CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 MIHP PO BIJLAGE 4 Notitie verhuur en medegebruik

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Meerjarig Integraal Huisvestingsplan voor het Primair en Speciaal Onderwijs (MIHP PO+)1.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Huur en Medegebruik schoolgebouwen (vastgesteld OOGO 19 oktober 2016) 1 Inleiding In het kader van de Tilburgse Educatieve Agenda 2015-2018 'Tilburg brengt je verder' hebben de LEA-partners de ambitie uitgesproken om in de toekomst te streven naar de vorming van Integrale Kindcentra. Doel voor 2018 is dat op alle locaties binnen de gemeente Tilburg wordt gewerkt aan het realiseren van een ononderbroken, brede ontwikkelingslijn voor optimale talentontwikkeling van kinderen en jongeren. Er is vanuit dit kader, naast de ontwikkeling tot Integrale Kindcentra (IKC’s), ruimte aanwezig voor diversiteit in verschijningsvormen. De keuze voor de best passende organisatievorm vloeit voort uit de integrale locatieplannen. Als een Integraal Kindcentrum niet de beste organisatievorm is om tot optimale talentontwikkeling te komen, dan werken in ieder geval kinderopvang- en peuterspeelzaalorganisaties en primair onderwijs samen aan de hand van een doorlopende ontwikkel- en leerlijn. Specifiek voor het speciaal en speciaal (basis-)onderwijs geldt hierbij tevens de samenwerking met de zorgpartners bij het vormgeven van zorgarrangementen ten behoeve van haar leerlingen. In het kader hiervan willen we zoveel mogelijk stimuleren dat samenwerkingspartners zich vestigen in of bij bestaande scholen.

Middels deze notitie wordt beoogd uniforme, sluitende afspraken te maken met schoolbesturen over het verhuren of in medegebruik geven van ruimte in schoolgebouwen in de gemeente Tilburg aan de samenwerkingspartners. We willen ervoor zorgen dat voor alle betrokkenen een gelijk speelveld wordt gecreëerd. De uitgangspunten bij verhuur en in medegebruik geven van ruimte in schoolgebouwen zijn voor geheel Tilburg hetzelfde. De gemeente ziet toe en handhaaft de uitgangspunten. 2. Wettelijk kader voor verhuur of medegebruik in scholen Voor de verhuur en het in medegebruik geven van ruimtes in schoolgebouwen zijn de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO), de Wet op Expertisecentra en de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg van toepassing. Bij zowel verhuur als medegebruik zijn twee huisvestingsscenario's mogelijk, namelijk bij volgtijdelijke leegstand en bij ruimtelijke leegstand. Bij volgtijdelijke leegstand gaat het om een ruimte die buiten reguliere lestijden niet door de school in gebruik is. Dit type leegstand is in de meeste gevallen min of meer structureel. Een kinderopvangorganisatie kan bijvoorbeeld na schooltijd iedere dag BSO (buitenschoolse opvang) aanbieden vanuit een klaslokaal dat overdag gebruikt wordt door het onderwijs.

Bij ruimtelijke leegstand gaat het om een ruimte in een schoolgebouw die niet door de school gebruikt wordt. Hiervan is sprake wanneer het gebouw meer m2 telt dan wat de school nodig heeft op basis van het aantal leerlingen dat op een school is ingeschreven. Of er sprake is van ruimtelijke leegstand wordt bepaald aan de hand van de verordening. 2.1. Medegebruik De definitie voor medegebruik binnen de onderwijshuisvesting is: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden voor onderwijs of educatie of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Dit kan zowel volgtijdelijke leegstand als ruimtelijke leegstand betreffen. Medegebruik voor onderwijs of educatie heeft betrekking op medegebruik door een andere school, voor ander uit de openbare kas bekostigd onderwijs niet zijnde basisonderwijs of voortgezet onderwijs en voor educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. Dit medegebruik is dus gekoppeld aan door het rijk bekostigd onderwijs. Medegebruik voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden heeft betrekking op instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Een schoolbestuur kan er zelf voor kiezen om ruimtes in de school in medegebruik te geven aan instellingen die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

Daarnaast heeft de Gemeente op basis van artikel 107 van de WPO het recht om ruimtes in de school te vorderen en te bestemmen voor medegebruik. Voor medegebruik is het schoolbestuur niet verplicht om vooraf toestemming te vragen aan de Gemeente. Indien het structureel medegebruik (gedurende een periode van minimaal 3 maanden) betreft heeft het schoolbestuur wel een meldingsplicht.

Het huisvesten van een school gaat in principe voor medegebruik door een andere instelling. Als een schoolbestuur ruimtes in medegebruik heeft gegeven aan een andere instelling en de ruimte wordt geclaimd door een school, dan vervalt het medegebruik, tenzij gemeente en schoolbestuur hier andere afspraken over maken. 2.2 Verhuur Een schoolbestuur kan bij volgtijdelijke of ruimtelijke leegstand een gedeelte van het gebouw verhuren aan een derde. Verhuur van een onderwijsruimte heeft betrekking op instellingen met een commercieel oogmerk. Hieronder valt óók reguliere kinderopvang (waaronder ook buitenschoolse opvang valt). Kinderopvang is een commerciële activiteit en heeft, hoe maatschappelijk gewenst ook, niet (uitsluitend) een cultureel, maatschappelijk of recreatief doel. Voor verhuur van ruimtes in schoolgebouwen door het schoolbestuur is vooraf toestemming van burgemeester en wethouders vereist. Zonder toestemming van het college is een huurovereenkomst nietig (WPO artikel 108 lid 5). Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat een aanduiding van de huurder, de bestemming van de te verhuren ruimte en de concept-huurovereenkomst. De verhuur eindigt indien de gemeente gebruik maakt van haar wettelijk vorderingsrecht, tenzij de ruimte in het schoolgebouw onttrokken is aan de onderwijshuisvestingscapaciteit.

2.3 Organisatiegebonden activiteiten Van medegebruik of verhuur is geen sprake als een schoolgebouw gebruikt wordt voor organisatiegebonden activiteiten (ouderavonden, leerling-avonden, voorlichtingsbijeenkomsten voor ouders van leerlingen etc.). Er is wel sprake van verhuur bij niet-organisatiegebonden activiteiten. Zoals bijvoorbeeld bij cursusavonden door commerciële instellingen etc. 3. Afspraken over het gebruik van ruimten Het gebruik of de bestemming van een ruimte is geregeld in een overeenkomst. Dat kan zijn een medegebruiks- of een huurovereenkomst. In de overeenkomst worden de afspraken over het gebruik nader uitgewerkt. Er is sprake van verschillende tarieven voor het medegebruik of huur van (onderwijs)ruimten. De verschillende tarieven worden hieronder weergegeven. 3.1 Tarief voor structureel in medegebruik geven van onderwijsruimten Medegebruik van onderwijsruimten vindt plaats tegen een kostendekkend exploitatietarief. Voor de berekening van het tarief kan worden aangesloten bij de genormeerde rijksvergoeding voor materiële instandhouding in het basisonderwijs (€ 60,88, prijspeil 2016).. Het uiteindelijke tarief wordt vastgesteld in overleg tussen een schoolbestuur en de medegebruiker. Het medegebruik van onderwijsruimte behelst niet het gebruik van die onderwijsruimte alléén.

Ook zal er sprake zijn van gebruik van algemene verkeersruimte (gangen, hallen of trappen) en bijvoorbeeld ook sanitaire of facilitaire ruimte. Hiermee moet rekening worden gehouden middels het hanteren van een opslag bovenop het netto aantal m2 gebruiksruimte bij het vaststellen van het kostendekkende exploitatietarief. Uit ervaringscijfers blijkt deze opslag op 40% gesteld kan worden. 3.2 Tarief voor structurele verhuur van onderwijsruimten Verhuur van onderwijsruimte geschiedt tegen een commercieel tarief. De huur bestaat doorgaans uit twee componenten: Stichtingskosten en vergoeding groot onderhoud Exploitatiekosten Het eerste element is een tarief voor de huur van de onderwijsruimte gebaseerd op de stichtingskosten en de kosten voor “groot onderhoud”. Hiervoor wordt aangesloten bij het tarief dat de gemeente hanteert voor verhuur van ruimte in schoolgebouwen. Dat tarief bedraagt € 109,10 per m2 (prijspeil 2016). Het tweede element heeft betrekking op de exploitatiekosten voor het gebruik van de onderwijsruimte voor onder andere energie, klein onderhoud, schoonmaken en dagelijks klachtenonderhoud. Hiervoor kan eveneens worden aangesloten bij het tarief dat in het kader van de materiele instandhoudingsvergoeding primair onderwijs door de rijksoverheid ter beschikking wordt gesteld, weliswaar verminderd met de bijdrage die de school ontvangt voor groot onderhoud.

Deze bijdrage zit namelijk al verwerkt in de huurvergoeding.

Het uiteindelijke tarief wordt vastgesteld in overleg tussen schoolbestuur en huurder. Evenals in geval van medegebruik moet bij de berekening van het aantal m2 rekening worden gehouden met een opslag van 40% voor het gebruik van algemene verkeers-, sanitaire- en technische ruimte. 3.3 Tarief voor volgtijdelijke verhuur of in medegebruik geven van onderwijsruimten Wordt een onderwijsruimte gebruikt door zowel het onderwijs als door een huurder (bijvoorbeeld ná schooltijd) dan wordt daarmee bij de vaststelling van het tarief rekening gehouden. Uitgangspunt daarbij is dat een onderwijsruimte dagelijks van 08.00 – 15.00 uur in gebruik kan zijn. Voor een onderwijsruimte (klaslokaal), dat elke dag 2 uur wordt verhuurd of in medegebruik wordt gegeven wordt 2/7-deel van de vergoeding door de school in rekening gebracht bij de huurder/gebruiker. 4. Onttrekken onderwijsruimte aan onderwijshuisvestingscapaciteit school. We willen stimuleren dat in schoolgebouwen ruimte ontstaat voor andere organisaties die een bijdrage leveren aan de inhoudelijke ontwikkeling die door de gezamenlijke LEA-partners worden nagestreefd. Voor het verplaatsen van kindgerichte voorzieningen (waaronder zorggerelateerde voorzieningen) naar schoolgebouwen is het gewenst dat organisaties zekerheid krijgen over een structureel verblijf in het schoolgebouw.

De gemeente is bereid in voorkomende gevallen verhuurde ruimte in schoolgebouwen aan de onderwijshuisvestingscapaciteit van de school te onttrekken, indien hiermee een inhoudelijke ontwikkeling wordt bevorderd. Voor het onttrekken van ruimte aan de onderwijshuisvestingscapaciteit dient een formeel verzoek te worden ingediend bij de gemeente. De onderwijsruimte maakt na onttrekking formeel geen onderdeel meer uit van de onderwijshuisvestingscapaciteit van scholen en kan niet worden gevorderd door de school en gemeente in geval van een capaciteitsprobleem als gevolg van groei van het aantal leerlingen. De gemeente loopt hiermee een financieel risico. Als het leerlingenaantal van een school groeit, is het niet meer mogelijk de aan de onderwijshuisvestingscapaciteit onttrokken ruimte te vorderen ten behoeve van de school. Een schoolbestuur kan in dat geval eerder een formeel verzoek indienen bij de gemeente voor bekostiging van uitbreiding van het schoolgebouw. In voorkomende gevallen draagt het schoolbestuur vanaf het moment van toekenning van een voorziening door de gemeente voor uitbreiding van de school de jaarlijkse huurvergoeding die het schoolbestuur ontvangt voor verhuur van onderwijsruimte in het schoolgebouw over aan de gemeente. 5.

Ruimte voor investeringen in schoolgebouwen door maatschappelijke organisaties In het kader van deze notitie wordt uitgegaan van een uniform tarief per m2 voor verhuur van onderwijsruimte. Niet ieder schoolgebouw en niet alle onderwijsruimte zijn op voorhand voldoende geschikt om andere kindgerichte voorzieningen te huisvesten. Om een verhuizing van andere kindgerichte voorzieningen naar een schoolgebouw mogelijk te maken kan het noodzakelijk zijn dat aanpassingen in het gebouw moeten plaatsvinden. De gemeente staat toe dat noodzakelijke investeringen in aanpassing van onderwijsruimte ten behoeve van de huisvesting van andere kindgerichte voorzieningen gedurende een periode van maximaal 10 jaar worden verdisconteerd in de huurprijs. Aan de wijze waarop in voorkomende gevallen invulling wordt gegeven aan deze afspraak moet bij aanvraag van onttrekking van onderwijsruimte aan de onderwijshuisvestingscapaciteit van de school inzicht worden gegeven. De afspraak geldt alleen voor investeringen in aanpassingen van het gebouw, niet voor inrichting van de ruimte. Onder investeringen in het gebouw worden in dit verband verstaan die investeringen waarover door huurder en verhuurder wordt overeengekomen dat zijn na het einde van de huurperiode achterblijven in het gebouw. 6.

Hardheidsclausule Gemeente en schoolbestuur kunnen in onderling overleg besluiten af te wijken van de uitgangspunten in deze regeling. Voor de gemeente Tilburg is het van belang dat een afwijking van de uitgangspunten in de notitie niet leidt tot marktverstoring en oneerlijke concurrentie tussen partijen en niet leidt tot grotere financiële risico's voor de gemeente. Dit zal een belangrijke rol spelen in de beoordeling van de situatie door de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11064801/3