05 Bijlage analyse begroting - realisatie jaren 2015 - 2021
Tekst van het document
Bijlage Analyse verschillen begroting – realisatie gemeente Tilburg 1. Inleiding Naar aanleiding van de behandeling van de 1e lezing van de jaarstukken 2021 door het college is de vraag geformuleerd om de resultaten van de laatste jaren in beeld te brengen. Deze notitie richt zich op beantwoording van deze vraag.
2. Jaarrekeningresultaten over de periode 2015 t/m 2021 Verschillen Tussenrapportage, Najaarsbijstelling en jaarrekening De resultaten in de tussenrapportage en Najaarsbijstelling over de periode 2015 t/m 2021 zijn wisselend, variërend van € 10,3 miljoen negatief tot € 3,5 miljoen positief. Bij de jaarrekening zien we dat het resultaat over het gehele boekjaar steeds positief is en varieert tussen de € 7,2 (2017) en € 35,6 (2015) miljoen. We zien dus elk jaar een positief jaarresultaat wat bovendien afwijkt van het verwachte resultaat in de tussenrapportage en Najaarsbijstelling.
Ruim de helft van het jaarrekeningresultaat wordt gevormd door overhevelingen Een groot deel van het jaarresultaat kan worden verklaard door de zogeheten overhevelingen. Dat zijn voordelen die ontstaan omdat beschikbare budgetten niet of niet volledig zijn ingezet maar worden overgeheveld om activiteiten in het volgende jaar alsnog uit te voeren of af te maken. Gemiddeld werd er € 10,4 miljoen aan budgetten overgeheveld naar het volgende jaar, dat is 54% van het totale jaarresultaat. Het bedrag aan overhevelingen liep van € 12 miljoen in 2015 terug naar € 6,8 miljoen in 2017. Daarna was er een stijgende lijn naar € 14,1 miljoen in 2021.
Analyse verschillen begroting en realisatie ; P&C - d.d. 09-04-2022
1.
Overhevelingen € 16,0 € 14,0 € 12,0 € 10,0
€ 7,0 € 5,4
€ 8,0
€ 4,0
€ 6,0 € 4,0
€ 2,4 € 6,7
€ 3,1
€ 7,0
€ 7,2
€ 7,1
2019
2020
2021
€ 4,8
€ 6,8
€ 2,0
€ 3,2
€ 4,4
€ 3,9
2017
2018
€ 0,0 2015
2016
technische overhevelingen
beleidsmatige overhevelingen
De stijging van de overhevelingen sinds 2018 is voor een deel verklaarbaar door: • decentralisatie uitkeringen via het gemeentefonds die laat in het jaar beschikbaar komen en vaak niet meer kunnen worden ingezet. Dit betreft met ingang van 2018 gemiddeld € 2,3 miljoen per jaar. • ontvangen middelen voor aardgasvrije wijken die nog niet waren ingezet. Gemiddeld sinds 2018 betreft dit € 2,8 miljoen.
Gemiddeld zijn ongeveer 36% van de overhevelingen (gemiddeld € 4,3 miljoen) beleidsmatige overhevelingen, waarvan sinds 2018 de decentralisatie uitkeringen en in 2018 de middelen voor aardgasvrije wijken deel uitmaken. De andere 64% van de overgehevelde budgetten (gemiddeld € 7,4 miljoen) zijn zogenoemde ‘technische overhevelingen’. Dat zijn budgetten die nog niet zijn besteed maar waarvoor al verplichtingen naar derden vastliggen waarbij er geen echte keuzemogelijkheid is om die niet over te hevelen. Ook betreft dit nog niet gerealiseerde exploitatiebijdragen aan projecten die nodig zijn om projecten te kunnen uitvoeren of afronden. Sinds 2019 maken de middelen voor aardgasvrije wijken hier deel van uit.
3. Vervolgacties Uit een verdere analyse is gebeken dat op een aantal onderdelen in de begroting zich jaarlijks afwijkingen voordoen ten opzichte van de begroting. Deze afwijkingen spelen vooral bij de onttrekkingen aan reserves en bij de investeringskredieten die jaarlijks lager zijn dan begroot. Deze twee onderwerpen hebben een onderling verband omdat investeringen vaak een (gedeeltelijke) dekking uit reserves kennen. Overigens is er beperkt sprake van jaarlijks terugkerende posten die tot een voordelig resultaat leiden: de meeste voordeelmeldingen zijn incidenteel. Inmiddels is een aantal vervolgacties in gang gezet. 1. Nadrukkelijker aandacht besteden aan het realistischer ramen van de activiteiten, projecten en investeringen die in de begroting worden opgenomen en de bijbehorende financiële verwerking in de exploitatiebudgetten, reserves en investeringskredieten. Daarbij de P&C producten beter benutten voor het bijstellen van begrotingsramingen. Een diepere oorzaakanalyse van vertragingen in projecten/activiteiten kan hierbij helpen. 2. Investeren in kennisniveau, toepassen van financieel beleid/financiële spelregels en checks & balances die bijdragen aan een realistischere begrotingsramingen. Daarbij het samenspel tussen de diverse spelers en rollen (lijn en financiële ondersteuning) beter in balans brengen. 3.
Voorstel om, mede gezien de toenemende druk op de gemeentelijke financiën, een integrale screening op de gemeentelijke reserves uit te voeren. Daarbij de hoeveelheid reserves, de aard en de doelstellingen betrekken,
Analyse verschillen begroting en realisatie ; P&C - d.d. 09-04-2022
2.