05 Toelichting met bijlage - b001 Loven-Bosscheweg
Tekst van het document
Zijn binnen het plangebied bekende archeologische waarden aanwezig? Zo ja, zijn er gegevens bekend over de omvang, ligging, aard en datering hiervan? In het plangebied zijn tot op heden geen archeologische vondsten gedaan. In de directe omgeving van het plangebied zijn archeologische resten bekend uit de steentijd tot en met de vroege middeleeuwen. De resten zijn overwegend aangetroffen op de zuidflank van de dekzandrug waarop ook het plangebied ligt.
Wat is de verwachte bodemopbouw in het gebied en zijn er gegevens bekend over bodemverstorende ingrepen in het verleden binnen het plangebied? Het plangebied maakt al eeuwenlang deel uit van een akkergebied. Op basis hiervan wordt verwacht dat de natuurlijke bodem in het plangebied in de bouwvoor is opgenomen en door plaggenbemesting een dik cultuurdek is ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen voor grootschalige diepe bodemverstoringen in het plangebied.
Wat is de specifieke archeologische verwachting voor het gebied? Op basis van het bureauonderzoek is een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum tot neolithicum, een hoge verwachting voor archeologische resten van landbouwers (nederzettingen, graven, ontginningssporen e.d.) uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen en een lage verwachting voor archeologische resten uit de late middeleeuwen B en de nieuwe tijd. Veldonderzoek:
Hoe is de bodemopbouw en zijn (begraven) bodems met potentiële archeologische niveaus (cultuurlagen) aanwezig? En zo ja, op welke diepte? In het plangebied is een 60 tot 90 cm dik gelaagd cultuurdek aanwezig met direct daaronder de C-horizont. Er zijn geen begraven paleobodems, zoals de Laag van Usselo, aangetroffen.
In hoeverre worden archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja, in welke vorm? Men is van plan in het plangebied twaalf woningen met bergingen en een waterberging te realiseren. De exacte funderingsdiepte- en wijze van de woningbouw was ten tijde van het onderzoek nog niet bekend. Gezien de dikte van het cultuurdek wordt in ieder geval geadviseerd om bij bodemverstoringen dieper dan 40 cm –mv (buffer van minimaal 20 cm) een vervolgonderzoek in de 48
33
De Boer 2020. Plangebied ten westen van Bosscheweg 158 te Tilburg
vorm van proefsleuven uit te voeren. Voorafgaand aan dit onderzoek dienen de eisen waaraan het onderzoek dient te voldoen, te worden vastgelegd in een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen. Bovenstaand advies dient beoordeeld te worden door de bevoegde overheid (gemeente Tilburg) en leidt tot een selectiebesluit. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten. Het rapport is op 16 juli 2020 door mw. M. de Waal 49 (gemeente Tilburg) goedgekeurd, waarbij bovenstaand advies is overgenomen.
49
Schriftelijke mededeling mw. M. de Waal (gemeente Tilburg) 16 juli 2020. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
34
5
Geraadpleegde bronnen Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Barends, S. et al., 2010: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. (Fysische geografie van Nederland). Assen: Koninklijke Van Gorcum. Bisschops, J.H., J.P. Broertjes & W. Dobma, 1985: Toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad Eindhoven West (51W). Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Boer, E.A.M. de, 2020: Plan van Aanpak Tilburg, Bosscheweg 158. BAAC, ’sHertogenbosch. Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, versie 1.1. Utrecht (Deltares-rapport). Buitenhuis, A. et al., 1991: Geomorfologische gesteldheid van Midden en Oost Noord-Brabant. Rapport 121. Staring Centrum, Wageningen. CCvD, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Structuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB), Gouda. Damoiseaux, J.H., 1982: Bodemkaart van Nederland. Schaal 1:50.000. Toelichting bij kaartblad 49 Oost Bergen op Zoom. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Dijk, H. van, 2009: Van Pelgrims Pad tot Hasenest. Tilburg – Bedrijventerrein
Loven, Bosscheweg e.o. 2008. Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. BILAN-rapport 2009/181. BILAN, Tilburg. Dirckx, G.H.P. & C.M. Soonius, 1993: De ontwikkeling van het cultuurlandschap in het herinrichtingsgebied ‘De Leijen-West’ (Noord-Brabant). Rapport 225.1. DLOStaring Centrum/Stichting RAAP, Wageningen/Amsterdam. Fèber, D.J. la & M. Marinelli, 2013: Rapport Standaard Archeologische
Inventarisatie ten behoeve van het beheersbestemmingsplan voor het Industriegebied Loven-Noord te Tilburg. Oranjewoud. Gemeente Tilburg, 2010: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008. Te raadplegen via http://www.ruimtelijkeplannen.nl, mei 2020.
35
Plangebied ten westen van Bosscheweg 158 te Tilburg
Gerritsen, F. en E. Rensink (ed.), 2004: Beekdallandschappen in archeologisch perspectief. Een kwestie van onderzoek en monumentenzorg. Nederlandse Archeologische Rapporten 28. ROB, Amersfoort. Gheysen, K. et al., 2005: Tilburg – Moerenburg. Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. BILAN-rapport 2005/36. BILAN, Tilburg. Heunks, E., 2013:Toelichting paleogeografische kaart van de regio Tilburg, schaal 1:25.000. Utrecht. Hoevenberg, J. & J.-J. van Suijlekom, 2004: Rioolpersleiding, RWZI Oost (Moerenberg) – RWZI Tilburg Noord (Spinder). BILAN-rapport 2004/5. BILAN, Tilburg. Jongmans, A.G. et al., 2015: Landschappen van Nederland. Geologie, bodem en landgebruik. Wageningen Academic Publishers. Merlidis, T., 2020. Onderzoeksvoorstel Archeologisch bureauonderzoek en
Inventariserend Veldonderzoek (verkennende fase). Plangebied Bosscheweg 158 te Tilburg. BAAC bv, ’s-Hertogenbosch. Spek, T., 2004: Het Drentse esdorpenlandschap: een historisch-geografische studie. Stichting Matrijs, Utrecht. Teunissen van Manen, T.C., 1985: Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Toelichting bij de kaartbladen 50 Oost Tilburg en 51 West Eindhoven . Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Theuws, F., A. Verhoeven & H.H. van Regteren Altena, 1988: Medieval Settlement at Dommelen. In: Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Jaargang 38. ROB, Amersfoort. Trommelen, J.R.O. & M.P.E. Trommelen, 1994: Tilburgse toponiemen in de 16 eeuw. Een tentatieve reconstructie en naamsverklaring. Tilburg.
e
Verhagen, F., 2018: Resten van metaalbewerking uit de Midden-IJzertijd in het
plangebied Sportcomplex Spoordijk te Tilburg. Een Opgraving (DO), variant Archeologische begeleiding (AB). Transect-rapport 1367. Transect b.v. Utrecht. Verspay, J.P.W., 2009: Moerenberg – Ut Rooi Bietje. Bureauonderzoek en
Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek in het plangebied Ut Rooi Bietje te Moerenburg, gemeente Tilburg. AAC notities 80. ARC, Amsterdam.
Geraadpleegde kaarten AHN3, Actueel Hoogtebestand Nederland. Verkregen via ArcGISonline, http://www.arcgis.com, mei 2020. ArcGIS Online, recente luchtfoto, http://www.arcgis.com, mei 2020. Caspers, T. & H. Stam, 2008. Historische topografische Atlas Noord-Brabant ±18361843 schaal 1:25.000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg. Dienst van het kadaster en de openbare registers, 2020. Apeldoorn. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
36
Geologische overzichtskaart van Nederland, 2010. NITG-TNO. Te raadplegen via http://www.dinoloket.nl/. Kadasterkaart (minuutplan en OAT), 1811-1832. te raadplegen via Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Ontgrondingen, Ontgrondingen Noord-Brabant, te raadplegen via http://atlas.brabant.nl/arcgis/services/pgr_m01_milieu/MapServer/WMSServer, mei 2020. Topotijdreis, over 200 jaar topografie, http://www.topotijdreis.nl, mei 2020. Verhees, H., 1790: Caarte Figuratieve van de Heelrijkheden Tilburg, Goirle , Riel. Regionaal Archief Tilburg, fotonummer 005785, https://www.regionaalarchieftilburg.nl. Zijnen, D., 1760: Kaart van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle (aangevuld door L. Langeweg in 1973). Te raadplegen via http://www.regionaalarchieftilburg.nl/kaartvanzijnen.
Overige bronnen Archief Bouwen en Milieu gemeente Tilburg, https://www.tilburg.nl/inwoners/verhuizen-verbouwen/archief-bouwen-en-milieu/, 13 mei 2020.
37
Plangebied ten westen van Bosscheweg 158 te Tilburg
Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
38
Bijlage 1 Inrichtingsschets
Bijlage 2 Geologische en archeologische tijdvakken
Bijlage 2: Geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie
MIS
Holoceen (warme periode)
1
11.650
14.030
Laat
Laat
30.000
60.000
Weichselien (ijstijd)
14.640
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
75.000
Formatie van Kreftenheye (Rijn) 2
MiddenPleniglaciaal (koud)
3
VroegPleniglaciaal (zeer koud)
4
VroegWeichselien (gematigd koud)
Pleistoceen
117.000
Kwartair
5a 5b 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6-10
Holsteinien (warme periode)
11
Elsterien (ijstijd)
12
Cromerien (warme periode)
1322
Pre-Cromerien
23104
Eem Formatie (marien, lagunair en lacustrien) Formatie van Drente (Glaciaal)
130.000
Midden
410.000
Midden
370.000
475.000
2.600.000
Vroeg
Vroeg
850.000
Formatie van Urk (Rijn) Formatie van Peelo (Glaciaal) Formatie van Sterksel (Rijn)
Chrono-, zuurstofisotopen- en lithostratigrafie voor Noordwest-Europa naar De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Berendsen (2008) en Cohen et al. (2009). Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor Cultuurhistorisch Erfgoed (RCE). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2008). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Formatie van Beegden (Maas)
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
13.900
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm) LaatPleniglaciaal (zeer koud)
Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
Formatie van Boxtel (eolisch en lokaal terrestrisch)
12.850
Lithostratigrafie
Formatie van Stamproy (eolisch en lokaal terrestrisch)
Ouderdom (jr) 0 = 1950 n. Chr.
Ouderdom (kal. jaren BP1)
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
Vegetatie
Archeologische perioden (kal. jaren v/n. Chr.) nieuwe tijd (1500-heden)
450 Vb2 1150
1250
1962
Laat
1500
Subatlanticum (koeler Vochtiger)
1950
Holoceen
2900
5700
Subboreaal (koeler Droger)
5000
7250
10.250
9000
10.750 10.150
13.900
11.900
14.030
12.100
14.640
12.450
130.000
300.000 (v. Chr.)
1
14
117.000
C-methode loopt tot 43.000 jaar BP
35.000 (v. Chr.)
75.000
III
Loofbos eik en els overheersen, relatief veel iep en linde. Het percentage den neemt af
Boreaal (warmer)
II
Den overheerst, daarnaast hazelaar, eik, iep, linde, es
Preboreaal (warmer)
I
Eerst berk en later overheerst de den
Late Dryas
LW III
Parklandschap (subarctisch)
Allerød
LW II
LaatWeichselien (Laat-Glaciaal) Weichselien (ijstijd)
10.950
Laat-Pleistoceen
12.850
MiddenPleistoceen
11.650
Loofbos. Eik, els en hazelaar overheersen; beuk vanaf IVb >1% en grotere invloed landbouw (granen)
Atlanticum (warm Vochtig) 8000
Vroeg
8700
IVa
Midden
3950
IVb
Vroege Dryas Bølling
Dennen- en berkenbossen Open parklandschap
LW I
Romeinse tijd (12 v.Chr. – 450 n. Chr.)
bronstijd (2000 – 800 v. Chr.)
neolithicum (5300 – 2000 v. Chr.)
mesolithicum (8800 – 5300 v. Chr.)
laat-paleolithicum (35.000 – 8800 v. Chr.)
Open vegetatie met kruiden (bijvoet) en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
Perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (Vroeg-Glaciaal)
Perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Eemien (warme periode)
Loofbos
Saalien (ijstijd)
Maximale ijsuitbreiding Scandinavische ijskap tussen 200.000 en 130.000 jaar BP
BP = aantal werkelijke jaren voor 1950 AD.
middeleeuwen (450-1500 n. Chr.)
ijzertijd (800 – 12 v. Chr.)
Va
2750 3050
Vb1
Loofbos, waarbij eik en els overheersen; haagbeuk vanaf Vb1 (>1%); vanaf Vb2 veel cultuurplanten (rogge, boekweit, korenbloem)
midden-paleolithicum (300.000 – 35.000 v. Chr.)
vroeg-paleolithicum (tot 300.000 v. Chr.)
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen
boring: 20129-1 beschrijver: WB, datum: 20-5-2020, X: 136.064, Y: 397.343, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50F, hoogte: 13,68, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Tilburg, plaatsnaam: Tilburg, opdrachtgever: Honk bv, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 13,68 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek
50 cm -Mv / 13,18 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: verploegde A/C-menglaag
60 cm -Mv / 13,08 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 110 cm -Mv / 12,58 m +NAP
boring: 20129-2 beschrijver: WB, datum: 20-5-2020, X: 136.057, Y: 397.308, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50F, hoogte: 13,46, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Tilburg, plaatsnaam: Tilburg, opdrachtgever: Honk bv, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 13,46 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek
60 cm -Mv / 12,86 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: verploegde A/C-menglaag Opmerking: Gemeleerd. Spoortje houtskool aan top
75 cm -Mv / 12,71 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, donkergeelgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont
130 cm -Mv / 12,16 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: leem, sterk zandig, lichtgroengrijs, kalkloos, interpretatie: fluvioperiglaciale afzettingen (zand en grind [leem, gyttja, veen]) Bodemkundig: C-horizont Opmerking: Aan top roestvorming door schijngrondwater
Einde boring op 150 cm -Mv / 11,96 m +NAP
boring: 20129-3 beschrijver: WB, datum: 20-5-2020, X: 136.091, Y: 397.323, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50F, hoogte: 13,38, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Tilburg, plaatsnaam: Tilburg, opdrachtgever: Honk bv, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 13,38 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek
50 cm -Mv / 12,88 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: verploegde A/C-menglaag Opmerking: Gemeleerd. Spoortje houtskool aan top
70 cm -Mv / 12,68 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, donkergeelgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 120 cm -Mv / 12,18 m +NAP
1
boring: 20129-4 beschrijver: WB, datum: 20-5-2020, X: 136.093, Y: 397.294, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50F, hoogte: 13,36, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Tilburg, plaatsnaam: Tilburg, opdrachtgever: Honk bv, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 13,36 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek
40 cm -Mv / 12,96 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: verploegde A/C-menglaag Opmerking: Gemeleerd. Spoortje houtskool aan top
60 cm -Mv / 12,76 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, geelgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: fluvioperiglaciale afzettingen (zand en grind [leem, gyttja, veen]) Bodemkundig: C-horizont
110 cm -Mv / 12,26 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, uiterst siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: fluvioperiglaciale afzettingen (zand en grind [leem, gyttja, veen]) Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken
135 cm -Mv / 12,01 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: leem, sterk zandig, lichtgeelgrijs, kalkloos, interpretatie: fluvioperiglaciale afzettingen (zand en grind [leem, gyttja, veen]) Bodemkundig: C-horizont, veel Fe-vlekken
Einde boring op 200 cm -Mv / 11,36 m +NAP
boring: 20129-5 beschrijver: WB, datum: 20-5-2020, X: 136.060, Y: 397.280, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 50F, hoogte: 13,54, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Tilburg, plaatsnaam: Tilburg, opdrachtgever: Honk bv, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 13,54 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Sporen baksteen en vensterglas
50 cm -Mv / 13,04 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, fase 2, interpretatie: esdek
90 cm -Mv / 12,64 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: fluvioperiglaciale afzettingen (zand en grind [leem, gyttja, veen]) Bodemkundig: C-horizont Opmerking: Iets fijn grind
140 cm -Mv / 12,14 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: leem, sterk zandig, geelgrijs, kalkloos, interpretatie: fluvioperiglaciale afzettingen (zand en grind [leem, gyttja, veen]) Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 150 cm -Mv / 12,04 m +NAP
2
Bijlage 2 Boomeffectanalyse Boomeffectanalyse
Bosscheweg 158, Tilburg Honk
Bomen Effect Analyse
STATUS RAPPORT
Definitief 8-9-2020
PROJECTNUMMER
20202745
OPGESTELD VOOR
R. Keijzer Honk Raamsdonkstraat 79 5035 DD Tilburg
GEZIEN DOOR
M. Buiks BSc Adviseur groene ruimte
OPGESTELD DOOR
F. Beuckens MSc Adviseur bomen en natuur European Tree Technician Van Helvoirt Groenprojecten BV Oisterwijksebaan 8A 5056 RD Berkel-Enschot Postbus 145 5056 ZJ Berkel-Enschot 013-5408200 06-52396036 www.vanhelvoirtgroenprojecten.nl
© 2020 Van Helvoirt Groenprojecten bv
Bomen Effect Analyse BOSSCHEWEG 158, TILBURG
Honk
INHOUD 1.
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Uitvoering
5
2.
PROJECTGEGEVENS
6
2.1
Locatie
6
2.2
Planfase
6
2.3
Verwachte werkzaamheden
6
3.
HUIDIGE SITUATIE
8
3.1
Bomeninventarisatie
8
3.2
Ondergronds onderzoek
10
4.
EFFECTENANALYSE
11
4.1
Effect op wortelgestel
11
4.2
Effect op stam en kroon
11
4.3
Effect op groeiplaats
11
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
12
5.1
Conclusies
12
5.2
Aanbevelingen
13
BIJLAGEN
15
1. INLEIDING 1.1
AANLEIDING EN DOEL
In opdracht van Honk heeft Van Helvoirt Groenprojecten bv een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd bij enkele bomen op en rond het perceel Bosscheweg 158 in Tilburg. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de bouw van woningen op het perceel. Honk heeft Van Helvoirt Groenprojecten gevraagd wat de effecten van de werkzaamheden zijn op de duurzame instandhouding van de bestaande bomen. De BEA is een gestandaardiseerde methode die de invloed van ruimtelijke ingrepen op bomen binnen de invloedsfeer in beeld brengt. De volgende vragen staan in de BEA centraal: Wat is de huidige kwaliteit van de bomen? Welke effecten hebben de werkzaamheden op de bomen? Welke maatregelen en eventuele projectaanpassingen zijn nodig om de bomen duurzaam te kunnen behouden?
1.2
UITVOERING
Het veldwerk voor dit onderzoek is uitgevoerd in juli 2020 door F. Beuckens en F. van Irsel, boomtechnisch adviseurs bij Van Helvoirt Groenprojecten bv.
Leeswijzer Het rapport is op de volgende wijze opgebouwd: Hoofdstuk 2: beschrijving van het project. Hoofdstuk 3: beschrijving van huidige situatie. Hoofdstuk 4: analyse van de projectinvloed op het bomenbestand. Hoofdstuk 5: conclusies op basis van de onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor duurzaam behoud van de bomen met betrekking tot het ontwerp en de uitvoering van de werkzaamheden.
VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN
– 5 –
BOMEN EFFECT ANALYSE | HONK