06 Toelichting met bijlagen-b001
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Centrum Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020034-b001
1 november 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
3
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen
3 4 5
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
6
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Verkeer en parkeren
6 8 9
14 14 14 14 15 15 18
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
21
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Trillingen 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Geur 4.10 Bodem 4.11 Natuur en ecologie
21 21 25 26 27 27 28 28 29 29 30
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
33
Hoofdstuk 6 Opzet planregels
36
6.1 Inleiding 6.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels 6.3 Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels 6.4 Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels 6.5 Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Burgerparticipatie en overleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Omgevingsdialoog 8.4 Zienswijzen
36 36 36 36 37
38 38
39 39 39 39 39
Toelichting
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
1
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
2
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Enkele jaren geleden is gestart met een transformatie van het gebied gelegen aan Bisschop Zwijsenstraat 18 26 te Tilburg. Het primair belang van herontwikkeling van deze locatie aan de Bisschop Zwijsenstraat is het behoud van de monumenten en het monumentale gevelbeeld in dit deel van de Binnenstad. Meer in het bijzonder het behoud van het ensemble van het oude klooster bestaande uit het voorhuis (nr. 20), de bijzondere kapel (interieur) en de refter. De planvorming voor deze monumentale panden loopt al heel lang, telkenmale was de haalbaarheid moeilijk. Het nu voorgestelde programma waarbij de kapel onverkaveld blijft doorbreekt deze impasse nu en maakt dit nu ook financieel haalbaar. Het plan is stedenbouwkundig akkoord en is in hoofdopzet in de omgevingscommissie besproken. Deze is akkoord met de voorgestelde bouwkundige aanpak en onderschrijft het concept van kleine eenheden (passend binnen de structuur van het monument en verwijzend naar het oude kloostercomplex) en het behoud van de refter en kapel, waarbij de kapel niet verder wordt verkaveld. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend.
Dit bestemmingsplan maakt onderdeel uit van een groter plan aan Bisschop Zwijsenstraat 18-26, waarbij op nummer 18-20 en in de refter appartementen worden gerealiseerd en in een achtergelegen kapel verblijven en ontmoeten. In de kapel wil men laagdrempelige daghoreca en/of flexwerkplekken met terras/buitenruimte waarbij bewoners gebruik kunnen maken van de kapel. Hiervoor is reeds een omgevingsvergunning verleend waartegen bezwaren zijn ingediend. Dit proces loopt nog. Aan B. Zwijsenstraat 24-26 staan twee grondgebonden woningen, welke passen in het vigerend bp. Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op de lege ruimte tussen Bisschop.Zwijsenstraat 20 en 24 (voorheen nummer 22). Op de gronden worden 7 wooneenheden gerealiseerd bestaande uit 1 maisonette en 6 appartementen.
Links huisnummer 18, rechts huisnummer 24 met in het midden een beeld van de mogelijke toekomstige bebouwing
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
3
In het midden mogelijke plattegrond nieuwe invulling.
1.2 Het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Bisschop Zwijsenstraat tussen huisnummers 20 en 24.
.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
4
Ligging plangebied
1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Centrum Zuid 2008, vastgesteld op 20 april 2009 en onherroepelijk op 23 juni 2010. De bouw van 7 wooneenheden op deze locatie past niet in het bestemmingsplan Centrum Zuid 2008. Het perceel heeft daarin de bestemming Gemengd. Met deze herziening wordt het bouwen en gebruik als woningen mogelijk.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
5
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.
Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 1. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 2. Afwentelen wordt voorkomen. Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit.
Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
6
Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden.” 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.
Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.
In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van 7 woningen mogelijk gemaakt. Uit de jurisprudentie blijkt dat voor kleinschalige ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. In de
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
7
overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeven dat een bestemmingsplan dat voorziet in niet meer dan 11 woningen in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2022) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld (zie hiernoder). Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.
<0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. 2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd.
In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
8
Verordening wegen. In de Verordening ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. In tegenstelling tot de provinciale Structuurvisie bindt de Verordening ruimte de gemeenten wèl rechtstreeks. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in 2022 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).
Aangezien de interim omgevingsverordening beleidsneutraal is en het initiatief voldoet aan de Verordening ruimte, wordt eveneens voldaan aan de interim omgevingsverordening.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000>
Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
9
Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad: Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan.
De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. <0000>
De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken <0000>
Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
10
ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente: in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. 2.3.2 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg.
Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten. In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: a. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; b. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: a. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; b. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; c. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; d.
behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); e. behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw. Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten. Ruimtelijke ordening: I Detailhandel/bedrijvigheid <0000> versterken dynamiek en levendigheid in de linten <0000> de linten economisch vitaal houden (o.a. ondernemersklimaat op peil houden) - maatregelen detailhandel/bedrijvigheid A. De dynamiek concentreren in bedrijvige linten B. Stimuleren de broedplaatsfunctie in bedrijvig linten C. Investeren in samenwerking tussen overheid en ondernemers II Wonen <0000> behouden en versterken van de diversiteit in bebouwing en bewoning <0000> beperken van appartementenbouw
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
11
<0000>
historisch karakter van de linten als woonkwaliteit behouden
- maatregelen wonen A. Aanpassing van de functie wonen in bestemmingsplannen B. Aanpassing van richtlijnen bouwbreedte en bouwhoogte (K1,'korrel overig') C. Stimuleren van nieuwe woonvormen III Cultuurhistorie <0000> inzet erfgoed (objecten en structuur) als randvoorwaarde voor beheer en ontwikkeling <0000> meer zorg voor historische bebouwing en de kenmerkende korrelgrootte <0000> behoud van ensembles - maatregelen cultuurhistorie A. Planologisch vastleggen van cultuurhistorische ensembles B. Formaliseren in de systematiek van de beheerbestemmingsplannen C. Visie linten effectueren binnen specifieke planologische mogelijkheden D. Stimuleren van hergebruik van waardevolle ensembles en monumenten E. Investeren in uitstraling en communicatie van/over de linten IV Stedenbouw <0000> zorgvuldiger omgaan met de linten door aandacht voor: 1. de korrel, maat en schaal van de bebouwing 2. aanwijzing van ensembles 3. aandacht voor de overgang van de linten naar de buurt 4. benadrukken van het verschil tussen monofunctionele woongebieden achter de linten en rustige en bedrijvige linten door een andere manier van bouwen (bijv. grotere diversiteit of meer stedelijke woningtypes aan de bedrijvige linten) 5. aandacht voor diversiteit in de linten - maatregelen stedenbouw A. Beperking van de bouwbreedte en bouwhoogte B.
Niet alleen kijken naar de bebouwingswand, maar naar de volledige diepte van het perceel C. Ondergronds parkeren is niet verplicht. Het is wel verplicht om parkeerplaatsen mee te verkopen. D. Door het beschermen van ensembles verwanding (= te lange en brede gebouwen) tegengaan V Openbare ruimte <0000> behouden en versterken van de herkenbaarheid en continuïteit van de linten <0000> investeren in de kwaliteit, uitstraling en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte - maatregelen openbare ruimte A. Afstemmen van evt. hogere eisen in de bedrijvige linten met beheer en onderhoud bedrijvige linten B. Groen waar het kan C. Meer aandacht voor het verblijfskarakter D. Efficiënter omgaan met parkeren E. Toepassen van principeprofielen voor rustige en bedrijvige linten F. Bij herinrichting linten aansluiten op het Meerjarenprogramma VI Samenwerking <0000> het collectief belang van de linten benadrukken en uitdragen 1. bedrijvigheid op bedrijvige linten vitaal houden 2. gezamenlijke laagdrempelige projecten opzetten - maatregelen samenwerking Voortzetten lintenmanagement op de Korvelseweg en Besterdring
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
12
Structuurvisie Linten oude stad: bedrijvige en rustige linten
Onderhavige locatie is gelegen aan een bedrijvig lint en past binnen bovenstaande maatregelen. 2.3.3 Binnenstadsvisie 21e eeuw Op 11 juli 2017 stelde het college van B&W de economisch-ruimtelijke visie voor de binnenstad van de 21e eeuw vast. De titel is: 'Tilburg Next, de binnenstad van Tilburg is klaar voor de 21ste eeuw'. De binnenstadvisie geeft antwoord op de vraag: 'Hoe krijgen we het voor elkaar om een dynamische, aantrekkelijke en toekomstgerichte binnenstad te realiseren?' We willen namelijk een binnenstad die aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend is.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
13
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Het onderhavige plan laat geen gebouwen hoger dan 15 meter toe. 3.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet.
Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit.
Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg In april 2020 is door Transect een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd voor de ontwikkeling van Bisschop Zwijsenstraat 18-22. In oktober 2022 is dit rapport aangevuld (zie bijlage 1). Op basis van het bureau- en booronderzoek is geadviseerd in het plangebied op de plaats van het nieuwe appartementengebouw een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet, Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
14
voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Er moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Hiervoor is een Programma van Eisen (PvE) geschreven, dat voorziet in de kaders voor dit onderzoek. Het PvE dient vóór aanvang van het veldwerk te zijn beoordeeld en ondertekend door de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid (zie bijlage 2). Er is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De hoge archeologische verwachting uit het Programma van Eisen is met dit proefsleuvenonderzoek niet bevestigd. Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen tijdens het onderzoek (zie bijlage 3). Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling.
3.4 Volkshuisvesting De voorgenomen ontwikkeling van 7 appartementen aan de Bisschop Zwijsenstraat (voorheen huisnummer) 22 verlangt vanwege het beperkte aantal geen toetsing of onderbouwing volgens de Ladder voor Duurzame stedelijke ontwikkeling. Alhoewel toetsing niet nodig is, past het plan in de gemeentelijke woningbouwopgave en voldoet het aan de beleidsdoelen-Wonen in de Woonagenda 2020-2025. Met dit project worden 7 appartementen aan het centrum stedelijk woonmilieu toegevoegd die onder andere bij kunnen dragen aan doorstroom van ouderen en het binden van kenniswerkers aan onze stad. Voor het verder verloop van de planontwikkeling wordt aanbevolen de woning(en) levensloopbestendig te ontwerpen en te laten voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen.
3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg.
Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
15
Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn.
In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom, met uitzondering van plekken waar reeds bebouwing stond. Er hoeft voor dit plan geen boomeffectanalyse te worden gemaakt voor de bomen die met hun beschermingscirkels over de plangrens vallen. Wel moet er een boombeschermingsplan komen, waarbij een ruim gebied van de kroonprojecties van de bestaande bomen worden afgezet tijdens de bouw. Er staan monumentale bomen in het Vrijheidspark, waardoor er al meer afstand zal moeten worden gehouden. Het is in elk geval niet mogelijk om bouwverkeer of materiaalopslag in het Vrijheidspark te plaatsen. Het vrijheidspark zal niet gebruikt worden als bouwplaats, materiaalopslag of bouwweg. In 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de afweging gemaakt om een esdoorn en een monumentale es te kappen die in het plangebied staan, ten behoeve van de bouw van een nieuw appartementencomplex met bijbehorende parkeerbak aan de Bisschop Zwijsenstraat 22.
Kap van de monumentale es is alleen mogelijk als er sprake is van een zeer zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang (Artikel 4, lid 2a, Bomenverordening Gemeente Tilburg 2021). Het college heeft eerder (2018) geoordeeld dat met de bouw van het appartementencomplex aan nr. 22 sprake is van een zeer zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, omdat de nieuwbouw samen met het te restaureren reftergebouw aan de noordzijde, de entree vormt naar het Vrijheidspark en het eerder ontstane opening in de bebouwingsstructuur van de Bisschop Zwijssenstraat -ter hoogte van nr. 22- kan helen. Bovendien wordt met het bouwplan ook de sociale veiligheid in het Vrijheidspark versterkt. Voor de esdoorn geldt dat deze boom valt in de basiswaarde van de Boomwaardezoneringskaart (BWZ). Deze boom heeft geen bijzondere landschappelijke of cultuurhistorische waarde. Het handhaven van de monumentale boom en de esdoorn op hun huidige standplaats, is met het bouwplan (appartementencomplex en parkeerbak) niet mogelijk. Een bouwvolume met minder wooneenheden is niet haalbaar, mede omdat de bouw samenhangt met de hele ontwikkeling en restauratie van de panden aan Bisschop Zwijsenstraat 18-20. Omdat het handhaven van de monumentale boom om de huidige plaats niet haalbaar is gebleken, is in 2017 ook onderzocht of de monumentale boom verplant zou kunnen worden naar een andere plek in het park.
Er is daarom door Copijn Boomspecialisten een verplantingsonderzoek (zie bijlage 4) uitgevoerd naar de monumentale es, om te zien of het mogelijk was om deze boom te verplanten naar een andere locatie in het Vrijheidspark. Het algemene conditiebeeld en kwaliteit van de boom is destijds beoordeeld als voldoende (licht verminderde conditie en -kwaliteit). Ook zijn er diverse gebreken en afwijkingen geconstateerd, die gebruikelijk zijn voor een boom met deze leeftijd (ruim 80 jaar). De groeiplaatsomstandigheden zijn vanuit een bodemonderzoek gemiddeld genomen als matig beoordeeld. Hierdoor is er ook sprake van een matige
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
16
kwaliteit van de kluit. In ongewijzigde omstandigheden heeft de boom een toekomstverwachting van circa 10 jaar (middelhoog). Bij het maken van een inschatting van de mate van verplantbaarheid, is onder meer rekening gehouden met de boomsoort, de leeftijd, de groeiplaatsomstandigheden en de boomconditie. De onderzochte boomsoort (es) staat bekend als een relatief lastig teverplanten soort vanwege de vlezige wortels. Daarbij komt dat er diversekwaliteitsproblemen zijn waargenomen, zowel in de boom zelf, als ook in de groeiplaats. Verder is mede gezien het levensstadium van de boom het regeneratievermogen (herstelvermogen) naar verwachting beperkt. Op basis van de inspectie van de boven- en ondergrondse delen van deze boomacht Copijn Boomspecialisten het boomtechnisch gezien onvoldoende verantwoord om de boom teverplanten. Ook in geval van enkele jaren voorbereiding geldt een negatief verplantadvies. Vanwege het zeer zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang van het bouwplan, als ook het negatief verplantadvies van Copijn Boomspecialisten, heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om de monumentale es te laten kappen. De waarde van de monumentale es en de esdoorn is berekend en hiervoor betaalt de ontwikkelaar een compensatiebedrag. Er is eerder bezwaar gemaakt tegen de kapvergunning en dat bezwaar is gegrond verklaard (2021).
In het kader van de omgevingsvergunning voor de bouw van de appartementen wordt de kapvergunning (omgevingsvergunning) opnieuw verleend. De initiatiefnemer compenseert de waarde van deze bomen en inmiddels zijn er, vooruitlopend op de kap, 3 nieuwe bomen in het Vrijheidspark geplant. Het nieuwbouwplan is een zgn. polderdak. Dat is een groen dak dat ook water bergt. Tevens is het voorzien van zonnepanelen. Verder wordt rondom het gebouw voorzien in beplanting met ecologische waarde. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2.
het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur.
Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
17
Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten.
Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer). 3.5.4 Nota Ruimte voor Buitenspelen Naar aanleiding van de ambities uit de Kadernota Jeugd en de behoefte aan algemene voorwaarden ten aanzien van richtlijnen voor de aanleg van speelplekken is de nota Ruimte voor Buitenspelen (2003) opgesteld. Doel van de nota is dat de jeugd als volwaardige medegebruikers van de openbare ruimte wordt geaccepteerd. Spelen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een kind. De nota geeft o.a. een analyse van de formele speelruimte in Tilburg weer. Algemene voorwaarden ten aanzien van speelruimte (veiligheid, bereikbaarheid, spreiding, ruimtegebruik, inrichting) en programmering van de spelenplannen en inrichtingseisen van speelruimte komen aan de orde. Een minimumnorm voor formele speelruimte wordt gesteld om voldoende speelruimte te kunnen garanderen.
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen transformatiegebieden (> 50 woningen), nieuwbouw en bestaande bouw. Transformatiegebieden Er worden twee stappen doorlopen: 1. per hectare uitgegeven gebied wordt 300m2 van de ruimte gereserveerd voor formele speelruimte; 2. de huidige grondoppervlakte aan formele speelruimte per kind bedraagt voor Tilburg 7,2m2. Naar aanleiding van het aantal kinderen woonachtig in het transformatiegebied wordt bepaald hoeveel formele speelruimte er in een wijk/buurt gerealiseerd dient te zijn. Nieuwbouw Bij nieuwbouwgebieden wordt uitgegaan van stap 1. De inrichting van de formele speelplekken wordt gedaan aan de hand van de actieradius voor speelplekken. In de toekomst zal dit wordt gedaan naar aanleiding van gegevens vanuit het woningbouwprogramma waarmee een schatting gemaakt zal kunnen worden van het aantal kinderen dat in de nieuwbouwwijk komt te wonen (dit wordt in het kader van de uitvoering van de nota Ruimte voor Buitenspelen uitgewerkt).
3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties.
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
18
De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen.
Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.
3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. Voor het onderhavige plan dienen minimaal 5 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden aangelegd. Er worden 2 woningen van 70-130 m2 bvo gerealiseerd en 5 woningen van >130 m2 bvo.
De parkeereis die daaruit voorkomt betreft alleen het bewonersdeel, te weten 2*0,7 en 5*0,8 = 5,4, afgerond 5 parkeerplaatsen. Deze moeten op eigen terrein worden opgelost. Voor bezoekersparkeren wordt hier geen parkeereis opgelegd omdat de ontwikkeling in zone A, binnen de invloedssfeer van een openbare parkeergarage ligt. In het plangebied worden ten behoeve van de te realiseren woningen op eigen terrein 10 parkeerplaatsen gerealiseerd. De 10 parkeerplaatsen zijn tevens bedoeld voor bewoners van Bisschop Zwijsenstraat nummer
Centrum-Zuid 2008, 5e herziening (Bisschop Zwijsenstraat 22)
19
18-20 en 24-26, omdat deze locaties te klein zijn voor om voor de wooneenheden te voorzien in de realisatie van parkeergelegenheid voor haar eigenaren. De gemeente Tilburg heeft dergelijke kritische situaties bij ontwikkelingen in de binnenstad voorzien en hanteert in haar parkeerbeleid een aantal uitzonderingsregelingen. Het plan maakt hiervan gebruik. Hieronder wordt e.e.a. toegelicht. Regeling 'vrijstellingsregeling bezoekersparkeren binnenstad' (paragraaf 3.2.2 van de parkeernorm) Het plan ligt binnen de invloedssfeer van een openbare parkeergarage (Koningsplein) . Door gebruikmaking van deze regeling wordt geen parkeereis gesteld voor het bezoekersparkeren bij nieuwe ontwikkelingen. Regeling ‘oud voor nieuw’ (paragraaf 2.2.3 van de parkeernorm) Bij het berekenen van de parkeerbehoefte ‘’hoeft niet gecompenseerd te worden voor een eventueel parkeertekort uit het verleden’’. ‘’Op basis van de actuele parkeernormen wordt berekend wat in de bestaande en toekomstige situatie de parkeerbehoefte is.’’ Voor de uitgangssituatie voor het parkeertekort moet uitgegaan worden van de locatie in ongesloopte toestand en dus de aanwezigheid van 5 woningen op de Bisschop Zwijsenstraat 18-20. DE bijbehorende parkeernormen mag conform deze regeling in aftrek gebracht worden ban het te realiseren aantal parkeerplaatsen voor het gehele plan.
Het plan biedt ruimte voor in totaal 10 parkeerplaatsen, half verdiept en gedeeltelijk onder het appartementencomplex. Deze parkeerplaatsen worden, middels pasjessysteem, beschikbaar gesteld aan de toekomstige eigenaren van de ontwikkeling. In onderstaande betrekening is de totale parkeerbehoefte in kaart gebracht en het aantal te realiseren parkeerplaatsen verrekend waarbij de beide regelingen zijn verdisconteerd.
Voor de goede orde wordt vermeld dat de 217 m2 bvo dag-horeca in de kapel niet is meegeteld in de berekening omdat hier alleen bezoekersparkeren aan de orde is, waarvoor een vrijstellingsregeling geldt. Het kritische punt van het parkeren is met het realiseren van de parkeerbak en het niet in eigendom uitgegeven van de parkeervakken opgelost. Er is, getuige bovenstaande berekening op basis van het parkeerbeleid, geen sprake van een tekort aan parkeren voor het plan. De bepaling uit de koopovereenkomst dat er minimaal twee opstelplaatsen voor personenauto’s ter plaatse van nummer 20 moet worden gerealiseerd kan daarmee komen te vervallen omdat voldaan wordt aan het parkeerbeleid en de -norm.