CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Ontwikkelleidraad

Raadsvergadering 18 juli 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP St. Elisabethziekenhuis e.o. 2009, 1e herz (Zorgcampus)8.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONTWIKKELLEIDRAAD ZORGCAMPUS BELEIDSREGELS RUIMTELIJKE STRUCTUUR

2 NOVEMBER 2021

H+N+S Landschapsarchitecten

2

H + N + S · O N T W I K K E L L E I D R A A D z or g C A M P U S

INHOUD

H+N+S Landschapsarchitecten

1. INLEIDING 

5

2. PROCES 

7

3. UITGANGSPUNTEN

9

3.1 Uitgangspunten ecologie

9

3.2 Uitgangspunten stedenbouw, architectuur en landschap

13

3.3 Uitgangspunten hydrologie

21

4. ONTWERPPRINCIPES

23

4.1 Beekdal De Leij

24

4.2 Entreezone

26

4.3 Wadizone

32

4.4 Overgangszone Leijpark

34

4.5 Hoofdontsluiting en parkeren

36

COLOFON 

39

gCAMPUS

1.

1. INLEIDING

MASTERPLANKAART

wadizone Leijhoeve

ambulancehal

SEH plein

wadi zone ETZ

wadi integreren in huidige parkeerplaats

entree plein

poelenzone

landschappelijk ingepast maaiveldparkeren

park

beekzone, gem. 50m breed

Leijweg uitsluitend bedoeld als ontsluitingsroute

gelaagd parkeren 700 stuks

In juni 2020 is een masterplan voor het gebied ten Westen van Kempenbaan west, onderdeel van het zorgcluster (Omgevingsvisie Tilburg 2040) opgeleverd. Dit masterplan maakt de vernieuwing van het ziekenhuis ETZ Elizabeth en omgeving mogelijk. Concreet gaat het over het gebied tussen de Hilvarenbeekseweg, Professor van Buchemlaan, het Leijpark, de Leyhoeve en de A58. De ambitie van het masterplan is om het ziekenhuis en omgeving gefaseerd te ontwikkelen tot een ruimtelijk samenhangend beeld (nieuwbouw en landschap) dat op een goede manier is ingebed in de omgeving. In dit document is deze ontwikkeling benoemd als zorgcampus. De ontwikkeltermijn van de zorgcampus is lang (tot 2050) en de uitvoering vindt plaats terwijl het ziekenhuis volledig operationeel is. Dit betekent dat gebouwen pas afgebroken worden als de nieuwe in gebruik zijn genomen. Er zal sprake zijn van tijdelijke aanpassingen om het zorgproces gedurende de bouwfase te borgen. Om te zorgen voor voldoende flexibiliteit maar ook voor een robuuste borging van de belangrijkste waarden is een ontwikkelleidraad opgesteld. Deze ontwikkelleidraad maakt het mogelijk het gebied globaal te bestemmen (flexibiliteit in de toekomst) en de belangrijkste waarden te borgen door ontwikkelingen en plannen te laten beoordelen door een kwaliteitsteam, dat toetst aan de hand van deze ontwikkelleiddraad.

Zij zal steeds het belangrijkste doel per thema in het oog houden en bepalen of het doel op dat moment op de juiste manier bereikt wordt en of de waarde op de juiste manier recht gedaan wordt. Op basis van het masterplan zijn in deze ontwikkelleidraad de ruimtelijke uitgangspunten en ontwerpprincipes voor de toekomstige stedenbouwkundige opzet en de buitenruimte van de zorgcampus vastgelegd. Deze ontwikkelleidraad dient als toetsingskader op het moment dat er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Dit geldt voor alle organisaties die gevestigd zijn binnen de plangrenzen van de zorgcampus. De leidraad gaat eerst kort in op het proces dat moet leiden tot het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten en waarden voor ecologie, stedenbouw, architectuur, landschap, verkeer en parkeren en hydrologie benoemd, zoals die zijn geformuleerd in de verschillende beleidsdocumenten van gemeente Tilburg, de provincie, het waterschap, het ziekenhuis en in het masterplan. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 de gewenste ruimtelijke kwaliteit beschreven aan de hand van ontwerpprincipes per deelgebied.

V E R S I E M A S T E R P L A N K A A R T M E T M A A I V E L D PA R K E R E N ( 29 M E I 2020)

5

inleiding

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

4

TILBURG

L E I J PA R K

ETZ ELISABETH

S I T U AT I E K A A R T Z O R G C A M P U S E N O M G E V I N G

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

6

gCAMPUS

2. PROCES

7

2. PROCES De langdurige ontwikkeling van de zorgcampus vraagt om flexibiliteit en aanpasbaarheid van het plan zonder dat de belangrijkste waarden in het geding komen. Om dat goed vorm te geven hebben het ETZ en de gemeente besloten om een bestemmingsplan op te stellen met daarbij een ontwikkelleidraad. Het gaat om een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op basis van de Crisis- en herstelwet. Dit betekent dat beleidsregels onderdeel uit kunnen maken van het bestemmingsplan en als toetsingskader gelden bij omgevingsvergunningen. Deze ontwikkelleidraad wordt als beleidsregel vastgesteld bij het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan regelt voornamelijk de programmatische aspecten van het plan, het maximaal aantal m2 bebouwing en maximale hoogtes, ontsluiting en parkeren, de ecologische verbinding, de watervoerende zones, de helikopter landplaats enz. Al deze aspecten zijn van belang om de relevante onderzoeken te kunnen uitvoeren en de omgeving voldoende inzicht te geven in WAT er gaat komen. HOE het er komt wordt vooral geregeld door deze ontwikkelleidraad en het kwaliteitsteam dat alle plannen beoordeelt die in het gebied tot uitvoering worden gebracht. Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Verbeelding 2. Toelichting 3. Regels De ontwikkelleidraad is als beleidsregel onderdeel van de regels. De 3 onderdelen vormen één onlosmakelijk geheel.

Waar het wet- en regelgeving betreft wordt door de omgevingsdienst getoetst aan de onderdelen 1 t/m 3. Waar het het beschrijven van ruimtelijke kwaliteiten betreft is de ontwikkelleidraad richtinggevend en ook maatgevend. De tekeningen in deze ontwikkelleidraad zijn ter illusttratie en derhalve niet definitief. De voorgestelde en nog uit te werken ontwerpen en ontwikkelingen worden getoetst aan de in de ontwikkelleidraad beschreven kwali- tei¬ten. De ontwikkelleidraad wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

DOEL KWALITEITSTEAM ZICHT OP DE LEIJ

Het kwaliteitsteam bewaakt de integrale kwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling (landschap, stedenbouw, architectuur, ecologie, water en verkeer) zoals deze is voorgesteld in het masterplan. Het kwaliteitsteam toetst aanvragen voor de omgevingsvergunning aan de ontwikkelleidraad. Het kwaliteitsteam adviseert de omgevingscommissie.

PROCES KWALITEITSTEAM Alvorens aanvragen worden voorgelegd is vooroverleg met het kwaliteitsteam gepland waarin het kwaliteitsteam wordt geïnformeerd over de ontwikkeling. Dit vooroverleg vindt plaats zo vaak als nodig is, bijv. bij start, in schetsontwerp- en/of voorlopig ontwerpfase. Het overleg vindt plaats minimaal 2 maanden voor het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning.

BEZETTING KWALITEITSTEAM Het kwaliteitsteam bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente, het waterschap en het ETZ en omvat de vakdisciplines ecologie, landschap, water, architectuur, stedenbouw, verkeer en de projectleider van ETZ en van de gemeente. De voorzitter en 50% van de leden (de disciplines architectuur, stedenbouw, water en bouw- en stedenbouwfysica) van het kwaliteitsteam is onafhankelijk.

I N R I C H T I N G S P L A N E N W E T N AT U U R B E S C H E R M I N G Voorafgaand aan de realisatie van de plannen wordt in samenwerking met ETZ, het waterschap, de gemeente en de provincie een inrichtingsplan opgesteld, met een ecologische onderbouwing m.b.t. het functioneren van de verbindingsfunctie van de Ecologische VerbindingsZone (EVZ). De provincie dient goedkeuring te verlenen aan dit inrichtingsplan. De gemeente Tilburg toetst het inrichtingsplan op het functioneren. Een ontheffing Wet natuurbescherming, voor zowel het gedeelte stikstof als soortenbescherming, moet voorafgaand (per fase) geregeld zijn, voordat door het kwaliteitsteam kan worden getoetst aan de ontwikkelleidraad. Mitigerende of compenserende maatregelen moeten passen binnen de kaders van de ontwikkelleidraad.

8

H + N + S · O N T W I K K E L L E I D R A A D z or g C A M P U S

3 . uitgangspunten

9

3. UITGANGSPUNTEN DRIE ZONES

MICROMILIEUS OEVERS

25

m S L AN

DO

E L SOO

RT

RA

E R ZO N

1:10

D

G

mi n.

EV

E

O

CORRIDOR

m

/S

TRUW

DO

DO

De Leij en haar oevers vallen binnen het Natuurnetwerk Brabant en dienen als ecologische verbindingszone in een stedelijke omgeving. De kwaliteit, omvang en samenhang van de (aanwezige) natuur wordt daarmee zoveel mogelijk gewaarborgd. Deze status heeft consequenties voor afmeting en inrichting van het beekdal, dat voldoende robuust moet zijn om menselijke invloeden op te nemen. Een verscheidenheid in vegetatie en grote variatie in milieuomstandigheden, zoals nat-droog en voedselarm-voedselrijk zijn daarbij belangrijk.

E L SOO

D E E C O LO G I S C H E V E R B I N D I N G S ZO N E

EEL

m. 50

RT

ge

BOS

natuurvriendelijke oever

3.1 UITGANGSPUNTEN ECOLOGIE

E L SOO

RT

terrastalud

GEWENST EINDBEELD ■ ■Oever: oeverplanten (riet, lisdodde); rietvogels (rietzanger, oeverzwaluw, ijsvogel), libellen, amfibieën, kleine zoogdieren ■ ■Gras: kruidig grasland; insecten (dagvlinders, sprinkhanen) ■ ■Struweel: inheemse struiken en heggen

Uitgangspunt is dat de ecologische verbindingszone in de toekomst én gedurende het gehele ontwikkelingsproces moet (blijven) functioneren voor de doelsoorten waarvoor de verbinding bedoeld is. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de nabij gelegen Natura 2000-gebieden. ■ ■Minimaal 25 m breed, gemiddeld 50 m breed (5 ha. over lengte van 1 km.). ■ ■Geen (wandel- of fiets-)paden door de EVZ. Alleen noodzakelijke paden loodrecht op de EVZ om van de ene kant naar de andere kant te kunnen komen. ■ ■Paden buiten de EVZ zijn mogelijk, mits rekening wordt gehouden met de EVZ; geen externe werking op de EVZ door verlichting op EVA en geen verstoring door geluid en beweging. ■ ■Compensatie voortkomend uit de aantasting van bestaande natuur (Wnb, NNB en stadsnatuurkaart 2040) zal voorafgaand dan wel minimaal tegelijkertijd aan de aantasting van de betreffende natuurwaarde gerealiseerd zijn. ■ ■Geen externe verstoring op de EVZ (beek en oevers) door bijvoorbeeld verlichting. ■ ■Langs de wegen die de verbindingszone kruisen is geleiding aangebracht, bijvoorbeeld in de vorm van amfibieschermen, zodat amfibieën en reptielen richting de faunapassages worden geleid. ■ ■Doelsoorten worden nader uitgewerkt naar aanleiding van de visie die wordt opgesteld in samenwerking met gemeente, waterschap, provincie en ETZ.

D E L E I J A L S E C O LO G I S C H E V E R B I N D I N G S ZO N E

(braam, meidoorn, sleedoorn); vogels, insecten en amfibieën Bron: Groene schakels, voorbeeldenboek ecologische verbindingszones, Provincie Noord-Brabant

■ ■Corridor bestaat uit (vochtig) bloemrijk grasland, struweel en natuurvriendelijke oevers. ■ ■Doelsoorten in de corridor: kamsalamander, vleermuizen, bunzing * ■ ■De beek en oevers mogen niet aangelicht worden. ■ ■Oeverbreedte aan zuidzijde (A58) van de Leij is minimaal 10 meter. Aan de noordzijde (ziekenhuis)kan hiervan worden afgeweken mits het gemiddelde van 50 meter breedte over

het volledige traject van de Leij binnen het plangebied wordt gehaald en de oevers aan beide zijden van de Leij functioneren voor de aanwezige soorten en vastgestelde doelsoorten. ■ ■Oevers lopen door onder de bruggen, incl. een droge faunapassage. Onder de bruggen minimaal 10 meter oever aan de zijde van de A58 en aan ziekenhuiszijde zo breed als voor functioneren van de doelsoorten nodig is. ■ ■De bruggen moeten functioneren voor de aangegeven doelsoorten en aanwezige soorten (bijvoorbeeld hoog genoeg boven het water komen dat ze voor vleermuizen passeerbaar zijn). De breedte van de brug en schaduwwerking onder de bruggen moet worden afgestemd op de aangegeven doelsoorten en aanwezige soorten. ■ ■Plaatselijk steil talud is toegestaan mits de oevers aan beide zijden van de Leij functioneel blijven voor de aanwezige soorten en doelsoorten. ■ ■Verschillende zones in corridor moeten toegankelijk zijn voor beheer. ■ ■Natuurvriendelijke oevers met flauw profiel (1:10) creëren nieuw micromilieu, plaatselijk steil talud voor oeverzaluw en ijsvogel; bij beperkte ruimte kan een terrastalud worden toegepast (vormt een plas-dras situatie), mits de oever in zijn geheel kan blijven functioneren voor de betreffende doelsoorten

* Onderbouwing doelsoorten:

Kamsalamander. De EVZ die beoogd wordt nabij het ziekenhuis is van het type ‘Nat Kralensnoer’, zoals de provincie dat beschrijft in haar Voorbeeldenboek ‘Groene Schakels’. De doelsoort die bij dit type verbinding genoemd wordt in het voorbeeldenboek is de kamsalamander. De kamsalamander is een soort die kritisch is voor wat betreft de waterkwaliteit en de inrichting van poelen. Daarbij stelt deze soort hoge eisen aan de passeerbaarheid van wegen. Om sterfte onder kamsalamanders bij wegen te voorkomen dienen er goed functionerende faunapassages aanwezig te zijn, met voldoende geleiding richting de passage.

Vleermuizen. Vleermuizen zijn gekozen als doelsoort omdat ze kritisch zijn voor wat betreft hun eisen voor een donker landschap. Veel soorten hebben baat bij donkerte. Vleermuizen dienen hier als vertegenwoordiger van deze grote groep dieren.

Bunzing. De bunzing is een kleine marterachtige die in zijn leefgebied water nodig heeft. Deze soort is gekozen als voorbeeld van een soort die gebaat is bij een kleinschalig, afwisselend landschap met voldoende dekking. De soort komt voor aan de zuidoostkant van Tilburg, zo blijkt uit NDFF-gegevens.

gCAMPUS

3.

uitgangspunten

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

10

POELEN

NIEUWE POEL

■ ■Vanwege de realisatie van het ziekenhuis wordt de Leij verbreed, hierbij komt een bestaande poel te vervallen. Een nieuwe poel moet worden toegevoegd in het gebied voorafgaand aan het dempen van de aanwezige poel. ■ ■Oppervlakte van minimaal 100 m2, jaarrond minimale diepte van 75 cm, langgerekte oever op de noordelijke kant (profiel 1:5). ■ ■Poelen mogen niet in verbinding staan met de Leij, dit ook ter voorkoming van een vissen-

POELEN

populatie die een bedreiging vormt voor amfibieën (een van de doelsoorten). ■ ■Situering idealiter in de buurt van struweel of bos maar bomen mogen niet te dicht langs de poel staan, vanwege de schaduwvorming (voor amfibieën is een zonnige poel van belang ivm de opwarming van de eieren). ■ ■Voor de doelsoorten (waaronder de kamsalamander) is het van belang dat de verschillende poelen maximaal 300-400m van elkaar liggen, zodat het leefgebied wordt vergroot. min. 100 m2 voorkom schaduwvorming

1:5

min. 75 cm

max. 300 - 400 m

Bron: Groene schakels, voorbeeldenboek ecologische verbindingszones, Provincie Noord-Brabant

11

gCAMPUS

3.

13

uitgangspunten

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

12

3 . 2 U I T G A N G S P U N T E N S T E D E N B O U W, ARCHITECTUUR EN LANDSCHAP CAMPUSMODEL: STEDENBOUW EN ARCHITECTUUR Het masterplan voor de transformatie van St. Elisabeth ziekenhuis locatie Elisabeth kenmerkt zich door een door het landschap slingerend beddenhuis. Deze slinger zweeft boven het landschap middels een plint die over twee verdiepingen transparant is vormgegeven. Het is de bedoeling dat aan deze transparante as diverse paviljoens worden gekoppeld die in en op het maaiveld in een parklandschap komen te staan.

VERBINDINGEN TUSSEN GEBOUWEN De paviljoens hebben altijd een zekere afstand van de transparante as en zijn middels zoveel mogelijk transparante verbindingen functioneel gekoppeld. De minimale afstand is 2 stramienen dus ongeveer 2x 7.8 m is 15.6 m. De transparantie wordt zoveel mogelijk gemaakt door verticale glasvlakken van vloer tot plafond. De campusgedachte die zo ontstaat valt of staat met de ligging en onderlinge afstand van de paviljoens. Het is vanuit deze conceptuele gedachte belangrijk dat de paviljoens en de beddenslinger bij elke uitbreiding deze afstand en transparantie respecteren.

ALZIJDIGHEID GEBOUWEN P L AT T E G R O N D S T R U C T U U R O N T W E R P G E B O U W

Deze opzet leidt voor alle onderdelen tot gebouwen met een alzijdigheid naar de omringende omgeving. Door deze opzet is het mogelijk het omringende landschap als een soort deken onder en door de bouwdelen te laten lopen. De omliggende parkstructuur kan bijvoorbeeld worden gecontinueerd door op een paar plekken de parkroutes door te laten lopen onder de gebouwverbindingen. Het zou zelfs mogelijk kunnen zijn (afhankelijk van beheersbaarheid en veiligheid) routes plaatselijk door het nieuwe ziekenhuis heen te leiden. Deze toegankelijkheid geeft dat het nieuwe ziekenhuis ook voor de omliggende buurt van meerdere kanten bereikbaar en passeerbaar is. Al deze ambities moeten de alzijdigheid van het nieuwe ziekenhuis vergroten.

L E I J PA R K L O O P T T U S S E N G E B O U W E N D O O R Zoals boven al benoemd loopt het park als een aparte laag onder het ziekenhuis en tussen de ziekenhuis onderdelen door. Hierdoor krijgen de hoofdstructuren een zekere mate van continuïteit en wordt het gebied doorwaadbaar ondanks de in het park geplaatste bouwdelen. Dat betekent ook dat de paviljoenpatio’s zich naar het landschap open en vriendelijk laten DOORSNEDE STRUCTUURONTWERP GEBOUW

vormgeven. Lopend door de gebouwen zorgt dit voor een herkenbare structuur buiten, die van

PAV I L J O E N S A A N C E N T R A L E A S

gCAMPUS

3.

15

uitgangspunten

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

14

binnenuit zichtbaar is en oriëntatie vergroot. Je kunt denken aan een doorlopend wadi gebied of een strook van zelfde beplanting. Het is daarbij niet de bedoeling dat elke patio een eigen thema, kleurtje of afwerking krijgt. Dat betekent overigens niet dat door toevoeging van individuele elementen zoals kunst de patio herkenbaar kan worden gemaakt. Op ooghoogte zijn doorkijkjes mogelijk door gebouwdelen heen, dit verhoogt vanuit landschappelijk oogpunt de herkenbaarheid en doorwaadbaarheid. De positionering van de gebouwdelen zal zorgvuldig moeten gebeuren zodat het gebouw niet te kolossaal over komt.

G E FA S E E R D B O U W E N Het masterplan zal over een lange periode (van 2020 t/m 2050), in verschillende fases ontwikkeld worden. Dat betekent dat de functionaliteit van de verschillende plekken op het terrein in de tijd zal wijzigen. Dit kan leiden tot een andere vraag en een andere invulling van onderdelen. De opzet die gekozen is zal deze wijzigingen in de tijd moeten kunnen opvangen. In de aanvraag van een ontwerp worden tijdelijke posities of tijdelijke oplossingen meegenomen in de beoordeling.

PA R K E R E N G E S TA P E L D A L S A M B I T I E Een eerste ambitie is het verkleinen van het parkeeroppervlak middels het realiseren van een geconcentreerde parkeervorm. De in het masterplan gekozen oplossing is voor nu het bouwen van een parkeergarage, die het mogelijk zal maken de toekomstige gebouwen ruimer en beter in het landschap te situeren. De gebouwvorm en plek ervan zal zoveel mogelijk opgenomen moeten worden in het landschap, herkenbaarheid en vindbaarheid mogen daarbij niet uit het oog worden verloren. Door de realisatie van het parkeergebouw zal er ruimte moeten ontstaan voor de gefaseerde vorm van bouwen.

G E B O U W M E T R E ACT I E O P D E D O K T E R B LO E M E N L A A N

U I T B R E I D B A A R H E I D PAV I L J O E N A A N AT R I U M Z I J D E I N C O M B I N AT I E M E T E E N Z O G R O E N M O G E L I J K E I N V U L L I N G

De nieuwe structuur van het ziekenhuis is erop gericht om een duidelijker en directere toegang te bieden vanaf de snelweg en de hoofdstructuur van Tilburg. Daar waar nu een omweg moet worden gemaakt naar de entree van het bestaande ziekenhuis is er straks een directe en duidelijke ontsluiting van de hoofdingang mogelijk. Dit betekent wel dat er in de fasering een moment komt dat de hoofdingang zal worden gewisseld. Vanaf de eerste ontwikkeling met de realisatie van het acute blok zal de nieuwe entree gebruikt worden voor de ontsluiting van de acute functies. De Dokter Bloemenlaan wordt daarmee de ontsluitingsweg om het acute blok te bereiken. Het nieuwe masterplan zal orthogonaal haaks of gelijk met deze toegangsweg worden ontwikkeld op een gridstructuur. Er zal een stedenbouwkundige reactie komen op de zichtas vanaf de Dokter Bloemenlaan (om de Dokter Bloemenlaan te beëindigen, te verwijzen naar de hoofdentree en de campusstructuur te benadrukken).

U IT B R E I D I N G E N VO LG E N D E GRIDSTRUCTUUR

gCAMPUS

3.

VA R I AT I E I N B E B O U W I N G De gridstructuur is in dit stadium een middel om de paviljoens en beddenhuis te structureren. Het is uiteraard geen must om de gebouwen exact op de gridstructuur te houden. Vanuit stedenbouwkundig en architectonisch oogpunt zal bij de uitwerking van de structuur met redenen worden gekozen om afwijkingen op de gridstructuur te maken mits het parkkarakter van de campus niet wordt aangetast, het de gebouwde omgeving ten goede komt en de ecologische functie van de EVZ niet wordt aangetast.

H I Ë R A R C H I E VA N G E B O U W E N De beddenslinger is een herkenbare entiteit van het ziekenhuis en heeft vanuit functionaliteit waar nodig een verschil in hoogte. Het is in vormentaal en uitdrukking duidelijk familie van het totale ziekenhuis maar onderscheidt zich wel als een herkenbaar deel. Omdat deze slinger het hoogste element wordt is de beddenslinger het herkenningselement van het nieuwe ziekenhuis. Variatie in hoogte kan ook voorkomen als een stedenbouwkundige/architectonische reactie op ruimtelijke structuren vanuit de directe omgeving. Zowel vanaf de rijksweg A58 als vanaf de Dokter Bloemenlaan is het ziekenhuis door de beddenslinger straks als eerste zichtbaar.

PAV I L J O E N S Z E L F D E O F V E R S C H I L L E N D E Zoals gezegd is in hiërarchie de beddenslinger de meest prominente. Qua architectuur en vormentaal zullen alle paviljoens zich daarbij aansluiten. Ze zijn als het ware familie. Qua materialisatie en keuze van behandeling zullen alle gevels zich aansluiten bij de vormentaal. Echter als het gaat om vlakverdeling en ritme kunnen de paviljoens wel degelijk van elkaar afwijken.

DE PLINT

PAV I L J O E N S T R U C T U U R

uitbreidbaarheid en vernieuwing paviljoens aan buitenzijde over gehele breedte om coherente bouwmassa te behouden

17

uitgangspunten

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

16

De vormgeving van de plint zal zoveel mogelijk aansluiten bij de afzonderlijke paviljoens die elk weer een eigen identiteit kunnen hebben maar ook passen bij de vormentaal van het geheel. De plint is daarbij op de eerste twee lagen het verbindende element van het ziekenhuis. Vanuit deze plint is de verbinding met de andere bouwdelen op verschillende plaatsen zichtbaar en logisch. Functioneel worden er vanzelfsprekende en korte verbindingen gemaakt zodat deze voor patiënt en bezoeker op elk moment duidelijk zijn. In de plint zijn zoveel mogelijk de algemene functies opgenomen zodat ze ook kunnen dienen voor aangenaam wachten en restauratieve en ondersteunende voorzieningen. Het moet er aangenaam toeven zijn voor patiënten die een hele dag in het ziekenhuis moeten doorbrengen, voor bezoek, maar ook een passant die koffie komt drinken of iemand met een zakelijke afspraak.

In de plint wordt zoveel mogelijk glas toegepast van vloer tot plafond om het transparante karakter te benadrukken. Om het zwevende karakter van de paviljoens te benadrukken wordt de vloer van de begane grond waar mogelijk buiten de gevels doorgetrokken. Dit effect wordt verstrekt doordat het landschap er onderdoor loopt.

HEALING ENVIRONMENT FYSIEK EN ZICHTBAAR Doordat het landschap zo prominent aanwezig is en zichtbaar vanuit alle delen van het nieuwe ziekenhuis, werkt dit voor patiënten mee aan hun healing environment. Van natuurlijke omgeving is immers wetenschappelijk aangetoond dat ze meewerken aan het herstel van patiënten. Tevens zorgt een natuurlijke omgeving met veel bomen en water voor verkoeling van de gebouwde omgeving.

Natuurbeleving tot aan/in het gebouw ...

Parkroutes tussen gebouwen door

gCAMPUS

3.

Overgang van cultuurlijk naar natuurlijk

CAMPUSMODEL: LANDSCHAP

VERKEERSSTRUCTUUR

De tweede component van het campusmodel is het onderliggende landschap. Het ontwerp voor het landschap is geïnspireerd op enerzijds het historische beekdallandschap van de Leij en anderzijds op het naastgelegen Leijpark. Beiden worden op de zorgcampus met elkaar verbonden en krijgen een eigentijdse interpretatie. Een prettige landschappelijke uitloopruimte voor de stad en een plek waar bezoekers en gebruikers van de zorgcampus zich comfortabel kunnen voelen. De volgende principes zijn daarbij van belang: ■ ■Het landschap sluit naadloos aan op de gevels van de gebouwen, de paviljoens staan ‘met de voeten in het landschap ■ ■De ruimte voor landschap en ecologie wordt maximaal opgerekt. De patio’s van de paviljoens worden zo groen mogelijk ingericht. Transparante gevels versterken het gevoel van het doorlopende landschap. Het is de ambitie om natuurinclusief te bouwen. ■ ■De opbouw met ‘losse’ paviljoens aan een hoofdas maakt het mogelijk om wandelpaden tussen de gebouwen door te laten lopen en daarmee een toegankelijk landschap te creëren als verlengde van het Leijpark. De paden sluiten naadloos aan op de padenstructuur van het park en zorgen voor continuïteit en samenhang. Ook de materialisering en vormgeving sluit aan op het vloeiende padenverloop uit het Leijpark van architect Springer.

In groter verband vormt de campus een verbindende schakel tussen de stad en park Moerenburg-Koningshoeven aan de zuidoostzijde van het plangebied. De campus kan daarmee betekenis krijgen als uitloopgebied voor de stad. Daarbij horen goede langzaamverkeersverbindingen in het gebied en is een nieuwe verbinding tussen de hoofdfietspaden Koningshoeven en Hilvarenbeekseweg/Broekhovenseweg via de zorgcampus gewenst. In de nieuwe opzet van de campus wordt de hoofdontsluiting gespiegeld en wordt het ziekenhuis bereikbaar via de Dokter Bloemenlaan. De entree van de campus komt dan aan de landschappelijke zone met De Leij te liggen. Via de Leijweg zal het verkeer aan de zuidwestzijde het terrein kunnen verlaten via een aansluiting op de Hilvarenbeekseweg. Het bezoekersparkeren wordt aan oostzijde georganiseerd, medewerkers parkeren aan de westzijde. De parkeervoorzieningen worden zorgvuldig ingepast in de landschappelijke omgeving tussen de beek en de poelenzone. Het aantal parkeerplaatsen (in- en uit-) dat kan worden ontsloten via de Kempenbaan is begrensd op 400 parkeerplaatsen.

LANDSCHAPPELIJKE OPBOUW

... dus ook in de binnentuinen

Paden structuur sluit aan op Leijpark parkroutes door gebouwstructuur

Drie waterrijke zones als ruimtelijke drager (de Leij, wadi & poelen)

19

uitgangspunten

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

18

De landschappelijke opbouw van de campus wordt gevormd door een cultuurlijke en parkachtige component en een meer natuurlijke component. De cultuurlijke component legt de verbinding met de sfeer van de Engelse landschapsstijl van het Leijpark en zal op de gehele campus rond de (intensievere) gebruikszones te vinden zijn. De meer natuurlijke component wordt gevormd door het beeksysteem en biedt ruimte aan het vergroten van biodiversiteit. Het beeksysteem wordt uitgebreid naar drie waterrijke zones, bestaande uit de beek zelf, een wadizone t.b.v. regenwateropvang en een poelenzone. De wadizone, die tussen de paviljoens doorloopt zal de historische beekloop van de Leij zoveel mogelijk volgen. Door de combinatie van parkachtige en meer natuurlijke sferen zal de campus een afwisselend en vriendelijk karakter hebben. Samen met een comfortabele en herkenbare inrichting van de buitenruimte zal dit bijdragen aan een ‘healing environment’ die van belang is voor de zorgfunctie van de campus. Bijzondere aandacht is nodig voor de ruimtelijke samenhang en continuïteit, onder andere m.b.t. materiaalgebruik, meubilair en verlichting op het gehele terrein. Omdat het landschapsplan in fasen uitgevoerd zal worden, is het van belang dat de materialen die in de eerste fase toegepast gaan worden de standaard vormen voor de latere fasen.

Dit geldt ook voor de bruggen, die zich als één ‘ontwerpfamilie’ gaan manifesteren. De eerste bruggen zijn daarmee ook voorbeeld voor de latere bruggen. Noodzakelijke gebouwde nutsvoorzieningen, zoals electriciteitskastjes, dienen integraal onderdeel te zijn van het buitenruimte-ontwerp.

TIJDELIJKHEID Zowel voor de bebouwing, het omliggende landschap als voor het functioneren van de zorgcampus voor verkeer, ecologie, waterhuishouding etc. geldt dat er gedurende de hele ontwikkeling aandacht moet zijn voor het realiseren van een afgerond geheel na elke fase, evt. met een tijdelijke inrichting. Juist omdat het zo’n langlopend proces betreft, zal iedere fase een samenhangend ruimtelijk geheel moeten zijn en als zodanig moeten kunnen functioneren. De volgende fase zal moeten verder bouwen op de voorgaande, met masterplan en leidraad als ruimtelijk kader. Beslissingen en ontwerpkeuzes die in een eerder stadium worden gemaakt gelden vervolgens als leidend voor de volgende ontwikkelfase, om de ruimtelijke samenhang te waarborgen.

Hoofdontsluiting eenrichtingsverkeer

20

H + N + S · O N T W I K K E L L E I D R A A D z or g C A M P U S

21

3.3 UITGANGSPUNTEN HYDROLOGIE DOORSTROOMPROFIEL ONDER BRUGGEN

HERMEANDERING

BRUG min. 50 cm boven T10-peil

A58 ZIJDE

ZIEKENHUIS ZIJDE

min. oever breedte afhankelijk van de doelsoorten

In het algemeen kan gesteld worden dat de nieuwe ruimtelijke inrichting gericht moet zijn op duurzaam waterbeheer, waarbij rekening wordt gehouden met overstromingen en het tegengaan van verdroging. Onder anderen door het reserveren van voldoende ruimte om water zo lang mogelijk vast te houden in het gebied. Uiteindelijk zal het water met een zo hoog mogelijke kwaliteit afgevoerd worden op de beek. Ruimte wordt zowel in/op de nieuwbouw gezocht als in de buitenruimte. Bij de verdere uitwerking is afstemming nodig met het waterschap, vanwege de samenhang van hydrologische en ecologische ambities en plannen op de zorgcampus en in de directe omgeving. Algemeen aandachtspunt is dat de ontwikkelingen op de zorgcampus geen wateroverlast in de toekomst mogen veroorzaken en dat ze moeten bijdragen aan de doelen van de beek vanuit de Kaderrichtlijn Water en vanuit de functie als ecologische verbindingszone. Hieronder worden de uitgangspunten voor de buitenruimte benoemd, waarbij we onderscheid maken tussen de beek en de omgang met regenwater.

min. 10 m oever

DE LEIJ EN POELEN

W AT E R V E I L I G H E I D

W AT E R R E T E N T I E

zo lang mogelijk regenwater vasthouden

realiseren van voldoende waterberging Leij heeft een geisoleerde ligging

voorkom instroom vervuild grondwater

■ ■Borging watervoerende functie o.a. i.r.t. klimaatverandering (toenemende hoogwaterafvoer). ■ ■Onder de bruggen minimaal 10 meter oever aan de zijde van de A58 en aan ziekenhuiszijde zo breed als voor functioneren van de doelsoorten nodig is. Uitgangspunt is dat de brug constructie droog moet blijven bij een T100-peil van de beek en minimaal 50cm boven het T10-peil moet liggen. ■ ■Inzetten op hermeandering beek, bijv. door vergraving, in kader van beekherstel. Voor zover dat mogelijk is binnen het huidige profiel en daar waar werkzaamheden verricht worden. ■ ■Waarborgen en zo mogelijk verbeteren waterkwaliteit in De Leij: ■ ■Bevorderen schaduwwerking op enkele plekken langs beek door beplanting op oever ■ ■Randvoorwaarde: instroming van vervuild grondwater vanuit voormalige stortplaats moet voorkomen worden, bijv. door aanpassing oostelijke oever van de beek en door aanleg wadi’s op huidige ziekenhuisterrein ■ ■Randvoorwaarde: verlaging grondwaterstanden als gevolg van de campusontwikkeling moet voorkomen worden en huidige verval tussen voormalige stortplaats en oppervlaktewater beek moeten behouden of verkleind worden. ■ ■Voor toekomstige poelen en retentiebekkens moet uitgegaan worden van een geïsoleerde ligging t.o.v. mogelijk vervuild grondwater uit voormalige stortlocatie.

O M G A N G M E T R E G E N W AT E R ■ Zo lang mogelijk vasthouden regenwater op eigen terrein door het realiseren van voldoen de waterberging - de waterbergingscapaciteit zal hierbij voldoen aan de bestaande richt lijnen (zie ook onderzoek Arcadis) ■ ■Een gewenste verbinding / overloopmogelijkheid tussen de Nieuwe Leij en de toekomstige wadizone moet i.s.m. het waterschap nader onderzocht worden bij verdere uitwerking.

Bronnen -

Hemelwaterstelsels ETZ locatie Elisabeth (Arcadis jan. 2020)

-

Geohydrologische onderzoek, verlegging van De Leij te Tilburg (Geofoxx jan. 2020)

-

Bestemmingsplan Kempenbaan West (Gemeente Tilburg, 2013)

-

Analyse en ontwikkelopgaven Kempenbaan Oost en West, gemeente Tilburg, mei 2019

-

STOWA Handboek Geomorfologisch Beekherstel p. 25, 26

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

22

gCAMPUS

23

4. ONTWERPPRINCIPES

DEELGEBIEDEN

OV ERG A N G S ZON E LEIJ PA RK Omdat de ontwerpprincipes uitspraak doen over de integrale ruimtelijke kwaliteit zijn ze in dit hoofdstuk geordend naar deelgebied en niet thematisch ingestoken. De uitgangspunten uit het vorige hoofdstuk zijn integraal in ontwerpprincipes verwerkt. We maken onderscheid in 4 samenhangende deelgebieden; het beekdal, het entreegebied, de wadizone en de overgangszone Leijpark. Hoofdontsluiting en parkeren tenslotte zijn wel thematisch opgenomen.

P

P

P W

ZO I D A

NE

P PARKEREN EN HOOFDONTSLUITING

E BE

K

L A D

DE

I E L

J

P

ENT REEZON E

V I J F D E E L G E B I E D E N : B E E K D A L D E L E I J , E N T R E E Z O N E , W A D I Z O N E , H O O F D O N T S L U I T I N G E N PA R K E R E N & O V E R G A N G S Z O N E L E I J PA R K

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

4.1 BEEKDAL DE LEIJ Naast watervoerende functie en ecologische verbindingszone vormt het beekdal ook een belangrijke landschappelijke structuur, die de verschillende gebieden in de omgeving aaneenrijgt. Dit vraagt een integraal landschappelijk ontwerp, waarin alle functies een plek krijgen. Niet alleen hydrologische en ecologische functies, maar bijvoorbeeld ook recreatieve gebruiksmogelijkheden en de rol als ‘healing environment’ voor de zorgcampus.

or

24

gCAMPUS

25

■ ■Toekomstige bruggen overspannen de hele beekloop, incl. oeverzone en overstroombare delen, om een goede doorstroming te behouden en ecologische passage mogelijk te maken. ■ ■Behoud continuïteit beekloop en voorkom fragmentatie, bijv. door (te veel) bruggen.

BEEKDAL ■ ■Karakter: transparante uitstraling beekdal met afwisselend bloemrijk gras, opgaande beplanting/bomen groepsgewijs gesitueerd, natuurvriendelijke oevers en open water. ■ ■Breedte beekdal: minimaal 25m breed en gemiddeld 50 m breed over de gehele lengte van de beek. ■ ■De functionaliteit dient voorafgaand aan de plantoetsing en realisatie bebouwing getoetst en geborgd te zijn a.d.h.v. het inrichtingsplan. ■ ■Ter hoogte van de nieuwbouw dient de oever van de Leij te functioneren voor de aanwezige soorten en vastgestelde doelsoorten. ■ ■Poelen kunnen onderdeel zijn van het beekdal, maar liggen altijd geïsoleerd t.o.v. de waterloop. Ook bij hoog water dienen deze poelen buiten de waterloop te blijven. Hooguit eens in de zoveel jaar mogen de poelen overlopen met water uit de beek. ■ ■Verstoring door licht op het beekdal en op de oevers moet voorkomen worden. Verlichting van bruggen, wegen en gebouw wordt op zodanige manier vormgegeven dat er geen directe straling op water en oevers is. ■ ■Onderhoud wordt bij voorkeur uitgevoerd vanuit de beek.

25 m 70 m

P R O F I E L B E E K LO O P

15 m

9m

56 m 23 m

N

17 m

1:10

95 m N

32 m

B E E K LO O P ■ ■Incidentele omlegging beekloop ter hoogte van nieuwbouw. Deze omlegging moet buiten de zone van de vuilstort blijven. ■ Bewerkstelligen hermeandering beek voor zover dat mogelijk is binnen het huidige profiel, bijv. vergraving. ■ Bevorderen stroomsnelheid, bijv. door toevoegen van dood hout in beekloop. Hierdoor worden ook aantrekkelijke micromilieus gecreëerd. Bij verdere uitwerking (o.a. hoe en waar) zal afstemming nodig zijn met het waterschap. ■ ■ Afwisselend flauwe en steile oevers met verschillende oriëntatie op de zon, doorlopende natuurvriendelijke oever ook t.p.v. bruggen aan de zuidzijde (A 58) minimaal 10 m breed.

84 m

1:10

40 m 74 m 40 m

V E R S C H I L L E N D E B R E E DT E S B E E K D A L

A F W I S S E L E N D E O E V E R S V O O R V E R S C H I L L E N D E M I C O R O K L I M AT E N

REFERENTIE BEELDEN BEEKDAL

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

26

gCAMPUS

27

4.2 ENTREEZONE De entreezone is het visitekaartje van de zorgcampus. Naast functie voor het ziekenhuis is in dit gebied ruimte voor (moeras)natuur en waterberging, afgewisseld met hoger gelegen ‘eilanden’ die bereikbaar zijn via bruggen en dammen. Het is een samenhangend ensemble van bebouwing en landschap met een uitnodigend karakter. Niet alleen het beekdal maakt deel uit van de entreezone, het waterrijke karakter wordt versterkt door de aanleg van een poelenzone aan de meest oostelijke zijde van het terrein. De delen tussen beekdal en poelenzone vormen de ‘eilanden’ waar ruimte is voor andere functies, zoals maaiveldparkeren. Deze functies worden op een landschappelijke manier ingepast in het entreegebied. Vanaf het moment dat de entreezone betreden wordt is er een monumentaal zicht op het ziekenhuis, waarbij het gebouw zich op een contrastrijke manier manifesteert in de natuurlijke en parkachtige omgeving. De parkeervoorzieningen zijn zodanig gesitueerd, dat het zicht op de entree van het ziekenhuis gewaarborgd blijft. De hoofdontsluiting passeert poelenzone, eilanden en beekdal en eindigt op het entreeplein, waarmee een geleidelijke overgang ontstaat van een natuurlijk en parkachtig karakter naar een meer stedelijke uitstraling.

De bestaande grondwal, die nu geïsoleerd aan de zuidzijde van het plangebied ligt, moet integraal onderdeel gaan uitmaken van het toekomstige ontwerp.

LANDSCHAP

wadizone Leijhoeve SEH plein

entree plein

poelenzone

landschappelijk ingepast maaiveldparkeren

■ ■Karakter: natuurlijke uitstraling t.h.v. beekdal en poelenzone, parkachtige uitstraling op de eilanden met boom- en heestergroepen in (afwisselend bloemrijk als gemaaid) gras. ■ ■Padenstructuur (geen paden in de EVZ): voortzetting van padenstuctuur Leijpark, zowel in logische verbindingen als in vormgeving (Engelse landschapsstijl Springer). Grondwal betrekken in padenstructuur. ■ ■Aanleg maaiveld entreezone in principe baseren op ophogen in plaats van afgraven i.v.m. vervuilde ondergrond. Ophoogstrategie biedt mogelijkheid voor o.a. aanplanten bomen en realiseren poelen.

R E F E R E N T I E B E E L D PA D E N S T R U C T U U R

beekzone

SITUERING ENTREEZONE

bewortelings-

huidige leeflaag

diepte

extra aan te brengen grond

afgraven/ophogen

huidige (vervuilde) ondergrond HOOFDPRINCIPE RELIËF EN BEPLANTING door op te hogen creëren we ruimte om hoogteverschillen te maken en bomen aan te planten, en tegelij-

DOORSNEDE OVER ENTREEZONE

kertijd de bestaande leeflaag in stand te houden

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

28

gCAMPUS

POELENZONE

29

I N T E G R AT I E G R O N D W A L

■ ■Karakter: natuurlijke zone met transparante uitstraling, die als een ondiepe ’droge’ beekbedding aan de oostelijke rand van het entreegebied is gesitueerd. Met ruimte voor ondiepe poelen (diepte afhankelijk van doelsoorten) en (tijdelijke) waterberging. ■ ■Breedte: de poelenzone kan verschillen in breedte waarbij een zone wordt aangehouden die het ecologisch functioneren van de poelenzone waarborgt. ■ ■Uitgangspunt bij aanleg poelenzone is dat wordt voldaan aan de milieutechnische eisen m.b.t. het in stand houden van de leeflaag op de voormalige vuilstort. ■ ■Poelen en (tijdelijke) retentie liggen geïsoleerd t.o.v. het water in de beek. ■ ■Inrichting poelen voldoet aan ecologische uitgangspunten, maar maakt tegelijkertijd integraal deel uit van landschappelijk ontwerp entreezone. ■ ■De poelen zijn onderling verbonden t.b.v. doelsoorten die van de poelen gebruik maken. De poelen worden afgeschermd van de weg.

■ ■Integratie bestaande grondwal met entreezone door een meer geleidelijke en landschappelijke overgang, streven naar één ruimtelijk geheel. Evt. i.c.m. gebouwde parkeervoorziening. ■ ■Beplantingsstructuur op grondwal en overig maaiveld in samenhang ontwerpen. Evt. toegevoegde grond aan grondwal biedt mogelijkheid voor aanplant van bomen. ■ ■Grondwal opnemen in wandelpadenstructuur.

GRONDWAL PRINCIPE

POELEN PRINCIPE

REFERENTIE BEELDEN POELEN

R E F E R E N T I E B E E L D E N I N T E G R AT I E G R O N D W A L

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

30

gCAMPUS

31

I N PA S S I N G M A A I V E L D PA R K E R E N ■ ■Maaiveldparkeren wordt zo landschappelijk mogelijk ingepast, bijv. door verhoogde wal letjes en parkachtige bomen rondom en op het parkeerterrein. Hierdoor worden de auto’s gedeeltelijk aan het zicht onttrokken. Deze walletjes kunnen worden opgenomen in het glooiende maaiveldontwerp. ■ ■Regenwaterinfiltratie zoveel mogelijk bevorderen, bijv. door infiltratiegreppels of (deels) halfverharding.

ENTREEPLEIN ■ ■Het entreeplein ligt aan de ‘overkant’ van de beek en maakt deel uit van het ensemble van gebouwen door de (keer)muur die het hoogteverschil met het water overbrugt. Daarmee wordt een bastion aan het water gevormd. ■ ■Het bastion vormt een contrast met het natuurlijke karakter van het beekdal (bij bebouwing van de oever dient een goed functionerende faunapassage opgenomen te worden afgestemd op de aanwezige soorten en vastgestelde doelsoorten. ■ ■Entree en plein zijn goed zichtbaar vanaf de ontsluitingsweg, maar mogen geen verstorend effect hebben op de beek en oeverzones om de werking van de ecologische verbindingszone te waarborgen. ■ ■Karakter: het plein heeft een uitnodigende en vriendelijke uitstraling met ruimte voor voetgangers en een bescheiden afzetmogelijkheid. Het stimuleert comfort en gemak voor de bezoeker, loopafstanden worden zo beperkt mogelijk gehouden.

landschappelijk ingepast maaiveldparkeren SEH plein

entree plein D O O R S N E D E V E R Z O N K E N M A A I V E L D PA R K E R E N

S I T U E R I N G M A A I V E L D PA R K E R E N E N T R E E Z O N E

REFERENTIE BEELD CONTRAST GEBOUW EN BEEK

DOORSNEDE ‘BASTION AAN DE BEEK’

V E R D I E P T PA R K E R E N P R I N C I P E

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

32

gCAMPUS

4. ONTWERPPRINCIPES

4.3 WADIZONE

TUSSEN BEBOUWING

Om in de toekomst het regenwater zoveel mogelijk vast te houden op het terrein van het ziekenhuis, wordt een zone met wadi’s geïntroduceerd. Net als bij het beekdal fungeert deze wadizone niet alleen als regenwaterbuffer, maar kan een stevige landschappelijke structuur worden gevormd in het hart van de nieuwbouw. De wadizone vormt een aantrekkelijk en comfortabel gebied zowel voor de gebruikers van de zorgcampus als voor omwonenden. De ligging volgt grofweg de historische loop van De Leij en is daarmee een knipoog naar het verleden. Aan de oostzijde van de nieuwbouw heeft de wadizone bij voorkeur een overstromingsmogelijkheid op De Leij. ■ ■Karakter: parkachtige uitstraling met glooiende hoogteverschillen en geleidelijke overgangen tussen smalle en brede delen. De wadizone moet een aantrekkelijk beeld opleveren, zowel op de momenten dat de wadi’s vol met water staan, maar ook in tijden van droogte. Het parkachtige karakter sluit aan op het karakter van het Leijpark, maar wel met inzet op ecologische kwaliteiten. ■ ■Ook op het smalste deel tussen de gebouwen wordt zoveel mogelijk een parkachtige uit straling nagestreefd, strakke greppels moeten worden voorkomen. De padenstructuur loopt door aan één zijde van de wadi. ■ ■De wadizone draagt bij aan een aangenaam klimaat in het gebied, gaat verdroging tegen en geeft natuurlijke verkoeling, schaduw enz.

■ ■Afmetingen wadi’s: benodigde capaciteit moet in later stadium onderzocht worden. ■ ■Beplanting: parkachtige uitstraling met inheemse boom- en heestergroepen in (afwisselend bloemrijk en gemaaid) gras ter versterking van biodiversiteit. ■ ■Padenstructuur: voortzetting van padenstuctuur Leijpark, zowel in logische verbindingen als in vormgeving. Aan de noordzijde is een directe verbinding met het Leijpark gewenst. ■ ■Ruimte voor gebruiks- en verblijfsmogelijkheden, zoals steigertjes en natuurlijke speelvoorzieningen/spelaanleidingen. ■ ■Er vindt geen parkeren in de wadizone plaats.

33

wadi zone ETZ

wadi zone min. 15 meter

park OVERGANGSZONE

SITUERING WADIZONE

diepte voor water overschot wadi zone

BEKKEN

diepte voor water overschot wadi zone

DOORSNEDEN ‘LANDSCHAPPELIJKE LAAGTES’

REFERENTIE BEELDEN LANDSCHAPPELIJKE WADI’S

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

34

gCAMPUS

4. ONTWERPPRINCIPES

4 . 4 O V E R G A N G S Z O N E L E I J PA R K Aan de noordzijde, in aansluiting op het Leijpark, liggen de grootste kansen om een goede verbinding met de stad te maken zowel in ruimtelijk als functioneel opzicht. Een belangrijk principe hierbij is dat de verschillende deelgebieden (park, ziekenhuis, entreezone, woonwijk) op elkaar gericht worden en onderling verbonden worden. Daarnaast is het de wens van de stad om een fietsverbinding op stadsdeelniveau aan te leggen tussen de hoofdfietsroutes Koningshoeven en Hilvarenbeekseweg / Broekhovenseweg. De ontwikkeling van de zorgcampus biedt de kans om dwars door het gebied een aantrekkelijke oost – west (en v.v.) fietsroute aan te leggen (zie kaartje volgende pagina), die niet alleen beide hoofdfietsroutes verbindt, maar ook de bereikbaarheid van de zorgcampus (meer in het bijzonder het entreeplein en de SEH) zelf waarborgt. ■ Goede padverbindingen met het Leijpark. ■ Oriëntatie bebouwing op park- en entreezone. ■ ■Aandacht voor een aantrekkelijke plint, vooral aan de parkzijde. Deze zone is kwetsbaar door toegang ambulance en opstelplaatsen. Onaantrekkelijke achterkanten en hekken moeten worden voorkomen. ■ ■Open en transparant karakter beplanting in deze zone (grasvelden, boomgroepen in gras en water afgewisseld met kleine bosschages). Voorkom dichte bosgroepen, zowel in entreezone als in het park.

goede padverbindingen met het Leijpark

open en transparant karakter van beplanting

oriëntatie bebouwing op park- en entreezone

S I T U E R I N G O V E R G A N G S Z O N E L E I J PA R K

R E F E R E N T I E B E E L D O R I Ë N TAT I E O P PA R K

OVERZICHT GEWENSTE FIETSVERBINDING

35

H+N+S · ONTWIKKELLEIDRAAD z

or

36

gCAMPUS

37

4 . 5 H O O F D O N T S L U I T I N G E N PA R K E R E N De hoofdontsluiting van het ziekenhuis vindt plaats vanaf de Dokter Bloemenlaan. Eenmaal op het terrein splitst de ontsluiting zich in drieën: de toegang tot de SEH naar het noorden, de toegang tot het entreeplein om mensen af te zetten en de zuidelijke aftakking naar de parkeergarage voor bezoekers en naar de uitgang met een aansluiting via een rotonde op de Hilvarenbeekseweg. De parkeervoorzieningen voor de medewerkers worden via de westzijde georganiseerd. Hiermee wordt de weginfrastructuur zo efficiënt, compact en onnadrukkelijk mogelijk gehouden. De zorgcampus is goed bereikbaar voor langzaam verkeer. De verkeersstromen worden zo georganiseerd dat langzaam- en snelverkeer elkaar niet hoeven te kruisen. ■ ■Streven naar een minimale wegbreedte i.v.m. minimaliseren verharding en om foutparkeren tegen te gaan. ■ ■De drie benodigde bruggen voor autoverkeer zijn onderdeel van één ‘ontwerpfamilie’ en hebben een iconische en aantrekkelijke uitstraling. Ze dragen bij aan de ecologische ver binding langs de beek. ■ ■Maaiveldparkeren dient op een landschappelijke manier te worden ingepast met zoveel mogelijk capaciteit voor regenwaterinfiltratie. ■ ■Er is een duidelijke zicht op de entree van het ziekenhuis vanaf de parkeervoorzieningen. ■ ■Aangename, comfortabele en sociaal veilige paden, die voldoen aan de richtlijnen m.b.t.

toegankelijkheid voor mindervaliden, verbinden de parkeervoorzieningen met de entree. De afstand mag niet te groot worden. Bij de inrichting dient rekening gehouden te worden met de benoemde doelsoorten (bijvoorbeeld uitstraling van licht i.v.m. vleermuizen). ■ ■Het ziekenhuis is goed bereikbaar met het openbaar vervoer (gedurende de fasering vanaf de huidige bushalte aan de Professor van Buchemlaan, in de toekomst via de Dr. Bloemenlaan). ■ ■Het ziekenhuis is goed bereikbaar met de fiets (gedurende de fasering via het huidige fietspad, in de toekomst via de nieuw aan te leggen fietsverbinding).

6435 m2 6240 m2

2336 m2

2550 m2 19385 m2

5035 m2

n e vrij va wadizon eren park

In 21667 m2

700 stuks

Uit

T H E M A K A A R T O N T S L U I T I N G E N PA R K E R E N

REFERENTIEBEELD LANDSCHAPPELIJK I N G E PA S T M A A I V E L D PA R K E R E N

38

H + N + S · O N T W I K K E L L E I D R A A D z or g C A M P U S

39

COLOFON

Intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot uitgaven Alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de inhoud, waaronder tekst, geluid en/of beeld, van deze uitgave berusten bij H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers, is het niet toegestaan om enige inhoud openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. [Voor zover open-

De Ontwikkelleidraad zorgcampus is opgesteld door H+N+S Landschapsarchitecten in opdracht van het Elizabeth TweeSteden Ziekenhuis.

baarmaking en/of verveelvoudiging is toegestaan, moet steeds de bron worden vermeld indien dit wettelijk of contractueel verplicht is. Commercieel of onrechtmatig gebruik van enige inhoud van deze uitgave is niet toegestaan.]

Team H+N+S Landschapsarchitecten Nikol Dietz Hestia Zinsmeister

Inspanningsverplichting achterhalen rechthebbenden H+N+S B.V. heeft haar uiterste best gedaan om rechthebbenden van de inhoud, waaronder tekst, geluid en/of beeld, van deze uitgave te achterhalen. Indien u (mede)rechthebbende bent op enige inhoud en voor het gebruik daarvan niet als (mede)rechthebbende bent genoemd of daarvoor geen toestemming hebt verleend waar die wel vereist was, verzoeken wij u onmiddellijk contact op te nemen via mail@hnsland.nl.

Projectteam Marc Koster (ETZ) Jitske van Dijk (SAB) Niels van den Meijdenberg (Gortemaker Algra Feenstra architecten) Rob Bouwmeester (Gortemaker Algra Feenstra architecten) Maurits Algra (Gortemaker Algra Feenstra architecten)

Disclaimer ten aanzien van uitgaven H+N+S B.V. heeft uiterste zorg besteed aan de inhoud van deze uitgave. H+N+S B.V. wijst echter iedere vorm van aansprakelijkheid af voor onvolkomenheden of onjuistheden ten aanzien van de inhoud van de uitgave.

Datum 2 november 2021

H+N+S B.V. behoudt zich het recht voor de inhoud van de uitgave te wijzigen zonder dit vooraf aan te kondigen. Levering van concepten Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van H+N+S B.V. is het niet toegestaan om enige door H+N+S B.V. geleverde concepten, waaronder concept uitgaven, openbaar te maken en/of te verveelvoudigen.

Projectnummer 2637

40

H + N + S · O N T W I K K E L L E I D R A A D z or g C A M P U S

H+N+S Landschapsarchitecten Bezoekadres Soesterweg 300 3812 BH Amersfoort Postadres Postbus 1603 3800 BP Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11684305/1