CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 4 Spoor 3 Ruimteljk-economische effecten

Raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Netwerkanalyse autonetwerk7.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NETWERKANALYSE VERKENNING

SPOOR 3: RUIMTELIJKECONOMISCHE EFFECTEN

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

1

Opdrachtgevers

Gemeente Tilburg

Titel rapport

NETWERKANALYSE VERKENNING SPOOR 3: RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Status

Concept

Kenmerk

005452/20201119.R1.03

Datum publicatie

19 november 2020

Projectteam

Gemeente Tilburg Rob Temme (Projectleider) Ton Withoos Bram van Berkel Michiel van Hoof Paul van Delft Goudappel Coffeng Guido Scheerder Bas Govers Pascale Willems Mariska van Essen Luuk Brederode

2

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

De verkenning voor de netwerkanalyse Tilburg 2040 gebeurt via drie verschillende sporen: verkeer, ruimte en economie. De resultaten van de drie sporen zijn samen met alle betrokken ambtenaren opgesteld en gedeeld in interne werkateliers. Deze rapportage bevat de resultaten van het spoor: ruimtelijk-economische effecten. In dit spoor is vooral ingezoomd op de economische effecten van de Netwerkanalyse. Wat betekent de visie op het wegennet voor de winkelbestedingen in dagelijkse, doelgerichte en recreatief winkelen. Hiervoor is gebruik gemaakt van een koopstromenmodel dat recent door Goudappel Coffeng is ontwikkeld.

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

3

INHOUD 1

INTRODUCTIE EN CONTEXT. .

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

6

2 POSITIE EN AMBITIE BINNENSTAD .

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

12

3 BELANG VAN VERBLIJFSKLIMAAT EN BEREIKBAARHEID .

.

.

.

.

.

18

1.1 1.2 1.3 1.4

2.1 2.2

3.1 3.2

4

.

WAT IS DE NETWERKANALYSE? WERKEN VANUIT 3 TECHNISCHE SPOREN BEREIKBAARHEID EN VERBLIJFSKWALITEIT LEESWIJZER

DETAILHANDELSTRUCTUUR TILBURG AMBITIES CENTRUM: DETAILHANDELVISIE

BELANG VAN VERBLIJFSKWALITEIT NEEMT TOE BELANG VAN BEREIKBAARHEID

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

4 ECONOMISCHE EFFECTEN . 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

22

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

33

HUIDIGE SITUATIE TILBURG GROEIT KORTE TERMIJN EFFECTEN MIDDELLANGE TERMIJN EFFECTEN LANGE TERMIJN EFFECTEN CONCLUSIE

BIJLAGE B.1 B.2

.

.

.

.

.

.

.

TECHNISCHE SPECIFICATIE KOOPSTROMEN-MODEL LOCATIONELE EN INFRASTRUCTURELE VOORWAARDEN PER TYPE VOORZIENING

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

5

1 6

INTRODUCTIE EN CONTEXT

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

7

1.1

WAT IS DE NETWERKANALYSE?

In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 heeft het gemeentebestuur aangegeven wat de ruimtelijke hoofdkeuzen zijn voor de ontwikkeling van de stad. In de Mobiliteitsaanpak Tilburg 2040 is daarnaast de hoofdrichting voor het bijpassende mobiliteitsbeleid vastgesteld. Deze kaderstellende nota’s moeten worden doorvertaald in concrete maatregelen. Daarbij wordt de aagegeven richting geconcretiseerd en op basis van nadere inzichten geactualiseerd. Zo speelt in de binnenstad de wens om te komen tot een StadsForum. Vanuit deze ontwikkeling speelt de vraag of het verkeerskundig mogelijk is de ruimte voor de Cityring terug te brengen tot één rijstrook. De Netwerkanalyse maakt daarom de doorvertaling van deze ambities naar de inrichting van het wegennet. Al eerder is op die wijze de loopagenda, de fietsagenda en de verkeersveiligheidsagenda vastgesteld. De openbaar vervoeragenda volgt volgend jaar. Al deze agenda’s bevatten concrete uitvoeringsmaatregelen die in het Meerjaren Investerings Programma (MIP) en in het T-MIP moeten worden opgenomen. De Netwerkanalyse is niet een lijst van nieuwe automaatregelen. Voor het overgrote deel zijn het maatregelen en ingrepen die toch al nodig waren maar die nu in de tijd worden gezet met de stedelijk ontwikkelingsprojecten. Denk daarbij aan de Spoorknoop op Ringbaan Oost die al jaren “boven de markt hangt”.

Omdat vooral het wegennet een groot beslag op de openbare ruimte legt, is de Netwerkanalyse wel sterk beeldbepalend als het gaat om het concreet maken van de hoofdkeuzen die al in de Omgevingsvisie en de Mobiliteitsagenda zijn gemaakt en die ook in de binnenstad overwogen worden, zoals bij StadsForum.

8

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

1.2

WERKEN VANUIT 3 TECHNISCHE SPOREN

In de Netwerkanalyse is eerst een technische verkenning uitgevoerd in drie sporen: Verkeer. In dit spoor is kwantitatief onderzocht wat de verwachte ontwikkeling is van de verkeersintensiteiten in 2030 en 2040, wat het effect is van de mobiliteitstransitie en welke netwerkmaatregelen allemaal denkbaar zijn om het gebruik van het wegennet te optimaliseren. Dit heeft geleid tot een Netwerkvisie voor 2040 die de basis kan vormen voor de maatregelen. Ruimte. In dit spoor is gekeken naar de ruimtelijke potenties van de verschillende onderdelen van het wegennet. Op welke wijze kan vrijkomende ruimte als gevolg van het anders omgaan met het autonetwerk worden (her)ingevuld? Hoe kan het wegennet optimaal in zijn omgeving worden ingepast?

Technisch bijlagerapport verkeer

Economie. In dit spoor is vooral ingezoomd op de economische effecten van de Netwerkanalyse. Wat betekent de visie op het wegennet voor de winkelbestedingen in dagelijkse, doelgerichte en recreatief winkelen in de binnenstad. Hiervoor is gebruik gemaakt van een koopstromenmodel dat recent door Goudappel Coffeng is ontwikkeld.

Technisch bijlagerapport ruimte

De resultaten van de drie sporen zijn samen met alle betrokken ambtenaren opgesteld en gedeeld in interne werkateliers. Hiervan zijn drie technische bijlagerapporten opgesteld. Dit technisch bijlagerapport omvat de resultaten van de verkenning van ruimtelijk-economische effecten. Technisch bijlagerapport economie NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

9

1.3

BEREIKBAARHEID EN VERBLIJFSKWALITEIT

Bereikbaarheid en verblijfskwaliteit

Koopstromenmodel

De aantrekkingskracht van een centrumgebied wordt in de eerste plaats bepaald door de omvang en kwaliteit van het voorzieningenaanbod. Daarnaast spelen onder meer de kwaliteit van het verblijfsklimaat en de bereikbaarheid een rol in de keuze voor een bezoek aan een centrum- of winkelgebied. Bezoekers willen in een prettige omgeving verblijven en er zonder veel gedoe naar toe gaan. Het belang van de kwaliteit van het verblijfsklimaat en de bereikbaarheid verschilt per type voorziening. Zo is voor een middagje shoppen, het recreatieve winkelen, vooral de kwaliteit van het verblijfsklimaat belangrijk en maakt het niet veel uit als de reis een paar minuutjes langer duurt. Omgekeerd hoeft bij

de dagelijkse boodschappen en het doelgericht winkelen het verblijfsklimaat niet persé sfeervol te zijn en speelt reistijd een grotere rol, omdat consumenten in de regel snel en efficiënt boodschappen willen doen. De verkeerskundige en ruimtelijke ingrepen uit spoor 1 en 2 hebben effect op het verblijfklimaat en de bereikbaarheid van de winkels en andere publiekgerichte voorzieningen in het centrum. Ze zijn hiermee van invloed op het functioneren van deze voorzieningen. De twee elementen vormen de input om in dit derde spoor de ruimtelijkeeconomische effecten te bepalen. Dit doen we zowel voor de korte, middellange als de lange termijn voor het studiegebied: Kernwinkelgebied, Dwaalmilieu, Heuvel- en Veemarktkwartier, Piushaven/Broekhoven, Schatkamer van Tilburg, Besterd, Korvel en Noordhoek.

Aantal en omvang voorzieningen Verblijfsklimaat

Kwaliteit voorzieningen

Veiligheid

10

Reiskosten

Reiscomfort

Reistijd

Parkeren

Bereikbaarheid

Imago

Fig x. Invloedsfactoren aantrekkelijkheid winkellocaties en componenten bereikbaarheid.

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

In de analyse van de effecten op het studiegebied van de ingrepen in het autonetwerk is gebruik gemaakt van het door Goudappel Coffeng ontwikkelde Koopstromenmodel. Hier is een korte uitleg van het model weergegeven. Bijlage B1 bevat een uitgebreide beschrijving. Het Koopstromenmodel is een model waarmee koopen bezoekgedrag wordt voorspeld. Het model is een zwaartekrachtmodel waarin elk centrum- of winkelgebied een bepaalde aantrekkingskracht heeft op de inwoners in de omgeving. Als input voor het model dient de verdeling van de inwoners over het te analyseren gebied, de reistijd naar betreffend(e) centrumgebied(en) en de aantrekkingskracht van centrumgebieden. Het model wordt ingezet om de effecten op koopgedrag te analyseren bij veranderingen met betrekking tot centrumgebieden bestaande uit een gewijzigde bereikbaarheid, een gewijzigd aanbod van functies of een gewijzigd verblijfsklimaat alsmede veranderingen in de omgeving bestaande uit bevolkingsontwikkelingen. De uitkomsten van het model geven een nauwkeurig beeld van de effecten op gewijzigd koopgedrag en omzet in de detailhandel. Deze omzeteffecten kunnen met het model goed bepaald worden omdat voor de detailhandel veel koopstromenonderzoek is verricht en veel kengetallen als bestedingscijfers beschikbaar zijn.

Dit geldt niet voor voorzieningen als horeca en cultuur, waardoor de effecten voor deze voorzieningen niet voldoende onderbouwd met het model zijn te bepalen. De resultaten van het model hebben daarom alleen betrekking op de effecten voor de detailhandel.

1.4

LEESWIJZER

In deze ruimtelijk-economische effectanalyse wordt in hoofdstuk 2 een schets gegegeven van de detailhandelsstructuur van Tilburg, waarbij ook wordt ingezoomd op het centrum. Daarna volgt in hoofdstuk 3 een beschrijving over hoe bereikbaarheid en verblijfsklimaat een impact hebben op het economisch funtioneren van een centrumgebied. Hoofdstuk 4 toont tenslotte de huidige situatie, het effect op omzet van extra inwoners in Tilburg en de effecten van drie pakketten met mogelijke maatregelen voor de korte, de middellange en de lange termijn. Er wordt daarin onderscheid gemaakt naar de verschillende deelgebieden van het studiegebied en de type detailhandel: recreatief, dagelijks en doelgericht.

Recreatief winkelen Detailhandel waarbij de nadruk ligt op de modische branche, maar ook luxe artikelen, sport, spel, hobby en media behoren tot deze categorie. Dagelijks winkelen Detailhandel waarbij de nadruk ligt op de branches levensmiddelen en persoonlijke verzorging. Doelgericht winkelen Detailhandel met de nadruk op de branches doe-het-zelf, tuincentra, woonartikelen, etc. NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

11

2 12

POSITIE EN AMBITIE BINNENSTAD

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

13

2.1

DETAILHANDELSTRUCTUUR TILBURG

Tilburg, Detailhandelsvisie 2019

Tilburg, Detailhandelsvisie 2019 Tilburg, Detailhandelsvisie 2019 Figuur 2.2: Bestaande detailhandelsstructuur gemeente Tilburg Bestaande detailhandelsstructuur Tilburg, Detailhandelsvisie 2019

2 Uitgangspositie

2 Uitgangspos Tilburg, Detailhandelsvisie 2019

Tilburg, Detailhandelsvisie 2

Figuur 2.2: Bestaande detailhandelsstructuur gemeente Tilburg Bestaande detailhandelsstructuur De type winkelgebieden in de detailhandelsstructuur kenFijnmazige en overzichtelijkemerken zich als volgt: De type winkelgebieden in de detailhandelsstructuur ken- is het hoofdwinkelgebied  Binnenstad: De binnenstad detailhandelstructuur

14

van de gemeente met de grootste concentratie van demerken zich als volgt: horeca en leisure.  kent Binnenstad: De binnenstad is hettailhandel, hoofdwinkelgebied Tilburg een fijnmazige detailhandelsstructuur. Het  Linten: De linten hebben een specifiek profiel en bevan deisgemeente met de grootstestaan concentratie van dewinkelaanbod verdeeld over verschillende winkelgebieden uit een mix van functies (detailhandel, horeca, horeca en leisure. diensten, kantoren, wonen en overige bedrijvigheid). zoals detailhandel, binnenstad, de ‘Linten’: Korvelseweg en Besterdring, Vanwege de positionering  Linten: De linten hebben een specifiek profiel en be- en profilering van de linten buurt- en wijkcentra, perifere detailhandelsconcentraties Korvel & Besterd als ‘armen’ van de Tilburgse binnenstaan uit een mix vanDe functies (detailhandel, horeca, en speciale winkelgebieden. figuur hiernaast de apart winkelgebiedstype opgenomen. stad zijntoont deze als diensten, kantoren, wonen en overige bedrijvigheid). winkelgebieden in Tilbug.  Dorpscentrum: Een dorpscentrum is het grootste winkelVanwege de positionering en profilering de linten met 5-50 winkels. Het betreft gebied invan een woonplaats hier de centra van Udenhout en Berkel-Enschot.

Korvel & Besterd als ‘armen’ van de Tilburgse binnenDe detailhandelsstructuur in Tilburg is niet alleen fijnmazig,  Wijkcentrum: Deze centra hebben in totaal 9-59 winkels stad zijn deze als winkelgebiedstype opgenomen. maar ook overzichtelijk. Deapart binnenstad kent het grootste waaronder twee ofaanbod meerdere supermarkten.  Dorpscentrum: Een dorpscentrum is het grootste winkel Buurtcentrum: Dit zijn de winkelcentra met maximaal mode & luxe en biedt ruime mogelijkheden om te shoppen. gebied in een woonplaats met 5-50 winkels. Het betreft één supermarkt en in totaal 4-11 winkels, veelal gericht Het dagelijkse aanbod is vooral aanwezig in de wijk- en op de dagelijkse boodschappen. Dit betekent dat wijkhier de centra van Udenhout en Berkel-Enschot. buurtcentra. Deze ‘ondersteunende’ centra vervullen een sterke en buurtcentra zich onderscheiden van elkaar door het  Wijkcentrum: Deze centra hebben in totaal 9-59 boodschappenfunctie. Het doelgericht bezochte aanbod in winkels dein het centrum. aantal supermarkten waaronder twee of meerdere supermarkten. Perifere concentratie: Dit zijn de perifere detailhandelsbranchegroep ‘In en om het huis’ is met name geconcentreerd Buurtcentrum: Dit zijn de winkelcentra clustersmet met maximaal 5 of meer verkooppunten in grootschalige op de perifere detailhandels concentraties.

winkels en tenminste 50% van het aanbod met een één supermarkt en in totaal 4-11 winkels, veelal gericht doelgericht bezoekmotief. Dit betreft de branches “dier op de dagelijkse boodschappen. Dit betekent dat wijken plant”, “doe-het-zelf” en “wonen”. en buurtcentra zich onderscheiden van elkaar door het  Speciaal winkelgebied: Winkelgebieden die niet tot de aantal supermarkten in het centrum. voorgaande categorieën behoren, worden aangemerkt als speciaal winkelgebied. In de gemeente Tilburg gaat  Perifere concentratie: Dit zijn de perifere detailhandelshet om De Rooi Pannen en St. Elisabeth Ziekenhuis. clusters met 5 of meer verkooppunten in grootschalige Opgemerkt moet worden dat de sportzaken op Stapwinkels en tenminste 50% van hetpegoor aanbod eenbeleid zijn benoemd als PDV-locain hetmet huidige tie, maar vanwege het beperkt aantal winkels is hier doelgericht bezoekmotief. Dit betreft de branches “dier nauwelijks sprake van een winkelgebied. en plant”, “doe-het-zelf” en “wonen”.  Speciaal winkelgebied: Winkelgebieden die niet tot de Fig 2. Bestaande detailhandelsstructuur gemeente Tilburg NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN voorgaande categorieën behoren, worden aangemerkt vrijdag 31 januari 2020 als speciaal winkelgebied. In de gemeente Tilburg gaat

7

en een aanbod dat kwantitatief en kwalitatief past bij een  Het dagelijkse aanbod is vooral aanwezig in de onderstad van Tilburgse omvang. De focus richt zich op de besteunende wijk-, dorps-, en buurtcentra. In Tilburg zijn 4 Evaluatie en analyse staande structuur in de gemeente, bestaande uit de binnenTilburg, Discussienota Detailhandel ten opzichte van de benchmark echter ook relatief veel stad, deTilburg, linten, deDiscussienota wijk- en dorpscentra, de buurtcentra en Detailhandel dagelijkse artikelenwinkels op verspreide locaties aandetailhandel in deDiscussienota periferie. Navolgend geven wij een bonTilburg, Detailhandel wezig. Figuur 4.1: Feiten en cijfers gemeente Tilburg dige evaluatie van het huidige beleid met de kaders heeft pri- Tilen beperkter voor een grotere regio.inDaarnaast  Het aanbod in de branche In/om huis is vooral op de peBeperkter aanbod dan vergelijkbare steden mair deburg ambitie 2013bovenregionaal en daaronder de stand van perifere zaken geenuit grote verzorgende rifere concentraties te vinden (overige centra). Ook is er anno 2019. concentratie, mede door de aanwezigheid van elke grote relatief vanwinkelaanbod dit type aanbod op verspreide locaties In Tilburg is net als in andere steden de afgelopen Het veel geringe in Tilburg in branchegroep in de regio (Ekkersrijt Son, Woonboulevard Breda en binnen de en gemeente.

jaren het aanbod in de niet-dagelijkse sector ‘Mode Luxe’ wordt in de detailhandelsvisie 4.1. Zanddonk Gemeente Tilburg Waalwijk). afgenomen en in de dagelijkse sector toegenomen. toegeschreven aan de toegenomen beperkte regiofunctie van  De leegstand is beperkt in de afgelopen ja De binnenstad van Tilburg heeft het grootste aanbod Ook streeft is net als in andere steden de leegstand licht Tilburg, weer is te verklaren de nabijheid van ren en kentdie een spreiding op alle door niveaus, wat aandacht Tilburg naar een toekomstbestendige detailhanmode en luxe, wat vergelijkbaar is met de benchmark. toegenomen. In zijn totaliteit kent Tilburg een relatief andere grote binnensteden zoals die van Breda en vraagt naar de toekomst toe. delsstructuur, gericht op kwaliteit en vitaliteit van detail beperkt Het dagelijkse is primair vooral in dewinonderdetailhandelsaanbod en is deaanwezig leegstand iets Den Bosch. handelslocaties. Deaanbod focus ligt bij bestaande steunende wijk-, dorps-, en buurtcentra. In Tilburg zijn lager dan in vergelijkbare steden. Met name in de Het relatief geringe winkelaanbod is eerder een 4 Evaluatie en analyse kelgebieden. Het aanbod moet zowel kwalitatief als kwanbranchegroepen ‘Mode &benchmark luxe’ en ‘In Tilburgse en om het huis’ is voordeel dan een nadeel. Door de toenemende ten opzichte van echter ookomvang.

relatief veel Tilburg, Discussienota Detailhandel titatief gaan passen bijde een stad van het aanbod in Tilburg relatief beperkt. internetaankopen neemt de kwantitatieve behoefte dagelijkse artikelenwinkels op verspreide locaties aanwezig.  Kwantitatief is en hetcijfers detailhandelsaanbod toegenomen Figuur 4.1: Feiten gemeente Tilburg Til-  Het aanbod in de branche In/om huis is vooral op de sinds 2013, met name in de dagelijkse sector. In lijn metpeconcentraties centra). Ook hetrifere gestelde beleid ente devinden trends(overige en ontwikkelingen zijnis er ote relatief veel van dit type aanbod op verspreide locaties verschillende wijkcentra vernieuwd, en is het superbinnen de gemeente. marktaanbod op verschillende plekken gemoderniseerd  enDe leegstand uitgebreid. is beperkt toegenomen in de afgelopen jaren engezien kent een spreiding op alleTilburg niveaus, wat aandacht  Relatief heeft de gemeente minder win. vraagt naar de toekomst toe. kelaanbod per 1.000 inwoners dan gemiddeld. Dit uit zich met name in het ‘mode en luxe’ en ‘in/om het huis’ aanbod. Een mogelijke verklaring hiervoor is het feit dat el de binnenstad van Tilburg van oudsher vooral een sterke verzorgingsfunctie heeft voor de eigen inwoners

peFig 3a. Ontwikkeling winkelruimte gemeente Tilburg (m2 wvo) er s dinsdag 21 mei 2019

jacht

Fig 3b. Winkelruimte per 1.000 inwoners gemeente Tilburg (m2 wvo)

aan winkelruimte af. Dit uit zich in toenemende leegstand en vraagt om het reduceren van slecht functionerende en verouderde winkelmeters, maar ook om het kwalitatief versterken van de bestaande winkelgebieden. Naast het relatief beperkte winkelaanbod is de relatief jonge bevolking een ander voordeel van Tilburg. De bevolking van Tilburg groeit de komende jaren flink verder, waardoor het bestedingspotentieel toeneemt.

Fig 3c. Winkelruimte naar winkelgebiedstype gemeente Tilburg (m2 wvo)

6 NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

15

Hoe zit het in het studiegebied? In het studiegebied zijn alle type publieksgerichte voorzieningen vertegenwoordigd. Het studiegebied kent een uitgebreid aanbod aan winkels en biedt ruime mogelijkheden om te shoppen. Het winkelaanbod is sterk geconcentreerd in het kernwinkelgebied. Hier bevindt zich meer dan de helft van alle winkels in het studiegebied. Met name de branches kleiding en mode zijn sterk vertegenwoordigd.

Besterd

Behalve winkels bezit het studiegebied veel meer voorzieningen die bezoekers trekken. Zoals horeca, bioscoop, natuurmuseum, theater en Poppodium 013. Met deze brede en gevarieerde mix aan publiekgerichte voorzieningen heeft het centrum van Tilburg de eigen inwoners en bezoekers veel te bieden.

Kernwinkelgebied Dwaalmilieu Heuvel- en Veemarktkwartier

De figuur toont per deelgebied het onderscheid naar type winkelaanbod: recreatief, dagelijks en doelgericht. In het Kernwinkelgebied ligt het accent sterk op recreatief winkelen. In de andere deelgebieden zijn alle drie de koopmotieven (dagelijks, recreatief en doelgericht) in redelijk vergelijkbare mate vertegenwoordigd. Alleen in het Dwaalmilieu ligt het accent meer op recreatief en in Noordhoek op doelgericht.

Noordhoek

Korvel Piushaven / Broekhoven

recreatief dagelijks

Schatkamer van Tilburg

doelgericht 16

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Fig 4. Verdeling m2 vloeroppervlakte recreatief, dagelijks en doelgericht winkelmotief per deelgebied. De grootte van de cirkel geeft de totaalomzet van het deelgebied weer.

2.2

AMBITIES CENTRUM: DETAILHANDELVISIE

Binnenstad als visitekaartje van de stad De detailhandelsvisie sluit aan op de beleidsambities van de gemeente Tilburg. Eén van de ambities is het versterken van de binnenstad als visitekaartje van Tilburg. In de detailhandelsvisie heeft de versterking van de binnenstad absolute prioriteit. Zo mag in deze visie de recreatieve winkelfunctie van de binnenstad niet worden aangetast door ontwikkelingen elders in de gemeente. Binnen de binnenstad wordt ingezet op een compact winkelgebied. Als belangrijkste doelstellingen voor de binnenstad worden in de detailhandelsvisie een toename van de koopkrachtbinding binnen de eigen gemeente genoemd en een toename van de koopkrachttoevloeiing vanuit de regio. Daarbij wordt ingezet op een toename van het aantal dagen verblijfstoeristen en de verblijfstijd. Om deze doelstellingen te bereiken wordt een combinatiebezoek van winkelen, horeca en cultuur gestimuleerd. Door de toenemende internetaankopen neemt de pure winkelfunctie van binnensteden af en ontstaan steeds meer gemengde concepten. Beleving en comfort worden steeds belangrijker in de detailhandel om zich te onderscheiden van elkaar en onlineverkoop. Voor het recreatieve winkelen zijn compacte winkelgebieden met een sterke mix van detailhandel en horeca en met een aangenaam verblijfsklimaat in trek.

Sterke binnenstad met complementaire deelgebieden In de binnenstadsvisie ‘Tilburg Next’ worden zes deelgebieden onderscheiden: Kernwinkelgebied, Dwaalgebied, Spoorlaan, Spoorzone, Heuvel- en veemarktkwartier en Schatkamer van Tilburg. In de binnenstadsvisie wordt net als in de detailhandelsvisie ingezet op een compact en krachtig kernwinkelgebied en op een aantrekkelijk dwaalgebied met een mix van wonen, winkelen, horeca en werken. In de ‘nieuwe’ stedelijke gebieden (Spoorzone, Piushaven) is geen ruimte voor winkels. In de horecanota van de gemeente Tilburg ligt de focus eveneens op de binnenstad en op de ontwikkelgebieden (Spoorzone, Piushaven), met voor ieder sfeergebied een eigen accent. Kortom: in het beleid van de gemeente Tilburg (o.a. detailhandels-, horeca- en omgevingsvisie) wordt absolute prioriteit gegeven aan de binnenstad. Uitgangspunt is een compact en krachtig kernwinkelgebied, met complementaire en aantrekkelijke omringende deelgebieden. In de ontwikkeling van de binnenstad spelen beleving en comfort een belangrijke rol. NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

17

3 18

BELANG VAN VERBLIJFSKLIMAAT EN BEREIKBAARHEID

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

19

3.1

BELANG VERBLIJFSKLIMAAT NEEMT TOE

Sfeer en beleving worden steeds belangrijkere elementen om bezoekers naar een centrumgebied te trekken. Hiermee kunnen centra zich onderscheiden van internet. In tegenstelling tot online, kun je in een centrum shoppen combineren met een terrasje pakken en mensen ontmoeten Waar vroeger centra vooral ‘Places to buy’ waren, profileren centra zich nu in de eerste plaats als ‘Places to be’. Daarbij hoort een aantrekkelijk verblijfklimaat. Voor centrumgebieden geldt dat de basis op orde moet zijn (schoon, netjes veilig), maar het verschil wordt gemaakt door het voorzieningenaanbod, de service en sfeer. Met name de sfeer blijft hangen en speelt een belangrijke rol in de beleving en het keuzeproces van consumenten. Er zit een verschil tussen het belang van verblijfsklimaat en het type winkelvoorziening. Mensen die recreatief winkelen zijn het meest gevoelig voor een aantrekkelijk verblijfsklimaat. Voor de dagelijkse boodschappen en het doelgericht winkelen is een aantrekkelijke omgeving minder belangrijk.

belang verblijfsklimaat

Fig 5. Pyramide Maslow centrumgebieden (bron: meet4research)

recreatief 20

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

dagelijks doelgericht

3.2

BELANG VAN BEREIKBAARHEID

Het belang van bereikbaarheid en parkeren in de keuze voor een centrum hangt sterk af van het bezoekmotief (recreatief, dagelijks of doelgericht) en neemt toe naarmate het aanbod vergelijkbaar is met concurrerende centra. Voor boodschappen doen, het dagelijkse winkelen, geldt bijvoorbeeld dat de consument in een stad meestal de keuze heeft uit verschillende winkelcentra op geringe afstand. Bij de keuze voor een boodschappencentrum spelen de aanwezige supermarktformules en de compleetheid van het boodschappenaanbod (one stop shopping) een belangrijke rol. Daarnaast kunnen de boodschappencentra zich ook onderscheiden op aspecten als bereikbaarheid en parkeren. Boodschappen doen wordt vaak meer beschouwd als ‘moeten’ dan ‘willen’ en consumenten uit zijn op een efficiëntie wijze van aankopen doen. Dan is bereikbaarheid een belangrijke factor in het keuzeproces.

Voor het recreatief winkelen, ofwel ‘funshoppen’, is het belang van bereikbaarheid een stuk kleiner dan voor boodschappen doen. Voor funshoppen wil de consument in de eerste plaats een uitgebreid en gevarieerd aanbod. Het zijn niet voor niets de grote binnensteden en centra met ruime keuzemogelijkheden die in trek zijn. Daarbij is recreatief winkelen voor de consument een uitje en de verblijfstijd in een winkelgebied is relatief lang. De winkelomgeving, zoals het verblijfsklimaat voor voetgangers of het horecaaanbod, neemt aan belang toe. De bereidheid voor een langere reistijd of meer reiskosten neemt toe.

De effecten van een verandering van de autobereikbaarheid en van het verblijfsklimaat en verschillen kortom per functie. Voor de recreatieve winkelfuncties en horeca geldt over het algemeen dat zij het meest profiteren van een verbetering van het verblijfsklimaat en het minst gevoelig zijn voor veranderingen in de autobereikbaarheid. Voor de dagelijkse en doelgerichte winkelfuncties en ook doelgericht bezochte diensten als een stomerij geldt het omgekeerde. Deze functies zijn gevoelig voor een goede autobereikbaarheid, terwijl de kwaliteit van het verblijfsklimaat nauwelijks een rol speelt. In bijlage B2 zijn de locationele en infrastructurele voorwaarden die de verschillende voorzieningen stellen per type voorziening weergegeven.

belang bereikbaarheid

doelgericht dagelijks

recreatief NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

21

4 22

ECONOMISCHE EFFECTEN

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

23

4.1

HUIDIGE SITUATIE

De figuur hiernaast toont de omzetvolumes voor het totale winkelaanbod in de verschillende deelgebieden. De totale omzet binnen het studiegebied bedraagt circa € 413 miljoen. De figuur laat zien dat de meeste omzet wordt gegenereerd in het kernwinkelgebied (€162 miljoen). Dit is ook niet verwonderlijk omdat het kernwinkelgebied van alle deelgebieden meer dan de helft van het winkelaanbod telt. De overige €251 miljoen is toegewezen aan de rest van het studiegebied, waarvan het grootste deel komt uit het Dwaalmilieu en de Korvel.

Besterd

Noordhoek Dwaalmilieu

Heuvel- en Veemarktkwartier Kernwinkelgebied

Omzet per deelgebied

recreatief dagelijks

Korvel

Piushaven / Broekhoven Schatkamer van Tilburg

doelgericht 24

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Fig 6. Omzet per deelgebied en winkelmotief in de huidige situatie. In miljoenen euro.

4.2

TILBURG GROEIT

Tilburg groeit hard. In het regionaal Verkeersmodel Midden-Brabant (BBMA2019) is opgenomen dat er richting 2030 in Tilburg 25.000 inwoners bijkomen en tussen 2030 en 2040 nog eens 6.000. Zoals in de detailhandelsvisie al werd geconstateerd neemt door deze forse bevolkingsgroei het bestedingspotentieel voor de detailhandel in Tilburg toe. De bevolkingsgroei en het toenemende bestedingspotentieel betekent ook een kans en impuls voor het centrum van Tilburg. Het positieve effect van de bevolkingsgroei op de omzet van de winkels in het centrum is veel groter dan de omzetverschuivingen die kunnen optreden door ingrepen in het netwerk. Aandachtspunt is wel dat het centrum met de bevolkingsgroei ook goed bereikbaar blijft én dat het een aantrekkelijke omgeving is om in te wonen en te verblijven. Doorrekening van de bevolkingsgroei met het koopstromenmodel laat zien dat de omzet in het centrum van Tilburg door deze groei toeneemt ten opzichte van de huidige situatie met 46 miljoen euro per jaar in 2030 en in met 57 miljoen euro per jaar in 2040. Een omzettoename met respectievelijk 11% en 14% Op het moment dat daar ter indicatie nog eens 10.000 inwoners bij zouden komen in het gebied aan de Hart van Brabantlaan tussen de stations Tilburg centraal en Tilburg Universiteit, neemt de omzet nog eens extra toe met 19 miljoen euro en als er 20.000 inwoners bij komen met 38 miljoen euro.

Vanwege de flinke bevolkingsgroei en toename van het bestedingspotentieel richting 2040 zetten we pakketten voor de middellange en lange termijn niet af ten opzichte van de huidige situatie, maar tegen het scenario niets doen richting 2040. Zo zorgen we voor een eerlijke vergelijking waarin in alle toekomstige scenario’s voor de (middel)lange termijn (ook niets doen) rekening wordt gehouden met de autonome bevolkingsgroei.

Situatie

Extra inwoners

Impuls €

Impuls %

2030

25.000

46 miljoen

11%

2040

31.000

57 miljoen

14%

2040 + 10.000 inwoners extra Kennisas XXL

41.000

76 miljoen

18%

2040 + 20.000 inwoners extra Kennisas XXL

51.000

95 miljoen

23%

Tab 1. Omzettoename winkels centrum t.o.v. huidige situatie door bevolkingsgroei.

De forse omzettoename door de bevolkingsgroei betekent een flinke impuls voor de winkels in het centrum van Tilburg. De bevolkingsgroei en omzettoename bieden ook kansen voor een verdere versterking van het voorzieningenaanbod, waardoor een multipliereffect kan ontstaan. Aanbod versterkt elkaar. Met een versterking van het aanbod nemen de keuzemogelijkheden voor de consument toe en wordt het centrum aantrekkelijker voor bezoekers en Tilburg als woongemeente. Daarnaast kunnen de ontwikkelingen in de detailhandel, zoals het nog steeds toenemende online koopgedrag, ervoor zorgen dat de bestedingsimpuls vooral nodig is om het huidige aanbod vitaal te houden en een versterking van het aanbod maar zeer beperkt mogelijk is.

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

25

4.3

KORTE TERMIJN EFFECTEN (< 2025)

Uitgangspunten De verkeerskundige ingrepen die in het koopstromenmodel op de korte termijn zijn ingevoerd, zijn bedoeld om een gevoel te krijgen bij het ruimtelijk-economisch effect van maatregelen die op de korte termijn de autodruk op de Paleisring kunnen verlagen om zo een versnelde uitvoering van het StadsForum op de Paleisring/Schouwburgring mogelijk te maken. Concreet betekent dit dat er een fysieke onderbreking op de oostflank van de Cityring in het model zit. De onderbreking is nu gelegd op het Heuvelplein. Verder onderzoek moet uitwijzen of dit de meest aangewezen plek is op de oostflank. Daarnaast rekent het model met een verbetering van het verblijfsklimaat in het gebied waar het StadsForum wordt gerealiseerd. Het resultaat van de berekening met het koopstromenmodel vormt input voor het opstellen van het eindbeeld in de van de netwerkanalyse en verdere gesprekken rond de realisatie van het StadsForum. Uitgangspunten

Bereikbaarheid ◊ Knip ter hoogte van Heuvel ◊ Oostelijke en Zuidelijke Cityring (tot aan Louis Bouwmeesterplein): 30 km/u en één rijstrook (per richting) ◊ Verplicht linksaf Koopvaardijstraat naar Piusstraat ◊ Parkeergarage Heuvelpoort blijft bereikbaar vanuit het noorden en het zuiden ◊ Parkeergarage Tivoli en Pieter Vreedeplein bereikbaar vanuit het noorden ◊ Parkeergarage Emmagarage, Koningsplein en Louis Bouwmeesterplein bereikbaar vanuit het zuiden 26

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Verblijfsklimaat Verbetering van het verblijfsklimaat op de Schouwburgring ter hoogte van locatie StadsForum.

Fig 7. Verkeerskundige ingrepen voor korte termijn berekeningen

Effect

neutraal + 1-5% + 6-10%

Besterd

+ 11-15% - 1-5% - 6-10% - 10-15%

Dwaalmilieu

Heuvel- en Veemarktkwartier Kernwinkelgebied Noordhoek

Korvel

Op het niveau van het hele studiegebied heeft de versnelling een klein effect op de omzetmogelijkheden. Voor het recreatief winkelen is sprake van een positief effect als gevolg van verbeteringen in de openbare ruimte en het verblijfsklimaat door de aanleg van het StadsForum. Dit is duidelijk zichtbaar in het Kernwinkelgebied en in mindere mate in de Dwaalmilieu en de Schatkamer van Tilburg. Voor de dagelijkse en doelgerichte aankopen is sprake van een licht negatief effect omdat zij minder gevoelig zijn voor een verbetering van het verblijfsklimaat en meer voor een verandering van de bereikbaarheid. Per saldo is het effect -1%. Dat heeft ermee te maken dat verbeteringen in het verblijfsklimaat nog niet hun volle effect hebben op de korte termijn. Op de korte termijn is enkel rekening gehouden met de aanleg van het StadsForum, maar nog niet met verbeteringen op andere plekken op de Cityring of een herinrichting van de Besterd of de Korvel. Op de middellange en lange termijn (zie verder) worden er hier wel positieve omzetverschillen waargenomen. Belangrijke opmerking is ook dat het koopstromenmodel enkel rekening houdt met veranderingen in bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit en de omvang en samenstelling van het winkelaanbod, maar niet met zaken als de kwaliteit van de winkels, serviceniveau en klantentrouw/ gewoontegedrag.

De omzetverschuivingen zullen in de praktijk daarom minder groot zijn omdat voor de consument ook zaken als kwaliteit en service meespelen in het keuzeproces en consumenten zich ook laten leiden door gewoontegedrag. Dit geldt ook bij de berekeningen op de middellange en de lange termijn.

Schatkamer van Tilburg

recreatief Piushaven / Broekhoven

Fig 8. Omzetverschuiving korte termijn t.o.v. situatie 2040 in miljoenen euro, per deelgebied en winkelmotief.

dagelijks doelgericht NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

27

4.4

MIDDELLANGE TERMIJN EFFECTEN (2025-2035)

De verkeerskundige ingrepen die in het koopstromenmodel op de middellange termijn zijn ingevoerd, zijn bedoeld om een gevoel te krijgen bij het ruimtelijk-economisch effect van enerzijds het verder wegduwen van verkeer uit het centrum (A-gebied) en anderzijds de eerste ingrepen die ook verkeer naar buiten trekken. Daarnaast rekent het model met een verbetering van het verblijfsklimaat in het hele centrum, met een nadruk op gebieden die grenzen aan de Cityirng. Het resultaat van de berekening vormt input voor het opstellen van het eindbeeld in de van de netwerkanalyse. Ingrepen die samengaan met het naar buiten duwen van verkeer zijn, naast een afsluiting op de oostelijke Cityring, een volledig autovrij Stadsforum en het invoeren van 30 km/u in het volledige centrum. De hele Cityring wordt één rijstrook. De eerste ingrepen die verkeer ook naar buiten te trekken zijn het versnellen van de Noord-Oost tangent (in combinatie met de aanpassing van knoop Noord) en Burgemeester Baron Van Voorst tot Voorstweg in combinatie met een lagere snelheid op de Ringbaan-West.

Uitgangspunten

Bereikbaarheid 1. Volledige A-gebied 30 km/u 2. Knip Schouwburgring 3. Knip Heuvelring 4. Cityring één rijstrook 5. Ringbaan-West 40 km/u 6. BVVV-weg volledig 70 km/u 7. Noord-Oost Tangent: 100 km/u 8. Knoop-Tilburg Noord aanpassen

Verblijfsklimaat Verbetering van het verblijfsklimaat in het hele centrumgebied, met de nadruk op het gebied op en direct aangrenzend aan de Cityring.

Fig 9. Verkeerskundige ingrepen voor middellange termijn berekeningen 28

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Effect

neutraal + 1-5%

Besterd

+ 6-10% + 11-15% - 1-5% - 6-10% - 10-15%

Noordhoek Dwaalmilieu Kernwinkelgebied

De omzetverschuivingen van met middellange termijn pakket laten zien dat de effecten verschillen per deelgebied en type winkelaanbod. Voor het dagelijkse en doelgerichte winkelaanbod geldt dat de effecten overwegend negatief zijn en de verandering in de bereikbaarheid zwaarder weegt dan de effecten van de verbetering van het verblijfsklimaat. Voor het recreatieve winkelaanbod geldt het omgekeerde. Voor het dagelijkse en doelgerichte winkelaanbod zorgt de invoering van maatregelpakket 1 voor een omzetafname tot circa 5% in een aantal deelgebieden. Voor het recreatieve winkelaanbod is sprake van een positief effect, die in het kernwinkelgebied kan zorgen voor een omzettoename tot 3%. Doordat het centrum meer recreatief winkelaanbod kent dan dagelijks- en doelgericht aanbod is per saldo voor het winkelaanbod in het centrum als geheel, sprake van een neutraal tot licht positief effect.

Heuvel- en Veemarktkwartier

recreatief

Korvel

Piushaven / Broekhoven Schatkamer van Tilburg

dagelijks doelgericht

Fig 10. Omzetverschuiving middellange termijn t.o.v. situatie 2040 in miljoenen euro, per deelgebied en winkelmotief.

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

29

4.5

LANGE TERMIJN EFFECTEN (> 2035)

De verkeerskundige ingrepen die in het koopstromenmodel op de lange termijn zijn ingevoerd, zijn bedoeld om een gevoel te krijgen bij het ruimtelijk-economisch effect van een scenario waarbij er maximaal verkeer van binnen naar buiten gaat (zowel duwen als trekken). Daarnaast rekent het model met een sterke verbetering van het verblijfsklimaat in het hele centrum, met een nadruk op gebieden die grenzen aan de Cityirng. Het resultaat van de berekening vormt input voor het opstellen van het eindbeeld in de van de netwerkanalyse. In deze oefening wordt de Cityring zoals we die vandaag kennen verder ontmanteld. De Spoorlaan en Burgemeester Brokxlaan vormen samen een eenrichtingscircuit en hebben beide slechts één rijstrook. Daarnaast zijn alle wegen binnen de Ringbanen en Tilburg-West teruggebracht naar 30 km/u. De Ringbanen Noord, Oost en Zuid kennen een optimale doorstroming en er is geëxperimenteerd met een ‘nieuwe Ringbaan-West’. Tot slot is in het lange termijn scenario ook knoop het Laar aangepast en zijn er transferia die auto’s opvangen op de hoekpunten van de Ringbanen. Uitgangspunten

30

Bereikbaarheid Verblijfsklimaat 1. A- en B-gebied 30 km/u, m.u.v. ringbanen Sterke verbetering van het verblijfsklimaat in 2. Knip Schouwburgring het hele centrumgebied, met de nadruk op 3. Knip Heuvelring het gebied op en direct aangrenzend aan de 4. Knip Noordhoekring cityring. 5. Eenrichtingscircuit Spoorlaan-Brokxlaan 6. Brokxlaan één rijstrook 7. Cityring één rijstrook 8. Ringbaan-West afwaarderen 9. Doorstroming Ringbaan Noord, Oost en Zuid: min. 50 km/u 10. BVVV-weg volledig 70 km/u 11. Nieuwe Ringbaan-West Taxandriëbaan: 70 km/u 12. Noord-Oost Tangent: 100 km/u 13. Knoop-Tilburg Noord aanpassen 14. Doorstroming A58: min. 100 km/u 15. Knoop het Laar aanpassen 16. Transferia op hoekpunten Ringbanen

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Fig 11. Verkeerskundige ingrepen voor lange termijn berekeningen

Effect

neutraal + 1-5%

Besterd

+ 6-10% + 11-15% - 1-5% - 6-10% - 10-15%

Noordhoek Dwaalmilieu

Heuvel- en Veemarktkwartier Kernwinkelgebied

Korvel

Bij bestudering van de resultaten van het lange termijn pakket valt op dat de effecten wat sterker en verder verspreid zijn dan in pakket 1. Dit geldt zowel voor de positieve effecten voor het recreatieve winkelaanbod, als voor de negatieve effecten voor het dagelijkse en doelgerichte aanbod. Verder valt bij een vergelijking van pakket 1 en 2 op dat in pakket de negatieve effecten zich meer voordoen in de noordwesthoek van het centrum en in pakket twee in de zuidoosthoek. Figuur 12 laat ook zien dat in het pakket voor de lange termijn het effect voor het dagelijkse aanbod in de Besterd relatief fors is. De omzetafname voor deze winkels wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de invoering van eenrichtingsverkeer in het circuit Spoorlaan – Brokxlaan. Indien het eenrichtingsverkeer op het NSplein niet wordt ingevoerd en weer wordt uitgegaan van tweerichtingsverkeer, zijn de omzetverschuivingen voor het dagelijks aanbod in de Besterd veel minder sterk en vergelijkbaar met de effecten in het pakket voor de middellange termijn. Dit resultaat vormt input voor het opstellen van het eindbeeld in de van de netwerkanalyse en de verdere uitwerking. recreatief

Piushaven / Broekhoven

Schatkamer van Tilburg Fig 12. Omzetverschuiving lange termijn t.o.v. situatie 2040 in miljoenen euro, per deelgebied en winkelmotief.

dagelijks doelgericht NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

31

4.6 CONCLUSIE Een groot pluspunt van Tilburg is de forse bevolkingsgroei. Deze groei betekent een flinke impuls voor de winkels en andere publiekgerichte voorzieningen in het centrum van Tilburg. Tegelijkertijd zorgen ontwikkelingen in de detailhandel, zoals de nog steeds toenemende online aankopen, dat fysieke winkels onder druk staan. Beleving en comfort worden in de detailhandel steeds belangrijker om zich te onderscheiden van onlineverkoop. In de detailhandelsvisie wordt daarom ingezet op een compact winkelgebied met een aantrekkelijke mix van winkels en horeca en een aangenaam verblijfsklimaat. Met de netwerkanalyse wordt concreet invulling gegeven aan de doelstellingen van de detailhandelsvisie. Door de forse bevolkingsgroei zal ook zonder netwerkmaatregelen, sprake zijn van een impuls voor de winkels, horeca en andere voorzieningen in het centrum. Het centrum wordt zonder maatregelen alleen niet aantrekkelijker. Door het toenemende verkeer en congestieverschijnselen zal bij niets doen het verblijfsklimaat juist minder aantrekkelijk worden. Met de voorgestelde netwerkingrepen en bijhorende ruimtelijke inrichtingen, wordt stapsgewijs gewerkt aan een verbetering van het verblijfsklimaat en aan een centrum waar de huidige en toekomstige inwoners graag willen zijn.

Een ontwikkeling die aansluit op de detailhandelsvisie en op de ambities van de gemeente Tilburg om het centrum te versterken als visitekaartje van Tilburg. De maatregelpakketten kunnen op (korte) termijn leiden tot lichte omzetverschuivingen voor de dagelijkse en doelgericht bezochte detailhandel, maar betekenen duidelijk een impuls voor de recreatieve detailhandel, horeca en andere publiekgerichte voorzieningen die sterk aanwezig zijn in het centrum.

32

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

BIJLAGE

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

33

B.1

TECHNISCHE SPECIFICATIE KOOPSTROMENMODEL

Inleiding

Modelopzet en input

Het Koopstromenmodel is een model waarmee koop- en bezoekgedrag wordt voorspeld. Het model is een zwaartekrachtmodel waarin elk centrum- of winkelgebied een bepaalde aantrekkingskracht heeft op de inwoners in de omgeving. Als input voor het model dient de verdeling van de inwoners over het te analyseren gebied, de reistijd naar betreffend(e) centrumgebied(en) en de aantrekkingskracht van centrumgebieden. Het model wordt ingezet om de effecten op koopgedrag te analyseren bij veranderingen met betrekking tot centrumgebieden bestaande uit een gewijzigde bereikbaarheid, een gewijzigd aanbod van functies of een gewijzigd verblijfsklimaat alsmede veranderingen in de omgeving bestaande uit bevolkingsontwikkelingen. De uitkomsten van het model geven een nauwkeurig beeld van de effecten van gewijzigd koop- en bezoekgedrag op de omzet in één of meerdere centrumgebieden, het aantal bezoekers en de vloerproductiviteit (omzet per m² detailhandel).

Het Koopstromenmodel is een zwaartekrachtmodel. Een zwaartekrachtmodel is, vergelijkbaar met een verkeersmodel, gebaseerd op productie en attractie. De productie staat gelijk aan de inwoners (consumenten), die in het model zijn opgenomen als aantal per postcodegebied. De attractie staat gelijk aan de centrum- en winkelgebieden. De attractie van centrumgebieden is in het model bepaald als de functie van een aantal kwantitatieve kenmerken van de centrumgebieden.

In deze technische specificatie worden de opzet, input, toepassing en uitkomsten van het Koopstromenmodel nader toegelicht.

34

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Naar het feitelijk gemeten koop- en bezoekgedrag is veel onderzoekkoopstromenonderzoek verricht, waaronder de Koopstromenonderzoeken Randstad 2016 en 2018. In deze onderzoeken zijn ruim 50.000 huishoudens geïnterviewd over hun koop- en bezoekgedrag De consument is in deze onderzoeken onder andere gevraagd per artikelsoort aan te geven waar men dit koopt, waarom men dit centrumgebied bezoekt, hoe men dit centrumgebied bezoekt (vervoerswijze) en hoe vaak men dit centrumgebied bezoekt. Daarnaast is eveneens gevraagd naar de uitwisseling van winkelen en leisure en de aankopen onderweg van werk naar huis en omgekeerd.

Op basis van de uitkomsten van onderzoek naar feitelijk koopgedrag is het Koopstromenmodel ontwikkeld. Aan de ontwikkeling van het Koopstromenmodel ligt uitvoerig fundamenteel onderzoek naar de uitwisseling tussen consument en winkelgebied ten grondslag. Het model is gekalibreerd en correleert tot 95% met de uitkomsten van het Koopstromenonderzoek Randstad. De input voor het model bestaat uit: ◊ Demografische gegevens: Inwonertallen per 4-positie postcodegebieden gebaseerd op CBS. ◊ Aanbod van functies: Aanbod van functies in aantallen vestigingen en m² wvo (detailhandel) per 6-positie postcodegebieden. ◊ Reistijd: Reistijd in minuten tussen alle 6-positie postcodegebieden gebaseerd BBMA (S106) - MiB. ◊ Aantrekkingskracht van centrumgebieden Aantrekkingskracht van centrumgebieden gebaseerd op omvang (aantal vestigingen en m² wvo per branche waarbij de branches ten opzichte van elkaar afzonderlijk gewogen zijn) en consumententrekkers (eveneens voorzien van een afzonderlijke onderlinge weging). Op basis van de totale omvang van het functieaanbod is eveneens een weging toegekend. De aantrekkingskracht van grotere centrumgebieden neemt immers meer dan evenredig toe ten opzichte van kleinere centrumgebieden.

Modeltoepassing en uitkomsten Op basis van de input wordt de uitwisseling tussen centrumgebied en inwoners/consumenten berekend in euro’s. De euro is gehanteerd als maatstaf daar dit de beste grootheid is om het functioneren van centrumgebieden in tijd en ten opzichte van elkaar te vergelijken. Het Koopstromenmodel wordt toegepast in een GIS-omgeving (geografisch informatiesysteem). Het Koopstromenmodel is flexibel: de input is variabel per scenario. Doorgaans worden per case minimaal twee scenario’s doorgerekend (referentiescenario en voorkeurs- of toekomstscenario). De verschillen in uitkomsten tussen de scenario’s bieden ondersteuning voor beleidskeuzes. De uitkomsten van het Koopstromenmodel worden gepresenteerd in termen van omzet, bezoekersaantal, vloerproductiviteit (omzet per m²) en als saldo van verschillende scenario’s. De uitkomsten worden tevens weergegeven in sprekende kaartbeelden.

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

35

B.2 LOCATIONELE EN INFRASTRUCTURELE VOORWAARDEN PER TYPE VOORZIENING Type voorziening

Economische kenmerken

Locationele en infrastructurele voorwaarden

- recreatief en ontspannend - combinatie met leisure/horeca - persoonsgebonden aankopen - sfeer en gezelligheid - keuze uit verschillende en onderscheidende winkels - hoogwaardig verblijfsklimaat - aanwezigheid trekkers

- goede parkeerverwijzing - logische en duidelijke parkeer- en verkeersrouting - veilige en logische looproutes - grotere loopafstanden acceptabel - doorgaans binnenstedelijke locaties

- hoogfrequente aankopen - efficiënt en gemak - routine aankopen - niet persoonsgebonden - ruim assortiment binnen supermarkten

- parkeren voor de deur - stalling en veilige fietsroute - goed bereikbare locatie - grote spreiding locaties

- laagfrequente aankopen - ruim assortiment binnen winkels - deels volumineuze artikelen - efficiënt en gemak

- parkeren voor de deur - bereikbare en zichtbare locatie - zichtbare locatie - aanbod gebundeld naar thema of solitair

RECREATIEF WINKELAANBOD mode (kleding en schoenen) huishoudelijke artikelen juwelier en optiek

DAGELIJKSE VOORZIENINGEN supermarkten speciaalzaken voedings- en genotmiddelen persoonlijke verzorging

LAAGFREQUENT/ DOELGERICHT AANBOD woninginrichting doe-het-zelf bruin- witgoed kampeerartikelen plant en dier 36

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Type voorziening

Economische kenmerken

Locationele en infrastructurele voorwaarden

- recreatief en ontspannend - sfeer en gezelligheid - hoogwaardig verblijfsklimaat - kwaliteit voorzieningen - aanbod versterkt elkaar - geen artikelen mee te nemen

- goede parkeerverwijzing - logische en duidelijke parkeer- en verkeersrouting - veilige en logische looproutes - grotere loopafstanden acceptabel

- doelgericht - efficiënt en gemak - kwaliteit dienst speelt een rol - geen artikelen mee te nemen

- goede parkeerverwijzing - logische en duidelijke parkeer- en verkeersrouting - veilige en logische looproutes - voor sommige diensten (o.a. kapper) grotere loopafstanden acceptabel (tot circa 400 meter) en voor sommige diensten (o.a. stomerij) bij voorkeur parkeren voor de deur)

- recreatief en ontspannend - sfeer en uitstraling - hoogwaardig verblijfsklimaat - kwaliteit voorzieningen - aanbod versterkt elkaar - geen artikelen mee te nemen

- goede parkeerverwijzing - logische en duidelijke parkeer- en verkeersrouting - veilige en logische looproutes - grotere loopafstanden acceptabel

- nabijheid andere zakelijke dienstverleners (afhankelijk van type bedrijvigheid) - hoogfrequent en routinebezoek

- parkeren op enige afstand acceptabel (mits veilige parkeeromgeving en looproute) doch bij voorkeur nabij werkplek - bij voorkeur nabij OV-aansluiting

HORECA EN UITGAAN restaurant café lunchroom bioscoop casino

COMMERCIËLE DIENSTVERLENING kapsalon reisbureau stomerij uitzendbureau makelaar videotheek

CULTUUR museum theater expositie

ZAKELIJKE DIENSTVERLENING kantoren

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

37

38

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

39

Deventer Snipperlingsdijk 4 7417 BJ Deventer T +31 (0)570 666 222 Postbus 161 7400 AD Deventer

Eindhoven Emmasingel 15 5611 AZ Eindhoven T +31(0)40 235 25 01

www.goudappel.nl

40

NETWERKANALYSE VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE EFFECTEN

Amsterdam

Den Haag

De Ruyterkade 143 1011 AC Amsterdam T +31(0)20 420 92 17

Anna van Buerenplein 46 2595 DA Den Haag T +31(0)570 666 222

Leeuwarden F. Haverschmidtwei 2 8914 BC Leeuwarden T +31(0)58 253 44 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9656212/1