05 Regels bestemmingsplan Enschotsestraat 250
Tekst van het document
23
Artikel 6 Wonen - Gestapeld 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Functie De voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat er sprake is van gestapelde woningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. bouwwerken van algemeen nut. 6.1.2 Aanduidingen a. Ter plaatse van de (bouw)aanduiding: 1. erf; zijn de voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s). 6.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. objecten voor beeldende kunst; g. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; voor zover deze behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 6.1.1 en 6.1.2 genoemde functies. 6.1.4 Hogere grenswaarden Bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde (Bijlage ..) en de daarin opgenomen voorwaarden.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. binnen het totale plan mogen binnen de bestemmingen "Wonen" en "Wonen-Gestapeld" gezamenlijk, maximaal 143 woningen worden gebouwd, waarvan 28% sociale huurwoningen en 11% woningen middeldure huurwoningen dienen te zijn; c. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 6.2.2 Bouwaanduidingen Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'onderdoorgang' mag de begane grondse bouwlaag behoudens bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van ondersteuning van de bovenliggende constructie, niet worden bebouwd en dient een vrije hoogte te worden aangehouden van minimaal 2,40 m1. 6.2.3 Hoofdgebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; c.
het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de maximale bouwhoogte is aangegeven door middel van een maatvoeringsaanduiding;
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
24
e. de maximale goothoogte in de voor- en achtergevelrooilijn is gelijk aan de maximale bouwhoogte, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. In dat geval geldt tevens de maximale dakhelling zoals met de maatvoeringsaanduiding aangegeven. 6.2.4 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en in het erf worden gebouwd met dien verstande dat wanneer deze bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd, de afstand tot de (verlengde) voorgevel van het hoofdgebouw minimaal 3m moet bedragen; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan; c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw in het erf mag niet meer dan 40% van het erf bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. ten aanzien van de hoogte: 1. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m; 2. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 3.
de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag ten hoogste 4,5m zijn, waarbij op de perceelsgrens de goothoogte ten hoogste 3m mag bedragen en de dakhelling maximaal 45° mag bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. Deze afschuining geldt niet: I. in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt opgericht; II. ten aanzien van topgevels; 6.2.5 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 6.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen; II.
de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens; III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45o bedragen; het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen; c. de hoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde als geluidwerende voorziening mogen ten hoogste 3m bedragen. 6.2.7 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Het bouwen van bouwwerken op de voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
25
2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; c. de vorm, afmetingen en plaatsing van de bebouwing boven een hoogte van 10m boven het straatpeil in een strook ter diepte van 3m achter de voorgevelrooilijn in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld;
6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het erf a. Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.2.6 sub b onder 1 voor de opgenomen maximum hoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m, voor antennes die van de voet af gemeten een hoogte hebben van meer dan 5m, respectievelijk antennes, voor zover gelegen achter een woning of een ander gebouw, met een doorsnede groter dan 2m en een hoogte van meer dan 3m, gemeten vanaf het aansluitend terrein; b. De in 6.4.2 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken zijn van overeenkomstige toepassing in het erf. 6.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 6.2.4 voor het bouwen van entrees, aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. het bepaalde in 6.2.4 voor ondergrondse bouwwerken, zoals kelders en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het straatpeil; c. het bepaalde in 6.2.4 sub a voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt; II. de diepte maximaal 1,5m bedraagt; III.
de hoogte één bouwlaag of maximaal 3m betreft ; 2. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 3. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; d. de in 6.2.6 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2m; e. het bepaalde in 6.2.6 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m; f. het bepaalde in 6.2.6 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; g. ondergeschikte delen van een bouwwerk. 6.4.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; e. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; f. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; h. vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening wordt gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
26
6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Type woningen Van het aantal te realiseren woningen binnen de bestemmingen "Wonen" en "Wonen-Gestapeld" dient 28% aan sociale huurwoningen en 11% aan middeldure huurwoningen te worden gerealiseerd. 6.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 6.1.1 en 6.1.2; c. het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 6.1.1 en 6.1.2; d. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; e. het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; f. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; g. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; i. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; j.
het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
27
Artikel 7 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in 7.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 7.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen a. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde van de dubbelbestemming; b. op en in de gronden als bedoeld in 7.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot, of; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil, of; 3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 30m2; c. op en in de gronden als bedoeld in 7.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 30m2 en waarbij sprake is van graaf- en/of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.
de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast; d. ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de vergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken en de inrichting en het gebruik van de gronden voor zover de gronden zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie' (dubbelbestemming), indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Werken en werkzaamheden Behoudens het bepaalde in 7.4.2, is het verboden op of in de in 7.1 bedoelde gronden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 30m² of meer, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en):
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
28
a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,5m onder peil; b. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.4.2 Uitzonderingen Het in 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in 7.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 7.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 7.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a.
de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
29
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
30
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
31
Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Ondergrondse bouwwerken 9.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in het bouwvlak en (on)bebouwd erf worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5m. 9.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 9.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b.
de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 9.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.
9.2 Hoofdtoegang woningen 9.2.1 Situering De hoofdtoegang van grondgebonden woningen, bovenwoningen en een complex van gestapelde woningen dient in de voor- of zijgevel van het gebouw te worden gesitueerd. 9.2.2 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, indien er geen sprake is van grondgebonden woningen, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.2.1, mits: a. situering als bedoeld in 9.2.1 op redelijke en aantoonbare wijze niet mogelijk is; b. een andere situering van de hoofdtoegang op redelijke wijze aansluiting vindt bij het openbaar gebied, waarbij de afstand tot het openbaar gebied niet meer mag bedragen dan 30m; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond.
9.3 Onbebouwd terrein bij gebouwen 9.3.1 Onbebouwd terrein bij woningen Bij een woning moet - gelet op de kwaliteit van de woonomgeving, zowel bezien vanuit de woning als vanuit de belendende percelen en de omgeving - een onbebouwd terrein aanwezig zijn dat tenminste een strook grond omvat die over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de achtergevel en een diepte heeft van -
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
32
gemeten vanaf het verst achterwaarts gelegen deel van het hoofdgebouw inclusief een eventuele aanbouw tenminste 5m. 9.3.2 Onbebouwd terrein bij overige gebouwen Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning anders dan als bedrijfswoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend onbebouwd gedeelte van het bouwperceel aanwezig zijn ter diepte van tenminste 2m achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en wel over de volle breedte daarvan. 9.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 9.3.1, voor wat de aanwezigheid van het onbebouwd terrein betreft, indien andere functies dan wonen in het bestemmingsvlak zijn toegestaan en de eerste bouwlaag niet voor bewoning gebruikt wordt; b. het bepaalde in 9.3.1, indien een gunstige andere indeling van het bouwperceel aanwezig is en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c. het bepaalde in 9.3.1 indien sprake is van patiobungalows; d. het bepaalde in 9.3.1 indien het plan voorziet in een gezamenlijke (binnen)tuin van voldoende grootte; e. het bepaalde in 9.3.2, indien dit geen beletsel vormt voor de bestemming van het gebouw en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.
9.4 Ruimte tussen bouwwerken 9.4.1 Begrenzing perceelsgrenzen Wanneer de zijdelingse begrenzing van een bouwwerk niet in de zijdelingse grens van het bouwperceel wordt gebouwd, moet het bouwwerk zodanig zijn gelegen dat de ruimte tussen dit bouwwerk en de zijdelingse grens van het bouwperceel over de breedte van 1m met een minimale hoogte van 2,2m vrij toegankelijk is. Bebouwing van ondergeschikte aard wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 9.4.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 71.4.1, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
9.5 Bouwen in nabijheid van beschermwaardige bomen 9.5.1 Bebouwingsafstand De afstand van enig bouwwerk tot het hart van een op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart weergegeven boom bedraagt ten minste 15m. 9.5.2 Toegestane bebouwing Het bepaalde in 9.5.1 is niet van toepassing indien: a. binnen de genoemde afstand van 15m reeds bebouwing voorkomt en na sloop van deze bestaande bebouwing nieuwe bebouwing wordt opgericht met een zelfde afstand tot de boom en een zelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij zodanige maatregelen te worden getroffen, dat de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad; b. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; c. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan. 9.5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.5.1, indien zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd. Als voorwaarde voor deze omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau eisen. Deze analyse wordt in elk geval vereist indien: a. er sprake is van een 'monumentale boom'; b.
er gegronde vermoedens bestaan dat het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden het voortbestaan van de betreffende boom of houtopstand / boom in gevaar kunnen brengen.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
33
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
34
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels 11.1 aandachtsgebied trillingshinder In aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'aandachtsgebied trillingshinder' de volgende regels: a. Het bouwen van bouwwerken voor de functies gezondheidszorg, wonen, onderwijs, kantoor, bijeenkomsten en kritische werkruimten (bepaalde ruimten in laboratoria, operatiekamers of studiezalen) is uitsluitend toegestaan indien door middel van een dynamische berekening van de trillingssterkte is aangetoond dat de streefwaarden voor nieuwe situaties, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. b. In afwijking van de regel onder a is het bouwen van bouwwerken voor de functies gezondheidszorg, wonen, onderwijs, kantoor, bijeenkomsten en kritische werkruimten (bepaalde ruimten in laboratoria, operatiekamers of studiezalen) ook toegestaan indien: 1. alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen, en 2. door middel van een dynamische berekening van de trillingshinder aangetoond is dat de streefwaarden in bestaande situaties, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. c.
Afwijken van de streefwaarden trillingshinder Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de streefwaarden genoemd onder a. en b. indien de te treffen trillingsreducerende maatregelen om te voldoen aan de streefwaarden onevenredig zijn in relatie tot de beperking van de trillingshinder als gevolg van deze maatregelen. Bij het bepalen van de onevenredigheid dient onder andere te worden ingegaan op: <0000> De mate waarin de trillingssterkte voorkomt (hoe vaak worden de streefwaarden zoals genoemd behorende bij “nieuwe situaties” overschreden); <0000> De aanwezigheid van andere trillingsbronnen (achtergrondtrillingen); <0000> Toepassing van trillingsreducerende maatregelen en de effecten ervan na toepassing op de trillingssterkte Vmax en Vper; <0000> De doeltreffendheid en de doelmatigheid van de maatregelen.
11.2 luchtvaartverkeerzone Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van een obstakelvrij start-en landingsvlak met zijkanten ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven in de Bijlage .. Luchtvaartverkeerzone-funnel, overschrijdt.
11.3 veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' de volgende regels: a. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' mogen geen (beperkt) kwetsbare en zeer kwetsbare objecten worden opgericht; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan en waarbij middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend groepsrisico; c. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub waarbij een wijziging of oprichting leidt tot een toename van het groepsrisico binnen de 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' indien: 1. er geen sprake is van zeer kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename blijkt van het groepsrisico; 3. de verantwoordingsplicht conform het Bevt is ingevuld
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
35
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels 12.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.
12.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
12.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 15m.
12.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5m bedragen.
12.5 Binnenplans afwijken t.b.v. aan-huis-verbonden beroep Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan voor wat betreft de voorwaarden, zoals beschreven in de begripsregels, waaronder overeenkomstig de desbetreffende bestemmingsomschrijving een aan huis verbonden beroep is toegelaten, indien door de aard van de werkzaamheden het beroep niet of bezwaarlijk anders dan aan huis of op de betreffende locatie kan worden uitgeoefend.
12.6 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt, e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
36
overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.
12.7 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
37
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels 13.1 Wijzigingsbevoegdheid reconstructie, herverkaveling of renovatie a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van: 1. de reconstructie of herverkaveling van een (deel van een) bouwblok met in het ongerede geraakte, al dan niet complexgewijze bebouwing waarvan de functie wordt beëindigd; 2. de reconstructie van een (deel van een) bouwblok waarbij de functie geheel of grotendeels wordt gehandhaafd, maar (infra-) structuur, ontsluiting, verkaveling e.d. worden aangepast; 3. de reconstructie, herverkaveling of renovatie van een gebouw of een bouwblok waarbij nieuwe rooilijnen kunnen worden weergegeven; 4. de ontsluiting of herverkaveling van het gebied ten einde nieuwe bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer Verblijf' projecteren; 5. de herverkaveling van het gebied of om tot een optimale verkaveling te komen, door aangrenzende bestemmingen voor openbaar gebied ('Verkeer', 'Verkeer - Verblijf' e.d.) geheel of deels om te zetten in een nieuw te realiseren bestemming binnen die herverkaveling, of deze bestemmingen geheel of deels elders in de nieuwe verkaveling onder te brengen; b. er mag geen sprake zijn van functiewijzigingen welke in strijd zijn met rijks-, provinciaal dan wel gemeentelijk beleid; c. na wijziging zijn de regels van het bestemmingsplan hierop van toepassing.
13.2 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsvlakgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd: a. de in het plan begrepen bestemmingen die grenzen aan gronden met de bestemming ''Verkeer' (V), dan wel 'Verkeer - Verblijf' (V-VB) te wijzigen voor de indeling van gronden zoals ten behoeve van een herinrichting, een asverschuiving, herinrichting kruispunten, aanleg (mini)rotondes e.d., met dien verstande dat: 1. de bestemmingen mogen worden gewijzigd voor een verschuiving van de bestemmingsgrenzen van maximaal 25m; 2. de verwerkelijking van de in het plan begrepen bestemmingen gewaarborgd dient te blijven, dat wil zeggen dat de bestemmingen door de wijzigingnen niet onevenredig mogen worden aangetast; b. bestemmingsgrenzen te wijzigen indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk is voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijk ordening van het plan niet schaadt en zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.
13.3 Wijzigingsbevoegdheid bouwwerken van algemeen nut Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat bouwwerken van algemeen nut met een groter oppervlak dan 50m2 kunnen worden gebouwd, zulks tot een maximale oppervlakte van 100 m².
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
38
Artikel 14 Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen op grond van enige bepaling van de regels van dit bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
39
Artikel 15 Overige regels 15.1 Algemene regels inzake nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de bereikbaarheid van gebouwen vanuit en de situering van de hoofdentree van gebouwen ten opzichte van de openbare ruimte; b. de situering en afmetingen van groenvoorzieningen; c. de situering en afmetingen van parkeergelegenheid, ook op eigen terrein; d. de situering van toegangswegen en -paden tot gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en open erven.
15.2 Algemene regels inzake omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.2.1 Werken en werkzaamheden nabij beschermwaardige bomen Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren binnen een afstand van 15m tot het hart van een op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart weergegeven boom: a. het ontgronden, bodem verlagen of afgraven, ophogen, verdichten, verplaatsen, afgraven of egaliseren van grond, inclusief het graven van sleuven en het leggen van (ondergrondse) leidingen; b. het wijzigen van het grondwaterpeil; c. het verrichten van werken of werkzaamheden die beschadigingen van wortels, stam of kroon van de betrokken boom tot gevolg kunnen hebben. 15.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 15.2.1 is niet van toepassing indien: a. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; b. de houtopstand om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, danwel door een calamiteit teniet is gegaan; c. het gaat om werken en werkzaamheden die het normale onderhoud of beheer betreffen; d. het gaat om werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis.
15.2.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in 15.2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden of door de gevolgen daarvan geen onherstelbare schade aan de betrokken boom toegebracht wordt. Het bevoegd gezag is bevoegd om: a. voorwaarden te verbinden aan de in 15.2.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ter vermindering of ter voorkoming van schade die de in 15.2.1 genoemde werken of werkzaamheden of de gevolgen daarvan aan de betrokken boom zouden kunnen toebrengen. Onder schade wordt tevens begrepen een vermindering of verslechtering van groeimogelijkheden; b. ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor de onder 15.2.1 genoemde werken/werkzaamheden een BEA- onderzoek (= bomeneffectanalyse) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau te eisen.
15.3 Parkeerregeling 15.3.1 Parkeren a. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 14 november 2017 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' ; b. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode;
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
40
c.
De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
15.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2012. 15.3.3 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van artikel 15.3.1 en 15.3.2indien: a. op andere wijze in de parkeerbehoefte en/of de nodige laad- of losruimte wordt voorzien en b. wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
41
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
42
Artikel 16 Overgangsrecht 16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; d. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; e. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
16.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
43
Artikel 17 Slotregel Dit plan wordt aangehaald als bestemmingsplan "Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
44
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250)
45
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Boomwaardenkaart Boomwaardenkaart
Bijlage 2 Luchtvaartverkeerszone-funnel Luchtvaartverkeerszone-funnel
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Boomwaardenkaart Boomwaardenkaart
8 7 1
16494
3 1 2
18 19845
4 15668 6
0 8 1
5 1 2
14653
19 7 1 2 9 1 2
Par kdeHor i on
14652
4 8 -1 2 8 1
12
16495
1 2 2
7
3 2 2
6 8 1 8 8 1
17497
13 11955
0 9 1
2 0 2 1
Ser i ngenhof
a 11 11
8056
9039
15
9973
2 9 1
1 5 -2 5 2 2
7623
8420
11954
6794
17
9976
9974
6795
19
9977 9975 2 /0 -2 1 /0 2
4 9 1
19461 6796
21
9978 b 2
6 9 1
9979 19460
2
8 9 1
6798
9980
19018 6799
2 3 3 9
2 2
4
0 0 2
2 1
2 0
1 9
1 7
1 6
19017
2 0 2
1 5
1
4 0 2
11234 14288
6 0 2
17493
3
11235
8 0 2
5 14242 14515
9982 19462 9983 8
9985 10
9984
12
19348
14 9986
7
14241
14513
14514
7 /0 -7 1 /0 7
11237
6
t aa r st ef i l de Ma
1 8
9981
16 18
11238
20
9987
9713 17494 4 -1 1
18776
9 09 7/ 08 7/
28
11
13
10473
15 10472
7 2 -3 5 6 2
18777
17
14034
9709
9712 9710 9711
19
14035 €
9707 9708
32
t aa r st ef i l de Ma
10474
22
24
26
30
11240
6812 6813
34
21
6814 6815
9994 18778
23
14876
19
11241 9717
9993
3 /0 0 5 -2 8 3 2
21
25
15881
23
15882
25
27
14875
27 29
16697
t aa r nst e z Ro
31
16698
2 5 2
33
9990
4 5 2
6 5 2
9989
8 5 2
18339 4496
0 6 2 2 6 2
18340 34
5961 4497 36
5962 14563
38
9933
0 4 2 4
17633
9932 4 4
4180
17634
7 -3 9 2
9996
6 4 9931
Beschermwaardige Bomen
9997
3923
9930
8030
9929
8031
2
9925
9926 8 4
15470 9924
13861
9927 9923
13862
4
0 5
t aa r st en eg r en ud Go
2 5
a -8 8
Plangebied
9920 4987 4
9919
2 1
6
Plangebiedgrens
4 1
8 5181
c 6 -1 6 1
1 1
4 5
5 1
0 2
0 6
8032
2 6
8033
t aa r t ns e z Ro
5435 4 2
9 1
5436 6 2
1 2
5348 11576
8 2
3 2
2 1
9897
9917
9894 1
3 9899
0 7
9893
5 9892
9900
4 7
82 5 3
21001
3 1 15656
20996
88
datum:
5000 LH Tilburg
9908
20923
2 3
9906
20998
94 21005
9910
1 juni 2021
9909
7 1
21003
m / t
37
8037
90
8036
Tel. nr: 14013 Postbus 90155
0 3
9905
20772
Boomwaardekaart
bestandsnaam: NL.IMRO.0855.BSP2020028-a001.dgn
8 2
9904
21002
bijlage bij:
9911 6 2
9888
5 1
86
5352 8035
21006
84
3 3
8034
15653
1 1 9903
€
9912 4 2
9889
80
1 3
5350
Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250) afdeling Ruimte
2 2 9
9890 8 7
4 3
Boomwaardekaart
9914 0 2
9913
9901
9902
3385
9915 8 1
7
15651
5349
9916 6 1
6 7
2 3
9 2
4 1
16524
9898
8 6
9891
7 2
9896 9895
6 6
2 7 0 3
5 2
4 6
aat r t ns j mi as J
2 2
16437
9918
8 5
5346
3928
1 /0 5 1 2 /0 8022 5 1 3 /0 5 1 4 /08023 5 1
20959
0 1
5182 8 1
3 1
20993
15469
2 0 1
9
t aa r st n e eg r 13886 en d u 13887 Go
9921
11577
13688
7
15652
9922
13689
6
9 1 21007 9907 13863
9722 9343
8769
45
schaal:
1:2000
formaat:
A3
model:
Boomwaardekaart
paraaf gemeente:
paraaf initiatiefnemer:
Bijlage 2 Luchtvaartverkeerszone-funnel Luchtvaartverkeerszone-funnel
160, 67 160
155
150
145
140
135
Enschotsestraat 250
160
155
150
145
140
135
130
NAP
NAP
8 0 . 6 m
125
120
115
70 1 1 . 0 6 m
105
100
95
90
85
160, 16067
155
150
145
140
135
160, 67
Plangebied
Plangebiedgrens
Meters weergegeven vanaf N.A.P.
Luchtvaartverkeerszone Theresia-Loven-Besterd 2016, 8e herziening (Enschotsestraat 250) afdeling Ruimte
bijlage bij:
schaal:
1:25000
formaat:
A1
model:
Funnel
luchtvaartverkeerszone
Tel. nr: 14013
bestandsnaam: NL.IMRO.0855.BSP2020028-b001.dgn
Postbus 90155
datum:
5000 LH Tilburg
11 augustus 2021
paraaf gemeente:
paraaf initiatiefnemer: