CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Staat van wijzigingen

Hamerraad 7 juni 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Blaak Oost 2007, 3e herziening (Thornerbeek 21)915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Staat van wijzigingen bestemmingsplan Blaak Oost 2007, 3e herziening

(Thornerbeek 21) De volgende wijzigingen dienen in het ontwerpbestemmingsplan te worden doorgevoerd. 1.

Bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan is rekening gehouden met de regels omtrent het grondwaterbeschermingsgebied. Daarom is in artikel 7.1 van de Regels verwezen naar de provinciale Interim omgevingsverordening (IOV). Inhoudelijk is dit correct, maar de Provincie NoordBrabant heeft verzocht om zelfstandige regels in het bestemmingsplan in plaats van een verwijzing naar de IOV. Om die reden wordt onderstaande wijziging voorgesteld in de Regels. 7.1 milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende (dubbel)bestemming(en) is toegestaan. Op de voor 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' aangewezen gronden zijn aanvullend de regels, die zijn opgenomen in de provinciale Interim omgevingsverordening, van toepassing.

Te vervangen door de volgende tekst: 7.1 Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied 7.1.1 Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. 7.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag de verticale diepte van een bouwwerk niet meer dan 3 m onder maaiveld bedragen. 7.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.1.2 voor het bouwen van een bouwwerk met een verticale diepte van meer dan 3 m onder maaiveld, met dien verstande dat: a. het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening; en b. voor de afweging over het verlenen van de omgevingsvergunning advies van gedeputeerde staten wordt gevraagd. 7.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;

c. het gebruiken, storten en opslaan van meststoffen, bestrijdingsmiddelen, verontreinigde grond of schadelijke stoffen; d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; en e. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling. 7.1.5 Uitzonderingsregel Het in 7.1.4 vervatte verbod geldt niet voor gevallen als bedoeld in artikel 2.8 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant of de verordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. 7.1.6 Voorwaarden Een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.1.4 wordt door het bevoegd gezag niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van gedeputeerde staten. 2.

Naar aanleiding van de genoemde reactie van de Provincie Noord-Brabant (genoemd onder 1.) wordt paragraaf 2.2.3 van de toelichting aangevuld met de onderstaande alinea’s:

Het plangebied is gelegen binnen het grondwaterbeschermingsgebied zoals bedoeld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Uit de instructieregels die de provincie heeft opgenomen in de IOV volgt dat gemeenten binnen grondwaterbeschermingsgebieden regels stellen die het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen. Daarnaast staan er regels in de IOV die zich rechtstreeks tot een initiatiefnemer richten. De instructieregels zijn in het bestemmingsplan vertaald door middel van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ in artikel 7.1 van de regels. Grondwaterbeschermingsgebieden liggen rondom waterwingebieden. In zo’n gebied kunnen meerdere bestemmingen liggen, zoals verkeer, wonen en bedrijven. Vervuiling van het grondwater is echter niet toegestaan. Binnen een grondwaterbeschermingsgebied is er een 25-jaarszone en soms een 100-jaarszone. De 25-jaarszone is een gebied waar een beschermende kleilaag ontbreekt. In zeer kwetsbare gebieden ligt hier nog een 100-jaarszone omheen. Deze ‘schillen’ zijn aangebracht om voldoende tijd te hebben om maatregelen te nemen of om de zuivering van het drinkwater aan te passen, als er onverhoopt een verontreiniging optreedt.

Binnen grondwaterbeschermingsgebieden mag, voor bijvoorbeeld funderingen of kelders, op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant zonder (start)melding niet dieper worden gegraven dan 3 meter onder het maaiveld, om de kwaliteit van het grondwater te beschermen. Tot een diepte van 3 meter onder het maaiveld zijn de risico’s voor het grondwater beperkt. Deze regel is overgenomen in het bestemmingsplan, in de vorm van een grens aan de maximale verticale diepte van een bouwwerk. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen waarmee wordt toegestaan om een bouwwerk te bouwen dat dieper ligt dan 3 meter beneden maaiveld. Er moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden om te zorgen dat de risico’s voor de kwaliteit van het grondwater niet toenemen. Voor bouwwerken dieper dan 3 meter onder het maaiveld is onderzoek naar de effecten op het grondwater noodzakelijk. Burgemeester en wethouders moeten, voordat zij de omgevingsvergunning verlenen, overleggen met gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zijn het eerste aanspreekpunt, gelet op hun taak op het gebied van het grondwaterbeheer voor de openbare

drinkwatervoorziening. Gedeputeerde staten zullen het drinkwaterbedrijf zo nodig vragen om te adviseren over de risico’s van de werkzaamheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10187698/1