06 Toelichting BP Hoefstraat 145 met bijlagen
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021018-c001
23 november 2021 23 mei 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
4
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur
4 5 6 6
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
12
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Bedrijvigheid 3.7 Kantoren 3.8 Detailhandel 3.9 Verkeer en parkeren
12 13 14
19 19 19 19 21 21 24 24 24 25
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
28
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie
28 28 28 29 30 31 32 32 33 33
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
36
5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Duurzaam watersysteem 5.4 Watertoets
36 36 36 37
Hoofdstuk 6 Opzet planregels
38
6.1 Inleiding 6.2 Standaard plansystematiek 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 6.4 Bouw- en gebruiksregels
38 38 38 39
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
40
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
41
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Omgevingsdialoog 8.4 Zienswijzen
41 41 41 41
Toelichting
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de herontwikkeling van de winkel met kamerverhuur op percelen Hoefstraat 143/145 en Bisschop Janssenstraat 1 te Tilburg naar 11 extramurale zorgwoningen en 4 middel -dure appartementen. Het betreft het perceel sectie N, 13143 & 13142. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
Afbeelding 1: aanzicht gevel Bisschop Janssenstraat
Afbeelding 2: aanzicht gevel Hoefstraat
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
2
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat percelen Hoefstraat 143/145 en Bisschop Janssenstraat 1 en wordt globaal begrensd door gemengde functies in de vorm van lintbebouwing in het noorden, de Hoefstraat in het oosten, de Bisschop Janssenstraat in het zuiden en woningen in de vorm van lintbebouwing in het westen.
Afbeelding 3: Ligging plangebied (rood omkaderd) in gemeente Tilburg.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
3
Afbeelding 4: Ligging plangebied "Groenseind-Hoefstraat"
1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van bestemmingsplan "Groenseind 2017" vastgesteld op 17 maart 2018.
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Ruimtelijke structuur Groeseind, Hoefstraat, Pastorieklamp en Rosmolen zijn opgebouwd rond de historische linten en de later aangelegde Ringbaan-Noord en Oost. Aan de linten is veel historische bebouwing aanwezig, met daarachter soms nog herkenbare structuur van bedrijvigheid (o.a. voormalige textielindustrie). Tussen de linten is de bebouwing veelal projectmatig van opzet en gestructureerd rondom centrale pleintjes. Binnen die opzet zijn 2 herstructureringsgebieden: Pietersbuurt-Bisschoppenbuurt en Rosmolen, beide recentelijk gerealiseerd. De voor dit plan belangrijke ruimtelijke onderdelen worden hierna afzonderlijk beschreven.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
4
Herstructurering Pietersbuurt-Bisschoppenbuurt (St. Pieterspark) De linten De oudste straten worden gevormd door de Goirkestraat, de Hoefstraat, de Veldhovenring-Molenstraat en de Groenseindstraat. In de loop der tijd is de functie veranderd van lommerrijke straten met fabrikantenwoningen en voorzieningen naar meer stenige straten met relatief veel appartementenbouw. Ze vormen echter nog steeds belangrijke structuren c.q. dragers van de wijk. Naast de genoemde linten zijn er ook nog een aantal oost-west en noord-zuid lopende secundaire dragers van een lagere orde herkenbaar. Voorbeelden daarvan zijn de Houtstraat en het Smidspad, die o.a. herkenbaar zijn aan meer individuele woonbebouwing. Conform de Structuurvisie Linten in de Oude Stad (Tilburg, 2103) wordt onderscheid gemaakt tussen de meer dynamische linten (Hoefstraat, Goirkestraat, Veldhovenring-Molenstraat) en de woonlinten (Groeseindstraat). Dit onderscheid wordt bij de functionele structuur nader toegelicht. Clusterbebouwing Tussen de linten zijn in de eerste helft van de 20e eeuw nieuwe woonbuurten (clusters) gerealiseerd. Deze woonbuurten concentreren zich veelal rondom een centraal plein dat een belangrijke functie heeft voor de herkenbaarheid van de buurt. Bovendien zijn het plekken waar in de overwegend dichtbebouwde buurten iets meer ruimte c.q. groen is gecreëerd.
De omliggende straten hebben meestal smalle profielen waar, onder druk van de toegenomen mobiliteit, meer ruimte is voor verkeer en parkeren dan voor groen. De Hoefstraat vormt de scheiding tussen planmatig opgezette buurten met een half-concentrische structuur ten oosten ervan (Groeseind-Noord, Schotelplein e.o. en Rosmolen) en minder planmatig opgezette buurten met een gridstructuur ten westen ervan (Pietersbuurt -Bisschoppenbuurt, Padua, Pastorieklamp en Drömhof-Pastorietuin). Groeseind-Noord Dit gebied ligt tussen het Julianapark, de ringbaan, de Hoefstraat en het Schotelplein. Langs de ringbaan is een moderne uit verschillende elementen opgebouwde schil van laag- en hoogbouw gerealiseerd. Er zijn 2 hoge accenten. In het verlengde van de Quirijnstoklaan (Diamantkruising) is een toren van 15 bouwlagen c.q. 48 m hoogte met appartementen gerealiseerd. Op de kruising bij het Julianapark is een winkel met daarboven 4 lagen appartementen gerealiseerd. Daar tussenin zijn aaneengesloten grondgebonden woningen gebouwd. Achter de schil liggen 2 groene ruimtes en rug-aan-rug woningen. Ten oosten van de hoge woontoren zijn in
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
5
het begin van de 21e eeuw een appartementencomplex en gesloten bouwblokken gebouwd. De laatste zijn meer traditioneel van opzet en sluiten qua typologie goed aan bij de bestaande bebouwing.
Torenflat Diamantkruising (vanuit zuidelijke richting)
Schotelplein e.o. Dit gebied kenmerkt zich door voornamelijk grondgebonden woningbouw van zowel voor- als na-oorlogse oorsprong. Kenmerkend zijn het voormalige kloostercomplex en de school aan de Dr. Nuyensstraat, die (wat langer geleden resp. recentelijk) tot appartementencomplex zijn verbouwd. De openbare ruimte van dit deelgebied is vrij stenig. Rosmolen De woonstraten van deze buurt zijn concentrisch aangelegd, met de Anthonius van Paduakerk aan de Hoefstraat als middelpunt. De groene Van Goor- en Jacob van Oudenhovenstraat vormen de radialen, waarop de andere woonstraten haaks kruisen. De hoekwoningen op deze kruispunten hebben een bijzondere architectuur, die de stedenbouwkundige structuur ondersteunt. Het stratenpatroon vormt daardoor, samen met de architectuur een eenheid. Een groot gedeelte van deze buurt wordt vernieuwd (Herstructurering Groeseind-Hoefstraat-Pastoprieklamp) en valt buiten dit bestemmingsplan.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
6
Anthonius van Paduakerk (Hoefstraat) Pietersbuurt-Bisschoppenbuurt Dit gebied vormt samen met Rosmolen de Herstructurering Groeseind-Hoefstraat-Pastorieklamp. De Pietersbuurt-Bisschoppenbuurt is voor het grootste gedeelte al gerealiseerd. In het VO Stedenbouwkundig ontwerp voor de Pietersbuurt-Bisschoppenbuurt is een centrale groene ruimte geïntroduceerd (een langgerekte versie van het bestaande Pietersplein). Daarnaast wordt een nieuwe hiërarchie aangebracht in het stratenpatroon. Naast onderscheid tussen de oost-west gerichte Stadslaan en de noord-zuid gerichte Parklaan, komen in de wijk ook verblijfsstraten, met veel groen, die niet toegankelijk zijn voor auto's. Door hierop architectonisch in te spelen, worden de oriëntatiemogelijkheden vergroot en krijgen de afzonderlijke buurtjes meer identiteit. Het park wordt opgespannen tussen 2 bescheiden appartementenblokken aan de noord- en zuidzijde en een manifester hoogteaccent nabij het midden van het park, op de kruising van de Stadslaan en de Parklaan. In de plint van het gebouw is ruimte voor voorzieningen. Padua Padua is het driehoekige gebied tussen de drie oude linten Hoefstraat, Groeseindstraat en Molenstraat. Het is eveneens clustermatig van opgezet, rondom het groene Paduaplein.
De wat groter maat van het plein wordt ondersteund met hogere hoekbebouwing en een complex voor ouderen tussen het Paduaplein en de Hoefstraat, naast de kerk. Het stratenpatroon is vrij onregelmatig, hetgeen de oriëntatie bemoeilijkt.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
7
Paduaplein (vanuit zuidwestelijke richting) Pastorieklamp Hier is een cluster met wat ruimere aaneengesloten grondgebonden woningen rondom het Leo XIII-plein opgezet. De noord-zuid gerichte straten vormen met het plein een bajonet structuur. Ze hebben een voor de wijk bovengemiddeld groen en ruim profiel. Verder is ook deze buurt diffuus door de uiteenlopende bouwperiodes en stijlen. Een tweede groene ruimte wordt gevormd door het plein aan de Kardinaal Alfrinkstraat. Daar omheen staan woningen uit een recentere bouwperiode. Drömhof-Pastorietuin Het Drömhof kent een groepering van gestapelde en grondgebonden woningen met verschillende typologieën rond de T-kruising Aelenstraat en Bisschop Bekkerslaan. Veel open ruimte is aanwezig in de twee grote binnenruimten: de Drömhoftuin en de tuin van de pastorie. Deze tuinen liggen min of meer verborgen. Bovendien is de pastorietuin privébezit en niet openbaar toegankelijk. De rest van deze buurt bestaat uit clusters grondgebonden woningen. Het Kardinaal de Jongplein fungeert hierbij als groene openbare ruimte met aan de zuidzijde het monumentale gebouw van het fratershuis Petrus Donders. Groenstructuur Het gebied kent geen duidelijke groenstructuur. Er is evenmin sprake van een herkenbaar patroon dat zich in de verschillende wijkdelen herhaalt.
Het aanwezige groen is een optelsom van de volgende verschillende groene plekken en elementen. Grenzend aan het plangebied bevinden zich het Julianapark, het Wilhelminapark en het Rosmolenplein. Dit zijn de grootste, bekendste en meest opvallende groene ruimtes. Ze zijn vooral op grotere schaal belangrijk en doen dienst als herkenningspunten. Daarnaast zijn enkele kleinere groene ruimtes aan de randen van het plangebied aanwezig: aan de Veldhovenring en Valentijnstraat. Op buurtniveau zijn er een aantal parkjes/pleintjes die op kleinere stedenbouwkundige schaal een rol spelen in de buurtstructuur: 1. Van Kinschotenplein, 2. Paduaplein, 3. Leo XIII-plein, 4. Dr. Nolensstraat- Superior de Beerstraat, 5. Prof. Kernkampstraat, 6. Schotelplein, 7. Commelinplein, 8. Van Balenstraat, 9. Kardinaal de Jongplein,
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
8
10. Kapelaan Poellplein, 11. Hoefstraat- Pastoor Smitsstraat. Verder zijn er een aantal groenere straten in de overwegend stenige wijk. De meest markante daarvan zijn het nieuwe St. Pieterspark- St. Paulusstraat, de Van Goorstraat, de Jacob van Oudenhovenstraat (deels buiten het plangebied) en de Wagenaarstraat. Daarnaast telt het plangebied nog een paar binnentuinen: Drömhoftuin en pastorietuin. Tenslotte zijn langs de oevers van het Wilhelminakanaal groenstroken aanwezig. Functionele structuur Er kan onderscheid worden gemaakt tussen de linten en de woonbuurten. De linten worden conform de Structuurvisie Linten in de Oude Stad (Tilburg, 2103) onderscheiden in bedrijvige linten en rustige linten. De Hoefstraat, de Veldhovenring, het Rosmolenplein en de Van Meterenstraat zijn bedrijvige linten. In deze straten worden bedrijvigheid, detailhandel horeca en andere voorzieningen gecombineerd met wonen. De linten vormen met hun gedifferentieerde straatbeeld en functies de dragers van de wijk. Aan de Hoefstraat is en clustering van wijkfuncties aanwezig: Wijkcentrum de Baselaer, Zorgcentrum St. Antonius van Padua en basisschool de Cocon. Het winkelcentrum Bart van Peltplein, gelegen nabij het Julianapark, heeft een belangrijke functie voor o.a. de dagelijkse boodschappen. Verder liggen verspreid over de wijk enkele kleinere maatschappelijke en detailhandelsfuncties.
De Groeseindstraat is een rustig lint. Hier ligt het accent op wonen. De aanduiding lint heeft hier met name betrekking op het historische karakter van de Groeseindstraat als verbinding tussen de oude stad en het gebied ten noordoosten daarvan en niet langer op gestapeld wonen en andere functies. Tussen de linten liggen de woonbuurten. Deze zijn over het algemeen monofunctioneel van opzet en hebben een vrij hoge bebouwingsdichtheid. Dit resulteert in vrij veel verharding, relatief weinig groen en kleine tuinen. Dat maakt de kwaliteit van het openbaar gebied extra belangrijk en tegelijkertijd kwetsbaar. Daaraan wordt bij nieuwe ontwikkelingen, binnen de budgettaire mogelijkheden, extra aandacht geschonken. Er zijn ruim 4000 woningen aanwezig, waarvan het merendeel geschakelde grondgebonden woningen. De typologie, het beeld en de kwaliteit van de woningen is erg afhankelijk van het bouwjaar. In de Bisschoppenbuurt- Pietersbuurt en Rosmolen komen van oorsprong veel huurwoningen voor. Dat is na de (reeds gedeeltelijk gerealiseerde) herstructureringen nog steeds het geval. Voor de wijk als geheel geldt een redelijk evenwichtige verdeling van koop- en huurwoningen. In Groeseind-Noord en rondom Drömhof zijn vrij veel woningen voor senioren aanwezig.
Tussen de Melis Stokestraat, de Petrus Loosjesstraat en Ringbaan-Oost ligt een driehoekig woongebied dat een verlenging vormt van de ruimtelijke en functionele structuur van Rosmolen. Inpassing plan De planlocatie valt volledig onder de bestemming Gemengd-Lint, waar gestapeld wonen tot een bouwhoogte van 11 m reeds is toegestaan. De huidige bebouwing is niet waardevol en wordt gekenmerkt door een horizontale opsplitsing tussen begane grond en eerste en tweede verdieping, over de volledige breedte van zowel de voorkant aan de Hoefstraat als de zijkant aan de Bisschop janssensstraat. Deze opsplitsing wordt geaccentueerd door een donkere plint en een lichte bovenzijde, en daartussen een luifelconstructie. Dit beeld past niet op deze locatie, waar de meeste bebouwing een kleinere beukmaat hebben en afzonderlijke panden herkenbaar zijn. Daarom is herontwikkeling naar een bebouwing die meer is toegespitst op de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving positief. De opzet met ontsluiting als schakelstuk tussen de 2 bouwdelen, galerijen aan de binnenzijde en wonen aan de voorkant(en) is goed inpasbaar. De afstanden van de ontsluiting tot de tuinen van de bestaande omgeving zijn groot genoeg om privacy conflicten te voorkomen.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
9
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.
Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6. Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art 3.1.6. Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.
In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog opeen zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebeid wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijke gebied, dan moet dat eveneens
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
10
worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Wonen en duurzame verstedelijking
De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose In de periode 2020-2030 moet Tilburg volgens de actuele prognoses van de provincie (september 2020) met 14.000 woningen groeien. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De netto bouwopgave tot 2030 bedraagt daarmee meer dan 1.400 woningen per jaar aangezien we ook onttrekkingen moeten compenseren. In de stedelijke ontwikkelstrategie waar momenteel aan gewerkt wordt zullen we de concrete opgave nader duiden. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Vanwege de gewenste kwalitatieve samenstelling daarvan, zoals de behoefte aan verschillende woonmilieus, komt het zeer beperkt voor dat daarbij ook locaties buiten het bestaand stedelijk gebied verkend worden. Gelet op de toegenomen groeibehoefte verkennen we in de genoemde stedelijke ontwikkelstrategie of de behoefte aan ontwikkelingen buiten stedelijk gebied nodig is.
Het plan tot de bouw van 15 woningen aan de Hoefstraat 143-145 past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
11
<0000>
<0000>
De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.
2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. 2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd.
Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Specifiek voor het plangebied geldt: Specifiek voor het plangebied geldt dat de ontwikkeling is gelegen binnen Stedelijk gebied. Het toevoegen van woningen is in lijn met de regionale afspraken hierover. het plan betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling waarbij tevens verduurzamende maatregelen genomen worden. Zo worden zonnepanelen, een groen dak en een warmtepomp geplaatst.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
12
Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk.
Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.
De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn:
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
13
<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken
Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Specifiek voor dit plan geeft de Omgevingsvisie verder geen invulling, maar de ontwikkeling sluit aan bij de stadsstrategie.
2.3.2 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten.
In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: a. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; b. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: a. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; b. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; c. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; d. behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%);
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
14
e. behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw. Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten. Ruimtelijke ordening: I Detailhandel/bedrijvigheid <0000> versterken dynamiek en levendigheid in de linten <0000> de linten economisch vitaal houden (o.a. ondernemersklimaat op peil houden) - maatregelen detailhandel/bedrijvigheid A. De dynamiek concentreren in bedrijvige linten B. Stimuleren de broedplaatsfunctie in bedrijvig linten C. Investeren in samenwerking tussen overheid en ondernemers II Wonen <0000> behouden en versterken van de diversiteit in bebouwing en bewoning <0000> beperken van appartementenbouw <0000> historisch karakter van de linten als woonkwaliteit behouden - maatregelen wonen A. Aanpassing van de functie wonen in bestemmingsplannen B. Aanpassing van richtlijnen bouwbreedte en bouwhoogte (K1,'korrel overig') C. Stimuleren van nieuwe woonvormen Het beleid om betaalbare woningen te bouwen en de haalbaarheid van het plan zijn redenen om af te wijken bovenstaand uitgangspunt om appartementenbouw te beperken.
Bovendien sluiten de diverse woningtypologieën goed aan bij de bestaande omgeving en vormen daarmee geen contrast. III Cultuurhistorie <0000> inzet erfgoed (objecten en structuur) als randvoorwaarde voor beheer en ontwikkeling <0000> meer zorg voor historische bebouwing en de kenmerkende korrelgrootte <0000> behoud van ensembles - maatregelen cultuurhistorie A. Planologisch vastleggen van cultuurhistorische ensembles B. Formaliseren in de systematiek van de beheerbestemmingsplannen C. Visie linten effectueren binnen specifieke planologische mogelijkheden D. Stimuleren van hergebruik van waardevolle ensembles en monumenten E. Investeren in uitstraling en communicatie van/over de linten Onder paragraaf 3.3 zal nader in worden gegaan op de cultuurhistorie van de locatie.
IV Stedenbouw <0000> zorgvuldiger omgaan met de linten door aandacht voor: 1. de korrel, maat en schaal van de bebouwing 2. aanwijzing van ensembles 3. aandacht voor de overgang van de linten naar de buurt 4. benadrukken van het verschil tussen monofunctionele woongebieden achter de linten en rustige en bedrijvige linten door een andere manier van bouwen (bijv. grotere diversiteit of meer stedelijke woningtypes aan de bedrijvige linten) 5. aandacht voor diversiteit in de linten - maatregelen stedenbouw
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
15
A. Beperking van de bouwbreedte en bouwhoogte B. Niet alleen kijken naar de bebouwingswand, maar naar de volledige diepte van het perceel C. Ondergronds parkeren is niet verplicht. Het is wel verplicht om parkeerplaatsen mee te verkopen. D. Door het beschermen van ensembles verwanding (= te lange en brede gebouwen) tegengaan Onder paragraaf 3.2 zal nader in worden gegaan op de stedenbouwkundige aspecten van de locatie.
V Openbare ruimte <0000> behouden en versterken van de herkenbaarheid en continuïteit van de linten <0000> investeren in de kwaliteit, uitstraling en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte - maatregelen openbare ruimte A. Afstemmen van evt. hogere eisen in de bedrijvige linten met beheer en onderhoud bedrijvige linten B. Groen waar het kan C. Meer aandacht voor het verblijfskarakter D. Efficiënter omgaan met parkeren E. Toepassen van principeprofielen voor rustige en bedrijvige linten F. Bij herinrichting linten aansluiten op het Meerjarenprogramma bij het plan vinden geen wijzigen plaats aan de openbare ruimte.
Structuurvisie Linten oude stad: bedrijvige en rustige linten
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
16
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie <0000> Het plangebied Groeseind is gelegen op de noordelijke rand van het plateau waarop het grootste deel van de stad Tilburg is gesitueerd. Zoals ook elders in Tilburg bevinden zich op dergelijke hoge locaties niet alleen vaak oude nederzettingen, maar lijken ook de oude wegen- en padenpatronen hierdoor te zijn bepaald. Het plangebied kan op basis van de bodem en de geomorfologie grofweg worden verdeeld in twee delen: het zuidelijk deel, met goede landbouwgronden die al vroeg werden ontgonnen, en het overige deel van het gebied dat bestond uit laaggelegen drassige terreinen en heidevelden (gemeint) die veel later werden ontgonnen. <0000> Bodemgesteldheid: aangezien het plangebied zich in de bebouwde kom van Tilburg bevindt, is het niet gekarteerd op de bodemkaart. Vergelijking met de gegevens van de omliggende gebieden geeft aan dat het plangebied wordt gekenmerkt door hoge, zwarte enkeerdgronden. <0000> Historisch landgebruik: het plangebied maakte vanaf de late Middeleeuwen tot ongeveer 1870 deel uit van oostelijke rand van de Veldhovense akkers. <0000> Groes betekent met groen of gras bewassen land. In 1644 is er sprake van de Heydsijde aen 't Groeseynde en in 1660 over het Groeseynd omtrent den Nieuwe Molen.
Op de kaart van Diederik Zijnen uit 1760 heet de weg het Hoefstraatje en op de kadasterkaart van 1832 Hoefstraat. Samen met de Molenstraat en de Groeseindstraat, omvat de Hoefstraat het akkercomplex De Veldhovense Hoek. De straat is voor het eerst officieel vastgesteld door de gemeenteraad op 8 oktober 1881, lopende van den Veldhovenschen molen (Rosmolenplein) tot het Goirke. In 1900 vastgesteld als Van het Goirke langs de steenfabriek van J. C. Claesen tot de molen einde Koestraat. <0000> De centraal in het plangebied gelegen Jacob van Oudenhovenstraat werd evenals de direct omliggende straten in 1923 aangelegd en bebouwd. Dit was een nadere uitwerking van het in 1917 door ir. Rückert opgestelde partiële uitbreidingsplan. Het stratenpatroon werd georiënteerd op de ruim ten zuiden van het plangebied gelegen Antonius van Paduakerk aan de Hoefstraat. De bebouwing van deze buurt bestaat voornamelijk uit een- of tweelaagse arbeiderswoningen.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
17
<0000>
De afgelopen jaren heeft het gebied een grote herstructurering ondergaan waarbij vooroorlogse bebouwing werd gesloopt en vervangen of gerenoveerd.
3.3.2 Archeologie <0000> In het kader van het beheerbestemmingsplan Groeseind is in 2006 door Fontys Hogescholen BILAN een cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd: E. de Boer, H. van Dijk, K. Gheysen en S. van der Loo, Van Quaad End tot Kwadenhoek. Beheersbestemmingsplan Groeseind. Archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek, BILAN 2006/163. <0000> De locatie is circa 400 m2 groot (percelen 13141 en 13142). <0000> Op dit moment is de locatie bebouwd. <0000> De locatie is gelegen op de kruising Bisschop Janssenstraat / Hoefstraat. <0000> Op de kaart van 1792 staat ongeveer ter hoogte van deze kruising bebouwing ingetekend aan de zijde van de Bisschop Janssenstraat ; de betrouwbaarheid van deze kaart is matig. <0000> In de nabijheid (Sint Pietersplein op circa 200 m ten westen van de locatie) is in 2011 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (BILAN/BAAC-rapport 2011/B1711: C. Verbeek, 2011: Tilburg (NB), Groeseind-St. Pietersplein. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven.) In dit onderzoek is aangetoond dat er sprake is van een esdek van 80 tot 120 cm dikte dat pas vanaf de nieuwe tijd is opgebracht. Het gebied is in de late middeleeuwen genivelleerd waarna het in gebruik is genomen als landbouwgebied.
Op de locatie zijn sporen van landgebruik uit deze periode aangetroffen in de vorm van enkele kuilen en paalgaten en vondstmateriaal daterend vanaf circa 1400 na Chr. Het gebied was vóór die tijd redelijk nat. Op basis van extrapolatie zou het mogelijk zijn dat ook in het plangebied sprake is van archeologische waarden uit de late middeleeuwen, gelegen onder een eventueel esdek. <0000> Uit tekeningen uit het Archief bouwen en milieu van de gemeente Tilburg blijkt dat op de locatie al verschillende keren is gebouwd. Volgens de tekeningen is de bebouwing op de locatie Hoefstraat 145 onderkelderd. Al in 1908 is sprake van een kleine kelder onder het huis en onder de schuur. In de bouwtekening van 1958 waarbij het pand is vernieuwd, is te zien dat een kelder is aangelegd onder een groot deel van de bebouwing. Deze kelder is op minimaal 1,95 m onder maaiveld aangelegd. Door de bouwactiviteiten uit het verleden, en de onderkeldering is aannemelijk dat eventuele archeologische waarden al grotendeels zijn verdwenen. <0000> Archeologisch onderzoek voorafgaand aan de bestemmingsplanwijziging is daarom niet noodzakelijk.
<0000> Wel graag in de paragraaf een verwijzing opnemen naar artikel 5.10 van de Erfgoedwet: Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden sporen of resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het gaat om archeologie. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt bij de Minister. In de praktijk kan deze melding het beste gedaan worden bij de archeologen van gemeente Tilburg (het bevoegde gezag). 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> In het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. <0000> Op 350 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een complex met een van rijkswege beschermde voormalige kerk en pastorie uit 1913. In de kerk is een glazeniersbedrijf gevestigd. <0000> Wel zijn enkele panden geïnventariseerd in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Het betreft daarbij voornamelijk arbeiderswoningen uit de periode kort na 1920. Met name aan de Van Mierisstraat en de ten westen van het plangebied gelegen Wagenaarstraat bevinden zich nog een als waardevol aan te merken vooroorlogse ensembles.
<0000> In de nabijheid van het plangebied bevinden zich gen panden uit de wederopbouwperiode of objecten met een nader aan te duiden cultuurhistorische waarde. <0000> De Hoefstraat en de Ringbaan Oost, zijn lijnen van redelijk historisch geografisch belang. <0000> Het stratenpatroon in dit deel van het plangebied is als waardevol te beschouwen vanwege de aanleg die bewust gericht is op de kerk aan de Hoefstraat en als zodanig een vroege manifestatie is van de aan een parochiestructuur gerelateerde wijkopzet . <0000> Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling ; er worden geen waardevolle objecten of structuren aangetast.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
18
Voor wat betreft de archeologie is er op de planlocatie vanwege de lage archeologische verwachting en geringe omvang van de nieuwe bodemverstoring geen vervolgonderzoek noodzakelijk.
3.4 Volkshuisvesting Woonvisie, Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek en update stedelijke ontwikkelstrategie Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. In de update stedelijke ontwikkelstrategie (januari 2018) zijn accenten gelegd ten aanzien van de kwalitatieve opgaven die we zien in de gemeente. Met voorliggende ontwikkeling worden 11 zorgwoningen gerealiseerd die invulling geven aan de kwalitatieve opgave zoals genoemd in de stedelijke ontwikkelstrategie. De behoefte aan betaalbare (sociaal huurniveau) woningen waar ook begeleiding wordt geleverd (beschermd wonen / ongeplande zorg) is groot. Daarnaast wordt voorzien in een viertal reguliere woningen. In paragraaf 2.1.3. (Ladder voor) Duurzame verstedelijking hebben we omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit.
Woonadvies specifiek voor plangebied Ten aanzien van de kwalitatieve opgave waar we als stad voor staan benoemen we hier specifiek een aantal kwaliteiten waar we vanuit de woonvisie en de opgave in de stad waarde aan hechten. Zoals gesteld wordt hier voorzien in zorg gerateerd wonen. Deze woningen hebben een sociale huurprijs. Voor de vier reguliere woningen is dat niet het geval. Het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PkVW) is een keurmerk dat afgegeven wordt voor woningen, complexen en buurten die voldoen aan een voorgeschreven pakket van eisen rond inbraak- en brandpreventie, sociale veiligheid en leefbaarheid. Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast en dat certificering plaatsvindt, zowel op woningniveau als op het niveau van de woonomgeving.
3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
19
Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen.
Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom.
3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus.
Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden.
Groeseind 2017, 4e herziening (Hoefstraat 145)
20
Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit.
Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).
3.5.4 Nota Ruimte voor Buitenspelen Naar aanleiding van de ambities uit de Kadernota Jeugd en de behoefte aan algemene voorwaarden ten aanzien van richtlijnen voor de aanleg van speelplekken is de nota Ruimte voor Buitenspelen (2003) opgesteld. Doel van de nota is dat de jeugd als volwaardige medegebruikers van de openbare ruimte wordt geaccepteerd. Spelen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een kind. De nota geeft o.a. een analyse van de formele speelruimte in Tilburg weer. Algemene voorwaarden ten aanzien van speelruimte (veiligheid, bereikbaarheid, spreiding, ruimtegebruik, inrichting) en programmering van de spelenplannen en inrichtingseisen van speelruimte komen aan de orde. Een minimumnorm voor formele speelruimte wordt gesteld om voldoende speelruimte te kunnen garanderen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen transformatiegebieden (> 50 woningen), nieuwbouw en bestaande bouw. Transformatiegebieden Er worden twee stappen doorlopen: 1. per hectare uitgegeven gebied wordt 300m2 van de ruimte gereserveerd voor formele speelruimte; 2. de huidige grondoppervlakte aan formele speelruimte per kind bedraagt voor Tilburg 7,2m2. Naar aanleiding van het aantal kinderen woonachtig in het transformatiegebied wordt bepaald hoeveel formele speelruimte er in een wijk/buurt gerealiseerd dient te zijn. Nieuwbouw Bij nieuwbouwgebieden wordt uitgegaan van stap 1.