04 Regels met bijlagen c001 Reeshofweide
Tekst van het document
6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
Reeshofweide 2018
24
Artikel 7 Water - Waterstaatkundige doeleinden 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Functies De voor 'Water - Waterstaatkundige doeleinden' aangegeven gebieden zijn bestemd voor: a. water en vaarwegen; b. oevers en kaden met beschoeiing; c. oeverzones met geplande verruiming vaarwegen; d. laad- en losplaats inclusief opslag en laad- en loswerktuigen zoals hijswerktuigen en lopende banden; e. beheer- en bedieningsgebouwen, gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de functie vaarwegen, en sluizen; f. zwaaikommen; g. water aan- en afvoerkanalen / wegen; h. vaarwegmeubilair en tekens; i. leidingwerken ten behoeve van de functie; j. deuren werkplaatsen / opslagterreinen; k. wegen en (fiets-)paden langs oevers, toegangswegen; l. bermen, bermsloten, taluds e.d.; m. kunstwerken zoals bruggen, sluizen, stuwen, aanlegsteiger e.d.; n. verkeers- en straatmeubilair; o. bijbehorende en ondergeschikte objecten voor beeldende kunst; p. kabels en leidingen ten behoeve van algemeen nut; q. bouwwerken van algemeen nut; r. alles wat verder voor het in stand houden van de functie vaarwegen van toepassing is; daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. 7.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Water - Waterstaatkundige doeleinden' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b.
objecten voor beeldende kunst; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 7.1.1 genoemde functies.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 7.2.2 Gebouwen a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van beheer- en bedieningsgebouwen, gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de functie vaarwegen, en bouwwerken van algemeen nut; b. de bouwhoogte van beheer- en bedieningsgebouwen, gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de functie vaarwegen, mag niet meer bedragen dan 5m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 7.2.3 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Reeshofweide 2018
25
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 7.1 toegelaten functies; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen.
7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
7.4 Afwijken van de bouwregels 7.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 7.4.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 7.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 7.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m. 7.4.2 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. instemming is gegeven door de vaarwegbeheerder.
7.5 Specifieke gebruiksregels 7.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
Reeshofweide 2018
26
Artikel 8 Wonen 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Functie De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. geluidwerende voorzieningen; 8.1.2 aanduiding Ter plaatse van de aanduiding: a. patiowoning (sba-pat) b. vrijstaand (vrij) zijn de voor Wonen aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor het woningtypen met de daarbij weergegeven aanduiding. c. erf (e) d. tuin (t) zijn de voor Wonen aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie. e. Ter plaatse van de aanduiding 'calamiteitenroute'(sv-car) zijn de voor Wonen aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor een calamiteitenweg met een minimale breedte van 4 m. 8.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. waterpartijen en watergangen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; f. groen- en speelvoorzieningen; g. objecten voor beeldende kunst; h. bouwwerken van algemeen nut; i. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; j. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 8.1.1 en 8.1.2 genoemde functies.
8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. ter plaatse van de aanduiding calamiteitenroute mag niet worden gebouwd. c. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 8.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende algemene regels: a. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - patiowoning mogen uitsluitend patiowoningen worden gebouwd. b. er plaatse van de specifieke bouwaanduiding - vrijstaand mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd. c. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; d. het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag 100% bedragen; bij de patiowoningen is dit inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
Reeshofweide 2018
27
e. in afwijking van het bepaalde onder c. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; f. in afwijking van het bepaalde onder c mag ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - patiowoning het bouwvlak met maximaal 10% worden overschreden g. de maximale bouwhoogte van de vrijstaande woning bedraagt 10m; h. de maximale goothoogte van de vrijstaande woning bedraagt 5m; i. de maximale bouwhoogte van de patiowoningen bedraagt 4m; 8.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen voor de vrijstaande woningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woningen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf'; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woningen dienen op een afstand van tenminste 2m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5m; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8m; e. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning mag niet meer bedragen dan 20m; f. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een woning mag niet meer bedragen dan: 1. 75m² op bouwpercelen, kleiner dan 1000m²; 2. 150m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 1000m², doch kleiner dan 5000m²; g.
200m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 5000m². Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen voor de patiowoningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter. c. de gronden met de aanduiding 'tuin'dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 8.2.4 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht, met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 8.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de vrijstaande woningen gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b.
de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen, II. de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens, III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45o bedragen. Het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de patiowoningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2m bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 4m bedragen. c. op de gronden met de aanduiding 'tuin' mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen in de perceelgrens tussen de woningen.
Reeshofweide 2018
28
d. de gronden met de aanduiding 'tuin' dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.
8.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. parkeergelegenheid op eigen terrein; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; c. de vorm, de afmetingen en de plaatsing van de derde bouwlaag boven een hoogte van 6m boven het straatpeil in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld.
8.4 Afwijken van de bouwregels 8.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak voor vrijstaande woningen Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 8.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 8.2.2 met betrekking tot de met een maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 6 m; b. het bepaalde in 8.2.3 voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20m van de woning of op een afstand van minder dan 2m achter de voorgevelrooilijn van de woning, mits dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; c. het bepaalde in 8.2.3 ten behoeve van het bouwen van een bijgebouw met een hogere bouwhoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; d. het bepaalde in 8.2.5 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 3m, mits die niet gesitueerd zijn voor de voorgevelrooilijn van de woning en het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld en de verkeersveiligheid niet onevenredig worden aangetast. 8.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het erf voor vrijstaande woningen Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 8.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a.
het bepaalde in 8.2.5 sub b onder 1 voor de opgenomen maximumhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 10m, voor antennes die van de voet af gemeten een hoogte hebben van meer dan 5m, respectievelijk antennes, voor zover gelegen achter een woning of een ander gebouw, met een doorsnede groter dan 2m en een hoogte van meer dan 3m, gemeten vanaf het aansluitend terrein; daarnaast zijn de in 8.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing in het erf. 8.4.3 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf voor vrijstaande woningen Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 8.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 8.2.3 voor het bouwen van entrees, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 13; b. het bepaalde in 8.2.3 voor ondergrondse bouwwerken, zoals kelders en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het straatpeil; c. het bepaalde in 8.2.3 voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt;
Reeshofweide 2018
29
II. de diepte maximaal 1,5m bedraagt; III. de hoogte één bouwlaag of maximaal 3m betreft; 2. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 3. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; d. de in 8.2.5 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2m; e. het bepaalde in 8.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m; f. het bepaalde in 8.2.5 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; g. ondergeschikte delen van een bouwwerk. 8.4.4 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; e. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; f. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; h. vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening wordt gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.
8.5 Specifieke gebruiksregels 8.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen, als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 8.1.1 en 8.1.2; c. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; d. het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; e. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; g. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; i. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten. 8.5.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inrichting a.
Het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de patiowoningen als bedoeld in 8.1.2 is uitsluitend toegestaan indien uiterlijk binnen twee jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan voor tenminste € 366.720,70 uitvoering is gegeven aan het landschapsplan zoals opgenomen in de bij de regels behorende Bijlage 1 Landschapsplan. b. Indien de onder a bedoelde landschappelijke inrichting tot het vermelde bedrag niet tijdig heeft plaatsgevonden: 1. dient het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de patiowoningen te worden gestaakt, totdat de benodigde landschappelijke inpassing tot het vermelde bedrag alsnog is gerealiseerd; 2. is het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de patiowoningen uitsluitend toegestaan indien de benodigde landschappelijke inpassing tot het vermelde bedrag alsnog is gerealiseerd.
8.6 Afwijken van de gebruiksregels 8.6.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bedrijfsmatige activiteiten
Reeshofweide 2018
30
Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 8.5.1 ten behoeve van de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, zoals genoemd in milieucategorie 1 en 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij de regels behorende bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten, in de woning en/of bijgebouw(en) met dien verstande dat: a. degene die de activiteit uitoefent, tevens de bewoner is van de woning; b. de bedrijfsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving; c. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid welke op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo vergunningplichtig is, tenzij het betreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden wel verantwoord is; d. geen sprake is van ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe omgeving aanwezige beroepsvestigingen; e. op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt; f. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; g. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen; h.
maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn, met een maximum van 80m2. 8.6.2 Binnenplans afwijken aantal kamers t.b.v. bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 8.1.3 onder j ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast in maximaal 4 kamers.
Reeshofweide 2018
31
Artikel 9 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in 9.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 9.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen a. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde van de dubbelbestemming; b. op en in de gronden als bedoeld in 9.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot, of; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil, of; 3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 30m2; c. op en in de gronden als bedoeld in 9.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 30m2 en waarbij sprake is van graaf- en/of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.
de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast; d. ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de vergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken en de inrichting en het gebruik van de gronden voor zover de gronden zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie' (dubbelbestemming), indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Werken en werkzaamheden Behoudens het bepaalde in 9.4.2, is het verboden op of in de in 9.1 bedoelde gronden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 30m² of meer, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en):
Reeshofweide 2018
32
a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,5m onder peil; b. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 9.4.2 Uitzonderingen Het in 9.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in 9.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 9.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 9.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a.
de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.
9.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie (dubbelbestemming)' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Reeshofweide 2018
33
Artikel 10 Waarde - Ecologie (dubbelbestemming) 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling en beheer van een natte en/of droge ecologische verbindingszone; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling en beheer van het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats; c. behoud, herstel en/of ontwikkeling en beheer van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden; d. bijbehorende en ondergeschikte onverharde paden en wegen; e. geluidwerende voorzieningen, zoals wallen en schermen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; h. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; i. bijbehorende en ondergeschikte objecten voor beeldende kunst; j. extensief recreatief medegebruik; k. bouwwerken van algemeen nut.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. op de gronden binnen deze bestemming mogen, eventueel in afwijking van het bepaalde ingevolge de basisbestemming(en), uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de op grond van 10.1 toegelaten functies, en met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 10m2 en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 10.2.2 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
10.3 Nadere eisen 10.3.1 Mogelijkheden tot stellen nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de sociale veiligheid; 3. de ruimtelijke en landschappelijke inpassing; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeersvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen.
10.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels in 10.2.1 en toestaan dat bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende basisbestemmingen worden gebouwd.
10.5 Specifieke gebruiksregels 10.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; Reeshofweide 2018
34
b. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
10.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.6.1 Werken en werkzaamheden Het is, al dan niet in afwijking van het bepaalde ingevolge de basisbestemming(en), verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond van meer dan 100m³ per perceel of op een diepte van meer dan 0,60m beneden maaiveld; b. de aanleg van drainage ongeachte de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een al bestaande drainage; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas; g. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur; h. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; i. het aanleggen van onverharde wegen en paden of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 20m2 per perceel; j.
het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem. 10.6.2 Uitzonderingen Het in 10.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 10.6.3 Toelaatbaarheid De in 10.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in 10.1 genoemde waarden en/of functies.
Reeshofweide 2018
35
Artikel 11 Waterstaat - Behoud en herstel watersystemen (dubbelbestemming) 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Behoud en herstel watersystemen (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen, waarbij dat zoekgebied een breedte heeft van ten minste 25m aan weerszijden van de waterloop.
11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Voor het bouwen geldt dat in afwijking van hetgeen wordt bepaald door de onderliggende basisbestemming(en) op binnen de weergegeven dubbelbestemming 'Waterstaat - Behoud en herstel watersystemen (dubbelbestemming)' begrepen gronden uitsluitend bouwwerken mogen worden opgericht ten behoeve van het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Hierbij geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 5m mag bedragen.
11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels in 11.2 en toestaan dat bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende basisbestemmingen worden gebouwd, mits de bebouwing niet leidt tot een significante verminderde geschiktheid van de desbetreffende gronden voor het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Alvorens omgevingsvergunning te verlenen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100m2 per perceel; b. het ophogen van gronden; c. het aanbrengen of wijzigen van kades; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren. 11.4.2 Uitzonderingen Het in lid 11.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 11.4.3 Voorwaarden voor verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in lid 11.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de geschiktheid van de gronden voor het behoud, beheer en herstel van watersystemen.
Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder.
Reeshofweide 2018
36
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Reeshofweide 2018
37
Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Reeshofweide 2018
38
Artikel 13 Algemene bouwregels 13.1 Ondergrondse bouwwerken 13.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in het bouwvlak en (on)bebouwd erf worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5m. 13.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 13.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 13.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b.
de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 13.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.
13.2 Hoofdtoegang woningen 13.2.1 Situering De hoofdtoegang van grondgebonden woningen, bovenwoningen en een complex van gestapelde woningen dient in de voor- of zijgevel van het gebouw te worden gesitueerd. 13.2.2 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, indien er geen sprake is van grondgebonden woningen, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 13.2.1, mits: a. situering als bedoeld in 13.2.1 op redelijke en aantoonbare wijze niet mogelijk is; b. een andere situering van de hoofdtoegang op redelijke wijze aansluiting vindt bij het openbaar gebied, waarbij de afstand tot het openbaar gebied niet meer mag bedragen dan 30m; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond.
13.3 Bouwen in nabijheid van beschermingswaardige bomen 13.3.1 Bebouwingsafstand De afstand van enig bouwwerk gemeten uit het hart van een boom zoals is weergegeven op de bij dit plan gevoegde Bijlage 4 Boomwaardekaart bedraagt 15m.
Reeshofweide 2018
39
13.3.2 Toegestane bebouwing Het bepaalde in 13.3.1 is niet van toepassing indien: a. binnen de genoemde afstand van 15m reeds bebouwing voorkomt en na sloop van deze bestaande bebouwing nieuwe bebouwing wordt opgericht met een zelfde afstand tot de boom en een zelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij zodanige maatregelen te worden getroffen, dat de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad; b. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; c. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, danwel door een calamiteit teniet is gegaan. 13.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 13.3.1, indien zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd. Als voorwaarde voor deze omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau eisen. Deze analyse wordt in elk geval vereist indien: a. er sprake is van de aanduiding 'beschermingswaardige boom'; b. er gegronde vermoedens bestaan dat het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden het voortbestaan van de betreffende boom of houtopstand / boom in gevaar kunnen brengen.
Reeshofweide 2018
40
Artikel 14 Algemene gebruiksregels 14.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.
Reeshofweide 2018
41
Artikel 15 Algemene aanduidingsregels 15.1 luchtvaartverkeerzone 15.1.1 luchtvaartverkeerzone - ihcs Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van het obstakelvrije vlak een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven in de Bijlage 5 Luchtvaartverkeerzone-IHCS, overschrijdt.
15.2 vrijwaringszone - vaarweg In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone vaarweg' een bouwverbod voor nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en een verbod tot uitbreiding van de bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
15.3 overige zone - verwijderde Ecologische Verbindingszone (EVZ) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - verwijderde ecologische verbindingszone (EVZ)' maken de desbetreffende gronden geen deel meer uit van de provinciaal aangewezen ecologische verbindingszone.
15.4 overige zone - toegevoegde Natuur Netwerk Brabant (NNB) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone- toegevoegde Natuur Netwerk Brabant (NNB) maken de desbetreffende gronden voortaan deel uit van het Natuur Netwerk Brabant.
15.5 vrijwaringszone - waterstaatswerk 15.5.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - waterstaatswerk' zijn de gronden mede bestemd als beschermingszone voor de waterkerende functie van waterkeringen. 15.5.2 Bouwregels Binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - waterstaatswerk' mag niet worden gebouwd. 15.5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.4.2 voor het bouwen van bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij Rijkswaterstaat. 15.5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Verbod. Het is verboden op of in de voor 'Vrijwaringszone - waterstaatswerk' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijn en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. graafwerkzaamheden of (ont)gravingen, anders dan normaal spit- en ploegwerk voor landbouwkundige bewerkingen; 2. bomen, heggen, heesters of struiken te planten, vervangen, kappen of rooien, binnen een afstand van 4m uit de begrenzing van de waterkering; 3. boringen te verrichten; 4.
kabels en leidingen, inclusief mantelbuizen en drainagevoorzieningen te leggen, wijzigen of verwijderen; 5. verandering te brengen in de hoogteligging van het maaiveld; 6. explosieven tot ontploffing te brengen inclusief het verrichten van seismisch onderzoek of de grond op welke andere wijze dan ook in trilling te brengen; 7. werken met een overdruk van 10bar of meer te brengen; b. toelaatbaarheid. De uitvoering van de onder a genoemde werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien:
Reeshofweide 2018
42
1. is aangetoond dat deze - gehoord Rijkswaterstaat - geen consequenties hebben voor het doelmatig functioneren van de waterkering; 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij Rijkswaterstaat.
Reeshofweide 2018
43
Artikel 16 Algemene afwijkingsregels 16.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.
16.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
16.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 20m.
16.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5m bedragen.
16.5 Binnenplans afwijken t.b.v. aan-huis-verbonden beroep Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan voor wat betreft de voorwaarden, zoals beschreven in de begripsregels, waaronder overeenkomstig de desbetreffende bestemmingsomschrijving een aan huis verbonden beroep is toegelaten, indien door de aard van de werkzaamheden het beroep niet of bezwaarlijk anders dan aan huis of op de betreffende locatie kan worden uitgeoefend.
16.6 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare
Reeshofweide 2018
44
overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.
16.7 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.
Reeshofweide 2018
45
Artikel 17 Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen op grond van enige bepaling van de regels van dit bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.
Reeshofweide 2018
46
Artikel 18 Overige regels 18.1 Algemene regels inzake nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de aard en omvang van kantines, restauratieve voorzieningen e.d. die ondersteunend zijn voor (openlucht-)sport en recreatie en maatschappelijke voorzieningen teneinde de ondergeschiktheid van die voorzieningen veilig te stellen en/of ter bescherming van de woonfunctie en/of ter voorkoming van een onevenredige aantasting van andere functies in de omgeving; b. de bereikbaarheid van gebouwen vanuit en de situering van de hoofdentree van gebouwen ten opzichte van de openbare ruimte; c. de situering en afmetingen van groenvoorzieningen; d. de situering en afmetingen van parkeergelegenheid, ook op eigen terrein; e. de situering van toegangswegen en -paden tot gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en open erven.
18.2 Algemene regels inzake omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.2.1 Werken en werkzaamheden nabij beschermingswaardige bomen a. Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren binnen een afstand van 15m van een boom, gemeten uit het hart van de boom, en voorzover deze bomen zijn aangegeven op de bij dit plan gevoegde Bijlage 4 Boomwaardekaart het ontgronden, bodem verlagen of afgraven, ophogen, verdichten, verplaatsen, afgraven of egaliseren van grond, inclusief het graven van sleuven en het leggen van (ondergrondse) leidingen; b. het wijzigen van het grondwaterpeil; c. het verrichten van werken of werkzaamheden die beschadigingen van wortels, stam of kroon van de betrokken boom tot gevolg kunnen hebben. 18.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 18.2.1 is niet van toepassing indien: a. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; b. de houtopstand om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, danwel door een calamiteit teniet is gegaan; c. werken en werkzaamheden die het normale onderhoud of beheer betreffen; d. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis.
18.2.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in 18.2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden of door de gevolgen daarvan geen onherstelbare schade aan de betrokken boom toegebracht wordt. Het bevoegd gezag is bevoegd om: a. voorwaarden te verbinden aan de in 18.2.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ter vermindering of ter voorkoming van schade die de in 18.2.1 genoemde werken of werkzaamheden of de gevolgen daarvan aan de betrokken boom zouden kunnen toebrengen. Onder schade wordt tevens begrepen een vermindering of verslechtering van groeimogelijkheden; b. ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor de onder 18.2.1 genoemde werken/werkzaamheden een BEA- onderzoek (= bomeneffectanalyse) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau te eisen.
18.3 Bevordering ruimtelijke kwaliteit buitengebied Het bevoegd gezag kan, voor zover het ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied betreft, slechts gebruik maken van de in dit plan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden, indien voldaan wordt aan het vereiste van bevordering van de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de Verordening ruimte Noord-Brabant.
18.4 Parkeren
Reeshofweide 2018
47
18.4.1 Parkeerregeling a. De gronden mogen enkel worden bebouwd of gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is; b. Hierbij moet worden voldaan aan de parkeernormen en rekenmethode, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode; c. De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen. 18.4.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2012. 18.4.3 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van artikel 18.4.1 en 18.4.2 indien: a.
op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien; b. wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
Reeshofweide 2018
48
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Reeshofweide 2018
49
Artikel 19 Overgangsrecht 19.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; d. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; e. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
19.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
Reeshofweide 2018
50
Artikel 20 Slotregel Dit plan wordt aangehaald als bestemmingsplan "Reeshofweide 2018".
Reeshofweide 2018
51
Reeshofweide 2018
52
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Landschapsplan Landschapsplan
Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten (-functiemenging) Staat van bedrijfsactiviteiten (-functiemenging)
Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten, in de woning en-of bijgebouw(en) Staat van bedrijfsactiviteiten, in de woning en/of bijgebouw(en)
Bijlage 4 Boomwaardekaart Boomwaardekaart
Bijlage 5 Luchtvaartverkeerzone-IHCS Luchtvaartverkeerzone-IHCS
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Landschapsplan Landschapsplan
project
onderwerp
projectnummer bladnummer schaal
formaat A1
getekend PvO
datum
gewijzigd
f
GE
eg
tschertw
ster Le
Burgem ee
f
GEMEENTE TILBURG
013 52 99 555
maaipad/ noodontsluiting Mijndenstraat
Mijndenstraat
22 03 18
-
BTL Advies B.V.
Tuin- en landschapsarchitecten
5060 AJ OISTERWIJK
013 52 99 550
advies@btl.nl
www.btladvies.nl
foto´s dienen enkel als referentiebeeld
pad
traa t
Mostheuvelstraat
traa t
Mos
theu
vels
traa t
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
vels
A
leind
Muggenbergstraat
Mostheuvelstraat
vels
theu
E
DON G
vels
traa t
Mos
theu
vels
d
euv elpa
traa Mtos th
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
theu
droge zandrug met ruigte
Mostheuvelstraat
ad
velp
theu
Mos
verhard fietspad
Mostheuvelstraat
theu
Mos
Mos
B
t
Mostheuvelstraat
d Mos
velp a
Mos theu
d
dpa
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
DON G
E
theu
Mostheuvelstraat
Mos
vels
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
traa t
A’
Misp e
vogelkijkpunt Mos theu vels traa
t
traa
vels
theu
Mos
t
traa
vels
theu
Mos
Munselstraat
Au�sme solitaire boom/ boomgroep/ rij centrum zwarte els zomereik fladderiep Mostheuvelstraat Mostheuvelstraat
bos
elein
Misp
Volkstuinen
DON
d
dpa
elein
Munselstraat
Mostheuvelstraat
t
traa
vels
theu
Mos
d
dpa
elein
Misp
Mos
theu
vels
Mostheuvelstraat
traa t
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
beek winterbed tot 80m breed zomerbed 1,5 tot 2m breed
Esri Nederland,
Burgemeester Letschertweg Mostheuvelstraat
Ravensteinerf
Mostheuvelstraat Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
tweg
Letscher
nat hooiland
aat
Muggenbergstraat
opdrachtgever
Mostheuvelstraat
GE
DON
Langendijk
eester
Burgem
A’
vels tr
Munselstraat
kunstwerken klepstuw, dam, duiker, verkeersremmende maatregel Misp
Mostheuvelstraat
t
traa
vels
theu
Mos
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
Burgemeester Letschertweg
flauwe oever
theu
aat
d
dpa
elein
Misp
Mostheuvelstraat
GE
DON
inerf
enste
B’
Mos
Ravensteinerf
theu vels tr
lstra at
theu ve
Mos
Mostheuvelstraat
Langendijk
inerf
enste
Rav
Rav
A’
Mostheuvelstraat
ree
Mostheuvelstraat
Middeldijkdreef
f
elstr aat
ijkd ree
theu v
deld ijkd Mos
Muggenbergstraat
Mos
Mid deld
inerf
Mid
Rav enste
Mostheuvelstraat
ijk ef dre
Mostheuvelstraat
inerf
enste
f ree Rav
d
dpa
elein
Misp
Volkstuinen
d
ree
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
lstra at
theu ve
Mos
A’
dpa
elein
Misp
rf
Middeldijkdreef
elstr aat
at
elstr a
Mos theu v
Mostheuvelstraat
Mostheuvelstraat
Volkstuinen
theu v
d
dpa
elein
Misp
Mostheuvelstraat
A’
Mos
Langendijk
inerf
EP
Mostheuvelstraat
Langendijk
t
EP
erf
traa
enste
Rav
C’
dijk
Mos theu vels
Langendijk
Au�sme centrum
ein
Mostheuvelstraat
natte laagte
gen
f
ijk
Monsterstraat
A’
Lan
d
A’
st ven Ra
dpa
Volkstuinen
Muiderbergstraat
elein
B B
poel (EP: educatieve poel) insteek 5,0 NAP bodem 4,5 NAP
A
dijk
Misp
Langendijk
eg
B
rf ine
inerf
eester Letscher tw
Burgem
eg
B
ste
enste
A
ven
Rav
Flaassendijk
Langendijk
Burgemeester Letschertweg
eester Letscher tw
Burgem
B’
gen
Lan
inerf
d
Langendijk
Ravensteinerf
Burgemeester Letschertweg
Rav enste
elpa
euv
Mos th
Mostheuvelstraat
B
erf
ijk
ine
ste
ven
Ra
rf
ine
ste
ven Ra
Ravensteinerf d gen
Lan
Ravensteinerf
ree f
E
t
Middeldijkdreef
ein
ree
B’
Ra
Ravensteinerf nst
ijkd
Ravensteinerf
E
Middeldijkdreef
ve Ra
rf
ine
ste
ven Ra
deld
ijkd
C
NG
traa
EP
DO
Volkstuinen Au�sme centrum
dijk
EP
B’
gen
deld
Mid
EP Lan
Au�sme centrum
dijk
Mid
deld
rf
Muggenbergstraat
A
ine
Munselstraat
Mid
ijkd
NG
Mijndenstraat
f
DO
theu vels
B ree
Muiderbergstraat
Mos
EP deld
ste
Langendijk
Middeldijkdreef
Mid
dijk
inerf
A’
gen
enste
Au�sme centrum
Monsterstraat
Mostheuvelstraat
Ravensteinerf
rf ine ste ven
E
Rav
Burgemeester Letschertweg
EP
Muiderbergstraat
EP
DON G
te D
Muiderbergstraat
Au�sme centrum
ijkd
rf
tweg
eld
ine
Letscher
A Volkstuinen
dijk
eester
d Mid
ste
Burgem
C
ven
Mostheuvelstraat
A
Lan
Burgemeester Letschertweg
B’
Ra
Langendijk
B’
ven
GE
k
Ra
NG
DO
Mid ijkd
aldij
Ra
DON
Volkstuinen
gen
Lan
eg
A
erf
tschertw
Burgemeester Letschertweg
Burgemeester Letschertweg
C
dijk
ster Le
B
E
Middeldijkdreef NG
Middeldijkdreef
DO
E
NG
DO
Burgem ee
Flaassendijk
eg
k
gen
rf
ine
t
Au�sme centrum
ste
Mos theu vels Burgemeester Letschertweg traa