05 MIHP PO BIJLAGE 3 Rapportage levensduurkosten
Tekst van het document
RAPPORTAGE TCO BEREKENING VERORDENING - KWALITEITKADER – ENERGIE NEUTRAAL GEBOUW
Projectnummer: Datum: Versie :
P-2021 0059 5 november 2021 3.0 (definitief)
OPDRACHTGEVER Gemeente Tilburg Postadres en bezoekadres: Contactpersoon: E-mail:
Spoorlaan 181 te Tilburg Mevr. M. Kamp marjan.kamp@tilburg.nl
ADVISEUR TECHNISCHE INSTALLATIES De Installatie Adviseur B.V. Post- en bezoekadres:
Contactpersoon: E-mail:
Driebergseweg 17, 3708 JA Zeist (hoofdvestiging). Mollerusweg 84, 2031 BZ Haarlem. Ericssonstraat 2, 5121 ML Rijen. Molenveldstraat 90, 6001 HL Weert. Boerhaavelaan 40, B11-026, 2713 HX Zoetermeer. R. van Meerten ricardo@diagroep.nl
2
Inhoudsopgave: 1.
Inleiding: .............................................................................................................................................................4
1.1 Doel onderzoek: .....................................................................................................................................................................4 1.2 Werkwijze ...............................................................................................................................................................................4
2.
Uitgangspunten: .................................................................................................................................................5
2.1 Bouwkundige uitgangspunten ...............................................................................................................................................6 2.2 Installatietechnische uitgangspunten ....................................................................................................................................7 2.3 Gekozen installatieconcept ....................................................................................................................................................9
3.
Levensduurkosten analyse Verordening ..........................................................................................................10
4.
Levensduurkosten analyse Kwaliteitskader......................................................................................................11
5.
Levensduurkosten analyse Energieneutraal gebouw .......................................................................................12
6.
Conclusie...........................................................................................................................................................13
7.
Haalbaarheid van de MIHP-Afspraak................................................................................................................14
8.
Bijlage 1 ............................................................................................................................................................15
9.
Bijlage 2 ............................................................................................................................................................16
10. Bijlage 3 ............................................................................................................................................................17 11. Bijlage 4 ............................................................................................................................................................18 12. Bijlage 5 ............................................................................................................................................................19 13. Bijlage 6 ............................................................................................................................................................20 14. Bijlage 7 ............................................................................................................................................................21 15. Bijlage 8 ............................................................................................................................................................22 16. Bijlage 9 ............................................................................................................................................................23
3
1. INLEIDING: Om goed onderwijs aan te bieden binnen de Gemeente Tilburg wordt het Kwaliteitskader Huisvesting gevolgd. Het Kwaliteitskader Huisvesting is op verzoek van PO-raad, VO-raad en VNG tot stand gekomen met als doel een landelijk breed gedragen definitief van basiskwaliteit. In het Kwaliteitskader wordt gesproken over een complexe opgave om een nieuw schoolgebouw te realiseren, een opgave waarin veel onderwerpen samen komen. Deze onderwerpen zijn beschreven in het Kwaliteitskader en bieden schoolbesturen en gemeenten een integraal inzicht en houvast om deze onderwerpen in samenhang te bezien. Het kwaliteitskader biedt handvaten, handvaten gebaseerd om een goed onderwijsgebouw te ontwikkelen dat een positief effect heeft op het gedrag, welbevinden en leerproces van de leerlingen en leerkrachten. In het Kwaliteitskader wordt verder gekeken dan het minimum bouwbesluit, het bouwbesluit wordt verreikt met o.a. Programma van Eisen Frisse Scholen (binnenmilieu) en het klimaatakkoord (duurzaamheid). Het Kwaliteitskader dient als praktisch hulpmiddel voor overleg tussen betrokken partijen, als sturingsinstrument voor integraal beleid, als checklist voor een gebouwscan, als basis voor een prestatiecontract of als basis voor het op stellen van een business case.
Onderliggende rapportage omvat een onderzoek naar de levensduurkosten van een schoolgebouw gebaseerd op het ambitie niveau dat in het Kwaliteitskader wordt omschreven in vergelijk met de levensduurkosten van een energieneutraal schoolgebouw.
1.1 Doel onderzoek: De doelstelling van het onderzoek is om de Gemeente Tilburg en de schoolbesturen binnen de Gemeente Tilburg financieel inzicht te geven in de totale levensduurkosten van hun toekomstige schoolgebouwen op basis van het Kwaliteitskader. Hierin worden de realisatiekosten, de onderhoudskosten en de energielasten inzichtelijke gemaakt van een school op basis van het Kwaliteitskader, deze worden afgezet tegen de kosten voor het ontwikkelen van een gelijkwaardige scholen volgens verordening. Aanvullend worden de realisatiekosten, de onderhoudskosten en energielasten van een gelijkwaardig schoolgebouw dat energieneutraal ontwikkeld wordt inzichtelijke gemaakt.
1.2 Werkwijze Om de levensduurkosten inzichtelijke te maken is besloten een fictieve school te ontwikkelen, de uitgangspunten voor deze school worden in hoofdstuk 2 nader beschreven, met behulp van het programma Life Cycle Vision. Een softwarepakket voorzien van ISSO-validatie, door de ISSO-validatie is zowel de rekenkern als de richtlijnen welke zijn toegepast uit relevantie ISSO-publicaties en -normen gecontroleerd en gewaarborgd. (Bijlage 1- ISSO-kwaliteitscertificaat) Het energieverbruik van het fictieve schoolgebouw is getoetst met de software Uniec3. Met deze software voor de energieprestatie van de levensduurkosten analyse getoetst op basis van de BRL 9501. (Bijlage 2- UNIEC3 Kiwa certificaat)
4
2. UITGANGSPUNTEN: Om tot een analyse te komen welke gebaseerd is op een praktijksituatie is ervoor gekozen om een berekening op te stellen voor een school met een BVO van 1.800 m2 welke geschikt is voor 318 leerlingen en 13 lokalen omvat. Om tot een goede analyse te komen is een ruimtestaat opgesteld voor de school waarin de volgende ruimten zijn opgenomen met bijbehorende bezetting (niet gelijktijdig) en oppervlakten. Aantal (st.) 10 3 5 13 26 3 1 1 1 2 5 2 2 1 1 1 1 1 2 1
Ruimtebenaming Lokalen Lokalen onderbouw Leerpleinen Garderobes Toilet leerlingen Leermiddelen Speellokaal Teamkamer Directiekamer Grote spreekkamers Spreekkamers Toiletten personeel Berging algemeen Hal Aula Keuken/pantry Handvaardigheid TR/Schachten Gangen Overig
Oppervlakte (m2) 60 66 15 3 3 10 90 50 18 25 15 3 15 30 100 25 60 100 25 96
Bezetting (pers) 31 31 5
31 15 3 10 5
62 31
De bezetting per ruimte is de maximale bezetting waarop de technische installatie (ventilatie) worden berekend. Op basis van diverse modellen is er een gemiddelde bezetting van 25 personen in een lokaal. Om tot reële levensduurkosten te komen is uitgegaan van een maximale bezetting in plaats van een gemiddelde bezetting.
5
2.1 Bouwkundige uitgangspunten Omdat de levensduurkosten analyse gebaseerd is op een fictieve school zijn de bouwkundige uitgangspunten gebaseerd op gemiddelden, minimale eisen uit het Kwaliteitskader en minimale eisen gesteld vanuit Wet- en regelgeving. Representatieve lengte N of Z gevel Representatieve lengte O of W gevel Aantal bouwlagen Bruto vloeroppervlak FNO/BVO verhouding Verkeerruimte/BVO Sanitaire ruimte/BVO Overige niet functionele ruimten/BVO Constructieoppervlak/schachten Gebouwomtrek per bouwlaag Type gang/ ganglengte Netto verdiepingshoogte Beschikbare hoogte boven systeemplafond Dikte constructievloeren Rc-waarde gevel Rc-waarde vloer (begane grond) Rc-waarde dak Infiltratie Glaspercentage Type kozijn Type glas U-waarde glas (incl. kozijn) Buitenzonwering (behalve noord)
23 38 2 1.800 73,1 4,4 6,1 10,8 5,6 122 Enkel/38 3,2 0,5 0,3 4,7* 3,7* 6,3* 0,42/0,15** 50 Hout/kunststof Zonwerend/HR++ 1,6 Ja, uitvalscherm (handmatig)
(meter) (meter) (stuks) (m2) (%) (%) (%) (%) (%) (meter) (-/meter) (meter) (meter) (meter) (m2*K/W) (m2*K/W) (m2*K/W) (dm3/s per m2 gebruiksoppervlak) (%) (-) (-) (W/m2*K) (-)
*Rc-waarden zijn de minimale isolatiewaarden vanuit verordening. **Infiltratie is voor verordening gerekend met een gemiddelde infiltratie van 0,42, bij de berekening van Kwaliteitskader en Energieneutraal gebouw is rekening gehouden met 0,15 zoals omschreven in het Kwaliteitskader.
6
2.2 Installatietechnische uitgangspunten Voor de uitgangspunten van de installaties in het fictieve schoolgebouw zijn de uitgangspunten bij de calculatie op basis van verordening overgenomen uit het bouwbesluit, voor de calculatie van Kwaliteitskader en energieneutraal gebouw zijn de minimale prestaties omschreven in het Kwaliteitskader. Onderstaand overzicht geeft per thema (licht, lucht, temperatuur en energie) de prestaties vanuit het Kwaliteitskader weer en hoe deze vertaald zijn naar een technische invulling. Licht Kunstlicht voldoet aan eisen volgens PvE Frisse Scholen Klasse B Verlichtingssterkte kunstlicht sluit aan bij gebruik van ruimten Individuele beïnvloeding licht voldoet aan eisen conform PvE Frisse Scholen Klasse C Lucht Luchtverversing in onderwijsruimten voldoet aan eisen volgens PvE Frisse Scholen klasse B Luchtverversing in pauzeruimte VO voldoet aan eisen conform PvE Frisse Scholen klasse C Ventilatievoorzieningen groepsruimten zijn CO2gestuurd Ventilatieregeling (insteltijden) houdt rekening met openingstijden medegebruikers pand en schoolvakanties Luchtverversing in sportvoorziening (gymzaal) bedraagt min.
40m3 per leerling per uur Te openen raamdelen zijn gemakkelijk te openen door het personeel Daglichtvoorziening sportruimte heeft te openen raamdeel voor spuiventilatie Temperatuur Temperatuur winter voldoet aan eisen volgens PvE Frisse Scholen klasse B Capaciteit verwarmingssysteem is afgestemd op doelgroep en ruimten
De verlichtingssterkte door kunstlicht is op werkvlakniveau minimaal 500 lux. onderwijs- en kantoorruimten minimaal 500 lux; technische ruimten minimaal 200 lux; verkeersruimte minimaal 150 lux. Het licht kan in elke ruimte afzonderlijke aan- en uitgeschakeld worden. Bij een CO₂ concentratie van 400ppm buiten mag de CO₂ concentratie binnen maximaal oplopen naar 950ppm. (bijlage 3- CO₂-berekening) Bij een CO₂ concentratie van 400ppm buiten mag de CO₂ concentratie binnen maximaal oplopen naar 950ppm. (bijlage 3- CO₂-berekening) Is meegenomen in de berekening Is meegenomen in de berekening
Hiervoor is het speellokaal gehanteerd daar de gemeentescholen niet meer voorziet in gymzalen. Is meegenomen in de berekening Is meegenomen in de berekening
Minimale eis 19°C. Gerekend met 21 °C. Ontwerptemperatuur speel-, toilet- en verkeersruimten is min. 18 graden. Ontwerptemperatuur onderwijs, kantoor, keuken, personeelsruimten is min. 20 graden.
Keuze verwarmingssysteem sluit aan bij (toekomstige) warmtevisie van de wijk verwarmingssysteem heeft aanvoertemperatuur max. 35 graden (=laag temperatuursysteem)
In de berekening is uitgegaan van een warmtepomp met een aanvoertemperatuur van 35 graden.
7
Er wordt rekening gehouden met interne warmtelast (personen, apparatuur en oriëntatie) ter voorkoming Temperatuuroverschrijdingen. Schakelklok (insteltijden) houdt rekening met openingstijden medegebruikers pand en schoolvakanties Losse, verplaatsbare verwarmingselementen zijn niet toegestaan Temperatuur zomer en tussenseizoen voldoet aan eisen volgens PvE Frisse Scholen klasse B Ventilatieve koeling voldoet aan eisen volgens PvE Frisse Scholen klasse C Buitenzonwering is automatisch, vanuit de ruimte bedienbaar (of te overrulen) en voorzien van centrale zongevoelige programmering, glazenwasser- en stormschakeling Te openen raamdelen/ spuiventilatie voorzieningen zijn tegelijkertijd met buitenzonwering te gebruiken (screens mogen luchtstroom niet belemmeren) Bebouw kent voorzieningen voor (extra) spuicapaciteit/ automatische regeling voor zomernachtventilatie Energie Daadwerkelijke CO₂ -emissie nieuwbouw is (zoveel mogelijk) klimaatakkoord bestendig (Parisproof) Verwarmingssysteem met externe warmtebron heeft aanvoertemperatuur van maximaal 35 °C Energiebeheer voldoet aan eisen volgens PvE Frisse Scholen klasse C Gebouw is uitgerust met gebouwbeheersysteem welke zonder al te veel kennis van zaken uitleesbaar is Gebouw is uitgerust met tussenmeters voor verschillende gebouwdelen/ functies/ (hoofd)gebruikers
Gerekend met 70 W per persoon, 200-400 W voor apparatuur en 10 W/m² voor verlichting Is meegenomen in de berekening
Is meegenomen in de berekening Eis is maximaal 26 °C. Is meegenomen in de berekening Te openen ramen zijn meegenomen in de berekening Is meegenomen in de berekening
Is meegenomen in de berekening
Zomernachtventilatie is meegenomen in de berekening
De berekeningen zijn getoetst aan BENG en ENG, hierbij zijn ook de CO₂-emissies van het totale object berekend In de berekening is uitgegaan van een warmtepomp met een maximale aanvoertemperatuur van 35 graden. Gebouw is als BENG en ENG doorgerekend Is meegenomen in de berekening
Is meegenomen in de berekening
Vanuit het kwaliteitskader worden er hoge eisen gesteld aan de flexibiliteit van het gebouw. Deze flexibiliteit is in alle calculatie opgenomen daar de installatie gebaseerd zijn op een flexibel in te delen stramien. Dit stramien is gekozen op lokaalbreedte van maximaal 7,2 meter. Bij de retour (lucht) voorzieningen is hier een flexibel stramien gekozen van 3,6 meter.
8
2.3 Gekozen installatieconcept Op basis van de randvoorwaarden zoals omschreven in hoofdstukken 2.1 en 2.2 is er een installatieconcept gekozen. Dit betreft een basis keuze welke voldoet aan alle randvoorwaarden, diverse alternatieven op de verschillende invullingen zijn hiermee niet inzichtelijk gebracht. Voor de warmteopwekking is gekozen voor een elektrische warmtepomp met als bron buitenlucht, de maximale aanvoertemperatuur bedraagt 35 graden. Voor de afgifte is gekozen voor oppervlakteverwarming in de vorm van vloerverwarming (nat- of droogbouwsysteem) met een ruimtetemperatuur regeling gecertificeerd volgens NEN-EN 215 of NEN-EN 15500. Voor het warm tapwater is gekozen om dit niet centraal op te wekken. Elk warm tappunt is voorzien van een eigen elektrische boiler (Quooker, 7 liter). In het fictieve schoolgebouw zijn 15 locaties opgenomen met een maximale uittaplengte van ≤ 3 meter. Voor de ventilatie is uitgegaan van een centraal opgestelde warmteterugwinning systeem met een rendement volgens EN13141-7 en EN13141-8 van minimaal 80%. Er is gekozen voor systeem variant D.3, dus CO₂-sturing op toe- en afvoer. Het warmteterugwinning systeem is voorzien van een verwarmingsbatterij en heeft een automatische passieve koelregeling. Ten behoeve van de verlichting bij de calculatie voor de verordening is uitgegaan van de forfaitaire waarden, te weten 16 W/m2.
Dit betreft voor de gehele school en alle zones. Bij de berekening op basis van kwaliteitskader en energieneutraal is de verlichting gecategoriseerd in vier zones, te weten: Functionele ruimten (8,0 W/m2), verkeersruimten (2,9 W/m2), sanitaire ruimten (2,7 W/m2) en overig (4,2 W/m2). Elke ruimte is voorzien van led-lichtbronnen en een vertrekschakeling (auto aan/ auto uit). Het installatieconcept wordt afgerond met een PV-systeem. Voor het PV-systeem is uitgegaan van multikristallijn silicium panelen met een wattpiekvermogen van 165 Wp/m2. Er is uitgegaan dat het PV-systeem zuid georiënteerd geplaatst wordt onder een hellingshoek van 15 graden. Overige details over het installatieconcept zijn bijgevoegde berekeningen per concept terug te vinden. Overige installatie onderdelen zijn wel meegenomen in de totale levensduurkosten analyse maar hebben geen (directe) invloed op de CO2-emissie en het energieverbruik van het schoolgebouw.
9
3. LEVENSDUURKOSTEN ANALYSE VERORDENING Om de levensduurkosten volgens geldende verordening te berekeningen zijn alle randvoorwaarden zoals omschreven in de uitgangspunten ingevoerd in de rekenkern en getoetst aan de BENG. Op basis van de bouwkundige randvoorwaarden en gekozen installatieconcept is de toets aan de BENG op onderstaand resultaat uitgekomen: 2
Behoefte (kWh/m ) Fossiel (kWh/m2) Hernieuwbaar (%)
Eis 190 70 40
Resultaat 154,37 69,97 43,2
In de levensduurkosten analyse is onderscheid gemaakt in de directe kosten, de onderhoudskosten en de energielasten. Deze vormen gezamenlijk de netto contante waarde (over 40 jaar excl. BTW). Gedetailleerde resultaten van de levensduurkosten en de BENG-toets zijn terug te vinden in bijlage 4 en 5 Uit de levensduurkosten analyse komt dat de totale levensduurkosten uit komen op € 3.965.041,00. Dit is onder te verdelen in directe kosten voor de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties, onderhoudskosten voor de werktuigbouwkundige en elektrotechnisch installaties en het energieverbruik. Genoemde kosten zijn berekend over 40 jaar excl. BTW. Hierbij is rekening gehouden met 1,5% nominale discontovoet, 2% inflatie en 4% jaarlijkse energiekosten stijging.
10
4. LEVENSDUURKOSTEN ANALYSE KWALITEITSKADER Om de levensduurkosten volgens het kwaliteitskader te berekeningen zijn alle randvoorwaarden zoals omschreven in de uitgangspunten ingevoerd in de rekenkern en getoetst aan de BENG. Op basis van de bouwkundige randvoorwaarden en gekozen installatieconcept is de toets aan de BENG op onderstaand resultaat uitgekomen:
2
Behoefte (kWh/m ) Fossiel (kWh/m2) Hernieuwbaar (%)
Eis 190 70 40
Resultaat 153,04 62,27 40,2
In de levensduurkosten analyse is onderscheid gemaakt in de directe kosten, de onderhoudskosten en de energielasten. Deze vormen gezamenlijk de netto contante waarde (over 40 jaar excl. BTW). Gedetailleerde resultaten van de levensduurkosten en de BENG-toets zijn terug te vinden in bijlage 6 en 7 Uit de levensduurkosten analyse komt dat de totale levensduurkosten uit komen op € 3.746.290,00. Dit is onder te verdelen in directe kosten voor de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties, onderhoudskosten voor de werktuigbouwkundige en elektrotechnisch installaties en het energieverbruik. Genoemde kosten zijn berekend over 40 jaar excl. BTW. Hierbij is rekening gehouden met 1,5% nominale discontovoet, 2% inflatie en 4% jaarlijkse energiekosten stijging.
11
5. LEVENSDUURKOSTEN ANALYSE ENERGIENEUTRAAL GEBOUW Om de levensduurkosten van hetzelfde schoolgebouw te bepalen welke energieneutraal is zijn alle randvoorwaarden omschreven in de uitgangspunten ingevoegd in de rekenkern en getoetst aan de BENG. Om een energieneutraal gebouw te berekeningen op basis van de NTA-8800 zijn de eisen scherper dan gesteld voor BENG. Deze eisen, inclusief resultaten van de analyse zijn als volgt:
2
Behoefte (kWh/m ) Fossiel (kWh/m2) Hernieuwbaar (%)
Eis 190 0 100
Resultaat 153,04 -0,51 100,4
In de levensduurkosten analyse is onderscheid gemaakt in de directe kosten, de onderhoudskosten en de energielasten. Deze vormen gezamenlijk de netto contante waarde (over 40 jaar excl. BTW). Gedetailleerde resultaten van de levensduurkosten en de BENG-toets zijn terug te vinden in bijlage 8 en 9 Uit de levensduurkosten analyse komt dat de totale levensduurkosten uit komen op € 2.912.829,00. Dit is onder te verdelen in directe kosten voor de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties, onderhoudskosten voor de werktuigbouwkundige en elektrotechnisch installaties en het energieverbruik. Genoemde kosten zijn berekend over 40 jaar excl. BTW. Hierbij is rekening gehouden met 1,5% nominale discontovoet, 2% inflatie en 4% jaarlijkse energiekosten stijging.
12
6. CONCLUSIE In het onderzoek valt op dat de gestelde ambities in het kwaliteitskader hoog te noemen zijn aan de bouwfysische als installatietechnische kant Ten opzichte van verordening valt op dat her verschil over de totale levensduur (40 jaar) in totaal € 218.751,00 bedraagt. Dit terwijl de initiële investeringen niet veel van elkaar afwijken. Dit verschil is toe te wijden aan de strenge bouwfysische eisen en strengere eisen vanuit het kwaliteitskader aan de kwaliteit van verlichting in de school. Het verschil ik de totale kosten is daarom ook terug te vinden in de exploitatiefase en voornamelijk in de energielasten. Wel kan verondersteld worden dat de bouwkundige kosten ten opzichte van verordening stijgen. Vanuit het huisvestingkader wordt een eis gesteld aan de infiltratie (Qv10-waarde van 0,15). Op basis van verordening is gerekend met een Qv10-waarde van 0,42. De investering voor het luchtdicht bouwen met een Qv10-waarde van 0,15 is ongeveer 40% hoger als bouwen met een Qv10-waarde van 0,42. Vanuit het Huisvestingkader wordt ook een ambitie omschreven om energieneutraal te bouwen, dit is in het derde rekenconcept doorgevoerd. Hieruit valt op te maken dat de totale kosten € 833.461,00 lager liggen als dat bij het Huisvestingkader.
De initiële bouwkosten zijn hoger voor wat betreft de installatie, voor de bouwkundige kosten liggen deze gelijkwaardig aan het de kosten volgens het Huisvestingkader. De winst is in deze te behalen in de energielasten.
Verordening Kwaliteitskader Energieneutraal gebouw
Werktuigbouwkundige Elektrotechnische installatie [€/m2bvo] installatie [€/m2bvo] 246,5 176,7 242,2 169,0 242,2 202,0
Onderhoud W/E [€/m2bvo] 8,0 7,9 8,2
Energie [€/m2bvo] 10,9 9,6 1,1
Zichtbaar is dat de werktuigbouwkundige installatie voor alle drie de scenario’s een gelijkwaardig resultaat geeft op de investering per vierkante meter. De hoger investering volgens verordening is in verband met de lagere kwaliteit zoals eerder omschreven van de bouwkundige schil. Hierdoor dienen er grotere (in vermogen) installatiecomponenten geplaatst te worden door een hoger transmissie (lekverlies) van de gevel. Daarentegen is de investering op de elektrotechnische installatie aanmerkelijk hoger. Dit heeft te maken om te voldoen aan de BENG-eisen voor wat betreft fossiel energieverbruik en hernieuwbaar energie. Door de lagere kwaliteit van het gebouw, de grotere componenten, is er meer energie nodig. Dus ook een hogere investering om deze energie op eigen perceel op te wekken.
13
7. HAALBAARHEID VAN DE MIHP-AFSPRAAK In de MIHP-afspraak wordt uitgegaan van een investeringsnorm uit het kwaliteitskader van 3.062 euro per m2, dit is inclusief de kosten voor energieneutraal gebouw en de bijbehorende eis uit het kwaliteitskader omtrent de infiltratie (Qv10 – 0,15). Dit is 19%, oftewel 581,78 euro per m2 meer dan de norm uit de verordening. Uit de MIHP-afspraak komt voort dat het schoolbestuur daar de helft, 290,89 euro per m2, van moet kunnen dekken uit de exploitatie winst. Uit bovengenoemde getallen blijkt dat er 440.100 euro gedekt dient de worden uit de exploitatiewinst. De levensduurkosten analyses, de conclusies dit hiervan, laten zien dat het totale verschil van de netto contact waarde uitkomt op 1.052.212,00 euro. Dit is berekend over de totale levensduur van 40 jaar. Teruggerekend komt dit uit op een gemiddelde besparing van 26.305,30 euro per jaar. Dit betekend dat de 412.000 euro welke gedekt dient te worden uit de exploitatiewinst na 16,7 jaar terug verdient is.
14