voor de hulpdiensten vanaf een gebiedsontsluitingsweg te allen tijde binnen 2 minuten te bereiken. 3. Kazernes en posten moeten altijd ontsloten blijven door een gebiedsontsluitingsweg. Het plangebied dient toegankelijk te zijn voor hulpverleningsvoertuigen. Waarbij rekening wordt gehouden dat een effectieve brandweerinzet kan worden gegarandeerd. Dit houdt in dat de plaats van het brandweervoertuig zodanig is gepositioneerd, dat met behulp van de hoge druk brandweerslang ca. 60 m1 binnen in het gebouw waar een brand is, de brand ook geblust kan worden. Verder dienen de wegen in het plangebied te voldoen aan hoofdstuk 2 Bereikbaarheid hulpdiensten uit de beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening februari 2016 indien deze worden gebruikt voor bestemmingsverkeer. Om een goede bereikbaarheid te borgen dienen wegen, die leiden naar potentiële incidentlocaties, recht te doen aan de afmetingen van hulpverleningsvoertuigen. Omdat brandweervoertuigen het grootst en het zwaarste zijn, worden deze als uitgangspunt gehanteerd.
Een weg doet recht aan de specifieke afmetingen van hulpverleningsvoertuigen als aan de volgende criteria wordt voldaan: • De weg is geschikt voor voertuigen met een asbelasting van ten minste 10 ton; • De weg is geschikt voor voertuigen met een totaal gewicht van ten minste 30 ton; • De minimale doorgangshoogte bedraagt 4,2 m 1; • De minimale doorgangsbreedte bedraagt 3,5 m 1 ; • De minimale breedte van de verharding; bedraagt 3 m1 (rechte weg); • De minimale buitenbochtstraal bedraagt 10 m1;
Maar bereikbaarheid wordt niet alleen bepaald door de afmetingen van de voertuigen. De breedte van de rijlopers op doorgaande wegen zijn doorgaans breder dan in de woonwijken. Maar bij het positioneren van voertuigen is met name het redvoertuig het breedst en is de stempellast op de steunpunten maatgevend.
pagina 11 van 16
Bluswatervoorziening De Brabantse Veiligheidsregio’s hebben in samenspraak met gemeenten en Brabant Water beleid ontwikkeld waarin de doelstelling voor de beschikbaarheid van bluswater als volgt wordt geformuleerd: “Veilig drinkwater en voldoende bluswater tegen de laagste maatschappelijke kosten”. Er wordt gestreefd naar een professioneel minimum, met een toereikende bluswatervoorziening voor maatgevende incidenten. In de beleidsregel is vervolgens als doelvoorschrift opgenomen: “Ten behoeve van de brandbestrijding is tijdig voldoende bluswater voorhanden” . Bluswater levert een bijdrage in het kunnen uitvoeren van een veilige redding indien zelfstandig ontvluchten niet meer mogelijk is. De brandweer beschikt in de regel direct over voldoende eigen middelen (bijvoorbeeld het water in de tank) om een dergelijke redding mogelijk te maken. Voor redding is dus niet direct een externe bluswatervoorziening nodig, maar deze kan wel noodzakelijk zijn om de uitbreiding van een brand te voorkomen, dan wel te beperken. Welke hoeveelheid water nodig is in een bepaalde situatie, is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder brandfysica, bouwtechniek, architectuur en omgevingsfactoren. Deze factoren bepalen, samen met een aantal andere factoren, de mate van brandveiligheid in een bepaalde situatie. Zie op dat punt ook navolgend kenmerkenschema.
Voor de benodigde bluswatervoorziening is dus geen ‘gouden standaard’. Het hangt onder meer af van de aard en omvang van een gebouw, maar ook de omgeving waarin het gebouw staat. Daarnaast is de benodigde hoeveelheid water afhankelijk van de ontwikkeling van de brand en fase waarin de brand zich bevindt op het moment dat de brandweer een interventie pleegt. De benodigde bluswatervoorziening is kort en schematisch samen te vatten in navolgende figuur. Op basis van praktijkervaring wordt ongeveer 95% van de branden geblust met water uit de tank van de tankautospuit en is voor de resterende 5% van de branden een externe bluswatervoorziening (A, B, en/of C-water) nodig. Voor meer informatie over de achtergronden wordt hier volstaan met een verwijzing naar de beleidsregels. Verder is voor toepassing van deze handreiking van belang dat bluswatervoorzieningen niet altijd uit een brandkraan hoeven te bestaan. Ook andere vormen van bluswatervoorzieningen zijn denkbaar en werkbaar. Daarbij kan het gaan om geboorde putten, open water, (bluswater)bassins of een bluswaterriool met brandput.
pagina 12 van 16
Voorbeelden Het Besluit De bestaande agrarische bebouwing wordt omgezet naar het mogelijk maken van het bouw van twee woningen. A-Water Het pand op de Vroenhoutseweg 16 dateert van 1970 en een woning op ca.100 m1 van een brandkraan van 60 m3/h. Het nieuwbouw object op de Hogeweg is gelegen op meer dan 200 m1 en hier dient dus conform het beleid een nieuwe brandkraan te worden aangelegd op minder dan 200 m1 van de ingang. C-water (Rissebeek) is binnen 2500 m 1 voorhanden.
Het besluit De bestaande bestemming: maatschappelijke functie wordt gewijzigd en op deze plaats wordt een woongebouw met 6 verdiepingen gebouwd. A-Water Bij de ingang van het woongebouw dient op ca. 15 meter van de ingang een brandkraan van 60 m 3/h te worden aangebracht. C-water (open water) is binnen 2500 m1 voorhanden.
pagina 13 van 16
Analyse bluswatervoorziening in relatie tot omgevingsplan •
•
De beschikbaarheid van een openbare bluswatervoorziening is primair een verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. In een bestaand, reeds ingericht gebied en bij voorzetting van de bestaande functies hebben burgers en bedrijven geen invloed op de beschikbaarheid van bluswater in de openbare ruimte. Wel kan behoefte zijn aan een aanvullende, niet openbare bluswatervoorziening. Welke hoeveelheid en vorm van bluswater in een bepaald geval nodig is, is maatwerk. De Veiligheidsregio heeft de expertise in huis om het benodigde maatwerk te kunnen leveren. Om goed en tijdig gebruik te (kunnen) maken van die expertise is het expliciet opnemen van een adviesrol voor de veiligheidsregio wenselijk.
Hoe om te gaan bij omgevingsplannen. Gezien de aard van deze regels zijn ze te integreren in zowel thematisch opgebouwde als gebiedsgerichte omgevingsplannen. De beleidsregels maken weliswaar onderscheid in verschillende gebieden en scenario’s, maar op basis van de beleidsregels is binnen de open norm gebiedsgericht maatwerk reeds mogelijk. Om tot een goede afweging op basis van de binnen de veiligheidsregio aanwezige expertise te komen, wordt een expliciete adviesfunctie voor de veiligheidsregio voorgesteld. De veiligheidsregio brengt op dat punt haar expertise graag en vroegtijdig in. Daarbij bestaat de optie dat de veiligheidsregio categorieën van gevallen definieert waarin geen advies hoeft te worden gevraagd. Overigens kan de veiligheidsregio zo’n lijst altijd maken en daarom is ook geen grondslag nodig (of überhaupt mogelijk) in een omgevingsplan. Wel is het zaak de planregel dan zo te formuleren dat in dergelijke gevallen inderdaad geen advies hoeft te worden ingewonnen.
Zorgplicht Aangezien de beschikbaarheid van voldoende openbaar bluswater in beginsel binnen de invloedssfeer en verantwoordelijkheid van de gemeente zelf ligt, is het gebruik van een zorgplicht een goede basis voor de verdere regeling en borging van de beschikbaarheid van voldoende bluswater. Die zorgplicht kan dan dienen als vangnet. Verder dient de zorgplicht dan als signaalfunctie voor de taak van de gemeente op dit punt. De zorgplicht kan als navolgende voorstel worden geformuleerd. Indien gewenst kan hieraan ook een programmaplicht worden gekoppeld, waarin wordt opgenomen hoe aan deze bestuurlijke zorgplicht invulling wordt gegeven.
De verantwoordelijkheid voor het realiseren van openbare bluswatervoorzieningen rust primair bij het college van burgemeester en wethouders. Wanneer de afstand tussen de perceelsgrens en (de brandweertoegang van) het betreffende bouwwerk meer bedraagt dan 40 m 1, dan is de openbare bluswatervoorziening niet meer toereikend en dient, afhankelijk van gebouwtype mogelijk een niet-openbare bluswatervoorziening te worden getroffen. Zie daarover paragraaf 3.9 van de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening. Concreet voor de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen zijn de volgende bouwstenen te geven. Deze gelden als aanvulling op de hiervoor opgenomen zorgplicht. In tegenstelling tot het Bouwbesluit 2012 bevat het Besluit bouwwerken leefomgeving geen regels op het gebied van de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Die regels zullen daarom een plek moeten krijgen in het omgevingsplan. Dat kan op basis van de beleidsregels. Uit die beleidsregels en uit de pagina 14 van 16
praktijkervaringen van adviseurs van de veiligheidsregio blijkt dat expertise en maatwerk nodig is om invulling te geven aan het doelvoorschrift als opgenomen in de beleidsregels, namelijk tijdige beschikbaarheid van voldoende bluswater. Om die reden wordt voorgesteld dit aspect in het omgevingsplan te regelen door het opnemen van een open norm, die vervolgens nader wordt ingevuld door de bestaande, dan wel eventuele nieuwe beleidsregels. Net als onder het Bouwbesluit 2012 is een beoordeling gewenst bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, waardoor het uitgangspunt een bouwregel is, waaraan zo’n aanvraag kan worden getoetst. Eventuele vergunningsvrije bouwwerken zullen ook moeten voldoen aan zo’n bouwregel. De regeling kan er als volgt uitzien.
Bluswatervoorziening a) b)
c)
Een bouwwerk heeft een adequate bluswatervoorziening. Er is sprake van een adequate bluswatervoorziening als bedoeld onder a, wanneer wordt voldaan aan de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening (inclusief toepassing maatwerk) als vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden en West Brabant februari 2016. Ten aanzien van het bepaalde onder a wordt advies ingewonnen bij de veiligheidsregio alvorens de vergunning wordt verleend, tenzij de veiligheidsregio categorieën gevallen heeft aangewezen waarin geen advies noodzakelijk is en sprake is van een dergelijk geval.
Bruidsschat In verschillende artikelen zijn in de Bruidsschat regels opgenomen over bluswater, bereikbaarheid, opstelplaatsen en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en of de Energietransitie. Betrek hierbij de adviseurs van de Veiligheidsregio om de wijzigingen zodanig door te voeren dat de genoemde onderwerpen een goede plek krijgen. Voor bluswater, bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen voor brandweervoertuigen zijn hieronder voorbeelden beschreven.
art. 2.2.3.7 Bluswatervoorziening 1.
2.
3.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening conform het Beleid bereikbaarheid en bluswater, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist. De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of als deze niet aanwezig is een toegang van het bouwwerk is voor woon,- en zorgcomplexen ten hoogste 40 meter en voor alle overige bouwwerken overeenkomstig het beleid bereikbaarheid en bluswater. De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Artikel 2.2.3.8 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 1.
2.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Het eerste lid is niet van toepassing: a) op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b) op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c) op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d) als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of pagina 15 van 16
e)
als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
3.
Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a) een minimale doorgangsbreedte van ten minste 3,5 m; b) een verharding over een breedte van ten minste 3,0 m (rechte weg). die geschikt is voor motorvoertuigen met een asbelasting van 10 ton; c) de weg is geschikt voor voertuigen met een totaal gewicht van ten minste 30 ton; d) een doodlopende route/weg is acceptabel met een lengte < 40 meter; e) een doodlopende route/weg met aftakkingen die de 40 meter overschrijdt is niet acceptabel; f) een doodlopende route /weg < 80 meter is toegestaan mits de wegbreedte minimale 4,5 meter bedraagt en er een keermogelijkheid aanwezig is (conform j en k) g) een doodlopende route/weg van > 40 meter is alleen acceptabel met een breedte > 5.0 meter h) een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en i) een doeltreffende afwatering; j) de minimale buitenbochtstraal bedraagt 10 meter; k) de maximale binnenbochtstraal bedraagt ten minste 4.5 meter minder dan de buitenbochtstraal.
4.
Een verbindingsweg is over de in het derde lid voorgeschreven hoogte vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. De geformuleerde uitgangspunten zijn voor hulpverleningsvoertuigen het absolute minimum en gelden ook voor verbindingswegen op eigen terrein.
5. 6.
Artikel 2.2.3.9 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1.
2.
3.
4.
5. 6.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. Met het oog op het kunnen redden van personen uit wooncomplexen voor 2003 dient een opstelplaats voor brandweervoertuigen met een voldoende afmeting (lengte 10 m en breedte 5 m) en een maximale hellingshoek van 7 % voor kunnen afstempelen van een redvoertuig. De stempeldruk bedraagt 100 Kn; Het eerste lid is niet van toepassing: a) op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b) op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c) een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d) als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of als deze niet aanwezig is een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de voorgeschreven hoogte en breedte als bedoeld in artikel 2.2.3.7, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
pagina 16 van 16
Bijlage 4 Verslag omgevingsdialoog verslag omgevingsdialoog
Verslag Verslag
Omgevingsdialoog briefvorm
Datum
16 maart 2021
Plaats
Udenhout
Betrokkenen
Molenhoefstraat 2 Molenhoefstraat 2a Molenhoefstraat 2b Molenhoefstraat 2c Kuil 1e Kuil 1f
Het verslag is opgesteld naar aanleiding van het buurtdialoog gehouden middels de brief gestuurd op 16 maart 2021. De bewonersbrief omgevingsdialoog aan 6 betrokkenen toegestuurd. Van de 6 betrokkenen zijn in totaal 6 reacties ontvangen. De inhoud van de reacties zijn hieronder opgesomd. Betrokkenen 1: Molenhoefstraat 2 Opmerking 1: De omgevingsdialoog vindt in een laat stadium plaats. Reactie 1: Conform de Handreiking Burgerparticipatie zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16 maart 2009 heeft de omgevingsdialoog in het juiste stadium plaatsgevonden. Het plan is openbaar waardoor alle informatie omtrent het plan bij de gemeente Tilburg opgevraagd kan worden. Opmerking 2: De 2e woning staat dichter bij de erfafscheiding met de kavel aan Molenhoefstraat 2 waardoor het haaks staat op het oorspronkelijke plan. Reactie 2: Het beeldkwaliteitsplan dateert uit 2005 en is dus 16 jaar oud. In de afgelopen jaren is er veel veranderd: - De grens van de bebouwde kom is verplaatst. - De grens tussen het stedenbouwkundige en agrarische is opgeschoven. - Op het adres Molenhoefstraat 2b en 2c zijn twee vrijstaande huizen gerealiseerd in tegenstelling tot een tweekapper zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan bladzijde 8. - Molenhoefstraat 2 heeft de maximale goothoogte van 4,5e meter zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan bladzijde 17 overschreden.
- Kuil 1e heeft buiten het bouwvlak gebouwd zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan bladzijde 8. Daardoor is de rooilijn verschoven.
1 | Verslag omgevingsdialoog
Met de rooilijn is in het plan rekening gehouden, door de rooilijn gelijk te houden aan de rooilijn van alle kavels gelegen direct aan de kuil. Het ruimtelijke en exclusieve karakter blijft behouden door de positionering van de woningen ten opzichte van de kavel. De nokrichting van woning 1 is overeenkomstig de verplichte nokrichting zoals benoemd in het beeldkwaliteitsplan bladzijde 8. De nokrichting van woning 2 is overeenkomstig de nokrichting van de huizen in de 2 e linie. Daarnaast is ten opzichte van de eerder toegestuurde tekening het plan aangepast op de volgende punten: - De woningen zijn niet in een lijn geplaatst. - De erfafscheiding en beplanting van de eerste linie moet vrijgehouden worden van hoge erfafscheiding. - De woning van bouwblok 2 dient aan dezelfde vormgeving te voldoen als de woningen in de 2e linie conform het beeldkwaliteitsplan uit 2005. - Op bouwblok 1 dient een lintwoning gerealiseerd te worden en op bouwblok 2 dient een schuurwoning realiseert te worden. In de bijlage is het herziene plan bijgevoegd. Tevens wordt door de afdeling stedenbouwkunde en de omgevingscommissie van de gemeente het plan nauwlettend in de gaten gehouden. Opmerking 3: Reactie 3:
Opmerking 4: Reactie 4:
Opmerking 5: Reactie 5:
Waardevermindering van de woning. Indien blijkt dat daadwerkelijk sprake is van waardevermindering van de woning, dan wordt dit overeenkomstig de planschade overeenkomst die getekend is met de gemeente afgewikkeld. Hinder van bouwactiviteiten, geluid en verkeer. Bouwactiviteiten (geluid en verkeer) zullen van relatief korte duur zijn. De bestemming blijft wonen. Als het gaat om woon-en leefmilieu dan zal dit beperkt zijn om dat het maar om één extra woning gaat. Voor beiden bouwblokken geldt parkeren op eigen terrein, waardoor minimaal 2 a 3 parkeerplaatsen per bouwblok gerealiseerd moeten worden. Verkeer zal iets toenemen als gevolg van één extra woning. Deze toename zal niet leiden tot ernstige verzwaring van de weg. Verminderde privacy. Privacy: dat is sterk afhankelijk van de ligging van de omringende percelen t.o.v. die ene extra woning. Wellicht kan er met de bouw van de toekomstige woning hier rekening mee gehouden worden. Bij diverse bewoners staan er al garages en andere gebouwen die de inkijk al voor een groot deel wegnemen
Betrokkenen 2: Molenhoefstraat 2a Opmerking 6: Het plan komt niet overeen met het oorspronkelijke beeldkwaliteitsplan. Reactie 6: Zie reactie 2 van bewoner 1. Opmerking 7: Geluidshinder en verminderde privacy. Reactie 7: Als het gaat om woon-en leefmilieu dan zal dit beperkt zijn om dat het maar om één extra woning gaat. Eventuele geluidshinder tijdens de bouwactiviteiten zullen van relatief korte duur zijn.
2 | Verslag omgevingsdialoog
Privacy: dat is sterk afhankelijk van de ligging van de omringende percelen t.o.v. die ene extra woning. Wellicht kan er met de bouw van de toekomstige woning hier rekening mee gehouden worden. Bij diverse bewoners staan er al garages en andere gebouwen die de inkijk al voor een groot deel wegnemen Opmerking 8: Reactie 8:
Waardevermindering van de woning. Zie reactie 3
Betrokkenen 3: Molenhoefstraat 2b Opmerking 9: Verminderde privacy als gevolg van woning achter het perceel in de nieuwe situatie ten opzichte van de oude situatie waarbij enkel een aanbouw met maximale hoogt van 4,5e meter is toegestaan. Reactie 9: Zie reactie 5 Opmerking 10: De korte afstand van de woning tot de erfgrens, de hoogte en de massa wordt als intimiderend ervaren. De gehele achtertuin en keuken zijn volledig in beeld vanuit de 2e woning. Reactie 10: Zie reactie 3. Opmerking 11: Beweegredenen. Reactie 11: Mijn man is sinds enkele jaren eigenaar van Kuil 1g. Gezien hij voorgaand jaar overleden is en ik er alleen voor sta is de bouwkavel van 1400m 2 veel te groot. Middels een gesprek met de gemeente hebben zij bereidheid getoond om de kavel te splitsen. Hierdoor ontstaat voor mij de mogelijkheid om op een kleinere kavel te gaan wonen en de andere kavel te verkopen. Opmerking 12: Het plan doet afbreuk aan het oorspronkelijke ruimte voor ruimte plan Kuil Molenhoefstraat zoals vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan. Reactie 12: Zie reactie 2. Opmerking 13: Hinder die verdubbelt wordt door de bouw van de extra woning. Reactie 13: Zie reactie 4. Betrokkenen 4: Molenhoefstraat 2c Opmerking 14: De voorgevelrooilijn wordt verplaatst zodat woning 1 dichter aan de straat komt, dit geeft minder privacy.
Reactie 14: Zowel de architect als de gemeente hebben bevestigd dat bouwblok 1 niet door de rooilijn heen gaat. Opmerking 15: Door het bouwen van 2 woningen krijgen we extra hinder, geluid. Tuin van woning 1 heeft nu tuin aangrenzend aan ons perceel. Reactie 15: De bestemming blijft wonen. Als het gaat om woon-en leefmilieu dan zal dit beperkt zijn om dat het maar om één extra woning gaat. Eventuele geluidshinder tijdens de bouwactiviteiten zullen van relatief korte duur zijn. Zowel in het plan van splitsen van de kavel als in het oorspronkelijke beeldkwaliteitsplan (bladzijde 8) is de tuin gesitueerd aangrenzend aan het perceel van Molenhoefstraat 2c. Opmerking 16: Het oorspronkelijke plan van ruime kavels, landelijk open karakter wordt teniet gedaan door deze extra woning in het midden van het plan. Reactie 16: Zie reactie 2. Reactie 17: Jammer niet eerder op de hoogte gebracht te zijn van de plannen. Reactie 17: Zie reactie 1.
3 | Verslag omgevingsdialoog
Opmerking 18: Reactie 18:
Waardevermindering van de woning Zie reactie 3.
Betrokkenen 5: Kuil 1e Opmerking 19: Plan zonder enig overleg per mail toegestuurd. Reactie 19: Zie reactie 1. Opmerking 20: Achtergrond informatie, wensen, ideeën en beleving. Reactie 20: Zie reactie 11. Opmerking 21: Door de extra woning is niet passend in het stedenbouwkundig- en omgevingsbeeld. Reactie 21: Zie reactie 2. Opmerking 22: Kuil 1e geeft geen toestemming om gebruik te maken van het recht van overpad om bij het 2e bouwblok te komen. Reactie 22: In de transport akte is niet beschreven dat splitsing van het bouwperceel en/of verzwaring van het dienende erf niet is toegestaan. Tevens is er geen sprake van onredelijke verzwaring als gevolg van het splitsen van het bouwperceel, daar de bestemming wonen blijft en het om één extra woning gaat. Opmerking 23: Afbreuk aan het bestaande straat- en bebouwingsbeeld. Reactie 23: Zie reactie 2. Opmerking 24: Waardevermindering. Reactie 24: Zie reactie 3. Opmerking 25: Hinder geluid en verkeer Reactie 25: Zie reactie 4. Betrokkenen 6: Kuil 1f Opmerking 26: Het plan is in strijd met goede ruimtelijke ordening en verstoort. Reactie 26: Zie reactie 2. Opmerking 27: Meer hinder ten aanzien van verkeer, parkeren en geluidsoverlast. Reactie 27: Zie reactie 4. Opmerking 28: Verstoort de hele opzet van het bestaande bestemmingsplan. Reactie 28: Zie reactie 2. Opmerking 29: Betreuren het niet eerder in dialoog gaan met omwonenden.
Reactie 29: Zie reactie 1. Opmerking 30: Waardevermindering Reactie 30: Zie reactie 3.
Indien na het lezen van dit verslag nog vragen zijn, dan sta ik open voor een gesprek. Dit kan telefonisch, via zoom of teams in verband met corona. Met vriendelijke groet, Joke de Laat-Bierkens
4 | Verslag omgevingsdialoog
Resultaat bewonersbrief omgevingsdialoog Beste buurtbewoners, Naar aanleiding van het gehouden buurtdialoog, middels mijn brief van 16 maart 2021, waarvan jullie allen kennis hebben genomen, hierbij mijn reactie op jullie reacties. Alle 6 de omwonende hebben gereageerd. De inhoud van de reacties zijn hieronder opgesomd, evenals de reacties van de initiatiefnemer op de ontvangen reacties op het plan. Planmotivatie Sinds enkele jaren is mijn man eigenaar van Kuil 1 G. Zoals jullie weten is Rien vorig jaar overleden. Nu ik er alleen voor sta is een bouwkavel van 1400 m2 veel te groot. Op enig moment kwam ik in gesprek met de gemeente en zij wilde wel mee denken om de kavel eventueel op te splitsen. Dat zou voor mij een mooie oplossing zijn; de achterste kavel verkopen en op de voorste kavel voor mijzelf een huis bouwen. Omgevingsdialoog Jullie geven allemaal aan het te betreuren dat ik jullie niet eerder in het proces heb meegenomen. Reactie: daar ik nog geen zekerheid had dat de gemeente eventueel bereid zou zijn om aan mijn plannen medewerking te geven en de gemeente mij niet eerder verzocht mijn plannen kenbaar te maken, leek het mij niet handig jullie eerder bij het proces te betrekken. De gemeente is nu bezig om een bestemmingsplanherziening op te stellen waarbij een omgevingsdialoog een vereist onderdeel is.
Al jullie opmerkingen worden dus meegenomen en gewogen en er is nog voldoende tijd om alles te bespreken. Ik heb jullie geheel volgens procedure van de gemeente tijdig geïnformeerd. De gemeente geeft de voorkeur aan om jullie allemaal gelijktijdig en met de zelfde informatie te berichten. Hier ben ik het mee eens. Dat heb ik dus ook gedaan middels de brief van 16 maart jl. Mogelijke planschade/waardevermindering van woningen Wat in alle reacties ook naar voren komt is de eventuele waardevermindering van jullie woningen. Reactie: met de gemeente ben ik een planschadeovereenkomst aangegaan voor het geval jullie planschade ondervinden van het gemeentelijkbesluit. Indien de waarde van jullie woningen aantoonbaar verminderd, kunnen jullie bij de gemeente verzoeken om een vergoeding voor planschade. Verzoek om op de hoogte te blijven van de verdere ontwikkelingen Verder geven een aantal buurtbewoners aan dat zij persoonlijk op de hoogte gebracht willen worden van de verdere ontwikkelingen. Reactie: in de brief van 16 maart jl. heb ik al aangegeven wat de gemeente van mij verwacht m.b.t. dit plan. De gemeente verwacht van mij dat ik alle reacties opneem in een verslag en dat ik u laat weten wat wij met uw opmerkingen gaan doen. Dit verslag maakt onderdeel uit van de toelichting op het plan.
5 | Verslag omgevingsdialoog
In een later stadium wordt het plan als ontwerp voorgelegd aan het college van burgermeester en wethouders. Daarna wordt het plan ter visie gelegd en kunt u uw zienswijzen kenbaar maken. De gemeente informeert u hierover met een bewonersbrief. Bovengenoemde stappen worden dan ook de komende tijd gevolgd. Geluidshinder Jullie geven allemaal aan extra geluidshinder te krijgen door de bouw van die extra woning. Reactie: als het gaat om bouwactiviteiten dan zullen deze van korte duur zijn. Als het gaat om woon-en leefmilieu dan zal nauwelijks sprake van hinder zijn, omdat het maar om één extra woning gaat. Rooilijn de Kuil, situering voorste woning De bewoners van Molenhoefstraat 2 C geven aan dat de privacy zou verminderen als het voorste bouwblok door de rooilijn zou gaan. Reactie: ik heb hierover met de architect Bas Spanjers en de gemeente contact gehad en zij bevestigden mij dat de bestaande rooilijn van het voorste bouwblok gehandhaafd blijft. Tuin grenzend aan de tuin van Molenhoefstraat 2c De bewoners van Molenhoefstraat 2c geven aan extra hinder en geluid te krijgen, nu in het nieuwe plan de tuin gesitueerd is aan de linkerzijde van bouwblok 1. Reactie: in het voorliggend plan is de tuin van woning 1 aangrenzend aan het perceel van de bewoners van Molenhoefstraat 2 C, zoals dat ook het geval was in de originele situatie.
De tuin van woning 1 is en blijft dus aangrenzend aan het perceel van de bewoners van Molenhoefstraat 2 C. Ook de andere woningen aan de Kuilzijde hebben hun tuin links of rechts van hun woning. Parkeren/Verkeer Door diverse bewoners wordt een eventueel parkeer-/verkeersprobleem opgemerkt. Uit de brief van de bewoners van Kuil 1 F citeer ik: "Daarnaast zou een extra woning leiden tot meer hinder. Denk hierbij bijvoorbeeld aan toename van verkeer van en naar de percelen, parkeren en geluidsoverlast." Reactie: iedereen moet zelf zorgdragen dat op zijn/haar perceel voldoende parkeergelegenheid is. Op de percelen zal voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd worden conform het parkeerbeleid van gemeente Tilburg. Van toename van verkeer en geluid van het verkeer zal nauwelijks sprake van zijn daar het om één extra woning gaat. Erfdienstbaarheid De bewoners van Kuil 1 E geven aan geen toestemming te verlenen voor het recht van overpad voor de extra woning. Reactie: toestemming is niet nodig daar de erfdienstbaarheid bij splitsing van het perceel ook geldt voor het gesplitste perceel, zie artikel 5:78 BW.
6 | Verslag omgevingsdialoog
Privacy Zorgen om privacy wordt ook door jullie allemaal benoemd. Reactie: gelet op de huidige bouwmogelijkheden, situering van de nieuwe hoofdgebouwen, aanwezige bijgebouwen, de bebouwingstructuur van omgeving en bestaande erfafscheidingen is ten opzichte van de huidige situatie geen tot nauwelijks sprake van aantasting van privacy. Daarnaast ben ik van plan inkijk en aantasting van privacy nog verder te verminderen door het realiseren van beplanting op het erf. Exclusief, landelijk karakter van de omgeving met ruime kavels Jullie geven ook allemaal aan dat het oorspronkelijke beeldkwaliteitplan in het geding zou komen. Reactie: het beeldkwaliteitplan is van 2005. Met andere woorden: het plan is al 16 jaar oud. Met de tijd is veel veranderd, namelijk: • De grens van de bebouwde kom is verplaatst; • De grens van het bebouwd stedelijk gebied is opgeschoven; • Op adres Molenhoefstraat 2 is afgeweken van de standaard goothoogte van 4,5 meter; • Op adres Kuil 1 E is buiten het bouwvlak gebouwd en is het volume aangepast; • Er is geen verspringende rooilijn meer aan de Kuil, maar een rechte lijn van voorgevelrooilijnen; • Waar eerst een tweekapper (hoek kuil/molenhoefstraat) zou komen te staan, staan nu twee vrijstaande woningen Molenhoefstraat 2 B en 2 C.
Ondanks de veranderingen en afwijkingen van het beeldkwaliteitplan is het ruimtelijke en exclusieve karakter nog steeds behouden gebleven. Bovendien wordt er door de afdeling stedenbouwkunde en de omgevingscommissie van de gemeente nauwlettend in de gaten gehouden wat wel en niet passend is in de omgeving. Zie bijlage: bij de brief van 16 maart jl. is per ongeluk en andere verbeelding toegevoegd. De verbeelding in deze bijlage is het meest recent en past beter in het beeldkwaliteitplan. Indien er na het lezen van dit verslag nog vragen zijn, dan sta ik open voor een gesprek. Hopende op een constructief dialoog, Met vriendelijke groet, Joke de Laat-Bierkens
7 | Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 5 Besluit Hogere waarden Besluit hogere waarden
1
Besluit tot vaststelling Hogere waarde Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg is voornemens hogere waarden vast te stellen op grond van art. 110a Wet geluidhinder ten behoeve van het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012, 19e herziening (De Kuil 1G). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Tilburg, UDH, sectie F, perceelnummer 5650. Met deze wijziging van het vigerende bestemmingsplan wordt de oprichting van 2 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. De hogere waarden worden vastgesteld voor wegverkeerslawaai. Overwegingen ten aanzien van het besluit De gemeente Tilburg is voornemens middels het vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012, 19e herziening (De Kuil 1G) de oprichting van 2 grondgebonden woningen mogelijk te maken. Het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012, 19e herziening (De Kuil 1G) is van toepassing op de locatie, kadastraal bekend als gemeente Tilburg, UDH, sectie F, perceelnummer 5650. De planlocatie is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Kuil/Slimstraat en de Molenhoefstraat. Voor nieuwe woningen geldt een voorkeurgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. Op basis van artikel 83 Wet geluidhinder is een hogere waarde mogelijk van maximaal 63 dB voor wegverkeerslawaai.
Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden voor woning 2 als gevolg van de Kuil. De maximale geluidbelasting voor de Kuil bedraagt maximaal 56 dB. De maximaal te ontheffen waarden van 63 dB wordt niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen tot onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB zijn niet doelmatig. Op grond van het bepaalde in artikel 110a Wet geluidhinder is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om hogere waarden vast te stellen. Toetsing Aan de hand van het gemeentelijk geluidmodel dB Vision Wvl 2030 is de geluidbelasting van de gezoneerde wegen (Kuil/Slimstraat en de Molenhoefstraat) op de twee grondgebonden woningen berekent en getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. Uit de geluidberekeningen blijkt dat enkel op woning 2 de voorkeurgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De maximale geluidsbelasting bedraagt 56 dB op woning 2. De maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB voor een binnenstedelijke situatie wordt niet overschreden. Om woning 2 akoestisch mogelijk te maken is het noodzakelijk om hogere grenswaarden vast te stellen. Voor de toetspunten wordt verwezen naar bijlage 1. Voor de vast te stellen waarden van dit besluit voor wegverkeerslawaai wordt verwezen naar bijlage 2.
Wegverkeer Maatregelen wegverkeer Bronmaatregelen Het aanbrengen van een stiller wegdek op de Kuil voor de realisatie voor 1 woning is vanuit financieel oogpunt niet doelmatig. Het verlagen van de rijsnelheid of de verkeersintensiteit is vanuit verkeerskundige overwegingen niet gewenst.
2 Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of tussen de geluidbron en ontvanger de geluidoverdracht belemmerd kan worden. Het plaatsen van geluidsschermen is vanuit stedenbouwkundige argumenten in een binnenstedelijke situatie niet wenselijk. Daarnaast staan de kosten van een scherm niet in verhouding voor de oprichting van slechts 1 woning. Maatregelen bij de ontvanger Zie Gemeentelijk geluidbeleid april 2015. Cumulatie Er is geen sprake van cumulatie met andere wettelijke geluidbronnen. Gemeentelijk geluidbeleid april 2015 Het gemeentelijk geluidbeleid is opgenomen in het document ‘Hogere waarde beleid’ van april 2015. Uitgangspunt van het gemeentelijk geluidbeleid is dat op geluidbelaste locaties sprake moet zijn van een "acceptabel woon- en leefklimaat". In het geluidbeleid is aangegeven wanneer het zinvol is om aanvullende eisen te stellen. Deze aanvullende eisen zijn van toepassing als de geluidbelasting op de gevel van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen meer bedraagt dan 53 dB voor wegverkeerslawaai respectievelijk 60 dB voor spoorweglawaai. Reden hiervoor is dat uit onderzoek is gebleken dat pas boven deze geluidbelastingen er sprake kan zijn van substantiële hinder. Uit de geluidberekeningen blijkt dat de geluidbelasting op woning 2 meer bedraagt dan 53 dB voor wegverkeer.
Dit betekent dat voor woning 2 aanvullende voorwaarden aan het hogere waarde besluit gesteld zijn om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve een goede ruimtelijke ordening te borgen. Dit houdt in dat woning 2 moet beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Uit de geluidberekeningen blijkt dat de woning aan deze voorwaarden kan voldoen. In het hogere waarde besluit is tevens de verplichting gesteld dat in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning onderdeel bouwen aan de hand van een gevelweringsonderzoek wordt aangetoond dat aan het vereiste binnenniveau conform het Bouwbesluit wordt voldaan. Procedure Het ontwerpbesluit tot vaststellen van de hogere waarde(n) ligt ter inzage gedurende de periode van 20 september 2021 tot en met 1 november 2021. Belanghebbenden hebben gedurende deze termijn de mogelijkheid zienswijzen in te dienen. Besluit Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besluiten: 1. De gemeente Tilburg is voornemens middels het vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012, 19e herziening (De Kuil 1G) de oprichting van 2 grondgebonden woningen mogelijk te maken. 2. Het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012, 19e herziening (De Kuil 1G) 175) is van toepassing op de planlocatie, kadastraal bekend als gemeente Tilburg, UDH, sectie F, perceelnummer 5650.
In bijlage 2 van dit besluit is een overzicht opgenomen van de vast te stellen hogere waarden voor wegverkeerslawaai. 3. Hieraan de volgende voorwaarden te verbinden: Woning 2 beschikt over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Onder geluidluw wordt verstaan een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 55 dB, berekent conform Hoofdstuk 2 van Bijlage II van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder; Aan de geluidluwe gevel ligt minimaal 1 verblijfsruimte, bij voorkeur de hoofdslaapkamer; Bij de aanvraag om Omgevingsvergunning onderdeel bouwen wordt aan de hand van een akoestisch rapport aangetoond dat voldaan wordt aan afdeling 3.1 van het Bouwbesluit en de in dit lid gestelde voorwaarden.
3 Tilburg, 9 december 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg,
namens deze, teammanager Ruimtelijke Plannen, Jeroen Kosters
4 Bijlage 1: Overzicht toetspunten
Bijlage 2: aan te vragen hogere waarden voor wegverkeerslawaai t.g.v. Kuil Toetspunt TP4 TP5/TP11 TP6/TP10 TP7/TP8/TP9 TP12
Hoogte [m] 1.5/4.5 1.5/4.5 1.5/4.5 1.5/4.5 1.5/4.5
Hogere Waarde [dB] 49/51 50/51 51/52 55/56 --/50