05 Bijlage 4 Rapportage Advies Bewonersinitiatieven
Tekst van het document
Rapportage
Zo lang ik ervoor leef Duurzaamheid & burgerinitiatieven in de sociale basis
26 april 2021
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
2
Inhoud 1
Aanleiding en vraagstelling ..............................................................................................3
2
Aanpak van het onderzoek ..............................................................................................3
3
Visie op de vraag .............................................................................................................4
4
In gesprek met initiatiefnemers .......................................................................................6
5
4.1
Groepsinterviews en themabijeenkomst ................................................................................ 6
4.2
Initiatiefnemer......................................................................................................................... 6
4.3
Netwerk ................................................................................................................................... 7
4.4
Potentieel en impact ............................................................................................................... 8
4.5
Duurzaam worden ................................................................................................................... 9
4.6
Relatie gemeente .................................................................................................................. 10
Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................... 13 Bijlage 1 Verslagen groepsinterviews 1, 2 en 3 ................................................................................ 18
Onderzoek uitgevoerd door de kerngroep van Inkluis013: Jose Schoormans Marc Smulders Richard Derks Maart/april 2021
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
1 Aanleiding en vraagstelling De gemeente Tilburg werkt aan een beleidsnota over de sociale basis in de stad. Een van de onderwerpen daarin is de motie voor verduurzaming van inwonersinitiatieven die in juni 2019 is aanvaard door de gemeenteraad. De twee daaruit voortgekomen hoofdvragen zijn: • •
Welke kansen zien huidige initiatiefnemers van burgerinitiatieven om burgerinitiatieven die een bijdrage leveren aan het versterken van de veerkracht van inwoners te verduurzamen? Op welke wijze kan de gemeente bijdragen aan deze verduurzaming?
In februari is de kerngroep van inKluis013 gevraagd om een advies uit te brengen op deze bovenstaande vragen. En dat te doen in interactie met initiatiefnemers, onder meer in een bijeenkomst waarbij ook de gemeente aanwezig is. Deze opdracht is opgepakt en uitgevoerd in maart en begin april 2021. Dit rapport bevat de output van die bijeenkomst en de daaraan voorafgaande datacollectie uit deskresearch en groepsinterviews. De originele vraagstelling is opgenomen in de bijlagen.
2 Aanpak van het onderzoek De insteek van het onderzoek was verder te komen dan de ‘open deuren’ en specifiek op zoek te gaan naar bijvoorbeeld het verschil tussen burgerinitiatieven en initiatieven van gevestigde maatschappelijke organisaties. Er is daarom gekozen om eerst een deskresearch te doen bij de aan de kerngroep verbonden organisaties (Tussenheid013, Starters4communities en Impekt) en vandaaruit vragen te formuleren en initiatieven te selecteren voor de groepsinterviews. Dit gaf de aanpak hiernaast:
3
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
4
3 Visie op de vraag Om grip te krijgen op de vraag, en een kapstok te maken voor de deskresearch en interviews, zijn de hoofdvragen opgesplitst in deelvragen. Deze luidden: • • • • • •
Wat is sociale veerkracht? Wat is een burgerinitiatief/ initiatiefnemer? Wat voor bijdrage leveren ze? Wat is versterken van inwoners? Wat is verduurzamen? Wat kan de gemeente doen?
Vervolgens zijn deze vragen verder uitgewerkt. 1. Sociale veerkracht: Is het vermogen van een gemeenschap om weerbaar te zijn, met elkaar uitdagingen aan te gaan en problemen op te lossen. Sociale cohesie en initiatiefrijkheid zijn kernmerken van een veerkrachtig netwerk. Het vermogen wordt sterk bepaald door de toegang tot hulpbronnen, bij de mensen zelf of in hun omgeving. Voorbeelden hiervan zijn persoonlijke vaardigheden, sociaal netwerk, opleiding, werk, inkomen, voorzieningen. 2. Initiatiefnemer: Een burgerinitiatief heeft altijd een betrokken en gedreven initiatiefnemer. Vaak 1 persoon, omdat een eigen ervaring of fascinatie de trigger is om te starten. Deze intrinsieke motivatie en passie om impact te maken in het leven van mensen is en blijft langdurig de drijfveer. Geld verdienen is dat niet of nauwelijks. De initiatiefnemer is daarmee in veel opzichten een rolmodel, maar nog niet meteen, of misschien wel nooit, een (maatschappelijk) ondernemer. 3. Bijdrage en impact: Een burgerinitiatief levert op veel verschillende manieren een bijdrage aan het versterken van veerkracht. Dat begint bij het inspireren van buurtbewoners en het innemen van een voorbeeldfunctie (rolmodel), tot het bewust opzetten van activiteiten en uiteindelijk het
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
5
feitelijk ondernemen met een breed scala aan diensten of producten. Dit alles gericht op een maatschappelijk vraagstuk waarmee de initiatiefnemer zich verbonden voelt. 4. Versterken: Het versterken van inwoners gebeurt op verschillende manieren. De initiatiefnemer is zelf ook een inwoner. Andersom, iedere inwoner kan een initiatiefnemer zijn of worden. Dat geeft drie mogelijke manieren om te versterken: 1. De inwoner versterkt zichzelf en wordt bijvoorbeeld weer financieel zelfstandig. Hij ontwikkelt zich, komt eventuele problemen te boven en staat op eigen benen. 2. De inwoner wordt initiatiefnemer en zet zich direct in voor een bekende ander, geeft directe ondersteuning en hulp. 3. Initiatiefnemers en inwoners inspireren elkaar, de gemeenschap, de onbekende ander, zijn steeds beter in staat om afzonderlijk én samen zaken op te lossen. We zien deze stappen en effecten vaak bij bewonersinitiatieven. 5. Verduurzamen: Kijkend naar verduurzamen geeft dat verschillende gezichtspunten. Je kan verduurzamen definiëren als dat het initiatief langdurig in staat is impact te maken (geeft duurzaam effect) of de verduurzaming ligt niet zozeer op losse initiatieven, maar op de gemeenschap die langdurig in staat is om continu initiatieven voort te brengen, én dus veerkrachtig is.
Resumerend is de verduurzaming van burgerinitiatieven vooral een doorlopend proces van het creëren van maatschappelijke meerwaarde in een gemeenschap, waarin inwoners initiatief nemen vanuit een persoonlijke ervaring of fascinatie en elkaar daarbij voortdurend inspireren en faciliteren. In de ideale ontwikkelomgeving wordt deze interactie gekoesterd, zijn voldoende gevarieerde faciliteiten beschikbaar en is wederkerigheid gewaarborgd. 6. Functie gemeente: De functie van de gemeente is dan ook vooral het creëren van de voorwaarden waaronder initiatief kan ontstaan en tot ontwikkeling kan komen. Dit betekent een goede voedingsbodem creëren met minder bureaucratie en meer aandacht voor een positieve leefomgeving. Het wegnemen van financiële hobbels (die vaak juridisch zijn), het legitimeren van het initiatief, en duidelijkheid geven over je eigen rol en wat daar wel en niet bij hoort. Deze veronderstellingen zijn ter toetsing en verdieping voorgelegd in de groepsinterviews, om zo dieper inzicht te krijgen in de bevorderende en belemmerende factoren voor verduurzaming.
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
6
4 In gesprek met initiatiefnemers 4.1 Groepsinterviews en themabijeenkomst Voor de drie groepsinterviews zijn verschillende initiatieven geselecteerd uit vier hoofdgroepen: 1. Proberen te starten, vaak uit bijstand, Wajong en weer zelfstandig willen worden. 2. Initiatieven die al een paar jaar bezig zijn en hun plek beginnen te vinden. 3. Wat grotere, vaak sociale, ondernemingen. 4. Mensen die al langer bezig zijn maar hun weg nog niet echt kunnen vinden. In alle drie de gesprekken zijn de dezelfde vijf vragen voorgelegd. De output daaruit is vervolgens in de themabijeenkomst gepresenteerd en besproken. Hierna wordt de totale output van de interviews en de bijeenkomst doorgenomen. In de bijlagen zijn de gespreksverslagen van de drie groepsinterviews bijgevoegd voor meer details en achtergronden bij de sheets en toelichting.
4.2 Initiatiefnemer
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
7
Jeroen Hellemons van Avondje Uit licht toe hoe hij geïnspireerd is geraakt om iets te doen voor jongeren die zich in een sociaal isolement bevinden. Deels uit eigen ervaringen en observaties is hij veldonderzoek gaan doen en dat bevestigde hem in zijn idee om het initiatief te starten. De deelnemende ambtenaren herkennen de passie en inspiratie van de initiatieven die zich bij hen melden. Dat is de grote meerwaarde van het ondersteunen van initiatieven. Het levert meerwaarde op om in te zoomen op wat de ondersteuning van de gemeente oplevert. De gemeente kan op meer gebieden ondersteunen dan alleen financieel, bijvoorbeeld door het inzetten van netwerken. Daar ligt meerwaarde. Hoe kun je aansluiten bij wat er buiten gebeurt, hoe kun je daar sneller op reageren? Een van de ambities is aansluiten bij de stad en het is dus jammer te lezen dat er nog steeds trage (ambtelijke) processen ervaren worden.
4.3 Netwerk
Wat opviel is dat initiatieven vaak bezig zijn met hun eigen ding, daardoor krijgt het ontwikkelen en onderhouden van een netwerk onvoldoende aandacht. Bedrijven en onderwijs worden als samenwerkingspartners gezien, en dat zijn ook de partijen met wie ze in gesprek willen gaan. Maar het is niet altijd gemakkelijk om dat in gang te zetten. Daarnaast is er een spanning tussen autonomie en samenwerking. De initiatiefnemers zijn, juist ook vanwege hun persoonlijke drive, extra gefocust op het zelf neerzetten van hun idee, en daarbij zelf de controle te houden. Daarnaast zijn ze vaak nog erg aan het zoeken hoe en met wie ze dat vorm willen of moeten geven. Dat maakt samenwerking er wederzijds niet makkelijker op. Saskia van Wees licht kort haar zoektocht toe naar een manier om haar missie te verpakken in een dienst of product.
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
8
4.4 Potentieel en impact
Er wordt uitgebreid ingegaan op het formulier. Iedereen erkent dat het goed is om naar impact te kijken, en dat het formulier logisch is (en ook wel een bekende methode). Maar ook dat het doel, de context en relatie waarin het wordt gebruikt echt bepaalt wat de waarde en de bruikbaarheid is. En dat laatste mist nu nog. Men is nieuwsgierig naar de achtergrond en vindt het een mooie lijn om met elkaar in gesprek te gaan. Of om als kennismaking te gebruiken en een band op te bouwen. •
Op zich sluit het formulier aan bij waar veel initiatieven mee worstelen, namelijk duidelijk maken wat hun impact is. Maar dan moet er niet alleen gekeken worden naar aantallen en cijfers, maar ook naar die glimlach op het gezicht van een deelnemer na een dag bij het initiatief. Dat is voor een initiatiefnemer een grotere motivator dan hoge cijfers.
•
Uit de interviews is ook naar voren gekomen dat het echt heel lastig is om impact te meten. Daarnaast: blijven we dan in de relatie opdrachtnemer-opdrachtgever of gaan we het samen doen?
•
Er zijn veel mensen die iets voor de stad willen doen, maar niet meekunnen in beleidstaal. Voorkom dat je hun energie niet weghaalt omdat je zo graag hun impact wilt meten of vergroten. Dus probeer de mens achter het initiatief niet te vermorzelen.
De betrokken ambtenaar vertelt dat het een onderdeel is van de aanvraagprocedure voor impactgerichte financiering, een traject bij de gemeente. Niet aan de voorkant dichtgetimmerd met een kader van eisen, maar juist om inzicht krijgen in wat een initiatief kan betekenen voor de stad. Welke logische stappen zet je en op welke manier dragen effecten bij aan de impact die je wilt bereiken? Er wordt gevraagd hoe de initiatiefnemers zélf die impact zouden willen meten. Hoe ervaren ze zelf of ze impact hebben? Er komen verschillende antwoorden:
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
• •
9
De grote initiatiefnemers in de stad geven aan dat het daar gaat om stappen in het leven van hun deelnemers, bijv. een diploma, een van de grotere effecten. Het gaat ook om kleinere zaken. Dat een deelnemer een diploma krijgt maar ook de trots van ouders, grootouders. Dat is lastig meetbaar. Vertrouwen speelt hierbij een grote rol.
Nicole Peeters van Boilrs Hub en Kevin van Gestel van Vibe-active beamen dit: Als je het op papier zet, wat meet je dan? Wij zitten er middenin, vanuit ons hart richten we ons op jonge mensen. Voor ons zit het in de dagelijkse praktijk. Als iemand na een coachgesprek weer fijn de deur uit gaat, hoe meet je dat in lijstjes? Je bereikt iets met mensen maar het zijn menselijke processen, die kun je niet forceren. Je draagt iets bij, ziet het effect over de langere termijn. Als je dat in de meerjarige vertrouwensrelatie kunt inbedden - dat je merkt dat je samen voor dezelfde problemen staat met de gemeente - dan is dat waardevol. Wij zíjn ook de gemeente. Het gaat niet om commercieel belang maar vanuit passie voor jongeren. Als je vanuit de gemeente het vertrouwen krijgt en de autonomie kunt voelen, kunnen we waarde toevoegen. De gemeente herkent de verhalen vanuit wijkgericht werken. Daar probeert ze samen op te trekken, op een verbindende manier dicht bij de bewoners. Hoe meer je aansluit bij de bewoners en hen vertrouwen geeft, hoe meer je een beweging op gang kunt brengen. Dit wordt bij de initiatiefnemers nog niet zo ervaren. De gemeente heeft de neiging snel op de inhoud te gaan, waarbij de bewoners soms vergeten worden.
Voor de bewoner is een initiatief nemen vaak een ingewikkeld, onzeker en persoonlijk zoek- en leerproces dat niet vanzelf door de gemeente wordt herkend en waar nog veel minder op aangesloten wordt. De interne schotten bij de gemeente maken het extra lastig om de juiste erkenning en (continue) steun te bieden.
4.5 Duurzaam worden
Er wordt onderstreept dat mensen starten vanuit hun hart, daarna komt pas het hoofd erbij. Ondertussen moeten initiatieven meteen mee doen met de grote, meer commerciële, organisaties
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
10
en vaak veel betalen voor faciliteiten die weinig gebruikt worden. Wat uit de gesprekken vooral ook naar voren komt, is dat initiatiefnemers heel graag faciliteiten van de gemeente willen gebruiken maar daar een commerciële prijs voor moeten betalen. Terwijl het initiatief leidt tot bijvoorbeeld gezondere burgers waar iedereen profijt van heeft en een puur maatschappelijke doelstelling heeft. Er wordt een link gelegd naar de beweging van vertrouwen. Leren van elkaar wil iedereen, samendoen, platforms bieden aan elkaar. De gemeente kan daar heel actief in zijn door het speelveld toegankelijk en bespeelbaar te maken voor nieuwe burgerinitiatieven. Niet als opdrachtgever, maar als facilitator, door juist ook de gemeenschap hier een stem en rol in te geven en zo de wederkerigheid te stimuleren. Dat vraagt wel meer maatwerk in de toegang tot middelen. Samenvattend komen we tot een vijftal factoren voor verduurzamen. Waarbij we voorstellen om die uit te breiden met een zesde, namelijk het meten van maatschappelijke meerwaarde, impact. De factoren zijn algemeen geldend voor alle initiatieven en kunnen bevorderend of belemmerend werken. De wijze waarop de factoren ingevuld moeten worden verschilt per type initiatief.
4.6 Relatie gemeente
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
11
Jeroen Hellemons licht toe hoe zij erin geslaagd zijn een goede band met de gemeente op te bouwen. Je moet zelf ook initiatief nemen en er zelf in investeren. Dan ontstaat een leuke band, samenwerking en vertrouwen. Jeroen nodigt iedereen ook van harte uit om eens bij een van hun activiteiten aan te sluiten. Ook Ria Cruijssen benadrukt de waarde van een vaste contactpersoon. Alle initiatieven pleiten voor meer interesse en persoonlijk contact, zeker in de beginperiode van een initiatief. Niet alle initiatieven voelen zich welkom bij de gemeente, en vaak zijn voor initiatieven de rollen van de gemeente niet altijd duidelijk. Daardoor ontstaat, waarschijnlijk wederzijds, veel teleurstelling ondanks een goede intentie. Uit de gesprekken zijn drie rollen van de gemeente gekomen waarin de gemeente bij kan dragen aan de verduurzaming van burgerinitiatieven. Deze rollen staan hiernaast. In drie break-out sessies zijn deze rollen verder verkend en is gebrainstormd over de wijze waarop de gemeente de kansen voor verduurzaming kan vergroten.
De gemeente als stimulator van maatschappelijk initiatief Kennismaking is belangrijk als je wilt gaan samenwerken. Beide partijen kunnen dan aangeven wat ze nodig hebben. Het is belangrijk dat verwachtingen helder zijn en dat er overeenstemming is over wat je voor elkaar kunt betekenen. Het is belangrijk dat de gemeente de relatie aangaat vanuit gelijkwaardigheid. Leren met elkaar, energie vasthouden en aansluiten bij goede initiatieven die er al zijn. Dingen vastleggen is geen probleem, maar hoe leg je de kleine dingen vast. Breng de trots vanuit de gemeenschap in de relatie met de gemeente (etaleren). De gemeente mag trots zijn op haar initiatiefrijke buurten en dat uitdragen. Laat dat zien! Geef er woorden en beelden aan! Het is belangrijk dat beleidsmakers de wijk in gaan zodat ze dit ook meekrijgen. Er moet tweerichtingsverkeer zijn tussen de gemeente en initiatieven; hoe kunnen de gemeente en de initiatieven elkaar verrijken? Er wordt een voorbeeld benoemd in de Reeshof (Reeshof enco.) waar burgers van onderop aan de slag gaan en waar mooie initiatieven ontstaan. De systeemwereld (van de gemeente) belemmert de leefwereld van burgers nog te vaak en dat moet anders. De gemeenschap, en de daarin aanwezige netwerken en platforms, kunnen hierin een sleutelrol vervullen. Het is ingewikkeld om impact van initiatieven aantoonbaar te maken.
Je moet de energie (die van initiatieven uitgaat) kunnen vasthouden en versterken. Daarvoor moet je elkaar inderdaad kennen en daar is ruimte en vertrouwen voor nodig. Ruimte om met elkaar te leren en experimenteren. Daarbij moet je aansluiten bij wat er al is. Het voorbeeld van de vrouw die kinderen opvangt uit Zuid
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
12
(van de plenaire sessie) wordt hierbij aangehaald. Het is niet op voorhand duidelijk wat de impact van dit initiatief is. Wel is duidelijk dat andere moeders uit de wijk hun kinderen onbezorgd op kunnen laten vangen door deze vrouw. Iedereen vindt het belangrijk om zicht te krijgen op de impact. Daar moet je samen naar zoeken en wellicht achteraf meten. Zoals bij die glimlach van een deelnemer (uit de plenaire sessie). Je moet hierbij ook kijken naar kwalitatief onderzoek. De gemeente als inkoper van welzijnsdiensten Er is een sterk pleidooi om in de basis iets te veranderen. Om naast het initiatief te gaan staan in plaats van systeemelementen op ze los te laten. Bij groei is de tussenfase lastig. Is het met de ene afdeling van de gemeente best afspraken maken, dan maakt de andere het weer ingewikkeld. Bijvoorbeeld door hoge eisen te stellen, of hoge kosten te berekenen. De deelnemers stellen voor om vaker alle partijen gezamenlijk rond de tafel te zetten, juist aan het begin. Ze stellen voor om twee tafels te maken. Een in de samenleving (stad, wijk) waarop vraagstukken worden besproken, bekeken wordt wie oplossingen heeft en hoe de interessante met de beschikbare middelen gesteund kunnen worden. De tweede tafel intern bij de gemeente waar alle betrokken afdelingen en ambtenaren samen tot één geïntegreerde aanpak en afspraken set komen met de initiatiefnemer.
Het is reëel om dan ook eisen te stellen aan het meten van de impact, initiatief is dan groot genoeg om dat te kunnen doen. De eisen verschillen dus per groeifase. De gemeente als eigenaar van faciliteiten Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk en moeten zelf ondernemer blijven. Zorg dat je je vraag helder hebt. Soms is er wrijving tussen het commerciële aspect en de vraag vanuit het initiatief. Blijf verbinden met de wijk. Initiatiefnemers zoeken elkaar op zodat de gezamenlijke vraag naar bijv. ruimte als groep kan worden belegd. Als collectief kun je veel meer bereiken. Dat lijkt goed voor een experiment om de informatie die we hebben opgehaald vorm te geven. Proberen, experimenteren en leren.
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
13
5 Conclusies en aanbevelingen In het onderzoek is met veel verschillende betrokkenen nagedacht en gediscussieerd over de twee onderzoeksvragen, en de verdieping die daar in de deskresearch aan is gegeven. Dit leidt tot de volgende conclusies per vraag. Welke kansen zien huidige initiatiefnemers (van burgerinitiatieven) om burgerinitiatieven die een bijdrage leveren aan het versterken van de veerkracht van inwoners, te verduurzamen? Zie burgerinitiatieven als onderdeel én resultaat van een veerkrachtige gemeenschap Het werkt dus ook andersom én wederkerig. Initiatiefrijke inwoners brengen beweging in hun omgeving. Ze creëren contacten, helpen mensen elkaar echt te zien en stimuleren weer nieuwe initiatieven. Het is een kans om deze waarde te (h)erkennen en te realiseren dat de waarde niet persé helder kan worden vastgelegd in meetbare output, of een vast groeipad, maar ingebed is in de gemeenschap zelf. Kortom: De gemeenschap heeft zelf een groot aandeel in, en belang bij, de verduurzaming van initiatieven, kan daarin een proactieve, expliciete rol vervullen en groeit daar zelf ook van. Aanbeveling aan iedereen: Zet nadrukkelijk in op horizontale sturing waarin degenen die waarde ervaren, de bewoners, directe invloed hebben op de erkenning en doorontwikkeling en ondersteuning van waardevolle initiatieven.
Ontwikkel samen met bewoners praktische manieren om initiatief te herkennen, te steunen en succesvol te maken. We denken daarbij vaak meteen aan wijken, wijkbesturen, buurtondernemingen e.d., maar het kunnen ook stedelijke netwerken, communities of platformen rond bepaalde thema’s of vraagstukken zijn. Doe dit bijv. met een simpele organisatie die regelmatig ververst en een brede relevante basis in de gemeenschap heeft. Leg het eigenaarschap bij de bewoners. Een mooi voorbeeld hiervan is een initiatievenfonds als Netwerk Buurtdemocratie. Een initiatief waarin met wijkbudgetten gewerkt wordt en waar bewoners zelf mogen bepalen waar die aan besteed worden. Buurtbewoners dienen zelf initiatieven ter verbetering van de wijk in (zij weten waar dat het hardste nodig is) en andere buurtbewoners adviseren over welke initiatieven gehonoreerd worden. Initiatiefnemers kunnen elkaar veel meer steunen, collectiviteit loont Er ontstond een bijzondere chemie tussen de verschillende typen initiatieven die samengebracht zijn. Initiatiefnemers willen elkaar graag helpen, hebben elkaar ook veel te bieden en te leren, maar komen hier in de waan van dag niet zomaar aan toe. Ze komen elkaar ook niet zomaar tegen. Hier ligt een belangrijke kans om elkaar te versterken, ten gunste van de gemeenschap als geheel.
Kortom: Initiatieven kunnen en willen elkaar meer directer tot steun zijn als dat gemakkelijk gaat, en gelijk meerwaarde oplevert. Dat vraagt meer zicht op en inzicht in elkaar. Aanbeveling aan iedereen: Vergroot het zicht op initiatieven. Er is een brede behoefte aan een soort ‘maatschappelijke kaart’ van initiatieven in de stad. Deze kan vanuit de steun die de initiatieven
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
14
krijgen gevuld worden, maar ook doordat ze online hun activiteiten, ander aanbod of vragen zichtbaar maken (kalender, webshop, ik zoek… #durftevragen). Initiatiefnemers kunnen zichzelf meer organiseren en daarmee elkaar helpen, leren van elkaar en samen optrekken richting bijvoorbeeld grote partijen zoals overheden, instellingen en bedrijven. De kunst is om dit op een leuke, losse manier te doen met toch voldoende commitment om echt samen te kunnen presteren. Zorg dat er een ‘formele’ erkenning is van het initiatief als ‘maatschappelijk en relevant’ waarmee het initiatief gemakkelijk en goedkoop toegang krijgt tot faciliteiten zoals de MFA’s, sportvelden, bedrijven netwerken etc. Praktisch kan dit verbonden worden aan een bijv. een strippenkaart of voucher, vermelding op de maatschappelijke kaart, of het lidmaatschap van een samenwerkingsverband. Vertrouwen in de autonome initiatiefnemer, die (nog) geen ondernemer is Initiatiefnemers zijn gepassioneerd en gedreven, en zetten zich, vaak ten koste van zichzelf en hun omgeving, in voor hun missie. Zij vragen daarvoor vooral erkenning, ruimte en (dus) vertrouwen om 99% van tijd hun ‘ding’ te kunnen doen: actief te zijn in en met de gemeenschap, direct effectief te zijn. En geen tijd en energie kwijt te raken aan ondoorgrondelijke administratieve en organisatorische processen die bij een grote onderneming horen.
Kortom: Hun zichtbaarheid is hun verantwoording, en daarmee voldoende. Aanbeveling aan iedereen: Als je 99% van je tijd met ‘je ding doen’ bezig wilt zijn kun je niet ondernemen. Initiatief nemen en onderkomen kost kruim. Initiatiefnemers moeten zich daarvan bewust zijn en dat deel van hun werk (blijven) maken. Partijen die de initiatieven steunen moeten bewust zoeken naar manieren om zicht te houden zonder te belasten. Initiatiefnemers kunnen door samenwerking lasten delen en natuurlijke interesses en talenten benutten. Oog voor de persoon, en persoonlijke situatie en ontwikkeling van de initiatiefnemer Veel initiatiefnemers halen hun passie uit een eigen ervaring. Dat is heel waardevol, maar het is ook een rugzak in de stap naar ondernemerschap. In die ervaring zit ook een kwetsbaarheid opgesloten die de initiatiefnemer enerzijds uniek en krachtig maakt, maar anderzijds ook kan leiden tot bijvoorbeeld een terugval. Het is een kans om niet alleen te kijken naar het initiatief, maar juist ook naar de persoon van de initiatiefnemer en hoe die zich duurzaam versterkt. Kortom: Zie zowel het initiatief als de initiatiefnemer. Aanbeveling aan iedereen: Richt aandacht en steun zowel op de ontwikkeling van het initiatief, als op de ontwikkeling van de initiatiefnemer. Dat kan alleen met echt persoonlijk contact.
Op welke wijze kan de gemeente bijdragen aan deze verduurzaming? Duidelijk zijn over de eigen rol en (on)mogelijkheden Initiatiefnemers willen graag zelf verantwoordelijkheid dragen en ondernemen. In dat proces gaan ze soms vaak en over een langere periode in gesprek met ‘de gemeente’ en ontstaat er teleurstelling omdat verwachtingen (wederzijds) niet goed afgestemd worden.
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
15
Kortom: Waar ben je wel en ook niet van? En wie dan wel? Aanbeveling voor de gemeente: De gemeente kan teleurstellingen voorkomen door vroegtijdig de eigen doelen, rollen, processen en mogelijkheden expliciet te maken aan de initiatiefnemer en transparant te zijn over de eigen afwegingskaders en dus de kansen en het pad aan het initiatief schetsen. Presenteer je proces als gemeente: leg uit hoe je als gemeente werkt en hoe je mee kan doen, en waar je dat vindt. Ben duidelijk over of en hoe de gemeente de relatie ziet en organiseert. Als er sprake is van een vaste contactpersoon, geef dan aan wie, wat en waar het vaste punt daarin is. Geopperd is dat dit onderdeel is van wijkgericht werken (de ambtenaar loopt daar rond, luistert, geef uitleg of gaat bewust op zoek, een zgn. verkenner). Dat kan ook voor meer thematische, stedelijke netwerken. Anders kijken naar impact Er is veel gesproken over impact. Geconcludeerd is dat het gaat om de zoektocht naar maatschappelijke meerwaarde en hoe die samen, in gesprek, wordt gedefinieerd. Het is zaak om het niet (alleen) instrumenteel te maken, maar te kijken naar de bedoeling: Hoe draag jij bij aan het oplossen van het probleem. Kijken naar duurzaamheid en sociale veerkracht is de hoeveelheid, spreiding en ontwikkeling een relevante indicator voor impact.
Kortom: Impact meten is vooral een echt gesprek Aanbeveling voor de gemeente: Laat het netwerk van inwoners en initiatiefnemers vooral samen hun impact bepalen. Faciliteer de dialoog in het netwerk om samen de maatschappelijke meerwaarde aan te tonen. Daardoor ontstaat ook de mogelijkheid om bijvoorbeeld een specifieke opgave bij het netwerk weg te leggen door de gemeente en zal het netwerk ook eerder zelf initiatief nemen. Maak van het aantal (m.n. nieuwe en succesvolle) initiatieven een indicator voor impact én sociale veerkracht. Zie mij, en maak zichtbaar. Oprechte erkenning van het initiatief en de initiatiefnemer Alle initiatiefnemers geven aan te hechten aan erkenning door de gemeente. Erkenning geeft ze vertrouwen en status. Dat start met interesse in hun initiatief, en hen als persoon. Vanuit het gesprek ontstaat dan een relatie. Binnen die relatie moet de gemeente duidelijk, eenduidig, betrouwbaar en integraal zijn. Daarin kan en mag het initiatief niet los gezien worden van de persoon, en de persoonlijke situatie van de initiatiefnemer. Kortom: Ben trots op de initiatieven in de stad en draag dat zichtbaar uit. Aanbeveling voor de gemeente: Zorg voor een zichtbare erkenning en waardering van initiatieven. Doe dat vooral in hun context en omgeving.
Laat vooral de wijk, of netwerken/platformen de bijbehorende initiatieven erkennen en presenteren en richt je zelf vooral op de netwerken/platformen en de (sociale) veerkracht die daar vanaf straalt.
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
16
Op individueel niveau heeft de gemeente een rol als een initiatiefnemer vanuit een uitkeringssituatie wil gaan ondernemen. Er wordt aanbevolen om de loketten voor participatie en ondernemen dan meer te verbinden en tot een samenhangende afspraak en begeleiding te komen. Hierbij dient vertrouwen het uitgangspunt te zijn en kan aansluiting gezocht worden bij het vertrouwensexperiment. Het speelveld ordenen De initiatiefnemers hebben duidelijk aangegeven welke factoren voor hen van belang zijn. Dit vraagt van de gemeente een bewuste keuze over de eigen bijdrage aan die factoren. Als de rollen duidelijk gedefinieerd zijn zal blijken hoe de bijdrage er bij voorkeur uitziet. In veel gevallen zal die rol indirect zijn. Omdat het geen taak van gemeente is, of omdat de gemeentelijke organisatie niet de juiste positie of expertise heeft. Ervaringen met bijv. het innovatienetwerk Jeugd en Sterk Brabant laten zien dat het lastig is om vanuit de gemeentelijke (en dus ook provinciale) organisatie directe ondersteuning te organiseren. Kortom: Het is vooral zaak om, het speelveld overziende, andere partijen in positie te brengen zodat er een goede voedingsbodem blijft bestaan voor burgerinitiatieven.
Aanbeveling voor de gemeente: In aansluiting op de eerdere aanbevelingen bij de eerste onderzoeksvraag stellen we voor om de ondersteuning van bewonersinitiatieven vooral indirect te leveren via ondersteuning van netwerken van initiatieven. Deze collectieve netwerken kunnen elkaar dan steunen met bijvoorbeeld: • mentor (ervaren initiatiefnemer van een ander initiatief) • inkoopproces samen doorlopen • zichtbaarheid online organiseren • netwerk ontwikkelen • samen initiatief nemen (bv thuiszitters) • vast contactpersoon Mee laten doen met de grote jongens Indien er sprake is/wordt van een inkoop/subsidierelatie verandert de rol van de gemeente en begrijpt de initiatiefnemer dat er ook andere eisen gesteld worden, zoals het expliciet maken van de impact. Niet om af te rekenen, maar als leidraad voor een actieve participatie van de betrokken ambtenaren bij het initiatief. De initiatieven geven aan dat ze, ondanks hun innovatieve en betaalbaar aanbod, geen eerlijk speelveld ervaren omdat ze, voor structurele financiering vaak alleen in onder aanneming van grotere aanbieders mogen werken. Of anders aangewezen zijn op incidenteel beleidsgeld.
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
17
Kortom: Maak het inkoopproces ook geschikt voor kleine, lokale partijen en haal zo creativiteit binnen. Aanbeveling voor de gemeente: Maak het mogelijk dat ook kleinere, beginnende initiatieven, of collectieven daarvan, mee kunnen gaan doen in meerjarige (inkoop)afspraken. Creëer daarvoor samen met hen, waar nodig, specifieke randvoorwaarden (bijv. m.b.t. matching en lever betrouwbaarheid). Er een suggestie gedaan om de SROI verplichtingen, die grote leveranciers hebben, in te zetten om burgerinitiatieven die zich richten op sociale veerkracht te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld via een virtueel fonds waar leveranciers hun SROI verplichting aanbieden aan initiatiefnemers die middelen én partners zoeken. Tot slot: Experimenteren en leren: Al met al is er behoefte aan een concreet en gedifferentieerd palet aan instrumenten om de verduurzaming van burgerinitiatieven in de verschillende stadia en gericht op de verschillende factoren passend te ondersteunen. Het is niet aan de gemeente om al die instrumenten te leveren, maar wel om het palet te ontwikkelen en te onderhouden en er op toe te zien dat de verschillende partijen hun rol kunnen oppakken. Het lijkt waardevol om dit de komende periode met elkaar in de praktijk handen te voeten te geven. Er zijn nogal wat aanbevelingen gedaan om dit in de vorm van gerichte experimenten te ontwikkelen en toetsen.
Voorgesteld zijn onder meer: • • • •
Het opzetten van horizontale sturing Het opzetten van een maatschappelijke kaart Het opzetten van collectieve netwerken van initiatieven Het opzetten van een virtueel fonds o.b.v. SROI
We gaat ervan uit dat de deelnemers bij dit onderzoek ook hier graag hun bijdrage aan leveren en er naar uit zien om hun enthousiaste en brede betrokkenheid een concreet vervolg te geven.
Rapportage duurzaamheid en burgerinitiatieven in de sociale basis
Bijlage 1 Verslagen groepsinterviews 1, 2 en 3
18