04 Verslag Kwaliteitsteam 24 maart 2022 onderdeel Young professional campus
Tekst van het document
Verslag van Vergaderdatum Opgesteld door Op Aanwezig
Overleg Kwaliteitsteam Spoorzone/ voorstel Young Professional Campus 24 maart 2022 Joep Frenken 5 april 2022 Joks Janssen, Christine de Ruijter, Leon van Meijel, Jandirk Hoekstra, Edwin van Renterghem, Joep Frenken, Arbil Algan
Afwezig Kopie aan
Maarten Raaijmakers, Anouk Thijssen, Jop Verweel
Beleidsregel Young Professional Campus Het kwaliteitsteam vraagt om voor de beleidsregels uit te gaan van een vaster format met een wat logischer ordening van onderwerpen, gerangschikt naar belang/importantie van de onderwerpen (zoals eerder besproken bij de beleidsregel Ketelhuis). Daarbij zou op een aantal punten de beleidsregel iets specifieker mogen worden. Er worden beschrijvende analyses gegeven op een aantal thema’s, deze zouden wat duidelijker kunnen eindigen met een daaruit af te leiden concreet uitgangspunt voor het uit te werken plan. Het kwaliteitsteam is van mening dat er flinke stappen zijn gemaakt om te komen tot een meer locatie-specifieke oplossing voor de YP-Campus. Het onderscheid tussen de ruimere oostwest structuur/richtingen (Brokxlaan/Campusplein) en de nauwere noord-zuid verbindingen wordt ondersteund. Om doorwaadbaarheid van de noord-zuidroutes niet te zeer te belemmeren dienen deze vrij gehouden te worden van programma/gebruik en een minimum aan toegangen te kennen. Onderkend wordt dat de plint van het onderwijsgebouw substantieel hoger wordt dan gebouwmassa’s er omheen (met name gebouw 82-84 en Hall of Fame). Omdat de uitgewerkte gebouwstructuur zich goed voegt naar de stoet van gebouwen, waar ook bijvoorbeeld de hogere Lochal en Mindlabs deel vanuit maken, wordt dit acceptabel geacht.
Wel wordt het advies gegeven om de bouwhoogte van de plint niet als een absolute hoogte te definiëren maar als een maximum hoogte, door set-backs en plaatselijk ‘doorzakken’ van de opbouwen kan er een differentiatie in de bouwhoogte ontstaan die zorgt voor enige verzoening met de direct omliggende lagere bebouwing. Aandacht wordt gevraagd voor de verdere architectonische uitwerking van de kolommenstructuur. Hierbij zou onderscheid gemaakt kunnen worden tussen de oostelijke en westelijk gevels welke meer opgevat kunnen worden als meer interieure wanden tussen de afzonderlijke panden in de stoet van gebouwen. En anderzijds de noord- en zuidgevel die meer het karakter zullen hebben van buitengevel tussen de andere gevels aan met name de Brokxlaan. Wat betreft de noord-zuidpassage in het gebouw vindt het Kwaliteitsteam het belangrijk dat deze in vormgeving van entrees en zichtlijnen de uitstraling moet hebben van een verbindingslijn zonder dat dwingend wordt opgelegd dat dit een openbare verbindingsroute moet worden.
Pagina 1
Benadrukt wordt de gewenste interactie tussen het plintprogramma en de programmering van de omliggende openbare ruimte zodat er een wisselwerking en onderlinge versterking mogelijk is. Het belang van het goed oplossen van fietsstallingsvoorzieningen voor zowel vaste gebruikers/bewoners als bezoekers wordt onderschreven. De oplossing voor de vaste gebruikers in het gebouw zelf op de begane grond, aansluitend op noordelijke entree van het gebouw, wordt als passend beoordeeld voor dit soort onderwijs/woonprogramma. Het Kwaliteitsteam is van mening dat, wat betreft het Spoorgebouw, er erg weinig kaders worden aangegeven. De ontwikkeling van het SO voor dit bouwdeel heeft wat achtergelopen op het onderwijsgebouw waardoor er nu slechts een zeer globale bouwvlek gedefinieerd wordt. Aanvullend op de concepttekst zullen een aantal nadere uitgangspunten opgesteld worden en vóór vaststelling nog teruggelegd worden bij het Kwaliteitsteam, na een globale toets aan het inmiddels we al verder in voorbereiding zijnde Voorlopig ontwerp. Men zou graag nader omschreven zien op welke wijze het te ontwikkelen kantoor zich moet verhouden enerzijds tot de direct naastliggende gebouwstructuren van gebouw 88 en de Hall of Fame, maar anderzijds wat de stedenbouwkundige/programmatische relaties met het onderwijsgebouw moeten zijn.
Het Spoorgebouw zou eerder familie moeten zijn van de bakstenen buurpanden aan de locomotief boulevard dan gelinkt moeten zijn aan het nieuwe onderwijs/woongebouw. Ook de relatie met reflectie op gebouw 88 aan de westzijde en gebouw HoF kan verschillend zijn gezien de verschillende gebouwstructuur van beide buurpanden Hierbij aandacht te besteden aan bouwhoogte/rooilijn/entree/materialisering/ buitenruime/ beëindiging in de hoogte van het gebouw. De uitwerking van het gevelbeeld aan zuidzijde en noordzijde zou daarbij een verschillende benaderingswijze kunnen hebben omdat het twee heel verschillende typen openbare ruimten betreft. Het Kwaliteitsteam neemt ook kennis van de reactie aangeleverd door enkele leden van vanuit het planteam. Met heeft waardering voor de inzet van het planteam en kan zich de ingediende reactie voorstellen. Met de gekozen massaopbouw is er inderdaad sprake van een stevige schaalsprong maar deze wordt als passend beoordeelde vanuit de doelstellingen uit het Koersdocument en voor de beoogde centrum stedelijke omgeving in hoge dichtheid. Ook het Kwaliteitsteam vraag aandacht voor de nadere uitwerking van de plint en de programmering om een goede interactie tussen gebouw en de omgeving en openbare Ruimte te bereiken.
De maten van de beide noord-zuidverbindingen zijn acceptabel in een dergelijke omgeving, juist omdat ze ook een interessant onderscheid opleveren tussen de ruimere oost-west verbindingen en de nauwere dwaalverbindingen noord-zuid. Wel is het Kwaliteitsteam van mening dat het belangrijk is wel terughoudend te zijn met programmering van gebruik in de openbare ruimte in de noord-zuidverbindingen om de doorgang niet te belemmeren en hier een minimum aan toegangen te voorzien. Daarom beoordeelt het Kwaliteitsteam de situering van de ingang van de fietsenstalling aan de Burgemeester Brokxlaan en niet in de westelijke doorsteek als positief. Pagina 2
Gebouw 88 heeft nog een prominente ligging aan de locomotief boulevard en lag vanuit de Burgmeester Brokxlaan in de plannen altijd op de tweede lijn. De entree-uitbouw aan de noordzijde ligt mooi in de zichtlijn van de doorsteek tussen gebouw 84 en de nieuwbouw van de YP-Campus. Het Kwaliteitsteam kan instemmen met doorleiding van het voorstel voor de beleidsregel Ruimtelijke Structuur voor vaststelling door college en gemeenteraad, met inachtneming van voorgaande bemerkingen en gezien hebbende het advies vanuit het planteam.
Pagina 3