CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen-b001

Raadsvergadering 10 maart 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP Bgb De Zandleij 2012, 18e herz. (Waalwijkseweg 10A) AFGEVOERD VAN DE AGENDA15.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020042-b001

9 november 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 4 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 4 1.2 Het plangebied 4 1.3 Voorgaande plannen 4 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur 4 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 6 2.1 Rijk 6 2.2 Provincie 6 2.2.2 Interim omgevingsverordening 7 2.3 Gemeente 9 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 11 3.1 Inleiding 11 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 11 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 11 3.4 Volkshuisvesting 12 3.5 Groen 12 3.6 Verkeer en parkeren 14 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 16 4.1 Inleiding 16 4.2 Milieueffectrapportage 16 4.3 Milieuhinder bedrijven 16 4.4 Externe veiligheid 17 4.5 Vuurwerk 18 4.6 Trillingen 19 4.7 Geluid 19 4.8 Lucht 19 4.9 Geur 19 4.10 Bodem 20 4.11 Natuur en ecologie 21 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 24 5.1 Bestaand watersysteem 24 5.2 Beleidskader 24 5.3 Duurzaam watersysteem 24 5.4 Watertoets 25 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 26 Hoofdstuk 7 Omgevingsdialoog en vooroverleg 27 7.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 27 7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 27 7.3 Omgevingsdialoog 27 7.4 Zienswijzen 27

Toelichting

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Aan Waalwijkseweg 10A te Udenhout was een varkenshouderij gevestigd. In het kader van de zogenaamde warme sanering varkenshouderijen wordt de bedrijfsvoering beëindigd en om die reden is een planherziening nodig. Hiertoe is op 9 november 2020 een aanvraag ingediend. Aanvrager heeft hierbij aangegeven dat hij, naast het opheffen van het bestemmingsvlak 'Agrarisch-Agrarisch Bedrijf' een drietal Ruimte-voor-ruimtewoningen wil realiseren, alsmede een bestaande loods wil handhaven als opslagvoorziening annex timmerwerkplaats. Over de toekomst van het perceel na deelname aan de warme sanering varkenshouderijen is in het najaar van 2020 uitvoerig overlegd door gemeente, provincie en initiatiefnemer. Alle genoemde partijen stemmen in met de strekking van dit vervolgplan.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de kadastrale percelen Udenhout, sectie F, nrs. 5628, 4994, 4995 en 4996.

Afbeelding: ligging plangebied in Tilburg

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan vervangt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012.

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Gebiedsbeschrijving De planlocatie is gelegen in het buitengebied ten zuiden van Udenhout. Het perceel ligt hier in een landschap van kampontginningen met plaatselijk akkers met plaggendekken. In dit landschap werden de boerderijen van oudsher aan de randen van de akkers gebouwd, maar een enkele keer werd ook bovenop de akker een boerderij opgericht. Dit resulteerde in een patroon van gekromde bebouwingslinten in een afwisselend en halfopen landschap. In het gebied tussen Udenhout en Berkel-Enschot is de bebouwingsstructuur te typeren als een web van halfopen bebouwingslinten met daarin een aantal buurtschappen. De buurtschappen zijn

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

2

bebouwingsconcentraties rond kruispunten. Daarbuiten is de bebouwingstructuur losser; agrarische erven liggen hier los van elkaar, waardoor er verschillende doorzichten zijn vanaf de weg over het landschap. De Waalwijkseweg maakt onderdeel uit van een oude, bovenregionale route. Aan deze route vinden we verschillende karakteristieke en waardevolle boerderijen. Landschapspark Pauwels De gemeente Tilburg maakt werk van Landschapspark Pauwels. Na vaststelling van het masterplan Pauwels (febrauri 2019 ) wordt nu gewerkt aan verschillende deeluitwerkingen. In het masterplan wordt veel aandacht besteed aan de toegankelijkheid en beleefbaarheid van het landschap. Om beide te versterken wordt voorgesteld om een voetpad te realiseren tussen de zuidzijde van Udenhout en de Zwaluwsestraat. De (globale) route van dit pad voert langs onze planlocatie (zie afbeelding). Het voorstel is hierop toegesneden.

Stedenbouw Het voorliggende initiatief voorziet in de sloop van verschillende schuren en de realisatie van een nieuw woonerf met 3 ruimte-voor-ruimte woningen. De nieuwe woningen worden gerealiseerd op de plek van deze schuren, waardoor er sprake is van een aanzienlijke kwaliteitswinst. Omdat er wordt gebouwd op reeds geroerde grond, hoeft het omliggende landschap niet te worden aangetast. Het nieuwe woonerf komt op enige afstand van de doorgaande weg te liggen. Dit is niet gebruikelijk in deze regio, maar sluit in dit geval goed aan op de ambities uit masterplan Pauwels. Door het nieuwe woonerf te verbinden aan het gewenste wandelpad tussen Udenhout en de Zwaluwsestraat zorgt het initiatief ervoor dat het pad meer openbaar van karakter wordt. Op deze manier voert het pad niet langs achterzijde van agrarische erven, maar langs de voorzijde van een nieuw woonerf. De nieuwe woningen worden alle drie georiënteerd op het pad en een gezamenlijk erf. Naast dit erf is ook ruimte voor een poel en beplanting. Daarnaast worden de verschillende woningen landschappelijk ingepast.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

3

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van 3 woningen in het buitengebied mogelijk gemaakt.

Uit jurisprudentie blijkt dat voor kleinschalige ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. In de overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeven dat een bestemmingsplan dat voorziet in niet meer dan 11 woningen in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Toetsing aan artikel 3.1.6 Bro is daarom niet nodig.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

4

2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).

Project in relatie tot Interim omgevingsverordening De projectlocatie is gelegen in de Gemengd Landelijk Gebied. Ten aanzien van woningen geldt in dit gebied dat alleen bestaande woningen zijn toegestaan. Zie hiervoor artikel 3.68 van de provinciale Interim OmgevingsVerordening (IOV). Voor de regeling Ruimte-voor-ruimte is echter een uitzondering hierop opgenomen, mits aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan. Deze regeling en voorwaarden staan in artikel 3.80 IOV: Artikel 3.80 Ruimte-voor-ruimte Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a.

bedoelde veehouderij op iedere

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

5

beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Toets locatie De projectlocatie is gelegen in Gemengd Landelijk Gebied. Samen met de Groenblauwe Mantel vormt dit gebied het Landelijk Gebied. Het plangebied is derhalve gelegen binnen een structuur, die toepassing van de regeling Ruimte-voor-ruimte mogelijk maakt. Daarnaast is nodig dat de projectlocatie zich bevindt binnen een bebouwingsconcentratie. Van de Waalwijkseweg is bekend dat de provincie deze als bebouwingsconcentratie (in de zin van een bebouwingslint) accepteert.

Er zijn in deze straat meer plannen voor Ruimte-voor-ruimte-woningen in procedure (geweest), denk bijvoorbeeld aan de de postzegelherziening voor een extra woning naast Waalwijkseweg 12 (plan Bgb De Zandleij 2012, 12e herziening), pal naast het plangebied. De gemeente heeft op een bijlagekaart bij de gemeentelijke Omgevingsvisie Tilburg 2040 aangegeven welke straten/linten geschikt worden geacht voor Ruimte-voor-ruimte-woningen. De Waalwijkseweg is één van de aangewezen linten. Ten slotte moet het gaan om een geschikte en planologisch aanvaardbare locatie binnen het lint. De stedenbouwkundige opzet van het plan, waarbij een door de gemeente gewenst wandelpad wordt gerealiseerd , is in dit verband in het voortraject in het kader van de deelname van initiatiefnemer aan de warme sanering varkenshouderijen uitgebreid besproken in aanwezigheid van een gemeentelijke stedenbouwkundige en een vertegenwoordiger van de provincie. De stedenbouwkundige opzet van dit plan en de planologische aanvaardbaarheid van de locatie zijn in dit voortraject akkoord bevonden. Aanzienlijke winst omgevingskwaliteit In het eerste lid van artikel 3.80 IOV is bepaald dat voor het recht om over te gaan tot het realiseren van een niewe woning een aanzienlijke winst voor de omgevingskwaliteit moet worden behaald.

In het tweede lid is bepaald wanneer sprake is van een dergelijke winst voor de omgevingskwaliteit. Op basis van het derde lid kunnen Ruimte-voor-ruimte kavels worden ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voor-ruimte. De winst voor de omgevingskwaliteit is dan reeds in het verleden behaald en een daarmee corresponderend bouwrecht wordt dan aangekocht. In de voorliggende casus wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Voor de 3 woningen wordt een bouwtitel aangekocht. Kwaliteitsverbetering landschap en landschappelijke inpassing woningen Ingevolge artikel 3.9 IOV bepaalt een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In casu worden er drie woning mogelijk gemaakt op basis van de provinciale regeling inzake Ruimte-voor-ruimte. Een kwaliteitsverbetering van het landschap is hierbij niet van toepassing, de kwaliteitswinst is behaald in het verleden en verzekerd door de aankoop van de bouwtitels. Wel dient de ontwikkeling zorgvuldig landschappelijk te worden ingepast. Dit volgt uit onderdeel c van het eerste lid van artikel 3.80 IOV.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

6

Het voorliggende initiatief voorziet in de sloop van verschillende schuren en de realisatie van een nieuw woonerf met 3 Ruimte-voor-ruimte-woningen. De nieuwe woningen worden gerealiseerd op de plek van deze schuren, waardoor er sprake is van een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst. Omdat er wordt gebouwd op reeds geroerde grond, hoeft het omliggende landschap niet te worden aangetast. Het nieuwe woonerf komt op enige afstand van de doorgaande weg te liggen. Dit is niet gebruikelijk in deze regio, maar sluit in dit geval goed aan op de ambities uit masterplan Pauwels. Door het nieuwe woonerf te verbinden aan het door de gemeente gewenste wandelpad tussen Udenhout en de Zwaluwsestraat zorgt het initiatief ervoor dat het pad meer openbaar van karakter wordt. Op deze manier voert het pad niet langs achterzijde van agrarische erven, maar langs de voorzijde van een nieuw woonerf. De nieuwe woningen worden alle drie georiënteerd op het pad en een gezamenlijk erf. Naast dit erf is ook ruimte voor een poel en beplanting. Pad, poel en beplanting krijgen in het plan de bestemming Groen. Daarnaast worden de verschillende woningen landschappelijk ingepast. Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de ruimtelijk relevante regels van de provincie Noord-Brabant.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

7

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.

<0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Project in relatie tot Omgevingsvisie Specifiek voor dit plan geeft de Omgevingsvisie aan dat de Waalwijkseweg is aangewezen als landelijk lint, waar nieuwe woningen in het kader van de provinciale Ruimte-voor-ruimte-regeling mogelijk en gewenst zijn.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

8

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie <0000> <0000>

<0000>

<0000> <0000>

<0000>

Ligging: het plangebied ligt ten zuidwesten van de bebouwde kom van Udenhout. Landschap: open agrarisch / dorpslandschap met woningen en boerderijen doorsneden door verbindingswegen met laanbeplanting. Geomorfologie: het plangebied is gelegen in een gebied dat wordt gekenmerkt door een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden alsmede dekzandruggen al of niet met oud bouwlanddek. Bodemgesteldheid: het terrein wordt gekenmerkt door hoge, zwarte enkeerdgronden. Historisch landgebruik: Udenhout is van oorsprong een boshoevennederzetting, ontstaan in de dertiende eeuw vanuit een schenking van zes hoeven door de hertog van Brabant aan de abdij van Tongerlo. De bosontginning wordt gekenmerkt door strookvormige ontginningspercelen, haaks op de weg, met aan de kop boerderijen. Huidig landgebruik: agrarisch.

3.3.2 Archeologie <0000> <0000>

<0000>

<0000>

<0000>

Het project ligt in een zone met basisverwachting (ARWATI . In 2010 is door Fontys Hogescholen BILAN een onderzoek uitgevoerd naar de archeologische en cultuurhistorische waarden van het plangebied Zandleij: H. van Dijk, Van De Kommer tot Hoormanke Tiendl. Tilburg (NB) – Tilburg, Zandleij. Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek, BILAN 2010. In het onderzoek wordt het plangebied aangeduid met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Op circa 650 m. ten zuidoosten van het plangebied is in 2020 door BODAC een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (verkennend booronderzoek) nr. A0025 voor de planontwikkeling. Waalwijkseweg 2 te Udenhout, gemeente Tilburg. Geconcludeerd wordt dat dat plangebied een hoge verwachting heeft voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de 16e-/17e-eeuw.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

9

<0000>

Gelet op het feit dat binnen het plangebied in het verleden diepwortelende bomen zijn gekweekt en er stalgebouwen hebben gestaan, is de bodem naar verwachting te verstoord om aanvullend archeologisch onderzoek aan te bevelen. De dubbelbestemming Waarde-Archeologie is niet nodig.

3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen van rijks- of gemeentewege beschermde monumenten gelegen. <0000> Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich het pand Waalwijkseweg 6, rijksmonument 35845, negentiende-eeuwse boerderij van het kempische langgeveltype waar ook herberg 't Wit Leeuwke gevestigd was. <0000> De uit het laatste kwart van de negentiende eeuw daterende boerderij Waalwijkseweg 1A is in 1996 aangewezen als gemeentelijk monument. <0000> Het gebied van de Waalwijkseweg is cultuurhistorisch van belang vanwege de nog relatief gave boerderijenstructuur en het fraaie landschappelijke beeld van de omgeving. <0000> Het zandpad van de Waalwijksebaan is een waardevolle structuur die in middeleeuwse bronnen bekend staat als de ‘Hollandse Weg’ en deel uit maakte van een lange-afstandverbinding vanuit het zuiden (Sint-Truiden, Luik?) naar het Midden-Nederlandse rivierengebied. In 2020 wordt het zandpad een gemeentelijk monument. Over de exacte ouderdom van deze wegen is niets bekend, hoewel delen van routes al in de Middeleeuwen werden vermeld. Het feit dat een aantal routes lijkt te zijn bepaald door reliëf en/of water, doet vermoeden dat deze van (zeer) hoge ouderdom zijn.

3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie en archeologie bestaat er geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling.

3.4 Volkshuisvesting De voorgenomen ontwikkeling / bouw van 3 woningen aan de Waalwijkseweg 10a in Udenhout verlangt vanwege het beperkte aantal geen toetsing of onderbouwing ingevolge de Ladder voor Duurzame stedelijke ontwikkeling. Daarnaast past het plan in de gemeentelijke woningbouwopgave en voldoet het aan de beleidsdoelen-Wonen in de WoonVisie, met name wat betreft het leveren van een bijdrage in de opgave van vrijstaande woningen, in een dorps woonmilieu. Voor het verdere verloop van de planontwikkeling wordt aanbevolen de woning levensloopbestendig te ontwerpen en te laten voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen.

3.5 Groen 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart)

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

10

Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant.

Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is.

Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken.

Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

11

Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit.

Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

12

voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om

(toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.6.4 Projectspecifieke aspecten Ligging plangebied: Het plangebied in het buitengebied van Udenhout aan de Waalwijkseweg.

Functies: De Waalwijkseweg is een erftoegangsweg. Er lopen geen fiets- en busroutes via de Waalwijkseweg. Ontsluiting: De ontsluiting van het plan loopt via de Waalwijkseweg. Het betreft een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. Hiervoor geldt een maximum toegestane snelheid van 60 km/uur. De weg is ook als zodanig ingericht. Parkeren: Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de parkeernotitie van de gemeente Tilburg. Calamiteitenvervoer: Het openbaar gebied moet altijd bereikbaar zijn voor de noodhulpdiensten. Afvalinzameling: Het terrein moet goed bereikbaar zijn voor afvalinzameling. Een vuilniswagen moet altijd vooruit kunnen rijden bij arriveren en bij het wegrijden.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

13

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

4.2 Milieueffectrapportage Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen (zie o.a. uitspraak RvS ECLI:NL:RVS:2019:1879). Gelet hierop wordt de bouw van 3 woningen niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering en de toevoeging van 3 woningen, maar het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is te beperkt om aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen op ca. 850 meter van het plangebied. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Binnen het plangebied is ook een perceel opgenomen waarop de bestemming ‘bedrijf’ wordt vastgelegd, met daarbij de specifieke aanduiding ‘opslag’ en timmerwerkfabriek. Conform de VNG systematiek voor wat betreft richtafstanden geldt voor een kleinschalige (< 200m2) timmerfabriek een richtafstand van 50 meter. Indien bij de planuitwerking de locatie van de woning en timmerwerkplaats deze richtafstand gerespecteerd wordt, kan een goed woon- en leefklimaat geborgd worden.

Met het oog hierop zijn bouwvlakken op de verbeelding geplaatst. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

14

uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: <0000> wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn.

inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; <0000> kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; <0000> met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; <0000> nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; <0000> de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. <0000> Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. De planlocatie ligt niet binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Daarmee is het geitenmoratorium geen beperking voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: <0000> Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); <0000> Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); <0000> Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.

In de bij dit plan gevoegde Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg-Vught. De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in de genoemde bijlage. Een momenteel nog aanwezige propaantank wordt geamoveerd tegelijk met de sloop van de stallen. Deze vormt dus geen belemmering voor de plannen. Verder bevindt het plangebied zich binnen het zoekgebied van de Structuurvisie buisleidingen. Binnen het zoekgebied van 250 meter aan weerszijden van het voorkeurstracé gelden geen speciale verplichtingen of Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

15

beperkingen. Het zoekgebied is alleen bedoeld om binnen bepaalde ruimtelijke marges gemeenten de gelegenheid te bieden de ligging van het voorkeurstracé beperkt aan te passen. Een nadere onderbouwing hieromtrent wordt niet nodig geacht. 4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: <0000> Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; <0000> Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; <0000> Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; <0000> Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; <0000> Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden uit de beleidsvisie wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid. 4.4.4 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg-Vught. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie de eerdergenoemde bijlage Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico).

De brandweer Midden -en West Brabant heeft d.d. 31 maart 2021 advies uitgebracht, de relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor het initiatief; <0000> Aangezien het plan op >750 meter van de relevante transportroute gevaarlijke stoffen ligt, neemt het groepsrisico van deze risicobron in de toekomstige situatie niet toe; <0000> De bereikbaarheid van het plangebied is goed; <0000> Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; <0000> De dichtstbijzijnde WAS-paal bevindt zich op 1,7 kilometer; buiten gehoorsafstand. Voor alarmering zal gebruik moeten worden gemaakt van digitale mogelijkheden zoals NL Alert. Daarmee kunnen bewoners gealarmeerd worden en wordt het gewenste handelingsperspectief aangedragen in geval van een calamiteit. <0000> De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten; <0000> Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Het bouwwerk dient voorzien te zijn van een afsluitbare mechanische ventilatie.

Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk; <0000> De brandweer voldoet aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.

Buitengebied De Zandleij 2012, 18e herziening (Waalwijkseweg 10a)

16

4.6 Trillingen Het plangebied ligt buiten het “aandachtsgebied” van 100 meter gezien vanaf het spoor. Dit betekent dat trillinghinder redelijkerwijs gezien niet te verwachten is en onderzoek hiernaar niet noodzakelijk is.

4.7 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 4.7.1 Wegverkeerlawaai De nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen wegen zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de Wgh ("zones langs wegen") respectievelijk hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer: • Waalwijkseweg. Ingevolge de Wgh geldt voor nieuwe woningen een voorkeurgrenswaarde van 48 dB. Op basis van de EU geluidkaarten 2016 van de gemeente Tilburg is bekeken of de geluidbelasting ter hoogte van de drie woningen deze voorkeursgrenswaarde zal overschrijden. Het is reëel te verwachten dat, ook met mogelijke autonome groei van verkeer, de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de Waalwijkseweg ruim onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zal blijven. Geluid als gevolg van wegverkeer is daarmee geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. 4.7.2 Railverkeerlawaai Binnen het plangebied zijn geluidgevoelige bestemmingen gelegen. Het betreft 3 woningen.

Binnen het plangebied zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van het spoortraject Tilburg-Breda / Tilburg-Eindhoven / Tilburg-'s-Hertogenbosch. De normen uit hoofdstuk VII ("zones langs spoorwegen") van de Wet geluidhinder zijn hierdoor niet van toepassing. 4.7.3 Industrielawaai In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. 4.7.4 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

4.8 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De bestemmingen in het plangebied zijn getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Het plan voorziet in de realisatie van 3 woningen. Hierdoor kan het plan worden gekenmerkt als een "niet in betekenende mate"-project, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Er zijn geen luchtgevoelige bestemmingen, zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Vanuit de Wet milieubeheer bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11225359/1