05 Collegebesluit Borging en continuering IGS in het Sociaal Domein
Tekst van het document
Borging en continuering impactgericht subsidiëren in het Sociaal Domein Collegebesluit van 12 april 2022 - 19
Aanleiding In 2019 zijn we in het Sociaal Domein gestart met impactgericht subsidiëren (IGS) om met de subsidies meer impact te realiseren voor de Tilburgers. We maken daarbij beter gebruik van de inzichten en expertise van onze partners, krijgen meer inzicht in de impact die wordt gerealiseerd en kunnen daar beter op sturen. Met de oude systematiek met Programma’s van Eisen (PvE’s) kon dat niet. In de PvE’s benoemden we bedragen per organisatie en stuurden we tot op detail op de uit te voeren activiteiten. Dit betekende dat de focus lag op kosten en activiteiten. Daarom besloten college en raad in 2018 – aan het begin van de bestuursperiode – de focus te verleggen van een subsidieaanvraag aan de hand van een PvE naar een aanvraag op basis van impact. Sinds 2019 zijn hiermee flinke slagen gemaakt, waardoor we nu – in lijn met het bestuursakkoord – nagenoeg alle subsidies in het Sociaal Domein (Inclusieve Stad) op een impactgerichte wijze verlenen, monitoren en laten verantwoorden en vaststellen. Dit komt neer op ca. 55 mln. budget waarvoor ongeveer 80 organisaties een impactgerichte aanvraag indienen. Dit doen ze op basis van door de gemeente geformuleerde maatschappelijke opgaven (MO’s). Het college stelt in deze MO’s de te realiseren impact op een bepaald beleidsterrein vast.
Uit evaluaties en accountgesprekken blijkt dat IGS een duidelijke toegevoegde waarde heeft voor subsidieorganisaties en voor de gemeente. Daarom willen we IGS borgen als standaardwerkwijze voor subsidiëren in het Sociaal domein. Daarnaast willen we de benodigde randvoorwaarden scheppen die nodig zijn om IGS goed tot uiting te laten komen, om zo in de toekomst nog meer impact te maken met onze subsidies. De huidige randvoorwaarden komen grotendeels nog uit de tijd waarin werd gewerkt met PvE’s en vereisen daarom doorontwikkeling. Daarom sprak het college op 14 december 2021 informeel over de verdere implementatie van IGS en de randvoorwaarden van het systeem wat nodig is om ook de komende jaren maximale impact te halen uit de subsidies in het Sociaal Domein. Impactgericht subsidiëren is onderdeel van de hefboom ‘meer impact met subsidies’. Met dit voorstel borgen we de maatschappelijke en institutionele impact van de hefboom. Tegelijkertijd leggen we een stevige basis om te werken aan de financiële impact uit de hefboom. Over de financiële impact uit de hefboom volgt nog separaat collegeadvies.
Beoogd effect/ bestuurlijk kader Dit besluit draagt bij aan de hefboom ‘Meer effect en doelmatigheid subsidies’ waarmee we meer impact realiseren met de subsidies in het Sociaal Domein. De subsidies waarmee we meer impact realiseren dragen bij aan de Inclusieve Stad: een goede start, ruimte om te leven, optimale kansen, in een wereld die mij ziet.
Besluit Het college 1. Hanteert impactgericht subsidiëren als standaardwerkwijze voor subsidiëren in het Sociaal Domein (de subsidies van Inclusieve Stad), met uitzondering van de subsidies waar impactgericht subsidiëren geen toegevoegde waarde heeft, zoals opgenomen in het vastgestelde Afwegingskader impactgericht subsidiëren (collegebesluit 18 mei 2021). 2. Werkt gefaseerd naar een systeem van subsidiëren in het Sociaal Domein, waarbij: a. we werken vanuit vertrouwen, partnerschap en met de expertise van onze partners. b. het college de budgetten bij de begroting op het niveau van maatschappelijke opgave vaststelt, in plaats van op organisatieniveau. Verlening vindt plaats aan de hand van subsidieregelingen met subsidieplafonds en vooraf vastgestelde criteria en/of toetsingskader.
3.
c. we meerjarige subsidieregelingen, voor maximaal 4 jaar, als uitgangspunt hanteren. d. maatwerk wordt toegepast als dit wettelijk vereist is of anderszins zorgt voor meer impact. Stelt een overgangsplan op om de fasering naar het systeem van subsidiëren zoals bedoeld bij beslispunt 2 zorgvuldig te doorlopen en dit in Q2 ter informatie met het college delen.
Argumenten 1.1. Impactgericht subsidiëren heeft een bewezen grote toegevoegde waarde voor gemeente en partners De ervaringen laten zien dat we als gemeente met IGS betere gesprekken voeren met onze subsidiepartners. En uit eerdere evaluaties blijkt dat het overgrote deel van de partners enthousiast is over impactgericht subsidiëren. De ervaring laat zien dat partners met IGS daadwerkelijk met de impact bezig zijn, door een verandering in mindset en het vertrouwen dat ze krijgen. De werkwijze versterkt ook de onderlinge samenhang tussen partners en hun activiteiten wat zich onder andere uit in intensievere samenwerking. 1.2. We maken optimaal gebruik van de kennis in de stad waardoor we kunnen sturen op impact De werkwijze met MO’s geeft organisaties de ruimte om vanuit hun expertise activiteiten te realiseren met maximale impact voor de stad (het ‘hoe’). Dit verschilt van de werkwijze met PvE’s omdat we voortaan op hoofdlijnen de opgave bepalen (het ‘wat’). In de subsidieaanvraag onderbouwt de organisatie het monitoren en verantwoorden van de impact, en formuleert men relevante indicatoren. Nog steeds zijn financiën (input) en activiteiten (output) relevant, alleen zijn deze dienend aan de impact. Dit geeft organisaties de mogelijkheid snel in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, zolang daarbij de afgesproken impact voorop staat. 1.3.
Impactgericht subsidiëren sluit aan bij de diversiteit aan organisaties in onze stad We kennen een grote diversiteit aan organisaties en een breed veld van vrijwilligers en partners. Van grotere organisaties die gemeentebreed actief zijn tot kleinschalige partners in de buurt en de wijken. We koesteren dit en zijn trots op de sociale veerkracht waar deze organisaties onderdeel van zijn. We vinden het belangrijk hier met onze subsidiewerkwijze op in te spelen. Daarom wordt binnen in het aanvraagproces bij IGS onderscheid gemaakt in de verschillende bedragen; hoe lager het aangevraagde bedrag, hoe beknopter het aanvraagproces. We luisteren naar signalen en werken continu aan het verbeteren van onze werkwijze 1.4. We borgen impactgericht subsidiëren als vast onderdeel van het Sociaal Domein. IGS begon in 2019 als pilot, die vervolgens is uitgebreid in fase II en III. Door IGS te gaan hanteren als standaard, ronden we de pilotfase definitief af en wordt de werkwijze een vast onderdeel van subsidiëren in het Sociaal Domein. Een ontwikkelgroep blijft in 2022 en 2023 verantwoordelijk voor het verder ontwikkelen van de methodiek. 2.1. Continuering huidige systeem is onwenselijk Het systeem van PvE’s was niet wendbaar, het voorgestelde systeem biedt die wendbaarheid wel.
Op dit moment hanteren we een (incompleet) tussensysteem omdat we al kleine stapjes gezet hebben richting een ander systeem om IGS beter te laten functioneren. We werken met openbare MO’s, waardoor in principe elke organisatie een aanvraag kan doen op een MO. Tegelijkertijd werken we met jaarlijkse subsidies waarbij we in de begroting al bedragen reserveren per organisatie. Als een aanvraag vervolgens (grotendeels) voldoet aan het vastgestelde beoordelingskader voor IGS, dan wordt het heel lastig om goed te motiveren waarom je een lager bedrag verleend. Doorgaan op de huidige manier is daarom ongewenst. 2.2. Werken vanuit vertrouwen, partnerschap en expertise van partners zorgt voor meer impact Uitgangspunt van onze subsidiering is en blijft dat we vertrouwen op de kennis en expertise van onze partners in de stad. We dagen hen nog steeds uit te komen met de meest passende oplossingen voor een bepaalde MO en gaan op basis daarvan partnerschappen met hen aan. Op die manier maximaliseren we de impact. 2.3. Het vaststellen van budget per MO sluit het beste aan bij impactgericht subsidiëren We werken naar een systeem waarbij een aanvraag vanuit de beoogde impact wordt geschreven en waarbij we deze kunnen beoordelen op basis van de impact. Het vaststellen van budgetten per MO is daarbij een logische
keuze. Nu worden de bedragen nog per organisatie opgenomen in het Subsidieprogramma dat het college jaarlijks vaststelt bij de programmabegroting. Organisaties weten daardoor jaar in jaar uit wat er staat gereserveerd. Dit draagt niet bij aan zoveel mogelijk impact: organisaties schrijven de aanvraag naar het bedrag toe. Met de nieuwe werkwijze creëren we ruimte voor vernieuwing. Daarbij blijven we samenwerken met organisaties die bewezen impact maken in de stad en nemen we de organisaties uit de haarvaten van de stad mee in deze verandering. Voor vernieuwing, verbetering of ontwikkelingen in de samenleving die om een andere aanpak vragen, is een nieuw initiatief af en toe wenselijk. Nieuwe initiatieven kunnen uiteraard ook vanuit bestaande partners komen. 2.4. Meerjarige subsidieregelingen, met een maximum van 4 jaar zijn het uitgangspunt In het voorgestelde systeem werken we met subsidieregelingen voor maximaal 4 jaar. Vanuit de MO bekijken we hoeveel jaar het best past bij de gewenste impact en indicatoren. Subsidies verlenen we dus niet per definitie voor de maximale periode van 4 jaar. Daarbij reserveren we per MO een deel flexibel budget, zodat we kunnen inspelen op maatschappelijke trends waarvoor innovatieve initiatieven wenselijk zijn of extra aandacht nodig is.
De verwachting is dat dit beter werkt dan voor één jaar verlenen (wat we nu doen), omdat impact vaak niet binnen één jaar zichtbaar is. Door meerjarig te subsidiëren is er meer tijd om de impact goed te monitoren, goed te meten en tussentijds bij te sturen. Dit geeft waardevolle informatie voor de aanscherping van de MO en input voor het bijstellen van de subsidieregeling. Met meerjarig subsidiëren versterken we de praktische toetsing van de subsidieresultaten. Meerjarig subsidiëren draagt ook bij aan het onderlinge vertrouwen tussen gemeente en partners. En zorgt naast grotere impact voor duidelijkheid en zekerheid in de wijken en bij de inwoners. Zij kunnen rekenen op continuïteit van de dienstverlening. De cyclus waarbij een partner jaarlijks bezig is met de verantwoording van het voorgaande jaar, de monitoring van het huidige jaar en de aanvraag voor volgend jaar zorgt bovendien voor veel extra administratieve last (ook ambtelijk). In plaats daarvan besteden we meer tijd aan impactgerichte accountgesprekken. 2.5. Uitzonderingen zijn nodig om aan wettelijke vereisten te voldoen of om meer impact te realiseren Het werken met subsidieregelingen is niet overal gewenst of mogelijk. Denk aan uitvoering van wettelijke taken met kernpartners, zoals in het onderwijs de scholen (die we natuurlijk actief willen behouden), of aan incidentele subsidiemiddelen.
Het kan in dit soort gevallen onwenselijk zijn om de (gehele) MO via een subsidieregeling weg te zetten. In situaties waar we meer impact behalen door niet te werken met subsidieregelingen doen we dat. 2.6. We leggen een betere basis voor het realiseren van financiële impact Impactgericht subsidiëren is onderdeel van de hefboom ‘meer impact met subsidies’. Met voorliggend voorstel borgen we de inhoudelijke en institutionele impact van de hefboom. De hefboom beoogt ook financiële impact, maar dit is de afgelopen jaren nog beperkt gerealiseerd. Dat heeft twee redenen. De werkwijze van IGS richt zich primair op het verbeteren van de inhoudelijke impact (hoe vergroot ik mijn resultaat?) en niet op het realiseren van financiële impact (hoe doe ik dat voor minder geld?). Daarnaast lenen de randvoorwaarden zich moeilijk voor het realiseren van financiële impact want we reserveren in de begroting bedragen per organisatie. Het ligt juridisch ingewikkeld om de subsidie lager te verlenen dan het bedrag uit de begroting. Met voorliggend voorstel veranderen we dit door bedragen op niveau van de MO vast te stellen in plaats van op organisatieniveau. Daardoor kunnen we beter aan de voorkant sturen op het beschikbare budget, waardoor het eenvoudiger is om financiële impact te realiseren.
Dit heeft gevolgen voor het financieel rendement van de hefboom subsidies voor 2022 en 2023, daarvoor is separaat collegeadvies in voorbereiding. Voor een vergelijking tussen het oude en het nieuwe systeem zie de tabel in de bijlage. 3.1. Fasering borgt een zorgvuldige overgang naar een nieuw systeem van subsidiëren in het Sociaal Domein. Het nieuwe systeem vraagt wat anders van onze partners dan het huidige systeem. De meeste zijn gewend elk jaar hetzelfde subsidiebedrag te ontvangen. Het werken met subsidieregelingen vergt ook een interne doorontwikkeling van de manier waarop we nu subsidiëren, bijvoorbeeld een aangescherpt beoordelingskader
(per type regeling). Door gefaseerd naar een nieuw systeem te werken, blijven we wendbaar en vertalen we lessen direct naar de praktijk. 3.2. Een overgangsplan is nodig voor zorgvuldige overgang naar het nieuwe systeem In een overgangsplan zetten we de fasering uiteen. Dit waarborgt een zorgvuldige invoering. We gaan in het overgangsplan in op: Betrekken van de stad bij de transitie. Fasering per MO: welke MO’s zetten we voor de cyclus 2023 om naar een regeling, hoe geven we de andere MO’s voor 2023 vorm, welke volgen daarna in 2024 en welke MO’s vullen we anders in (bv. rondom wettelijke taken). Vaardigheden en gedrag die nodig zijn voor het werken met subsidieregelingen (voornamelijk intern). Juridische gevolgen werken met subsidieregelingen in plaats van bedragen per organisatie in de begroting.
Risico’s De transitie kan zorgen voor frictie De accounthouders van de gemeente en de partners in de stad zijn niet allemaal bekend met het werken met subsidieregelingen. Subsidieregelingen vragen om objectievere behandeling. Dit vraagt meer afstand tussen gemeente en organisatie tijdens het aanvraagproces. Deze afstand was in de pilotfase beperkt. De transitie die we inzetten vraagt tevens een andere houding van onze partners, omdat aanvragen objectiever beoordeeld worden. Dit kan zorgen voor frictie omdat organisaties niet per definitie zeker zijn van hun subsidiemiddelen en daardoor het partnerschap onder druk komt te staan. Het nieuwe systeem kan tevens zorgen voor een stijging van het aantal aanvragen en het aantal bezwaarprocedures. Onduidelijk is nog wat de gevolgen voor de gemeentelijke capaciteit zijn. We beperken dit risico door gefaseerd te starten met een aantal MO’s. Tevens nemen we de huidige partners mee in de veranderingen. Zorgvuldigheid is daarbij het uitgangspunt.
Kosten en dekking Het overgangsplan genoemd bij beslispunt 3 gaat ook in op eventuele gevolgen voor kosten en dekking. De verwachting is dat deze kosten beperkt zijn, omdat gefaseerd naar de nieuwe situatie wordt gewerkt. De veranderopgave blijft daarmee voor zover nu in te schatten financieel uit te voeren binnen de huidige middelen. Eventuele afwijkingen worden aan het college voorgelegd.
Vervolg Verbeteren MO’s en opstarten transitie We willen zo snel mogelijk starten met de transitie naar het bij beslispunt 2 beschreven systeem. Parallel aan het genoemde overgangsplan richten we ons op het beter inhoudelijk positioneren van de MO’s. Dat is nodig omdat sommige MO’s nog gedeeltelijk vanuit de PvE-gedachte zijn geschreven (op detail, sturend naar één specifieke organisatie). Door onze MO’s beter te positioneren, komen we beter in onze rol om te sturen op doelen en indicatoren. Ook kijken we kritisch naar het gebruik van het instrument subsidie t.o.v. inkoop als de wens bestaat te sturen op details in plaats van op impact. We zorgen dat de betere positionering van de MO’s en het overgangsplan goed op elkaar volgen waarbij de inhoudelijke positionering van de MO’s voorop staat. Om momentum te behouden en benodigde input op te halen voor de verdere uitrol van de transitie naar subsidieregeling starten we voor 2023 op een aantal MO’s al met subsidieregelingen. Dit lichten we nader toe in het overgangsplan. Uitgangspunten worden ingepast in beleidsnota subsidiebeleid De huidige beleidsnota subsidiebeleid (voorheen kadernota subsidiebeleid) is reeds verlopen. De actualisatie is in voorbereiding. In deze nota bepaalt de raad de spelregels voor subsidiëren. IGS gebruikt deze spelregels. In
de nieuwe beleidsnota subsidiebeleid willen we het werken met MO’s in plaats van met PvE’s opnemen. Bij een positief besluit op voorliggende nota stellen we de raad voor voortaan met MO’s in plaats van PvE’s te werken. Dat we de transitie weg van PvE’s maken is reeds besloten door de raad (besluit van 20 november 2018). We blijven werken aan de ontwikkelopgaven IGS Betere positionering maatschappelijke opgaven Borging van kennis en processen in de organisatie en bij de partners in de stad Verscherpen impactgerichte accountgesprekken Verscherpen beoordelingskader IGS Programmabegroting 2023 Vanaf de programmabegroting 2023 start het college met het opnemen van budgetten per MO in plaats van per organisaties. Omdat we zorgvuldig naar het nieuwe systeem toewerken, kan het zijn dat we voor bepaalde MO’s bedragen per organisatie opnemen in de programmabegroting 2023. Informeren raad Op korte termijn informeren we de nieuwe gemeenteraad over impactgericht subsidiëren en de hier besproken ontwikkelingen.
Bijlagen Tabel met verschillen oud en nieuw systeem
Portefeuillehouder: Wethouder Dusschooten Behandelend ambtenaar: Afdeling Sociaal, T. Munnichs