CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Verslag Kennistafels dd 5 en 14 juli 2022

Raadsvergadering 14 november 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Tilburgs mediabeleid 2023-20261.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag Kennistafels Mediabeleid Kennistafel 1: informeren en controleren Datum: 5 juli 2022 Locatie: Omroep Tilburg Gespreksleider: Arold Roestenburg Aanwezig: vertegenwoordigers van Omroep Tilburg (Pieter Bon), Omroep Brabant (Renzo Veenstra), NLPO (Bas Booister), Tilburgs Mediafonds (Hedwig Zeedijk), Tilburger.nl (Paula Anguita, John Geerts), Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (Quint Kik) en gemeente Tilburg (Ulco Mes). Verhinderd: Brabants Dagblad, Fontys Hogeschool voor Journalistiek. A. Roestenburg heet de aanwezigen welkom en geeft een korte toelichting op de bedoeling van de avond. Kernvragen zijn: Hoe versterken we de lokale onafhankelijke journalistiek? Wat betekent dit voor de lokale publieke omroep, ook in relatie tot samenwerkingsvormen? Wat betekent dit voor het Tilburgs Mediafonds? U. Mes geeft een toelichting op de ambities van de gemeente Tilburg, het voortraject, de stand van zaken en het nog te lopen proces. H. Zeedijk geeft een toelichting op het Tilburgs Mediafonds, de ontstaansgeschiedenis en de werkwijze. Het Tilburgs Mediafonds wil de lokale kwaliteitsjournalistiek bevorderen. Onder kwaliteitsjournalistiek wordt verstaan het vervaardigen van kritische, betrouwbare en onafhankelijke journalistieke producten met voldoende diepgang, op basis van zorgvuldig onderzoek.

Het fonds kan financieel bijdragen aan de totstandkoming van journalistieke producten en vooronderzoek. Het fonds krijgt heel verschillende aanvragen; een deel daarvan voldoet niet aan de criteria. Na ca. 3 jaar kan worden gesteld dat het beschikbare budget voldoet en dat de het fonds impact heeft in de breedte. Stedelijke stakeholders als Omroep Tilburg en Tilburgers.nl bevestigen het succes. De pilotperiode van het Tilburgs Mediafonds is verlengd tot 31 december 2022. De verwachting is dat het fonds wordt verduurzaamd en een plek zal krijgen in het te formuleren mediabeleid. Zo niet, dan is het fonds gedwongen te stoppen vanwege gebrek aan budget. In geval van verduurzaming zijn er de volgende aandachtspunten: 1. De omgang met voorstellen die niet voldoen aan de criteria, maar toch de moeite waard lijken? 2. Hoe verduurzaam je succesvolle producten (NB: het fonds verstrekt eenmalige bijdragen, geen structurele). Q. Kik herkent de vragen die spelen rondom lokale en regionale journalistiekfondsen. Waartoe dient zo’n fonds? Gaat het om stimuleren in het algemeen of ligt het accent op onderzoek? Hoe verhoudt het zich tot andere fondsen, zoals het landelijke Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ)? De aanpak verschilt. Er zijn geslaagde en minder geslaagde voorbeelden. De gedachtevorming over lokale mediafondsen is nog steeds in ontwikkeling.

Ook binnen het SvdJ, dat de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek in Nederland stimuleert, wordt overigens voortdurend nagedacht over zijn functie en taken. H. Zeedijk geeft aan dat het Tilburgs Mediafonds allereerst fungeert als een stimuleringsfonds. A. Roestenburg vraagt aandacht voor de onafhankelijke journalistiek. Herkennen de aanwezigen zich in het beeld dat die onder druk staat, en daarmee de functie van de journalistiek als democratische waakhond? En hoe gaan ze ermee om? P. Anguita en J. Geerts stellen vast dat er nauwelijks journalisten aanwezig zijn bij vergaderingen van de raad. Tilburgers.nl doet zijn best die wel te volgen. Dat geldt ook voor collega’s van het Brabants Dagblad. Zij hebben moeite met de werkwijze van de raad, omdat commissievergaderingen - anders dan vroeger - tegenwoordig parallel worden gehouden. Dat werkt beperkend voor de journalist, omdat die vooraf moet kiezen welke vergadering hij gaat volgen. Daar staat tegenover dat vergaderingen tegenwoordig online kunt volgen en kunt terugkijken. P. Bon geeft aan dat Omroep Tilburg via programma’s aandacht heeft voor politiek en politici. Daarnaast doet ze verslag van specifieke momenten, zoals de gemeenteraadsverkiezingen. Het volgen van de raadsvergaderingen heeft voor de lokale omroep geen prioriteit. R. Veenstra van Omroep Brabant vindt dat jammer.

Hij constateert terzijde dat de controlerende taak een belangrijk onderwerp is, maar relateert niet aan de samenwerkingsvoordelen die Lokale Omroepen en Regionale Omroepen kunnen hebben. De eerste opdracht aan de omroepen is om nieuws te brengen. Dat staat

voor hem voorop. In het licht van de beperkte capaciteit (geld en personeel) van Omroep Tilburg heeft hij respect voor de slagkracht van de omroep, maar in zijn ogen zou Omroep Tilburg meer aan nieuws moeten doen. Omroep Brabant hecht overigens belang aan lokale journalistiek, ziet daarin ook een rol voor zichzelf en is bereid Tilburg te helpen. P. Bon geeft aan dat Omroep Tilburg zich primair laat leiden door de wet en de daarin geformuleerde ICE-norm. B. Booister van de NLPO nuanceert de kwestie. Hoe verhoudt nieuwsaanbod zich tot de ICE-norm? De wet is niet overal even duidelijk, laat ruimte voor interpretatie en geeft ook beleidsvrijheid. Uiteindelijk oordeelt het Commissariaat voor de Media als toezichthouder of een omroep naar behoren functioneert. A. Roestenburg vraagt naar de samenwerking tussen Omroep Brabant en Omroep Tilburg. R. Veenstra en P. Bon bevestigen dat de relatie goed is. Veenstra geeft aan dat Omroep Brabant binnen de provincie vier ‘mediahubs’ ontwikkelt en dat Tilburg er één van is. Daarnaast opereren beide omroepen met de NOS in een landelijk project ter versterking van de lokale journalistiek. Dat betekent dat er twee NOSjournalisten bij Omroep Tilburg zijn gepositioneerd om nieuws te maken, waarvan er inmiddels één is doorgestroomd naar Omroep Brabant. Zowel Veenstra en Bon constateren dat het project vruchten afwerpt.

Roestenburg constateert dat het nieuwsaanbod van de NOS-verslaggevers tot een meetbaar grotere aandacht voor Omroep Tilburg heeft geleid. Die constatering sterkt Veenstra in zijn standpunt dat het brengen van nieuws essentieel is. Bon geeft aan dat hij blij is met de extra capaciteit om dat het Omroep Tilburg de noodzakelijke extra armslag geeft. De aanwezigen zien allen meerwaarde in samenwerking. B. Booister wijst in dit verband ook op de vorming van de streekomroepen als middel om de lokale journalistiek te versterken. In dit verband ligt er een voortrekkersrol voor Omroep Tilburg bij de vorming van de streekomroep Hart van Brabant. A. Roestenburg sluit af met de opmerking dat de sector volop in beweging is en dat veel ontwikkelingen nog niet zijn uitgekristalliseerd. Dat zal ook nog wel een tijd zo blijven, gezien de plannen van staatssecretaris Uslu van OCW om het mediastelsel per 1 januari 2025 te wijzigen.

Kennistafel 2: Informeren en verbinden Datum: 14 juli 2022 Locatie: Futurelab LocHal Gespreksleider: Lout Donders Aanwezigen: vertegenwoordigers van Bibliotheek Midden-Brabant (Halima Ozen), Stadsnieuw (Ron van Kuijk), Kermis FM (Mathijs Strijards), Kruiken TV (Dennis van Roozendaal), Tilburgers.nl (John Geerts), Wijkkrant Armhoef (Jaap van Loon), kinderpersbureau TilburgJunior (Ester van Zundert), Fontys (Harmen Groenhart) en 2College Cobbenhagencollege (Massimo Secchi). Verhinderd Tilburg.com en de wijkkrant van Zorgvlied, Noord en Berkel-Enschot. L. Donders heet iedereen welkom en introduceert de bedoeling van de bijeenkomst. Kernvragen zijn wat de aanwezigen nodig hebben om hun rol in het medialandschap goed te vervullen en hoe de gemeente daarbij kan helpen. U. Mes geeft een toelichting op de ambitie van de gemeente om te komen tot mediabeleid, het te doorlopen proces, de stand van zaken, de functie van de kennistafel en de route richting besluitvorming. J. van Loon geeft aan dat Wijkkrant Armhoef geen onmiddellijke hulpvraag heeft, maar dat extra geld altijd welkom is. Wel spreekt hij zijn zorg uit over inhoudelijke bemoeienis van de gemeente. Op verzoek van U. Mes legt hij uit waar het om gaat: door de wijkkrant geïnterviewde ambtenaren vragen of ze een stuk mogen lezen ter controle van feitelijke onjuistheden. Van Loon wijst op de grote diversiteit van de wijkkranten.

Sommige zijn commercieel. Hij meent dat wijkkranten, gezien de onderlinge verschillen, in algemene zin wel vormen van training kunnen gebruiken. Hij denkt aan gezamenlijke workshop over bijv. creatief schrijven en zakelijke professionalisering (opstellen redactiestatuut, aansturing vrijwilligers etc.). De gemeente zou dit kunnen faciliteren. De wijkkranten zien nog steeds de waarde van een papieren versie. Er is wel aandacht voor de omslag naar online. Online, o.a. een eigen website, vraagt evenals papier de inzet van mensen en geld. Online biedt wel andere mogelijkheden tot samenwerking.

J. Geerts, M. Strijards en D. van Rozendaal haken hierop in. Geerts geeft aan dat Tilburgers.nl open staat voor inbreng van anderen en geeft daarvan enkele voorbeelden. Ook Kermis FM en Kruiken TV willen meer betekenen voor de stad. De wens tot samenwerking is er. De Mediawet bepaalt de mogelijkheden voor samenwerking met Omroep Tilburg. In de praktijk is dat lastig vanwege commerciële aspecten waar zij als hyperlocals mee te maken hebben. Ook zij zien de meerwaarde van een soort Tilburgse multimediavoorziening. Een plek waar je kunt samenwerken, waar apparatuur beschikbaar is of wordt uitgeleend (vergelijkbaar met een bibliotheek). Op die manier kan misschien samenwerking ontstaan met organisaties met professionele apparatuur. Genoemd worden Omroep Tilburg, Fontys, ROC en Mindlabs, met de opmerking dat meeste aanwezigen geen beeld hebben van laatstgenoemde organisatie. M. Strijaards wijst in dit verband op halen en brengen. Kermis FM heeft bijv. handjes en ruimte nodig en stelt daar de mogelijkheid van stageplekken en kennis tegenover. Op die manier wordt samengewerkt met o.a. onderwijs, het Ontdekstation en V39. U. Mes laat weten dat Tilburg.com, met goede contacten in de Tilburgse ondernemerswereld, soortgelijke ideeën heeft over kennisdelen en samenwerking. Groenhart ziet kansen.

Fontys werkt toe naar een nieuw curriculum voor studenten met gerichte aandacht voor verschillende journalistiek in de praktijk: fact checking, story telling, de wijk in, waakhond, etc. Dezenieuwe aanpak biedt kansen voor andersoortige verbindingen met de beroepspraktijk. Waar voorheen voor ervaringsplekken vooral werd gekeken naar publieke omroepen en dagblad pers, komen nu ook hyperlocals en wijkkranten in beeld. Aanwezigen zijn het erover eens dat zoiets begint met het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. De diverse partijen kennen elkaar slecht. Er is een netwerkplek nodig. Dat kan ook zo’n multimedia voorziening zijn. Mogelijk zou de gemeente hierin een rol kunnen spelen. Wat de verbinding tussen onderwijs en praktijk betreft wijst Groenhart nog op twee belangrijke uitdagingen: studenten hebben coaching nodig en studenten leveren niet altijd. Hoe ga je daarvoor zorgen? L. Donders vraagt hoe het zit met de interesse van jongeren voor media en journalistiek. Volgens Secchi is die groot. Het Cobbenhagencollege heeft i.s.m. Omroep Tilburg in het praktijkonderwijs gewerkt met de formule van de T-reporters. Dat was een succes: actief als verslaggever in de wijk werden de leerlingen geconfronteerd met allerlei vragen omtrent journalistiek. Ook E. van Zundert bevestig de belangstelling van jeugd en jongeren voor de journalistiek.

Als Juniorkrant organiseert ze diverse activiteiten voor kinderen, ook in samenwerking met scholen. Het maken van een papieren krant is een succesformule doordat een appel wordt gedaan op talenten als creativiteit, schrijven en maken. Een papieren versie zorgt voor verspreiding en bereik van ouders en genereert veel trots (bij kinderen, ouders etc.). Het begin was mogelijk door een financiële bijdrage van het Tilburgs Mediafonds. Er is echter budget nodig om het initiatief voort te zetten. Samenwerking kan daarbij helpen, mogelijk met het kinderpersbureau dat in Tilburg-Noord actief is. R. van Kuijk en H. Ozen wijzen op de mogelijkheden van respectievelijk Stadsnieuws en De Bibliotheek. Het Stadsnieuws staat open voor allerlei vormen van samenwerking en kopij, ook van bijv. wijken en jongeren. De Bibliotheek beschikt over ruimte (o.a. trappenlandschap, labs in de LocHal) en biedt mogelijkheden voor het opzetten en realiseren van programma’s, ook voor kinderen (Omroep Tilburg verzorgt uitzendingen vanuit de LocHal). Tot slot beschikt De Bibliotheek over een groot netwerk. L. Donders constateert dat er nog een wereld te winnen is, dankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12002047/1