CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting ontwerpbestemmingplan

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP Reit 2007, Warandelaan 2, Nieuwbouw 230.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

e xce lle n te bedrijfs voering d oe lste llin gen 15 Een dienstverleningsmentaliteit ontwikkelen die studenten en wetenschappers centraal stelt. 16 Ondersteunende processen harmoniseren en een efficiënte inrichting van de processen garanderen. 17 Een sterk partnerschap tussen de faculteiten en University Services ontwikkelen.

39

Tilburg University Strategisch Plan 2018-2021, Verbinden om de samenleving vooruit te helpen

Samenvatting vi s i e

s t rat egie

De samenleving verandert met een hoge snelheid. De sociale- en geesteswetenschappen stellen ons in staat de uitdagingen van globalisering, digi­talisering, pluralisme en duurzaamheid te begrijpen; om kritisch te reflecteren op onze waarden en ons handelen; en om bij te dragen aan betekenisvolle oplossingen.

Profiel Wij beogen ons profiel te versterken en te verbreden als een, internationale, student centered, sociale- en geesteswetenschappelijke universiteit, met een sterke signatuur, excellent en hoogst zichtbaar onderwijs, onderzoek en sociale impact. Onderwijs Wij bieden excellent en innovatief onderwijs volgens de principes van kennis, kunde en karakter, gericht op het opleiden van studenten tot de leiders van de toekomst. Onderzoek Tilburg University excelleert in zowel mono- als multidisciplinair onderzoek. Impact We streven ernaar de samenleving vooruit te helpen door regionale samenwerking uit te breiden en door ons te richten op een aantal uitdagende strategische thema’s, waaronder: Empowering the Resilient Society; Enhancing Health and Wellbeing; en Creating Value from Data. Deze drie komen terug in ons overkoepelende thema, de Digitale Samenleving. Deze thema’s vergroten zowel onze maatschappelijke impact als de zichtbaarheid daarvan. Groei We willen een middelgrote universiteit worden door gecontroleerde groei, met excellentie en kwaliteit als randvoorwaarden. Locatie De campus is het bruisende hart van de Tilburg University gemeen­ schap, aangevuld met een beperkt aantal strategisch gekozen locaties en verbonden met de stad Tilburg.

m i s s ie We streven ernaar de samenleving vooruit te helpen door ons begrip van die samenleving te verdiepen. Wij leiden onze studenten op met het doel hun kennis, kunde en karakter te ontwikkelen die zij nodig hebben om de hedendaagse uitdagingen tegemoet te treden. Verbonden als we zijn met de samenleving, zetten we excellent onderzoek in voor ‘het goede leven’ voor iedereen.

a m b itie Tilburg University is science-driven en student-centered. Wij streven ernaar jonge mensen op te leiden tot verantwoordelijke en onder­nemende denkers, klaar om de samenleving naar een nieuw tijdperk te leiden. Ons onderzoek moet herkenbaar zijn vanwege de kwaliteit, integriteit en impact op de samenleving.

40

Samenvatting

Cultuur en governance We hebben een open en diverse cultuur van excellentie gebaseerd op vertrouwen, verbondenheid, inclusiviteit en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de universiteit als geheel. We zullen onze governance aanpassen om verdere groei mogelijk te maken: het College van Bestuur met de decanen vormt het bestuur van de universiteit. Zij werken samen in de ontwikkeling van nieuwe initiatieven en de realisatie van gezamenlijke strategische ambities. Excellente bedrijfsvoering Tilburg University werkt vanuit het principe van student centricity. University Services biedt excellente ondersteuning als partner van de faculteiten.

d o e l s t e llin ge n Onderwijs 1 Onze Onderwijs Visie en Profiel implementeren in alle bacheloropleidingen. 2 Het Digital Education Enhancement Program (DEEP) ontwikkelen en implementeren. 3 De waardering voor onderwijs en de kwaliteit van het onderwijs en docenten verhogen. 4 Programma’s ontwikkelen gericht op professioneel leren en een leven lang leren.

41

Onderzoek 5 De samenwerking in landelijke en internationale wetenschaps­ consortia vergroten. 6 Activiteiten ontwikkelen om Open Sience te stimuleren. Impact 7 De coherentie en samenwerking tussen de onderzoeksprogramma’s stimuleren en de zichtbaarheid van onze maatschappelijke impact vergroten. 8 De samenwerking met partners stimuleren om de samenleving vooruit te helpen. Groei 9 De totale studentenpopulatie verhogen door middel van gecontroleerde en duurzame groei. 10 Geldstromen verhogen. Locatie 11 Onze bruisende campus ontwikkelen en versterken. 12 Duurzaamheid en Corporate Social Responsibility tot speer­ punten maken voor Tilburg University. Cultuur en governance 13 Diversiteit en inclusiviteit stimuleren: naar meer gendergelijkheid streven en de integratie van internationale en Nederlandse medewerkers en studenten stimuleren. 14 Een leiderschap competentie ontwikkelprogramma implementeren. Excellente bedrijfsvoering 15 Een dienstverleningsmentaliteit ontwikkelen die studenten en wetenschappers centraal stelt. 16 Ondersteunende processen harmoniseren en een efficiënte inrichting van de processen garanderen. 17 Een sterk partnerschap tussen de faculteiten en University Services ontwikkelen.

Tilburg University Strategisch Plan 2018-2021, Verbinden om de samenleving vooruit te helpen

The Making of … Het Strategisch Plan 2018-2021 is in drie fases tot stand gekomen: een divergentiefase, een consolidatiefase en een convergentiefase. Divergentie Tijdens de divergentiefase hebben we met gerichte activiteiten een breed publiek van externe en interne stakeholders geraadpleegd. De rode draad bij al deze activiteiten bestond uit zeven strategische dimensies die als kapstok dienden voor de discussies over de toekomst van de universiteit. Tijdens de consultatiebijeenkomsten werden externe stakeholders gevraagd op deze zeven dimensies te reageren. Ongeveer 300 alumni en 50 vertegenwoordigers van de strategische partners van de universiteit hebben deelgenomen aan vier bijeenkomsten op verschillende locaties in Nederland. Het consultatieproces met de medewerkers en studenten was gebaseerd op het concept Speech2025. Teams van universiteitsbrede vertegenwoordigers werden uitgenodigd om hun standpunten uiteen te zetten in een speech op het podium over een onderwerp naar keuze dat verband hield met de zeven dimensies. Tijdens het slotevenement van Speech2025 hielden 25 teams een presentatie tijdens een vier uur durende plenaire bijeenkomst in de Aula van de universiteit. Consolidatie De verzamelde informatie werd zorgvuldig geanalyseerd in relatie tot de zeven dimensies.

Daarnaast werd er een statistische analyse uitgevoerd om de belangrijkste trefwoorden eruit te destilleren. Een set testimonials werd eruit gelicht in de vorm van pakkend geformuleerde relevante inzichten. De notulen van de bijeenkomsten en het ruwe materiaal van de evenementen voor externe stakeholders zijn terug te vinden op de website over het Strategisch Plan (https://www.tilburguniversity.edu/strategischplan/). De hoogtepunten uit de Speech2025 presentaties zijn gebundeld en de volledige speeches staan op de website van het Strategisch Plan. De statistische analyse is daar als apart document te vinden. Convergentie De strategische thema’s en denkrichting van de strategie zijn vastgesteld tijdens een aantal bijeenkomsten van het College van Bestuur met de decanen en de extended leadership group. De Universiteitsraad en het Stichtingsbestuur zijn ook geraadpleegd. De eerste convergentie resulteerde in een One-Page Strategy, waarin de belangrijkste thema’s staan beschreven. Ten slotte zijn 42

The Making of...

de details en de inhoudelijke onderbouwing toegevoegd, wat heeft geleid tot dit Strategisch Plan 2018-2021.

43

Tilburg University Strategisch Plan 2018-2021, Verbinden om de samenleving vooruit te helpen

Bronnen Bronnen voor de divergentiefase • Seven Dimensions for a New Strategy • Tendensen & Inzichten en onderliggende rapporten (zie de bibliografie) • Speech2025 • Belangrijke aantekeningen en notulen van de strategie sessies met alumni en externe stakeholders • Notulen van de bijeenkomsten van de extended leadership group (4 april en 15 mei 2017) • Principles & Objectives (10 mei 2017) • Notulen van bijeenkomsten met de deans (en input ontvangen per mail) Overige bronnen • Borgman, E.P.N.M. (2011). Met het oog op goed leven. Cobbenhagen en onze universitaire cultuur. Tilburg: Tilburg University. • Pauselijke raad voor rechtvaardigheid en vrede (2004). Compendium van de sociale leer van de kerk, Brussel: Licap cvba. • Floridi, L. (2014). The 4th Revolution: How the Infosphere is Reshaping Human Reality, Oxford University Press. • Harari, Y.N. (2015). Homo Deus, London: Harvill Secker. • Hertog, D. den, Wilthagen, A.C.J.M., Denollet, J.K.L. (2017). Advancing Society in a Digital Era, Science with a Soul, Tilburg: Tilburg University. • Het Cobbenhagen Center (2017). A Learning Society. Een universitaire gemeenschap met toekomst. Deelrapport Waarden in de wetenschap. Tilburg: Tilburg University. • Isin, E., Ruppert, E.S. (2015). Being Digital Citizens, Rowman and Littlefield International. • Lenning, A. van, De Regt, H.C.D.G. (2017). Kennis, Kunde, Karakter.

Onderwijsvisie Tilburg University. Tilburg: Tilburg University. • Newman, J.H.C. (2016). The Idea of a University, first year of publication 1852, revised publication 2016, CreateSpace Independent Publishing Platform. • Oers, B. van (2015). In Dialogue, with people of other religions and philosophies, Utrecht: Kaasjager makers van communicatie. Cobbenhagen essays. (2016). Nijmegen, Nederland: Valkhof Pers. • Sursock, A. (2015). Trends 2015: Learning and Teaching in European Universities, European Universities Association. ISBN: 9789078997542. 44

Bijlage 2 Natuur Netwerk Brabant Natuur Netwerk Brabant

NEE, TENZIJ- TOETS WARANDELAAN 2 TE TILBURG

Rapportage nee, tenzij- toets Warandelaan 2 te Tilburg Opdrachtgever

Tilburg University Postbus 90153 5000 LE Tilburg

Contactpersoon Rapportnummer Versienummer

de heer M. Paas 10849.009 D3

Status

Eindrapportage

Datum

20 februari 2020

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

ing. T. Bruinsma

Paraaf

Kwaliteitscontrole

S. Westbroek, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

3

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5

5

NEE, TENZIJ-TOETS NATUURNETWERK BRABANT ............................................................. 7 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Inleiding ............................................................................................................................ 7 Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem ................................................... 8 Robuustheid en aaneen geslotenheid van het NNB ........................................................ 9 De aanwezigheid van zeldzame of beschermde soorten ................................................. 9 De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen ............................ 10 Behoud van oppervlakte en samenhang ........................................................................ 11 Rust en stilte ................................................................................................................... 11 Donkerte en openheid .................................................................................................... 11

6

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 12

7

AANBEVELINGEN.................................................................................................................... 13

10849.009

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Tilburg University opdracht gekregen voor het uitvoeren van een “nee, tenzijtoets” aan de Warandelaan 2 te Tilburg. De “nee, tenzij- toets” is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen snoeiwerkzaamheden en nieuwbouw op de onderzoekslocatie en heeft als doel om de effecten van het beoogd gebruik op de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het nabijgelegen Natuurnetwerk Brabant te onderzoeken. De “nee, tenzij-toets” is uitgevoerd naar aanleiding van de voorafgaande resultaten uit de quickscan flora en fauna die Econsultancy in oktober 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10849.003, d.d. 28 oktober 2019). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 1 van 13

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie ligt aan de Warandelaan 2, circa 2 kilometer ten westen van de kern van Tilburg. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreft de parkeerplaats aan de westzijde van de campus van de Universiteit Tilburg. Ten westen en zuiden bevindt zich bosgebied behorend tot het Natuurnetwerk Brabant. In dit bosgebied is een afwisselende vegetatiestructuur aanwezig bestaande uit bomen als gewone beuk, grove den, ruwe berk en Amerikaanse eik. De struiklaag bestaat uit soorten als vuilboom, kardinaalsmuts, hulst met verspreid braamstruiken, takkenrillen en boomstobben. Ten noorden en oosten van de onderzoekslocatie bevinden zich universiteitsgebouwen van de Universiteit Tilburg. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant (groen) weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek (d.d. 16 oktober 2019).

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 2 van 13

Figuur 2. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant (groen). De te realiseren nieuwbouw is in het grijs aangegeven.

Figuur 3. Oostzijde huidige parkeerplaats.

Figuur 4. Westzijde huidige parkeerplaats.

Figuur 5. Begrenzing plangebied door omliggende bosschage.

Figuur 6. Voetgangerspassage door bosschage oostzijde plangebied.

Figuur 7. Ontsluitingsweg Warandelaan met parkeerterrein door bosschage oostzijde plangebied.

Figuur 8. Doorsnede bosschage bestaande uit beuk, Amerikaanse eik en tamme kastanje.

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 3 van 13

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens de parkeercapaciteit op de onderzoekslocatie te verhogen van 300 naar ca. 600 parkeerplaatsen (voorkeursvariant 2.1). Hiervoor wordt een parkeergarage met drie parkeerlagen gebouwd (maaiveld, 1e en 2e laag). Indien mogelijk wordt een overkapping aangebracht ten behoeve van de aanleg van een zonnedak. Dit hangt af van een studie naar het rendement van de zonnepanalen. De onderzoekslocatie grenst aan de westzijde aan een bosschage behorend tot het Natuurnetwerk Brabant (onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland). Zowel het beheer- als het ambitietype dat hier op ligt is “N16.03 Droog bos met productie” (Kaartenbank Brabant, 2017). De initiatiefnemer is voornemens om de bomen aan de buitenste rand van deze bosschage tot een hoogte van 5,6 meter (bij een parkeergarage van 3 verdiepingen) tot aan de stam terug te snoeien. Hierdoor blijft voldoende bladmassa bij deze bomen behouden en treedt er als gevolg van de nieuwbouw geen schade op aan de bomen. Eventuele effecten van de voorgenomen (bouw)plannen op de aanwezige bomen en de te nemen maatregelen worden inzichtelijk gemaakt door het uitvoeren van een Boom Effect Analyse (Econsultancy, rapportage 10849.006). Zie voor een impressie van de voorgenomen plannen figuur 9 en 10.

Figuur 9. Toekomstige nieuwbouw parkeergarage (Bron: Studio Hartzema BV).

Figuur 10. Visualisatie parkeergarage (Bron: Studio Hartzema BV).

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 4 van 13

3

ONDERZOEKSMETHODIEK

De “nee, tenzij-toets” bestaat uit een bureauonderzoek. Aan de hand van de voorafgaande quickscan die plaatsvond op de onderzoekslocatie (rapport 10849.003, d.d. 28 oktober 2019) en een literatuurstudie is er een toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening (“nee, tenzij-toets”) uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van de ‘spelregels EHS1’ van de provincie Noord-Brabant. Het effect van de ingreep op de natuurlijke kenmerken en waarden van het NNB dienen conform de Verordening Ruimte Noord-Brabant op een aantal aspecten getoetst te worden. In onderhavig onderzoek is het effect van de voorgenomen kap op het NNB op onderstaande criteria getoetst: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem; robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNB; de aanwezigheid van zeldzame en beschermde soorten; de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; behoud van oppervlakte en samenhang; rust en stilte; donkerte en openheid.

1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) is sinds 2013 de naam van de ecologische hoofdstructuur van Nederland; een

samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland.

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 5 van 13

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING

Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op: • • •

het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.

De provincie is het bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.1 Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. 4.1.1

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Initiatiefnemers van ingrepen binnen of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland dienen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities te onderzoeken. De omgevingscondities zullen ten opzichte van de oorspronkelijk situatie mogelijk veranderen. Dit zal middels een zogenaamd “nee, tenzij-onderzoek” nader moeten worden onderzocht. Ingrepen die de natuur significant aantasten, mogen niet worden toegestaan in het bestemmingsplan (“nee”), tenzij ze een groot openbaar belang dienen én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen).

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 6 van 13

5

NEE, TENZIJ-TOETS NATUURNETWERK BRABANT

In onderstaand hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de wetgeving ten aanzien van gebiedsbescherming aangaande het Natuurnetwerk Brabant. Bij de onderhavige “nee, tenzijtoets” worden de (mogelijke) effecten op het NNB in kaart gebracht. 5.1

Inleiding

Het Natuurnetwerk Brabant is planologisch beschermd. Dit betekent dat de provincie Noord-Brabant nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet toestaat. Initiatiefnemers van ingrepen binnen NNB dienen de effecten van de ingreep te onderzoeken middels een “nee, tenzij”-onderzoek. Het doel van het “nee, tenzij-beleid” is het voorkomen van significant negatieve effecten van ontwikkelingen op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Het effect van de ingreep op de natuurlijke kenmerken en waarden van het NNB dienen conform de Verordening Ruimte Noord-Brabant op een aantal aspecten getoetst te worden. In onderhavig onderzoek is op onderstaande criteria het effect van de voorgenomen snoei van bomen en realisatie van nieuwbouw op het NNB getoetst: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem; robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNB; de aanwezigheid van zeldzame en beschermde soorten; de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; behoud van oppervlakte en samenhang; rust en stilte; donkerte en openheid.

Op basis van een toetsing aan deze criteria zijn de volgende oordelen mogelijk: ▪ ▪ ▪

Op één van de aspecten is het oordeel: significante aantasting. Op geen aspect is het oordeel significante aantasting, maar als alle aspecten in combinatie overzien worden is het oordeel: significante aantasting. Op geen aspect is het oordeel significante aantasting, ook niet bij combinatie van de aspecten.

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 7 van 13

5.2

Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem

De te snoeien houtopstand ligt binnen het Natuurnetwerk Brabant en betreft het beheertype “N16.03 Droog bos met productie”. Dit zijn veelal van oorsprong aangeplante droge bosopstanden met boomsoorten als den, (winter)eik, beuk, lariks en/of fijnspar, waarin loofbomen domineren. Het is het omvangrijkste bostype in Nederland en combineert een redelijk tot goede groei met een ruime variatie aan, en mengingsmogelijkheden van, loof- en naaldboomsoorten, vooral op de wat lemigere bosgroeiplaatsen. De huidige houtopstand op de onderzoekslocatie bestaat vrijwel uitsluitend uit gewone beuk, grove den, ruwe berk en Amerikaanse eik, wat vanuit het oogpunt van biodiversiteit niet zeer waardevol is. Doordat alleen snoei van bomen aan de rand van de bosschage plaatsvindt, is er netto geen areaal verlies aan NNB. Het aangrenzende plangebied waarop nieuwbouw plaatsvindt is reeds in gebruik als parkeerplaats en valt buiten de begrenzing van gebieden behorende tot het NNB. Door de bouw van de parkeergarage is het ontstaan van slagschaduw op de bosrandzone van het betreffende NNB niet uitgesloten. De slagschaduw leidt mogelijk tot kwaliteitsvermindering van de ecologische waarde van deze bosrand voor (zon minnende) faunasoorten met name insecten.

Om de externe werking van de ingreep (slagschaduw) te verzachten en kwaliteitsvermindering vanuit het oogpunt van biodiversiteit te voorkomen kunnen mitigerende maatregelen genomen worden met als doel het duurzame medegebruik van de parkeergarage door inheemse planten- en diersoorten te versterken. Deze maatregelen dragen positief bij aan de potentie van de wezenlijke kenmerken en waarden van het beheertype “N16.03 Droog bos met productie” dat op onderzoekslocatie bedoelt is. Enkele mitigerende maatregelen die getroffen kunnen worden ten behoeve van het duurzame medegebruik van de parkeergarage door inheemse planten- en diersoorten zijn onderstaand beschreven. De dekkingsraad en schuilmogelijkheden in de bestaande bosrandzone kunnen versterkt worden door het hout dat bij de snoei van de bomen vrijkomt direct in de bosrandzone te verwerken als takkenril. Hierdoor ontstaat in de bosrandzone meer beschutting voor vogels en zoogdieren om er te foerageren en te nestelen. Daarnaast blijven de bomen aan de rand van de ontwikkelingslocatie bespaard, waardoor deze als voedselbron kunnen blijven dienen voor aanwezige fauna zoals verscheiden geleedpotigen en broedvogels Door de realisatie van de parkeergarage worden randinvloeden op de bosrand door optische verstoring, veroorzaakt door rijdende auto’s en voetgangers geminimaliseerd.

Hierdoor zullen vogels en zoogdieren in de bosrand meer rust vinden om er te foerageren en te nestelen. Nestgelegenheid kan versterkt worden door het plaatsen van nestkasten voor in de omgeving voorkomende mezensoorten op tenminste 2 meter hoogte. Teven kunnen aan bomen of tegen bebouwing op de projectlocatie nestkasten geplaatst worden, bijvoorbeeld het type NK SE 03 voor pimpelmees en het type NK SE 06 voor koolmees. De gevels van de parkeergarage kunnen rondom met groen worden aangekleed middels klimplantbegroeiing. Hierbij kan aan de schaduwzijde van de parkeergarage klimopbeplanting (hedera helix) worden toegepast. Aan de voorzijde van de parkeergarage kunnen zonminnende soorten als kamperfoelie, bosrank en hop worden toegepast. Rondom de parkeergarage kunnen hagen worden aangeplant. Door te kiezen voor gemengde haag kan een hogere natuurwaarde worden verkregen. Gekozen kan bijvoorbeeld worden voor een combinatie die bij het beheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’ past van beuk en/of haagbeuk. Deze combinatie van hagen en klimplanten leidt tot een zeer mooi en natuurvriendelijk resultaat. De klim- en haagplanten trekken eveneens insecten aan en bieden nest- en schuilgelegenheid voor vogels. De insecten kunnen tevens dienen als voedsel voor vogels.

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 8 van 13

Het dak van de parkeergarage kan groen worden aangekleed. Door op het dak sedumvegetatie te realisatie in combinatie met insectenaantrekkende kruidensoorten kan de biodiversiteit in insecten sterk verhoogd worden. Insectenaantrekkende kruidensoorten die aangeplant kunnen worden op het dak zijn soorten als gewoon duizendblad, bieslook, wolfsmelk, sint janskruid, marjolein, zeepkruid en tijm. Het dak kan tevens als foerageerhabitat voor vogels dienen. Door middel van het plaatsen van een insectenhotel kan een plek worden gecreëerd waar insecten (vlinders, bijen en kevers) kunnen verblijven. Het insectenhotel wordt gemaakt van natuurlijk materiaal. De ideale plaats voor een insectenhotel is zonnig, uit de wind en beschut tegen de regen, met de open kant naar het zuiden. Het insectenhotel dient geplaatst te worden in de omgeving van bloemrijke of insectenaantrekkende beplanting of op een groen dak. Conclusie: Externe werking (slagschaduw) door de bouw van de parkeergarage aan de rand van de bosrandrandzone van het betreffende NNB gebied, is te voorkomen indien maatregelen genomen worden ter stimulatie van het duurzame medegebruik van de parkeergarage door inheemse plantenen diersoorten.

Maatregelen zoals aanplant van haag- en klimplanten, aanleggen groen dak en plaatsen insectenhotels en nestkasten heeft de potentie de wezenlijke kenmerken en waarden van het beheertype “N16.03 Droog bos met productie” dat op onderzoekslocatie bedoelt is te versterken. 5.3

Robuustheid en aaneen geslotenheid van het NNB

Oppervlakteverlies en versnipperring van gebieden die deel uitmaken van het NNB is onwenselijk en moet voorkomen worden. Doordat de te snoeien houtopstand aan de grens van een NNB gebied ligt (zie figuur 11), wordt de aaneen geslotenheid van het NNB niet aangetast. Om diezelfde reden is er ook geen sprake van een verminderde uitwisseling van soorten tussen gebieden. Conclusie: De voorgenomen snoei leidt niet tot een verslechtering van de robuustheid en aaneen geslotenheid van het NNB. Figuur 11. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant op grotere schaal.

5.4

De aanwezigheid van zeldzame of beschermde soorten

Uit het veldbezoek dat heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2019 blijkt dat er binnen de te snoeien houtopstand van het aangrenzende bosperceel geschikt habitat voor beschermde soorten aanwezig is (zie tabel I). De bomenopstand kan een functie hebben voor nesten van roofvogels en eekhoorns. Daarnaast is in een van de te snoeien bomen een boomholte aangetroffen welke mogelijk in gebruik is als verblijfplaats voor vleermuizen. Conclusie De effecten van de voorgenomen plannen op de aanwezige of te verwachten fauna en de te nemen vervolgstappen zijn weergegeven in onderstaande tabel I. Voor een aantal soorten zoals de vleermuis, eekhoorn en roofvogels is een aanvullend veldonderzoek benodigd om de aan- of afwezigheid van deze soorten op de onderzoekslocatie en de functie van de onderzoekslocatie voor deze soorten te bepalen. Verder dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en de zorgplicht.

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 9 van 13

Tabel I. Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen (bron: quickscan flora en fauna rapportage 10849.003). Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

algemeen

ja

ja

nee

nee

jaarrond beschermd

ja

mogelijk

ja

afhankelijk van nader onderzoek

controle op roofvogelnesten in bomen binnen 75m van de werkzaamheden indien aangetroffen soortgericht onderzoek

verblijfplaatsen

ja

mogelijk

ja

afhankelijk van nader onderzoek

onderzoek naar vaste rust- en verblijfsplaatsen in tamme kastanje conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Netwerk Groene Bureaus, 2017)

foerageergebied

ja

nee

nee

nee

voldoende alternatieven aanwezig in de directe omgeving, rekening houden met verlichting

vliegroutes

ja

nee

nee

nee

potentiele vliegroutes buiten de onderzoekslocatie intact laten en verlichting op deze vliegroutes niet toe laten nemen

algemeen

ja

mogelijk

ja

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten als konijn, egel, mol en verschillende muissoorten. (graaf) Werkzaamheden en verwijderen van takkenhopen etc. in de periode sept. t/m nov.

Streng beschermd

ja

mogelijk

ja

mogelijk

voor eekhoorn controle op nesten in bomen rondom plangebied of werkzaamheden uitvoeren conform gedragscode binnen periode september – half november onderzoek kleine marterachtigen indien ontsluitingsweg aanleggen door bosschage

Amfibieën

minimaal

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van gewone pad en bruine kikker. Onderzoek Alpenwatersalamander, vinpootsalamander en kamsalamander indien ontsluitingsweg aanleggen door bosschage

Reptielen

nee

nee

nee

nee

-

Vissen

nee

nee

nee

nee

-

Libellen en dagvlinders

nee

nee

nee

nee

-

Overige ongewervelden

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

-

Broedvogels

Vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

5.5

Bijzonderheden / opmerkingen*

het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren

De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen

De te snoeien houtopstand vormt geen ecologische verbindingszone (EVZ) of maakt daar deel van uit (Kaartenbank Brabant, 2018). De dichtstbijzijnde EVZ ligt ongeveer 3,0 km ten westen van de onderzoekslocatie. De te snoeien houtopstand ligt aan de grens van een aaneengesloten NNB gebied en wordt ten noorden begrensd door de Baden Powelllaan, waardoor deze ook niet als een essentiële verbinding voor dieren kan fungeren. De voorgenomen snoei leidt dus niet tot een afname of verslechtering van het aantal ecologische verbindingszones in het NNB. Conclusie: De voorgenomen snoei en nieuwbouw heeft geen negatief effect op het aantal ecologische verbindingszones in het NNB.

Rapport 10849.009 versie D3

Pagina 10 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10893949/1