CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 toelichting ontwerpbestemmingsplan

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herz. (Lange Nieuwstraat 156-158)31.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2019032-b001

20 april 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 4 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 4 1.2 Het plangebied 4 1.3 Voorgaande plannen 5 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 6 2.1 Rijk 6 2.2 Provincie 8 2.2.2 Interim omgevingsverordening 8 2.3 Gemeente 8 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 13 3.1 Inleiding 13 3.2 Welstand 13 3.3 Cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Verkeer en parkeren 14 3.5 Bomenbeleid Tilburg 16 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 17 4.1 Inleiding 17 4.2 Milieueffectrapportage 17 4.3 Milieuhinder bedrijven 17 4.4 Externe veiligheid 18 4.5 Vuurwerk 19 4.6 Geluid 19 4.7 Lucht 20 4.8 Geur 20 4.9 Bodem 20 4.10 Natuur en ecologie 22 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 25 5.1 Bestaand watersysteem 25 5.2 Beleidskader 26 5.3 Watertoets 27 Hoofdstuk 6 Opzet planregels 28 6.1 Inleiding 28 6.2 Bestemmingen en aanduidingen 28 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 29 Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 30 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 30 8.3 Omgevingsdialoog 30 8.4 Zienswijzen 30

13

30

Toelichting

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van een (boutique-) hotel aan de Lange Nieuwstraat 156-158 te Tilburg. Het (voormalige) dubbel herenhuis "Casa Cara" (nummer 156) en "Villa Anna" (nummer 158) zal plaats gaan bieden aan maximaal zestien hotelkamers. De buitenruimte zal ingericht worden voor onder andere een terras en tuin. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied ligt aan de rand van de Tilburgse Spoorzone. Aan weerszijden van het plangebied liggen woningen. Ten zuiden van het plangebied ligt het plangebied van de Spoorzone. Het hotel en de bij het hotel behorende buitenruimte worden ontsloten via het dwaalgebied rondom het voormalige Ketelhuis dat in de de Spoorzone ligt. Op deze manier is het hotel goed bereikbaar vanuit het Centraal Station.

Ligging plangebied (rode cirkel) in Tilburg t.o.v. Spoorzone

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

2

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016. Het bestemmingsplan staat niet toe een hotel te exploiteren op de locatie. Met de herziening zal aan de locatie de functieaanduiding " h6" worden toegekend. Hierdoor is het mogelijk de locatie te gebruiken als hotel.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

3

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.

Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.

In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

4

moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Motivering behoefte hotel Op 25 maart 2019 heeft de gemeenteraad het Koersdocument Spoorzone vastgesteld als algemeen richtinggevend kader voor de verdere ontwikkeling van de Spoorzone en het daarvoor op te stellen bestemmingsplan Spoorzone 2019. In het Koersdocument Spoorzone is rekening gehouden met de realisatie van een boutiquehotel in beide monumentale villa's. In het Koersdocument is opgenomen dat er nog marktruimte is voor kleinere onderscheidende overnachtingvoorzieningen in het centrum van de stad, zoals een boutiquehotel, en dat de Spoorzone hiervoor ruimte biedt. Zo staat het volgende opgenomen in het Koersdocument: "Nieuw te bouwen zone die de Spoorzone verbindt met de Theresiawijk. Achter het Ketelhuis is in de nieuwe tussenruimte ook eventueel ruimte voor een verbinding met het initiatief voor herontwikkeling van één of beide monumentale villa’s aan de Lange Nieuwstraat tot boutique hotel." Het plan is besproken in het planteam Theresiazone en hiervoor is draagvlak verkregen.

Deze ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het door het college van burgemeester en wethouders op 26 januari 2016 vastgestelde Accommodatiebeleid voor nieuwe logies initiatieven: 1. Beperkte marktruimte benutten om een kwalitatieve slag te maken in het aanbod; 2. Nieuwe logies-initiatieven faciliteren wanneer het een initiatief betreft dat voldoet aan (minstens) één van de volgende drie aspecten: a. Onderscheidend aanbod op een centrumlocatie zoals de Binnenstad -nabij stadscentrum-, Spoorzone of Piushaven; b. Of dat gericht is op doelgroepen die met het huidige aanbod nog niet bediend worden; c. Of als het gaat om een klein initiatief (bandbreedte 4-10 kamers), dat gevestigd is in een woonhuis of bijhuis en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis (een bed & breakfast); 3. Bestaand logiesaanbod bij de snel- of toegangswegen rond de stad en op bedrijventerreinen consolideren, en hier, na afronding van de plannen die nu nog in de pijplijn zitten, per saldo geen uitbreiding meer toe te staan. Het initiatief aan de Lange Nieuwstraat 156-158 past bij het accommodatiebeleid. Het gaat om een nieuw logiesinitiatief, in de Spoorzone. Daarmee voldoet het aan besluit 2, aspect a. Om bovengenoemde 'beperkte marktruimte' te actualiseren is er in 2019 een hotelmarktonderzoek gedaan (bijlage 1).

Het aanbod van hotelbedden is in 2019 geïnventariseerd en de vraag is in kaart gebracht. Op dit moment zijn er 13 hotels in Tilburg met samen 642 kamers. Er zijn daarnaast 31 bed & breakfasts met 70 kamers. In totaal zijn er 712 kamers beschikbaar in hotels en B&B's. Ten opzichte van het vorige onderzoek (2014/2015) is dit een toename van kamers van 68%. Naast de toename van het aantal kamers is ook het aantal hotelovernachtingen toegenomen. Het is meer dan verdubbeld (212%) sinds 2014. Het aantal overnachtingen is sterker gestegen dan het beddenaanbod. De hotelplannen in Tilburg die momenteel in beeld zijn, bevatten 315 kamers. Uit ervaring weten we dat hiervan een groot deel niet wordt gerealiseerd. We schatten in dat 100 kamers wel realistisch zijn. Ook in de regio zijn er volop plannen. Daarvan verwachten we dat 540 kamers realistisch zijn. Deze zijn vooral gericht op de groei van de Efteling. De vraag zal in Tilburg waarschijnlijk groeien met 2,1% per jaar in een behoudend scenario en 3,6% in een positief optimistisch scenario. Dat wil zeggen dat er ruimte is voor 161 tot 292 kamers in Tilburg. Dat betekent dat er na het beoogde hotel in de Spoorzone nog ruimte zou moeten zijn voor 61-192 kamers extra. De 16 kamers van de villa's passen hierbinnen.

Er is tot slot ten opzichte van 2014 een verbeterslag gemaakt in het aanbod ten opzichte van 2014, door het toevoegen van een sterk merk, door het toevoegen van het budgetaanbod in het centrum en door de kwaliteitsslag met vernieuwing. De diversiteit in het stadscentrum is nog steeds 'mager'. Er is nog steeds behoefte aan hotels die onderscheidend zijn, op zichzelf een reisdoel zijn en zelf nieuwe vraag aantrekken. Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

5

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, is eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht.

2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft deInterim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld.

De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Specifiek voor het plangebied geldt dat het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied Stedelijk gebied, binnen de onderverdeling stedelijk concentratiegebied. De ontwikkeling kan gezien worden als een duurzame stedelijke ontwikkeling. Met uitzondering van de bouw van een mogelijke lobby vindt er geen verdere verstedelijking plaats. Waar mogelijk wordt bij het monument gekeken naar klimaatadaptieve maatregelen.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

6

Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. a. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. b. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. c. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. a. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. b. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. c. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

7

<0000>

Duurzaam energielandschap Noord

De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein.

Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Het hotel aan de Lange Nieuwstraat draagt bij aan de verdere inrichting van de Spoorzone en het recreëren in Tilburg en omgeving. 2.3.2 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider.

Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten. In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: a. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; b. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

8

De Lange Nieuwstraat is aangewezen als een rustig lint. Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: a. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; b. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; c. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; d. behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); e. behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw. Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten.

In het bijzonder wordt hierna aandacht besteed aan het subthema cultuurhistorie. III Cultuurhistorie <0000> inzet erfgoed (objecten en structuur) als randvoorwaarde voor beheer en ontwikkeling <0000> meer zorg voor historische bebouwing en de kenmerkende korrelgrootte <0000> behoud van ensembles - maatregelen cultuurhistorie A. Planologisch vastleggen van cultuurhistorische ensembles B. Formaliseren in de systematiek van de beheerbestemmingsplannen C. Visie linten effectueren binnen specifieke planologische mogelijkheden Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

9

D. Stimuleren van hergebruik van waardevolle ensembles en monumenten E. Investeren in uitstraling en communicatie van/over de linten Met de toevoeging van de hotelfunctie naast de te handhaven woonfunctie, wordt het behoud van het Rijksmonument gestimuleerd. Hiervoor is al uiteengezet dat de hotelfunctie de verbinding zal vormen tussen de Spoorzone enerzijds en het woongebied ten noorden van de Spoorzone. De verbinding zie je onder andere terug in het creeren van een semi-openbaar gebied rondom de villa's. Het hotel gaat onderdeel uitmaken van het nog te ontwikkelen dwaalgebied rondom het Ketelhuis in de Spoorzone.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

10

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Cultuurhistorie en monumentenzorg Het plangebied is gelegen in de wijk Theresia. Tussen de linten zijn einde 19e en begin 20e eeuw nieuwe woonbuurten op een meer clusterachtige wijze gerealiseerd. Deze woonbuurten concentreren zich veelal rondom een centraal plein, dat dan ook een belangrijke functie heeft voor de herkenbaarheid van de buurt. Het eerste woningbouwplan is het plan ‘Nijveroord’ van Van Tulder voor gebied ten noorden van de NS-Werkplaats (Lange Nieuwstraat e.o.) dat rond 1870 werd gerealiseerd. Rond 1900 volgde het plan ‘Besterd’ tussen de huidige Nijverstraat en de Koestraat. Dit plan is één van de eerste planmatige ingrepen in de stad en zeer ruim van opzet. De bebouwing in het gebied is in opeenvolgende onderdelen door particulieren gerealiseerd. Hierdoor houdt het karakter van de straten in het gebied het midden tussen de zeer gevarieerde lintbebouwing en de later in het gebied gerealiseerde woonbuurten, die behalve stedenbouwkundig ook architectonisch een eenheid vormen. Met het aanleggen van goede wegen en de introductie van de stoommachine komt in de 19e eeuw de industrialisatie in Tilburg echt op gang. In deze periode worden zowel de stenen rijksweg tussen Breda en 's-Hertogenbosch (Bosscheweg) als de spoorlijnen naar Boxtel, Breda en 's-Hertogenbosch aangelegd.

In 1869 vestigt de Centrale Werkplaats van de Maatschappij tot exploitatie van de Staatsspoorwegen zich in Tilburg. In 2012 wordt de werkplaats verplaatst naar industrieterrein Loven en wordt het terrein vrijgegeven voor ontwikkelingen. Ten noorden van deze werkplaats wordt in 1871 ook de gasfabriek gebouwd die in 1911 wordt aangevuld met een elektriciteitsfabriek. Na de verhuizing daarvan naar de Ringbaan-Noord in 1980 wordt het complex gesloopt en de bodem gesaneerd. De Lange Nieuwstraat is omstreeks 1870 nieuw aangelegd en bestraat, volgens de legger van wegen en voetpaden van 1872 door de eigenaar van Nijveroord, en aan de stad afgestaan bij het leggen der gasbuizen langs over de straat. Dit was de architect H.J. van Tulder. Op de kaart van A. Arts ca. 1870 staat de Lange Nieuwstraat al aangegeven. De eerste officiële vaststelling van de straatnaam werd in 1881 door de gemeenteraad gedaan, en door de gemeenteraad iets uitgebreid in 1900: van de Gasthuisstraat langs het St, Joseph-gesticht tot de Koestraat.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

11

Het plangebied ligt aan de noordelijke rand van de voormalige NS-werkplaats. In de directe nabijheid van het plangebied bevindt zich aan de west- en zuidzijde veel erfgoed dat met dit industriële verleden te maken heeft. Onder meer de als gemeentelijk monument beschermde gebouwen van Ketelhuis en LocHal (Burgemeester Brokxlaan) zijn daarvan voorbeelden. Aan de lange Nieuwstraat liggen iets ten westen van het plangebied nog enkele gemeentelijke monumenten: een schakelstation uit 1955 en een voormalige stoomketelfabriek van de gebroeders Depréz uit 1884. Het hotel wordt gevestigd in de twee rijksmonumentale villa's die in 1902 gebouwd werden voor de gebroeders Depréz, de oprichters van de stoomketelfabriek. De villa's zijn ontworpen door de Tilburgse architect C.F. van Hoof (1861-1952).

3.4 Verkeer en parkeren 3.4.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.4.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.

De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.4.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.

Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

12

kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. Parkeren in dit bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in Zone A. Voldaan zal moeten worden aan de op basis van de nota benodigde pakeerbehoefte. Overeenkomstig de nota dient een hotel in Zone A per 10 kamers 1,5 parkeerplaats aan te leggen. Dat is inclusief parkeerplaatsen voor werknemers. Dit betekent in dit geval dat er 2,4 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd moeten kunnen worden, afgerond zijn dit 3 parkeerplaatsen. Het parkeren ten behoeve van het hotel zal plaatsvinden op eigen terrein (Lange Nieuwstraat 156).

Het hotel zal daarnaast goed bereikbaar worden voor bezoekers die gebruik maken van het openbaar vervoer.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

13

3.5 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening D e Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone.

Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant.

De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

14

De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

15

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r. beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied niet dus op grond hiervan is geen m.e.r. nodig.

Verder blijkt uit de in het vervolg van dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied bevindt zich op circa 4 km ten oosten van het plangebied. Vanwege de afstand leidt alleen stikstofdepositie eveneens niet tot mogelijke negatieve effecten op het natuurgebied. Zowel niet in de bouw- als gebruiksfase. Er heeft een vormvrije mer beoordeling plaatsgevonden (zie bijlage 2). Uit dit rapport blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. In het plan wordt een horeca-functie toegevoegd. De woonfunctie blijft gehandhaafd. Het betreft hier het toevoegen van een hotelfunctie. Hiermee kan voldaan worden aan de richtafstanden uit de VNG-brochure en kan voor de omliggende woonomgeving een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd worden.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

16

Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte (oud). Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3.

met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5. de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Het plan ligt niet binnen 2 km van een geitenhouderij.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron.

Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald. In de bij dit plan gevoegde Omgevingstoets milieuzonering en externe veiligheid locatie Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg (AGEL adviseurs, 2018) (bijlage 3) zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijn Breda - Tilburg. Het risiconiveau van deze transportroute is beschouwd en de verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico is voor deze risicobron ingevuld en opgenomen in de genoemde bijlage. Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

17

4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: <0000> Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; <0000> Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; <0000> Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; <0000> Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; <0000> Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden uit de beleidsvisie wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid. 4.4.4 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Breda - Tilburg. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobron is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie de eerdergenoemde bijlage Omgevingstoets milieuzonering en externe veiligheid locatie Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg). De brandweer Midden- en West-Brabant heeft aangegeven dat gebruik kan worden gemaakt van het standaardadvies, de relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording.

Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> het plangebied is gelegen buiten de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar ten gevolge van het spoortraject Breda – Tilburg. Er wordt voldaan aan de grenswaarde; <0000> het plangebied is eveneens gelegen buiten het plasbrandaandachtsgebied; <0000> Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de relevante transportroute gevaarlijke stoffen ligt, neemt het groepsrisico van deze risicobron in de toekomstige situatie niet toe; <0000> Maatregelen in het gebouw (zoals centraal afsluitbare ventilatie) en in de organisatie (bedrijfsnoodplan met ongeval gevaarlijke stoffen, risicocommunicatie met aanwezigen) kunnen bijdragen aan de optimalisatie van de veiligheid. Deze maatregelen worden afgewogen bij de uitwerking van het plan; <0000> de opkomsttijd van de brandweer bedraagt circa 4,5 minuten. Hiermee wordt voldaan de brandweerzorgnorm. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.

4.6 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

18

Het nieuwe bestemmingsplan maakt het mogelijk om de bestaande bebouwing te transformeren naar een (boutique-)hotel met maximaal 16 kamers. Hiervoor komt bovenop de bestaande functie Wonen-Lint de functieaanduiding horeca van categorie 6. Een hotel betreft geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder. Dit betekent dat er niet getoetst hoeft te worden aan de normen van de Wet geluidhinder voor wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai van gezoneerde industrieterreinen. Bovendien wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure waarmee voor de omliggende woonomgeving een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd wordt. Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

4.7 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Gelet op de entree via de Spoorzone is de verwachting dat de meeste gasten met het openbaar vervoer komen. De extra verkeersgeneratie dat toebedeeld kan worden aan een hotel met maximaal 16 kamers bedraagt worst case gezien ca. 18 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Deze extra bewegingen zijn ingevoerd in de NIBM-tool ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. Uit de rekenresultaten van de tool blijkt dat het aantal extra motorvoertuigbewegingen niet in betekenende mate bijdraagt. Daarnaast worden er geen luchtgevoelige bestemmingen, zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), planologisch gezien mogelijk gemaakt.

Vanuit de Wet milieubeheer bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.

4.8 Geur 4.8.1 Industriële geurhinder In en om het plangebied wordt geen zware industrie toegestaan. Hier zal dus ook geen sprake zijn van industriële geurhinder. 4.8.2 Agrarische geurhinder Binnen het plangebied en net buiten het plangebied is er geen sprake van het houden van vee en de daarmee gepaard gaande geurbelasting.

4.9 Bodem In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op ba-sis van een bodemonderzoek. In beginsel dient een bestemmingsplan(-wijziging) minimaal vergezeld te worden van een verkennend bodemonderzoek, conform de onderzoeksprotocol NEN 5740, die niet ouder is dan 5 jaar. De woningen aan de Lange Nieuwstraat 156 en 158 krijgen een nieuwe bestemming als hotel. In de eerste instantie wordt voor de herbestemming geen uitbreiding van de bebouwing voorzien, maar dit kan in een later stadium veranderen door de toevoeging van een lobby. Voor de bestemmingsplanwijziging is geen sprake van een gevoeliger gebruik ten opzichte van het huidige gebruik. Bodembeleid gemeente Tilburg Naast landelijke/nationale wet & regelgeving is het navolgende, lokale bodembeleid van belang. Nota 'In goede aarde' In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg.

De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (lange Nieuwstraat 156-158)

19

uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering (Gemeente Tilburg, beleidsontwikkeling, afdeling milieu, d.d. oktober 2003). Bodembeheerplan (Bodemkwaliteitskaart) Op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op onverdachte terreinen is de Tilburgse bodemkwaliteitskaart vastgesteld. In de Tilburgse bodemkwaliteitskaart worden bodemkwaliteitszones onderscheiden. Per bodemkwaliteitszone is de gemiddelde bodemkwaliteit vastgesteld. Het plangebied is gelegen in de bodemkwaliteitszone 'Wonen' (Toepassingskaart/Bodemfunctieklassenkaart). Ten aanzien van voornoemde zone/ambitieniveau mag de bodemkwaliteit niet verslechteren d.w.z., er mag in principe geen grond worden toegepast van een slechtere kwaliteit. Grond uit deze zone kan worden toegepast worden in de eigen zone of een zone met dezelfde kwaliteit ('Wonen') en in de zone 'Industrie'. Zie verder voor onder het kopje 'Bodemonderzoek/--kwaliteit plangebied'. Gebiedsgericht grondwaterbeheer (Gebiedsbeheerplan) De gemeente Tilburg heeft veel locaties met grootschalige grond- en grondwaterverontreiniging. Ter plaatse van het plangebied is dit aan de orde vanwege de aanwezigheid van specifieke grondwaterverontreinigingen. Met name verontreinigd grondwater belemmert de ontwikkeling van bedrijven en van de stad.

Het kost de gemeente en de bedrijven geld en (procedure-)tijd om het verontreinigd grondwater per locatie te saneren. Dat geld kunnen we effectiever inzetten via gebiedsgericht grondwaterbeheer. Gebiedsgericht grondwaterbeheer (Ggb) past binnen het wettelijk kader namelijk de Europese Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn, de Wet bodembescherming (ar-tikelen 3b, 55 en 88) en het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020. Gemeente Tilburg wil die mogelijkheid benutten om de kwaliteit van het grondwater onder Tilburg te verbeteren en te beschermen door gebiedsgericht beheer. Daartoe heeft zij een gebiedsbeheerplan opgesteld (versie mei 2016): we beschermen beekdalen en drink-waterwinning door er voor te zorgen dat verontreinigd grondwater daar niet naar toe stroomt. We monitoren de kwaliteit van het grondwater via een meetnet. We nemen maatregelen die de kwaliteit van het grondwater verbe-teren waar dat het meest effect heeft. We verwachten van bedrijven met een grondwaterverontreiniging een bijdrage aan de totale aanpak van de grondwaterverontreiniging (afkoop). Een particuliere ontwikkelaar bijvoorbeeld blijft weliswaar verantwoordelijk voor de bronaanpak (bronsanering), maar kan de aanpak van het grondwater overdragen aan de gebiedsbeheerder (gemeente).

Zo zorgen we er voor dat de kwaliteit van het grondwater op langere termijn voldoet aan de functie die het heeft en kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden. Achtergrondgehalten in grondwater In Noord-Brabant worden regelmatig verhoogde waarden voor (zware) metalen in grond en grondwater aangetroffen zonder direct aanwijsbare bron (verhoogde achtergrondgehalten). Dergelijke verhoogde achtergrondgehalten zijn eerder regel dan uitzondering, hebben een diffuus verspreidingsbeeld en kunnen sterk in tijd en ruimte varieren. Dit geldt ook voor de stad Tilburg en dus ook voor de 'Spoorzone'. Conform de gemeentelijke nota 'In goede aarde' zijn verhoogde concentraties aan (zware) metalen, zoals nikkel, koper, zink en arseen, in dergelijke gevallen als verhoogde achtergrondwaarden te beschouwen. Deze vormen over het algemeen geen actuele gezondheidsrisico's voor de gezondheid en het milieu. Bodemgegevens locatie Er is geen bodemonderzoek bij het bestemmingsplan ingediend. Ook in onze archieven zijn geen bodemonderzoeken bekend van deze locatie. Wel zijn in de directe omgeving diverse onderzoeken en saneringen uitgevoerd. Bodemgegevens omgeving Direct ten zuiden en ten westen van de locatie is in het verleden de NS werkplaats actief geweest. Uit veelvuldig uitgevoerde bodemonderzoeken is naar voren gekomen dat de bodem op de locatie heterogeen van samenstelling en kwaliteit is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695868/1