CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Regels met bijlagen-b001

Raadsvergadering 11 april 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)12.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Regels met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2022013-b001

12 december 2023

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Gemengd - Dorps Artikel 4 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Artikel 10 Algemene procedureregels Artikel 11 Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

2 3 7 8 9 14 16 17 18 20 21 23 24 25 27 28 29

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlage(n).

1.2 plan: Het bestemmingsplan Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67) met identificatienummer NL.IMRO.0855.BSP2022013-b001 van de gemeente Tilburg.

1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 achtergevelrooilijn De achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst.

1.5 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.6 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.7 bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op onder andere consumentverzorging, welke geheel of overwegend door middel van handwerk plaatsvinden.

1.8 beschermwaardige boom Boom, die ingevolge het Tilburgse bomenbeleid is aangewezen als monumentale boom, boom met een ecowaarde of boom met een hoofdwaarde en die is weergegeven op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart (zie bijlage 3).

1.9 bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.

1.10 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.11 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.12 bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.13 bouwlaag Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouwof zolder.

1.14 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.15 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.

1.16 bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.17 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.18 bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

1.19 bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) De som van de buitenwerks en horizontaal gemeten oppervlakten van de inpandige vloeren - horizontale vlakken ter plaatse van trappen, hellingen en vides met een oppervlakte tot en met 4m² daaronder begrepen voorzover de ruimten waarbinnen de vloeren zich bevinden een grotere inwendige hoogte hebben dan 1,5m.

1.20 dakhelling Hoek die gevormd wordt door een schuin dakvlak en een horizontaal vlak die elkaar snijden op de goothoogte.

1.21 dienstverlening Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van detailhandel en seksinrichtingen.

1.22 erf Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.23 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.24 groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.

1.25 grondgebonden woning Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.

1.26 hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, die noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel.

1.27 houtopstand Houtachtige overblijvende gewassen zoals struiken, heggen en bomen.

1.28 huishouden Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: De huisvesting van maximaal 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur).

1.29 maatvoeringsvlak Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.

1.30 monumentale boom Een boom die is opgenomen in de gemeentelijke lijst van monumentale bomen, zoals die geldt op het moment van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

1.31 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties t.b.v. gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

1.32 onbebouwd erf Dat deel van het perceel, dat geen bouwvlak of erf betreft.

1.33 onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant is gelegen tussen peil en maximaal 1,20m boven peil.

1.34 ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings-/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.

1.35 onderkomen Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en andere soortgelijke verblijfsmiddelen.

1.36 onzelfstandige wooneenheid/eenheden Een (complex van) woonruimte(n) waarbij men wezenlijke voorzieningen, zijnde keuken, badkamer en toilet, gemeenschappelijk moet gebruiken en waarvan de deur van het privévertrek uitkomt op een gemeenschappelijke (verkeers)ruimte.

1.37 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.38 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.

1.39 peil (straatpeil) Hieronder wordt verstaan: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.40 perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.

1.41 plangrens Een weergegeven lijn die de grens van het plan: aanduidt.

1.42 risicovolle inrichting a.

een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van zeer kwetsbare, kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b. een inrichting waarvoor krachtens het Activiteitenbesluit regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/ of het gebruik van gevaarlijke stoffen; c. bedrijven waarvan de aantoonbare PR10-6/jaar contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens.

1.43 uitbouw Een gebouw, dat als vergroting van een bestaande ruimte is/wordt gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht

ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.44 voorgevelrooilijn De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. openbaar gebied.

1.45 weg Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.46 wonen Hieronder wordt verstaan: a. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. waarbij de nadruk ligt op (nagenoeg) zelfstandige bewoning. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; b. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); c. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.

1.47 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Gemengd - Dorps 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Functie De voor 'Gemengd-Dorps'aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die zijn genoem in Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten- Functiemenging, onder de categorieën A en B, met uitzondering van: 1. bedrijven als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder; 2. risicovolle inrichtingen. b. kantoren tot maximaal 250 m² bruto vloeroppervlak per zelfstandige eenheid met een maximum van 700 m² bruto vloeroppervlak per bestemmingsvlak; c. maatschappelijke voorzieningen, met dien verstande dat in dit geval niet tot maatschappelijke voorzieningen worden gerekend de zogenaamde 'andere gezondheidszorggebouwen' (blijkens hun constructie en inrichting bestemd voor doeleinden van medische verpleging, verzorging of behandeling dan wel van medisch onderzoek) zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen; d. dienstverlening, voor zover het voorzieningen en de categorie betreft die zijn genoemd in Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten- Functiemenging; e. wonen, met dien verstande dat sprake is van grondgebonden woningen; f. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers met dien verstande dat deze ondergeschikt is aan de onder e genoemde woonfunctie; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bouwwerken van algemeen nut, en met dien verstande dat: 1.

de maximale omvang per functionele eenheid, niet zijn de kantoren, 1.000 m² bruto vloeroppervlak bedraagt; 2. de functie wonen zoals bedoeld onder sub e uitsluitend is toegestaan in een bouwvlak dat is gesitueerd aan een weg. Dit is niet van toepassing als de functie wonen in een niet aan de weg gesitueerd bouwvlak is aan te merken als bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 3.1.2 Aanduidingen a. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ zijn de voor Gemengd-Dorps aangewezen gronden mede bestemd voor bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 2 – Staat van bedrijfsactiviteiten, onder de categorieën 1 en 2, met uitzondering van bedrijven als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder, risicovolle inrichtingen; b. Ter plaatse van de aanduiding: I. 'erf'; II. 'specifieke vorm van gemengd-dorps - inrit''; zijn de voor 'Gemengd-Dorps' aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functies. 3.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Gemengd - Dorps' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. kantines / restauratieve voorzieningen; g.

objecten voor beeldende kunst; voor zover deze behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 3.1.1 en 3.1.2 genoemde functies.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; c. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de bouwhoogte van gebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; e. voor gebouwen met een schuine kap geldt een maximale goothoogte van 3m en een maximale bouwhoogte van 5m waarbij de dakhelling maximaal 45° mag bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; f.

in de perceelsgrenzen mag de goot- en bouwhoogte maximaal 3m bedragen, met dien verstande dat binnen een zone van 2 meter vanaf de perceelsgrenzen een schuine kap is toegestaan met inachtneming van de hierboven vermelde maximale dakhelling. 3.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en in het erf worden gebouwd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal één bouwlaag bestaan; c. tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven, mag de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in het erf niet meer dan bedragen dan: 1. 20m2 indien de oppervlakte van het erf 50m2 of minder bedraagt; 2. 40% van het oppervlak van het erf met een maximum van 60m2, indien de oppervlakte van het erf meer dan 50m2 en niet meer dan 500m2 bedraagt; 3. 80m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 500m2 en niet meer dan 900m2 bedraagt; 4. 150m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 900m2 en niet meer dan 3000m2 bedraagt; 5. 200m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 3000m2 en niet meer dan 5000m2 bedraagt; 6. 250m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 5000m2 bedraagt. d. ten aanzien van de hoogte: 1.

de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m; 2. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag al dan niet in de bouwperceelsgrens ten hoogste 3m bedragen; 4. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag op percelen kleiner dan 3000 m2 ten hoogste 4,5m zijn, waarbij de dakhelling maximaal 45° mag bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. Deze afschuining geldt niet: I. in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt opgericht; II. ten aanzien van topgevels; e. indien sprake is van het bouwen van een garagebox dient er een minimale opstelruimte van 5 x 2,5m voor de garagebox aanwezig te zijn.

3.2.4 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen; II. de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens; III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45o bedragen; Het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen; 3.2.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging a.

Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak of bij vervanging van bestaand verhard oppervlak dient voldoende waterberging te worden gerealiseerd conform het gemeentelijk beleid, het waterschapsbeleid en de Keur. b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangende straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.2 onder f met betrekking tot de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximale goothoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 11 m; b. Daarnaast zijn de in 3.4.2 en 3.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak. 3.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.3 onder c voor het bouwen van afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, met dien verstande dat 15m2 aaneengesloten onbebouwd terrein op het bouwperceel aanwezig blijft met een maximum van: 1. 80m2 mits de oppervlakte van het erf kleiner is dan 500m2;

2. 100m2 mits de oppervlakte van het erf groter is dan 500m2 en indien de volledige woonfunctie (woon-/eetkamer, keuken, badkamer, slaapkamer) op de begane grond wordt gesitueerd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij andere gebouwen dan woningen (niet zijnde bedrijfswoningen), met dien verstande dat: 1. het erf geheel mag worden bebouwd, mits het bouwperceel blijft voldoen aan het bepaalde in artikel 6.1; 2. bijgebouwen met een maximale bouwhoogte van 6m mogen worden gerealiseerd; c. van het bepaalde in 3.2.5 sub b onder 1 voor de opgenomen maximumhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m, voor antennes die van de voet af gemeten een hoogte hebben van meer dan 5m, respectievelijk antennes, voor zover gelegen achter een woning of een ander gebouw, met een doorsnede groter dan 2m en een hoogte van meer dan 3m, gemeten vanaf het aansluitend terrein; Daarnaast zijn de in 3.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing in het erf. 3.4.3 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.2.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a.

het bepaalde in 3.2.3 voor het bouwen van entrees, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.1 en met dien verstande dat niet meer dan 40% van het onbebouwd erf op deze wijze mag worden bebouwd; b. het bepaalde in 3.2.3 voor ondergrondse bouwwerken, zoals kelders en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het straatpeil; c. het bepaalde in 3.2.3voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt; II. de diepte maximaal 1,5m bedraagt; III. de hoogte één bouwlaag betreft of maximaal 3m; 2. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 3. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; d. de in 3.2.5 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2m; e. het bepaalde in 3.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m; f. het bepaalde in 3.2.5 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; g. ondergeschikte delen van een bouwwerk. 3.4.4 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a.

de bebouwingskarakteristiek van de straat en het dorpse karakter niet onevenredig worden geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; e. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; f. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; h. vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening worden gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 3.1.1 en 3.1.2; c. het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 3.1.1 en 3.1.2;

d. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; e. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; g. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 3.5.2 Voorwaardelijke verplichting bodemstaat a. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de voor 'Gemengd - Dorps' aangewezen gronden is alleen toegestaan wanneer uit een aanvullend bodemonderzoek, conform NEN 5740, dan wel na eventuele benodigde bodemsanering blijkt dat de bodemkwaliteit aldaar geschikt is voor het bedoelde gebruik. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'erf' behorende bij de Kreitenmolenstraat 67.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Binnenplans afwijken aantal kamers t.b.v. bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 3.1.1 onder f ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast in maximaal 4 kamers.

Artikel 4 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 4.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen a. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde van de dubbelbestemming; b. op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot, of; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,6m onder peil, of; 3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100m2; c. op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 30m2 en waarbij sprake is van graaf- en/of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast; d. ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de vergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken en de inrichting en het gebruik van de gronden voor zover de gronden zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie' (dubbelbestemming), indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Werken en werkzaamheden Behoudens het bepaalde in 4.4.2, is het verboden op of in de in 4.1 bedoelde gronden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 30m² of meer, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en):

a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,5m onder peil; b. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2 Uitzonderingen Het in 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in 4.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 4.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 4.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a.

de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.

4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie (dubbelbestemming)' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Ondergrondse bouwwerken 6.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in het bouwvlak en (on)bebouwd erf worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5m. 6.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 6.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b.

de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 6.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.

6.2 Ruimte tussen bouwwerken 6.2.1 Begrenzing perceelsgrenzen Wanneer de begrenzing van een bouwwerk niet in de grens van het bouwperceel wordt gebouwd, moet het bouwwerk zodanig zijn gelegen dat de ruimte tussen dit bouwwerk en de grens van het bouwperceel over de breedte van 1m met een minimale hoogte van 2,2m vrij toegankelijk is. Bebouwing van ondergeschikte aard wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 6.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.4.1, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.

6.3 Bouwen in nabijheid van beschermwaardige bomen 6.3.1 Bebouwingsafstand De afstand van enig bouwwerk tot het hart van een op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart (zie bijlage 3) weergegeven boom bedraagt ten minste 15m. 6.3.2 Toegestane bebouwing Het bepaalde in 6.4.1 is niet van toepassing indien:

a. binnen de genoemde afstand van 15m reeds bebouwing voorkomt en na sloop van deze bestaande bebouwing nieuwe bebouwing wordt opgericht met een zelfde afstand tot de boom en een zelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij zodanige maatregelen te worden getroffen, dat de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad; b. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; c. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan. 6.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.4.1, indien zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd. Als voorwaarde voor deze omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau eisen. Deze analyse wordt in elk geval vereist indien: a. er sprake is van een 'monumentale boom'; b. er gegronde vermoedens bestaan dat het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden het voortbestaan van de betreffende boom of houtopstand / boom in gevaar kunnen brengen.

Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.

8.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.

8.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 10 m.

8.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5m bedragen.

8.5 Binnenplans afwijken t.b.v. aan-huis-verbonden beroep Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan voor wat betreft de voorwaarden, zoals beschreven in de begripsregels, waaronder overeenkomstig de desbetreffende bestemmingsomschrijving een aan huis verbonden beroep is toegelaten, indien door de aard van de werkzaamheden het beroep niet of bezwaarlijk anders dan aan huis of op de betreffende locatie kan worden uitgeoefend.

8.6 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt, e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare

overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.

8.7 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.

Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Wijzigingsbevoegdheid reconstructie, herverkaveling of renovatie a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van: 1. de reconstructie of herverkaveling van een (deel van een) bouwblok met in het ongerede geraakte, al dan niet complexgewijze bebouwing waarvan de functie wordt beëindigd; 2. de reconstructie van een (deel van een) bouwblok waarbij de functie geheel of grotendeels wordt gehandhaafd, maar (infra-) structuur, ontsluiting, verkaveling e.d. worden aangepast; 3. de reconstructie, herverkaveling of renovatie van een gebouw of een bouwblok waarbij nieuwe rooilijnen kunnen worden weergegeven; 4. de ontsluiting of herverkaveling van het gebied ten einde nieuwe bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer Verblijf' projecteren; 5. de herverkaveling van het gebied of om tot een optimale verkaveling te komen, door aangrenzende bestemmingen voor openbaar gebied ('Verkeer', 'Verkeer - Verblijf' e.d.) geheel of deels om te zetten in een nieuw te realiseren bestemming binnen die herverkaveling, of deze bestemmingen geheel of deels elders in de nieuwe verkaveling onder te brengen; b. er mag geen sprake zijn van functiewijzigingen welke in strijd zijn met rijks-, provinciaal dan wel gemeentelijk beleid; c. na wijziging zijn de regels van het bestemmingsplan hierop van toepassing.

9.2 Wijzigingsbevoegdheid verwijderen aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat een weergegeven aanduiding wordt verwijderd indien de binnen deze aanduiding toegelaten functie is beeindigd en wordt omgezet in een binnen het ter plaatse geldende bestemmingsvlak toegelaten functie.

9.3 Wijzigingsbevoegdheid uitwisseling van aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een weergegeven aanduiding te wijzigen in een andere aanduiding, met dien verstande dat de ingevolge de aanduiding ter plaatse geldende maximaal toelaatbare milieucategorie voor functies of activiteiten uit de Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten (functiemenging)niet mag worden overschreden.

9.4 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsvlakgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd: a. de in het plan begrepen bestemmingen die grenzen aan gronden met de bestemming ''Verkeer' (V), dan wel 'Verkeer - Verblijf' (V-VB) te wijzigen voor de indeling van gronden zoals ten behoeve van een herinrichting, een asverschuiving, herinrichting kruispunten, aanleg (mini)rotondes e.d., met dien verstande dat: 1. de bestemmingen mogen worden gewijzigd voor een verschuiving van de bestemmingsgrenzen van maximaal 25m; 2. de verwerkelijking van de in het plan begrepen bestemmingen gewaarborgd dient te blijven, dat wil zeggen dat de bestemmingen door de wijzigingnen niet onevenredig mogen worden aangetast; b. bestemmingsgrenzen te wijzigen indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk is voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijk ordening van het plan niet schaadt en zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.

9.5 Wijzigingsbevoegdheid bouwwerken van algemeen nut Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat bouwwerken van algemeen nut met een groter oppervlak dan 50m2 kunnen worden gebouwd, zulks tot een maximale oppervlakte van 100 m2.

Artikel 10 Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen op grond van enige bepaling van de regels van dit bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Artikel 11 Overige regels 11.1 Algemene regels inzake nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de afmetingen en situering van bebouwing op percelen die direct gelegen zijn naast percelen die in een beschermd dorpsgezicht, dan wel beschermd stadsgezicht vallen en percelen met de aanduiding gemeentelijk monument, dan wel rijksmonument, in verband met de ruimtelijke afstemming van deze bebouwing op het naastgelegen monument, met dien verstande dat advies wordt ingewonnen bij de Omgevingscommissie; b. de aard en omvang van kantines, restauratieve voorzieningen e.d. die ondersteunend zijn voor (openlucht-)sport en recreatie en maatschappelijke voorzieningen teneinde de ondergeschiktheid van die voorzieningen veilig te stellen en/of ter bescherming van de woonfunctie en/of ter voorkoming van een onevenredige aantasting van andere functies in de omgeving; c. de bereikbaarheid van gebouwen vanuit en de situering van de hoofdentree van gebouwen ten opzichte van de openbare ruimte; d. de situering en afmetingen van groenvoorzieningen; e. de situering en afmetingen van parkeergelegenheid, ook op eigen terrein; f. de situering van toegangswegen en -paden tot gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en open erven.

11.2 Algemene regels inzake omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.2.1 Werken en werkzaamheden nabij beschermwaardige bomen Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren binnen een afstand van 15m tot het hart van een op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart weergegeven boom: a. het ontgronden, bodem verlagen of afgraven, ophogen, verdichten, verplaatsen, afgraven of egaliseren van grond, inclusief het graven van sleuven en het leggen van (ondergrondse) leidingen; b. het wijzigen van het grondwaterpeil; c. het verrichten van werken of werkzaamheden die beschadigingen van wortels, stam of kroon van de betrokken boom tot gevolg kunnen hebben. 11.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 11.2.1 is niet van toepassing indien: a. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; b. de houtopstand om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, danwel door een calamiteit teniet is gegaan; c. het gaat om werken en werkzaamheden die het normale onderhoud of beheer betreffen; d. het gaat om werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis.

11.2.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in 11.2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden of door de gevolgen daarvan geen onherstelbare schade aan de betrokken boom toegebracht wordt. Het bevoegd gezag is bevoegd om: a. voorwaarden te verbinden aan de in 11.2.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ter vermindering of ter voorkoming van schade die de in 11.2.1 genoemde werken of werkzaamheden of de gevolgen daarvan aan de betrokken boom zouden kunnen toebrengen. Onder schade wordt tevens begrepen een vermindering of verslechtering van groeimogelijkheden; b. ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor de onder 11.2.1 genoemde werken/werkzaamheden een BEA- onderzoek (= boomeffectanalyse) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau te eisen.

11.3 Parkeerregeling

11.3.1 Parkeren a. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 14 november 2017 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' ; b. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode; c. De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.

11.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2012. 11.3.3 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van artikel 11.3.1 en 11.3.2 indien: a. op andere wijze in de parkeerbehoefte en/of de nodige laad- of losruimte wordt voorzien en/of; b. wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; d. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; e. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

Artikel 13 Slotregel Dit plan wordt aangehaald als bestemmingsplan "Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)".

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2 exclusief landbouw Staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2 exclusief landbouw

Bijlage 3 Boomwaardekaart Boomwaardekaart

Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging

Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging Toelichting op lijst In de lijst voor functiemenging is gekozen voor een andere categorieaanduiding dan bij een gewone lijst. Ze bestaat uit de categorieën A, B of C. De betekenis voor de toelaatbaarheid is als volgt: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijf zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteit zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur noodzakelijk is. Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. 2. 3. 4.

het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

OMSCHRIJVING

15 15 151 151 1552 1581 1584

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m² Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, charge-ovens, v.c.< 7.500 kg meel/week Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

CATEGORIE

SBI-CODE

1584 1584 1593 t/m 1595 17 17 174, 175 176, 177 18 18 181 182 20 20 203, 204, 205 205 22 22 221 2222.6 2223 2223

- Cacao- en chocoladefabrieken- vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 200 m² - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d.

B B B B B B

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

B B

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

B C

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

B B

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen

A B A B

Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging OMSCHRIJVING

2224 2225 223 24 24 2442 2442 26 26 2615 262, 263 262, 263 267 267 2681 28

Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media

B B A

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - verbandmiddelenfabrieken

C

CATEGORIE

SBI-CODE

28 281 284 2852 287 30 30 30 33 33 33 36 36 361 362 363 3663.1 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 45 45 45 50 50 501, 502, 504 5020.4 5020.5 503, 504 51

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen p.o. < 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

B B B B

VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

B B B B

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

B

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie

B

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening

A B B B

PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming

B A B B

WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW

B

BOUWNIJVERHEID Aannemersbedrijven met werkplaats, b.o. < 1000 m2

B

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

B A B B

Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging OMSCHRIJVING

51 511 5134 5135 5136 5137 514 5148.7 5148.7 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5156 518 519 52 52 527 55 55 5551 5552 60 60 6022 6024 603 61, 62 61, 62 61, 62 63 63 6321 6322, 6323 633 634 64 64 641 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 71 71 711 712

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen - indien b.o. =< 2000 m2 zand en grind: - indien b.o. =< 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen - indien b.o. =<2.000 m² Grth in overige intermediaire goederen Grth in machines en apparaten, exclusief machines voor de bouwnijverheid Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

CATEGORIE

SBI-CODE

A C C C C C C C B B C B C C C

DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

A

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Kantines Cateringbedrijven

A B

VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), b.o. =< 1.000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

B C B

VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

A

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)

C A A A

POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven zendinstallaties: - FM en TV

C A B

FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13993480/1