CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Toelichting deel 1

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236-240)2.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN

Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236-240) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: 12 december 2023 Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2022015-b001

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied

4

1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur

4 5 5 5

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

7

2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Bedrijvigheid

3.7 Detailhandel

7 9 10

13 13 13 13 14 14 18

20

3.7.1 Visie detailhandel 3.8 Verkeer en parkeren

20 21

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

25

4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie

25 25 25 27 29 29 32 32 33 34

Hoofdstuk 5 Wateraspecten

38

5.1 Programma Water en Riolering 2020 - 2023 5.2 Inleiding 5.3 Beleidskader 5.4 Plangebied 5.5 Grondwaterstand 5.6 Wateropgave 5.7 Vormgeving 5.8 Noodoverstort 5.9 Aandachtspunten

Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding 6.2 Standaard plansystematiek 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 6.4 Bouw- en gebruiksregels

38 38 38 39 39 40 40 42 42

44 44 44 45 46

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

47

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg

48

8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro

48

8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Omgevingsdialoog 8.4 Zienswijzen

48 48 48

Toelichting

Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de herontwikkeling van het bedrijfsperceel aan de Bosscheweg 236‐240 te Tilburg waar op dit moment Rotil automaterialen gevestigd is. Het plan omvat de realisatie van gestapelde woningbouw met op de begane grond een ruimte waar een (...) mogelijk is. Het gaat in totaal om 49 appartementen voor middeldure en dure huur voor de doelgroep starters en/of senioren. De omvang van de appartementen variëren van middelgroot (70‐75 m2 GO) tot groot (180 m2 GO). Het plan wordt ingezet op een woonprogramma van 30% middeldure huurwoningen en 70% vrije sector. Daarnaast zal in het ontwerp van het plan de groenstructuur en het natuurlijke karakter van het kanaal worden doorgezet, zodat er een groene presentatie aan een belangrijke verkeersader zal ontstaan. Binnen het complex zal een binnentuin worden gerealiseerd als 'beleeftuin' voor de bewoners en aan de achterzijde van het complex een natuurlijk dicht struweel. De architectuur is geïnspireerd op het industriële verleden van de plek. Het ontwerp is opgebouwd als een ensemble van verschillende (fabrieks)gebouwen die elk een eigen karakter vormen: het Energiehuis, het Laboratorium, de Werkplaats, de Fabriekshal en het Depotgebouw.

Niet alleen in de materialisatie, maar ook in de inrichting wordt de industriële referentie gezocht. Op deze manier refereert ook de ondergrond naar een fabrieksterrein. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

Figuur 1 : impressie van de ontwikkeling, zijaanzicht vanaf de Lovense/Hoevense kanaaldijk

Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)

2

Figuur 2 : impressie van de ontwikkeling gezien vanaf het kruispunt Bosscheweg/Lovense kanaaldijk.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de percelen sectie V, nrs. 107, 108, 313, 418, 717 en 718 en wordt globaal begrensd door de Bosscheweg in het noorden, de kruising van de Bosscheweg en het spoor in het oosten, de spoorweg in het zuiden en de Lovensekanaaldijk/Wilhelminakanaal in het westen.

Figuur 3 - Ligging plangebied in Tilburg (aangegeven met blauwe stip)

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van bestemmingsplan Bedrijventerrein Loven 2016, vastgesteld op 14 januari 2017. De ontwikkellocatie heeft zowel de enkelbestemming Wonen als Bedrijventerrein. In beide bestemmingen is gestapelde woningbouw niet toegestaan.

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Gebiedsbeschrijving Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)

3

Het onderhavige perceel is gelegen in de zuidoostelijke oksel van het kruispunt Wilhelminakanaal – Bosscheweg, direct aan de brug over het kanaal. Rond de brug zien we verschillende bebouwingsstructuren met uiteenlopende kenmerken. Zo bestaat de Bosscheweg in deze omgeving voornamelijk uit aaneengebouwde lintbebouwing. Verder oostwaarts, wordt deze lintbebouwing ruimer van opzet en krijgt de Bosscheweg een riant en landelijk karakter. De bebouwing van aan het kanaal is daarentegen veel grootschaliger en grover van karakter. De detailhandel aan de Bosscheweg ten westen van de brug sluit hierop aan. In de zuidoostelijk oksel van het kruispunt bevindt zich naast dit perceel alleen woningbouw, waardoor dit kavel als een solitair bedrijfskavel kan worden gezien.Op deze locatie heeft vroeger een markant fabriekscomplex gestaan. Dit complex heeft als inspiratie gediend voor het voorliggende voorstel. Plan Het initiatief betreft de herontwikkeling van de locatie naar gestapelde woningbouw in drie en vier bouwlagen. Stedenbouwkundig gezien is de transformatie zeer wenselijk. De huidige invulling van het bedrijfsperceel is niet hoogwaardig en aan de zijde van het kanaal zelfs rommelig te noemen. Herontwikkeling van dit perceel geeft een kans op een flinke kwaliteitsslag op een zichtbare plek. Bij de planvorming is de geschiedenis van de plek onderzocht.

Op deze plek heeft een ensemble van verschillende industriële gebouwen gestaan. Om die reden is ervoor gekozen om oude industriecomplexen uit de omgeving als inspiratie te gebruiken. Ook dit ontwerp is opgebouwd als ensemble van verschillende gebouwen rond een binnenplaats. Zo zijn er het Energiehuis, het Laboratorium, de Werkplaats, de Fabriekshal en het Depotgebouw.

Figuur 4 : bovenaanzicht van de ontwikkeling met een goede impressie van het ensemble van verschillende gebouwen. Technische infrastructuur Binnen het plangebied bevindt zich een belangrijke technische infrastructurele voorziening met ruimtelijke relevantie (bijvoorbeeld in verband met n acht te nemen belemmeringenstroken of veiligheidszones), die derhalve op de verbeelding zijn weergegeven. Het gaat hierbij om: Veiligheidzone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen

Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)

4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en <0000> Afwentelen wordt voorkomen.

Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven‐ en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water‐ en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI‐gebieden.

Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)

5

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.

Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings‐ of wijzigingsplan. De gemeente Tilburg maakt samen met tien andere gemeenten deel uit van de regio Hart‐van‐Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord‐Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings‐ en woningbehoefteprognose. In de periode 2020‐2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt

Bedrijventerrein Loven 2016, 2e herziening (Bosscheweg 236‐240)

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14318719/2