06 Regels ontwerpbestemmingsplan met bijlagen
Tekst van het document
5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 5.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 5.2.5 voor de hoogte van erfafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 5.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 10m. Daarnaast zijn de in 5.4.2 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
24
5.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het (onbebouwd) erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 5.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 5.2.5 voor de hoogte van erfafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 5.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 10m. 5.4.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. dit vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering, de constructie of verschijning van het gebouw of de aard van het bedrijf noodzakelijk is; b. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; d. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; f. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; h. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; i. vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening worden gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.
5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning met uitzondering van bewoning zoals omschreven binnen de begripsbepaling maatschappelijke voorzieningen of toegelaten op grond van 5.1.1 en 5.1.2; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel of bedrijvigheid; c. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; e. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; g. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
25
Artikel 6 Verkeer - Verblijf 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Functies De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt; b. groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. bouwwerken van algemeen nut. 6.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; b. sanisettes, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten e.d.; c. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; d. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; e. faunapassages e.d.; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 6.1.1 genoemde functies.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking; c. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 6.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut. 6.2.3 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 6.1.1 toegelaten functies; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag echter niet meer dan 2m bedragen.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
26
6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. een goede landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 6.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 6.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m. 6.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijding van de voorgevelrooilijn vanuit aangrenzende bestemmingsvlakken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn van een bouwvlak in een aangrenzend bestemmingsvlak voor ondergeschikte delen van een bouwwerk; 6.4.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.
6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
27
Artikel 7 Wonen 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Functie De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat er sprake is van grondgebonden- dan wel gestapelde woningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. bouwwerken van algemeen nut. 7.1.2 Aanduidingen Ter plaatse van de aanduiding: 1. erf; 2. maatschappelijke voorzieningen; 3. zorgwoning; zijn de voor 'Wonen' aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s). 7.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. stallingsvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. objecten voor beeldende kunst; g. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; h. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 7.1.1 en 7.1.2 genoemde functies. 7.1.4 Hogere grenswaarden Bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde (Bijlage 2) en de daarin opgenomen voorwaarden.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. binnen het totale plangebied dienen binnen de bestemmingen "Wonen", "Woongebied 1" en "Woongebied 2" minimaal 12,5 % sociale huurwoningen gebouwd te worden; c. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 7.2.2 Bouwaanduidingen a. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' mag de begane grondse bouwlaag niet worden bebouwd; b. Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'gestapeld' zijn in afwijking van het bepaalde in 7.1.1 uitsluitend gestapelde woningen toegestaan. 7.2.3 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende algemene regels: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden;
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
28
c.
het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de maximale bouwhoogte bedraagt 15m, tenzij door middel van een een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; e. de maximale goothoogte in de voor- en achtergevelrooilijn is gelijk aan de maximale bouwhoogte, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. In dat geval geldt tevens de maximale dakhelling zoals met de maatvoeringsaanduiding aangegeven. 7.2.4 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en in het erf worden gebouwd, met dien verstande dat wanneer deze bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd, de afstand tot één van de (verlengde) gevels van het hoofdgebouw minimaal 3 m moet bedragen; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan en voorzien zijn van een platte afdekking; c. het erf mag volledig bebouwd worden met aan- en uitbouwen en bijgebouwen; d. ten aanzien van de hoogte: 1. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m; 2.
de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 7.2.5 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht, met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 7.2.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Het bouwen van bouwwerken op de voor 'Wonen' aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. parkeergelegenheid op eigen terrein; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; c. de vorm, de afmetingen en de plaatsing van de derde bouwlaag boven een hoogte van 6m boven het straatpeil in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld.
7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Type woningen Van het aantal te realiseren woningen binnen de bestemmingen "Wonen", "Woongebied 1" en "Woongebied 2" dient minimaal 12,5 % sociale huurwoningen te worden gerealiseerd.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
29
7.4.2 Lichthinder maatregelen Gebouwen bestemd voor bewoning mogen niet eerder in gebruik genomen worden dan nadat de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waaruit blijkt dat voldaan is aan het bepaalde in de Richtlijn Lichthinder (2014) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. De in het betreffende rapport op te nemen maatregelen moet daarbij in stand worden gehouden. 7.4.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 7.1.1 en 7.1.2; c. het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 7.1.1 en 7.1.2; d. de uitoefening van enige tak van handel, nijverheid of dienstverlening daaronder begrepen detailhandel, ambachtelijk of industrieel bedrijf; e. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; f. het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; g. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h.
opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; i. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; j. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; k. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
30
Artikel 8 Woongebied-1 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Functie De voor 'Woongebied-1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. woningtypen, overeenkomstig de opgenomen aanduidingen: woningtype aaneengesloten
bouwaanduiding (aeg)
twee-aaneen (half vrijstaand) vrijstaand patio
(tae) (vrij) (sba-pat)
c. d. e. f. g. h.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; objecten voor beeldende kunst; groen- en speelvoorzieningen; toegangs- en (gebieds)ontsluitingswegen, verblijfsgebied en langzaamverkeersroutes; geluidwerende voorzieningen; bouwwerken van algemeen nut.
8.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Woongebied-1' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. objecten voor beeldende kunst; g. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; h. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan de onder 8.1.1 genoemde functies. 8.1.3 Hogere grenswaarden Bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde (Bijlage 2) en de daarin opgenomen voorwaarden.
8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen a. Binnen het totale plangebied dienen binnen de bestemmingen "Wonen", "Woongebied-1" en "Woongebied-2" minimaal 12,5 % sociale huurwoningen gebouwd te worden; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 8.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het bouwvlak omvat de volle breedte van een bouwperceel en is maximaal 12 m diep gemeten vanaf de voorgevelrooilijn, met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste perceelgrens minimaal 5 m dient te bedragen; c. de voorgevelrooilijn ligt in de perceelsgrens of minimaal 0,5 m uit deze grens; d. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag 100% bedragen, echter met inachtneming van het bepaalde onder e en f;
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
31
e. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient bij vrijstaande woningen aan beide zijden minimaal 3 m te bedragen; f. bij twee-aan-een woningen, geschakelde woningen en/of eindwoningen dient het hoofdgebouw of in de zijdelingse perceelgsrens geplaatst te woren dan wel dient de afstand van het hoofdgebouw tot dezijdelingse perceelsgrens aan één zijde minimaal 1 m te bedragen; g. de maximale bouwhoogte bedraagt 11m, tenzij anders in dit artikel is opgenomen; h. de maximale goothoogte in de voor- en achtergevelrooilijn is gelijk aan de maximale bouwhoogte; i. voor het bouwen van patiowoningen gelden in aanvulling op en -waar van toepassing- in afwijking van het hiervoor bepaalde, dat: 1. het bouwvlak om het gehele perceel; 2. van het bouwvlak dient minimaal 15 m² onbebouwd te blijven; 3. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met inachtneming van het bepaalde onder i.2., tot een maximale bouwhoogte van 4 m en maximaal 50% worden bebouwd tot een maximale bouwhoogte van 8 m. 8.2.3 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c.
de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen; II. de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens; III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45º bedragen; het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen. 8.2.5 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en in het erf worden gebouwd, met dien verstande dat wanneer deze bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd, de afstand tot de (verlengde) voorgevel van het hoofdgebouw minimaal 3m moet bedragen; b.
aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan; c. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend plat worden afgedekt; d. tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven, mag de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in het erf niet meer bedragen dan: 1. 20m2 indien de oppervlakte van het erf 50m2 of minder bedraagt; 2. 40% van het oppervlak van het erf met een maximum van 60m2, indien de oppervlakte van het erf meer dan 50m2 en niet meer dan 500m2 bedraagt. e. ten aanzien van de hoogte: 1. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m; 2. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen. 8.2.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Het bouwen van bouwwerken op de voor 'Woongebied-1' aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
32
8.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. parkeergelegenheid op eigen terrein; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; c. de vorm, de afmetingen en de plaatsing van de derde bouwlaag boven een hoogte van 6m boven het straatpeil in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld.
8.4 Afwijken van de bouwregels 8.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 8.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 8.2.2 onder c, voor zover dit het stedenbouwkundige beeld ter plaatse ten goede komt. Daarnaast zijn de in 8.4.2 en 8.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak. 8.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 8.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 8.2.4 sub b onder 1 voor de opgenomen maximumhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m, voor antennes die van de voet af gemeten een hoogte hebben van meer dan 5m, respectievelijk antennes, voor zover gelegen achter een woning of een ander gebouw, met een doorsnede groter dan 2m en een hoogte van meer dan 3m, gemeten vanaf het aansluitend terrein. Daarnaast zijn de in 8.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing in het erf. 8.4.3 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 8.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a.
het bepaalde in 8.2 voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt; II. de diepte maximaal 1,5m bedraagt; III. de hoogte één bouwlaag of maximaal 3m betreft; 2. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 3. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; b. de in 8.2.4 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2m; c. het bepaalde in 8.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m; d. het bepaalde in 8.2.4 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; e. ondergeschikte delen van een bouwwerk. 8.4.4 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
33
c. d. e. f. g. h.
de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening wordt gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.
8.5 Specifieke gebruiksregels 8.5.1 Type woningen Van het aantal te realiseren woningen binnen de bestemmingen "Wonen", "Woongebied-1" en Woongebied-2" dient minimaal 12,5 % sociale huurwoningen te worden gerealiseerd. 8.5.2 Lichthinder maatregelen Gebouwen bestemd voor bewoning mogen niet eerder in gebruik genomen worden dan nadat de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waaruit blijkt dat voldaan is aan het bepaalde in de Richtlijn Lichthinder (2014) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. De in het betreffende rapport op te nemen maatregelen moet daarbij in stand worden gehouden. 8.5.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen, als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 8.1.1 en 8.1.2; c. het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 8.1.1 en 8.1.2; d. de uitoefening van enige tak van handel, nijverheid of dienstverlening daaronder begrepen detailhandel, ambachtelijk of industrieel bedrijf, anders dan toegelaten op grond van 8.1.1 en 8.1.2; e. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; f.
het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; g. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; i. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; j. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; k. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten.
8.6 Afwijken van de gebruiksregels 8.6.1 Binnenplans afwijken aantal kamers t.b.v. bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 8.1.2 onder g ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast in maximaal 4 kamers.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
34
Artikel 9 Woongebied-2 9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 Functie De voor 'Woongebied-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. woningtypen, overeenkomstig de opgenomen aanduidingen: woningtype aaneengesloten gestapeld twee-aaneen (half vrijstaand) vrijstaand
c. d. e. f. g. h.
bouwaanduiding (aeg) (gs) (tae) (vrij)
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; objecten voor beeldende kunst; groen- en speelvoorzieningen; toegangs- en (gebieds)ontsluitingswegen, verblijfsgebied en langzaamverkeersroutes; geluidwerende voorzieningen; bouwwerken van algemeen nut.
9.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Woongebied-2' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. objecten voor beeldende kunst; g. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; h. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan de onder 9.1.1 genoemde functies. 9.1.3 Hogere grenswaarden Bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde (Bijlage 2) en de daarin opgenomen voorwaarden.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen a. Binnen het totale plangebied dienen binnen de bestemmingen "Wonen", "Woongebied-1" en "Woongebied-2" minimaal 12,5 % sociale huurwoningen gebouwd te worden; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 9.2.2 Hoofdgebouwen bij grondgebonden woningen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het bouwvlak omvat de volle breedte van een bouwperceel en is maximaal 12 m diep gemeten vanaf de voorgevelrooilijn, met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste perceelgrens minimaal 5 m dient te bedragen; c. de voorgevelrooilijn ligt in de perceelsgrens of minimaal 0,5 m uit deze grens; d. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag 100% bedragen, echter met inachtneming van het bepaalde onder e en f;
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
35
e. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient bij vrijstaande woningen aan beide zijden minimaal 3 m te bedragen; f. bij twee-aan-een woningen, geschakelde woningen en/of eindwoningen dient het hoofdgebouw of in de zijdelingse perceelgsrens geplaatst te woren dan wel dient de afstand van het hoofdgebouw tot dezijdelingse perceelsgrens aan één zijde minimaal 1 m te bedragen; g. de maximale bouwhoogte bedraagt 11m, tenzij anders in dit artikel is opgenomen; h. de maximale goothoogte in de voor- en achtergevelrooilijn is gelijk aan de maximale bouwhoogte. 9.2.3 Hoofdgebouwen bij gestapelde woningen Voor het bouwen van gestapelde woningen gelden de volgende algemene regels: a. gestapelde wonignen zijn alleen toegestaan ter plaatse van de (bouw)aanduiding "gestapeld"; b. het bouwvlak omvat het gehele bestemmingsvlak; c. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; d. het maximaal toegelaten bebouwingspercentage van het bouwvlak is 100%; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 15 m. 9.2.4 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c.
de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 9.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen; II. de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens; III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45º bedragen; het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen. 9.2.6 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en in het erf worden gebouwd, met dien verstande dat wanneer deze bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd, de afstand tot de (verlengde) voorgevel van het hoofdgebouw minimaal 3m moet bedragen; b.
aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan; c. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend plat worden afgedekt; d. tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven, mag de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in het erf niet meer bedragen dan: 1. 20m2 indien de oppervlakte van het erf 50m2 of minder bedraagt; 2. 40% van het oppervlak van het erf met een maximum van 60m2, indien de oppervlakte van het erf meer dan 50m2 en niet meer dan 500m2 bedraagt. e. ten aanzien van de hoogte: 1. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m; 2. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen. 9.2.7 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Het bouwen van bouwwerken op de voor 'Woongebied-2' aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
36
9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. parkeergelegenheid op eigen terrein; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; c. de vorm, de afmetingen en de plaatsing van de derde bouwlaag boven een hoogte van 6m boven het straatpeil in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld.
9.4 Afwijken van de bouwregels 9.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 9.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.2.2 onder c, voor zover dit het stedenbouwkundige beeld ter plaatse ten goede komt. Daarnaast zijn de in 9.4.2 en 9.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak. 9.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 9.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 9.2.5sub b onder 1 voor de opgenomen maximumhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m, voor antennes die van de voet af gemeten een hoogte hebben van meer dan 5m, respectievelijk antennes, voor zover gelegen achter een woning of een ander gebouw, met een doorsnede groter dan 2m en een hoogte van meer dan 3m, gemeten vanaf het aansluitend terrein. Daarnaast zijn de in 9.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing in het erf. 9.4.3 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 9.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a.
het bepaalde in 8.2 voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt; II. de diepte maximaal 1,5m bedraagt; III. de hoogte één bouwlaag of maximaal 3m betreft; 2. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 3. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; b. de in 9.2.5 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2m; c. het bepaalde in 9.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m; d. het bepaalde in 9.2.5 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; e. ondergeschikte delen van een bouwwerk. 9.4.4 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
37
c. d. e. f. g. h.
de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening wordt gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.
9.5 Specifieke gebruiksregels 9.5.1 Type woningen Van het aantal te realiseren woningen binnen de bestemmingen "Wonen", "Woongebied-1" en Woongebied-2" dient minimaal 12,5 % sociale huurwoningen te worden gerealiseerd. 9.5.2 Lichthinder maatregelen Gebouwen bestemd voor bewoning mogen niet eerder in gebruik genomen worden dan nadat de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waaruit blijkt dat voldaan is aan het bepaalde in de Richtlijn Lichthinder (2014) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. De in het betreffende rapport op te nemen maatregelen moet daarbij in stand worden gehouden. 9.5.3 Industrielawaai Gebouwen bestemd voor bewoning mogen niet eerder in gebruik genomen worden dan nadat de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin aangetoond wordt dat er sprake van een aanvaardbaar woon- en leeklimaat conform de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering en indien nodig daartoe maatregelen worden getroffen deze in stand worden gehouden. 9.5.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen, als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 9.1.1 en 9.1.2; c.
het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 9.1.1 en 9.1.2; d. de uitoefening van enige tak van handel, nijverheid of dienstverlening daaronder begrepen detailhandel, ambachtelijk of industrieel bedrijf, anders dan toegelaten op grond van 9.1.1 en 9.1.2; e. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; f. het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; g. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; i. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; j. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; k. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten.
9.6 Afwijken van de gebruiksregels 9.6.1 Binnenplans afwijken aantal kamers t.b.v. bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.1.2 onder g ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast in maximaal 4 kamers.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
38
Artikel 10 Waarde - Cultuurhistorie 1 (dubbelbestemming) 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1 (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de cultuurhistorische waarden.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende bepalingen: a. waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn in dat geval uitsluitend van toepassing voorzover deze niet strijdig zijn met bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend is van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; c. het is verboden scheidende muren van afzonderlijke panden te doorbreken waardoor onderling panden gekoppeld worden; d. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 10.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. uitsluitend gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de bestaande: I. kapvorm; II. dakhelling; III. nokrichting van de kap; IV.
aantal bouwlagen; zoals is aan te merken op basis van de laatst verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en voorzover die vergunning betrekking heeft op bovenstaande opsomming. Bij het ontbreken van deze omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geldt de bestaande situatie ten tijde van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan, voor zover deze situatie niet strijdig is met de op dat tijdstip geldende regelgeving; b. de goothoogte en de bouwhoogte van de op te richten bebouwing maximaal 10% mag afwijken van de rand- en/of bouwhoogte zoals is aan te merken op basis van de laatst verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en voorzover die vergunning betrekking heeft op de rand- en/of bouwhoogte. Bij het ontbreken van deze omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geldt de bestaande situatie ten tijde van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan, voor zover deze situatie niet strijdig is met de op dat tijdstip geldende regelgeving; c. de gebouwen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. 10.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de bebouwingsregels met bijbehorende afwijkingsregels voorzover bij de voorkomende onderliggende basisbestemmingen zijn opgenomen.
10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de bebouwingsregels met bijbehorende afwijkingsregels voorzover bij de voorkomende onderliggende basisbestemmingen zijn opgenomen.
10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden, nadere eisen stellen aan het materiaalgebruik en kleurstelling voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, alsmede aan de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nadat de Omgevingscommissie is gehoord. Tevens kunnen Burgemeester en wethouders ten behoeve van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
39
nadere eisen stellen aan de situering van deze gebouwen en bouwwerken, nadat de Omgevingscommissie is gehoord.
10.4 Afwijken van de bouwregels 10.4.1 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 10.4.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 10.2.1 voor wat betreft het doorbreken van scheidende muren van afzonderlijke panden waarbij maximaal twee panden onderling gekoppeld kunnen worden; b. het bepaalde in 10.2.2 voor wat betreft de kapvorm, nokrichting, dakhelling en het aantal bouwlagen. 10.4.2 Voorwaarden a. Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: 1. de Omgevingscommissie is gehoord; 2. de cultuurhistorische waarden van het object en zijn directe omgeving niet onevenredig wordt aangetast; 3. de maximale hoogte binnen de basisbestemming niet wordt overschreden; b. Tevens geldt ten aanzien van het koppelen van panden via het doorbreken van scheidende muren van afzonderlijke panden aanvullend dat vergunning slechts kan worden verleend indien: 1. de karakteristiek van de panden gewaarborgd blijft; 2. de directe individuele toegankelijkheid van de panden gewaarborgd blijft; 3. de bebouwingskarakteristiek van het straatbeeld waarvan de panden deel uitmaken niet wordt geschaad.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
40
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
41
Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
42
Artikel 12 Algemene bouwregels 12.1 Ondergrondse bouwwerken 12.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in het bouwvlak en (on)bebouwd erf worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5m. 12.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 12.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 12.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b.
de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 12.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.
12.2 Hoofdtoegang woningen 12.2.1 Situering De hoofdtoegang van grondgebonden woningen, bovenwoningen en een complex van gestapelde woningen dient in de voor- of zijgevel van het gebouw te worden gesitueerd. 12.2.2 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, indien er geen sprake is van grondgebonden woningen, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 12.2.1, mits: a. situering als bedoeld in 12.2.1 op redelijke en aantoonbare wijze niet mogelijk is; b. een andere situering van de hoofdtoegang op redelijke wijze aansluiting vindt bij het openbaar gebied, waarbij de afstand tot het openbaar gebied niet meer mag bedragen dan 30m; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond.
12.3 Onbebouwd terrein bij gebouwen 12.3.1 Onbebouwd terrein bij woningen Bij een woning moet - gelet op de kwaliteit van de woonomgeving, zowel bezien vanuit de woning als vanuit de belendende percelen en de omgeving - een onbebouwd terrein aanwezig zijn dat tenminste een strook grond omvat die over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de achtergevel en een diepte heeft van -
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
43
gemeten vanaf het verst achterwaarts gelegen deel van het hoofdgebouw inclusief een eventuele aanbouw tenminste 5m. 12.3.2 Onbebouwd terrein bij overige gebouwen Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning anders dan als bedrijfswoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend onbebouwd gedeelte van het bouwperceel aanwezig zijn ter diepte van tenminste 2m achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en wel over de volle breedte daarvan. 12.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 12.3.1, voor wat de aanwezigheid van het onbebouwd terrein betreft, indien andere functies dan wonen in het bestemmingsvlak zijn toegestaan en de eerste bouwlaag niet voor bewoning gebruikt wordt; b. het bepaalde in 12.3.1, indien een gunstige andere indeling van het bouwperceel aanwezig is en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c. het bepaalde in 12.3.1 indien sprake is van patiobungalows; d. het bepaalde in 12.3.1 indien het plan voorziet in een gezamenlijke (binnen)tuin van voldoende grootte; e. het bepaalde in 12.3.2, indien dit geen beletsel vormt voor de bestemming van het gebouw en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.
12.4 Ruimte tussen bouwwerken 12.4.1 Begrenzing perceelsgrenzen Wanneer de zijdelingse begrenzing van een bouwwerk niet in de zijdelingse grens van het bouwperceel wordt gebouwd, moet het bouwwerk zodanig zijn gelegen dat de ruimte tussen dit bouwwerk en de zijdelingse grens van het bouwperceel over de breedte van 1m met een minimale hoogte van 2,2m vrij toegankelijk is. Bebouwing van ondergeschikte aard wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 12.4.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 12.4.1, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
12.5 Bouwen in nabijheid van beschermwaardige bomen 12.5.1 Bebouwingsafstand De afstand van enig bouwwerk tot het hart van een op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart (bijlage 3) weergegeven boom bedraagt ten minste 15m. 12.5.2 Toegestane bebouwing Het bepaalde in 12.5.1 is niet van toepassing indien: a. binnen de genoemde afstand van 15m reeds bebouwing voorkomt en na sloop van deze bestaande bebouwing nieuwe bebouwing wordt opgericht met een zelfde afstand tot de boom en een zelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij zodanige maatregelen te worden getroffen, dat de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad; b. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; c. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan. 12.5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 12.5.1, indien zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd. Als voorwaarde voor deze omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau eisen. Deze analyse wordt in elk geval vereist indien: a. er sprake is van een 'monumentale boom'; b.
er gegronde vermoedens bestaan dat het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden het voortbestaan van de betreffende boom of houtopstand / boom in gevaar kunnen brengen.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
44
Artikel 13 Algemene gebruiksregels 13.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
45
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels 14.1 luchtvaartverkeerzone 14.1.1 luchtvaartverkeerzone - funnel Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van een obstakelvrij start-en landingsvlak met zijkanten ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven in de Bijlage 4 Luchtvaartverkeerzone-funnel, overschrijdt.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
46
Artikel 15 Algemene afwijkingsregels 15.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.
15.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
15.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 15m.
15.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5m bedragen.
15.5 Binnenplans afwijken t.b.v. aan-huis-verbonden beroep Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan voor wat betreft de voorwaarden, zoals beschreven in de begripsregels, waaronder overeenkomstig de desbetreffende bestemmingsomschrijving een aan huis verbonden beroep is toegelaten, indien door de aard van de werkzaamheden het beroep niet of bezwaarlijk anders dan aan huis of op de betreffende locatie kan worden uitgeoefend.
15.6 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt, e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
47
overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.
15.7 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
48
Artikel 16 Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen op grond van enige bepaling van de regels van dit bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
49
Artikel 17 Overige regels 17.1 Algemene regels inzake nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de bereikbaarheid van gebouwen vanuit en de situering van de hoofdentree van gebouwen ten opzichte van de openbare ruimte; b. de situering en afmetingen van groenvoorzieningen; c. de situering en afmetingen van parkeergelegenheid, ook op eigen terrein; d. de situering van toegangswegen en -paden tot gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en open erven.